Tag archief loonbelasting

door100% Salarisverwerking B.V.

Dienstbetrekking stagiairs, echt of fictief?

Als u een stagiair aanneemt, kan sprake zijn van een echte of fictieve dienstbetrekking.
            
Of er is helemaal geen dienstbetrekking. En wat zijn de gevolgen als een stagiair na de stageperiode in vaste dienst komt? In deze handreiking leest u hier meer over.

Stagiairs zijn leerlingen die in de praktijk werken als onderdeel van hun opleiding.
Het is afhankelijk van de beloning of en hoe u de stagiair moet verwerken in de aangifte loonheffingen.
 

Geen dienstbetrekking

Ontvangt de stagiair alleen onderricht en eventueel een vergoeding van de werkelijke kosten, dan is geen sprake van een fictieve of echte dienstbetrekking. De stagiair ontvangt dan namelijk geen loon volgens de Wet op de loonbelasting.

 

Echte dienstbetrekking

Als een stagiair een reële beloning krijgt voor de stage-uren, bijvoorbeeld het minimum(jeugd)loon, is hij in echte dienstbetrekking. Dan gelden de normale regels voor de loonheffingen en is de stagiair verzekerd voor alle werknemersverzekeringen. U moet dan op de gebruikelijke manier premies werknemersverzekeringen berekenen en ook de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) betalen.

 

Fictieve dienstbetrekking

Als er geen echte dienstbetrekking is en de stagiair krijgt een stagevergoeding, kan sprake zijn van een fictieve dienstbetrekking. Dit is van toepassing als de stagiair geen marktconforme beloning ontvangt. Marktconform is bijvoorbeeld het minimumjeugd- of cao-loon.

U houdt loonbelasting/premie volksverzekeringen in en u betaalt werkgeversheffing Zvw.

 

Premies werknemersverzekeringen

Deze stagiair is verzekerd voor de Wet Wajong en voor de Ziektewet (ZW), maar u hoeft geen premies werknemersverzekeringen te berekenen.

 

Codes aangifte loonheffingen

Voor stagiair in fictieve dienstbetrekking geldt het volgende:

  • Code aard arbeidsverhouding is 7.
  • Hij is alleen verzekerd voor de ZW en de Wet Wajong.
  • De verzekeringsindicatie voor de ZW moet op ‘Ja’ staan.
  • De verzekeringsindicaties voor de WW en de WAO/IVA/WGA moeten op ‘Nee’ staan.
  • Het loon dat hij geniet (de stagevergoeding) is loon voor de werknemersverzekeringen (SV-loon).
  • Er is géén sprake van premieloon (oftewel grondslagaanwas op het cumulatieve premieloon). U vult € 0 aan premieloon (grondslagaanwas) in.
  • U moet de sectorcode invullen.
  • De rubriek ‘Code invloed verzekeringsplicht’ vult u niet in.

 

Gelijktijdig stage en dienstbetrekking

Het kan zijn dat een werknemer gelijktijdig bij dezelfde werkgever in echte dienstbetrekking en fictieve dienstbetrekking (stage) is.

 

Echte dienstbetrekking

Als een stagiair voor de stage-uren een marktconforme beloning ontvangt, is sprake van een echte dienstbetrekking. U houdt op de gebruikelijk manier de loonheffing in. U betaalt ook premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw.

 

Fictieve dienstbetrekking

Ontvangt de stagiair geen marktconforme beloning maar een stagevergoeding, dan past u de regels toe die gelden voor de fictieve dienstbetrekking. U gebruikt voor de stagevergoeding een aparte inkomstenverhouding.

 

Na stage in dienst

Wanneer de arbeidsverhouding van een stagiair na zijn stage wijzigt van een fictieve dienstbetrekking naar een echte dienstbetrekking, verandert zijn verzekeringssituatie. Voor de echte dienstbetrekking gebruikt u dan een nieuwe inkomstenverhouding.

 

Premies werknemersverzekeringen

Wijzigt de dienstbetrekking van de stagiair in de loop van het kalenderjaar, dan heeft dit gevolgen voor de berekening van de premies werknemersverzekeringen. Voor de berekening van het premiemaximum moet u ook rekening houden met loon dat de stagiair tijdens zijn stageperiode heeft genoten. U moet dan alsnog alle premies werknemersverzekeringen betalen over de stagevergoeding. Dit leidt dus tot een ‘inhaaleffect’.

 

Voorbeeld

Iemand werkt van 1 januari tot en met 31 maart als stagiair in fictieve dienstbetrekking tegen een loon van € 300 per maand. Per 1 april komt deze persoon in vaste dienst tegen een maandloon van € 4.500. Het (fictieve) maximum premieloon per maand is € 4.700.

Voor de berekening van de premies werknemersverzekeringen geldt het volgende:

  • Vanaf 1 januari tot en met 31 maart is de stagiair alleen verzekerd voor de Wet Wajong en de ZW. Nummer inkomstenverhouding is 1. De stagevergoeding behoort tot het cumulatief loon werknemersverzekeringen, maar leidt niet tot aanwas van de grondslag. Over de stagevergoeding hoeft u dus geen premie te betalen.
  • Vanaf 1 april komt de stagiair in vaste dienst. Hij is verzekerd voor alle werknemersverzekeringen. Nummer inkomstenverhouding is 2. In april is sprake van een inhaaleffect in verband met de stagevergoedingen in januari tot en met maart.

 

Tabel

premies werknemersverzekeringen ,stagevergoedingen

Tabel met berekening van de premies werknemersverzekeringen n.a.v. het gegeven voorbeeld

In de brochure ‘Toelichting loonberekening VCR ’ vindt u meer rekenvoorbeelden.

 

School ontvangt stagevergoeding

Als de stagiair de stagevergoeding niet zelf krijgt, hoeft u geen loonheffingen in te houden en te betalen onder de volgende voorwaarden:

  • U maakt de stagevergoeding rechtstreeks over aan de school of het stagefonds, met uitzondering van kostenvergoedingen.
  • De school of het stagefonds geeft de stagevergoeding niet door aan de stagiair, maar gebruikt dit voor algemene schoolse activiteiten.
  • De school of het stagefonds administreert de stagevergoedingen en de besteding daarvan.
  • U legt binnen 2 maanden na afloop van elk jaar de volgende gegevens in uw administratie vast: de naam, het adres en het burgerservicenummer van de stagiair, de naam en het adres van de school of het stagefonds en het bedrag van de beloning. Hierbij vermeldt u de datum en het nummer van het besluit waarop de regeling is gebaseerd: 14 december 2010, nr. DGB2010/2202M.

 
 

Meer informatie

Handboek Loonheffingen (paragraaf 16.10)
Codes aangifte loonheffingen 2020
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Toelichting loonberekening VCR

Besluit DGB2010/2202M ‘Heffingsaspecten stagiairs

 

Wetsartikelen

Artikel 3, lid 1, letter e Wet op de loonbelasting (stagiair)
Artikel 16 en 17 Wet financiering sociale verzekeringen (VCR)
 
 

Gerelateerde berichten

Check recht loonkostenvoordeel in dienst nemen stagiair
Toepassing studenten- en scholierenregeling
 
 
stagiair – dienstbetrekking ,loonbelasting,belastingdienst,loonheffing,inhoudingsplichtig stageverlener,stagiairs en loonbelastingen, salarisverwerking,salarisverwerkers,loonadministratie,salaris,loon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Fictieve dienstbetrekking

Naast de privaatrechtelijke en publiekrechtelijke dienstbetrekking bestaat ook nog de fictieve dienstbetrekking.
       
Er zijn vele mogelijkheden en dienstverbanden om mensen voor u te laten werken, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst is met uw organisatie. Echter voor de Belastingdienst worden een aantal van deze dienstverbanden toch aangemerkt als een dienstverband. Dat noemt men dan een fictief dienstverband en kan dat betekenen dat u toch loonheffingen of werknemerspremies moet inhouden en werkgeverspremies moet afdragen. Over de voorwaarden voor de fictieve dienstverbanden voor de loonadministratie geven wij een kleine uitleg.

 

De fictieve dienstbetrekking

De artikelen 3, 4 en 5 van de Wet op de loonbelasting 1964 bestempelen een aantal bijzondere arbeidsverhoudingen tot dienstbetrekking. Deze ‘arbeidsverhoudingen’ worden doorgaans ‘fictieve dienstbetrekkingen’ genoemd.
Let op: pas als vastgesteld is dat er geen sprake is van een ‘gewone’ privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst komt men toe aan de vraag of er dan misschien wel sprake zou kunnen zijn van een fictieve dienstbetrekking.

Van de volgende personen wordt de arbeidsverhouding als een fictieve dienstbetrekking aangemerkt:

  • aannemers van werk en degenen die hen bijstaan bij dat werk;
  • freelancers;
  • provisiewerkers;
  • tussenpersonen;
  • meewerkende kinderen;
  • gelijkgestelden;
  • thuiswerkers;
  • leerlingen en stagiairs;
  • uitzendkrachten;
  • topsporters;
  • artiesten;
  • de pseudo-werknemer (opting-in).

Deze lijst is niet uitputtend: niet alle situaties waarin sprake is van een fictieve dienstbetrekking zijn genoemd.

Een aantal van de genoemde fictieve dienstbetrekkingen zullen we nader bespreken. Dit zijn de situaties waarover we in de praktijk de meeste vragen krijgen.

 

Meewerkende kinderen

Het kind van 15 jaar of ouder dat werkzaam is in de onderneming van zijn ouders wordt geacht (fictief) in dienst te zijn bij die onderneming, tenzij de onderneming deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met het kind waaruit het kind zelf winst uit onderneming geniet. Meewerkende kinderen in fictief dienstverband zijn niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen, ze vallen wel onder de Zorgverzekeringswet.
Let op: als het kind onder dezelfde voorwaarden in het bedrijf van de ouders werkt als het gewone bedrijfspersoneel, dan is er sprake van een gewone dienstbetrekking, waarvoor de normale regels gelden. Het kind is dan ook verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Indien het kind dat fictief in dienst geacht wordt te zijn nog tot het huishouden behoort van de ouders, dan kan op verzoek een vereenvoudigde regeling voor de loonheffingen worden toegepast. Hierbij behoeft slechts één keer per jaar aangifte voor de loonheffingen gedaan te worden, waarbij de berekening van de inhoudingen op eenvoudiger wijze plaats vindt.

 

Gelijkgestelden

Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van degene die persoonlijke arbeid verricht op doorgaans tenminste 2 dagen per week tegen een bruto-inkomen dat doorgaans over een week ten minste tweevijfde zal bedragen van het wettelijk minimum(jeugd)loon. Hoeveel uur per dag wordt gewerkt is niet relevant.

‘Normaliter’ duidt op een regelmatig patroon. Aan de hand van het te verwachten werkpatroon moet worden nagegaan of er doorgaans op 2 dagen per week wordt gewerkt. Wordt bij uitzondering wel eens niet of slechts één dag gewerkt, dan is nog wel sprake van ‘normaliter’ dus van een fictief dienstverband. Omgekeerd geldt ook dat iemand die doorgaans op slechts 1 dag per week werkzaam is en in bijzondere gevallen twee- of driemaal in een week werkt, niet opeens in fictieve dienstbetrekking is.

In de volgende gevallen is geen sprake van een fictieve dienstbetrekking als gelijkgestelde:

  • de arbeidsverhouding is al een privaatrechtelijke dienstbetrekking;
  • de arbeidsverhouding valt onder een van de andere fictieve dienstbetrekkingen;
  • degene die het werk verricht, doet dat als zelfstandig ondernemer;
  • het verrichten van de arbeid is rechtstreeks overeengekomen met een natuurlijk persoon t.b.v. diens persoonlijke aangelegenheden;
  • de arbeidsverhouding is aangegaan voor korter dan een maand;arbeid van een auteur of redactiemedewerker die niet beroepsmatig werkzaam is voor een uitgever;
  • arbeid als bestuurder van een vereniging of stichting;
  • arbeid van geestelijke aard (geestelijk verzorgers e.d.);
  • de arbeidsverhouding wordt in overwegende mate beheerst door familieverhoudingen.

 

Thuiswerkers

Thuiswerkers die persoonlijke arbeid verrichten tegen een bruto-inkomen dat doorgaans over een maand ten minste tweevijfde van het minimum(jeugd)loon bedraagt, zijn in fictieve dienstbetrekking. Onder het begrip thuiswerkers vallen niet alleen personen die in hun eigen huis werkzaam zijn, maar ook personen die hun werk niet in een bedrijf verrichten, maar op een door hen zelf te kiezen plaats. Als de thuiswerker zich laat bijstaan door één of twee hulpen, dan zijn deze ook in fictieve dienstbetrekking.

Uitzonderingen op de fictieve dienstbetrekking van thuiswerkers:

  • de thuiswerker laat zich doorgaans bijstaan door meer dan 2 hulpen (waarbij de echtgenoot en inwonende minderjarige kinderen buiten beschouwing worden gelaten);
  • de arbeidsverhouding valt tevens onder de bepalingen voor artiesten of uitzendkrachten;
  • degene die het werk verricht, doet dat als zelfstandig ondernemer;
  • het verrichten van de arbeid is rechtstreeks overeengekomen met een natuurlijk persoon t.b.v. diens persoonlijke aangelegenheden;
  • de arbeidsverhouding is aangegaan voor korter dan een maand;
  • arbeid van een auteur of redactiemedewerker die niet beroepsmatig werkzaam is voor een uitgever;
  • arbeid van geestelijke aard (geestelijk verzorgers e.d.);
  • de arbeidsverhouding wordt in overwegende mate beheerst door familieverhoudingen.

 

Leerlingen en stagiairs

Leerlingen en stagiairs die werkzaam zijn om vakbekwaamheid te verwerven (en die niet uitsluitend onderricht genieten) zijn voor de loonheffingen in beginsel in fictieve dienstbetrekking. Dit geldt voor leerlingen van scholen die een praktijk- of stagejaar vervullen, voor toekomstige werknemers die een periode als leerling meemaken en voor mensen die een (om)scholingscursus volgen bij een centrum voor vakopleiding van volwassenen.

Het voordeel dat de leerling geniet doordat hij gratis onderwijs krijgt, behoort niet tot het belaste loon. Een eventuele stagevergoeding (niet zijnde een onkostenvergoeding) vormt wel belast loon, evenals eventueel loon in natura.

Leerlingen en stagiairs die naast het onderricht ook een beloning ontvangen vallen onder de inhouding van loonbelasting, de premie voor de Zorgverzekeringswet en de werknemersverzekeringen met uitzondering van de WW en de WAO/WIA. Voor de WW moet er namelijk sprake zijn van productieve arbeid en normaal loon. Voor het risico van arbeidsongeschiktheid vallen ze onder de WAJONG.

 

De pseudo-werknemer (opting-in)

Als een arbeidsverhouding geen ‘normale’ dienstbetrekking is en tevens geen fictieve, dan kan op gezamenlijk verzoek van de ‘pseudo-werknemer’ en de opdrachtgever de arbeidsverhouding toch als dienstbetrekking worden aangemerkt. De arbeid mag niet worden verricht in de uitoefening van een bedrijf of beroep.

De opting-in regeling geldt alleen voor de loonbelasting en de premie voor de Zorgverzekeringswet.
Er kunnen verschillende overwegingen zijn om een arbeidsverhouding vrijwillig als dienstbetrekking aan te merken. Zo kan het prettig zijn als op de beloning reeds de verschuldigde (loon)belasting is ingehouden, zodat dat niet meer via de aanslagregeling behoeft te gebeuren. Ook kan het gaan om de mogelijkheid te hebben gebruik te maken van de faciliteiten die de loonbelasting kent, waarbij gedacht kan worden aan het kunnen toekennen van vrije vergoedingen en verstrekkingen of het onbelast kunnen opbouwen van pensioen.

Heeft u nog vragen of opmerkingen over de fictieve dienstbetrekking neem gerust contact op.

 
 

Gerelateerd

Einde aan “slapend dienstverband”!
Meewerkende kinderen in de loonaangifte
Aanvragen doelgroepverklaring bij indiensttreding vóór 1 oktober
 
Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving, personeelszaken, hrm,

door100% Salarisverwerking B.V.

Meewerkende kinderen in de loonaangifte

Als een kind meewerkt in de onderneming van de ouder(s) kan sprake zijn van een echte of een fictieve dienstbetrekking.
       
Voor de fictieve dienstbetrekking mag u onder voorwaarden een vereenvoudigde regeling toepassen. In deze handreiking leest u hier meer over.

Een kind dat meewerkt in de onderneming van zijn ouder(s), is in echte dienstbetrekking als het kind onder dezelfde arbeidsvoorwaarden werkt als andere werknemers. Dan is sprake van loon, arbeid en werkgeversgezag. Het kind is dan ook verzekerd voor de werknemersverzekeringen. In dat geval gelden de normale regels voor de loonheffingen.

 

Fictieve dienstbetrekking

Er is sprake van een fictieve dienstbetrekking als het kind ten minste 15 jaar is en de familierelatie tussen ouder en kind overheerst. De arbeidsvoorwaarden zijn dan niet hetzelfde als voor de andere werknemers. Er is dan namelijk geen werkgeversgezag.

Bij de fictieve dienstbetrekking voor het meewerkend kind geldt het volgende:

  • De ouders zijn inhoudingsplichtig voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen (loonheffing) en de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw).
  • De ouders moeten aan alle administratieve verplichtingen voldoen, zoals een kopie van het identiteitsbewijs bij de administratie bewaren.
  • Het meewerkende kind is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Let op!

De fictieve dienstbetrekking geldt niet als het kind winst uit de onderneming van zijn ouders geniet.

 

Vereenvoudigde regeling

Voor meewerkende kinderen met een fictieve dienstbetrekking mag u onder bepaalde voorwaarden een vereenvoudigde regeling toepassen voor de inhouding loonheffing en de Zvw.

Deze regeling houdt het volgende in:

  • U doet 1 keer per jaar aangifte loonheffingen.
  • U maakt gebruik van een apart loonheffingennummer.
  • U vraagt het loonheffingennummer aan met het formulier ‘Melding Loonheffingen Werkgever van meewerkende kinderen’.
  • U hoeft geen loonstaten in te vullen.
  • U moet de loonspecificatie bij de loonadministratie bewaren.
  • U past altijd de loonheffingskorting toe.
  • U houdt de loonheffing 1 keer per jaar in op de 1e werkdag van het volgende kalenderjaar. Dan betaalt u ook de Zvw.
  • U doet 1 maand na afloop van het kalenderjaar digitaal aangifte. Dit betekent dat u de aangifte over 2020 uiterlijk 31 januari 2021 moet doen.

 

Tijdstip van inhouding

Voor meewerkende kinderen hoeft u slechts eenmaal per jaar de loonheffingen te berekenen en af te dragen. Als fictief tijdstip van inhouding geldt de eerste werkdag van het volgende kalenderjaar. Voor de berekening van de loonheffingen is dus de situatie (zoals de leeftijd van het kind) op die datum beslissend. U moet wel de tarieven van het voorgaande jaar gebruiken.

 

Berekening loonheffingen

Het loon dat het kind in het kalenderjaar genoten heeft, deelt u in 4 gelijke delen. Om de inhouding loonbelasting/premie volksverzekeringen te berekenen, gebruikt u 4 keer de kwartaaltabel. Als de tabellen per 1 juli zijn gewijzigd, gebruikt u 2 keer de kwartaaltabel zoals die geldt vanaf het 1e kwartaal en 2 keer zoals die geldt vanaf het 3e kwartaal.

Heeft het kind niet het hele kalenderjaar in de onderneming gewerkt, dan rekent u het loon alleen toe aan de kalenderkwartalen waarin het kind in de onderneming heeft gewerkt.

Let op!

Als u geen loonbelasting/premie volksverzekeringen inhoudt op het loon van het meewerkende kind, dan is de niet-ingehouden loonheffing een voordeel dat u bij het loon van het kind moet tellen.

 

Voorwaarden vereenvoudigde regeling

De vereenvoudigde regeling voor meewerkende kinderen mag u toepassen onder de volgende voorwaarden:

  • De ouder(s) hebben een eenmanszaak, maatschap, vof of cv.
  • Vóór de 1e uitbetaling van het loon neemt u de naam, het adres en het burgerservicenummer van het meewerkende kind op in de administratie.
  • Het kind werkt in de onderneming van de ouder(s). In het geval van een maatschap, vof of cv gaat het dus om een kind van 1 van de maten of vennoten.
  • Het kind hoort tot het huishouden van deze ouder(s).
  • Het kind is ten minste 15 jaar.
  • Het kind is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • Het kind geniet geen winst uit de onderneming.

 

Loonheffingskorting toepassen

U moet bij gebruik van de vereenvoudigde regeling altijd de loonheffingskorting toepassen. Heeft het kind tegelijkertijd nog een andere dienstbetrekking of uitkering waar het de loonheffingskorting laat toepassen? Dan voldoet u niet aan alle voorwaarden en mag u de vereenvoudigde regeling niet gebruiken.

 

Toestemming Belastingdienst

Als u de vereenvoudigde regeling wilt toepassen, moet u toestemming aan de Belastingdienst vragen. Als u die toestemming niet hebt gevraagd of als niet aan alle voorwaarden is voldaan, gelden alle normale administratieve verplichtingen. U vraagt deze toestemming met het formulier ‘Melding Loonheffingen Werkgever van meewerkende kinderen’.

 

Waardering inwoning, maaltijden en kleding

Voor de waardering van inwoning, maaltijden en kleding die meewerkende kinderen van hun ouders krijgen, gelden speciale regels.

U rekent de factuurwaarde of de waarde in het economisch verkeer van deze verstrekkingen tot het loon, als:

  • U bij het vaststellen van het loon rekening gehouden hebt met de gratis inwoning, de gratis maaltijden en gratis kleding.
  • U bij het vaststellen van het loon geen rekening hebt gehouden met deze gratis verstrekkingen en met het kind bent overeengekomen dat het loon tenminste 30% lager is dan gebruikelijk voor het werk dat het kind doet.

Voor inwoning en maaltijden mag u in beide situaties ook de volgende normbedragen gebruiken:

  • € 5,60 per dag per kind voor de waarde van de gratis inwoning.
  • € 3,35 per maaltijd.

Als u de waarde van de verstrekkingen bepaalt met de normbedragen en dan uitkomt op een loon dat ten minste 30% lager is dan het gebruikelijke loon, dan stelt u het loon op 70% van het gebruikelijke loon.

 

Eigen bijdrage

Betaalt het kind een eigen bijdrage voor de verstrekkingen uit het nettoloon? Bijvoorbeeld kostgeld, inwoongeld en/of kledinggeld? Dan mag u dit in mindering brengen op de waarderingsbedragen. Het bedrag van de waardering mag niet lager worden dan € 0.

 

Zakgeld

Ontvangt het kind zakgeld? Dan moet u dat tot het loon rekenen voor zover dit meer is dan wat het kind zou ontvangen als het niet zou meewerken in de onderneming.

Voorbeeld

U hebt het loon van het meewerkend kind vastgesteld op € 1.000. Daarnaast verstrekt u aan het meewerkend kind 30 maaltijden met een factuurwaarde van € 10 per maaltijd. Een andere werknemer krijgt voor hetzelfde werk € 1.700. Als u voor de 30 maaltijden die u verstrekt, uitgaat van het normbedrag (30 x € 3,35 = € 100,50), komt u voor het meewerkend kind op een loon van € 1.100,50. Omdat dit meer dan 30% lager is dan het gebruikelijke loon, stelt u het loon van het meewerkende kind op 70% van het gebruikelijke loon en dus op € 1.190.

 

Meer informatie

In het Handboek Loonheffingen leest u meer over:
Meewerkende kinderen in paragraaf 16.11
Administratieve verplichtingen in hoofdstuk 2 en 3
Dienstbetrekking in hoofdstuk 1
In paragraaf 3.4 van de Staatscourant nr. BLKB2014/1894M leest u meer over de waardering maaltijden, inwoning en kleding voor meewerkende kinderen.

 

Wetsartikelen:

Artikel 3 Wet op de loonbelasting (Wet LB)
Artikel 23 Wet LB
Artikel 27 Wet LBArtikel 7.1 Uitvoeringsregeling LB
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2020, loonheffingen 2020, belastingdienst 2020, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris,pensioen,premies 2020,

door100% Salarisverwerking B.V.

Overheid kondigt vandaag steunpakket aan, er zijn al maatregelen genomen!

Wat kunnen we nog meer verwachten?

                    
Het kabinet heeft een steunpakket met maatregelen om de negatieve economische gevolgen van het coronavirus zo veel mogelijk te beperken aan.
 
coronavirus overzicht, COVID-19 nieuws, corona actueel, coronacrisis nieuws, coronavirus nieuws, corona maatregelen nieuws, corona-epidemie nieuws, ,Nieuws, actueel, Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving, personeelszaken, hrm,

Coronavirus: kabinet neemt pakket nieuwe maatregelen voor banen en economie

Het kabinet heeft besloten om vanwege het coronavirus uitzonderlijke economische maatregelen te nemen. Doel is om naast onze gezondheid ook onze banen en inkomens te beschermen en de gevolgen voor zzp’ers, mkb-ondernemers en grootbedrijven op te vangen. Dit pakket biedt, zo lang als nodig is, maandelijks voor miljarden euro’s aan steun. De maatregelen zorgen ervoor dat bedrijven hun personeel kunnen doorbetalen, bieden zelfstandigen een overbrugging en maken via versoepelde belastingregelingen, compensatie en extra kredietmogelijkheden mogelijk dat geld in de bedrijven blijft.

De ministers en staatssecretarissen van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Financiën en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hebben het pakket dinsdag aan de Tweede Kamer aangekondigd bovenop economische maatregelen die donderdag 12 maart al zijn genomen vanuit het kabinet.
 

De bewindspersonen laten gezamenlijk weten: “In de eerste plaats is het essentieel dat elke Nederlander de gezondheidsbesluiten en -adviezen steeds opvolgt. Die maatregelen hebben tegelijkertijd grote impact op ondernemers van klein tot groot, in alle sectoren. We laten hen niet alleen. Met dit nieuwe pakket krijgen ze extra ondersteuning. Het kabinet vereenvoudigt bovendien ook toegang en versoepelt voorwaarden, zodat personeel en zelfstandigen zoveel mogelijk hun werk behouden.”

Het kabinet volgt de situatie nauwgezet en heeft daarover steeds contact met ondernemersorganisaties, sociale partners en banken. Gezonde overheidsfinanciën en begrotingsafspraken zorgen er voor dat het kabinet als gevolg van dit pakket niet meteen hoeft te bezuinigen. Er wordt gekozen om de staatsschuld te laten oplopen, dat kan, omdat in goede tijden de schuld naar beneden is gebracht.

De maatregelen:

    1. Instellen tijdelijke regeling tegemoetkoming loonkosten (ministerie van SZW)

    Een ondernemer die omzetverlies verwacht (minimaal 20%) kan bij het UWV voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen (maximaal 90% van de loonsom, afhankelijk van het omzetverlies). UWV zal een voorschot verstrekken van 80% van de gevraagde tegemoetkoming. Hierdoor kunnen bedrijven hun personeel blijven doorbetalen. Voorwaarde is dat er geen personeel ontslagen mag worden om bedrijfseconomische redenen in de subsidieperiode. Deze Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) wordt zo spoedig mogelijk opengesteld en is de vervanger van de huidige regeling werktijdverkorting. Hiervoor kunnen bij SZW per direct geen nieuwe aanvragen meer voor worden ingediend. Aanvragen die al zijn gedaan, maar nog niet afgehandeld, zullen worden afgehandeld in de nieuwe regeling. Ondernemers kunnen de tegemoetkoming aanvragen voor een omzetdaling vanaf 1 maart.

     

    2. Extra ondersteuning zelfstandig ondernemers (ministerie van SZW en gemeenten)

    Het kabinet stelt een tijdelijke, versoepelde regeling in om zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers, te ondersteunen zodat zij hun bedrijf kunnen voortzetten. De regeling wordt uitgevoerd door gemeenten. Zelfstandigen kunnen voor een periode van drie maanden, via een versnelde procedure, aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor levensonderhoud. Deze vult het inkomen aan tot het sociaal minimum en hoeft niet worden terugbetaald. Er is in deze tijdelijke bijstandsregeling voor zelfstandig ondernemers geen sprake van een vermogens- of partnertoets. Ondersteuning volgens deze tijdelijke regeling is ook mogelijk in de vorm van een lening voor bedrijfskapitaal, tegen een verlaagd rentepercentage.

     

    3. Versoepeling uitstel van betaling belasting en verlaging boetes (Belastingdienst)

    Getroffen ondernemers kunnen eenvoudiger uitstel van belasting aanvragen. De Belastingdienst stopt de invorderingen dan direct. Dit geldt voor de inkomsten-, vennootschaps-, loon- en omzetbelastingen (btw). Eventuele verzuimboetes voor het niet op tijd betalen, hoeven niet te worden betaald. Het is bovendien niet nodig meteen bewijsmateriaal mee te sturen. Daar krijgt de ondernemer langer de tijd voor. De invorderingsrente die normaal gesproken ingaat na het verstrijken van de betalingstermijn wordt tijdelijk verlaagd van 4% naar bijna 0%. Dit geldt voor alle belastingschulden. Ook het tarief van de belastingrente gaat tijdelijk naar bijna 0%. Deze verlaging zal gelden voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. Het kabinet zal de belastingrente zo snel mogelijk aanpassen.

     

    4. Verruiming regeling Garantie Ondernemersfinanciering (ministerie van EZK)

    Ondernemingen die problemen ondervinden bij het verkrijgen van bankleningen en bankgaranties kunnen gebruik maken van de Garantie Ondernemersfinanciering-regeling (GO). Het kabinet stelt voor het garantieplafond van de GO te verhogen van 400 miljoen naar 1,5 miljard euro. Met de GO helpt EZK zowel het MKB als grote ondernemingen door middel van een 50% garantie op bankleningen en bankgaranties, (minimaal 1,5 miljoen – maximaal 50 miljoen euro per onderneming). Het maximum per onderneming wordt tijdelijk verruimd naar 150 miljoen euro. Het Kabinet committeert zich om alle garantieruimte te verstrekken die nodig is.

     

    5. Rentekorting kleine ondernemers op microkredieten Qredits (ministerie van EZK)

    Microkredietenverstrekker Qredits financiert en coacht een grote groep kleine en startende ondernemers, die via de bank vaak moeilijk aan financiering komen. Te denken valt aan ondernemers in de horeca, detailhandel, persoonlijke verzorging, de bouw en zakelijke dienstverlening. Qredits stelt een tijdelijke crisismaatregel open: voor kleine ondernemers die geraakt worden door de coronaproblematiek wordt uitstel van aflossing aangeboden voor de duur van zes maanden en de rente gedurende deze periode automatisch verlaagd naar 2%.. Het kabinet ondersteunt Qredits voor deze maatregel met maximaal 6 miljoen euro.

     

    6. Tijdelijk borgstelling voor land- en tuinbouwbedrijven (ministerie van LNV)

    Voor de land- en tuinbouwbedrijven komt er een tijdelijke borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL). Daarmee staat het kabinet borg voor de kredieten van agrarisch ondernemers. Het kabinet streeft ernaar om deze tijdelijke verruiming van de BL spoedig open te kunnen stellen.

     

    7. Overleggen over toeristenbelasting (Rijk/gemeenten) en cultuursector

    Het kabinet gaat in overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over de mogelijkheid om (voorlopige) lokale aanslagen aan ondernemers stop te zetten en al opgelegde aanslagen aan bedrijven in te trekken. Het gaat hierbij in het bijzonder om de toeristenbelasting. Ook is het Rijk met de cultuursector in overleg om te kunnen aansluiten bij generieke maatregelen en eventuele verbijzondering indien dat nodig is.

     

    8. Compensatieregeling getroffen sectoren (ministerie van EZK)

    De gezondheidsmaatregelen van het kabinet hebben enorme consequenties voor de inkomsten in een aantal sectoren in het bijzonder. Zoals bijvoorbeeld de (verplichte) sluiting van eet- en drinkgelegenheden en annuleringen in de reisbranche. Deze inkomsten kunnen bovendien moeilijk worden ingehaald wanneer het coronavirus achter de rug is. Het kabinet komt daarom met een compensatieregeling met passende maatregelen voor bedrijven in de genoemde sectoren. Deze wordt nu uitgewerkt en met spoed voorgelegd aan de Europese Commissie voor de beoordeling op (geoorloofde) staatssteun.

 

Waar kunnen ondernemers terecht?

Banken kunnen aanmeldingen voor de verruimde kredietregelingen (BMKB en GO) bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland doen, de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Ondernemers melden zich hiervoor bij hun kredietverstrekker. Voor de belastingmaatregelen kunnen ondernemers terecht bij de Belastingdienst Zakelijk via Belastingdienst.nl/coronavirus. De regelingen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden zo spoedig mogelijk opengesteld.

Bij andere vragen over het coronavirus kunnen bedrijven kijken op Rijksoverheid.nl/coronavirus of op het RIVM. Of ga naar de website van de Kamer van Koophandel. Staat het antwoord op uw vraag er niet bij? Bel dan het adviesteam via 0800 – 2117.
 
 

Meer informatie

Werktijdverkorting voor bijna 390.000 mensen aangevraagd
Door gevolgen van het coronavirus uitstel van betaling belastingen
Hoe kunt u werktijdverkorting of WW-uitkering voor uw personeel aanvragen?
 
 
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Door gevolgen van het coronavirus uitstel van betaling belastingen

Heeft uw klant betalingsproblemen als gevolg van de coronacrisis?

Dan kunt u bij de Belastingdienst een verzoek indienen voor bijzonder uitstel van betaling. Dit uitstel van betaling is mogelijk voor inkomstenbelasting, loonbelasting, omzetbelasting en vennootschapsbelasting.

 
coronavirus overzicht, COVID-19 nieuws, corona actueel, coronacrisis nieuws, coronavirus nieuws, corona maatregelen nieuws, corona-epidemie nieuws, ,Nieuws, actueel, Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving, personeelszaken, hrm,
De Belastingdienst verleent uitstel van betaling als u kunt motiveren dat uw klant door de coronacrisis in betalingsproblemen is gekomen. Met dit verzoek stuurt u een verklaring van een derde deskundige mee. Uit deze verklaring moet blijken dat:

  • Sprake is van werkelijk bestaande, acute betalingsproblemen (en niet om bijvoorbeeld betalingsproblemen die in de toekomst zullen ontstaan).
  • Betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn.
  • Uw klant de betalingsproblemen voor een bepaald tijdstip oplost.
  • De onderneming levensvatbaar is.

 
Een derde deskundige kan een externe consultant, een externe financier, een brancheorganisatie, een accountant of financieel adviseur zijn.

 

Verzuimboete

De Belastingdienst beoordeelt het verzoek voor bijzonder uitstel van betaling per geval en houdt tot die tijd de invordering aan. In voorkomende gevallen draait de Belastingdienst een eventuele verzuimboete terug.

 

U stuurt het formulier inclusief de verklaring van derde en motivering naar:

Belastingdienst
Postbus 100
6400 AC Heerlen

 

Aanpassen voorlopige aanslag

Heeft uw klant een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting ontvangen en verwacht u een lagere winst door de coronacrisis? Dan kunt u voor uw klant een verzoek tot wijziging voorlopige aanslag indienen. Hiervoor gebruikt u bij voorkeur het voor u vertrouwde, digitale formulier.

 

Gerelateerd:

Coronacrisis: hoe kunt u werktijdverkorting of WW-uitkering voor uw personeel aanvragen?

 
 
Belastingen,Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst,premies,aangifte loonheffing, Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving,