Tag archief Belastingdienst

door100% Salarisverwerking B.V.

Salarisverwerking & WAB?

Vanaf 1 januari treedt de wet WAB (Wet Arbeidsmarkt in Balans)​ in werking.

              

Na een lange periode van overleg, is het eindelijk zover: de WAB is door de Eerste Kamer. Het komende half jaar kan uw organisatie zich voorbereiden op nieuwe regels voor ontslag, flexwerk en het WW-premiestelsel.

 
De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) , arbeidsmarkt, werknemer - werkgevers, werkgeverschap, WAB,
 
De naam van de WAB (Wet Arbeidsmarkt in Balans) is niet voor niets gekozen. De wet streeft namelijk naar meer balans tussen vaste en flexibele contracten op de arbeidsmarkt. Daarvan zijn een aantal punten kort samengevat:

  • Werknemers krijgen pas weer na 3 jaar recht op een vast contract;
  • de transitievergoeding wordt voortaan anders berekend;
  • bij een ontslagaanvraag kunnen meerdere ontslaggronden worden aangevoerd;
  • werkgevers worden verplicht om oproepkrachten (met een 0-urencontract of een min/max contract) een aanbod te doen voor een vaste arbeidsomvang;
  • werkgevers worden verplicht om oproepkrachten ten minste 4 dagen van tevoren op te roepen;
  • payrollers vallen niet langer onder het uitzendregime;
  • voor werknemers met een vast contract hoeft minder WW-premie te worden afgedragen dan voor flexwerkers;
  • de afspraken voor een pensioenvoorziening voor payrollers worden uitgesteld.

 

Na 3 jaar recht op vast contract bij WAB

Op dit moment hebben werknemers recht op een vast contract als zij 2 jaar voor dezelfde werkgever werken of als zij 3 tijdelijke contracten hebben gehad (ketenbepaling). Het vierde contract is dan een vast contract. Vanaf 1 januari 2020 wordt dit anders. Dan hebben werknemers recht op een vast contract na 3 jaar of na 3 tijdelijke contracten. De tussenpoos om de keten van tijdelijke contracten te doorbreken blijft op 6 maanden (26 weken) staan, maar in een cao mag worden geregeld dat die keten wordt verkort naar minimaal 3 maanden. Dat kan bijvoorbeeld als terugkerend werk voor een periode van een aantal maanden per jaar kan worden verricht, zoals seizoenswerk. In het basisonderwijs worden tijdelijke contracten voor invalskrachten in verband met vervanging wegens ziekte uitgezonderd van de ketenbepaling.

Er komt geen overgangsregeling voor deze maatregel. Werknemers die voor 1 januari 2020 hun vierde contract krijgen of 2 jaar in dienst zijn, moeten dus nog een vast contract krijgen. Werknemers die daarna 2 jaar in dienst zijn, hoeven dus geen vast contract te krijgen. Maar medewerkers die na 1 januari 2020 aan hun vierde contract toe zijn, moeten wél een vast contract krijgen.
 

Nieuwe regels rond transitievergoeding

Per 1 januari 2020 worden de regels rond de transitievergoeding veranderd. Ten eerste krijgen alle werknemers, ongeacht hun type arbeidsovereenkomst, recht op een transitievergoeding vanaf de eerste dag van hun arbeidsovereenkomst. Ook mensen die in hun proeftijd worden ontslagen en mensen die korter dan 2 jaar in dienst zijn hebben dus recht op een transitievergoeding bij ontslag. De transitievergoeding wordt straks ook anders berekend. Er wordt niet meer gekeken naar volledig gewerkte halve jaren, maar alle losse maanden en dagen tellen ook mee. Wel komt er een maximumperiode van 10 jaar waarover de vergoeding wordt berekend. Alle halve jaren boven de 10 jaar tellen niet meer mee voor de transitievergoeding.
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,
 

Nieuwe grond voor ontslagaanvragen

Met de komst van de WAB komt er ook een nieuwe ontslaggrond bij:

  • de i-grond.
  • de cummulatiegrond.

Daarin kan de werkgever meerdere ontslaggronden met elkaar combineren. Als de arbeidsovereenkomst op basis van de i-grond wordt ontbonden, kan de werknemer aanspraak maken op een extra vergoeding. Deze wordt opgeteld bij de transitievergoeding, maar mag niet meer bedragen dan de helft van de transitievergoeding.
 

Een aantrekkelijk vast contract

Werkgevers zijn vanaf 1 januari 2020 verplicht om werknemers met een oproepcontract (0-uren) en/of een min/max contract elk jaar een aanbod te doen voor een arbeidsovereenkomst met een vast aantal uren. Daarbij moeten zij het gemiddeld aantal gewerkte uren van het afgelopen jaar nemen. Dat betekent niet dat dat ook meteen een contract voor onbepaalde tijd moet zijn. Er mag ook worden gekozen voor een andere periode.
 

Op tijd oproepen

Ook moeten werkgevers hun werknemers ten minste 4 dagen van tevoren oproepen. Als de werkgever de oproep binnen deze 4 dagen intrekt, heeft de werknemer alsnog recht op loonbetaling over de periode waarvoor hij was opgeroepen. In de cao mogen daar echter nog andere afspraken over worden gemaakt, maar de periode mag nooit korter zijn dan 24 uur. Bovendien blijft de werkgever verplicht zijn medewerkers voor ten minste 3 uur op te roepen.
 

Langere proeftijd

Om het bieden van een vast contract aantrekkelijker te maken voor werkgevers, wilde de wetgever een langere proeftijd mogelijk maken. Als de werknemer direct een vast contract krijgt aangeboden, mocht de proeftijd worden verlengd naar maximaal 5 maanden. Dit voorstel heeft het niet gehaald in de Tweede Kamer en is dus ook geen onderdeel van de WAB. Bij contracten langer dan 2 jaar is de maximale proeftijd 3 maanden. De overige regels rond de proeftijd veranderen niet. Voor contracten korter dan 6 maanden mag dus geen proeftijd worden afgesproken en voor contracten tussen de 6 maanden en 2 jaar mag maximaal 1 maand proeftijd worden afgesproken.
 

Payrollers zijn geen uitzendkrachten

Met de komst van de WAB vallen payrollmedewerkers niet meer onder de regels voor uitzendkrachten. Payrollbedrijven mogen dus geen uitzendbeding hanteren en de ketenbepaling voor uitzendmedewerkers is niet van toepassing op payrollers. Ook krijgen payrollmedewerkers recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die bij de werkgever in dienst zijn.
 

Pensioen voor payrollmedewerkers

De enige uitzondering op de gelijkgetrokken arbeidsvoorwaarden zijn de pensioenvoorwaarden. Payrollbedrijven zijn pas vanaf 1 januari 2021 verplicht om een ‘adequate pensioenvoorziening’ te treffen. Dan moeten de pensioenvoorwaarden van de payroller vergelijkbaar zijn met die van werknemers in dienst bij de werkgever of die van werknemers in dezelfde sector. De pensioenregeling is in ieder geval passend als de payrollwerknemer deelneemt aan de pensioenregeling van de inlener. Neemt de payroller geen deel aan de pensioenregeling van de werkgever (inlener), dan zijn er vaste voorwaarden waar het payroll pensioen aan moet voldoen. Zo wordt voorkomen dat er wordt geconcurreerd op pensioen. De exacte voorwaarden staan in het Besluit voorwaarden adequate pensioenregeling payrollkrachten.
 

Lagere WW-premie voor vast contract

Voor werknemers met een vast contract hoeft minder WW-premie te worden afgedragen dan voor flexwerkers. Met de komst van de WAB op 1 januari 2020 zullen de sectorpremies en de algemene Awf-premie vervallen. Dan bestaan alleen nog een lage en een hoge (+5 procent) WW-premie voor alle werkgevers. De lage premie hangt dan samen met de WW-instroom vanuit vaste contracten en de hoge premie met een WW-instroom vanuit tijdelijk contracten. Smokkelen met de definitie van een vast contract, door bijvoorbeeld een vast 0-urencontract aan te bieden, gaat niet werken. De WAB omschrijft het vaste contract als een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die de omvang van de te verrichten arbeid eenduidig vastlegt. Ook geldt de lage premie niet als de werkgever het vaste contract binnen de proeftijd van 5 maanden beëindigt.
 
 

Zie ook:

 
preventie ziekteverzuim, verzuimkosten verlagen, verzuimverzekering, ziekteverzuimverzekering, ziekteverzuimverzekeringen,ziekteverzuim, verzuim, ziekteverzuimkosten,verzuimkosten,langdurig ziek, langdurig zieken, langdurig ziekteverzuim, terugdringen ziekteverzuim,

door100% Salarisverwerking B.V.

Correctie loonaangiften niet altijd via nieuwe aangifte

Een aangifte loonheffingen kunt u alleen via een nieuwe of aanvullende aangifte corrigeren als het tijdvak nog niet verstreken is.      
Na het einde van een tijdvak stuurt u een correctiebericht mee met de aangifte van een volgend tijdvak. In een aantal gevallen stuurt u een los correctiebericht.

Regelmatig ontvangt de Belastingdienst na het einde van een aangiftetijdvak een correctiebericht via een nieuw ingediende aangifte. Dit is niet juist. Dit kan leiden tot onterechte naheffingsaanslagen. Hieronder vindt u meer informatie over het juist insturen van een correctiebericht.

Op welke manier u moet corrigeren, is afhankelijk van het aangiftetijdvak en het jaar dat u wilt corrigeren. U bent niet vrij om te kiezen hoe u corrigeert. Ook maakt het verschil of u aangifte doet met het aangifteprogramma van de Belastingdienst of via een ander softwarepakket.

Er zijn 4 manieren waarop u kunt corrigeren:

  • opnieuw de volledige aangifte verzenden
  • een aanvullende aangifte verzenden
  • een correctie verzenden bij een aangifte
  • een losse correctie verzenden.

Belastingdienst, belasting,overheid,
 

Nieuwe aangifte

Is de aangiftetermijn van het tijdvak dat u wilt corrigeren, nog niet voorbij? Dan kunt u – op zijn laatst op de uiterste aangiftedatum – de volledige aangifte (alle werknemersgegevens en het collectieve deel) opnieuw verzenden. Deze nieuwe aangifte overschrijft volledig de aangifte die u eerder over dat tijdvak deed. Deze manier van corrigeren kunt u gebruiken bij alle manieren van aangifte doen.

Doet u aangifte met een softwarepakket en hebt u vragen over hoe u opnieuw de volledige aangifte moet verzenden, neem dan contact op met uw softwareleverancier.
 

Aanvullende aangifte

Als de aangiftetermijn van het tijdvak dat u wilt corrigeren nog niet voorbij is, kunt u een aanvullende aangifte versturen. Dit kan alleen als uw softwarepakket dit ondersteunt. Als u een aanvullende aangifte verzendt, geeft uw software met de aangifte de aanduiding mee dat het om een aanvullende aangifte gaat.

Hebt u vragen over hoe u een aanvullende aangifte moet verzenden, neem dan contact op met uw softwareleverancier.
 

Correctiebericht bij volgende aangifte

Is de aangiftetermijn van het tijdvak dat u wilt corrigeren voorbij? Dan verzendt u een correctie bij een aangifte over een tijdvak van hetzelfde kalenderjaar waarvan de aangiftetermijn nog niet voorbij is. Deze manier van corrigeren kunt u gebruiken bij alle manieren van aangifte doen.

Nadat u de fout of onvolledigheid zelf hebt ontdekt verzendt u het correctiebericht binnen 8 weken.

Als u van de Belastingdienst een correctieverplichting hebt gekregen, bijvoorbeeld naar aanleiding van een boekenonderzoek, staat in de correctieverplichting wanneer u uw correctie uiterlijk moet verzenden.
 
nieuwe regels voor het inhouden en betalen van de loonheffingen 1 januari 2019. Handboek Loonheffingen, loonheffingen belastingdienst, belastingen loon, salaris heffingen,
 

Losse correctie

Een losse correctie is een correctie die u los van een aangifte loonheffingen verzendt. Alleen in de volgende gevallen verzendt u een losse correctie:

  • U hoeft geen aangifte loonheffingen meer te doen. U hebt dan een ‘Mededeling Intrekking aangiftebrief’ van de Belastingdienst ontvangen.
  • U maakt gebruik van de artiesten- en beroepssportersregeling en doet niet periodiek aangifte.
  • U doet aangifte per halfjaar of per jaar.
  • U moet een correctie indienen over een tijdvak van een vorig kalenderjaar en de aangiftetermijn van het laatste tijdvak van dat jaar is voorbij.

Deze manier van corrigeren kunt u gebruiken bij alle manieren van aangifte doen.
In een losse correctie moet u in het collectieve deel altijd de collectieve gegevens van alle inkomstenverhoudingen vermelden. Bij de werknemersgegevens hoeft u alleen de gewijzigde inkomstenverhoudingen op te geven.

Als u aangifte doet met het aangifteprogramma van de Belastingdienst, moet u alle inkomstenverhoudingen opgeven, ook als ze niet gewijzigd zijn.

Als u de fout of onvolledigheid zelf ontdekt, verzendt u de losse correctie binnen 8 weken nadat u dit hebt ontdekt. Als u van de Belastingdienst een correctieverzoek of een correctieverplichting hebt gekregen, staat hierin wanneer u uw correctie uiterlijk moet verzenden.
 
Meer informatie over het corrigeren van de aangifte loonheffingen leest u in hoofdstuk 12 Handboek Loonheffingen.

 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2019, loonheffingen 2019, belastingdienst, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris.pensioen,premies,

door100% Salarisverwerking B.V.

De deurwaarder heeft mijn vakantiegeld!

In de maand mei krijgen veel mensen met schulden vaak geen vakantiegeld uitbetaald.

            

Het geld wordt overgemaakt naar de deurwaarder omdat er loonbeslag is gelegd. Op zich logisch, want bij loonbeslag geldt de regel: al het meerdere boven de beslagvrije voet wordt afgedragen aan de deurwaarder. Sinds oktober 2014 heeft de Hoge Raad echter voor vakantiegeld bepaald dat dit niet altijd (volledig) onder het beslag valt. Dit is het geval wanneer in de voorgaande maanden het inkomen lager was dan de beslagvrije voet. Kan er maandelijks niets worden afgedragen aan de deurwaarder dan zal het vakantiegeld niet of slechts gedeeltelijk onder het beslag vallen. Deze regel wordt vaak niet goed toegepast. Lees hier hoe het zit en wat je kunt doen.

 
wet en regelgeving, juridische ondersteuning, juridische diensten,personeelszaken,arbeidsvoorwaarden, contract, salarisverwerking, loonadministratie, salaris, loon, loonstroken,loonstrookje, salarisverwerker, loonverwerking,uitbesteden van salaris, loonverwerkers,

De hoofdregel

Misschien goed om voorop te stellen dat in de meest gebruikelijke situatie het vakantiegeld wel volledig onder het beslag valt. Wanneer het inkomen hoger is dan de beslagvrije voet, wordt er maandelijks afgedragen aan de deurwaarder. In de maand mei wordt dan ook het vakantiegeld afgedragen. Dit is ook het geval wanneer er pas op 1 april beslag is gelegd. Ook dan valt het hele vakantiegeld onder het beslag.
 

Inkomen lager dan de beslagvrije voet

De situatie is anders voor mensen met een inkomen lager dan de beslagvrije voet. Dit kan worden herkend wanneer er bij loonbeslag maandelijks niets aan de deurwaarder wordt afgedragen.
In het verleden kwam dit vrij uitzonderlijk voor, bijvoorbeeld bij hoge woonlasten gecombineerd met een laag inkomen. Sinds de invoering van de wanbetalersregeling zorgverzekering komt het vaker voor. De beslagvrije voet moet immers met de hoge bestuursrechtelijke premie (in 2019 € 138,50 p.p.) worden gecorrigeerd. Bovendien gaat de beslagvrije voet omhoog wanneer de huur- en/of zorgtoeslag niet ontvangen wordt omdat er beslag op ligt of omdat de belastingdienst deze verrekent. En wanneer betrokkene een bijstandsuitkering ontvangt volgens de zogenaamde ‘kostendelersnorm’ is het inkomen altijd lager dan de beslagvrije voet.
 

Arrest Hoge Raad

De Hoge Raad heeft in het arrest bepaald dat de jaarlijkse uitbetaling van het vakantiegeld dient:

“te worden gelijkgesteld aan twaalf nabetalingen die ieder moeten worden toegerekend aan de maand waarin het desbetreffende gedeelte van het vakantiegeld is opgebouwd, en wel- teneinde aan de strekking van de beslagvrije voet recht te doen – ongeacht of in die maanden het beslag al lag.

Dit betekent dat beslag op vakantiegeld ongeldig is indien en voor zover het inkomen (inclusief de aanspraak op vakantiegeld) in de maand waarin het desbetreffende gedeelte van het vakantiegeld werd opgebouwd, beneden de beslagvrije voet bleef, ongeacht of in die maand beslag lag.

Het voorgaande brengt mee dat de jaarlijkse uitbetaling van het vakantiegeld geheel voor beslag vatbaar is indien het maandelijkse inkomen in de maanden waarin het vakantiegeld werd opgebouwd, steeds boven de beslagvrije voet uitkwam. Indien het maandelijkse inkomen in die maanden steeds beneden de beslagvrije voet is gebleven, is het vakantiegeld slechts voor beslag vatbaar voor zover het als maandelijkse aanspraak tezamen met het daadwerkelijk in die maanden genoten inkomen zou zijn uitgekomen boven de beslagvrije voet in die maanden, telkens per maand beoordeeld. Indien de schuldenaar in de periode waarin het vakantiegeld werd opgebouwd een wisselend inkomen heeft genoten, waardoor het in sommige maanden beneden de beslagvrije voet bleef en in andere maanden daar bovenuit kwam, geldt eveneens hetgeen in de vorige volzin is vermeld.”

 

Voorbeeld

Stel dat bij een alleenstaande op 1 april 2019 beslag op het loon is gelegd en de volgende gegevens worden overlegd:

    – netto inkomen € 1000 (geen wisselend inkomen)
    – beslagvrije voet € 1050
    – vakantiegeld € 900

beslagvrij voet 2019, max beslaglegging inkomen, inkomenszekerheid,

Het is duidelijk dat uitgaande van deze gegevens er maandelijks niets aan de beslaglegger kan worden afgedragen. Betrokkene komt eigenlijk € 50 per maand te kort.

Maar wat valt onder het beslag in de maand mei waarin het vakantiegeld wordt uitbetaald?

Oude werkwijze:

Voordat de Hoge Raad het arrest had gewezen was de gebruikelijke werkwijze dat maandelijks het meerdere boven de beslagvrije voet wordt afgedragen en ook in de maand waarin het vakantiegeld wordt uitbetaald. In dit voorbeeld zou dit er op neer komen dat € 850 van het vakantiegeld onder het beslag zou vallen (= 1000 + 900 – 1050).
 

Nieuwe werkwijze:

Volgens de Hoge Raad moet het vakantiegeld toegerekend worden aan de maand waarin het is opgebouwd, ongeacht of er beslag lag. Vervolgens moet beoordeeld worden welk deel van het netto maandinkomen verhoogd met het toegerekende vakantiegeld boven de beslagvrije voet komt. Dat deel van het vakantiegeld valt dan onder het beslag.
In het voorbeeld wordt de € 900 vakantiegeld in 12 gelijke termijnen opgebouwd van € 75 per maand. Het maandelijks inkomen is € 50 lager dan de beslagvrije voet. Dit betekent dat elke maand € 50 van het vakantiegeld niet en € 25 van het vakantiegeld wel onder het beslag valt. In totaal valt dus 12 x € 25 = € 300 van het vakantiegeld onder het beslag.

 

Wisselend inkomen

Het vakantiegeld moet dus worden toegerekend aan de maand waarin het is opgebouwd. Bij een maandelijks gelijk inkomen wordt eentwaalfde van het vakantiegeld toegerekend naar de verschillende maanden. Bij een wisselend inkomen moet dit apart worden uitgerekend en dit kan als volgt. Het deel van het vakantiegeld dat betrekking heeft op bijvoorbeeld de maand februari bereken je dan als volgt:

(inkomen maand februari : (totaal inkomen juni 2018 t/m mei 2019)) x vakantiegeld

Dit lijkt ingewikkeld en bewerkelijk. Wanneer de computerprogramma’s die gebruikt worden bij de salaris- en uitkeringsadministratie hierop ingesteld zijn, is dit ‘een fluitje van een cent’.

 

Bezwaar maken / klacht indienen bij uitkeringsinstantie

Wanneer het vakantiegeld door de werkgever / uitkeringsinstantie ten onrechte wordt afgedragen aan de deurwaarder zijn er verschillende mogelijkheden om hiertegen te handelen.
Wanneer de uitkeringsinstantie een brief stuurt waarin ze aangeeft het vakantiegeld af te dragen aan de deurwaarder, is dit een besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat. Bij de sociale dienst is het versturen van een brief geen vereiste, maar staat ook tegen de handeling zelf (het afdragen van het vakantiegeld) bezwaar en beroep open. Het bezwaar is er op gericht dat het deel van het vakantiegeld dat niet onder het beslag had moeten vallen alsnog wordt uitbetaald.
Bestaat geen bezwaar en beroep open, bijvoorbeeld omdat het UWV geen brief heeft gestuurd, dan is het aan te raden om in plaats van bezwaar te maken een klacht in te dienen.

Wanneer de werkgever het vakantiegeld ten onrechte aan de deurwaarder heeft afgedragen is het mogelijk om een loonvordering in te stellen.

 

Klacht tegen deurwaarder

Naast het bezwaar c.q. vordering gericht tot de werkgever of uitkeringsinstantie die ten onrechte het vakantiegeld heeft afgedragen aan de deurwaarder, is het uiteraard ook mogelijk een verzoek in te dienen bij de deurwaarder om het teveel afgedragene terug te betalen. De deurwaarder is er van op de hoogte dat het maandelijks inkomen lager is dan de beslagvrije voet. Hij mag dan ook het geïnde vakantiegeld niet klakkeloos aan de schuldeiser afdragen, maar dient eerst te onderzoeken welk deel van het vakantiegeld onder het beslag valt. Het toch klakkeloos afdragen aan de schuldeiser is mi tuchtrechtelijk laakbaar. Een klacht bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders is dan te overwegen.

Zo oordeelde het Hof Amsterdam als volgt.

“Gelet op het arrest van de Hoge Raad had het de gerechtsdeurwaarders in mei 2015 bij ontvangst van dit vakantiegeld (€ 540,78) dan wel in juli 2015 bij doorbetaling van dit vakantiegeld aan de beslagleggers duidelijk moeten zijn dat dit vakantiegeld gezien de voor klager geldende beslagvrije voet (€ 1.166,-) en het netto maandinkomen van klager in 2015 (€ 960,-) niet kon worden verdeeld.” Het Hof legt als maatregel een berisping op.

 

Wetswijziging

Met de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet wordt de regeling gunstiger voor de schuldenaar. Het vakantiegeld dat is opgebouwd vóór de beslagdatum zal dan nooit onder het beslag vallen. Dus wanneer op 1 april beslag gelegd wordt zal alleen het vakantiegeld dat is opgebouwd in april en mei onder het beslag vallen, voor zover dit samen met het inkomen hoger is dan de beslagvrije voet. Deze wet wordt waarschijnlijk pas per 2021 ingevoerd.

 

Meer informatie

– Hoge Raad 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3068
– Gerechtshof Amsterdam 2 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1682
 
 
loon, salaris, inkomen,verdienste, werk na inkomen, lonen, salarissen, verloning, loonadministratie,salarisadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerker, loonverwerker,

door100% Salarisverwerking B.V.

Correctiebericht Wtl uiterlijk 1 mei indienen

Foute gegevens!

                       

Als de voorlopige berekening Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) 2018 niet juist is door onjuiste gegevens in uw aangiften, dan kunt u tot en met 1 mei 2019 correctieberichten insturen.

De correcties die u indient na 1 mei neemt UWV niet mee in de definitieve berekening van loonkostenvoordeel (LKV), lage-inkomensvoordeel (LIV) en jeugd-LIV.
 
Belastingdienst, belasting,overheid,

Belastingdienst verstuurt de definitieve berekening uiterlijk 31 juli.

Kloppen de gegevens in de aangiften loonheffingen wel, maar de voorlopige berekening niet? Of heeft u geen voorlopige berekening gekregen terwijl u deze wel verwachtte? Bel dan met UWV Telefoon Werkgevers: 0900 – 9295.

Meer informatie over Wtl vindt u in hoofdstuk 26 Handboek Loonheffingen en op uwv.nl/wtl.
 

Hfd26 Loonkostenvoordelen, lage-inkomensvoordeel (LIV) en jeugd-LIV

In de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) staan 3 tegemoetkomingen in de loonkosten voor werkgevers:

 
 

Zie ook:

 
 
personeelszaken, hr management, loonadministrateurs,salarisadministrateurs, salarisverwerking, salarisverwerker, salarisverwerkers, loonadministratie, loonadministrateurs, loonverwerkers, loonverwerker, salarisadministratie, salaris, loon, salarisverwerking online, salarisverwerker online,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handboek Vooroverleg 2018

Belastingdienst heeft het Handboek Vooroverleg openbaar gemaakt.

               
Belastingdienst, belasting,overheid,

Om zekerheid te verkrijgen over de fiscale gevolgen van voorgenomen handelingen, kan in vooroverleg met de Belastingdienst worden getreden. Vooroverleg is een overleg tussen inspecteur en belastingplichtige en/of zijn vertegenwoordiger. Het vooroverleg leidt tot een standpuntbepaling van de inspecteur of een vaststellingsovereenkomst over de wijze waarop het recht in een specifiek geval moet worden toegepast. Om te bepalen welk specifiek geval het betreft zijn nadere gegevens van de belastingplichtige vereist.
 
Een verzoek tot vooroverleg moet voldoen aan artikel 3.2 Besluit Fiscaal Bestuursrecht.
Dit betekent onder meer dat informatie wordt verstrekt over:

  • de betrokken belastingplichtige;
  • de feiten en omstandigheden rond zijn voornemen;
  • de van toepassing zijnde regelgeving;
  • uw heldere en onderbouwde standpunt over de fiscale consequenties van het voornemen.
  •  
    Naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (kortweg, Wob-verzoek) heeft de staatssecretaris van Financiën het ‘Handboek Vooroverleg 2018’ van de Belastingdienst gepubliceerd.

    Het ‘Handboek Vooroverleg 2018 geeft kaders voor vooroverleg die de Belastingdienst gebruikt bij de behandeling van een verzoek om vooroverleg. In het handboek vindt u bijvoorbeeld waar een verzoek om vooroverleg aan moet voldoen en hoe de Belastingdienst het verzoek inhoudelijk behandelt.

    Handboek 2019
    In de loop van 2019 zal een nieuwe versie van het handboek verschijnen.

    Mocht u in vooroverleg willen treden met de Belastingdienst om te komen tot een standpuntbepaling van de inspecteur of een vaststellingsovereenkomst, dan vernemen wij dat graag. Graag zijn wij u behulpzaam bij het verkrijgen van deze fiscale zekerheid.
     
     
    Publicatiedatum was: 4 april 2019

     
     

    Besluit op Wob-verzoek over Handboek Vooroverleg

    Besluit op een verzoek om informatie openbaar te maken over het door de Belastingdienst gehanteede Handboek vooroverleg. Het gaat om een verzoek op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

    Pdf: Besluit Handboek vooroverleg openbaar
    Pdf: Bijlage bij Wob verzoek belastingdienst
      
     
    overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

    close

    Veel lees plezier? Delen mag.