Tag archief wet en regelgeving

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen werkkostenregeling 2020

De werkkostenregeling (WKR) wijzigt vanaf 1 januari 2020.

                

Hieronder leest u om welke wijzigingen het gaat.

De volgende onderdelen van de WKR wijzigen in 2020:

  • vrije ruimte
  • verklaring omtrent gedrag
  • producten eigen bedrijf
  • aangeven eindheffing

 

Vrije ruimte

De vrije ruimte wordt per 2020 met 0,5 procentpunt verhoogd tot 1,7%. Dat geldt voor de eerste € 400.000 van de loonsom. Voor het bedrag boven € 400.000 blijft het huidige percentage van 1,2% gelden.

Dit verhoogt de vrije ruimte met maximaal € 2.000. Bij een loonsom van € 400.000 bedraagt de vrije ruimte in de nieuwe situatie € 6.800. Nu is dat nog € 4.800.

 

Verklaring omtrent gedrag

Vanaf 2020 valt een vergoeding van de kosten van een aanvraag van een verklaring omtrent gedrag (VOG) onder een gerichte vrijstelling. Dit komt nu nog ten laste van de vrije ruimte.

 

Producten uit eigen bedrijf

Werkgevers mogen werknemers 20% korting geven op producten uit het eigen bedrijf, met een maximum van € 500 per jaar per werknemer. Vanaf 2020 bepaalt u de waarde van deze producten aan de hand van de gebruikelijke verkoop- of winkelwaarde, inclusief btw. Nu kunt u deze waarde nog vaststellen op het bedrag dat de werkgever aan derden in rekening brengt.

 

Aangeven eindheffing

Vanaf 2020 mag u bij overschrijding van de vrije ruimte de eindheffing uiterlijk aangeven bij de aangifte van het 2e aangiftetijdvak van het volgend kalenderjaar. De eindheffing over 2019 moet u nog uiterlijk vermelden bij de aangifte van het 1e tijdvak 2020.

 

Deze wijzigingen gelden vanaf 1 januari 2020 als de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanneemt. Dit wetsvoorstel is onderdeel van het Belastingplan 2020.

 

Bron: Rijksoverheid
 

 

Gerelateerd:

Aanpassing wettelijk minimumloon per 1 januari 2020
Regels ontslagrecht 2020
Nieuwsbrief Loonheffingen 2020 gepubliceerd
Ketenregeling 2020
Loonstrook wat en hoe in 2020?
Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

 
belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken

door100% Salarisverwerking B.V.

Aanpassing wettelijk minimumloon per 1 januari 2020

Per 1 januari 2020 wijzigen de brutobedragen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML).
             
Na afronding komt het aanpassingspercentage op 1,1 procent.

Het wettelijk bruto minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder is bij een volledig dienstverband vanaf 1 januari:

  • € 1.653,60 per maand (nu € 1.635,60)

  • € 381,60 per week (nu € 377,45)

  • € 76,32 per dag (nu € 75,49)

 

Wettelijk minimumjeugdloon

De lonen voor werknemers jonger dan 21 jaar zijn afgeleid van bovenstaande bedragen:

minimumjeugdloon, jeugdloon,minimaal jeugd loon,wml 2020, minimumloon 2020, het minimumloon 2020, minimum loon, wettelijk minimumloon 2020, het bruto wettelijk minimumloon 2020
 
Elk jaar op 1 juli en 1 januari stelt de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze bedragen opnieuw vast.
 
 

Meer informatie

Alle bedragen en een toelichting leest u in de Staatscourant van 10 oktober 2019.
 
Op rijksoverheid.nl staat een rekenhulp om het juiste minimumloon te berekenen.
 
 

Gerelateerd:

Bedragen minimumloon 2020
Wijzigingen voor de loonheffingen 2020
WAB wijzigingen voor 2020
 
regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Transitievergoeding pas als de werknemer erom vraagt?

Mag een werkgever wachten met betalen van transitievergoeding tot werknemer erom vraagt?

           
Een werkgever wacht, volgens beleid, met het betalen van een transitievergoeding tot een werknemer naar de rechter stapt voor uitbetaling. Een werknemer loopt daardoor zijn transitievergoeding mis. Mag dat? Lees het oordeel van het hof.
 
Overheid, wet en regelgeving, rechter, kantongerecht, rechtszaak, rechtbank, rechter, rechtshulp, adviesrecht, rechtspraak, juridische zaken,
 

Wat eraan voorafging

Een werknemer is arbeidsongeschikt en zijn werkgever laat hem weten dat hij na 104 weken arbeidsongeschiktheid een ontslagverzoek bij UWV indient. Na de verkregen toestemming zal het bedrijf de overeenkomst dan met inachtneming van de opzegtermijn beëindigen. Ook maakt het bedrijf dan een eindafrekening van openstaande verlofuren, vakantiegeld en de transitievergoeding.

Als de toestemming van UWV binnen is, krijgt de werknemer een ontslagbrief met allerlei details over de beëindiging. Maar er wordt niets vermeld over de transitievergoeding. En die komt ook niet voor op de eindafrekening die de werknemer in juni ontvangt. Het contract eindigt per 1 juli 2016.

Op 26 augustus belt de advocaat van de werknemer naar de werkgever, maar die belt niet terug. De werknemer schrijft op 27 september nog een brief waarin hij vraagt waarom de transitievergoeding nog niet is uitbetaald. De werkgever antwoordt pas op 11 oktober. De wettelijke vervaltermijn voor het opeisen van de transitievergoeding is dan inmiddels verstreken. De werkgever geeft aan de transitievergoeding om die reden niet uit te betalen.

De werknemer stapt naar de kantonrechter. ‘Als de werkgever in een brief toezegt dat er aan het einde van het dienstverband een transitievergoeding wordt uitbetaald, dan mag de werknemer erop rekenen,’ oordeelt de rechter. Omdat de werkgever dat heeft nagelaten, veroordeelt de kantonrechter de werkgever om dit alsnog te doen. De werkgever gaat in hoger beroep.

 

Bij het hof

De werkgever voert aan dat de werknemer genoeg tijd heeft gehad om bij de rechter aanspraak te maken op de transitievergoeding. Hij kreeg de opzeggingsbrief op 15 december 2015 en de vervaltermijn eindigde op 1 oktober 2016. Maar het hof oordeelt anders. Er was geen verschil van mening over het recht op de vergoeding en ook niet over de hoogte ervan. In de brief van oktober 2015 heeft de werkgever het uitbetalen van de vergoeding in het vooruitzicht gesteld. De werknemer heeft later nog om opheldering gevraagd waarom de betaling uitbleef.

De werknemer hoefde er geen rekening mee te houden dat de werkgever de toegezegde vergoeding niet zou uitbetalen, en dat hij de vergoeding bij de rechter zou moeten claimen. De werkgever heeft gewacht met reageren op het telefoontje en de brief van de werknemer tot de vervaltermijn was verstreken. Dat is de werkgever aan te rekenen, aldus het hof. Het hof oordeelt dan ook dat kijkend naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is naar een verstreken vervaltermijn te kijken, en te denken de werknemer niet meer om de betaling van de transitievergoeding van 17.940 euro zou kunnen verzoeken.

 

Bedrijfsbeleid om te wachten met uitbetalen transitievergoeding

Tijdens de rechtszaak bleek dat het bedrijfsbeleid is om bij het einde van een dienstverband de transitievergoeding niet op eigen initiatief uit te betalen. De werkgever kan hierdoor afwachten of de ex-werknemer naar de rechter stapt om er aanspraak op te maken. Maar het hof vindt dat in strijd met goed werkgeverschap. Het verschuldigd zijn van een transitievergoeding is een invulling van de zorgplicht van de werkgever naar een werknemer die is ontslagen. De termijn is niet bedoeld om te speculeren op het laten verstrijken van een termijn, zodat een bedrijf geen transitievergoeding hoeft te betalen. Het is bedoeld om onenigheid over de transitievergoeding snel op te lossen.

 

In de praktijk

Ook deze uitspraak bevestigt dat het recht op een transitievergoeding stevig staat. Net als uiteindelijk bij de slapende dienstverbanden, wordt gegoochel niet geaccepteerd. Het hof is in deze rechtszaak er ook heel duidelijk over: dit soort misbruik van de vervaltermijn wordt niet gehonoreerd. Een toegezegde transitievergoeding moet simpelweg worden uitbetaald.

 

Uitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2019:2618, 8 oktober 2019.

 

 
verzuim, ziekteverzuim, verzuimoplossingen, verzuim aanpak, plan van aanpak, de Wet verbetering poortwachter, zieke werknemer, verzuimkosten, ziekteverzuimkosten, preventie verzuim, ziekteverzuimpreventie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Boete voor overtreding Wet minimumloon

Een werkgever krijgt een boete dit wegens overtreding van de Wet minimumloon.
             
Hij heeft de loonstroken en urenoverzichten van zijn werknemers niet tijdig verstrekt.

De werkgever had de bescheiden ingeleverd bij het kantoor van zijn accountant, waar de stukken in eerste instantie zijn zoekgeraakt. Dit betekent echter niet dat de overtreding hem niet valt te verwijten, aldus Rechtbank Rotterdam. De werkgever was hiervoor zelf verantwoordelijk.
 
Overheid, wet en regelgeving, rechter, kantongerecht, rechtszaak, rechtbank, rechter, rechtshulp, adviesrecht, rechtspraak, juridische zaken,

Wat is de situatie?

Bij het bedrijf van de werkgever vond op 24 september 2016 een controle plaats. Op het moment van de controle waren in het bedrijf vier personen aan het werk. Deze vier personen zijn aangemerkt als werknemers in de zin van artikel 18b, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml).

Bij brieven van 15 november 2016 en 7 december 2016 heeft de Inspectie SZW gevorderd dat de werkgever met betrekking tot de vier werknemers bescheiden zal verstrekken waaruit het loon, de vakantiebijslag en het aantal gewerkte uren over de periode van 1 september 2016 tot en met 31 oktober 2016 blijkt.

De bescheiden moesten worden verstrekt vóór 21 november 2016 respectievelijk vóór 12 december 2016. De Inspectie SZW heeft de bescheiden niet tijdig ontvangen.

De Inspectie SZW heeft bij brief van 14 februari 2017 de werkgever verzocht te verklaren waarom hij de bescheiden niet heeft verstrekt.

Op 9 maart 2017 heeft de Inspectie SZW een aantal bescheiden van werkgever ontvangen. Het betreft onder meer loonstroken en overzichten van het aantal door de vier werknemers gewerkte uren. In de begeleidende brief van werkgever staat dat hij de stukken van de vordering had aangeleverd bij het administratiekantoor dan wel aan een stagiair en de stukken waren zoek geraakt waardoor het administratiekantoor niets over de geleverde stukken wist.

 

Wat zegt de inspecteur?

Volgens de inspecteur heeft de werkgever artikel 18b, tweede lid, van de Wml overtreden. De overtreding kan de werkgever worden verweten.

Voor de hoogte van de boete is uitgegaan van de boetenormbedragen zoals opgenomen in de Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2017 (Beleidsregel 2017).

 

Wat zegt de werkgever?

De werkgever heeft de gevraagde bescheiden tijdig aan de stagiair van het kantoor van zijn accountant gegeven. De bescheiden zijn hier zoek geraakt en daardoor niet op tijd doorgestuurd. Dit valt werkgever niet te verwijten.

De inspecteur had bij de beslissing op bezwaar moeten betrekken dat de gevraagde bescheiden alsnog zijn verstrekt en dat uit deze bescheiden blijkt dat het minimumloon en de minimumvakantiebijslag door werkgever zijn betaald.

De opgelegde boete is volgens hem disproportioneel in verhouding tot de overtreding. Hierbij is van belang dat werkgever te goeder trouw is geweest en dat het om zeer geringe loonbedragen gaat.

 

Wet- en regelgeving

Op grond van artikel 18b, tweede lid, van de Wml wordt als overtreding aangemerkt het door de werkgever desgevraagd niet of niet tijdig aan de Inspectie SZW verstrekken van bescheiden waaruit het aan de werknemer betaalde loon en de betaalde vakantiebijslag en het aantal door de werknemer gewerkte uren blijkt.

Voor iedere werknemer die het betreft wordt volgens de Beleidsregel 2017 een bestuurlijke boete opgelegd van € 12.000.

De boete wordt gematigd als de werkgever kan aantonen dat sprake is geweest van een arbeidsduur die korter was dan zes maanden.

De werknemers zijn geplaatst in de categorie voor de arbeidsduur van langer dan één maar korter dan drie maanden. Daarbij hoort een boetebedrag van € 7.000 per werknemer.

Omdat de werkgever een natuurlijk persoon is, heeft de inspecteur de boetenormbedragen vermenigvuldigd met 0,5. Dat leidt tot een boete van viermaal € 3.500, te weten: € 14.000. Het boetebedrag wordt verhoogd met 100 procent, omdat de werkgever in 2016 een bestuurlijke boete van
€ 2.400 opgelegd heeft gekregen wegens overtreding van artikel 15, eerste lid, van de Wml.

 

Zelf verantwoordelijk

Dat werkgever de bescheiden had ingeleverd bij het kantoor van zijn accountant, maakt niet dat de overtreding hem niet kan worden verweten. De werkgever was voor het tijdig verstrekken van de bescheiden aan de Inspectie SZW zelf verantwoordelijk. Het kan hem worden verweten dat hij niet heeft toegezien op tijdige doorzending van de bescheiden.

 

Matiging boete?

Nu de inspecteur het boetenormbedrag heeft vermenigvuldigd met 0,5 omdat werkgever een natuurlijke persoon is, kan alleen het feit dat het bedrijf van werkgever een kleine eenmanszaak met een beperkte omzet is, geen reden zijn voor matiging van de boete.

De rechtbank is echter van oordeel dat, ook wanneer uitsluitend het ‘oorspronkelijke’ boetebedrag van
€ 14.000 wordt bekeken, de boete, gelet op de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid, onevenredig hoog is.

De rechtbank oordeelt dat per werknemer een boete van € 1.000 evenredig is, dus € 4.000 in totaal. Dit bedrag moet, gelet op de recidiveregeling, worden verhoogd met 100%. Dat leidt tot een boete van
€ 8.000.

De rechtbank acht oplegging van een boete ter hoogte van dit bedrag passend en geboden.

Voor verdere matiging op grond van de financiële positie van eiser ziet de rechtbank geen aanleiding. De werkgever heeft hiervoor onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiële positie.

 

Uitspraak Rechtbank Rotterdam, 1 november 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8591

 

 
loon, lonen, salaris, salarissen, loonstrook, loonverschillen, loonkloof, minimumloon, wml, wettelijk minimumloon, wettelijk minimumloon, verdienste,

door100% Salarisverwerking B.V.

Bedragen minimumloon 2020

Hoe hoog is het wettelijk minimumloon in 2020?
                   
En hoe hoog is het minimumjeugdloon?
 
De bedragen vanaf 1 januari 2020 vindt u hier.

Het wettelijk minimumloon (WML) is het loon dat u minimaal moet betalen aan uw werknemers. Houdt u aan de wet en voorkom zo conflicten en boetes.
 

Minimumloon 2020 vanaf 21 jaar

Alle medewerkers vanaf 21 jaar hebben recht op het wettelijk minimumloon. Het minimumloon is van toepassing op vast en tijdelijk personeel. Dat staat in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML).
 
Het minimumloon voor volwassenen ouder bij een volledig dienstverband vanaf 21 jaar is € 1.653,60 euro per maand, € 381,60 per week, € 76,32 per dag.
 
De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen 1 januari 2020.
 

Minimumloon, bruto bedragen vanaf 1 januari 2020

Leeftijd: Per maand: Per week: Per dag:
Vanaf 21 jaar € 1.653,60 € 381,60 € 76,32
20 jaar (minimumjeugdloon) € 1.322,90 € 305,30 € 61,06
19 jaar (minimumjeugdloon) € 992,15 € 228,95 € 45,79
18 jaar (minimumjeugdloon) € 826,80 € 190,80 € 38,16
17 jaar (minimumjeugdloon) € 653,15 € 150,75 € 30,15
16 jaar (minimumjeugdloon) € 570,50 € 131,65 € 26,33
15 jaar (minimumjeugdloon) € 496,10 € 114,50 € 22,90

Let op

  • Het minimumloon wordt op 1 juli 2020 opnieuw aangepast.
  • Valt je bedrijf onder een cao? Dan betaal je mogelijk een hoger minimumloon. Kijk goed wat er in je cao staat.
  • Werknemers met een flexibel contract, zoals oproepkrachten en uitzendkrachten, hebben ook recht op het wettelijk minimumloon. En ook personeel uit het buitenland moet je het minimumloon betalen.
  • Voor jongeren onder de 15 jaar is er geen wettelijk minimumloon afgesproken. Je mag zelf het loon bepalen.

Let wel goed op de regels voor werken met jongeren.

 

Minimumloon BBL 2020

Voor werknemers van 18, 19 of 20 jaar die een arbeidsovereenkomst hebben vanuit de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) gelden lagere minimumloonbedragen.

Leeftijd: Per maand: Per week: Per dag:
20 jaar (BBL) € 1.016,95 € 234,70 € 46,94
19 jaar (BBL) € 868,15 € 200,35 € 40,07
18 jaar (BBL) € 752,40 € 173,65 € 34,73

 

Minimumloon 2020 per uur

Wil je weten wat het minimumloon per uur is?

  • Op de site van de Rijksoverheid staat een handige rekenhulpmiddel: minimumloon per uur.
  • Naast het loon ben je verplicht ieder jaar vakantiegeld te betalen. Dat is 8 procent van het bruto loon.

 

Minimumloon, tips voor werkgevers

  • Heeft u vragen over het minimumloon?
  • Zorg altijd voor een heldere loonadministratie en een volledige loonstrook. Daarmee voorkomt u onnodige fouten, conflicten en boetes.
  • Naast de loonkosten zijn er veel extra kosten rondom personeel. Heeft u al een volledig kostenplaatje?
  • Wij kunnen u en uw bedrijf een financieel overzicht geven betreffende personeel, verzuim, kosten, subsidies, loonkostenvoordelen.

 
 

Gerelateerd: