Tag archief Handboek Loonheffingen

door100% Salarisverwerking B.V.

Belastingdienst kan loonaangifte niet verwerken na afvoer LH-nummer

De werkgever ontvangt brief van de Belastingdienst .
                  
Bij aangifte loonheffingen kan de Belastingdienst niet de aangifte verwerken nadat het loonheffingennummer is afgevoerd.

 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2019, loonheffingen 2019, belastingdienst, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris.pensioen,premies,
 
Uit de praktijk blijkt dat het niet altijd duidelijk is tot wanneer u nog aangifte loonheffingen moet doen, nadat u hebt doorgegeven dat het loonheffingennummer afgevoerd mag worden.

Als de Belastingdienst het verzoek om afvoer van het loonheffingennummer heeft ontvangen, krijgt de werkgever de brief ‘Mededeling loonheffingen intrekking aangiftebrief ’. In deze brief staat per wanneer u geen aangifte loonheffingen meer hoeft te doen.

Dient u na deze datum nog een aangifte in, dan kan de Belastingdienst de aangifte niet verwerken. De werkgever ontvangt in dat geval de brief ‘Mededeling loonheffingen onverwerkbare aangifte’.

Informeer bij de werkgever naar de brief ‘Mededeling loonheffingen intrekking aangiftebrief ’. Als hij deze brief niet ontvangen heeft, kan hij een duplicaat aanvragen via de Belastingtelefoon.
 

Betaling na afvoer loonheffingennummer

Doet de werkgever na afvoer loonheffingennummer nog een uitbetaling over een periode dat er geen aangifteplicht was, moet u de werkgever opnieuw aanmelden. U kunt hiervoor een brief sturen naar het belastingkantoor. Nadat u de ‘Aangiftebrief Loonheffingen’ heeft ontvangen kunt u de aangifte voor de nabetaling indienen.

Meer informatie over einde inhoudingsplicht vindt u in hoofdstuk 15 Handboek Loonheffingen.
 
 

Gerelateerd:

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020
Ontslagvergoeding in de aangifte loonheffingen hoe?
Wijzigingen voor de loonheffingen 2020
Nieuwe pdf Handboek Loonheffingen 2019
 
 
regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking gebruikelijkloonregeling vernieuwd

U bent een werknemer in een vennootschap of coöperatie waarin u een aanmerkelijk belang hebt?

           

Dan geldt voor u de gebruikelijkloonregeling. Ook is de opbouw van de handreiking gewijzigd.

belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,

Wat is de gebruikelijkloonregeling?

De gebruikelijkloonregeling houdt in dat een aanmerkelijkbelanghouder wordt geacht een loon te krijgen dat normaal is voor het niveau en de duur van zijn arbeid. De gebruikelijkloonregeling geldt dus voor een persoon die werkt voor een vennootschap of een coöperatie waarin hij of zijn fiscale partner een aanmerkelijk belang heeft.
 

Het gebruikelijk loon moet minimaal het hoogste bedrag zijn van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking
  • het loon van de meestverdienende werknemer bij de vennootschap of van de meestverdienende werknemer van een verbonden vennootschap van de werkgever
  • ten minste € 45.000

 

Is uw gebruikelijk loon € 5.000 of lager?

Is het gebruikelijk loon € 5.000 of lager? En kunt u dat aantonen? Dan geeft u voor dat werk het loon aan dat u kreeg. De grens van € 5.000 geldt voor het totaal van uw werkzaamheden voor alle vennootschappen of coöperaties waarin u een aanmerkelijk belang hebt. De grens geldt dus niet per onderneming.
 

Hebben anderen een lager loon?

Is het gebruikelijk dat anderen bij de meest vergelijkbare werkzaamheden een lager loon krijgen? En kunt u dat aannemelijk maken? Dan stellen wij het loon op dat lagere bedrag. Daarbij moet u een vergelijking maken met de meest vergelijkbare werkzaamheden uit loondienst waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt.
 

Start-ups

Werkt u voor start-ups? Dan geldt een versoepeling van de gebruikelijkloonregeling. U mag in dat geval het wettelijk minimumloon nemen als gebruikelijk loon. Of, als dat lager is, het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Dit laatste moet u aannemelijk maken.

Om aangemerkt te kunnen worden als een start-up, moet uw werkgever voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Uw werkgever heeft in een kalenderjaar een S&O-verklaring.
  • Uw werkgever heeft in een kalenderjaar recht op het verhoogde starterspercentage (zie paragraaf 25.1.2 van het Handboek Loonheffingen).
  • Uw werkgever komt niet uit boven het ‘de minimis’-plafond voor wat betreft staatssteun volgens het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Voor werknemers die zijn verzekerd voor de werknemersverzekeringen, moet de werkgever een Verklaring De-minimissteun aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Voor een directeur-grootaandeelhouder geldt deze voorwaarde niet (zie paragraaf 16.1.1 van het Handboek Loonheffingen).

Heeft uw werkgever voor slechts een deel van het kalenderjaar een S&O-verklaring en recht op het verhoogde starterspercentage? Dan geldt deze regeling toch voor het hele kalenderjaar.

U mag de start-upregeling maximaal 3 jaar toepassen. Daarna geldt weer de hoofdregel.
 

Handboek loonheffingen

Meer over de gebruikelijkloonregeling leest u in Handboek loonheffingen Thema’s
 
 

Gerelateerd:

 
personeelszaken, personeelsdiensten,financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers, loonadministratie, salarisverwerking,

door100% Salarisverwerking B.V.

Vergoeding studiekosten kind werknemer onbelast

De Belastingdienst laat weten op welke manieren een werkgever een werknemer met studerende kinderen een onbelaste studiekostenvergoeding kan geven.

Nieuwsbrief Loonheffingen 2019, loonheffingen 2019, belastingdienst, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris.pensioen,premies,
 
Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2019 in de Tweede Kamer is een motie aangenomen met het verzoek aan de regering om in het Handboek Loonheffingen op te nemen welke mogelijkheden er voor werkgevers zijn om een studietoelage te verstrekken aan de studerende kinderen van werknemers, zodat volstrekt duidelijk is hoe deze mogelijkheden fiscaal correct ingezet kunnen worden.

Zie: motie-Omtzigt/Bruins over een studietoelage uit een fonds van de werkgever.

Informatie hierover is opgenomen in de vierde versie van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2019 en heeft de Belastingdienst nu verduidelijkt. In het Handboek Loonheffingen volgt later dit jaar nog meer informatie over het geven van een belastingvrije studietoelage aan kinderen van werknemers.

overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

Groene tabel

Als de werkgever het kind van de werknemer zelfstandig een studietoelage toekent, dan ziet de Belastingdienst dit als inkomen. Op dit inkomen moet u op de gebruikelijke manier loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden volgens de groene tabel.

Is de studietoelage van het kind niet hoger dan € 6.759 en laat de student bij u de loonheffingskorting toepassen? Dan hoeft u géén loonbelasting/premie volksverzekeringen in te houden.
 

Drie manieren

Als een werkgever werknemers in dienst heeft met studerende kinderen, dan kan hij de studiekosten vergoeden. Dit kan belastingvrij op drie manieren:

  • De werkgever geeft de werknemer een vergoeding voor het studiegeld van het kind. U gebruikt daarvoor de vrije ruimte van de werkkostenregeling en wijst deze vergoeding aan als eindheffingsloon.
  • De werkgever kent de toelage direct aan het kind zelf toe. Tot € 2.477 is dit eigen inkomen belastingvrij. Dit bedrag ligt namelijk binnen de grenzen van de algemene heffingskorting.
  • De werkgever richt een studiefonds op. De uitkeringen uit dit fonds zijn onder voorwaarden belastingvrij.

 

Studiefonds

Uitkeringen en verstrekkingen uit fondsen die aan de dienstbetrekking zijn verbonden, horen onder de volgende voorwaarden niet tot het loon.

  • Het gaat niet om uitkeringen en verstrekkingen voor adoptie en overlijden, voor ziekte, invaliditeit en bevalling.
  • De werknemer heeft geen vrijgestelde aanspraak op de uitkeringen of verstrekkingen.
  • Werknemers die aan het fonds bijdragen, hebben de laatste vijf jaar gezamenlijk minstens evenveel bijgedragen als de werkgever. Als het fonds nog geen vijf jaar bestaat, gaat u uit van de periode vanaf de oprichting van het fonds tot aan het jaar waarin de uitkering of verstrekking plaatsvindt.

Bijdragen van de werknemer aan het fonds houdt u in op het nettoloon. Deze bijdragen zijn dus niet aftrekbaar.
 
Zie Handboek Loonheffingen, paragraaf 19.2.2
 

Toevoegingen

In de loop van het jaar voegt de fiscus informatie toe aan het Handboek Loonheffingen 2019 over het geven van een belastingvrije studietoelage aan kinderen van werknemers. Het gaat om de volgende toevoegingen:

  • de bestaande dienstbetrekking van de ouder kan leiden tot een dienstbetrekking voor het kind. Dat betekent dat het kind door de studietoelage op de loonlijst van de werkgever komt. (paragraaf 1.1)
  • een voorbeeld van een vergoeding voor het studiegeld die als eindheffingsloon kan worden aangewezen (paragaaf 4.2)
  • bij een eenmalige studietoelage aan het kind van de werknemer hoeft de werkgever geen bijdrage Zvw in te houden (paragraaf 6.2.2)
  • de groene loonbelastingtabel is van toepassing bij een studietoelage aan het kind van de werknemer (paragraaf 7.3.3)
  • een voorbeeld van een studiefonds van de werkgever voor studerende kinderen van werknemers (paragraaf 19.2.2)

 
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwsbrief Loonheffingen 2019

De *4e versie van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2019 is te downloaden.

              

In de nieuwsbrief vindt u informatie over de nieuwe regels sinds 1 januari 2019 voor het inhouden en betalen van loonheffingen.

nieuwe regels voor het inhouden en betalen van de loonheffingen 1 januari 2019. Handboek Loonheffingen, loonheffingen belastingdienst, belastingen loon, salaris heffingen,
 

In de 4e uitgave heeft de Belastingdienst vier onderwerpen toegevoegd:

  • Bedragen gemiddeld uurloon lage-inkomensvoordeel 2019
  • Tarief 2e schijf speur- en ontwikkelingswerk omhoog
  • Maximale looptijd 30%-regeling van 8 naar 5 jaar
  • Belastingvrije studietoelage voor kinderen van werknemers

De tarieven, bedragen en percentages met ingang van 1 januari 2019 zijn daardoor verplaatst van punt 10 naar punt 14.
 

Verder is het volgende aangepast:

  • Bij punt 1 (Belastingdeel heffingskortingen alleen nog voor inwoners van Nederland) is de tekst aangepast van de laatste alinea onder ‘Inwoner van Nederland of niet’. En onder ‘Hoe bepaalt u van welk land een werknemer inwoner is?’ is de 1e alinea ingekort en de laatste alinea verwijderd.
  • Bij punt 6 (Afkoopkorting pensioen in eigen beheer) is de tekst aangepast.
  • Bij punt 8 (Bedragen vrijwilligersregeling omhoog) zijn de verhoogde uurvergoedingen toegevoegd.
  • In tabel 5 voor werknemers die wonen in een land van de landenkring of een derde land stond 9% als enkelvoudig tarief met loonheffingskorting voor aannemers van werk, thuiswerkers en gelijkgestelden. Dit was onjuist. 9% is gewijzigd in 8%.
  • In tabel 7 stond bij de afdrachtvermindering over het meerdere bedrag 14%. Dit was onjuist. 14% is aangepast in 16%.

 

Tot slot:

  • Verwijzingen naar het ‘Handboek Loonheffingen 2018’ zijn nu verwijzingen naar het ‘Handboek Loonheffingen 2019’.
  • Overal zijn de tijden van de werkwoorden aangepast, omdat de 4e uitgave in 2019 verschijnt.

 

Nieuwsbrief Loonheffingen 2019, 4e uitgave

 
 
Invoering tweeschijvenstelsel, basistarief en toptarief, ook heffingskortingen, zoals de ouderenkorting en de arbeidskorting – basistarief en toptarief,

door100% Salarisverwerking B.V.

Rekenvoorschriften loonadministratie 2019

Loonbelasting tabellen voor inhoudingsplichtigen vaststellen voor werknemers

               
De Belastingdienst geeft loonbelasting tabellen uit waarmee inhoudingsplichtigen handmatig de loonbelasting/premie volksverzekeringen kunnen vaststellen die zij moeten inhouden voor hun werknemers of uitkeringsgerechtigden.
Deze tabellen kunt u downloaden en zien via belastingdienst.nl/tabellen.

We onderscheiden tabellen voor:

  • de standaardsituatie (er is zowel sprake van belastingplicht als premieplicht voor alle volksverzekeringen)
  • herleidingssituaties (zie hoofdstuk 7)Vervolgens geldt voor beide situaties dat het woonland van de werknemer of uitkeringsgerechtigde bepalend is.

De werknemer of uitkeringsgerechtigde kan wonen in Nederland, in een land van landenkring of in een derde land.
Voor werknemers en uitkeringsgerechtigden die wonen in het buitenland geldt een beperking van de heffingskortingen, zowel in de standaardsituatie als in een herleidingssituatie.

Voor inhoudingsplichtigen met een geautomatiseerde loonadministratie is er een alternatief voor het gebruik van deze tabellen: formules voor de berekening van de loonbelasting/premie volksverzekeringen.
U vindt de formules in deze rekenvoorschriften. (pdf)

Let op!

De bedragen in de tabellen zijn bindend. Als u de rekenvoorschriften toepast, moet de uitkomst dus hetzelfde zijn als wanneer u de tabellen raadpleegt. Een uitzondering geldt voor de bedragen die u berekent bij het maximale tabelloon (symbool Lmax). Een verschil van € 0,01 is toegestaan.

De rekenvoorschriften zijn als volgt opgebouwd:

  • In hoofdstuk 2 vindt u de regels voor de berekening van de loonbelasting/premie volksverzekeringen voor de witte en groene tijdvaktabellen voor werknemers en uitkeringsgerechtigden in de standaard­situatie die wonen in Nederland. U vindt hier ook het gebruikte formaat voor werknemers en uitkerings­gerechtigden op wie de witte en groene tijdvaktabellen van toepassing zijn.
  • In hoofdstuk 3 staat de beschrijving en het formaat van de witte en groene tabellen voor bijzondere beloningen.
  • Hoofdstuk 4 geeft enkele tabellen voor groepen werknemers voor wie de tijdvaktabellen en de tabellen voor bijzondere beloningen niet van toepassing zijn. Het gaat hier om de tabel voor aannemers van werk, thuiswerkers, sekswerkers en gelijkgestelden en de tabel voor artiesten en buitenlandse beroepssporters. In dit hoofdstuk staan ook het anoniementarief en het tarief bij afkoop van lijfrenten.
  • Hoofdstuk 5 behandelt de jonggehandicaptenkorting. Deze heffingskorting is niet in onze loonbelasting­tabellen verwerkt. U moet deze korting zelf berekenen en toepassen.
  • Hoofdstuk 6 behandelt de levensloopverlofkorting. Deze heffingskorting is niet in onze loonbelasting­tabellen verwerkt. U moet deze korting zelf berekenen en toepassen.
  • Hoofdstuk 7 bevat de herleidingssituaties voor de witte en groene tabellen en voor de tabellen voor bijzondere beloningen voor werknemers en uitkeringsgerechtigden die in Nederland wonen en:
    • alleen belastingplichtig zijn.
    • alleen premieplichtig zijn voor 1 of meer volksverzekeringen.
    • belastingplichtig zijn en premieplichtig voor 1 of 2 van de 3 volksverzekeringen.

Voor deze werknemers en uitkeringsgerechtigden past u de herleidingstabellen toe, of u maakt gebruik van de substitutiemethode waarmee u de inhouding zelf kunt berekenen.

  • In hoofdstuk 8 vindt u informatie over de inhouding van loonbelasting/premie volksverzekeringen voor werknemers en uitkeringsgerechtigden die niet in Nederland wonen, maar in een land van de landen­kring of in een derde land. Voor deze werknemers en uitkeringsgerechtigden past u de tabellen van de landenkring of van derde landen toe, of u maakt gebruik van de substitutiemethode waarmee u de inhouding zelf kunt berekenen.
  • In hoofdstuk 9 vindt u informatie over het zelf berekenen of herleiden van de substitutiewaarden. Er zijn 3 soorten substitutiewaarden voor werknemers en uitkeringsgerechtigden:
    • in standaardsituaties, voor werknemers en uitkeringsgerechtigden die de AOW ­leeftijd hebben bereikt.
    • op wie 1 van de herleidingssituaties AG t/m FL van toepassing is.
    • die wonen in een land van de ‘landenkring’ of in een derde land.

U kunt alle substitutiewaarden van bijlage 2, 3, 4 en 5 zelf berekenen.

Let op!

Meer informatie, bijvoorbeeld over de witte en groene tabellen, over internationale situaties, woonplaats en over het loon waarop de berekeningen moeten worden toegepast, vindt u ook in het ‘Handboek Loonheffingen’ op belastingdienst.nl/loonheffingen.

Zie:

payroll, uitzendbureaus, payrolling, inhuurkrachten,uitzendkrachten, personeelskosten, personeelhuren,