Tag archief lage-inkomensvoordeel (LIV)

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

door100% Salarisverwerking B.V.

Aangepaste uurloongrenzen jeugd-LIV

De uurloongrenzen van het jeugd-LIV gaan veranderen, zo blijkt uit de Nota van wijziging op de Verzamelwet SZW 2020 .

      

Het gaat om een aanpassing in de Wet tegemoetkomingen loondomein.

lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,
 
De afgelopen tijd is de leeftijd waarop werknemers recht krijgen op het volledige minimumloon van 23 jaar naar 21 jaar gegaan. Werknemers van tussen de 18 en 21 hebben recht gekregen op een hoger percentage van het minimumloon. Deze aanpassingen maken het noodzakelijk om de Wet tegemoetkomingen loondomein aan te passen. Dit wordt gedaan in de nota van wijziging op de Verzamelwet SZW.

Het minimumjeugdloon is nu:

15 jaar 16 jaar 17 jaar 18 jaar 19 jaar 20 jaar
Loon per maand 490,70 564,30 646,05 817,80 981,35 1308,5
Loon per week 113,25 130,20 149,10 188,75 226,45 301,95
Loon per dag 22,65 26,04 29,82 37,75 45,29 60,39
Loon per uur 2,84 3,26 3,73 4,72 5,66 7,55

*Bedragen zijn in euro’s en berekend op basis van een 40-urige werkweek.
 

Geen jeugd-LIV voor 21-jarigen per 1 januari 2020

Vanaf 1 januari 2020 hebben werknemers van 21 jaar of ouder gedurende het gehele kalenderjaar recht op het volledige minimumloon. Daarmee vervalt de groep 21-jarigen voor het jeugd-LIV. Zij kunnen, als de werknemers voldoen aan de eisen, wel onder het normale LIV-vallen. De overheid bespaart door deze maatregel vanaf 2021 tot en met 2024 22,6 miljoen euro op het Jeugd-LIV. Daarna wordt het jeugd-LIV per 1 januari 2024 afgeschaft. Wel komen er vanaf 2021 structureel extra uitgaven op het LIV bij, jaarlijks zo’n 7,2 miljoen euro.
 

Belastingdienst en werknemer

Het LIV wordt toegekend per werknemer, per verloond uur. Als u recht heeft op het LIV, dan krijgt u een bedrag per verloond uur met een maximum van totaal 2.000 euro per jaar per werknemer. Hoeveel de tegemoetkoming precies is, hangt af van het aantal verloonde uren van de werknemer en het gemiddelde uurloon. Als een werkgever recht heeft op het LIV, dan ontvangt hij eerst van het UWV een voorlopige berekening met daarbij specificaties. Daarin valt te lezen voor welke werknemer(s) hij recht heeft en welk bedrag daarbij hoort. De definitieve berekening en betaling worden gedaan door de Belastingdienst.
 

LIV:

Gemiddeld uurloon over 2018 LIV per werknemer per verloond uur Maximale LIV per werknemer per jaar
€ 9,82 tot en met € 10,81 € 1,01 € 2.000
€ 10,82 tot en met € 12,29 € 0,51 € 1.000
Gemiddeld uurloon over 2019 LIV per werknemer per verloond uur Maximale LIV per werknemer per jaar
€ 10,05 tot en met € 11,07 € 1,01 € 2.000
€ 11,08 tot en met € 12,58 € 0,51 € 1.000

Jeugd-LIV:

Leeftijd op 31 december 2017 Jeugd-LIV per werknemer per verloond uur (2018) Maximale jeugd-LIV per werknemer per jaar (2018)
18 jaar € 0,23 € 478,40
19 jaar € 0,28 € 582,40
20 jaar € 1,02 € 2.121,60
21 jaar € 1,58 € 3.286,40
Leeftijd op 31 december 2018 Jeugd-LIV per werknemer per verloond uur (2019) Maximale jeugd-LIV per werknemer per jaar (2019)
18 jaar € 0,13 € 270,40
19 jaar € 0,16 € 332,80
20 jaar € 0,59 € 1.227,20
21 jaar € 0,91 € 1.892,80

 
Nota van wijziging Verzamelwet SZW 2020
 
 
Bron: UWV
 

UWV en Belastingdienst moeten beslagvrije voet garanderen, bestaansminimum garanderen, gegarandeerd bestaans inkomen, laagste beslagvrije voet

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwe versie Kennisdocument Wtl

Sinds 1 januari 2017 is de Wet tegemoetkoming loondomein van kracht .

              
De Rijksoverheid heeft onlangs de 6de versie een nieuwste versie van het “Kennisdocument Wtl” gepubliceerd.
 
aanvraag liv, wat met liv, lage inkomensvoordeel, liv, lage-inkomensvoordeel belastingdienst, lage inkomensvoordeel 2017, jeugd liv, liv 2017, lage inkomensvoordeel berekenen, lage inkomensvoordeel 2018, jeugd lage inkomensvoordeel, waarom lage inkomensvoordeel, sorteren liv, voorsorteren liv,
 

Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl)

De Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) bestaat uit 3 tegemoetkomingen voor werkgevers. De wet heeft als doel om werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen of te houden. De Wtl vervangt de premiekortingen arbeidsgehandicapte werknemer en oudere werknemer door het loonkostenvoordeel (LKV) voor deze groepen. Daarnaast bestaat de Wtl uit het lage-inkomensvoordeel (LIV) en het jeugd-LIV.

 

In deze versie is het volgende toegevoegd:

  • tabel met de hoogte van het jeugd-LIV voor 2019 (paragraaf 3.4)
  • tabel met uurloongrenzen van het jeugd-LIV voor 2019 (paragraaf 3.5)
  • vraag en antwoord over loonwaardebepaling als doelgroepverklaring voor de LKV banenafspraak (paragraaf 5.17)

 
Verder is de paragraaf ‘Voorwaarden LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer’ op bladzijde 15 aangepast.(zie hier)
 

Meer informatie

U vindt het Kennisdocument Wtl op rijksoverheid.nl.
 
 
minder regels voor werkende gehandicapten, één regeling voor loon arbeidsbeperking personeel, meer ondernemers arbeidsgehandicapten indienst, loonkostenvoordeel, lkv, loonkostensubsidie

door100% Salarisverwerking B.V.

Belastingdienst verstuurd beschikkingen Wtl 2018

Op 1 augustus kunt u als werkgever beschikking ontvangen van de Wet tegemoetkomingen loondomein

          

Als u als werkgever over 2018 recht heeft op één of meer tegemoetkomingen uit de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl).

 

belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,
In de beschikking staat het bedrag dat de werkgever zal ontvangen voor de loonkostenvoordelen, het lage-inkomensvoordeel (LIV) en het jeugd-LIV. Dit bedrag is gebaseerd op de definitieve berekening. Binnen 6 weken na dagtekening van de beschikking betaalt de Belastingdienst het bedrag uit. Dit is uiterlijk 12 september 2019.

 

Afrondingsverschillen verloonde uren

Denkt u dat de beschikking niet juist is? Controleer dan eerst of dit komt door afrondingsverschillen. Hiervoor vergelijkt u de beschikking met de verloonde uren uit de aangiften loonheffingen. U vergelijkt de beschikking dus niet met de uren uit de loonadministratie. In de aangiften loonheffingen zijn de uren namelijk afgerond op hele uren. Op basis hiervan berekent UWV de tegemoetkomingen Wtl.

 

Bezwaar

Als u het niet eens bent met de beschikking, kunt u bezwaar maken bij de Belastingdienst. In de beschikking vindt u het adres en wanneer het bezwaar uiterlijk bij de Belastingdienst binnen moet zijn.

 

Fouten in aangiften over 2018

Correctieberichten na 1 mei 2019 neemt UWV niet mee in de definitieve berekening. De gegevens uit de correctieberichten worden wel opgenomen in de polisadministratie. U bent nog steeds verplicht om een fout te herstellen door de aangifte te corrigeren.

 

Bron: Belastingdienst.nl
 
 

Gerelateerd:

 

loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, loon, salaris, loonstrook, lonen, salarissen,

door100% Salarisverwerking B.V.

18 t/m 21 jarigen duurder, compensatie via jeugd-LIV

Op 1 juli is het wettelijk minimumjeugdloon 2019 stapsgewijs verhoogd.

              

Al uw medewerkers van 18 tot 21 jaar hebben op 1 juli recht op een hoger percentage van het minimumloon voor volwassenen. De werknemers van 21 jaar (of ouder) hebben recht op het volledige wettelijk minimumloon voor volwassenen. Uw organisatie is dus duurder uit voor deze werknemers.

 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,
 

Compensatie

Als compensatie voor de werkgevers voor de extra loonkosten, is per 1 januari 2019 al het jeugd-LIV ingevoerd. U komt alleen in aanmerking voor het lage inkomensvoordeel als de jongeren ten minste het minimumloon verdienen dat geldt voor hun leeftijd, maar niet meer dan het wettelijk minimumloon dan dat geldt voor de leeftijdsklasse boven hen. Kort gezegd: een 15-jarige mag niet meer verdienen dan een 16-jarige in dezelfde functie als u in aanmerking wil komen voor de jeugd-LIV.
 

Geen jeugd-LIV voor 21 jaar en ouder

Omdat 21-jarigen geen minimumjeugdloon ontvangen, maar het volwassen minimumloon, komt zij ook niet in aanmerking voor het jeugd-LIV. Voor 21-jarigen kunt u natuurlijk wel het gewone LIV aanvragen, maar alleen als zij 1.248 verloonde uren bij uw organisatie werken.
 
minimumloon 2019, wml 2019, minimumloon juli 2019, wettelijk minimumloon, loon 2019, het wettelijk minimumloon, bruto wettelijk minimumloon, minimale verdienste 2019, salaris 2019, verdienste 2019, minimale salaris 2019,
 

Wanneer komt u voor LIV in aanmerking?

Er zijn 4 voorwaarden waar de werknemer aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor het LIV:

  • de werknemer is verzekerd voor 1 of meer werknemersverzekeringen;
  • had een gemiddeld uurloon tussen € 9,82 en € 12,29 in 2018, of heeft een gemiddeld uurloon tussen € 10,05 en € 12,58 in 2019;
  • heeft minimaal 1.248 verloonde uren per kalenderjaar;
  • heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

Als u voor een werknemer recht heeft op het LIV en het LKV, dan wordt alleen de hoogste tegemoetkoming betaald. Zijn de bedragen van het LIV en het LKV even hoog, dan wordt alleen het LKV betaald.
 

Voorwaarden jeugd-LIV

De voorwaarden voor het jeugd-LIV liggen net even anders. Medewerkers hebben recht op jeugd-LIV als:

  • de werknemer is verzekerd voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen;
  • op 31 december van het voorgaande jaar 18, 19, 20 of 21 jaar werd;
  • heeft een gemiddeld uurloon dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor zijn leeftijd.

 
 

Gerelateerd:

 
berekening,rekenen, vakantiegeld loonheffingen, vakantiebijslag, vakantie toeslag, vakantie uren,

close

Veel lees plezier? Delen mag.