Tag archief Jeugd-LIV

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwe versie ‘Memo verloonde uren’

De Belastingdienst heeft een nieuwe versie ‘Memo verloonde uren ’ gepubliceerd.
                 
In dit document vindt u uitleg over wat verloonde uren zijn. In deze versie zijn een aantal punten aangevuld en verduidelijkt.

Over de volgende onderwerpen is informatie toegevoegd:

  • tijdelijke werkwijze bij werkgeversbetalingen
  • begrip ‘gebruikelijke verloonde uren’
  • uitbetaling van een reguliere WW-uitkering via de werkgever
  • aanvullend geboorteverlof (WIEG)
  • (gedeeltelijk) onbetaald (zorg)verlof

De volgende onderwerpen zijn verduidelijkt:

  • uitbetaling van een WW-uitkering via de werkgever in bijzondere situaties
  • B&W en raadsleden
  • beschikbaarheidsdiensten

Daarnaast is de bijlage over de verloonde uren bij ziekte en arbeidsongeschiktheid verruimd. In deze bijlage vindt u nu informatie over de verloonde uren bij uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen.

 

Ingangsdatum

De wijzigingen gelden met ingang van 1 januari 2021, maar u mag ze ook eerder toepassen.

 

Belang verloonde uren

Het aantal verloonde uren bepaalt het recht op en/of de hoogte van de volgende tegemoetkomingen:

  • lage-inkomensvoordeel (LIV)
  • loonkostenvoordelen (LKV’s)
  • jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV)

De verloonde uren bepalen bovendien de hoogte en duur van een WW-, ZW-, WIA- of WAO-uitkering. Dus ook voor de werknemers is het belangrijk dat u de verloonde uren correct doorgeeft.

 

Standpunten verloonde uren

Omdat er in de praktijk veel vragen komen, hebben het CBS, UWV en de Belastingdienst standpunten geformuleerd om meer duidelijkheid te geven over wat verloonde uren zijn. Deze standpunten vindt u in het ‘Memo verloonde uren’.

U vindt het memo op belastingdienst.nl.
 
 
 
Loonkostensubsidie, Loonkostenvoordelen, lage-inkomensvoordeel, loonkostensubsidie calculator, Regelhulp loonkostenvoordelen, Aanvragen lage-inkomensvoordeel, Loonkostenvoordelen & LIV, LKV

door100% Salarisverwerking B.V.

Werkgeversbetaling in aangifte loonheffingen

Ontvangt een werknemer een uitkering van de UWV dit via de werkgever?
              
En ontvangt hij ook loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van deze werkgever? Dan is sprake van een werkgeversbetaling. In deze handreiking leest u hoe u dit verwerkt in de aangifte loonheffingen.

Deze handreiking geldt voor de situatie dat de werknemer in dienstbetrekking is bij de werkgever.

 

Werkgeversbetaling

Een werkgever en werknemer kunnen afspreken dat de werknemer de uitkering van UWV via de werkgever ontvangt. De werknemer moet UWV daarvoor machtigen.

UWV kan die uitkering aan de werkgever betalen in de vorm van een werkgeversbetaling of instantiebetaling.

De instantiebetaling gebruikt u voor de situatie waarin de werknemer geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking meer van u krijgt, maar u hem nog wel een aanvulling op zijn uitkering betaalt.

Deze handreiking gaat over de werkgeversbetaling. De werkgeversbetaling geldt voor de situatie dat de werkgever de uitkering doorbetaalt en de werknemer nog loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van dezelfde werkgever krijgt.

Bij een werkgeversbetaling betaalt UWV aan de werkgever, behalve de uitkering, ook de premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw over de uitkering.

 

Samenvoegingsregels en witte tabel

Voor de berekening van de loonheffingen telt u de uitkering van UWV, het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en een eventuele aanvulling op de uitkering bij elkaar op. Dit zijn de samenvoegingsregels. Op het totaal past u de witte tabel toe. Ook berekent u over het totaal de premies werknemersverzekeringen.

 

WW-premie

Voor een werkgeversbetaling geldt altijd de lage WW-premie.

Voor een eventuele aanvulling op de uitkering gebruikt u dezelfde WW-premie als voor het reguliere loon.

Inkomstenverhouding

In 2020 en 2021 kunt u kiezen hoe u een werkgeversbetaling in de aangifte verwerkt:

    1. in een aparte inkomstenverhouding
    2. in dezelfde inkomstenverhouding als het loon

 

1. In een aparte inkomstenverhouding

Onderstaande informatie is van toepassing als u de werkgeversbetaling aangeeft in een aparte inkomstenverhouding.

Code soort inkomstenverhouding
U gebruikt de Code soort inkomstenverhouding die bij de werkgeversbetaling hoort:

Tabel code soort inkomstenverhouding bij een soort uitkering

Tabel code soort inkomstenverhouding bij een soort uitkering

Contractloon, contracturen en contractindicaties
U vult deze rubrieken bij deze inkomstenverhouding niet in.

WW-premie
U geeft de lage WW-premie aan.

Verloonde uren
De hoogte van de verloonde uren die u invult in de aparte inkomstenverhouding, hangt af van de soort uitkering die de werkgever doorbetaalt.

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

 

2. In dezelfde inkomstenverhouding als het loon

Onderstaande informatie is van toepassing als u de werkgeversbetaling aangeeft in dezelfde inkomstenverhouding als het loon.

Code soort inkomstenverhouding
U gebruikt de Code soort inkomstenverhouding die geldt voor het reguliere loon.

Contractloon, contracturen en contractindicaties
U vermeldt het contractloon, de contracturen en de contractindicaties die gelden voor het reguliere loon.

WW-premie
Gebruikt u voor het reguliere loon de hoge WW-premie en geeft u de werkgeversbetaling aan in dezelfde inkomstenverhouding als het reguliere loon? Dan vult u de WW-premie als volgt in:

  • U vermeldt de hoge en lage grondslagaanwas gezamenlijk in de rubriek Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf hoog.
  • U vermeldt de hoge en lage WW-premie gezamenlijk in de rubriek Premie AWf hoog.

Aandachtspunt bij LIV, Jeugd-LIV en sommige loonkostenvoordelen
Een uitkering uit de werknemersverzekeringen telt niet mee als jaarloon voor de bepaling van het (jeugd-)LIV en sommige loonkostenvoordelen. Als u de werkgeversbetaling en het reguliere loon opgeeft in één inkomstenverhouding, kan UWV de werkgeversbetaling toch bij het jaarloon tellen. Hierdoor wordt het jaarloon hoger en stelt UWV het (jeugd-)LIV of het loonkostenvoordeel misschien verkeerd vast.

Verloonde uren

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

 

Genietingsmoment werkgeversbetaling

U verwerkt de werkgeversbetaling in de aangifte over het tijdvak waarin de werkgever de uitkering doorbetaalt. Wanneer de werkgever de uitkering van UWV ontvangt, is niet van belang.

 

Aanvulling op uitkering

Soms betaalt de werkgever een aanvulling op de uitkering uit werknemersverzekeringen. Deze aanvulling vermeldt u in de inkomstenverhouding die u gebruikt voor het reguliere loon.

U geeft het bedrag van de aanvulling aan in de rubriek ‘Verstrekte aanvulling op uitkering werknemersverzekering‘.

 

Voorbeeld

Een werknemer heeft een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is. Het maandloon is € 1000. Daarnaast ontvangt de werknemer van de werkgever een WIA-uitkering van € 500 (werkgeversbetaling). Ook ontvangt de werknemer een aanvulling van € 100.

Voor het reguliere loon en de aanvulling geldt de hoge WW-premie. Voor de werkgeversbetaling geldt de lage WW-premie.

 

Uitwerking

U gebruikt 2 inkomstenverhoudingen.

Tabel inkomstenverhouding 1 (regulier loon en aanvulling)

Tabel inkomstenverhouding 1 (regulier loon en aanvulling)

 Tabel inkomstenverhouding 2

Tabel inkomstenverhouding 2 (uitkering)

U gebruikt 1 inkomstenverhouding.

Tabel inkomstenverhouding

Tabel inkomstenverhouding

In dit voorbeeld doet u dit als volgt:

  • U telt de aanwas van de grondslag voor de hoge en lage premie bij elkaar op. Deze aanwas is het bedrag waarover de premies moeten worden berekend. Het totaal geeft u aan in de rubriek ‘Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf hoog’.
  • U telt de lage en hoge WW-premie bij elkaar op. Het totaal geeft u aan in de rubriek ‘Premie AWf hoog’.

 
 

Meer informatie

Paragraaf 7.6.2 Handboek Loonheffingen
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Kennisdocument premiedifferentiatie WW
Memo verloonde uren
 
 

Wetsartikelen

artikel 33 lid 2, letter a Wet loonbelasting
artikel 9.1 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011
artikel 9.4 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011
 
 

2019, 2020, LIV, jeugd LIV,LKV, jeugd liv, jeugd Lage Inkomens Voordeel,liv SV-loon, Sociale Verzekeringsloon, lage-inkomensvoordeel (LIV),belasting,belastingzaken,lage salaris,loonverwerkers,salarisverwerker,salaris,LKV,

door100% Salarisverwerking B.V.

Uurloongrenzen jeugd-LIV 2020

Gemiddeld uurloon voor het jeugd-LIV 2020 is op 18 juni 2020 gepubliceerd in de Staatscourant.
          
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de minimale en maximale bedragen van het gemiddeld uurloon voor het jeugd-LIV 2020 op 18 juni 2020 gepubliceerd.

 

De grenzen voor het gemiddeld uurloon in 2020 zijn:

Uurloongrenzen jeugd-LIV 2020

‘Tabel ondergrens en bovengrens gemiddeld uurloon op leeftijd’

De minimale en maximale bedragen worden 1x per kalenderjaar vastgesteld op het gemiddelde van het minimumuurloon per 1 januari en per 1 juli.

De Staatscourant vindt u op overheid.nl

Toelichting

Een werkgever kan in aanmerking komen voor de tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). Deze tegemoetkoming wordt aangeduid als het minimumjeugdloon voordeel (jeugd-LIV). De werknemer verdient een gemiddeld uurloon waarvoor per leeftijdscategorie een bandbreedte geldt. De bandbreedtes van het gemiddelde uurloon per leeftijdscategorie, genoemd in artikel 3.3 van de Wet tegemoetkomingen loondomein, worden jaarlijks vastgesteld in verband met de indexering van het minimumjeugdloon. Omdat de bedragen van het minimumloon per 1 januari en per 1 juli worden geïndexeerd, worden de bedragen van deze onder- en bovengrens van het gemiddelde uurloon per kalenderjaar afgeleid van het gemiddelde van het minimumuurloon per 1 januari en per 1 juli. Op grond van artikel 3.3, derde lid, van de Wtl, wordt de uitkomst van deze berekening per kalenderjaar bij het begin van de maand juli (als de bedragen voor het minimumloon die gelden bekend zijn) bij ministeriële regeling vastgesteld. Voor het kalenderjaar 2020 voorziet deze regeling daarin. In deze regeling worden per leeftijdscategorie de bedragen voor de onder- en bovengrens vastgesteld afgeleid van het gemiddelde van het bij die leeftijd behorende minimumuurloon op grond van de jaarbedragen voor het minimumloon en vakantiebijslag per 1 januari 2020 en per 1 juli 2020.

Het gemiddelde uurloon dat uiteindelijk in aanmerking wordt genomen, wordt vastgesteld door het jaarloon te delen door het aantal verloonde uren. Voor de vaststelling van de bandbreedte geldt als ondergrens een percentage van het uurloon afgeleid van het geldende minimumloon en het bedrag van wettelijke vakantiebijslag, behorend bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week en als bovengrens een percentage van dit uurloon bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week.

De percentages in artikel 3.3 van de Wtl, horende bij de bandbreedtes per leeftijdscategorie voor de vaststelling van het gemiddelde uurloon, zijn per 1 januari 2020 aangepast aan de tweede verhoging van de minimumjeugdlonen per 1 juli 2019.1 Voor de 20-jarigen wordt bij de bovengrens uitgegaan van het bedrag van de ondergrens van het lage- inkomensvoordeel (LIV) om te voorkomen dat de doelgroepen van jeugd-LIV en LIV elkaar overlappen.

 

Voorwaarden

De werkgever heeft recht op het jeugd-LIV voor een werknemer die voldoet aan 3 voorwaarden. De werknemer:

  • is verzekerd voor 1 of meer werknemersverzekeringen.
  • de werknemer geniet loon uit tegenwoordige arbeid in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3 tot en met 6 van de Ziektewet.
  • heeft een gemiddeld uurloon dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor zijn leeftijd.
  • is op 31 december 2017: 18, 19, 20 of 21 jaar.

Het gemiddeld uurloon is het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van een jaar (kolom 8 van de loonstaat) gedeeld door het aantal verloonde uren in dat jaar. De onder- en bovengrenzen van het gemiddeld uurloon 2020 vindt u in het bericht Grenzen voor gemiddeld uurloon jeugd-LIV 2020 bekend.

 

Let op!

  • De eis van minimaal 1248 verloonde uren geldt niet voor het jeugd-LIV.
  • Werknemers vanaf 21 jaar hebben vanaf 1 juli 2019 recht op het volledige minimumloon. Zij vallen onder het gewone LIV als aan de voorwaarden wordt voldaan.

 

Gerelateerde berichten

Handreiking jeugd-LIV
 
 
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Uitbetaling tegemoetkoming Wtl en bijzonder uitstel van betaling

De uitbetaling vindt in de 1e week van juli plaats.
                 
De Belastingdienst stuurt de definitieve berekeningen Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl) tussen 24 en 30 juni 2020 aan de werkgever.

Deze tegemoetkoming wordt normaal gesproken verrekend met nog te betalen belastingaanslagen. Hebt u bijzonder uitstel gevraagd en gekregen, dan gebeurt dit niet. Nog geen bijzonder uitstel aangevraagd? Doe dit uiterlijk donderdag 18 juni.

 

Let op!

Vraag bijzonder uitstel van betaling online aan en niet schriftelijk. Als u het uitstel schriftelijk aanvraagt, kan de Belastingdienst uw verzoek niet meer op tijd verwerken.

 

Wtl?

De Wtl bestaat uit loonkostenvoordelen, het lage-inkomensvoordeel (LIV) en het lage-inkomensvoordeel voor jongeren (Jeugd-LIV). Hebt u als werkgever recht op een tegemoetkoming Wtl? Dan krijgt u de definitieve berekening van ons tussen 24 juni en 30 juni 2020. De uitbetaling vindt plaats in de 1e week van juli. Moet u nog belastingaanslagen betalen, bijvoorbeeld een naheffingsaanslag loonheffingen of btw? Dan verrekenen wij die normaal gesproken met de tegemoetkoming. Maar dat doen we niet als u voor die aanslagen bijzonder uitstel van betaling hebt gevraagd en gekregen.

 

Alsnog bijzonder uitstel van betaling aanvragen?

Geldt voor u het volgende?

  • U voldoet aan de voorwaarden voor bijzonder uitstel van betaling vanwege de coronacrisis.
  • U hebt nog geen bijzonder uitstel van betaling aangevraagd.
  • U verwacht dat u een tegemoetkoming Wtl krijgt.
  • U wilt niet dat wij de tegemoetkoming verrekenen met openstaande (naheffings)aanslagen.

 
Vraag dan zo snel mogelijk online bijzonder uitstel van betaling aan! Dit kunt u doen tot en met donderdag 18 juni 2020.

Vraag bijzonder uitstel van betaling in dit geval online aan en niet schriftelijk. Als u nu schriftelijk bijzonder uitstel van betaling aanvraagt, kunnen wij uw verzoek niet meer op tijd verwerken.

 

Bron: belastingdienst.nl

 
 

Gerelateerd artikel

Aanvragen verlenging bijzonder uitstel van betaling vanaf 2e helft juni
Geen betaalverzuimboete bij beroep op bijzonder uitstel
Schriftelijke ontvangstbevestiging bijzonder uitstel van betaling
Derde-deskundige bijzonder uitstel boven € 20.000
Uitleg over periode verleend uitstel van betaling belasting
Aanvraagformulier bijzonder uitstel aangepast
Bijzonder uitstel van betaling aanvragen wordt eenvoudiger
 
 

Belastingdienst, belasting,overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Rekenregels 1 juli 2020 zijn beschikbaar

Rijksoverheid heeft de rekenregels gepubliceerd die gelden vanaf 1 juli 2020.
               
De rekenregels geven u inzicht in de gevolgen van de aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon per 1 juli 2020 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau.

Ook eventuele beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen zijn opgenomen in dit document.

Documenten

Rekenregels vanaf 1 juli 2020 Per 1 juli 2020 zijn er aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon. Ze gelden voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het …
Regeling | 09-06-2020

INHOUD

Aanpassing daglonen per 1 juli 2020

In een ministeriële regeling (Staatscourant nr 22092 van 22 april 2020) is geregeld dat het (bruto)minimumloon per dag per 1 juli aanstaande met 1,60% wordt verhoogd. De daglonen van de uitkeringen WAO/WIA, WW en ZW zullen per 1 juli aanstaande eveneens met dat percentage worden verhoogd. Het maximumpremieloon werknemersverzekeringen staat gedurende 2020 vast op € 57.232 op jaarbasis. Het jaarbedrag wordt afgerond naar beneden op hele euro’s.

Minimum(jeugd)lonen

De minimum(jeugd)lonen bedragen per 1 juli 2020 (bruto per maand, per week en per dag, in euro’s, exclusief vakantietoeslag):
minimumjeugdloon 1juli 2020, jeugsalaris, wml 2020, minimumloon 2020,jeugdloon,

LIV en jeugd-LIV

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming aan werkgevers met mensen in dienst die een loon verdienen rond het minimumloon. In de rekenregels per 1 januari 2021 volgen de nieuwe criteria voor het LIV.

De tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (jeugd-LIV) compenseert werkgevers voor de verhoging van het minimumjeugdloon. De criteria voor het jeugd-LIV worden per juli 2020 aangepast. In de volgende tabel staan de resulterende uurlooncriteria voor het jeugd-LIV in 2020:

Uitkeringen op minimumniveau

Bijlage II.1 bevat een overzicht van de AOW- en Anw-uitkeringen. Deze worden respectievelijk afgeleid van het referentieminimumloon voor de AOW en het referentieminimumloon voor de bijstand. Conform de systematiek van de netto-nettokoppeling zijn de brutobedragen aangepast ten opzichte van die van januari 2020.

Sinds 1 januari 2012 wordt de dubbele algemene heffingskorting afgebouwd in het referentieminimumloon voor de bijstand. Dit houdt in dat de algemene heffingskorting met 2,5 procentpunt per half jaar daalt totdat de algemene heffingskorting één keer wordt meegenomen in het referentieminimumloon voor de bijstand.
In de periode 2014-2018 is de afbouw met de helft getemporiseerd.
Ook in de periode 2019 – 2021 wordt de afbouw getemporiseerd. In deze periode daalt de algemene heffingskorting met 1,875 procentpunt per half jaar. Daardoor wordt per 1 juli 2020 de algemene heffingskorting 1,7 keer meegenomen in de berekening van het referentieminimumloon voor de bijstand (als er de afgelopen jaren niet was afgebouwd, was dit 2 keer).

Voor ouderen is een inkomensondersteuning geïntroduceerd die afhankelijk is van de opbouwjaren op grond van de AOW. Deze inkomensondersteuning is niet verwerkt in de bedragen van bijlage II.1, omdat deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. Na indexatie is het bedrag in 2020, bij een volledige AOW-opbouw, € 307,56 per jaar (onveranderd per juli 2020).

In de bedragen zoals gepresenteerd in Bijlage II.1 is de tegemoetkoming voor Anw’ers niet verwerkt, omdat ook deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. De tegemoetkoming voor Anw’ers bedraagt in 2020 € 208,68 per jaar (onveranderd per juli 2020).

Vanaf 1 juli 2015 geldt de kostendelersnorm in de Anw. De norm is per 1 januari 2019 vastgesteld op 50% van het minimumloon. In bijlage II.1 worden de desbetreffende bedragen per 1 juli 2020 vermeld.

De grondslagen voor de uitkeringen Wajong, WAZ en WAZO voor zelfstandigen, die worden afgeleid van de minimum(jeugd)lonen, worden ook per 1 juli 2020 aangepast. De bedragen per dag (exclusief vakantietoeslag) worden onderstaand weergegeven.
bedragen per dag (exclusief vakantietoeslag)

De Regeling tegemoetkoming Wajongers zorgt ervoor dat Wajongers die op 1 januari 18 jaar of ouder zijn, maar nog niet de leeftijd hebben bereikt waarop werknemers recht hebben op het volwassen wettelijk minimumloon, een tegemoetkoming krijgen in aanvulling op de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Voor Wajong-gerechtigden onder de 21 jaar worden de hoogtes van de tegemoetkoming per 1 juli 2020 als volgt aangepast:
Wajong-gerechtigden onder de 21 jaar worden de hoogtes

De uitkeringsgrondslag van de vervolguitkering WW bedraagt € 83,42 per juli 2020.

Toeslagenwet

De Toeslagenwet verstrekt een aanvulling op de loondervingsuitkering krachtens onder andere de Werkloosheidswet, Ziektewet (vangnet), Wajong, WAO, WIA en de IOW indien het inkomen van de betrokkene achterblijft bij het relevante sociaal minimum. Het normbedrag voor gehuwden is gekoppeld aan 100% van het bruto referentieminimumloon.
Het normbedrag van alleenstaanden vanaf 21 jaar bedraagt 70% van het netto referentieminimumloon terwijl de normbedragen van 18- t/m 20-jarigen zijn gekoppeld aan 75% van de desbetreffende nettominimumjeugdlonen. Ook bij de netto gekoppelde uitkeringen van de Toeslagenwet is rekening gehouden met de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon sinds 1 januari 2012.

In bijlage II.3 zijn de nieuwe normbedragen opgenomen. De toeslag bedraagt het verschil tussen de bruto-uitkering en het betreffende normbedrag, waarbij voor sommigen de toeslag is gemaximeerd.

Vanaf 1 juli 2016 geldt de kostendelersnorm in de TW voor 21-jarigen en ouder. De kostendelersnorm is de afgelopen jaren stapsgewijs verlaagd. De kostendelersnorm bedraagt nu 50% voor alle relevante groepen. In bijlage II.3 worden de desbetreffende bedragen per 1 juli 2020 vermeld.

Premies en premiegrenzen

Bijlagen I.1 en II.2 onderstaand beschrijven de premies en premiegrenzen gedurende 2020.

BIJLAGE I.1


(Premie)grenzen per 1 januari 2020 (onveranderd per juli 2020)

BIJLAGE I.2:
Mutaties premies 2020 ten opzichte van 2019 (in procenten)
(Ongewijzigd per 1 juli 2020)


Mutaties premies 2020 ten opzichte van 2019 (in procenten)

Toelichting mutaties

a

In het basispad van het Regeerakkoord zit al een stijging van de basispremie WAO/WIA (in 2020 0,06 procentpunt). Daarnaast wordt de basispremie iets verhoogd om te compenseren voor lagere zorgpremies, voor het verplaatsen van de compensatieregeling transitievergoeding van Awf naar Aof en voor het verplaatsen van de WGA-staartlasten van sectorfondsen naar het Aof.

b

De Whk-rekenpremie is voor 2020 door UWV iets hoger vastgesteld dan in 2019.

c

De Awf-premie heeft vanaf 2020 een laag tarief voor vaste contracten en een hoog tarief voor flexcontracten. Gemiddeld komt de Awf-premie uit op 4,19 procent. De stijging komt voornamelijk door het vervallen van de sectorfondspremie, die gecompenseerd wordt via een hogere Awf-premie.

d

De sectorfondsen vervallen per 2020. Het wegvallen van de sectorfondspremies is lastenneutraal gecompenseerd door de Awf-premie(s) hoger vast te stellen.

e

De UFO-premie wordt iets lager vastgesteld dan in 2019. Dit reflecteert het feit dat de WGA staartlasten niet langer uit het UFO en de sectorfondsen worden betaald, maar uit het Aof.

f

De inkomensafhankelijke zorgpremies dalen voornamelijk vanwege lager dan geraamde zorguitgaven in 2019 en 2020.

g

Het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen en het maximumbijdrageloon voor de Zvw is bijgesteld met de stijging van het wettelijk minimumloon per dag.

Download ‘Rekenregels 1 juli 2020 inclusief bijlage I’

1/3 PDF document | 248 kB
Regeling | 09-06-2020

Download ‘Bijlagen II.1 – II.3’

2/3 PDF document | 195 kB
Regeling | 09-06-2020

Download ‘Bijlagen II.4 – II.5’

3/3 PDF document | 175 kB
Regeling | 09-06-2020

U vindt de rekenregels en bijlagen op rijksoverheid.nl.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid,