Tag archief Belastingdienst

door100% Salarisverwerking B.V.

Rekenregels vanaf 1 januari 2021

Minimumloon, uitkeringsbedragen en grondslagen.

                  

In deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2021 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. Ook zijn eventuele beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen opgenomen.

 

Documenten

Rekenregels per 1 januari 2021

Per 1 januari zijn er aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon. Ze gelden voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. De rekenregels geven u hier inzicht in.

Download ‘Rekenregels, inclusief bijlagen I.1 – I.2’

1/3

PDF document | 160 kB
Regeling | 27-11-2020

Download ‘Bijlagen II.1 – II.3’

2/3

PDF document | 36 kB

Regeling | 27-11-2020
Download ‘Bijlagen II.4 – II.5’

3/3

PDF document | 120 kB

Regeling | 27-11-2020
 
 

Verantwoordelijk

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 
Snelle inzicht ‘rekenregels 1 januari 2021
 
 

Gerelateerd

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2021
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Na werkhervatting, geen fiscale gevolgen voor pensioen van werknemers

Ook medewerkers die niet in de zorg werken, kunnen na vervroegd pensioen, gaan werken zonder dat dit gevolgen heeft voor hun pensioen .
   
Hiervoor gelden wel voorwaarden. Dit staat in de nieuwe versie van een antwoord dat het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft gepubliceerd.

Dit was al van toepassing voor medewerkers in de sector Zorg en Welzijn.

De volledige vraag en het antwoord kunt u lezen op de internetsite van het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen.

 

Inhoud

V&A 20-005:Geen fiscale gevolgen voor pensioen van zorgmedewerkers die vervroegd met pensioen zijn gegaan en weer gaan werken in verband met coronavirus COVID-19

Dit V&A 20-005 behandelt de vraag of gepensioneerde zorgmedewerkers die meer dan vijf jaar vóór het bereiken van de AOW-leeftijd vervroegd met pensioen zijn gegaan, zonder fiscale gevolgen voor het pensioen opnieuw in de zorgsector kunnen gaan werken vanwege het coronavirus COVID-19.

 

Vraag

Zorginstellingen overwegen om reeds gepensioneerde zorgmedewerkers tijdelijk weer in dienst te nemen om de stijgende werkdruk op te vangen, die ontstaan is als gevolg van de uitbraak van het coronavirus COVID-19.

Enkele van deze gepensioneerde zorgmedewerkers hebben hun pensioen meer dan vijf jaar vóór hun AOW-leeftijd vervroegd laten ingaan. Zij hebben bij de vervroegde ingang van het pensioen verklaard dat zij niet meer van plan waren om te gaan werken.

Kunnen deze vervroegd gepensioneerde zorgmedewerkers nu in verband met de uitbraak van het coronavirus COVID-19 opnieuw in dienst treden, zonder fiscale gevolgen voor het pensioen?

 

Antwoord

Ja, deze gepensioneerde zorgmedewerkers, die hun pensioen meer dan vijf jaar vóór hun AOW-leeftijd vervroegd hebben laten ingaan, kunnen nu in verband met de uitbraak van het coronavirus COVID-19 opnieuw weer aan het werk gaan, zonder dat dit fiscale gevolgen heeft voor hun pensioen.

Het is aannemelijk dat deze gepensioneerde zorgmedewerkers op moment van vervroegde pensionering niet de intentie hadden om later weer aan het werk te gaan. De uitbraak van het coronavirus COVID-19 is een nieuw ontstane situatie en vormt de aanleiding voor het hervatten van de werkzaamheden. Op het moment van vervroegde pensionering was dit natuurlijk niet voorzienbaar.

Voor een nadere toelichting op het vervroegen van pensioen en doorwerken wordt verwezen naar V&A 08-014 en onderdeel 6 van het Verzamelbesluit pensioenen van 11 december 2018, nr. 2018-28514.

Het voorgaande is ook afgestemd met het Pensioenfonds Zorg & Welzijn. Naar aanleiding van deze afstemming heeft het pensioenfonds het bericht ‘Extra inzet gepensioneerde werknemers ’ gepubliceerd op haar website.

 

Let op!

De inhoud van dit V&A geldt niet alleen voor vervroegd gepensioneerde zorgmedewerkers die weer aan het werk gaan in de zorgsector. Ook medewerkers uit andere sectoren die hun pensioen vervroegd hebben laten ingaan, kunnen onder voorwaarden weer aan het werk gaan zonder dat dit fiscale gevolgen heeft voor hun pensioen. Hoe de belastingdienst in het algemeen omgaat met de samenloop van vervroegen van de pensioenuitkeringen en weer gaan werken en de voorwaarden waaronder dit mogelijk is, is uitgewerkt in V&A 08-014.

 
 

Gerelateerd bericht

Werkhervatting gepensioneerde zorgmedewerkers zonder nadelige pensioengevolgen
 
 
AOW-leeftijd, AOW-leeftijd verhoogd, verhoging aow 69 jaar,aow 2040, 69 jr aow, 69 jaar aow 2040

door100% Salarisverwerking B.V.

Reiskostenvergoeding 2021!

De vaste reiskostenvergoedingen mogen in het kader van de coronacrisis nog heel 2020 doorlopen.
          
Per 1 januari 2021 zullen werkgevers hun werknemers reisgedrag opnieuw in kaart moeten brengen. Thuiswerkdagen mogen dan niet meer als kantoordagen worden aangemerkt.

Op 1 januari 2021 vervalt die tijdelijke goedkeuring voor werkgevers die de reiskostenvergoeding hebben. Tot 31 december mag de werkgever nog thuiswerkdagen als reisdagen aanmerken. Dat houdt in dat alle reiskostenvergoedingen die op basis van het reispatroon voor 13 maart 2020 zijn vastgesteld tot die 31 december mogen doorlopen.

 

Veranderend reisgedrag

Sinds het uitbreken van de coronacrisis in Nederland in maart, is thuiswerken de nieuwe norm. Een groot deel van het land werkt standaard vanuit huis. Van het ene op het andere moment veranderde vrijwel elk aspect van het werkende leven zoals we dat tot voor kort kenden. De overheidsmaatregelen zorgen voor een significante afname in het aantal reisbewegingen op de weg en in het openbaar vervoer, voornamelijk wat betreft woon-werkreizen en zakelijke doeleinden. Veel werkgevers stonden voor de vraag wat te doen met hun OV-abonnementen en vaste reiskostenvergoedingen van hun medewerkers. De werkelijke reiskosten van medewerkers waren immers (bijna) tot nul gereduceerd.

 

Thuiswerken nieuwe norm

Door het coronavirus konden veel werknemers vanaf maart 2020 niet meer fysiek naar hun werk toe en werden ze gedwongen om thuis te werken. Veel bedrijven konden daardoor niet voldoen aan de 60%-regel. Het kabinet besloot daarom dat de Belastingdienst zich in 2020 soepel zou opstellen naar werkgevers die vanwege de coronamaatregelen de reis-verplichting niet kunnen nakomen. Zo keurde Staatssecretaris Hans Vijlbrief van Financiën in april goed dat werkgevers thuiswerkdagen als reisdagen mogen beschouwen, in het kader van de vaste reiskostenvergoeding.

 

Reiskostenvergoedingen 2021

Inmiddels is dit besluit tijdens de tweede lockdown geactualiseerd: de uitzondering die van kracht is in 2020 loopt tot 1 januari door, waarna de tijdelijke goedkeuring vervalt. Voor 2021 zullen veel werkgevers dus op zoek moeten naar een nieuwe invulling van hun reiskostenvergoedingen. De verwachting is immers dat de 60%- norm ook in dat jaar door veel medewerkers niet gehaald zal worden. De teruggang naar wet- en regelgeving voor vaste reiskostenvergoedingen, betekent dat je het reisgedrag van je medewerkers opnieuw in kaart moet brengen. Je mag per 1 januari 2021 alleen daadwerkelijke reisdagen nog belastingvrij vergoeden tot 19 cent per kilometer.

 

Beleid rondom mobiliteit en reiskostenvergoeding 2021

Op basis van de huidige prognose van het verloop van de coronacrisis is het aannemelijk dat ook in 2021 medewerkers nog veelvuldig thuis zullen werken. Noodgedwongen uiteraard, maar ook omdat veel werkgevers een ander beleid gaan voeren ten aanzien van werken op kantoor. In de praktijk betekent dit dat in veel gevallen niet voldaan kan worden aan de 60%-eis. Voor veel werknemers zal een vaste reiskostenvergoeding er dus niet meer in zitten. Bedrijven moeten dus, met het oog op de veranderde mobiliteitssituatie, herijken welke invulling van hun mobiliteitsbeleid fiscaal rendabel is. Dit zal in veel gevallen een nieuw beleid vereisen.

 
 
handboek loonheffingen 2021, loonheffingen 2021, belastingdienst 2021, loon belasting 2021, betaling aan overheid van loon 2021, salaris heffingen 2021, aangifte loonheffingen2021 , 2021

door100% Salarisverwerking B.V.

Percentages Zvw 2021 en maximum bijdrage-inkomen bekend

De percentages voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn vastgesteld voor 2021.
        
Ook het maximum bijdrage-inkomen 2021 is bekend.

Het percentage voor de werkgeversheffing Zvw 2021 is 7,00%.
Het percentage voor de in te houden bijdrage Zvw 2021 is 5,75%.

Het maximum bijdrage-inkomen 2021 is € 58.311. Dit bedrag is gelijk aan het maximum premieloon voor de werknemersverzekeringen.

 

TOELICHTING

Met deze wijzigingsregeling wordt de Regeling zorgverzekering (Rzv) op de volgende punten aangepast:

  • het maximum bijdrage-inkomen dat voor de heffing van de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) in aanmerking wordt genomen;
  • de percentages IAB Zvw overeenkomstig de begroting (Financieel Beeld Zorg) 2021.

Deze wijzigingen hebben geen gevolgen voor de regeldruk. Het betreft hier namelijk een jaarlijkse wijziging van bedragen en percentages op grond van de Zvw waarvan betrokkenen elk jaar kennis nemen.
 

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

Het bijdrageloon, bedoeld in artikel 42 van de Zvw, dat voor heffing van de IAB ten hoogste in aanmerking wordt genomen, bedraagt voor het jaar 2021 € 58.311. Dit bedrag is gelijk aan het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen dat bij en krachtens artikel 17, eerste lid, eerste zin, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) is geregeld voor het jaar 2021.
 

Artikel I, onderdeel C

Het percentage aan IAB dat inhoudingsplichtigen ingevolge artikel 45, eerste lid, van de Zvw over het loon van hun werknemers verschuldigd zijn (hoge percentage), stijgt van 6,70 in 2020 naar 7,00 in 2021. Ook het percentage aan IAB dat verzekeringsplichtigen ingevolge artikel 45, tweede lid, van de Zvw over hun bijdrage-inkomen verschuldigd zijn (lage percentage) stijgt, namelijk van 5,45 in 2020 naar 5,75 in 2021. De stijging van beide percentages wordt in overwegende mate door de volgende factoren veroorzaakt:

• De reguliere zorguitgaven komen in 2021 naar inschatting € 1,3 miljard hoger uit dan voor 2020 was geraamd. Dit leidt tot een stijging van zowel de nominale premie als van de noodzakelijke IAB-opbrengsten (het percentage stijgt met 0,14 procentpunt). Deze stijging van het percentage is relatief hoog omdat de groei van de IAB-grondslag relatief laag is.

• De ontwikkelingen in het saldo Zorgverzekeringsfonds leidt tot een stijging van de IAB met 0,16 procentpunt.*

 
De Minister voor Medische Zorg,
T. van Ark

 
*Zie ook Kamerstukken II 2020/21, 35 570 XVI, nr. 2, p. 202 – 205.
 
Meer informatie leest u in de Staatscourant op overheid.nl.
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen bij buitenlandse situaties

De Belastingdienst heeft een aantal vragen over buitenlandse situaties beantwoord.
               
Het gaat om vragen die deelnemers hebben gesteld tijdens het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen ’.

Het webinar werd georganiseerd door de Belastingdienst en heeft op 30 september plaatsgevonden. Het ging onder andere over de gevolgen van de coronamaatregelen voor de loonheffingen, inkomsten- en vennootschapsbelasting en de invordering.
Hieronder leest u de vragen en antwoorden.

Coronavirus- fiscale maatregelen en de gevolgen video inlog, belastingdienst, fiscale maatregelen,
 

1. Wat wordt bedoeld met substantieel werken in woonland?

Het begrip substantieel werken is belangrijk voor de toepassing van de Europese sociale zekerheids-verordening 883/2004.

In de Praktische Gids ‘Over de toepasselijke wetgeving ’ van de Europese commissie vindt u de volgende omschrijving:

“Een “substantieel gedeelte van de werkzaamheden” verricht in een lidstaat betekent dat een kwantitatief substantieel deel van alle werkzaamheden daar wordt verricht, zonder dat het hierbij noodzakelijkerwijs om het grootste deel van deze werkzaamheden hoeft te gaan.

De beoordeling of een substantieel gedeelte van de werkzaamheden in een lidstaat wordt verricht, gebeurt mede op grond van de volgende indicatieve criteria:

  • de arbeidstijd en/of
  • het loon.

Indien in het kader van een algemene beoordeling blijkt dat ten minste 25 % van de arbeidstijd van een werknemer in de lidstaat van de woonplaats wordt besteed en/of ten minste 25 % van zijn loon in de lidstaat van de woonplaats wordt verdiend, dan geldt dit als een indicatie dat een substantieel gedeelte van alle werkzaamheden van de werknemer in die lidstaat wordt verricht.

Hoewel het verplicht is rekening te houden met de criteria arbeidstijd en/of loon, is dat geen uitputtende lijst en mogen er daarnaast andere criteria in overweging worden genomen. Het is aan de aangewezen organen om alle relevante criteria in aanmerking te nemen en de situatie van de betrokkene als geheel te beoordelen vooraleer te beslissen welke wetgeving van toepassing is.

Naast de bovenstaande criteria moet voor de vaststelling van de toepasselijke wetgeving ook rekening worden gehouden met de verwachte situatie in de volgende twaalf kalendermaanden.

Werkzaamheden in het verleden zijn echter ook een betrouwbare graadmeter voor toekomstig gedrag, en indien een beslissing niet op grond van geplande arbeidspatronen of dienstroosters kan worden genomen, zou het derhalve redelijk zijn naar de situatie in de voorgaande twaalf maanden te kijken en deze informatie te gebruiken bij de beoordeling van substantiële werkzaamheden.
Indien een onderneming slechts onlangs is opgericht, kan de beoordeling op een passende kortere periode worden gebaseerd.”

 

2. Een belastingplichtige verblijft te lang in het woonland (Spanje) door Covid-19. Nederland is de werkstaat. Spanje volgt niet het advies van het OESO-secretariaat. Hoe gaat Nederland om met de 183-dagenregeling?

Voor de toepassing van het belastingverdrag Spanje – Nederland, zijn tussen Spanje en Nederland geen afspraken gemaakt in het kader van de coronamaatregelen. Dat betekent dat u het belastingverdrag op de reguliere wijze moet toepassen. Als een werknemer thuis moet werken, dan is het loon voor deze thuiswerkdagen belast in het land waar de werknemer woont.

 

3. OESO adviseert om geen fiscale gevolgen te verbinden aan bijzondere omstandigheden als gevolg van COVID-19. Dit staat in de OESO-analyse van belastingverdragen en de gevolgen van de coronacrisis. Dit betekent geen wijzigingen van de fiscale woonplaats van de expat en geen nieuwe vaste inrichtingen voor zijn werkgever. Hoe gaat Nederland hiermee om?

Nederland onderschrijft de OESO-analyse. Dit leest u op pagina 20 van de antwoorden op Kamervragen van 15 juni 2020:

“Op 3 april 2020 heeft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) een aantal richtsnoeren gepubliceerd over de gevolgen van de coronacrisis voor de toepassing van belastingverdragen (hierna: ‘OESO-analyse’).

De OESO merkt op dat het onwaarschijnlijk is dat de coronacrisis invloed heeft op het vaststellen van vaste inrichtingen in de zin van belastingverdragen en dat het onwaarschijnlijk is dat als gevolg van de coronacrisis de vestigingsplaats van vennootschappen en woonplaats van natuurlijke personen in de zin van belastingverdragen zal veranderen. De OESO verwijst hiervoor naar verschillende passages uit het OESO-commentaar.

Het OESO-commentaar is voor Nederland van grote betekenis en Nederland onderschrijft dan ook deze OESO-analyse ten aanzien van de coronacrisis.”

 

4. Bij onze organisatie werken een aantal medewerkers vanaf maart 100% thuis. Sommige medewerkers wonen in België en Duitsland. Blijven deze medewerkers belastingplichtig en sociaal verzekerd in de werkstaat, dus Nederland?

Als de medewerkers thuiswerken door de coronamaatregelen heeft dit geen gevolgen voor de sociale zekerheid. Meer informatie leest u op svb.nl.

Voor de toepassing van het verdrag kan ervoor gekozen worden om de thuiswerkdagen, als gevolg van de coronacrisis, toch aan te merken als werkdagen in Nederland. Hiervoor gelden een aantal voorwaarden. Dit kunt u lezen in de afspraken die Nederland heeft gemaakt met Duitsland en België.

De afspraken tussen Nederland en Duitsland vindt u in de Staatscourant van 10 april 2020.

De afspraken tussen Nederland en België staan in de Staatscourant van 8 mei 2020.

 

Let op!

De antwoorden zijn informatief van aard. Wilt u een uitspraak van de Belastingdienst in een specifieke situatie, dan kunt u vooroverleg aanvragen.

 

Meer antwoorden

Binnenkort leest de antwoorden op vragen die gesteld zijn over reiskostenvergoedingen en vergoedingen voor thuiswerken.

 
 

Meer informatie

Handboek Loonheffingen
Besluit noodmaatregelen coronacrisis
 
 

Gerelateerd

Antwoorden gebruikelijk loon – Webinar corona
Fiscale gevolgen coronamaatregelen: Opname webinar
Belastingdienst: coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen

 
 
Intermediairdagen 2020 belastingdienst, overheid,