Tag archief loonbelasting

door100% Salarisverwerking B.V.

Loonadministratie!

Waarom nou loonadministratie?

                     

In een loonadministratie houdt u alle gegevens over uw medewerkers en de loonbetalingen bij. Denk aan de loonstaat, loonstrook en jaaroverzichten. Maar niet voor alle werkgevers is het verplicht een loonadministratie bij te houden.

 
loonadministratie, loonverwerking, loonverwerker, loonverwerkers, loon,salarisverwerkers, salarisverwerking,

Wanneer een loonadministratie bijhouden?

U bent als werkgever wettelijk verplicht een loonadministratie bij te houden als u voldoet aan deze drie voorwaarden:

  • u hebt personeel in dienst (één of meer)
  • het personeel ontvangt loon voor hun werkzaamheden
  • als werkgever bent u een inhoudingsplichtige

 

Loonheffing en loonadministratie

Heeft u één of meer medewerkers in dienst en betaalt u ze loon, dan bent u ook verplicht om loonbelasting en premies af te dragen.

Voldoet u niet aan één of meer van de drie voorwaarden, dan kunnen er geen sociale premies worden afgedragen. En kan er ook geen loonheffing plaatsvinden. U bent dan dus niet verplicht een loonadministratie bij te houden.

 

Wat is de definitie van loon?

Werknemer ’ en ‘loon ’ hebben een andere definitie voor de loonheffingen dan voor bijvoorbeeld het arbeidsrecht. Zo valt er veel meer onder ‘loon ’ als u het hebt over de loonheffingen, dan als u kijkt naar het arbeidsrecht.

Voor het arbeidsrecht is ‘loon ’ dat wat u ontvangt als tegenprestatie voor de arbeid die je hebt verricht. Maar voor de loonheffing worden bijvoorbeeld ook onregelmatigheidstoeslag en overwerk gezien als ‘loon ’.

Loon heeft trouwens veel synoniemen. Wat dacht u van: salaris, tantième, soldij, honorarium, stipendium. Als we spreken over loon, dan bedoelen we ook alle synoniemen.

 
preventie ziekteverzuim, verzuimkosten verlagen, verzuimverzekering, ziekteverzuimverzekering, ziekteverzuimverzekeringen,ziekteverzuim, verzuim, ziekteverzuimkosten,verzuimkosten,langdurig ziek, langdurig zieken, langdurig ziekteverzuim, terugdringen ziekteverzuim,

Wat is de definitie van een werknemer?

Medewerkers die voor het arbeidsrecht werknemer zijn, hoeven dat voor de loonheffingen niet te zijn. Andersom kunnen personen die geen werknemer voor het arbeidsrecht zijn, dat voor de loonheffingen wel degelijk zijn.

Voor de loonheffingen is een werknemer altijd een natuurlijk persoon die werkt in een dienstbetrekking met een gezagsverhouding.

 

Wat is een inhoudingsplichtige?

Als werkgever met personeel bent u inhoudingsplichtig. En als zodanig heeft u de volgende verplichtingen en verantwoordelijkheden:

  • bijhouden van een loon/salarisadministratie en een personeelsadministratie.
  • Dit houdt onder meer in:
    • opstellen en bewaren van de loonstaten
    • inhouden, aangeven en afdragen van de loonheffingen (=loonbelasting én premies sociale verzekeringen) via de aangifte loonheffing
    • jaarlijks verstrekken van de jaaropgave aan iedere werknemer
    • verstrekken van een loonstrook aan de werknemer
    • verplichtingen bij indiensttreding van een nieuwe werknemer (kopie identiteitsbewijs, e.d.)
    • bewaren van administratieve gegevens

 

De salarisadministratie moet u 7 jaar bewaren, volgens de zogenaamde fiscale bewaarplicht.

 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,
 

Uitbesteden of zelf doen van de salarisadministratie?

Dit alles is veel werk en omgeven door een complexe en telkens veranderende wet- en regelgeving. U hebt niet alleen te maken met fiscale en sociale wetgeving, maar in veel gevallen ook met pensioenen en CAO’s. Veel ondernemers branden zich daar niet aan. Het kost veel tijd en loopt risico’s op boetes, maar ook het risico dat u geen of onvoldoende gebruik maakt van alle wettelijke mogelijkheden zijn alom aanwezig. Uitbesteden aan een specialist is dan verstandig.

 

Wilt u de loonadministratie zelf doen of deels, maar heeft u daar toch wel hulp bij nodig? Of wilt u alles rondom payroll (deels) uitbesteden? Het 100% Salarisverwerking team kunt u ondersteunen om de salarisadministratie te doen zoals u dit graag wilt.

door100% Salarisverwerking B.V.

Ontslagvergoeding in de aangifte loonheffingen hoe?

Ontslagvergoeding is altijd loon uit vroegere dienstbetrekking.

               

Om de loonbelasting/premie volksverzekeringen te berekenen gebruikt u de groene tabel. In deze handreiking leest u hoe u de vergoeding verwerkt in de aangifte loonheffingen.

 
Loon uit vroegere dienstbetrekking is geen vergoeding voor het werk zelf, maar een uitkering die de werknemer krijgt omdat hij vroeger heeft gewerkt. Bijvoorbeeld een pensioenuitkering of een ontslagvergoeding. U berekent de loonbelasting/premie volksverzekeringen volgens de groene tabel. In deze tabel is geen arbeidskorting verwerkt.
 

Nieuwe inkomstenverhouding

De ontslagvergoeding belast u volgens de groene tabel in een aparte inkomstenverhouding.
Wanneer u in hetzelfde tijdvak een ontslagvergoeding naast het reguliere loon betaalt aan een werknemer neemt u deze werknemer onder 2 verschillende nummers inkomstenverhouding op in de loonaangifte. Groen en wit loon mag namelijk niet in 1 inkomstenverhouding. Dit geldt ook als de vergoeding in een ander tijdvak (bijvoorbeeld enkele maanden na ontslag) wordt uitbetaald.
 

Inkomenscode en code aard arbeidsverhouding

Vanaf 1 januari 2017 gebruikt u code 62. Bij deze inkomenscode hoeft u geen code aard arbeidsverhouding in te vullen.

Vóór 2017 was de inkomenscode 21. Ook bij deze inkomenscode hoefde u de code aard arbeidsverhouding niet te vermelden.
 

Periodieke ontslaguitkering en zorgverzekeringswet

Periodieke ontslaguitkeringen zijn – zolang de werknemer de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt – belast met werkgeversheffing zorgverzekeringswet (Zvw).
 

Eenmalige ontslaguitkering en zorgverzekeringswet

Als u de ontslagvergoeding eenmalig uitbetaalt, belast u deze via de groene tabel bijzondere beloningen. Omdat de tabel bijzondere beloningen van toepassing is, ontstaat geen nieuw loontijdvak voor de berekening van de bijdrage Zvw. Er wordt geen loontijdvakbedrag aan de cumulatieven toegevoegd. De ontslagvergoeding telt wel mee bij het bepalen van het maximumbijdrageloon van de andere loontijdvakken van dat kalenderjaar. Als het maximumbijdrageloon van dat kalenderjaar nog niet bereikt is, wordt dit tot het maximum aangevuld uit de ontslagvergoeding. Dit is het gevolg van het voortschrijdend cumulatief rekenen (vcr).
 

Voortschrijdend Cumulatief Rekenen (VCR) 2019

Voorbeeld premie Zorgverzekeringswet bij Voortschrijdend cumulatief rekenen

    • Werknemer verdient iedere maand € 4.000
    • In mei is het vakantiegeld € 3.500. Totaal loon mei: € 7.500
    • Sinds 2013 betaalt de werkgever de gehele premie ZVW
    • VCR heeft invloed op de kosten werkgever van mei tot en met augustus via de maximum
    premie ZVW:
Maand Heffingsloon Maximum ZVW 6,95% Nog ‘in te halen’
Januari € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 660,58 -/-
Februari € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 1.321,16 -/-
Maart € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 1.981,74 -/-
April € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 2.642,32 -/-
Mei +vak. € 7.500 € 4.660,58 +

€ 2.642,32 = € 7.302,90

€ 507,55 € 197,10
Juni € 4.000 € 4.000,00 + € 197,10 =

€ 4.197,10

€ 291,70 € 463,48 -/-
Juli € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 1.124,06 -/-
Augustus € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 1.784,64 -/-
September € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 2.445,22 -/-
Oktober € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 3.105,80 -/-
November € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 3.766,38 -/-
December € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 4.426,96 -/-

 

Werknemersverzekeringen

De ontslagvergoeding vormt geen loon voor de werknemersverzekeringen. In de rubriek ‘Loon SV’ vult u 0 in.

 
Meer informatie over de berekening bijdrage Zvw vindt u in de brochure ‘Toelichting loonberekening vcr 2016’.
 

Zie ook:

Codes bij aangeven transitievergoeding vernieuwd
Wijzigingen voor de loonheffingen 2020
 
belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwe pdf Handboek Loonheffingen 2019

De Belastingdienst heeft toch nog een nieuwe pdf van het Handboek Loonheffingen 2019 gepubliceerd .

         
Hierin is informatie toegevoegd over wanneer er sprake is van een dienstbetrekking en wat de fiscale regels zijn als een werkgever een studietoelage wil geven voor kinderen van werknemers.
 
Belastingdienst, belasting,overheid,
 
In de juli-versie van het Handboek Loonheffingen 2019 is op verschillende plekken informatie toegevoegd over het onbelast uitdelen van een studietoelage aan een kind van een werknemer. Zo staat er in paragraaf 4.2 hoe werkgevers moeten bepalen of een studietoelage loon voor de werknemer vormt of niet, gaat paragraaf 6.2 in op de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (ZVW) over een studietoelage en schrijft paragraaf 7.3.3 voor dat werkgevers de groene tabel voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen voor een studietoelage moeten toepassen.

 

Uitkering aan derde belasten

Ook het begrip ‘dienstbetrekking ’ aan bod. In paragraaf 1.1.4 heeft de Belastingdienst namelijk informatie toegevoegd over wat er gebeurt als uw organisatie in verband met de dienstbetrekking van een werknemer een uitkering doet aan een derde. Als alleen die derde recht heeft op die uitkering, en de werknemer dus niet, moet de werkgever daarop loonbelasting inhouden. Hoewel deze informatie in meer situaties van belang is, is er óók sprake van als een kind van een werknemer een zelfstandig recht krijgt op een studietoelage.

 

Het Handboek Loonheffingen pdf

Tot 2017 publiceerde de Belastingdienst elk kwartaal een nieuwe pdf van het Handboek Loonheffingen. In 2018 verdween de april-editie al en dit jaar leek het erop dat er ook geen versie per 1 juli zou komen. Inmiddels heeft de Belastingdienst die toch nog gepubliceerd. Gebruikers die er de voorkeur aan geven om het Handboek op papier te raadplegen, moeten het zelf printen. U kunt het complete Handboek Loonheffingen 2019 nu downloaden.(klik hier)
 

Gerelateerd:

Online Handboek Loonheffingen 2019 geactualiseerd
Aanvulling op de uitkering en de aangifte loonheffing
Gecorrigeerde Nieuwsbrief loonheffingen 2019
 
 
belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,

door100% Salarisverwerking B.V.

Bsn nog op de salarisstrook!

Volgens de belastingdienst is het niet verplicht om op de loonstrook het bsn van de werknemer te vermelden.

                 
Door het bsn niet te vermelden, is er minder risico op identiteitsfraude bij het versturen van de loonstrook. De belastingdienst geeft daarmee duiding aan de stelling van de Autoriteit Persoonsgegevens dat het bsn is bedoeld voor communicatie tussen de overheid en de burger. De loonstrook is immers communicatie tussen de burger en een organisatie.
 
lonen, Bezwaren plan loondispensatie, gehandicapten minimuloon, arbeidsgehandicapten loon, salaris arbeidsgehandicapten
 
Het is wel verplicht om het bsn te vermelden op de jaaropgave, die is immers bestemd voor communicatie tussen de overheid en de belastingdienst (een overheid).
 

Geen wettelijke basis

Nu het vermelden van het bsn op de loonstrook geen wettelijke grondslag (meer) heeft, raden veel administratiekantoren aan het bsn niet langer te vermelden. Zo ontstaat er minder risico op fraude met het bsn, zoals:

  • fraude met het bsn van overledenen;
  • fraude met toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag;
  • aankoopfraude.

Veel organisaties gebruiken software die het bsn als vereist veld hebben ingesteld. Hen wordt aangeraden contact op te nemen met de softwareleverancier of HR om dit aan te laten passen.
 

Wat moet er op de loonstrook staan?

De site van de belastingdienst staan nu de volgende wettelijke eisen voor de loonstrook:

  • het brutoloon in geld;
  • de gespecificeerde samenstelling van het bruto- of het nettoloon, bijvoorbeeld basisloon, garantieloon, prestatiebeloning, provisie, overwerkgeld, toeslagen, premies, gratificaties en opnamen uit het levenslooptegoed;
  • de gespecificeerde bedragen die u op het loon hebt ingehouden of ermee hebt verrekend, zoals de inhouding van de pensioenpremie, de premie PAWW of bijdragen voor bedrijfschappen, de werknemersbijdrage voor het privégebruik auto, de loonbelasting/premie volksverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en loonbeslag;
  • de wettelijke minimumvakantiebijslag waar de werknemer recht op heeft;
  • het aantal uren dat de werknemer werkt op basis van de arbeidsovereenkomst;
  • de periode waarover u het loon hebt betaald (het loontijdvak);
  • het wettelijk minimumloon of minimumjeugdloon dat voor de werknemer geldt;
  • uw naam en de naam van de werknemer of uitkeringsgerechtigde.

 
Gerelateerd:

 
loon, salaris, inkomen,verdienste, werk na inkomen, lonen, salarissen, verloning, loonadministratie,salarisadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerker, loonverwerker,

close

Veel lees plezier? Delen mag.