Tag archief Zorgverzekeringswet (ZVW)

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwe pdf Handboek Loonheffingen 2019

De Belastingdienst heeft toch nog een nieuwe pdf van het Handboek Loonheffingen 2019 gepubliceerd .

         
Hierin is informatie toegevoegd over wanneer er sprake is van een dienstbetrekking en wat de fiscale regels zijn als een werkgever een studietoelage wil geven voor kinderen van werknemers.
 
Belastingdienst, belasting,overheid,
 
In de juli-versie van het Handboek Loonheffingen 2019 is op verschillende plekken informatie toegevoegd over het onbelast uitdelen van een studietoelage aan een kind van een werknemer. Zo staat er in paragraaf 4.2 hoe werkgevers moeten bepalen of een studietoelage loon voor de werknemer vormt of niet, gaat paragraaf 6.2 in op de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (ZVW) over een studietoelage en schrijft paragraaf 7.3.3 voor dat werkgevers de groene tabel voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen voor een studietoelage moeten toepassen.

 

Uitkering aan derde belasten

Ook het begrip ‘dienstbetrekking ’ aan bod. In paragraaf 1.1.4 heeft de Belastingdienst namelijk informatie toegevoegd over wat er gebeurt als uw organisatie in verband met de dienstbetrekking van een werknemer een uitkering doet aan een derde. Als alleen die derde recht heeft op die uitkering, en de werknemer dus niet, moet de werkgever daarop loonbelasting inhouden. Hoewel deze informatie in meer situaties van belang is, is er óók sprake van als een kind van een werknemer een zelfstandig recht krijgt op een studietoelage.

 

Het Handboek Loonheffingen pdf

Tot 2017 publiceerde de Belastingdienst elk kwartaal een nieuwe pdf van het Handboek Loonheffingen. In 2018 verdween de april-editie al en dit jaar leek het erop dat er ook geen versie per 1 juli zou komen. Inmiddels heeft de Belastingdienst die toch nog gepubliceerd. Gebruikers die er de voorkeur aan geven om het Handboek op papier te raadplegen, moeten het zelf printen. U kunt het complete Handboek Loonheffingen 2019 nu downloaden.(klik hier)
 

Gerelateerd:

Online Handboek Loonheffingen 2019 geactualiseerd
Aanvulling op de uitkering en de aangifte loonheffing
Gecorrigeerde Nieuwsbrief loonheffingen 2019
 
 
belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,

door100% Salarisverwerking B.V.

Prinsjesdag verwachte wijzigingen

Loonheffingen, werkkostenregeling en fiscale fietsregeling

                  

Naar verwachting kondigt het kabinet op de derde dag van september wijzigingen aan in de werkkostenregeling (WKR), de fiscale fietsregeling en loonheffingen. Het kabinet maakt op Prinsjesdag de plannen openbaar met daarin de tarieven en percentages voor de loonheffingen die, onder voorbehoud, per 2020 gelden.

 
personeelszaken, personeelsdiensten,financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers,
 
In het Belastingplan 2020 zal naar verwachting staan dat de vrije ruimte van de WKR groter wordt. Voor de eerste € 400.000 wordt die namelijk verhoogd naar 1,7% van de fiscale loonsom. Boven die grens blijft de vrije ruimte 1,2%. Werkgevers die de vrije ruimte regelmatig overschrijden, kunnen voordeel behalen met de hogere vrije ruimte.
De verruiming van de vrije ruimte is niet de enige WKR-wijziging. Nieuw is ook de gerichte vrijstelling voor de kosten van het aanvragen van een Verklaring omtrent gedrag (VOG). Werkgevers kunnen deze straks onbelast vergoeden zonder dat zij daarvoor hun vrije ruimte hoeven in te zetten.
 

Forfaitaire bijtelling voor fiets

Naast de WKR-regels veranderen ook de regels voor ter beschikking gestelde fietsen. Daarvoor komt er – net zoals voor de auto van de zaak – een forfaitaire bijtelling. Die wordt per jaar 7% van de factuurwaarde van de fiets. Als een werknemer dus een elektrische fiets ter beschikking gesteld krijgt van bijvoorbeeld € 1.500, die hij ook privé mag gebruiken, moet de werkgever elk jaar (7% x € 1.500) € 105 bij zijn belast loon tellen. Per maand komt dat neer op € 8,75.
 

Nieuwe tarieven in 2020

Het kabinet presenteert op Prinsjesdag de nieuwe tarieven voor de inkomstenbelasting (voor werkgevers dus de loonbelasting/premie volksverzekeringen) en de percentages voor de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW). Ook komen de nieuwe tarieven voor de sociale premies aan bod, net als de maximale arbeidskorting en algemene heffingskortingen. Voor alle maatregelen en tarieven die op Prinsjesdag gepubliceerd worden, geldt dat de Tweede en Eerste Kamer ze nog moet afhameren.
 
 
 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten,

door100% Salarisverwerking B.V.

Medewerker ambassade moet gewoon heffingen afdragen

Als de medewerker vervolgens geen loonaangifte doet, legt de inspecteur aanslagen aan hem op .

           

Een man die bij de ambassade van de Republiek Indonesië werkte moet als nog loonheffingen en premies volksverzekeringen van 2013 en 2014 afdragen. Hoewel de ambassade niet inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting en premies volksverzekeringen, was de man wel verzekerd en loonbelastingplichtig in Nederland. Omdat de man meent dat hij er van uit mocht gaan dat de premies en heffingen waren ingehouden, gaat hij in beroep. Maar dat wordt afgewezen.

 
wet en regelgeving, juridische ondersteuning, juridische diensten,personeelszaken,arbeidsvoorwaarden, contract, salarisverwerking, loonadministratie, salaris, loon, loonstroken,loonstrookje, salarisverwerker, loonverwerking,uitbesteden van salaris, loonverwerkers,
 

Belastingregels voor medewerkers van ambassades

Medewerkers van ambassades hebben te maken met een bijzondere situatie. Zij werken immers in Nederland, maar werken toch in het buitenland. Daarom is er het Weens verdrag. Dat stelt dat de ambassades zich dienen te houden aan de wet- en regelgeving van het ontvangende land. Ambassades moeten daarom voor hun Nederlandse werknemers de premies werknemersverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet, loonbelasting en premies volksverzekering inhouden en/of afdragen.
 

Belastingdienst

Voor de aangifte en afdracht van premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet gelden de gebruikelijke Nederlandse regels. De ambassade doet als werkgever periodiek aangifte bij de Belastingdienst van de loonbetalingen aan zijn verzekerde werknemers. De werkgever moet over het betaalde loon de premies voor de Nederlandse werknemersverzekeringen berekenen en deze afdragen aan de Belastingdienst. Werknemers zijn van rechtswege verzekerd en kunnen aanspraak maken op de uitkeringen die voorzien zijn in de verschillende uitkeringswetten.
Artikel 6, lid 4, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden diplomatieke vertegenwoordigers van andere mogendheden niet als inhoudingsplichtigen beschouwd. Daarom is de ambassade niet inhoudingsplichtig voor de bij haar in dienst zijnde de werknemers. Er zijn ook geen mogelijkheden voor individuele werknemers om betaling van loonbelasting en premie volksverzekeringen af te dwingen. Toch is de ambassade in 2015 dat op vrijwillige basis wel gaan doen.
 

Aanvulling op de uitkering en de aangifte loonheffing

 

De situatie van de ambassademedewerker

De ambassade van de Republiek Indonesië is dus niet inhoudingsplichtig en dus heeft geen premies en heffingen ingehouden in 2013 en 2014. Ook uit de jaaropgave blijkt niet dat alle belastingen en premies zijn betaald. Alleen de werknemersverzekeringen en de werkgeversbijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw), zijn afgedragen. De premie volksverzekeringen en de loonbelasting zijn nooit ingehouden of afgedragen. Toch denkt de man dat hij al betaald heeft. Hij heeft stukken waarin afspraken zijn gemaakt tussen de ambassade, verweerder en het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de afwikkeling van openstaande belastingschulden bij de ambassade ten aanzien van de afdracht voor sociale verzekeringen. Ook meent hij dat niet Nederland, maar Indonesië in dit geval loonheffingen mag opleggen. Er is immers een verdrag met dat land waaruit blijkt dat, om dubbele heffingen te voorkomen, Indonesië als eerste bevoegd is om belastingen te heffen.
 

Gecorrigeerde vierde nieuwsbrief loonheffingen 2019 online

 

De rechter

Helaas voor de man veegt de rechter al zijn bezwaren van tafel. Hoewel er inderdaad stukken zijn waarin afspraken zijn gemaakt over een uitstaande (belasting)schuld van de ambassade voor nog af te dragen loonheffingen, blijkt uit die stukken niet dat die belastingschuld ook de afdracht van loonbelasting en premie volksverzekeringen van de man betreft. Hij kan dus niet bewijzen dat hij betaald heeft en de aanslagen worden als terecht bestempeld. Ook blijkt uit niets dat Indonesië wel belastingen heeft ingehouden op zijn loon. Het verdrag waar de man voorziet op het voorkomen van dubbele belasting, niet op het geheel vermijden van belasting. Ook dit argument kan de man dus niet baten.
 

Handboek loonheffingen 2019

 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2019, loonheffingen 2019, belastingdienst, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris.pensioen,premies,

door100% Salarisverwerking B.V.

Rekenregels 1juli 2019

De nieuwe regels voor het berekenen van de verschuldigde loonbelasting /premie volksverzekering zijn onlangs bekendgemaakt.

     

De wijziging van het wettelijk minimumloon per 1 juli 2019 heeft gevolgen voor de zogenoemde rekenregels. Ook geldt er per 1 juli een nieuw maximumdagloon.

 

overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,
 

Dagloon stijgt

Per 1 juli 2019 stijgt het wettelijk minimumloon met 1,23% naar € 1.635,60 bruto per maand bij een fulltime dienstverband. Het dagloon voor de uitkeringen op basis van de WAO/WIA, Werkloosheidswet (WW) en de Ziektewet (ZW) stijgt met hetzelfde percentage.

Daardoor is het maximumdagloon voor deze uitkeringen per 1 juli 2019 € 216,90 per dag: € 56.610,90 per jaar.

minimumloon 2019, wml 2019, minimumloon juli 2019, wettelijk minimumloon, loon 2019, het wettelijk minimumloon, bruto wettelijk minimumloon, minimale verdienste 2019, salaris 2019, verdienste 2019, minimale salaris 2019,
 
Het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen en maximumbijdrageloon voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) werknemersverzekeringen staat gedurende 2019 vast op € 55.927 op jaarbasis. Dat verandert dus niet per 1 juli.
 

Dagloon is doorslaggevend bij uitkering

Voor werkgevers is het dagloon zo belangrijk, omdat het bepaalt hoe hoog de uitkering is die een werknemer krijgt op basis van de Wet arbeid en zorg, zoals een uitkering voor adoptieverlof, pleegzorgverlof of zwangerschaps- en bevallingsverlof. Ongeacht het loon van de werknemer, keert UWV nooit meer uit dan het maximumdagloon. Toch staat in veel (collectieve) arbeidsovereenkomsten dat de werkgever dit maximumdagloon moet aanvullen tot 100% van het laatstverdiende loon van de werknemer. Staat er niets in deze overeenkomsten, dan is die aanvulling niet verplicht.
Ook eigenrisicodragers voor de WGA en ZW hoeven geen hogere uitkering te betalen dan (een vast percentage van) het maximumdagloon.

 

Sommige bedragen zijn niet gewijzigd

Per 1 juli 2019 zijn er aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon. Ze gelden voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. De rekenregels geven u hier inzicht in. Hier onder een beschrijving van de veranderingen en 7 bijlagen:

  1. bijlage I.1 – de (premie)grenzen (ongewijzigd ten opzichte van 1 januari 2019);
  2. bijlage I.2 – de procentuele mutaties van de premies in 2019 ten opzichte van 2018 (ongewijzigd);
  3. bijlage II.1 – overzicht van de AOW- en ANW-uitkeringen die worden afgeleid van het referentieminimumloon;
  4. bijlage II.2 – de referentieminimumjeugdlonen;
  5. bijlage II.3 – de normbedragen voor de Toeslagenwet;
  6. bijlage II.4 – de AOW-/ANW-uitkeringen per 1 juli 2019;
  7. bijlage II.5 – de bedragen voor de bijstand voor pensioengerechtigden per 1 juli 2019.

 


  1. bijlage I.1 – de (premie)grenzen (ongewijzigd ten opzichte van 1 januari 2019);de (premie)grenzen (ongewijzigd ten opzichte van 1 januari 2019)

  2. bijlage I.2 – de procentuele mutaties van de premies in 2019 ten opzichte van 2018 (ongewijzigd);de procentuele mutaties van de premies in 2019 ten opzichte van 2018

  3. bijlage II.1 – overzicht van de AOW- en ANW-uitkeringen die worden afgeleid van het referentieminimumloon;overzicht van de AOW- en ANW-uitkeringen die worden afgeleid van het referentieminimumloon

    overzicht van de AOW- en ANW-uitkeringen die worden afgeleid van het referentieminimumloon

  4. bijlage II.2 – de referentieminimumjeugdlonen;bijlageII.2–dereferentieminimumjeugdlonen;bijlageII.2–dereferentieminimumjeugdlonen;

  5. bijlage II.3 – de normbedragen voor de Toeslagenwet;bijlageII.3–denormbedragenvoordeToeslagenwetbijlageII.3–denormbedragenvoordeToeslagenwet

  6. bijlage II.4 – de AOW-/ANW-uitkeringen per 1 juli 2019 bijlageII.4–deAOW-/ANW-uitkeringenper1juli2019

  7. bijlage II.5 – de bedragen voor de bijstand voor pensioengerechtigden per 1 juli 2019.debedragenvoordebijstandvoorpensioengerechtigdenper1juli2019

 


PDF document | 250 kB

Regeling | 03-06-2019

PDF document | 250 kB

Regeling | 03-06-2019

PDF document | 79 kB

Regeling | 03-06-2019
 
 

Gerelateerd:

 

loonadministrateurs,salarisadministrateurs, salarisverwerking, salarisverwerker, salarisverwerkers, loonadministratie, loonadministrateurs, loonverwerkers, loonverwerker, salarisadministratie, salaris, loon, salarisverwerking online, salarisverwerker online,

close

Veel lees plezier? Delen mag.