Tag archief Zorgverzekeringswet (ZVW)

door100% Salarisverwerking B.V.

Inhouding zorgverzekering op minimumloon

Het maximumbedrag is bekend voor 2020 .

                   

De geraamde gemiddelde nominale premie, bedoeld in artikel 2b, eerste lid, van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt voor het jaar 2020 vastgesteld op € 1.421. In 2020 mag uw organisatie weer rechtstreeks de nominale premie voor de Zorgverzekeringswet (ZVW) uit het loon van de werknemer betalen aan zijn zorgverzekeraar.

regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

Werkgever-werknemer

Een werkgever mag onder voorwaarden een bedrag voor de zorgverzekering op het minimumloon van zijn werknemer inhouden. Daarbij geldt wel een maximum in de vorm van de geraamde gemiddelde nominale premie. Voor 2020 is dit maximale bedrag vastgesteld op € 1.421 per jaar. Dit komt neer op (afgerond) € 118,42 per kalendermaand.
 
Het bedrag dat de werkgever in 2020 per betalingstermijn maximaal op het minimumloon mag inhouden om de zorgverzekeraar van de werknemer te betalen, heeft minister Bruins (Medische Zorg) bekendgemaakt in Regeling , houdende vaststelling van de geraamde gemiddelde nominale premie voor 2020. Tot maximaal € 1.421,- per jaar (€ 118,42 per kalendermaand) kan de werkgever onder voorwaarden en op basis van een schriftelijke volmacht van de werknemer betalingen uit het minimumloon verrichten aan de zorgverzekeraar.
 

Uitzondering inhoudingsverbod

Sinds 1 januari 2017 geldt voor werkgevers het verbod van inhoudingen op en verrekeningen met het wettelijk minimumloon. Op dit inhoudingsverbod is een uitzondering gemaakt voor huisvesting- en zorgverzekeringskosten, mits wordt voldaan aan de voorwaarden.
 

PDF download

De Regeling 2020


 
minimumloon 2020, wettelijk minimumloon 2020, loon 2020 minimaal, wml 2020, het minimum loon 2020, salaris 2020, wettelijk minimaal loon bruto 2020, 15 jr, 16jr, 17 jr, 18 jr, 19 jr, 20 jr, 21 jr, minimumloon 2020,
 

Gerelateerd:

 
payroll, payrolling, payroll werknemers, payroll werkgevers, payroll uitzendbureau, payroll medewerker, payroll bedrijven, uitzendbureau, flexwerkers, flexwerkers, payrollers, wab payroll, 2020,

door100% Salarisverwerking B.V.

Studiekosten vergoeden aan kind werknemer

Drie mogelijkheden studievergoeding

                    

De Belastingdienst laat weten dat op drie manieren een werkgever een werknemer met studerende kinderen een onbelaste studiekostenvergoeding kan geven.

Het Belastingplan van 2019 wat in de tweede kamer is aangenomen en opgenomen is in het Handboek Loonheffingen. Waarin het Handboek Loonheffingen mogelijk maakt om werkgevers een studietoelage te verstrekken aan de studerende kinderen van werknemers, zodat volstrekt duidelijk is hoe deze mogelijkheden fiscaal correct ingezet kunnen worden.
 
 

Studiekosten vergoeden voor kinderen van werknemers, hoe werkt dat?

Als werkgever kunt u studiekosten vergoeden van in Nederland wonende kinderen van werknemers.
 

Dat kan op 3 manieren:

    U geeft het kind van uw werknemer een zelfstandige studietoelage.

  1. Omdat u de studietoelage aan het kind zelf geeft, is er sprake van een dienstbetrekking. Wij zien de studietoelage dan als inkomen. Op dit inkomen moet u op de gebruikelijke manier loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden volgens de groene tabel. Het kind is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

    Is de studietoelage van het kind niet hoger dan € 6.759? En laat de student bij u de loonheffingskorting toepassen? Dan hoeft u géén loonbelasting/premie volksverzekeringen in te houden.
     

    Wel of geen werkgeversheffing Zorgverzekeringswet

    Geeft u het kind een periodieke studietoelage? Dan moet u hierover werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) betalen. Bij een eenmalige studietoelage hoeft dat niet.

  2. Voorbeeld

    U geeft een kind van een werknemer een zelfstandig recht op een studietoelage. In augustus betaalt u het kind eenmalig € 3.000. Omdat een loontijdvak ontbreekt, betaalt u in augustus geen werkgeversheffing Zvw over het loon.

     

    U geeft de studietoelage aan uw werknemer en wijst het aan als eindheffingsloon binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

  3. Wilt u de studietoelage aanwijzen als eindheffingsloon? Dat kan. Als de toelage niet meer is dan wat gebruikelijk is. Dit is de zogenoemde gebruikelijkheidstoets (zie paragraaf 4.2 van het ‘Handboek Loonheffingen’).
  4. Voorbeeld

    U geeft werknemers met studerende kinderen per jaar een vergoeding van € 3.000 voor collegegeld en bijkomende studiekosten. U mag deze vergoeding voor studiekosten aanwijzen als eindheffingsloon. Want een vergoeding van € 3.000 voor studiekosten is niet ongebruikelijk.

     

    U geeft de studietoelage via een studiefonds.

  5. Voldoet u aan de voorwaarden, dan horen uitkeringen en verstrekkingen uit een studiefonds voor kinderen van werknemers niet tot het loon.
  6. Er zijn 3 voorwaarden voor zo’n fonds:

    • Het gaat niet om uitkeringen en verstrekkingen voor adoptie en overlijden, voor ziekte, invaliditeit en bevalling.
    • De werknemer heeft geen vrijgestelde aanspraak op de uitkeringen of verstrekkingen.
    • Werknemers die aan het fonds bijdragen, hebben de laatste 5 jaar gezamenlijk minstens evenveel bijgedragen als de werkgever. Als het fonds nog geen 5 jaar bestaat, gaat u uit van de periode vanaf de oprichting van het fonds tot aan het jaar waarin de uitkering of verstrekking plaatsvindt.

    Bijdragen van de werknemer aan het fonds houdt u in op het nettoloon. Deze bijdragen zijn dus niet aftrekbaar.

 
 

Gerelateerd:

Online Handboek Loonheffingen 2019
Ontslagvergoeding in de aangifte loonheffingen hoe?
Wijzigingen voor de loonheffingen 2020
Nieuwe pdf Handboek Loonheffingen 2019
Minimumloon 2020
WAB-checklist werkgevers voor 2020
Algemene heffingskorting omhoog 2020
 
 
personeel, werknemers, arbeiders, werk, arbeidszaken, personeelszaken, personeelsdiensten, werknemer,

door100% Salarisverwerking B.V.

Codes bij aangeven transitievergoeding vernieuwd

Voor het verwerken van een transitievergoeding in de aangifte loonheffingen gelden bepaalde regels.

         

In deze handreiking vindt u de informatie die u nodig hebt om de vergoeding juist aan te geven.

Voor een transitievergoeding gebruikt u de groene tabel bijzondere beloningen. Een transitievergoeding is namelijk loon uit vroegere dienstbetrekking. Ook als u de vergoeding betaalt vóór het einde van de dienstbetrekking. Daarnaast is het een eenmalige uitkering.

Betaalt u de transitievergoeding in termijnen? Ook dan gebruikt u de groene tabel bijzondere beloningen.
 
regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,
 

Nieuwe inkomstenverhouding

De transitievergoeding geeft u aan in een nieuwe inkomstenverhouding. Groen en wit loon mag namelijk niet in één inkomstenverhouding.

De begin- en einddatum van de inkomstenverhouding is bij een eenmalige betaling de datum van het genietingsmoment. Bij uitbetaling in termijnen is de begindatum het genietingsmoment van de eerste termijn en de einddatum het genietingsmoment van de laatste termijn.
 

Codes aangifte loonheffingen

Om te voorkomen dat u brieven met foutmeldingen ontvangt, is het belangrijk dat u voor de transitievergoeding de juiste codes gebruikt in de aangifte loonheffingen:

  • code zorgverzekeringswet (zowel belasting- als premieplicht) = K
  • code inkomstenverhouding/inkomenscode = 62
  • geen code aard arbeidsverhouding
  • code loonbelastingtabel = 020

In de rubriek ‘Loon SV’ vermeldt u € 0.
 

Let op!

Als sprake is van een internationale situatie, waarbij een herleidingsregel van toepassing is, kunnen de code zorgverzekeringswet en de code loonbelastingtabel anders zijn. In de ‘Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen’ leest u hier meer over.

 

Indicaties werknemersverzekeringen in aangifte

Voor de indicaties werknemersverzekeringen is van belang wanneer de verzekerde werknemer de transitievergoeding ontvangt. Krijgt hij deze vóór het einde van het dienstverband? Dan zet u in de inkomstenverhouding met de transitievergoeding de volgende indicaties op ‘ja’:

  • Indicatie verzekerd WAO/IVA/WGA’,
  • Indicatie verzekerd WW’ en
  • Indicatie verzekerd ZW

Ontvangt de werknemer de transitievergoeding na het dienstverband? Dan zet u deze indicaties op ‘nee’.
 

Bijdrageloon zorgverzekeringswet

De transitievergoeding is bijdrageloon voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) waarover u de werkgeversheffing betaalt. Bij het uitbetalen van de transitievergoeding ontstaat geen nieuw loontijdvak. Dit geldt zowel voor een eenmalige betaling als voor een betaling in termijnen.

Wel kan sprake zijn van grondslagaanwas als gevolg van het ‘inhaaleffect’. Dit doet zich voor als het maximum van het bijdrageloon over de eerdere tijdvakken nog niet is bereikt. U betaalt dan werkgeversheffing Zvw over de transitievergoeding tot het cumulatieve maximumbijdrageloon van dat kalenderjaar. De Zvw wordt namelijk berekend op basis van voortschrijdend cumulatief rekenen.
 

Let op!

Voor de berekening van de bijdrage Zvw houdt u rekening met alle loontijdvakken in hetzelfde kalenderjaar. Ook als deze tijdvakken betrekking hebben op een ander nummer inkomstenverhouding van de werknemer.
 
 

Meer informatie

 

Gerelateerde handreikingen

 
 
regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwe pdf Handboek Loonheffingen 2019

De Belastingdienst heeft toch nog een nieuwe pdf van het Handboek Loonheffingen 2019 gepubliceerd .

         
Hierin is informatie toegevoegd over wanneer er sprake is van een dienstbetrekking en wat de fiscale regels zijn als een werkgever een studietoelage wil geven voor kinderen van werknemers.
 
Belastingdienst, belasting,overheid,
 
In de juli-versie van het Handboek Loonheffingen 2019 is op verschillende plekken informatie toegevoegd over het onbelast uitdelen van een studietoelage aan een kind van een werknemer. Zo staat er in paragraaf 4.2 hoe werkgevers moeten bepalen of een studietoelage loon voor de werknemer vormt of niet, gaat paragraaf 6.2 in op de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (ZVW) over een studietoelage en schrijft paragraaf 7.3.3 voor dat werkgevers de groene tabel voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen voor een studietoelage moeten toepassen.

 

Uitkering aan derde belasten

Ook het begrip ‘dienstbetrekking ’ aan bod. In paragraaf 1.1.4 heeft de Belastingdienst namelijk informatie toegevoegd over wat er gebeurt als uw organisatie in verband met de dienstbetrekking van een werknemer een uitkering doet aan een derde. Als alleen die derde recht heeft op die uitkering, en de werknemer dus niet, moet de werkgever daarop loonbelasting inhouden. Hoewel deze informatie in meer situaties van belang is, is er óók sprake van als een kind van een werknemer een zelfstandig recht krijgt op een studietoelage.

 

Het Handboek Loonheffingen pdf

Tot 2017 publiceerde de Belastingdienst elk kwartaal een nieuwe pdf van het Handboek Loonheffingen. In 2018 verdween de april-editie al en dit jaar leek het erop dat er ook geen versie per 1 juli zou komen. Inmiddels heeft de Belastingdienst die toch nog gepubliceerd. Gebruikers die er de voorkeur aan geven om het Handboek op papier te raadplegen, moeten het zelf printen. U kunt het complete Handboek Loonheffingen 2019 nu downloaden.(klik hier)
 

Gerelateerd:

Online Handboek Loonheffingen 2019 geactualiseerd
Aanvulling op de uitkering en de aangifte loonheffing
Gecorrigeerde Nieuwsbrief loonheffingen 2019
 
 
belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,