Tag archief WW-premie

door100% Salarisverwerking B.V.

Werkgeversbetaling in aangifte loonheffingen

Ontvangt een werknemer een uitkering van de UWV dit via de werkgever?
              
En ontvangt hij ook loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van deze werkgever? Dan is sprake van een werkgeversbetaling. In deze handreiking leest u hoe u dit verwerkt in de aangifte loonheffingen.

Deze handreiking geldt voor de situatie dat de werknemer in dienstbetrekking is bij de werkgever.

 

Werkgeversbetaling

Een werkgever en werknemer kunnen afspreken dat de werknemer de uitkering van UWV via de werkgever ontvangt. De werknemer moet UWV daarvoor machtigen.

UWV kan die uitkering aan de werkgever betalen in de vorm van een werkgeversbetaling of instantiebetaling.

De instantiebetaling gebruikt u voor de situatie waarin de werknemer geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking meer van u krijgt, maar u hem nog wel een aanvulling op zijn uitkering betaalt.

Deze handreiking gaat over de werkgeversbetaling. De werkgeversbetaling geldt voor de situatie dat de werkgever de uitkering doorbetaalt en de werknemer nog loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van dezelfde werkgever krijgt.

Bij een werkgeversbetaling betaalt UWV aan de werkgever, behalve de uitkering, ook de premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw over de uitkering.

 

Samenvoegingsregels en witte tabel

Voor de berekening van de loonheffingen telt u de uitkering van UWV, het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en een eventuele aanvulling op de uitkering bij elkaar op. Dit zijn de samenvoegingsregels. Op het totaal past u de witte tabel toe. Ook berekent u over het totaal de premies werknemersverzekeringen.

 

WW-premie

Voor een werkgeversbetaling geldt altijd de lage WW-premie.

Voor een eventuele aanvulling op de uitkering gebruikt u dezelfde WW-premie als voor het reguliere loon.

Inkomstenverhouding

In 2020 en 2021 kunt u kiezen hoe u een werkgeversbetaling in de aangifte verwerkt:

    1. in een aparte inkomstenverhouding
    2. in dezelfde inkomstenverhouding als het loon

 

1. In een aparte inkomstenverhouding

Onderstaande informatie is van toepassing als u de werkgeversbetaling aangeeft in een aparte inkomstenverhouding.

Code soort inkomstenverhouding
U gebruikt de Code soort inkomstenverhouding die bij de werkgeversbetaling hoort:

Tabel code soort inkomstenverhouding bij een soort uitkering

Tabel code soort inkomstenverhouding bij een soort uitkering

Contractloon, contracturen en contractindicaties
U vult deze rubrieken bij deze inkomstenverhouding niet in.

WW-premie
U geeft de lage WW-premie aan.

Verloonde uren
De hoogte van de verloonde uren die u invult in de aparte inkomstenverhouding, hangt af van de soort uitkering die de werkgever doorbetaalt.

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

 

2. In dezelfde inkomstenverhouding als het loon

Onderstaande informatie is van toepassing als u de werkgeversbetaling aangeeft in dezelfde inkomstenverhouding als het loon.

Code soort inkomstenverhouding
U gebruikt de Code soort inkomstenverhouding die geldt voor het reguliere loon.

Contractloon, contracturen en contractindicaties
U vermeldt het contractloon, de contracturen en de contractindicaties die gelden voor het reguliere loon.

WW-premie
Gebruikt u voor het reguliere loon de hoge WW-premie en geeft u de werkgeversbetaling aan in dezelfde inkomstenverhouding als het reguliere loon? Dan vult u de WW-premie als volgt in:

  • U vermeldt de hoge en lage grondslagaanwas gezamenlijk in de rubriek Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf hoog.
  • U vermeldt de hoge en lage WW-premie gezamenlijk in de rubriek Premie AWf hoog.

Aandachtspunt bij LIV, Jeugd-LIV en sommige loonkostenvoordelen
Een uitkering uit de werknemersverzekeringen telt niet mee als jaarloon voor de bepaling van het (jeugd-)LIV en sommige loonkostenvoordelen. Als u de werkgeversbetaling en het reguliere loon opgeeft in één inkomstenverhouding, kan UWV de werkgeversbetaling toch bij het jaarloon tellen. Hierdoor wordt het jaarloon hoger en stelt UWV het (jeugd-)LIV of het loonkostenvoordeel misschien verkeerd vast.

Verloonde uren

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

 

Genietingsmoment werkgeversbetaling

U verwerkt de werkgeversbetaling in de aangifte over het tijdvak waarin de werkgever de uitkering doorbetaalt. Wanneer de werkgever de uitkering van UWV ontvangt, is niet van belang.

 

Aanvulling op uitkering

Soms betaalt de werkgever een aanvulling op de uitkering uit werknemersverzekeringen. Deze aanvulling vermeldt u in de inkomstenverhouding die u gebruikt voor het reguliere loon.

U geeft het bedrag van de aanvulling aan in de rubriek ‘Verstrekte aanvulling op uitkering werknemersverzekering‘.

 

Voorbeeld

Een werknemer heeft een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is. Het maandloon is € 1000. Daarnaast ontvangt de werknemer van de werkgever een WIA-uitkering van € 500 (werkgeversbetaling). Ook ontvangt de werknemer een aanvulling van € 100.

Voor het reguliere loon en de aanvulling geldt de hoge WW-premie. Voor de werkgeversbetaling geldt de lage WW-premie.

 

Uitwerking

U gebruikt 2 inkomstenverhoudingen.

Tabel inkomstenverhouding 1 (regulier loon en aanvulling)

Tabel inkomstenverhouding 1 (regulier loon en aanvulling)

 Tabel inkomstenverhouding 2

Tabel inkomstenverhouding 2 (uitkering)

U gebruikt 1 inkomstenverhouding.

Tabel inkomstenverhouding

Tabel inkomstenverhouding

In dit voorbeeld doet u dit als volgt:

  • U telt de aanwas van de grondslag voor de hoge en lage premie bij elkaar op. Deze aanwas is het bedrag waarover de premies moeten worden berekend. Het totaal geeft u aan in de rubriek ‘Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf hoog’.
  • U telt de lage en hoge WW-premie bij elkaar op. Het totaal geeft u aan in de rubriek ‘Premie AWf hoog’.

 
 

Meer informatie

Paragraaf 7.6.2 Handboek Loonheffingen
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Kennisdocument premiedifferentiatie WW
Memo verloonde uren
 
 

Wetsartikelen

artikel 33 lid 2, letter a Wet loonbelasting
artikel 9.1 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011
artikel 9.4 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011
 
 

2019, 2020, LIV, jeugd LIV,LKV, jeugd liv, jeugd Lage Inkomens Voordeel,liv SV-loon, Sociale Verzekeringsloon, lage-inkomensvoordeel (LIV),belasting,belastingzaken,lage salaris,loonverwerkers,salarisverwerker,salaris,LKV,

door100% Salarisverwerking B.V.

Fictieve dienstbetrekking

Naast de privaatrechtelijke en publiekrechtelijke dienstbetrekking bestaat ook nog de fictieve dienstbetrekking.
       
Er zijn vele mogelijkheden en dienstverbanden om mensen voor u te laten werken, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst is met uw organisatie. Echter voor de Belastingdienst worden een aantal van deze dienstverbanden toch aangemerkt als een dienstverband. Dat noemt men dan een fictief dienstverband en kan dat betekenen dat u toch loonheffingen of werknemerspremies moet inhouden en werkgeverspremies moet afdragen. Over de voorwaarden voor de fictieve dienstverbanden voor de loonadministratie geven wij een kleine uitleg.

 

De fictieve dienstbetrekking

De artikelen 3, 4 en 5 van de Wet op de loonbelasting 1964 bestempelen een aantal bijzondere arbeidsverhoudingen tot dienstbetrekking. Deze ‘arbeidsverhoudingen’ worden doorgaans ‘fictieve dienstbetrekkingen’ genoemd.
Let op: pas als vastgesteld is dat er geen sprake is van een ‘gewone’ privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst komt men toe aan de vraag of er dan misschien wel sprake zou kunnen zijn van een fictieve dienstbetrekking.

Van de volgende personen wordt de arbeidsverhouding als een fictieve dienstbetrekking aangemerkt:

  • aannemers van werk en degenen die hen bijstaan bij dat werk;
  • freelancers;
  • provisiewerkers;
  • tussenpersonen;
  • meewerkende kinderen;
  • gelijkgestelden;
  • thuiswerkers;
  • leerlingen en stagiairs;
  • uitzendkrachten;
  • topsporters;
  • artiesten;
  • de pseudo-werknemer (opting-in).

Deze lijst is niet uitputtend: niet alle situaties waarin sprake is van een fictieve dienstbetrekking zijn genoemd.

Een aantal van de genoemde fictieve dienstbetrekkingen zullen we nader bespreken. Dit zijn de situaties waarover we in de praktijk de meeste vragen krijgen.

 

Meewerkende kinderen

Het kind van 15 jaar of ouder dat werkzaam is in de onderneming van zijn ouders wordt geacht (fictief) in dienst te zijn bij die onderneming, tenzij de onderneming deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met het kind waaruit het kind zelf winst uit onderneming geniet. Meewerkende kinderen in fictief dienstverband zijn niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen, ze vallen wel onder de Zorgverzekeringswet.
Let op: als het kind onder dezelfde voorwaarden in het bedrijf van de ouders werkt als het gewone bedrijfspersoneel, dan is er sprake van een gewone dienstbetrekking, waarvoor de normale regels gelden. Het kind is dan ook verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Indien het kind dat fictief in dienst geacht wordt te zijn nog tot het huishouden behoort van de ouders, dan kan op verzoek een vereenvoudigde regeling voor de loonheffingen worden toegepast. Hierbij behoeft slechts één keer per jaar aangifte voor de loonheffingen gedaan te worden, waarbij de berekening van de inhoudingen op eenvoudiger wijze plaats vindt.

 

Gelijkgestelden

Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van degene die persoonlijke arbeid verricht op doorgaans tenminste 2 dagen per week tegen een bruto-inkomen dat doorgaans over een week ten minste tweevijfde zal bedragen van het wettelijk minimum(jeugd)loon. Hoeveel uur per dag wordt gewerkt is niet relevant.

‘Normaliter’ duidt op een regelmatig patroon. Aan de hand van het te verwachten werkpatroon moet worden nagegaan of er doorgaans op 2 dagen per week wordt gewerkt. Wordt bij uitzondering wel eens niet of slechts één dag gewerkt, dan is nog wel sprake van ‘normaliter’ dus van een fictief dienstverband. Omgekeerd geldt ook dat iemand die doorgaans op slechts 1 dag per week werkzaam is en in bijzondere gevallen twee- of driemaal in een week werkt, niet opeens in fictieve dienstbetrekking is.

In de volgende gevallen is geen sprake van een fictieve dienstbetrekking als gelijkgestelde:

  • de arbeidsverhouding is al een privaatrechtelijke dienstbetrekking;
  • de arbeidsverhouding valt onder een van de andere fictieve dienstbetrekkingen;
  • degene die het werk verricht, doet dat als zelfstandig ondernemer;
  • het verrichten van de arbeid is rechtstreeks overeengekomen met een natuurlijk persoon t.b.v. diens persoonlijke aangelegenheden;
  • de arbeidsverhouding is aangegaan voor korter dan een maand;arbeid van een auteur of redactiemedewerker die niet beroepsmatig werkzaam is voor een uitgever;
  • arbeid als bestuurder van een vereniging of stichting;
  • arbeid van geestelijke aard (geestelijk verzorgers e.d.);
  • de arbeidsverhouding wordt in overwegende mate beheerst door familieverhoudingen.

 

Thuiswerkers

Thuiswerkers die persoonlijke arbeid verrichten tegen een bruto-inkomen dat doorgaans over een maand ten minste tweevijfde van het minimum(jeugd)loon bedraagt, zijn in fictieve dienstbetrekking. Onder het begrip thuiswerkers vallen niet alleen personen die in hun eigen huis werkzaam zijn, maar ook personen die hun werk niet in een bedrijf verrichten, maar op een door hen zelf te kiezen plaats. Als de thuiswerker zich laat bijstaan door één of twee hulpen, dan zijn deze ook in fictieve dienstbetrekking.

Uitzonderingen op de fictieve dienstbetrekking van thuiswerkers:

  • de thuiswerker laat zich doorgaans bijstaan door meer dan 2 hulpen (waarbij de echtgenoot en inwonende minderjarige kinderen buiten beschouwing worden gelaten);
  • de arbeidsverhouding valt tevens onder de bepalingen voor artiesten of uitzendkrachten;
  • degene die het werk verricht, doet dat als zelfstandig ondernemer;
  • het verrichten van de arbeid is rechtstreeks overeengekomen met een natuurlijk persoon t.b.v. diens persoonlijke aangelegenheden;
  • de arbeidsverhouding is aangegaan voor korter dan een maand;
  • arbeid van een auteur of redactiemedewerker die niet beroepsmatig werkzaam is voor een uitgever;
  • arbeid van geestelijke aard (geestelijk verzorgers e.d.);
  • de arbeidsverhouding wordt in overwegende mate beheerst door familieverhoudingen.

 

Leerlingen en stagiairs

Leerlingen en stagiairs die werkzaam zijn om vakbekwaamheid te verwerven (en die niet uitsluitend onderricht genieten) zijn voor de loonheffingen in beginsel in fictieve dienstbetrekking. Dit geldt voor leerlingen van scholen die een praktijk- of stagejaar vervullen, voor toekomstige werknemers die een periode als leerling meemaken en voor mensen die een (om)scholingscursus volgen bij een centrum voor vakopleiding van volwassenen.

Het voordeel dat de leerling geniet doordat hij gratis onderwijs krijgt, behoort niet tot het belaste loon. Een eventuele stagevergoeding (niet zijnde een onkostenvergoeding) vormt wel belast loon, evenals eventueel loon in natura.

Leerlingen en stagiairs die naast het onderricht ook een beloning ontvangen vallen onder de inhouding van loonbelasting, de premie voor de Zorgverzekeringswet en de werknemersverzekeringen met uitzondering van de WW en de WAO/WIA. Voor de WW moet er namelijk sprake zijn van productieve arbeid en normaal loon. Voor het risico van arbeidsongeschiktheid vallen ze onder de WAJONG.

 

De pseudo-werknemer (opting-in)

Als een arbeidsverhouding geen ‘normale’ dienstbetrekking is en tevens geen fictieve, dan kan op gezamenlijk verzoek van de ‘pseudo-werknemer’ en de opdrachtgever de arbeidsverhouding toch als dienstbetrekking worden aangemerkt. De arbeid mag niet worden verricht in de uitoefening van een bedrijf of beroep.

De opting-in regeling geldt alleen voor de loonbelasting en de premie voor de Zorgverzekeringswet.
Er kunnen verschillende overwegingen zijn om een arbeidsverhouding vrijwillig als dienstbetrekking aan te merken. Zo kan het prettig zijn als op de beloning reeds de verschuldigde (loon)belasting is ingehouden, zodat dat niet meer via de aanslagregeling behoeft te gebeuren. Ook kan het gaan om de mogelijkheid te hebben gebruik te maken van de faciliteiten die de loonbelasting kent, waarbij gedacht kan worden aan het kunnen toekennen van vrije vergoedingen en verstrekkingen of het onbelast kunnen opbouwen van pensioen.

Heeft u nog vragen of opmerkingen over de fictieve dienstbetrekking neem gerust contact op.

 
 

Gerelateerd

Einde aan “slapend dienstverband”!
Meewerkende kinderen in de loonaangifte
Aanvragen doelgroepverklaring bij indiensttreding vóór 1 oktober
 
Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving, personeelszaken, hrm,

door100% Salarisverwerking B.V.

Hoe geeft u tijdelijke uitbreiding aantal uren aan?

Gedurende de jaren 2020 en 2021 kunt u dit op 2 manieren doen .
               
In deze handreiking leest u hoe u de WW-premie in de aangifte loonheffingen verwerkt als een werknemer een tijdelijke uitbreiding van het aantal uren krijgt.

Een tijdelijke uitbreiding van het aantal uren is arbeidsrechtelijk een tweede arbeidsovereenkomst. Per arbeidsovereenkomst beoordeelt u of de hoge of lage WW-premie van toepassing is. Op de tijdelijke uitbreiding van het aantal uren is de hoge WW-premie van toepassing. Er is namelijk geen sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Als voor de reguliere arbeidsovereenkomst de lage WW-premie geldt en voor de tijdelijke uitbreiding de hoge WW-premie, dan kunt u de tijdelijke uitbreiding van de uren op 2 manieren verwerken in de aangifte:

    1. in een nieuwe inkomstenverhouding met de contractindicaties die van toepassing zijn
    2. in dezelfde inkomstenverhouding als de reguliere arbeidsovereenkomst

Ad 2.

Kiest u ervoor om de reguliere arbeidsovereenkomst en de tijdelijke uitbreiding van de uren in 1 inkomstenverhouding in de aangifte op te geven, dan:

  • zet u de contractindicaties op J-J-N
  • vermeldt u de hoge en lage grondslagaanwas gezamenlijk in de rubriek Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf laag
  • vermeldt u de hoge en lage WW-premie gezamenlijk in de rubriek Premie AWf laag

Aangeven in één inkomstenverhouding alleen toegestaan in 2020 en 2021

Het aangeven van de tijdelijke uitbreiding van het aantal uren in dezelfde inkomstenverhouding als de reguliere arbeidsovereenkomst is toegestaan voor de jaren 2020 en 2021. Ook correctieberichten die betrekking hebben op deze jaren mag u op deze manier indienen. Vanaf het jaar 2022 moet u regulier loon en een tijdelijke uitbreiding van het aantal uren aangeven in aparte inkomstenverhoudingen.
 

Voorbeeld

Een werknemer heeft een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is. De arbeidsovereenkomst geldt voor 20 uur per week met een maandloon van € 1000. Via een addendum krijgt hij vanaf mei een tijdelijke uitbreiding van zijn uren tot 30 uur per week. Zijn maandloon wordt dan € 1.500.

Hoge of lage WW-premie

Voor de vaste arbeidsovereenkomst van 20 uur per week geldt de lage WW-premie. Het addendum met de tijdelijke 10 extra uren per week is een aparte arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd waarop de hoge WW-premie van toepassing is.

 

Hoe geeft u dit aan in de aangifte?

Manier 1:tijdelijke uitbreiding van uren in nieuwe inkomstenverhouding

tijdelijke uitbreiding van uren in nieuwe inkomstenverhouding
tijdelijke uitbreiding van uren in nieuwe inkomstenverhouding 2

Manier 2:tijdelijke uitbreiding van uren in één inkomstenverhouding

tijdelijke uitbreiding van uren in één inkomstenverhouding manier 2

 

Meer informatie

Kennisdocument premiedifferentiatie WW, vraag 1.12

 
 
Proeftijd verlengen bij ziekte, proeftijd loopt af, verlenging contract,

door100% Salarisverwerking B.V.

Hoe, aanvullend geboorteverlof aangeven in aangifte?

Vanaf 1 juli 2020 kan nu een werknemer aanvullend geboorteverlof aanvragen.
             
Dit verlof is voor partners van vrouwen die net bevallen zijn. In deze handreiking leest u hoe u aanvullend geboorteverlof verwerkt in de aangifte loonheffingen.

Een werknemer kan maximaal 5 weken aanvullend geboorteverlof opnemen als de partner net is bevallen. Hij krijgt dan een uitkering van UWV van 70% van het dagloon tot maximaal 70% van het maximumdagloon. De werkgever ontvangt de uitkering van UWV en betaalt deze door aan de werknemer. UWV kan de uitkering ook rechtstreeks aan de werknemer betalen. UWV draagt dan de loonheffingen af. Als een werknemer aanvullend geboorteverlof wil opnemen, vraagt de werkgever dit aan bij UWV.
 

Witte tabel

De uitkering voor aanvullend geboorteverlof is loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. U past de witte tabel toe.
 

Lage WW-premie

Een uitkering voor aanvullend geboorteverlof valt onder de Wet arbeid en zorg (WAZO). Hiervoor geldt altijd de lage WW-premie.
 

Inkomstenverhouding

Als de werkgever de uitkering voor aanvullend geboorteverlof aan de werknemer betaalt, hebt u in 2020 en 2021 de keuze hoe u dit verwerkt in de aangifte:

    1. in een aparte inkomstenverhouding (verplicht vanaf 2022)
    2. in dezelfde inkomstenverhouding als het loon

 

1. In een aparte inkomstenverhouding (verplicht vanaf 2022)

Voor de begin- en einddatum van de aparte inkomstenverhouding is het genietingsmoment van de uitkering van belang. U verwerkt de uitkering in de aangifte(n) over het tijdvak waarin het genietingsmoment valt (of de genietingsmomenten vallen). Dit is het moment waarop de werkgever de uitkering betaalt. Als sprake is van een betaling in termijnen, dan loopt de inkomstenverhouding door tot en met de betaling van de laatste termijn van de uitkering.

2. In dezelfde inkomstenverhouding als het loon

U verwerkt de uitkering samen met het loon in de aangifte(n) over het tijdvak waarin het genietingsmoment valt (of de genietingsmomenten vallen).
 

Aanvulling op uitkering aanvullend geboorteverlof

Soms betaalt de werkgever nog een aanvulling op de uitkering voor aanvullend geboorteverlof. Deze aanvulling vermeldt u in de inkomstenverhouding voor het reguliere loon.
 

Code soort inkomstenverhouding

Als u de uitkering aanvullend geboorteverlof aangeeft in een aparte inkomstenverhouding, dan is de Code soort inkomstenverhouding code 31 (Ziektewetuitkering).

Geeft u de uitkering aan in dezelfde inkomstenverhouding als het loon, dan gebruikt u de Code soort inkomstenverhouding die geldt voor het reguliere loon.
 

Code incidentele inkomensvermindering

Is het loon dat een werknemer ontvangt, samen met de uitkering, lager dan het overeengekomen loon in een aangiftetijdvak? Dan vult u Code incidentele inkomensvermindering ‘G’ in. U geeft de code op in de inkomstenverhouding van het reguliere loon. Dit is ook het geval als u de uitkering aangeeft in een aparte inkomstenverhouding.
 

Let op!

U gebruikt code ‘G’ alleen als het reguliere loon – samen met de uitkering aanvullend geboorteverlof en een eventuele aanvulling door de werkgever – in het aangiftetijdvak lager is dan het overeengekomen loon.

Als u code ‘G’ invult, berekent UWV een eventuele uitkering niet over dit lagere loon.
 

Verloonde uren

U vermeldt het gebruikelijke aantal verloonde uren bij een uitkering aanvullend geboorteverlof.

Geeft u de uitkering aanvullend geboorteverlof aan in een aparte inkomstenverhouding? Dan vermeldt u bij volledig verlof het gebruikelijke aantal verloonde uren in deze inkomstenverhouding. Heeft de werknemer gedeeltelijk gewerkt in een aangiftetijdvak? Dan vermeldt u de verloonde uren die horen bij de gewerkte uren in de inkomstenverhouding voor het reguliere loon. Het restant verloonde uren vermeldt u in de inkomstenverhouding voor de uitkering.

 

Contractloon, contracturen en contractindicaties

De volgende rubrieken wijzigen niet bij de opname van aanvullend geboorteverlof:

  • contractloon
  • contracturen
  • 3 contractindicaties

 

Geeft u de uitkering aan in een aparte inkomstenverhouding? Dan vult u deze rubrieken voor deze inkomstenverhouding niet in.

 

Voorbeeld 1

Geen aanvulling door de werkgever

Een werknemer verdient normaal € 1.000 per maand voor 100 verloonde uren. In periode augustus 2020 ontvangt hij alleen een uitkering aanvullend geboorteverlof van € 700. Hij ontvangt geen regulier loon en de werkgever betaalt geen aanvulling.

Hoe verwerkt u dit in de aangifte loonheffingen?

De uitwerking voor 2 aparte inkomstenverhoudingen:

Inkomstenverhouding regulier loon

  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Code incidentele inkomensvermindering = G
  • Verloonde uren = 0
  • Contractloon en contracturen = als vóór het verlof
  • Contractindicaties = als vóór het verlof
  • Loon = € 0

 

Inkomstenverhouding uitkering aanvullend geboorteverlof

  • Code soort inkomstenverhouding = 31
  • Code incidentele inkomensvermindering = niet van toepassing
  • Verloonde uren = 100
  • Loon = € 700
  • Contractloon en contracturen = niet van toepassing
  • Contractindicaties = niet van toepassing

 

De uitwerking voor als u het loon en de uitkering in één inkomstenverhouding verwerkt (vanaf 2022 niet meer toegestaan):

Inkomstenverhouding regulier loon

  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Code incidentele inkomensvermindering = G
  • Verloonde uren = 100
  • Contractloon en contracturen = als vóór het verlof
  • Contractindicaties = als vóór het verlof
  • Loon = € 700

 

Voorbeeld 2

Aanvulling tot 100% van het loon

Een werknemer verdient normaal € 1.000 per maand voor 100 verloonde uren.
In periode augustus 2020 heeft hij gedeeltelijk gewerkt (60 uur) en gedeeltelijk een uitkering aanvullend geboorteverlof ontvangen. Daarnaast heeft de werkgever nog een aanvulling op deze uitkering betaald. De bedragen zijn als volgt:

Tabel met bedragen en verloonde uren per loonbestanddeel

Tabel met bedragen en verloonde uren per loonbestanddeel

 

Hoe verwerkt u dit in de aangifte loonheffingen?

De uitwerking voor 2 aparte inkomstenverhoudingen:

Inkomstenverhouding regulier loon

  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Code incidentele inkomensvermindering = niet van toepassing
  • Verloonde uren = 60
  • Contractloon en contracturen = als vóór het verlof
  • Contractindicaties = als vóór het verlof
  • Loon = € 700

 

Inkomstenverhouding uitkering aanvullend geboorteverlof

  • Code soort inkomstenverhouding = 31
  • Code incidentele inkomensvermindering = niet van toepassing
  • Verloonde uren = 40
  • Loon = € 300
  • Contractloon en contracturen = niet van toepassing
  • Contractindicaties = niet van toepassing

 

De uitwerking voor als u het loon en de uitkering in één inkomstenverhouding verwerkt (vanaf 2022 niet meer toegestaan):

Inkomstenverhouding regulier loon

  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Code incidentele inkomensvermindering = niet van toepassing
  • Verloonde uren = 100
  • Contractloon en contracturen = als vóór het verlof
  • Contractindicaties = als vóór het verlof
  • Loon = € 1.000

 

Wetsartikel

Artikel 4.2a tot en met artikel 4.2c Wet arbeid en zorg
 
 

Meer informatie

Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Memo verloonde uren
uwv.nl/aanvullend geboorteverlof
WIEG regeling vanaf 1 juli
 
 
NOW regeling, NOW maatregels, Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), NOW, UWV, Belastingdienst,

door100% Salarisverwerking B.V.

Persoonsgebonden budget (PGB) kan gevolgen hebben voor diverse mensen

De Wet arbeidsmarkt in balans ( WAB ) voor mensen die hun zorg betalen vanuit een persoonsgebonden budget (PGB).
       
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een infosheet gepubliceerd over deze gevolgen.

De ‘Wet Arbeidsmarkt in Balans‘ (WAB) heeft de verschillen tussen vaste en flexibele contracten kleiner gemaakt. Voor werkgevers is het nu aantrekkelijker om een vast contract te geven.

Mensen die hun zorg betalen vanuit een persoonsgebonden budget zijn ook werkgevers. De WAB geldt dus ook voor budgethouders die een arbeidsovereenkomst met hun zorgverlener hebben.

In deze publicatie staat wat dit in de praktijk betekent en voor wie de regels uit de WAB precies gelden.
 
PDF download Download
WAB: gevolgen voor mensen met een persoonsgebonden budget

 

Gevolgen WAB: voor mensen meteen persoonsgebonden budget

Op 1 januari 2020 is de ‘Wet Arbeidsmarkt in Balans’ (WAB) ingegaan. Deze wet maakt de verschillen tussen vaste en flexibele contracten kleiner. Voor werkgevers wordt het aantrekkelijker om een contract met een vast aantal uren te geven. Mensen die hun zorg betalen vanuit een persoonsgebonden budget zijn ook werkgevers. De WAB geldt dus ook voor budgethouders die een arbeidsovereenkomst met hun zorgverlener hebben.In deze infosheet staat wat dit in de praktijk betekent en voor wie de regels uit de WAB precies gelden.

 

Wijzigingen WAB

De belangrijkste veranderingen in de WAB zijn:

  • WW-premiedifferentiatie: werkgevers die met werknemers een vast contract hebben afgesloten, betalen de lage WW-premie. Deze bedragen worden elk jaar opnieuw vastgesteld, maar het verschil tussen de hoge en lage premie is altijd 5 procent. Meer informatie bij WW-premie naar type contract op de website van de rijksoverheid.
  • Transitievergoeding: werknemers hebben vanaf de eerste dag dat zij werken, recht op een transitievergoeding. Dat is een vergoeding bij ontslag. Pgb-zorgverleners die worden ontslagen of van wie het contract niet wordt verlengd, hebben meestal recht op een transitievergoeding. Dankzij een aanvullende regeling hoeven budgethouders dit niet zelf te betalen vanuit hun persoonsgebonden budget. De SVB regelt dit.
  • Oproeptermijn 4 dagen: oproepkrachten moeten minimaal 4 dagen van tevoren worden opgeroepen voor hun werkzaamheden. Is het korter dan 4 dagen? Dan hoeven zij niet te komen. Als de werkgever de afspraak binnen die 4 dagen afzegt of wijzigt en de zorgverlener wil de dienst niet uitvoeren, dan moet de werkgever hen wel betalen.
  • Aanbod voor vast contract na 1 jaar: werknemers met een oproepcontract, moeten na een jaar een contract met een vast aantal uren aangeboden krijgen. Als de werknemer geen contract met een vast aantal uren wil, mag dat: dan houden jullie het oproepcontract aan. Maar als werkgever moet je wel aanbieden en schriftelijk vastleggen mét handtekening,dat de werknemer het contract met een vast aantal uren heeft geweigerd.

 
U vindt de infosheet op rijksoverheid.nl.
 
 

Gerelateerd:

Factsheet over transitievergoeding
WAB: verlenging termijn om arbeidsovereenkomsten aan te passen
WAB: Verschil tussen herzien en foutherstel
Vanaf 2020 WW-premie naar type contract
 
 
WAB 2020, wet arbeidsmarkt in balans, wab wet arbeidsmarkt in balans, 2020 wab, 2020 wet arbeidsmarkt in balans,