Tag archief Jeugd-LIV

door100% Salarisverwerking B.V.

Dien correctiebericht Wtl uiterlijk 1 mei in

De Belastingdienst en de UWV

                     

Als de voorlopige berekening Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) 2020 niet juist is door onjuiste gegevens in uw aangiften, dan kunt u tot en met 1 mei 2021 correctieberichten insturen.

De correcties die u indient na 1 mei neemt UWV niet mee in de definitieve berekening van het loonkostenvoordeel (LKV), lage-inkomensvoordeel (LIV) en jeugd-LIV.

De Belastingdienst verstuurt de definitieve berekening uiterlijk 31 juli 2021.

Kloppen de gegevens in de aangiften loonheffingen wel, maar de voorlopige berekening niet? Of hebt u geen voorlopige berekening gekregen, terwijl u deze wel verwachtte? Bel dan met UWV Telefoon Werkgevers: 0900 – 9295.

Meer informatie over Wtl vindt u in hoofdstuk 26 Handboek Loonheffingen en op uwv.nl/wtl.
 
 
 

Gerelateerd bericht

UWV verstuurt voorlopige berekeningen Wtl 2020
 
 
 
Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking lage-inkomensvoordeel (LIV)

Een werkgever kan een tegemoetkoming in de loonkosten krijgen, als hij een werknemer met een laag loon in dienst neemt of heeft .
    
Dit is het lage-inkomensvoordeel (LIV). In deze handreiking leest u wat de voorwaarden zijn.

Een werkgever heeft recht op het LIV voor elke werknemer die voldoet aan onderstaande 4 voorwaarden.

De werknemer:

  • is verzekerd voor 1 of meer werknemersverzekeringen
  • had een gemiddeld uurloon in 2020 van minimaal € 10,29 en maximaal € 12,87 heeft een gemiddeld uurloon in 2021 van minimaal € 10,48 en maximaal € 13,12
  • heeft ten minste 1.248 verloonde uren per kalenderjaar
  • heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt

 

Gemiddeld uurloon

De minimum- en maximumbedragen van het gemiddelde uurloon zijn gebaseerd op het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder plus 8% vakantietoeslag.

U toetst het gemiddelde uurloon van de werknemer aan het laagste en hoogste uurloonbedrag.

Het gemiddelde uurloon van een werknemer is zijn jaarloon gedeeld door het aantal verloonde uren. Het jaarloon is het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking dat de werkgever aan de werknemer betaalt zolang de werknemer bij de werkgever in dienst is, en is verzekerd voor 1 of meer werknemersverzekeringen.
 
Geen onderdeel van het jaarloon zijn:

  • ZW-uitkeringen die een werkgever als eigenrisicodrager na afloop van de dienstbetrekking betaalt aan een ex-werknemer.
  • WGA-uitkeringen die de werkgever als eigenrisicodrager aan de werknemer betaalt.
  • WAO-, WIA- en WW-uitkeringen die de werkgever namens UWV aan de werknemer betaalt.
  • nabetalingen die de werkgever na afloop van de dienstbetrekking doet.

Als uitgangspunt voor het jaarloon neemt u kolom 8 van de loonstaat.

 

Let op!

Als een werkgever pensioenpremie inhoudt, kan het gemiddeld uurloon lager zijn dan € 10,29 (2020). Als een werknemer onregelmatigheidstoeslagen of bonussen krijgt, kan het gemiddeld uurloon hoger zijn dan € 12,87 (2020). De werkgever heeft dan geen recht op het LIV.

 

Werknemers jonger dan 21 jaar

De minimum- en maximumbedragen van het gemiddeld uurloon gelden ook voor werknemers die jonger zijn dan 21 jaar. Verdienen zij minder, dan ontvangt de werkgever mogelijk het jeugd-LIV.

 

1.248 verloonde uren per kalenderjaar

De voorwaarde van 1.248 verloonde uren per kalenderjaar geldt ook als de werknemer in de loop van het jaar in dienst komt. Deze uren worden niet evenredig verminderd.
Neemt een werkgever een onderneming over, dan tellen de verloonde uren van de werknemers bij de overdragende werkgever niet mee.

 

Meerdere inkomstenverhoudingen

Heeft de werknemer 2 of meer inkomstenverhoudingen bij de werkgever? Bijvoorbeeld omdat hij onder verschillende subnummers valt? Kijk dan naar het gemiddelde uurloon en de verloonde uren van deze inkomstenverhoudingen samen, om te bepalen of u voor deze werknemer recht hebt op het LIV.

 

AOW-leeftijd

Bereikt de werknemer in het begin van een kalenderjaar de AOW-leeftijd en stopt hij daarna met werken? Dan wordt de eis van 1.248 uren waarschijnlijk niet gehaald. De werkgever heeft dan geen recht op het LIV.

Als de werknemer na het bereiken van de AOW-leeftijd doorwerkt, dan tellen de verloonde uren na het bereiken van de AOW-leeftijd mee.
Voldoet de werknemer aan de uren-eis, dan heeft een werkgever nog recht op het LIV voor de verloonde uren van het aangiftetijdvak waarin de werknemer die leeftijd bereikt. Behalve als de werknemer de AOW-leeftijd bereikt op de 1edag van het aangiftetijdvak. Dan heeft een werkgever voor dat tijdvak geen recht meer op het LIV.

Voorbeeld
Een werknemer bereikt op 2 maart de AOW-leeftijd. Hij blijft doorwerken. In het kalenderjaar heeft hij meer dan 1.248 verloonde uren. De werkgever heeft recht op het LIV voor de tijdvakken januari, februari en maart. Vanaf april stopt het recht op het LIV.
Als hij op 1 maart de AOW-leeftijd bereikt, dan stopt het recht op LIV vanaf maart.

 

Geen aanvraag LIV

Een werkgever hoeft het LIV niet aan te vragen. UWV gebruikt de rubriek ‘Aantal verloonde uren’ in de loonaangifte om vast te stellen of een werkgever recht heeft op het LIV. Het is daarom belangrijk dat u deze rubriek correct invult.

 

Wanneer ontvangt een werkgever het LIV over 2020?

De Belastingdienst betaalt het LIV uiterlijk op 12 september 2021.

 

Berekening LIV

1. Een werkgever ontvangt van UWV vóór 15 maart 2021 een voorlopige berekening van het LIV. Die berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over 2020 die u tot en met 31 januari 2021 hebt gedaan.

2. Bent u het niet eens met die berekening, of vindt u dat u ten onrechte geen voorlopige berekening hebt gekregen? Dan kunt u tot en met 1 mei 2021 correcties over 2020 sturen. Die neemt UWV nog mee in de definitieve berekening van het LIV.
Correcties na 1 mei neemt UWV niet meer mee in de definitieve berekening, maar wel in de polisadministratie. Zijn uw aangiften juist, neem dan contact op met UWV.

3. UWV stelt vast of een werkgever recht heeft op het LIV en berekent de hoogte hiervan. De Belastingdienst krijgt deze informatie van UWV en maakt hiervoor een beschikking op. De werkgever ontvangt deze beschikking vóór 1 augustus 2021.

4. De Belastingdienst betaalt het LIV uiterlijk op 12 september 2021 aan de werkgever.

 

Hoogte LIV

De hoogte van het LIV hangt af van het aantal verloonde uren.

Recht op LIV en LKV Als een werkgever voor een werknemer recht heeft op het LIV en het loonkostenvoordeel (LKV), dan ontvangt hij alleen de hoogste tegemoetkoming. Zijn de bedragen van het LIV en het LKV even hoog, dan ontvangt hij alleen het LKV.  Regelhulp financieel CV U kunt inzicht krijgen of een werkgever recht heeft op het LIV met de Regelhulp financieel CV. Deze regelhulp geeft ook een schatting over de hoogte van het inkomensvoordeel.  Wetsartikelen Artikel 3.1 en 3.2 Wet tegemoetkoming loondomein  Meer informatie  Handboek loonheffingen (paragraaf 26.2 en 26.4) Kennisdocument Wtl (hoofdstuk 2) Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2021  (pagina 142 tot en met 144) Instructietabel verloonde uren Memo verloonde uren  Gerelateerde handreikingen Nabetalingen geen onderdeel van jaarloon LIV  Vragen over LIV en LKV  Handreiking jeugd-LIV

 

Recht op LIV en LKV

Als een werkgever voor een werknemer recht heeft op het LIV en het loonkostenvoordeel (LKV), dan ontvangt hij alleen de hoogste tegemoetkoming. Zijn de bedragen van het LIV en het LKV even hoog, dan ontvangt hij alleen het LKV.

 

Regelhulp financieel CV

U kunt inzicht krijgen of een werkgever recht heeft op het LIV met de Regelhulp financieel CV. Deze regelhulp geeft ook een schatting over de hoogte van het inkomensvoordeel.

 

Wetsartikelen

Artikel 3.1 en 3.2 Wet tegemoetkoming loondomein

 

Meer informatie

Handboek loonheffingen (paragraaf 26.2 en 26.4)
Kennisdocument Wtl (hoofdstuk 2)
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2021 (pagina 142 tot en met 144)
Instructietabel verloonde uren
Memo verloonde uren

 
 

Gerelateerde handreikingen

Nabetalingen geen onderdeel van jaarloon LIV
Vragen over LIV en LKV
Handreiking jeugd-LIV
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Vragen over LIV en LKV (update 11 maart 2021)

In deze handreiking vindt u de antwoorden op veelgestelde vragen over het lage inkomensvoordeel (LIV) en de loonkostenvoordelen (LKV).

De jaartallen zijn aangepast. Daarnaast zijn een aantal tekstuele aanpassingen gedaan.

Hieronder vindt u de antwoorden op 15 vragen over het LIV en 3 vragen over het LKV.
 

Vragen over het lage-inkomensvoordeel (LIV)

 

1. Hoe moet ik het LIV aanvragen?

U hoeft geen verzoek te doen. Ook hoeft u geen vakje aan te vinken in de aangifte. U hebt geen doelgroepverklaring nodig. UWV beoordeelt op basis van uw aangiften loonheffingen voor welke werknemers u recht hebt op het LIV. Belangrijk is dat u het aantal verloonde uren goed invult. Meer informatie over verloonde uren vindt u in het memo verloonde uren.

 

Let op!

Voor de LKV moet u in de aangifte in het betreffende tijdvak de indicatie voor het betreffende loonkostenvoordeel op ‘ja’ zetten. U moet dan wel een doelgroepverklaring hebben.

 

2. Hoe wordt het LIV toegepast als een werknemer in de loop van het jaar in dienst komt?

Het LIV geldt voor banen van ten minste 1248 verloonde uren op jaarbasis. Voor een werknemer die gedurende het jaar in dienst komt, geldt deze eis ook. Het aantal van 1248 verloonde uren wordt niet tijdsevenredig herleid. UWV bepaalt op basis van de polisadministratie of aan deze eis is voldaan.

Dit geldt ook voor een werknemer die in de loop van het jaar uit dienst gaat.

 

3. Wordt het LIV aan de werknemer uitgekeerd?

Nee, de Belastingdienst betaalt het LIV uit aan de werkgever. De werkgever ontvangt een beschikking van de Belastingdienst en ontvangt het bedrag binnen 6 weken na de datum op de definitieve vaststelling LIV.

 

4. Wanneer en van wie ontvang ik het LIV over 2020?

Vóór 15 maart 2021 ontvangt u van UWV een voorlopig overzicht van het bedrag aan LIV waar u recht op hebt en een overzicht van de werknemers waarvoor u recht op LIV hebt. Dit voorlopig overzicht stelt UWV op aan de hand van de loonaangiften die u hebt ingediend tot en met 31 januari 2021. Eventuele fouten kunt u tot en met 1 mei 2021 herstellen door het insturen van correctieberichten.

Correctieberichten die de Belastingdienst na 1 mei 2021 ontvangt, komen wel in de polisadministratie maar blijven buiten de berekening van het LIV.

De Belastingdienst stuurt u vóór 1 augustus 2021 een beschikking met het definitieve bedrag aan LIV. Uiterlijk 12 september 2021 betaalt de Belastingdienst het LIV uit.

 

5. Klopt het dat correcties over 2020 die na 1 mei 2021 worden ingediend, niet meer worden meegenomen bij de bepaling van de hoogte van het LIV?

Ja, dit klopt. Correctieberichten die de Belastingdienst na 1 mei 2021 heeft ontvangen, tellen niet meer mee voor de bepaling van het LIV over 2020. De gegevens worden wel opgenomen in de polisadministratie van UWV.

De correcties over 2020 die u indient na 1 mei 2021, worden ook niet meer meegenomen in de berekening van het LIV in 2021.

 

6. Op welk rekeningnummer wordt het LIV uitbetaald?

De Belastingdienst maakt het LIV over naar het rekeningnummer dat hoort bij subnummer 01 van het loonheffingennummer.

 

7. Komen stagiaires ook in aanmerking voor het LIV?

Als stagiaires in een fictieve dienstbetrekking werken, kan het LIV van toepassing zijn. Voor de ziektewet zijn stagiaires wel werknemers (artikel 1.1, onderdeel b Wtl). Wel is de kans groot dat niet aan de voorwaarde van het gemiddelde uurloon wordt voldaan, waardoor geen recht bestaat op het LIV.

 

8. Komt de werkgever in aanmerking voor het LIV als zijn werknemer 20 jaar is?

De voorwaarde is dat het loon minstens 100% bedraagt van het volledig wettelijk minimumloon, dus het minimumloon voor 21-jarigen en ouder. Als een werknemer jonger is dan 21 jaar en ditzelfde loon ontvangt, heeft de werkgever ook recht op de tegemoetkoming.

 

9. Een werknemer met een minimumloon ontvangt een toeslag voor bijvoorbeeld nachtdiensten. Is het LIV dan nog van toepassing?

Een toeslag of een bonus kan ervoor zorgen dat het jaarloon van de werknemer boven de grens van 125% van het wettelijk minimumloon uitkomt. Het LIV is dan niet van toepassing.

 

10. De werknemer ontvangt het wettelijk minimumloon. De werkgever houdt hierop een deel van de pensioenpremie in. Is het LIV dan nog van toepassing?

De inhouding van de pensioenpremie op het loon kan ervoor zorgen dat het jaarloon van de werknemer beneden de grens van 100% van het wettelijk minimumloon uitkomt. Het LIV is dan niet van toepassing.

 

11. Hoe wordt omgegaan met de eis van 1.248 verloonde uren van het LIV als sprake is van een bedrijfsovername of overname van personeel? Stel: de werknemer heeft in het eerste halfjaar 650 uur gewerkt en na overname nogmaals 650 uur. Mag ik dit dan samen tellen?

De voorwaarde van ten minste 1.248 verloonde uren per jaar geldt per werkgever. Er is geen uitzondering bij een bedrijfsovername of een overname van personeel. In het voorbeeld van deze vraag hebben beide werkgevers daarom geen recht op het LIV.

 

13. Een werknemer wordt verloond onder verschillende subnummers. Hoe moet ik hiermee omgaan bij het LIV?

De beoordeling van het LIV vindt plaats per werkgever. Subnummers zijn geen aparte werkgevers maar een administratieve aangelegenheid. Als u een werknemer onder meerdere subnummers verloont, moet u de verloonde uren en het jaarloon van de subnummers bij elkaar optellen.

 

14. Een werknemer wordt verloond onder verschillende inkomstenverhoudingen. Hoe wordt hiermee omgegaan bij LIV?

De beoordeling van het LIV vindt plaats per werkgever. Als u een werknemer onder meerdere inkomstenverhoudingen verloont, moet u de verloonde uren en het jaarloon van de verschillende inkomstenverhoudingen bij elkaar optellen.

 

15. Het LIV is niet langer van toepassing als een werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Een werknemer bereikt op 2 mei 2020 de AOW-gerechtigde leeftijd en stopt met werken. In deze periode is niet voldaan aan de eis van de 1.248 verloonde uren. Kan ik deze uren naar rato berekenen?

De eis van 1.248 verloonde uren geldt per kalenderjaar en wordt niet tijdsevenredig herleid. Als er in de periode januari tot en met mei 2020 minder verloonde uren zijn dan 1.248, bestaat er geen recht op LIV.

De verloonde uren van het aangiftetijdvak waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt, tellen nog mee. Doet de werkgever maandaangifte, dan tellen de verloonde uren van de maand mei ook nog mee.

 

Let op!

Blijft de werknemer na het bereiken van de AOW-gerechtige leeftijd doorwerken? Dan tellen de verloonde uren na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd mee bij de vaststelling of aan de absolute eis van ten minste 1248 verloonde uren is voldaan.

Als de AOW-gerechtigde werknemer in het gehele kalenderjaar ten minste 1248 uur werkt, bestaat recht op het LIV voor de verloonde uren van de maanden januari tot en met april 2020. Het recht op het LIV stopt altijd na het bereiken van de AOW-gerechtige leeftijd.

 

Vragen over de Loonkostenvoordelen (LKV)

 

1. Als in 2017 een premiekorting van toepassing is, vindt dan in 2018 opnieuw toetsing plaats aan de voorwaarden van LKV?

Lopende premiekortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer worden per 1 januari 2018 onder voorwaarden omgezet in het desbetreffende LKV voor de resterende looptijd. De premiekorting moet in de laatste loonaangifte over 2017 zijn toegepast en de indicatie premiekorting moet op ‘ja’ staan. In de loonaangiften van 2018 moet u de indicatie voor het betreffende loonkostenvoordeel op ‘ja’ zetten.

 

2. Houd ik recht op LKV bij omzetting van een vof in een bv?

Als een vof wordt omgezet in een bv, bestaat geen recht (meer) op LKV.
Om in aanmerking te komen voor het LKV moet sprake zijn van een indiensttreding of een herplaatsing. Bij omzetting van vof naar bv is sprake van een overgang van onderneming als bedoeld in artikel 7:662 BW. De overnemende werkgever zet in dat geval de arbeidsovereenkomst voort. Er is geen sprake van een indiensttreding of een herplaatsing. Voor de overnemende werkgever bestaat daarom geen recht op het LKV.

Ook komt de overnemende werkgever niet in aanmerking voor de resterende duur van het LKV van de overdragende werkgever. De Wtl kent namelijk geen regeling, zoals opgenomen in artikel 3.22 Regeling Wfsv, voor de premiekortingen oudere en arbeidsgehandicapte werknemer. Op grond van dat artikel mag de werkgever die de onderneming overneemt, de premiekorting die de overdragende werkgever toepaste bij de overgang voortzetten gedurende de resterende termijn.

 

3. Hoe moet ik het LKV aanvragen?

Voordat u het LKV kan aanvragen, moet u een doelgroepverklaring hebben. Daarna moet u in de aangifte over het betreffende tijdvak de indicatie voor het juiste loonkostenvoordeel op ‘ja‘ zetten.
 
 
Aangifte loonheffingen, 2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwe versie Kennisdocument Wtl

Versie 8.0 van het Kennisdocument Wet tegemoetkomingen loondomein ( Wtl ) is gepubliceerd op de internetsite van de Rijksoverheid.
    

In het nieuwe document zijn de volgende wijzigingen voor 2021 opgenomen:

  • Aanpassing van bedragen lage inkomensvoordeel (LIV)
  • Indexering uurloongrenzen LIV
  • De bedragen en jaartallen zijn geactualiseerd

 

Wat houdt de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl)in?

Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) van kracht. In deze wet zijn drie nieuwe tegemoetkomingen in de loonkosten voor werkgevers geïntroduceerd om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen of te houden. Het hebben van werk is belangrijk voor mensen, niet alleen voor het inkomen maar ook voor de persoonlijke ontwikkeling en sociale contacten.
Werkgevers worden met de instrumenten in de Wtl gestimuleerd om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt deze kans te geven. De Wtl vervangt de premiekortingen arbeidsgehandicapte werknemer en oudere werknemer door een loonkostenvoordeel (LKV) voor deze groepen. Daarnaast bestaat de Wtl uit het lage-inkomensvoordeel (LIV) en het jeugd-LIV.
Het jeugd-LIV heet officieel ‘tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon’. De tegemoetkomingen zijn losgekoppeld van de verschuldigde premies werknemersverzekeringen. Door het financiële voordeel gewoon uit te laten betalen door de Belastingdienst, profiteren de werkgevers die er recht op hebben volledig van de tegemoetkomingen.
 

Uit welke soorten tegemoetkomingen bestaat de Wtl?

De Wtl bestaat uit driesoorten tegemoetkomingen voor werkgevers:

    1. Lage-inkomensvoordeel (LIV);
    2. Tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (ook wel jeugd-LIV genoemd);
    3. Loonkostenvoordeel (LKV).

 
PDF download
Het Kennisdocument Wtl pdf

 
U vindt het Kennisdocument Wtl op rijksoverheid.nl.
 
 
 
2021, 2021, LIV, jeugd LIV,LKV, jeugd liv, jeugd Lage Inkomens Voordeel, liv SV-loon, Sociale Verzekeringsloon, lage-inkomensvoordeel (LIV),belasting, belastingzaken, lage salaris, loonverwerkers, salarisverwerker, salaris, LKV, Kennisdocument Wtl,

door100% Salarisverwerking B.V.

Uurloongrenzen LIV 2021

De uurloongrenzen voor het lage – inkomensvoordeel zijn gewijzigd dit jaar .
             
De grenzen zijn aangepast aan de stijging van het minimumloon.

De hoogte van het LIV is afhankelijk van het aantal verloonde uren en van het gemiddeld uurloon.

Hieronder vindt u de uurloongrenzen voor 2021.

Uurloongrenzen voor 2021
 

Uurloongrenzen voor 2021

U vindt de wijziging in de Staatscourant op de internetsite van Overheid.nl.
 

Meer informatie

uwv.nl

 

Wetsartikelen

Artikel 3.1 en 3.2 Wet tegemoetkomingen loondomein

 
 
 

Gerelateerd

Minimumloon in 2021, per leeftijd, per dag, per uur
Uurloongrenzen jeugd-LIV 2020
Nieuwe versie Kennisdocument Wtl
Wat te doen LIV?
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021
Loonbelastingtabellen 2021 beschikbaar
Aanvraagformulier 30%-regeling 2021
2e uitgave ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2021’
 
 

uurloongrenzen voor 2021, LIV 2021, Codes voor de aangifte loonheffingen 2021, Belastingdienst

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwe versie ‘Memo verloonde uren’

De Belastingdienst heeft een nieuwe versie ‘Memo verloonde uren ’ gepubliceerd.
                 
In dit document vindt u uitleg over wat verloonde uren zijn. In deze versie zijn een aantal punten aangevuld en verduidelijkt.

Over de volgende onderwerpen is informatie toegevoegd:

  • tijdelijke werkwijze bij werkgeversbetalingen
  • begrip ‘gebruikelijke verloonde uren’
  • uitbetaling van een reguliere WW-uitkering via de werkgever
  • aanvullend geboorteverlof (WIEG)
  • (gedeeltelijk) onbetaald (zorg)verlof

De volgende onderwerpen zijn verduidelijkt:

  • uitbetaling van een WW-uitkering via de werkgever in bijzondere situaties
  • B&W en raadsleden
  • beschikbaarheidsdiensten

Daarnaast is de bijlage over de verloonde uren bij ziekte en arbeidsongeschiktheid verruimd. In deze bijlage vindt u nu informatie over de verloonde uren bij uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen.

 

Ingangsdatum

De wijzigingen gelden met ingang van 1 januari 2021, maar u mag ze ook eerder toepassen.

 

Belang verloonde uren

Het aantal verloonde uren bepaalt het recht op en/of de hoogte van de volgende tegemoetkomingen:

  • lage-inkomensvoordeel (LIV)
  • loonkostenvoordelen (LKV’s)
  • jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV)

De verloonde uren bepalen bovendien de hoogte en duur van een WW-, ZW-, WIA- of WAO-uitkering. Dus ook voor de werknemers is het belangrijk dat u de verloonde uren correct doorgeeft.

 

Standpunten verloonde uren

Omdat er in de praktijk veel vragen komen, hebben het CBS, UWV en de Belastingdienst standpunten geformuleerd om meer duidelijkheid te geven over wat verloonde uren zijn. Deze standpunten vindt u in het ‘Memo verloonde uren’.

U vindt het memo op belastingdienst.nl.
 
 
 
Loonkostensubsidie, Loonkostenvoordelen, lage-inkomensvoordeel, loonkostensubsidie calculator, Regelhulp loonkostenvoordelen, Aanvragen lage-inkomensvoordeel, Loonkostenvoordelen & LIV, LKV