Tag archief 2022

door100% Salarisverwerking B.V.

Werknemer met meer dan 1 auto van de zaak?

De bijtelling van de auto verandert per 2022.
                  
Stelt u gelijktijdig meer dan 1 auto ter beschikking aan een werknemer? In het actueel bericht van 18 maart 2021 vermeldden wij dat de bijtelling vanaf 2021 op een andere manier moet worden berekend. Door diverse praktijkvragen hebben wij besloten om deze wijziging uit te stellen tot 2022.

Wanneer u meerdere auto’s tegelijkertijd ter beschikking stelt aan uw werknemer, geldt de bijtelling voor de auto(‘s) waarmee de werknemer op kalenderjaarbasis meer dan 500 privékilometers rijdt. Daarnaast houdt u rekening met het aantal rijbewijzen binnen het gezin. Is uw werknemer alleenstaand? Of is er binnen het gezin maar 1 persoon met een rijbewijs? Dan hoeft u maar voor 1 auto bij te tellen. Zijn er 2 rijbewijzen binnen het gezin? Dan telt u voor 2 auto’s bij. Zijn er meer rijbewijzen binnen het gezin, dan telt u voor evenveel auto’s bij als er rijbewijzen zijn.
 

In 2021 houdt u nog rekening met de auto’s met de hoogste cataloguswaarde

Heeft de werknemer meerdere auto’s van de zaak, maar hoeft u niet voor alle auto’s bij te tellen? Tot en met 2021 telt u, zoals u gewend bent, bij voor de auto(‘s) met de hoogste cataloguswaarde.

 

Per 2022 houdt u rekening met de auto(‘s) met de hoogste bijtelling

Per 1 januari 2022 gaat de bijtelling wél veranderen. Heeft de werknemer meerdere auto’s van de zaak, maar hoeft u niet voor alle auto’s bij te tellen? Dan telt u vanaf dat moment bij voor de auto(‘s) met de hoogste bijtelling.

Meer informatie over meer dan 1 auto tegelijk ter beschikking stellen leest u in paragraaf 23.3.12 van het ‘Handboek Loonheffingen 2021‘.
 
Bron: Belastingdienst
 
 
 
fiscale bijtelling auto, lease auto, auto van de zaak,verwerking auto in salaris,salaris administratie auto,lease auto in loon, salaris en auto,

door100% Salarisverwerking B.V.

Ouderschapsverlof deels betaald vanaf augustus 2022

Het kabinet wil dat mensen meer de ruimte krijgen om te kiezen hoe ze zorg en werk kunnen combineren.
           
Bij de geboorte van een kind komt er veel op ouders af. Daarom krijgen ouders per 2 augustus 2022 negen weken van het ouderschapsverlof doorbetaald. Het kabinet stimuleert ouders daarmee om het ouderschapsverlof daadwerkelijk op te nemen. De Tweede Kamer heeft 20 april met het wetsvoorstel ingestemd.

Een kind krijgen is een mooie en bijzondere gebeurtenis, maar er verandert ook veel. Samen met je partner moet je op zoek naar een nieuwe balans tussen werk en gezin. Door het ouderschapsverlof deels te betalen wordt het makkelijker om zowel een baan te hebben als meer tijd thuis te besteden. En dat is belangrijk, want in het eerste jaar maken stellen afspraken over de werk- en zorgverdeling. Door het ouderschapsverlof in het eerste jaar te betalen verkleinen we voor veel gezinnen de belemmering om ouderschapsverlof daadwerkelijk op te nemen.

Minister Wouter Koolmees

 

Ouderschapsverlof

Nu al kunnen ouders 26 weken ouderschapsverlof opnemen in de eerste acht levensjaren van hun kind. Dat verlof is in principe onbetaald, tenzij werkgever en werknemers daar binnen hun bedrijf of cao andere afspraken over maken. Daardoor kan niet iedereen het zich veroorloven gebruik te maken van het verlof: slechts een derde van de ouders neemt ouderschapsverlof op. Daarom heeft het kabinet besloten om de eerste negen van de 26 weken ouderschapsverlof te gaan betalen. Ouders krijgen straks van UWV een uitkering ter hoogte van vijftig procent van hun dagloon, tot vijftig procent van het maximum dagloon. De regeling gaat op 2 augustus 2022 in. UWV en bedrijven hebben daardoor tijd om zich voor te bereiden.
 
Een belangrijk element is dat de eerste negen weken alleen worden betaald als deze in het eerste levensjaar van het kind worden opgenomen. Daarmee krijgen gezinnen meer tijd om te wennen aan de nieuwe situatie en om samen bewust keuzes te maken over de verdeling van werken en zorgen. Verlof dat niet in het eerste jaar is opgenomen kan worden toegevoegd aan de 17 weken onbetaald verlof. Deze kunnen nog steeds tot de 8e verjaardag van het kind worden opgenomen, maar dus zonder betaling. Het blijft mogelijk voor werkgevers en werknemers om daar aanvullende afspraken over te maken.
 
De invoering van betaald ouderschapsverlof volgt op de invoering van extra geboorteverlof voor partners. Sinds 1 januari 2019 krijgen partners geen twee, maar vijf werkdagen vrij direct na de geboorte van hun kind. Vanaf 1 juli 2020 krijgen zij nog eens vijf weken betaald verlof in de eerste zes maanden van een baby. Daarmee krijgen partners van moeders in het eerste levensjaar van het kind in totaal vijftien weken betaald verlof. Moeders hebben ook recht op deze negen weken betaald ouderschapsverlof, naast het bestaande zwangerschaps- en bevallingsverlof. Het kabinet geeft met deze besluiten ook invulling aan de Europese richtlijn over de werk-privébalans.
 
 

UWV, ouderschapverlof, verlof, geboorteverlof, WIEG, bevallingsverlof, partnerschapsverlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof

door100% Salarisverwerking B.V.

Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)

Met ingang van 1 januari 2021 is een nieuwe tijdelijke afdrachtvermindering ingevoerd: de afdrachtvermindering Baangerelateerde Investeringskorting (BIK).
 
U kunt deze afdrachtvermindering toepassen als u inhoudingsplichtig bent, in aanmerking komt voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en baangerelateerde investeringen doet.

De BIK is een afdrachtvermindering voor investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen.

U kunt van de BIK gebruikmaken als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U neemt de investeringsbeslissing op of na 1 oktober 2020.
  • De laatste betaling voor de investering moet u hebben gedaan in 2021 of 2022.
  • U neemt het bedrijfsmiddel binnen 6 maanden in gebruik nadat u het volledig hebt betaald.

 

Aanvraag

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de regeling grotendeels uit. Als u voor de afdrachtvermindering in aanmerking wilt komen, vraagt u bij RVO een BIK-verklaring aan. RVO beoordeelt de aanvraag en geeft deze verklaring af.

U kunt maximaal 4 keer per jaar een aanvraag voor de BIK indienen, maar niet meer dan 1 aanvraag per kwartaal. Voor elke BIK-aanvraag geldt een ondergrens van € 1.500 per bedrijfsmiddel en € 20.000 per aanvraag. Het aanvraagloket opent op 1 september 2021.

In de BIK-verklaring staat de afdrachtvermindering BIK die geldt in het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft. Hierin staat ook de berekening van de afdrachtvermindering.

RVO berekent het bedrag van de afdrachtvermindering. Voor 2021 bedraagt de afdrachtvermindering 3,9% voor investeringen tot en met € 5.000.000 en 1,8% voor het meerdere.

 

Verrekenen met loonheffing

De afdrachtvermindering kunt u in mindering brengen op de af te dragen loonbelasting/premie volksverzekeringen in het kalenderjaar waarin RVO de BIK-verklaring afgeeft.

U verwerkt het bedrag uit de verklaring in het tijdvak waarin de dagtekening van de BIK-verklaring valt. U mag zelf bepalen hoe u het bedrag van de afdrachtvermindering verdeelt over de resterende aangiftetijdvakken in dat kalenderjaar.

 

Correctieberichten

Kunt u de afdrachtvermindering in deze tijdvakken niet volledig in mindering brengen?
Dan kunt u het resterende deel verwerken in de aangiftetijdvakken van het kalenderjaar die liggen vóór het aangiftetijdvak waarin de dagtekening BIK-verklaring valt. Door middel van correctieberichten kunt u bij de loonaangifte over december, of na afloop van het kalenderjaar, het resterende deel in mindering brengen.

 

Let op!
Het totaalbedrag van de loonbelasting/premie volksverzekeringen en eindheffing van een aangiftetijdvak, mag door de afdrachtvermindering niet negatief worden.

 

Verwerken in de loonaangifte

In 2021 vermeldt u het bedrag van de afdrachtvermindering in de rubriek afdrachtvermindering zeevaart.

 

Samenloop afdrachtverminderingen

De afdrachtvermindering BIK mag samenlopen met de afdrachtvermindering zeevaart en afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O).

Bij samenloop met de afdrachtvermindering zeevaart, geeft u in 2021 het totaal van deze 2 afdrachtverminderingen aan in de rubriek afdrachtvermindering zeevaart.

Ook hier geldt dat het totaalbedrag van de loonbelasting/premie volksverzekeringen en eindheffing niet negatief mag worden door de afdrachtverminderingen.

 

Voorbeeld

RVO heeft op 15 november 2021 een BIK-verklaring afgegeven voor 2021. U hebt een aangiftetijdvak van een maand en nog geen aangifte gedaan over oktober 2021. In november en december mag u de afdrachtvermindering BIK toepassen. Dit is het aangiftetijdvak waarin de dagtekening van de BIK-verklaring valt en het tijdvak daarna.

De verschuldigde loonheffing per maand bedraagt in dit voorbeeld € 1.500.
De totale afdrachtvermindering BIK is € 4.800.
In de maanden november en december kunt u in totaal € 3.000 in mindering brengen.

Tabel met afdrachtvermindering BIK in de maanden november 2021 en december 2021

Tabel met afdrachtvermindering BIK in de maanden november 2021 en december 2021

U hebt op 31 december 2021 nog een resterend bedrag van € 1.800. Voor dit bedrag kunt u tegelijk met de aangifte van december, of na afloop van het kalenderjaar, correctieberichten indienen over de eerdere maanden van 2021.

Tabel met correctiebericht afdrachtvermindering BIK in de maanden september 2021 en oktober 2021

Tabel met correctiebericht afdrachtvermindering BIK in de maanden september 2021 en oktober 2021


 
In dit voorbeeld is gekozen om over de maanden september en oktober correctieberichten in te dienen. Dit hadden ook de maanden februari en maart kunnen zijn. U kunt dit zelf bepalen.

 
Bron: Nieuwsbrief Loonheffingen 2021 op belastingdienst.nl

Op rvo.nl leest u meer over de BIK.

 
 
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Levenslooptegoed belast bij aankoop extra verlof, Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP)

Een werknemer kan een levenslooptegoed niet onbelast gebruiken voor aankoop van extra verlof.
          
Dit staat in een antwoord dat het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) heeft gepubliceerd.

 
Het CAP heeft de volgende vraag beantwoord:
Een werknemer heeft in 2021 nog een tegoed ingevolge een levensloopregeling. Hij wil dit tegoed onbelast aanwenden voor de aankoop van extra verlof. Is dat mogelijk?
 
Antwoord:
Als een werknemer de aanspraak op levensloopverlof omzet in een aanspraak op extra verlof, is dit belast. De aanspraak op levensloopverlof wordt op dat moment geheel tot het loon gerekend.
 
 

V&A 20-011 Levenslooptegoed onbelast omzetten in verlofsparen is niet mogelijk

Dit V&A 20-011 behandelt de vraag of het mogelijk is om het levenslooptegoed dat nog niet als loon in aanmerking is genomen of is omgezet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling, zonder belastingheffing om te zetten in een aanspraak op (spaar)verlof.

 

Inleiding

Op 1 januari 2022 komt een einde aan het overgangsrecht voor levensloopregelingen. Om de afwikkeling van de levensloopregelingen goed te laten verlopen is vanaf 1 januari 2021 in artikel 39d, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) een fictief genietingsmoment opgenomen op 1 november 2021.

Tot en met 31 oktober 2021 blijft de huidige mogelijkheid bestaan om de waarde van de levensloopaanspraak op te nemen door middel van het op verzoek geheel of gedeeltelijk via de (ex-)werkgever laten uitbetalen van de waarde van de levensloopaanspraak of om te zetten in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling

Op 1 november 2021 wordt de nog niet eerder belaste of in een pensioenaanspraak omgezette levensloopaanspraak belast als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Indien de betreffende (gewezen) werknemer aan het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt, wordt de levensloopaanspraak belast als loon uit vroegere dienstbetrekking.

 

Vraag

Een werknemer heeft in 2021 nog een tegoed ingevolge een levensloopregeling. Hij wil dit tegoed onbelast aanwenden voor de aankoop van extra verlof. Is dat mogelijk?
Antwoord

Nee. Omzetten van de aanspraak op levensloopverlof in een aanspraak op extra verlof leidt tot heffing (zie artikel 19g, zesde lid, onderdeel a, en het negende lid, Wet LB (tekst 2011)). De aanspraak op levensloopverlof wordt op dat moment geheel tot het loon gerekend. Ook als een werknemer met zijn werkgever afspreekt dat de werkgever zijn levenslooptegoed niet als zodanig aan hem uitbetaalt, is zijn levensloopaanspraak uiterlijk op 1 november 2021 fiscaal genoten. Hierop heeft de wetgever alleen een uitzondering gemaakt voor het geval de werknemer binnen de wettelijke grenzen zijn aanspraak ingevolge een levensloopregeling voor 1 november 2021 omzet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling.

 

Toelichting

Per 1 januari 2012 is de fiscale levensloopregeling komen te vervallen. Voor werknemers die op 31 december 2011 een levensloopaanspraak hadden, waarvan de waarde in het economische verkeer op die datum € 3.000 of meer bedroeg geldt overgangsrecht. Dit overgangsrecht voor levensloopregelingen eindigt met ingang van 1 januari 2022. Om de afwikkeling van de levensloopregelingen goed te laten verlopen is vanaf 1 januari 2021 in artikel 39d, vierde lid, Wet LB een fictief genietingsmoment opgenomen op 1 november 2021.

Tot en met 31 oktober 2021 blijft de mogelijkheid bestaan om de waarde van de levensloopaanspraak op te nemen door middel van het op verzoek geheel of gedeeltelijk via de (ex-)werkgever laten uitbetalen van de waarde van de levensloopaanspraak.

Met toepassing van artikel 19g, zevende lid, Wet LB (tekst 2011) kan een aanspraak ingevolge een levensloopregeling nog tot en met 31 oktober 2021 worden omgezet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling die na de omzetting nog blijft binnen de in of krachtens hoofdstuk IIB van de Wet LB gestelde begrenzingen.

Indien op 1 november 2021 een niet eerder belaste levensloopaanspraak aanwezig is, wordt de waarde in het economische verkeer van deze aanspraak op dat moment in beginsel als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in de loonheffing betrokken. Indien de betreffende (gewezen) werknemer aan het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt, wordt de aanspraak echter aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking.

 

Het volledige antwoord leest u op centraalaanspreekpuntpensioenen.belastingdienst.nl.
 
 
2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Arbeidskorting gaat vervroegd omhoog in 2021

De verhoging van de arbeidskorting, een vast bedrag dat werkenden in mindering mogen brengen op de verschuldigde belasting, wordt volgend jaar van kracht.

Eerder stond de verhoging in 2022 in de planning. Daarvan hebben zowel mensen in loondienst als zelfstandigen voordeel. Deze verhoging komt bovenop een al eerder afgesproken verhoging voor 2021. Vanaf 2022 blijft de arbeidskorting gelijk.

 

Arbeidskorting eerder omhoog

De arbeidskorting is een heffingskorting voor mensen die werken. Heffingskortingen verlagen de te betalen belasting. Door de geplande verhoging van de arbeidskorting voor 2022 een jaar naar voren te halen, gaat werken komend jaar meer lonen. Deze verhoging komt bovenop een al eerder afgesproken verhoging voor 2021. Zowel werknemers als zelfstandigen profiteren hiervan. Vanaf 2022 blijft de arbeidskorting gelijk.

 

Hoe werkt het?

Thom verdient € 20.000 en betaalt in 2021 € 122 minder belasting door de verhoging van de arbeidskorting.*

Fatima verdient € 40.000 en betaalt in 2021 € 428 minder belasting door de verhoging van de arbeidskorting.*

Ravi verdient € 70.000 en betaalt in 2021 € 428 minder belasting door de verhoging van de arbeidskorting.*

* inclusief jaarlijkse indexering

 

In beeld:

Arbeidskorting gaat eerder omhoog, arbeidskorting 2021, uitleg arbeidskorting
 
 

Gerelateerd

Het Belastingplan 2021

door100% Salarisverwerking B.V.

Hoe, aanvullend geboorteverlof aangeven in aangifte?

Vanaf 1 juli 2020 kan nu een werknemer aanvullend geboorteverlof aanvragen.
             
Dit verlof is voor partners van vrouwen die net bevallen zijn. In deze handreiking leest u hoe u aanvullend geboorteverlof verwerkt in de aangifte loonheffingen.

Een werknemer kan maximaal 5 weken aanvullend geboorteverlof opnemen als de partner net is bevallen. Hij krijgt dan een uitkering van UWV van 70% van het dagloon tot maximaal 70% van het maximumdagloon. De werkgever ontvangt de uitkering van UWV en betaalt deze door aan de werknemer. UWV kan de uitkering ook rechtstreeks aan de werknemer betalen. UWV draagt dan de loonheffingen af. Als een werknemer aanvullend geboorteverlof wil opnemen, vraagt de werkgever dit aan bij UWV.
 

Witte tabel

De uitkering voor aanvullend geboorteverlof is loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. U past de witte tabel toe.
 

Lage WW-premie

Een uitkering voor aanvullend geboorteverlof valt onder de Wet arbeid en zorg (WAZO). Hiervoor geldt altijd de lage WW-premie.
 

Inkomstenverhouding

Als de werkgever de uitkering voor aanvullend geboorteverlof aan de werknemer betaalt, hebt u in 2020 en 2021 de keuze hoe u dit verwerkt in de aangifte:

    1. in een aparte inkomstenverhouding (verplicht vanaf 2022)
    2. in dezelfde inkomstenverhouding als het loon

 

1. In een aparte inkomstenverhouding (verplicht vanaf 2022)

Voor de begin- en einddatum van de aparte inkomstenverhouding is het genietingsmoment van de uitkering van belang. U verwerkt de uitkering in de aangifte(n) over het tijdvak waarin het genietingsmoment valt (of de genietingsmomenten vallen). Dit is het moment waarop de werkgever de uitkering betaalt. Als sprake is van een betaling in termijnen, dan loopt de inkomstenverhouding door tot en met de betaling van de laatste termijn van de uitkering.

2. In dezelfde inkomstenverhouding als het loon

U verwerkt de uitkering samen met het loon in de aangifte(n) over het tijdvak waarin het genietingsmoment valt (of de genietingsmomenten vallen).
 

Aanvulling op uitkering aanvullend geboorteverlof

Soms betaalt de werkgever nog een aanvulling op de uitkering voor aanvullend geboorteverlof. Deze aanvulling vermeldt u in de inkomstenverhouding voor het reguliere loon.
 

Code soort inkomstenverhouding

Als u de uitkering aanvullend geboorteverlof aangeeft in een aparte inkomstenverhouding, dan is de Code soort inkomstenverhouding code 31 (Ziektewetuitkering).

Geeft u de uitkering aan in dezelfde inkomstenverhouding als het loon, dan gebruikt u de Code soort inkomstenverhouding die geldt voor het reguliere loon.
 

Code incidentele inkomensvermindering

Is het loon dat een werknemer ontvangt, samen met de uitkering, lager dan het overeengekomen loon in een aangiftetijdvak? Dan vult u Code incidentele inkomensvermindering ‘G’ in. U geeft de code op in de inkomstenverhouding van het reguliere loon. Dit is ook het geval als u de uitkering aangeeft in een aparte inkomstenverhouding.
 

Let op!

U gebruikt code ‘G’ alleen als het reguliere loon – samen met de uitkering aanvullend geboorteverlof en een eventuele aanvulling door de werkgever – in het aangiftetijdvak lager is dan het overeengekomen loon.

Als u code ‘G’ invult, berekent UWV een eventuele uitkering niet over dit lagere loon.
 

Verloonde uren

U vermeldt het gebruikelijke aantal verloonde uren bij een uitkering aanvullend geboorteverlof.

Geeft u de uitkering aanvullend geboorteverlof aan in een aparte inkomstenverhouding? Dan vermeldt u bij volledig verlof het gebruikelijke aantal verloonde uren in deze inkomstenverhouding. Heeft de werknemer gedeeltelijk gewerkt in een aangiftetijdvak? Dan vermeldt u de verloonde uren die horen bij de gewerkte uren in de inkomstenverhouding voor het reguliere loon. Het restant verloonde uren vermeldt u in de inkomstenverhouding voor de uitkering.

 

Contractloon, contracturen en contractindicaties

De volgende rubrieken wijzigen niet bij de opname van aanvullend geboorteverlof:

  • contractloon
  • contracturen
  • 3 contractindicaties

 

Geeft u de uitkering aan in een aparte inkomstenverhouding? Dan vult u deze rubrieken voor deze inkomstenverhouding niet in.

 

Voorbeeld 1

Geen aanvulling door de werkgever

Een werknemer verdient normaal € 1.000 per maand voor 100 verloonde uren. In periode augustus 2020 ontvangt hij alleen een uitkering aanvullend geboorteverlof van € 700. Hij ontvangt geen regulier loon en de werkgever betaalt geen aanvulling.

Hoe verwerkt u dit in de aangifte loonheffingen?

De uitwerking voor 2 aparte inkomstenverhoudingen:

Inkomstenverhouding regulier loon

  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Code incidentele inkomensvermindering = G
  • Verloonde uren = 0
  • Contractloon en contracturen = als vóór het verlof
  • Contractindicaties = als vóór het verlof
  • Loon = € 0

 

Inkomstenverhouding uitkering aanvullend geboorteverlof

  • Code soort inkomstenverhouding = 31
  • Code incidentele inkomensvermindering = niet van toepassing
  • Verloonde uren = 100
  • Loon = € 700
  • Contractloon en contracturen = niet van toepassing
  • Contractindicaties = niet van toepassing

 

De uitwerking voor als u het loon en de uitkering in één inkomstenverhouding verwerkt (vanaf 2022 niet meer toegestaan):

Inkomstenverhouding regulier loon

  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Code incidentele inkomensvermindering = G
  • Verloonde uren = 100
  • Contractloon en contracturen = als vóór het verlof
  • Contractindicaties = als vóór het verlof
  • Loon = € 700

 

Voorbeeld 2

Aanvulling tot 100% van het loon

Een werknemer verdient normaal € 1.000 per maand voor 100 verloonde uren.
In periode augustus 2020 heeft hij gedeeltelijk gewerkt (60 uur) en gedeeltelijk een uitkering aanvullend geboorteverlof ontvangen. Daarnaast heeft de werkgever nog een aanvulling op deze uitkering betaald. De bedragen zijn als volgt:

Tabel met bedragen en verloonde uren per loonbestanddeel

Tabel met bedragen en verloonde uren per loonbestanddeel

 

Hoe verwerkt u dit in de aangifte loonheffingen?

De uitwerking voor 2 aparte inkomstenverhoudingen:

Inkomstenverhouding regulier loon

  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Code incidentele inkomensvermindering = niet van toepassing
  • Verloonde uren = 60
  • Contractloon en contracturen = als vóór het verlof
  • Contractindicaties = als vóór het verlof
  • Loon = € 700

 

Inkomstenverhouding uitkering aanvullend geboorteverlof

  • Code soort inkomstenverhouding = 31
  • Code incidentele inkomensvermindering = niet van toepassing
  • Verloonde uren = 40
  • Loon = € 300
  • Contractloon en contracturen = niet van toepassing
  • Contractindicaties = niet van toepassing

 

De uitwerking voor als u het loon en de uitkering in één inkomstenverhouding verwerkt (vanaf 2022 niet meer toegestaan):

Inkomstenverhouding regulier loon

  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Code incidentele inkomensvermindering = niet van toepassing
  • Verloonde uren = 100
  • Contractloon en contracturen = als vóór het verlof
  • Contractindicaties = als vóór het verlof
  • Loon = € 1.000

 

Wetsartikel

Artikel 4.2a tot en met artikel 4.2c Wet arbeid en zorg
 
 

Meer informatie

Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Memo verloonde uren
uwv.nl/aanvullend geboorteverlof
WIEG regeling vanaf 1 juli
 
 
NOW regeling, NOW maatregels, Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), NOW, UWV, Belastingdienst,