Tag archief 2021

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwe versie ‘Memo verloonde uren’

De Belastingdienst heeft een nieuwe versie ‘Memo verloonde uren ’ gepubliceerd.
                 
In dit document vindt u uitleg over wat verloonde uren zijn. In deze versie zijn een aantal punten aangevuld en verduidelijkt.

Over de volgende onderwerpen is informatie toegevoegd:

  • tijdelijke werkwijze bij werkgeversbetalingen
  • begrip ‘gebruikelijke verloonde uren’
  • uitbetaling van een reguliere WW-uitkering via de werkgever
  • aanvullend geboorteverlof (WIEG)
  • (gedeeltelijk) onbetaald (zorg)verlof

De volgende onderwerpen zijn verduidelijkt:

  • uitbetaling van een WW-uitkering via de werkgever in bijzondere situaties
  • B&W en raadsleden
  • beschikbaarheidsdiensten

Daarnaast is de bijlage over de verloonde uren bij ziekte en arbeidsongeschiktheid verruimd. In deze bijlage vindt u nu informatie over de verloonde uren bij uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen.

 

Ingangsdatum

De wijzigingen gelden met ingang van 1 januari 2021, maar u mag ze ook eerder toepassen.

 

Belang verloonde uren

Het aantal verloonde uren bepaalt het recht op en/of de hoogte van de volgende tegemoetkomingen:

  • lage-inkomensvoordeel (LIV)
  • loonkostenvoordelen (LKV’s)
  • jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV)

De verloonde uren bepalen bovendien de hoogte en duur van een WW-, ZW-, WIA- of WAO-uitkering. Dus ook voor de werknemers is het belangrijk dat u de verloonde uren correct doorgeeft.

 

Standpunten verloonde uren

Omdat er in de praktijk veel vragen komen, hebben het CBS, UWV en de Belastingdienst standpunten geformuleerd om meer duidelijkheid te geven over wat verloonde uren zijn. Deze standpunten vindt u in het ‘Memo verloonde uren’.

U vindt het memo op belastingdienst.nl.
 
 
 
Loonkostensubsidie, Loonkostenvoordelen, lage-inkomensvoordeel, loonkostensubsidie calculator, Regelhulp loonkostenvoordelen, Aanvragen lage-inkomensvoordeel, Loonkostenvoordelen & LIV, LKV

door100% Salarisverwerking B.V.

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2021

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2021.
          
Dit heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekendgemaakt.

Bij een volledig dienstverband is het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder vanaf 1 januari 2021:

  • € 1.684,80 per maand (nu € 1.680,00)
  • € 388,80 per week (nu € 387,70)
  • € 77,76 per dag (nu € 77,54)

wml 2021, wettelijk minimumloon 2021, wettelijk minimumjeugdloon 2021,minimumloon 15jr, minimumloon 16jr, minimumloon 17jr, minimumloon 18jr, minimumloon 19jr,minimumloon 20jr, minimumloon 21jr

wettelijk minimumloon -WML- 2021-januari


 

TOELICHTING

Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers met een minimumloon en uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van artikel 14 van de WML, dat uitgaat van een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling.

Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling, dan wel volumeontwikkeling in de sociale zekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven, de zogenaamde i/a-ratio, de daarvoor geldende norm overschrijdt. Op grond van de Macro Economische Verkenning (MEV) 2021 van het Centraal Planbureau (CPB) lijkt dit voor 2021 niet het geval.

In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML, wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB wordt berekend.

Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2021 zoals deze is gepubliceerd in de MEV 2021. Dit is 0,5 x 1,288 = 0,644. Dit bedrag wordt aangepast aan het zogenaamde na-ijleffect uit het voorafgaande jaar (artikel 14, eerste lid, onder b). Dat is het verschil tussen de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor 2020, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan uit april 2020, was geraamd en de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor 2020 blijkens bekendmaking in de Macro Economische Verkenning uit september 2020, nader is geraamd. Dit verschil bedraagt -0,376. Het onafgeronde aanpassingspercentage komt daarmee op 0,268. Het (onafgeronde) wettelijk minimumloon, zoals berekend voor de aanpassing per 1 juli 2020, wordt verhoogd met dit percentage.

Na de (wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2021 € 1.684,80 per maand, € 388,80 per week en € 77,76 per dag. Het aanpassingspercentage na afronding is 0,29. De hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen zijn geregeld in het Besluit minimumjeugdloon. Het wettelijk minimumloon voor volwassenen en de wettelijk minimumjeugdlonen bedragen daarmee:

Leeftijd Staffeling Per maand Per week Per dag
21 jaar en ouder 100% 1.684,80 388,80 77,76
20 jaar 80% 1.347,85 311,05 62,21
19 jaar 60% 1.010,90 233,30 46,66
18 jaar 50% 842,40 194,40 38,88
17 jaar 39,5% 665,50 153,60 30,72
16 jaar 34,5% 581,25 134,15 26,83
15 jaar 30% 505,45 116,65 23,33

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 20 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen:

Leeftijd Staffeling BBL Per maand Per week Per dag
20 jaar 61,50% 1.036,15 239,10 47,82
19 jaar 52,50% 884,50 204,10 40,82
18 jaar 45,50% 766,60 176,90 35,38

Volgens artikel 12 van de WML is het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager indien de werknemer een kortere arbeidstijd is overeengekomen dan de normale arbeidsduur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij deeltijdarbeid.

De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een uniform wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector gebruikelijk is voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week.

Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer worden de afgeleide minimumuurlonen bij deze normale arbeidsduren in de toelichting gepubliceerd.1 Onderstaand schema geeft de afgeronde brutobedragen per uur aan, berekend op basis van het wettelijk minimumweekloon bij een arbeidsduur van respectievelijk 36, 38 en 40 uur per week.

Afgeleid bruto minimumloon per uur na afronding (naar boven) per 1 januari 2021 bij een gebruikelijke arbeidsduur van 36, 38 en 40 uur is gepubliceerd in de volgende tabel. Hierbij wordt bij de afronding gebruik gemaakt van een afronding naar boven, om te voorkomen dat er onbedoeld een betaling ontstaat die lager is dan het wettelijk minimumloon zoals vastgesteld in artikel 1 van deze regeling. Hierbij dient te worden vermeld dat alleen de vastgestelde bedragen in artikel 1 van deze regeling het wettelijk minimumloon betreffen en rechtens geldig zijn.

Bruto minimumloon per uur per 1 januari 2021 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
21 jaar en ouder 10,80 10,24 9,72
20 jaar 8,65 8,19 7,78
19 jaar 6,49 6,14 5,84
18 jaar 5,40 5,12 4,86
17 jaar 4,27 4,05 3,84
16 jaar 3,73 3,54 3,36
15 jaar 3,25 3,07 2,92

Bruto minimumloon per uur voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl per 1 januari 2021 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
20 jaar 6,65 6,30 5,98
19 jaar 5,67 5,38 5,11
18 jaar 4,92 4,66 4,43

 

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt de hoogte van het wettelijk minimumloon elk jaar opnieuw vast op 1 januari en 1 juli.
 

Meer informatie

Alle bedragen en een toelichting leest u in de Staatscourant van 7 oktober 2020.

Op rijksoverheid.nl staat een rekenhulp om het juiste minimumloon te berekenen.
 
 

Gerelateerd

Minimumloon per 1 juli 2020
Wat doet ons minimumloon in vergelijking met de EU
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon, wml 2021, wettelijk minimumloon 2021, wettelijk minimumjeugdloon 2021,minimumloon 15jr, minimumloon 16jr, minimumloon 17jr, minimumloon 18jr, minimumloon 19jr,minimumloon 20jr, minimumloon 21jr

door100% Salarisverwerking B.V.

Snel premie Whk 2021 berekenen

Op UWV.nl vindt u de ‘Premiewijzer gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) 2021’.
          
Met deze rekenhulp berekent u snel de gedifferentieerde premies Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en Ziektewet (ZW)-flex voor 2021.

Deze gedifferentieerde premies gelden voor werkgevers die zich via UWV verzekeren. Bent u eigenrisicodrager en wilt u dat in 2021 blijven? Of wilt u in 2021 eigenrisicodrager worden? Dan betaalt u geen gedifferentieerde premie.

 

Indeling werkgevers

Voor het vaststellen van de gedifferentieerde premies is het van belang of sprake is van een kleine, middelgrote of grote werkgever. Voor 2021 worden de premies berekend op basis van het premieloon in 2019. Hiervoor geldt de volgende indeling:

  • Een kleine werkgever had in 2019 een premieloon van maximaal € 346.000.
  • Een middelgrote werkgever had in 2019 een premieloon van meer dan € 346.000 en maximaal € 3.460.000.
  • Een grote werkgever had in 2019 een premieloon van meer dan € 3.460.000.

 

Beschikking/mededeling Belastingdienst

Eind 2020 ontvangen middelgrote en grote werkgevers de beschikking gedifferentieerde premie Whk 2021 van de Belastingdienst. Hierop vindt u de individueel vastgestelde gedifferentieerde premies WGA en ZW voor 2021.
Voor kleine werkgevers gelden de sectoraal vastgestelde premies. Zij ontvangen een mededeling van de Belastingdienst.
 

Bereken de premie met de Premiewijzer gedifferentieerde premie Whk 2021.

 
 

Gerelateerd bericht

Gedifferentieerde premies WGA en ZW 2021

 
 
NOW regeling, NOW maatregels, Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), NOW, UWV, Belastingdienst,

door100% Salarisverwerking B.V.

Aanvraag ERD Whk 2021 tijdig indienen

Werkgevers die per 1 januari 2021 eigenrisicodrager (ERD) willen worden voor de WGA en/of ZW.
          
Zullen er voor moeten zorgen dat het aanvraagformulier vóór 2 oktober ontvangen is door de Belastingdienst. Dat geldt ook voor werkgevers die het eigenrisicodragerschap willen beëindigen.

Voor een snelle verwerking van de aanvraag ERD WGA is het belangrijk dat u zowel het aanvraagformulier als de garantieverklaring tegelijkertijd indient.

Met de aanvraag ERD ZW stuurt u de schriftelijke afspraken over de verzuimbegeleiding mee. In plaats van de schriftelijke afspraken kan de werkgever ook het ‘Model Arboverklaring eigenrisicodragerschap Ziektewet (ZW)’ gebruiken.

Een werkgever kan het ERD aanvragen of beëindigen op 1 januari of op 1 juli. Het aanvraagformulier moet uiterlijk 13 weken vóór de ingangsdatum (dus vóór 2 oktober of vóór 1 april) door de Belastingdienst ontvangen zijn.

 

Startende werkgever

Er geldt een uitzondering voor startende werkgevers. Voor hen kan het eigenrisicodragerschap ingaan op het moment dat zij werkgever worden. Daarvoor geldt de datum van indiensttreding van de eerste werknemer die verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. De werkgever meldt zich aan bij de Belastingdienst en stuurt de aanvraag ERD mee.
 

De formulieren vindt u op belastingdienst.nl:

 

U stuurt de formulieren op naar:

Belastingdienst/Limburg/erd
Postbus 4486
6401CZ Heerlen

Meer informatie over het eigenrisicodragerschap vindt u op uwv.nl en in paragraaf 5.7 Handboek Loonheffingen.
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2020, loonheffingen 2020, belastingdienst 2020, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris.pensioen,premies,

door100% Salarisverwerking B.V.

Tozo-uitkering voor zelfstandig ondernemers tot 1 juli 2021 verlengd

Het kabinet heeft zaterdag besloten om de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers ( Tozo ) tot de zomer van 2021 te verlengen.

   

Tozo

De Tozo is onderdeel van het steun- en herstelpakket voor economie en arbeidsmarkt dat de ministers en staatssecretarissen van Financiën, Economische Zaken en Klimaat en Sociale Zaken en Werkgelegenheid vandaag hebben aangeboden aan de Tweede Kamer. ‘We bieden zelfstandig ondernemers die in zwaar weer verkeren zekerheid voor een langere periode en oriëntatie op een nieuwe toekomst’, aldus verantwoordelijk staatssecretaris Bas van ’t Wout van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De Tozo kent twee voorzieningen, aanvullende inkomensondersteuning en een lening voor bedrijfskapitaal. De tijdelijke regeling is afgeleid van de bijstand voor zelfstandigen (Bbz). Zelfstandigen met een huishoudinkomen onder het sociaal minimum kunnen binnen de huidige regeling aanspraak maken op financiële bijstand voor levensonderhoud. De nieuwe regeling kijkt daarnaast ook beperkt naar de financiële middelen van de zelfstandige, zoals bank- en spaarsaldi en aandelen. Zelfstandigen met beschikbare geldmiddelen niet hoger dan €46.520 komen in aanmerking voor inkomensondersteuning. Ander vermogen, zoals uit een eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden, wordt buiten beschouwing gelaten.

 

Oriënteren op de toekomst

Het kabinet vindt het belangrijk dat zelfstandig ondernemers die ook de komende periode geen of onvoldoende inkomsten hebben en afhankelijk zijn van een Tozo-uitkering, zich breder oriënteren op de arbeidsmarkt. Gemeenten krijgen daarom extra middelen om coaching, advies en bij-of omscholing aan te bieden. Zij starten uiterlijk 1 januari 2021 met deze aanvullende dienstverlening.

Van ’t Wout: ‘Voor heel veel zelfstandigen is het is een uitzonderlijk moeilijke tijd, met grote onzekerheden. Een deel heeft gelukkig de draad weer op kunnen pakken of is hier mee bezig, met de Tozo als overbrugging. Andere ondernemers zullen zich noodgedwongen moeten voorbereiden op een nieuwe toekomst. De inzet van het kabinet is om deze zelfstandigen extra te ondersteunen en weer perspectief te bieden.’

 

Tozo 1,2,3

Gemeenten voeren de Tozo uit. Zij hebben de afgelopen periode alles in het werk gesteld om zelfstandig ondernemers te ondersteunen. Naar schatting 374.000 zelfstandigen hebben gebruik gemaakt van Tozo 1 die kon worden aangevraagd tot 1 juni. Op de ‘Tozo 2’ die tot 1 oktober geldt, is tot medio augustus circa 95.000 keer een beroep gedaan. Het gaat vooral om aanvragen voor een uitkering voor levensonderhoud, veel minder vaak om leningen voor bedrijfskapitaal. De Tozo 2 kent minder aanvragen dan Tozo 1 omdat veel beroepsgroepen het werk geheel of gedeeltelijk hebben hervat en vanwege de introductie van de partnerinkomenstoets. Gemeenten worden financieel gecompenseerd voor de kosten van de Tozo door het Rijk. Vanaf de zomer van 2021 kunnen zelfstandigen die hiervoor in aanmerking komen in hun gemeente een beroep doen op de reguliere bijstand voor zelfstandigen (Bbz).

 
 

Gerelateerd

Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO)
Negen maanden verlenging voor NOW
Uitbreiding TOGS-regeling
 
 
steunmaatregelen, kabinet steun, NOW,TOZO, loonsteun, loon subsidie, overheidssteun, noodmaatregel, NOODPAKKET 3, STEUNPAKKET 3