Tag archief arbeidsovereenkomst

door100% Salarisverwerking B.V.

Op loonstrook géén burgerservicenummer

Door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mag u op de loonstrook geen burgerservicenummer (BSN) meer vermelden.
      
De Belastingdienst heeft het Handboek Loonheffingen aangepast.

 

Nieuwsbrief Loonheffingen 2020, loonheffingen 2020, belastingdienst 2020, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris,pensioen,premies 2020,
 
Naast de verplichte gegevens raadde de Belastingdienst in het Handboek Loonheffingen aan om een aantal andere gegevens op de loonstrook op te nemen. Bijvoorbeeld het BSN van de werknemer. Dat advies is uit het handboek verwijderd omdat hiervoor geen wettelijke basis is.

 

Gebruik van BSN

Het BSN is een persoonsnummer dat in de eerste plaats bedoeld is voor het contact tussen burgers en de overheid. Organisaties buiten de overheid mogen het BSN alleen gebruiken als dat wettelijk is bepaald en alleen voor het specifieke doel dat in de wet staat omschreven. Meer hierover leest u op autoriteitpersoonsgegevens.nl.

 

Verplichte gegevens op de loonstrook

Volgens artikel 7:626 Burgerlijk Wetboek bent u verplicht om de volgende gegevens te vermelden op de loonstrook:

  • het brutoloon in geld
  • de gespecificeerde samenstelling van het bruto- of het nettoloon, bijvoorbeeld basisloon, garantieloon,
  • prestatiebeloning, provisie, overwerkgeld, toeslagen, premies, gratificaties en opnamen uit het levenslooptegoed
  • de gespecificeerde bedragen die u op het loon hebt ingehouden of ermee hebt verrekend, zoals de inhouding van
  • de pensioenpremie, de premie PAWW of bijdragen voor bedrijfschappen, de werknemersbijdrage voor het privégebruik auto, de loonbelasting/premie volksverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en loonbeslag
  • de wettelijke minimumvakantiebijslag waar de werknemer recht op heeft
  • het aantal uren dat de werknemer werkt op basis van de arbeidsovereenkomst
  • de periode waarover u het loon hebt betaald (het loontijdvak)
  • het wettelijk minimumloon of minimumjeugdloon dat voor de werknemer geldt
  • uw naam en de naam van de werknemer of uitkeringsgerechtigde
  • als u de loonstrook ook als jaaropgaaf gebruikt: de verplichte gegevens van de jaaropgaaf. U vermeldt dan op de loonstrook dat het gaat om de jaaropgaaf.

 

Meer informatie in Handboek Loonheffingen

In hoofdstuk 10 leest u meer over de loonstrook. De informatie over de jaaropgaaf vindt u in hoofdstuk 13.

 

Wetsartikel jaaropgaaf:

Artikel 7.4 Uitvoeringsregeling loonbelasting
 

Nieuwsbrief Loonheffingen 2020, loonheffingen 2020, belastingdienst 2020, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris.pensioen,premies,

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwe versie kennisdocument Premiedifferentiatie WW

Werkgever en werknemer, wijzigingen en gevolgen WW-premie 2020.
               
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 16 december een nieuwe versie van het kennisdocument Premiedifferentiatie WW gepubliceerd.

 

WAB 2020, wet arbeidsmarkt in balans, wab wet arbeidsmarkt in balans, 2020 wab, 2020 wet arbeidsmarkt in balans,

In het kennisdocument Premiedifferentiatie WW vindt u een bijlage met situaties waarin werkgever en werknemer tijdelijk of blijvend het aantal uren wijzigen en de gevolgen die dat heeft voor de hoogte van de WW-premie. Er is ook andere informatie toegevoegd aan het kennisdocument. In dit bericht leest u welke informatie dat is.

 

Wat zijn de wijzigingen in de nieuwe versie van het kennisdocument?

  • Het stroomschema voor de hoge/lage WW-premie is aangepast.
  • Er is een stroomschema toegevoegd voor herziening.
  • Bij vraag 1.5 is toegevoegd dat aan de voorwaarde dat een arbeidsovereenkomst schriftelijk is vastgelegd ook wordt voldaan bij een digitale arbeidsovereenkomst.
  • Bij vraag 1.6 is toegevoegd dat een schriftelijk addendum voldoende is voor de lage WW-premie. Ook zijn de voorwaarden genoemd waaraan het addendum moet voldoen. Daarnaast vindt u informatie over de coulanceperiode tot 1 april 2020. In deze periode krijgen werkgevers extra tijd om te voldoen aan de administratieve vereisten voor de lage WW-premie.
  • Bij vraag 1.7 is een tekstuele aanpassing gedaan.
  • Bij vraag 1.8 is informatie toegevoegd over de werknemer die jonger is dan 21 jaar en voor wie de lage WW-premie geldt.
  • Bij vraag 1.10 is toegevoegd wat de percentages van de lage en hoge WW-premie in 2020 zijn.
  • Bij vraag 1.13 is bij punt a) informatie toegevoegd over herzien wanneer de dienstbetrekking uiterlijk 2 maanden na aanvang eindigt.
  • Bij vraag 1.15 is een tekstuele aanpassing aangebracht.
  • Bij vraag 1.16 is een hyperlink toegevoegd die verwijst naar het Memo verloonde uren en naar de toelichting bij de wijziging van de Regeling Wfsv. Onder voorbeeld 8 is een tekstuele aanpassing gedaan.
  • Bij vraag 1.18 wordt verwezen naar de Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020 2.0.
  • Er is een bijlage toegevoegd met situaties waarin een werkgever tijdelijk of blijvend het aantal uren wijzigt en de gevolgen die dat heeft voor de hoogte van de WW-premie.

 

U kunt het kennisdocument premiedifferentiatie WW downloaden op rijksoverheid.nl.

 

Meer informatie

Overzichtsartikel WAB (update 3 december 2019)

 
 

WAB 2020, wet arbeidsmarkt in balans, wab wet arbeidsmarkt in balans, 2020 wab, 2020 wet arbeidsmarkt in balans,

door100% Salarisverwerking B.V.

Transitievergoeding?

Hoe hoog is de transitievergoeding als ik word ontslagen?

De hoogte van de transitievergoeding die uw werkgever betaalt bij ontslag wordt bepaald op basis van 2 onderdelen: uw maandsalaris en het aantal halve dienstjaren. De vergoeding is maximaal € 81.000 bruto. Of, als uw jaarsalaris hoger is dan € 81.000, maximaal 1 bruto jaarsalaris. Vanaf 1 januari 2020 verandert de berekening van de transitievergoeding.

 

compensatie transitievergoeding, ingangsdatum 2020 de Regeling compensatie transitievergoeding, salarisverwerking, salarisadministratie, loonadministratie, loonverwerker, salarisverwerker,

Wilt u een indruk krijgen van de hoogte van de transitievergoeding?

Vul dan de rekentool transitievergoeding in.

Als het ontslag plaatsvindt vóór 1 januari 2020 kunt u als werknemer gebruikmaken van de tool transitievergoeding voor werknemers en als werkgever van de tool transitievergoeding voor werkgevers. Als het ontslag plaatsvindt na 1 januari kunt u de rekenhulp transitievergoeding gebruiken.

Let op: de transitievergoeding geeft een idee. De werkelijke vergoeding kan anders uitvallen.

Berekening transitievergoeding bij ontslag rond 1 januari 2020

Wordt u ontslagen of neemt u ontslag voor 1 januari 2020? Het kan een paar weken duren voordat uw contract officieel stopt. De officiële datum van uw ontslag kan daarom 1 januari 2020 of later zijn.

De oude berekening van de transitievergoeding geldt als:

  • Uw werkgever vraagt voor 1 januari 2020 aan het UWV toestemming om uw arbeidsovereenkomst te stoppen.
  • Uw werkgever dient voor 1 januari 2020 een verzoekschrift (brief) in bij de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te stoppen.
  • U gaat voor 1 januari 2020 akkoord met de opzegging van uw arbeidsovereenkomst door uw werkgever.

 

Berekening van aantal dienstjaren (tot 2020)

Een transitievergoeding wordt alleen berekend over hele periodes van 6 maanden van uw arbeidsovereenkomst.

Hoofdregel berekening dienstjaren

De hoofdregel is 1/6 maandsalaris per elk half dienstjaar in de eerste 10 jaar van uw arbeidsovereenkomst. En 1/4 maandsalaris per half dienstjaar dat u langer dan 10 jaar in dienst bent geweest.

Berekening dienstjaren 50-plussers

Bent u bij uw ontslag 50 jaar of ouder en minstens 10 jaar in dienst geweest? Dan geldt tijdelijk een andere regel tot 2020.

Dienstjaren bij opvolgende contracten

Heeft u opvolgende (tijdelijke) arbeidsovereenkomsten bij uw eigen werkgever of opvolgende werkgevers gehad? Dan worden deze arbeidsovereenkomsten voor de berekening van het aantal dienstjaren opgeteld. Tussen de overeenkomsten mogen maximaal 6 maanden liggen.

Op wat hierboven staat, gelden 2 uitzonderingen:

  • U heeft een vast contract dat wordt beëindigd
    Is er sprake van voorafgaande contracten die elkaar hebben opgevolgd? En zijn deze voor 1 juli 2015 geëindigd? Dan tellen ze, in afwijking van de hoofdregel, alleen mee als ze elkaar hebben opgevolgd met een tussenpoos van 3 maanden. Of een andere termijn die op basis van de cao gold.
  • U heeft een tijdelijk contract dat wordt beëindigd (of van rechtswege afloopt)
    Is er sprake van voorafgaande contracten die elkaar hebben opgevolgd? En zijn deze voor 1 juli 2012 geëindigd? Dan tellen ze, in afwijking van de hoofdregel, alleen mee als ze elkaar hebben opgevolgd met een tussenpoos van 3 maanden. Of een andere termijn die op basis van de cao gold.

 

Kleine werkgevers: aantal dienstjaren

Bent u werkzaam bij een kleine werkgever met gemiddeld minder dan 25 werknemers? En is er sprake van bedrijfseconomisch ontslag wegens een slechte financiële situatie? Dan kan onder voorwaarden de arbeidsovereenkomst voor 1 mei 2013 buiten beschouwing worden gelaten. De voorwaarden staan in de Ontslagregeling. Dit geldt tot 2020.

Kleine werkgevers zijn werkgevers die gemiddeld minder dan 25 mensen in dienst hadden
in de 2e helft van het kalenderjaar dat voorafging aan:

  • het jaar waarin de ontslagprocedure bij UWV of kantonrechter is gestart of;
  • het jaar waarin het contract is geëindigd, als er geen toestemming voor ontslag nodig was.

In dienst voor uw 18e: berekenen dienstjaren

Bent u in dienst getreden voordat u 18 werd? Dan tellen de maanden voor de leeftijd van 18 jaar waarin u gemiddeld maximaal 12 uur per week werkte niet mee voor de berekening van de transitievergoeding.

Vanaf 1 januari 2020 verandert de berekening van de transitievergoeding

Vanaf 1 januari 2020 heeft u vanaf de eerste dag van uw arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding bij ontslag.

De berekening van de transitievergoeding gaat vanaf 1 januari als volgt:

  1. U krijgt 1/3 maandsalaris per heel dienstjaar vanaf uw eerste werkdag;
  2. De transitievergoeding over het resterende deel van de arbeidsovereenkomst wordt berekend volgens de formule: (bruto salaris ontvangen over resterende deel arbeidsovereenkomst / bruto maandsalaris) x (1/3 bruto maandsalaris /12 )
    Deze formule wordt ook gebruikt voor het berekenen van de transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst korter dan een jaar heeft geduurd.

Voorbeeld 1: de arbeidsovereenkomst duurde 9 jaar en 5 dagen. Het bruto maandsalaris was € 3.000. Het bruto uurloon was € 20.

De werknemer werkte 8 uur per dag.

  • Eerst wordt de vergoeding berekend over het aantal volledig gewerkte jaren: 9 jaar x (1/3 van € 3.000) = € 9.000.
  • Daarna wordt de vergoeding berekend over de laatste 5 dagen. Het totale salaris over de laatste 5 dagen is: 5 x 8 (gewerkte uren) x € 20 (bruto uurloon) = € 800.
  • De berekening volgens de formule is: het bruto salaris ontvangen over resterende deel arbeidsovereenkomst gedeeld door volledig maandsalaris, maal 1/3 bruto maandsalaris gedeeld door 12 (maanden). Oftewel (800/ 3000) x (1000/12) = 22,22
  • Het totaal aan transitievergoeding is € 9.000 + € 22,22 = € 9.022,22

Voorbeeld 2: De werknemer wordt tijdens zijn proeftijd ontslagen. De arbeidsovereenkomst heeft in totaal 5 dagen geduurd. Het brutosalaris over deze 5 dagen is € 800. Dit wordt beschouwd als het loon per maand.

De berekening is dan als volgt:

  • (€ 800 / € 800) x (1/3 x € 800)/12) = 1 x (€ 266,67/12) = € 22,22. De werknemer krijgt dus € 22,22 transitievergoeding voor de 5 dagen dat hij in dienst was.

 

Verhoogde opbouw transitievergoeding vervalt vanaf 1 januari 2020

De opbouw wordt gelijk voor alle werknemers, ongeacht hun leeftijd en de duur van het dienstverband. De verhoogde opbouw voor werknemers die langer dan 10 jaar in dienst zijn vervalt.

Vanaf 1 januari 2020 vervangende voorziening voor transitievergoeding in cao

In een cao kan worden vastgelegd dat een ontslagen werknemer een vervangende voorziening krijgt in plaats van een transitievergoeding. Vanaf 1 januari kan dit alleen nog maar bij ontslag om bedrijfseconomische redenen. Ook hoeft de vervangende voorziening niet meer gelijkwaardig te zijn aan de wettelijke transitievergoeding. Wel moet de voorziening bestaan uit maatregelen om werkloosheid te voorkomen of in duur te beperken. Of uit een redelijke financiële vergoeding. Een combinatie van beide kan ook.

Berekenen van het bruto maandsalaris

Voor de berekening van de transitievergoeding moet ook het bruto maandsalaris worden berekend. Dit berekent u als volgt:

  • Basis bruto maandsalaris bij vaste arbeidsduur
    Heeft u een vaste arbeidsduur? Het bruto maandsalaris is dan het bruto uurloon vermenigvuldigd met de arbeidsduur per maand. Dit geldt voor arbeidsovereenkomsten met een vast aantal uren.
  • Basis bruto maandsalaris bij oproepcontract
    Is er sprake van een oproepcontract? Dan wordt het bruto uurloon vermenigvuldigd met de gemiddelde arbeidsduur per maand.
  • Basis bruto maandsalaris bij stukloon of provisie
    Bestaat een deel van het loon uit stukloon of provisie? Dan geldt het gemiddeld dat de werknemer hiervan per maand heeft ontvangen in de 12 maanden voordat de arbeidsovereenkomst eindigde. Hierbij moet de vakantiebijslag en de vaste eindejaarsuitkering worden opgeteld.

 

Toevoegen andere looncomponenten

Bij het basis bruto maandsalaris telt u eventueel ander loon en de vakantiebijslag op.

Als ze van toepassing zijn worden de volgende vormen van salaris in de berekening meegeteld:

  • ploegentoeslagen;
  • overwerkvergoedingen;
  • bonussen;
  • winstuitkeringen;
  • variabele eindejaarsuitkeringen.

 

Ziekte en berekening transitievergoeding

Was u ziek voordat u werd ontslagen of op het moment van uw ontslag? Dan heeft dit geen gevolgen voor uw arbeidsduur. En ook niet voor de hoogte van uw basis bruto maandsalaris. Voor de berekening van uw transitievergoeding wordt dus uitgegaan van uw normale, laatstverdiende bruto maandsalaris.

Aftrek van kosten voor scholing, outplacement

Kosten van bijvoorbeeld outplacement of scholing kunnen worden afgetrokken van de transitievergoeding. Of kosten die uw werkgever heeft, omdat een langere opzegtermijn wordt gehanteerd en u gedurende deze periode bent vrijgesteld van werk. Deze kosten moeten zijn gemaakt met het oog op het ontslag en in overleg met de werknemer.

Heeft uw werkgever tijdens de arbeidsovereenkomst kosten gemaakt om uw inzetbaarheid buiten de organisatie te bevorderen? Dan kunnen ook deze kosten in overleg met u in mindering worden gebracht.

 

Voor het in mindering kunnen brengen van kosten op de transitievergoeding gelden de volgende voorwaarden:

  • Uw werkgever heeft de kosten gespecificeerd en u hierover geïnformeerd.
  • U stemt vooraf schriftelijk in met het in mindering brengen van de kosten op de transitievergoeding.
    De kosten zijn gemaakt door uw werkgever zelf.
  • De kosten zijn gemaakt ten behoeve van u.
  • Loonkosten mogen niet in mindering worden gebracht. Dit is anders als u en uw werkgever een langere opzegtermijn afspreken en u in deze periode bent vrijgesteld van werk.
  • De kosten staan in een redelijke verhouding tot het doel waarvoor de zijn gemaakt.
  • De kosten komen in mindering op dat deel van de transitievergoeding dat is opgebouwd in de periode waarin de kosten zijn gemaakt of hierna.
  • De kosten kunnen niet elders door uw werkgever worden gedeclareerd.
  • De kosten kunnen niet op u worden verhaald via bijvoorbeeld een studiekostenbeding.

Voor duale opleidingen gelden een aantal van deze voorwaarden niet. Het gaat om opleidingen in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) en duale opleidingen in het hoger en wetenschappelijk onderwijs.

 

Bekijk de voorwaarden voor duale opleidingen in het Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding.

 

Let op: de mogelijkheid om kosten in mindering te brengen die tijdens het dienstverband zijn gemaakt voor scholing wordt verruimd. De wijziging gaat waarschijnlijk in per 1 januari 2020. Op dit moment kan de werkgever alleen kosten in mindering brengen op de transitievergoeding die zijn gericht op het vergroten van de inzetbaarheid van de werknemer buiten de eigen organisatie. Vanaf 2020 kunnen onder voorwaarden ook kosten die zijn gemaakt om de inzetbaarheid van de werknemer in een andere functie binnen de organisatie van de werkgever te vergroten in mindering worden gebracht.

Transitievergoeding in termijnen

Kan uw werkgever de transitievergoeding niet in 1 keer betalen omdat dit de bedrijfsvoering schaadt? Dan kan de werkgever die in termijnen betalen, verspreid over maximaal 6 maanden.

Betaalt uw werkgever de transitievergoeding in termijnen? Dan is hij wel steeds wettelijke rente verschuldigd vanaf 1 maand na het einde van het contract. De rente wordt berekend over dat deel van de transitievergoeding dat nog niet is uitgekeerd.

 

Zie ook:

Nieuwe factsheets en kennisdocumenten WAB
Recht op een vergoeding bij ontslag, transitievergoeding

 
loonadministratie, salarisverwerking, salarisverwerker,loonverwerking,loonverwerker, loonverwerkers, salarisverwerkers, online salarisverwerking, uitbesteden loonadministratie, online salarisverwerking, digitale loonadministratie, ,

door100% Salarisverwerking B.V.

WAB en arbeidsovereenkomsten aangepast!

Lage WW-premie voor overeenkomsten vaste dienst

                  

Werkgevers met werknemers die vóór 1 januari 2020 voor onbepaalde tijd in dienst zijn, krijgen 3 maanden extra de tijd om te voldoen aan de administratieve vereisten voor de lage WW-premie. Dit schrijft minister Koolmees in een brief aan de Tweede Kamer.

 
lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,
 
Werkgevers mogen de lage WW-premie afdragen, ook als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (die geen oproepovereenkomst is) nog niet schriftelijk is vastgelegd. Dit geldt ook als de arbeidsovereenkomst of het addendum nog niet door beide partijen is ondertekend.

 

In deze situaties kunnen werkgevers in de loonaangifte de indicatierubriek ‘schriftelijke arbeidsovereenkomst’ vullen met ‘ja’. Deze coulance geldt alleen voor arbeidsovereenkomsten van werknemers die vóór 1 januari 2020 in dienst zijn gekomen. Voor andere arbeidsovereenkomsten geldt de coulance niet.

 

Uiterlijk voor 1 april 2020 moet voor deze werknemers één van de volgende documenten in de loonadministratie aanwezig zijn:

  • de door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst, of
  • het door beide partijen ondertekende schriftelijke addendum

Daaruit moet blijken dat de werknemer al op uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst was.

 

Als een werkgever niet voor 1 april 2020 aan deze voorwaarden voldoet, maar de arbeidsovereenkomst wel voortduurt na 31 maart, is hij met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 alsnog de hoge WW-premie verschuldigd.

 

Lees meer in de brief van minister Koolmees op rijksoverheid.nl.

 

Zie ook:

 

 

payroll, payrolling, payroll werknemers, payroll werkgevers, payroll uitzendbureau, payroll medewerker, payroll bedrijven, uitzendbureau, flexwerkers, flexwerkers, payrollers, wab payroll, 2020,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking voorwaarden lage WW-premie

Vanaf 1 jan. 2020 moet u per werknemer nagaan of de lage of hoge WW-premie geldt.
            
In deze handreiking leest u welke voorwaarden gelden voor het toepassen van de lage WW-premie.

 

De lage WW-premie geldt voor een werknemer die een arbeidsovereenkomst heeft die voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • De arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd, en
  • De arbeidsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd, en
  • De arbeidsovereenkomst is geen oproepovereenkomst.

In de aangifte loonheffingen moet u deze voorwaarden met een J/N-indicatie in 3 rubrieken vermelden.

Voor de lage WW-premie geeft u de indicaties als volgt op:
voorwaarden lage WW-premie indicaties

Is één van deze indicaties anders, dan geldt de hoge WW-premie.

Let op!

Er zijn hierop een aantal uitzonderingen. Meer hierover leest u in deze handreiking onder het kopje ‘Altijd lage WW-premie’.

 

Addendum

Een eis voor de lage WW-premie is dat een werknemer een schriftelijke arbeidsovereenkomst heeft. Dit mag ook een addendum zijn.

Dit addendum moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Werknemer en werkgever hebben een schriftelijk addendum ondertekend.
  • Hieruit blijkt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is.
  • U bewaart het addendum bij de loonadministratie.

Voorbeeld

Voor een werknemer van wie de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is overgegaan naar onbepaalde tijd, is niet altijd een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanwezig. U past dan de hoge WW-premie toe. Bij een addendum dat voldoet aan bovenstaande voorwaarden, mag u de lage WW-premie toepassen.

 

Digitale arbeidsovereenkomst

Aan de voorwaarde dat een arbeidsovereenkomst schriftelijk is vastgelegd, voldoet u ook bij een digitale arbeidsovereenkomst. U mag een arbeidsovereenkomst bijvoorbeeld scannen. Ook een digitale arbeidsovereenkomst met een digitale handtekening is voldoende als de handtekening voldoet aan de voorwaarden van artikel 3:15a Burgerlijk Wetboek.

 

Oproepovereenkomst

Bij een oproepovereenkomst geldt de hoge WW-premie.
Een werknemer heeft bij een oproepovereenkomst geen zekerheid over het aantal uren dat hij werkt en het loon dat hij ontvangt. Een nul-urencontract en een min-maxcontract zijn voorbeelden van een oproepovereenkomst.

In de volgende gevallen is sprake van oproepovereenkomst:

  • Het aantal uren dat een werknemer werkt is niet vastgelegd per periode van maximaal een maand. Dit geldt ook voor een min-maxcontract; of
  • Het aantal uren dat een werknemer werkt is niet vastgelegd per periode van maximaal een jaar waarbij het loon gelijkmatig over het jaar is gespreid; of
  • De werknemer heeft geen recht op loon als het werk wegvalt vanwege uitsluiting van de loondoorbetalingsplicht (artikel 7:628a lid 9 of artikel 7:691 lid 7 Burgerlijk Wetboek).

 

Seizoensarbeid

In sectoren met seizoensarbeid is het niet altijd mogelijk om werknemers een vast contract met een vast aantal uren per week of maand aan te bieden. De lage WW-premie geldt daarom ook voor een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd waarbij:

  1. het aantal uren per jaar is overeengekomen, en

  2. het recht op loon gelijkmatig over het jaar is gespreid (de jaarurennorm).

 

Altijd lage WW-premie

1. Voor een BBL-leerling die zowel een praktijkovereenkomst als een arbeidsovereenkomst met de werkgever heeft. De werkgever moet een dagtekening op de praktijkovereenkomst zetten en deze in de administratie opnemen. Een BBL-leerling hoeft geen schriftelijke arbeidsovereenkomst te hebben. Er is sprake van een arbeidsovereenkomst als voldaan is aan de voorwaarden arbeid, gezag en loon.

2. Voor een werknemer die jonger is dan 21 jaar en met maximaal 48 verloonde uren per vierwekenaangifte of 52 verloonde uren uur per maandaangifte. U beoordeelt dit per tijdvak.

Voorbeeld

Een 20-jarige werknemer heeft 60 verloonde uren in tijdvak januari. Voor dit tijdvak past u de hoge WW-premie toe. In tijdvak februari heeft hij 35 verloonde uren. Voor dit tijdvak past u de lage WW-premie toe.

Voor de toets aan de leeftijd van 21 jaar geldt de leeftijd die een werknemer had op de eerste dag van de vierwekenaangifte of maandaangifte.

3. Voor uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen: WW, ZW, WIA, WAO en WAZO. Dit geldt niet alleen voor uitkeringen die UWV rechtstreeks aan de werknemer betaalt maar ook als de werkgever de uitkering van UWV ontvangt en aan de werknemer doorbetaalt (werkgeversbetaling). Bovendien geldt de lage WW-premie als een werkgever eigenrisicodrager is en de uitkering zelf betaalt.

 

Altijd hoge WW-premie

Er zijn 2 uitzonderingen waarin u altijd de hoge WW-premie toepast:

  1. Voor een werknemer die een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding heeft.
    Er is dan geen sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
  2. Voor een werknemer met een fictieve dienstbetrekking.

Bij een fictieve dienstbetrekking is geen sprake van een arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 3 Werkloosheidswet.

Let op!

Voor een werknemer die jonger is dan 21 jaar met maximaal 48 verloonde uren per vierwekenaangifte of 52 verloonde uren per maandaangifte, geldt altijd de lage WW-premie. Ook als deze werknemer een fictieve dienstbetrekking heeft.

 

Gerelateerd bericht:

Overzichtsartikel WAB
 
 
loonadministratie, salarisverwerking, salarisverwerker,loonverwerking,loonverwerker, loonverwerkers, salarisverwerkers, online salarisverwerking, uitbesteden loonadministratie, online salarisverwerking, digitale loonadministratie, ,