Tag archief werknemersverzekeringen

door100% Salarisverwerking B.V.

Managementovereenkomst geldt niet als arbeidsovereenkomst

Als een werknemer zowel bij de holding als bij de werkmaatschappij in dienst is, kan sprake zijn van de doorbetaaldloonregeling .
    
De werknemer kan bij één of beide ondernemingen verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Voor toepassing van de lage WW-premie moet een schriftelijke arbeidsovereenkomst aanwezig zijn bij de ondernemingen waar hij verzekerd is. Een managementovereenkomst is niet voldoende.

Een managementovereenkomst geldt niet als arbeidsovereenkomst voor toepassing van de lage WW-premie. Als er alleen een managementovereenkomst is, dan moet u de hoge WW-premie toepassen.

De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) , arbeidsmarkt, werknemer - werkgevers, werkgeverschap, WAB,

Zowel bij holding als de werkmaatschappij verzekerd

Is de werknemer verplicht verzekerd bij de holding en bij de werkmaatschappij, dan geldt de doorbetaaldloonregeling voor alle loonheffingen. De holding moet dan vaststellen of zij voldoet aan de 3 voorwaarden voor het toepassen van de lage WW-premie:

  • Er is sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
  • Het is geen oproepovereenkomst.
  • Er is een schriftelijke arbeidsovereenkomst aanwezig.

 

Alleen bij de werkmaatschappij verzekerd

Is de werknemer niet bij de holding maar wel bij de werkmaatschappij verzekerd voor de werknemersverzekeringen? Dan moet de werkmaatschappij toetsen of voldaan is aan de 3 voorwaarden voor het toepassen van de lage WW-premie.

 

Doorbetaaldloonregeling

De doorbetaaldloonregeling is voor de werknemersverzekeringen alleen van toepassing als de werknemer bij de werkmaatschappij en bij de holding werknemer is.

Is de werknemer niet bij de holding maar wel bij de werkmaatschappij verzekerd voor de werknemersverzekeringen, dan moet de werkmaatschappij de premies werknemersverzekeringen zelf afdragen. De holding draagt dan geen premies werknemersverzekeringen af. Voor de loonheffing en de Zorgverzekeringswet kunt u de doorbetaaldloonregeling toepassen.

 

Extra tijd om te voldoen aan vereisten WAB

Is een werknemer vóór 1 januari 2020 werkzaam voor de holding en werkmaatschappij, dan krijgt u tot 1 juli 2020 de tijd om te voldoen aan de vereisten voor de lage WW-premie. U mag de lage WW-premie toepassen als vóór 1 juli 2020 één van de volgende documenten in de loonadministratie aanwezig is:

  • Door werknemer en werkmaatschappij ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst.
  • Door werknemer en werkmaatschappij ondertekend schriftelijk addendum.

Hieruit moet blijken dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is.

De lage WW-premie geldt vanaf 1 januari 2020 als uit de arbeidsovereenkomst of het addendum blijkt dat de werknemer al op uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd bij de werkmaatschappij in dienst was.

 

Toch hoge WW-premie

Als u niet voor 1 juli 2020 aan bovenstaande voorwaarden voldoet, moet u met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 alsnog de hoge WW-premie toepassen. Hiervoor moet u correctieberichten indienen.
 
 

Meer informatie

Handreiking voorwaarden lage WW-premie
WAB: verlenging termijn om arbeidsovereenkomsten aan te passen
Doorbetaaldloonregeling: paragraaf 4.14 Handboek Loonheffingen
 
 
MKB, ZZP, ondernemers, werkgevers, bedrijven, werkgeverschap, maatschappijen, organisaties, rijksoverheid, Overheid, belastingen, Belastingdienst, personeelszaken, personeelsdiensten,

door100% Salarisverwerking B.V.

Rekenregels 1 juli 2020 zijn beschikbaar

Rijksoverheid heeft de rekenregels gepubliceerd die gelden vanaf 1 juli 2020.
               
De rekenregels geven u inzicht in de gevolgen van de aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon per 1 juli 2020 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau.

Ook eventuele beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen zijn opgenomen in dit document.

Documenten

Rekenregels vanaf 1 juli 2020 Per 1 juli 2020 zijn er aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon. Ze gelden voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het …
Regeling | 09-06-2020

INHOUD

Aanpassing daglonen per 1 juli 2020

In een ministeriële regeling (Staatscourant nr 22092 van 22 april 2020) is geregeld dat het (bruto)minimumloon per dag per 1 juli aanstaande met 1,60% wordt verhoogd. De daglonen van de uitkeringen WAO/WIA, WW en ZW zullen per 1 juli aanstaande eveneens met dat percentage worden verhoogd. Het maximumpremieloon werknemersverzekeringen staat gedurende 2020 vast op € 57.232 op jaarbasis. Het jaarbedrag wordt afgerond naar beneden op hele euro’s.

Minimum(jeugd)lonen

De minimum(jeugd)lonen bedragen per 1 juli 2020 (bruto per maand, per week en per dag, in euro’s, exclusief vakantietoeslag):
minimumjeugdloon 1juli 2020, jeugsalaris, wml 2020, minimumloon 2020,jeugdloon,

LIV en jeugd-LIV

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming aan werkgevers met mensen in dienst die een loon verdienen rond het minimumloon. In de rekenregels per 1 januari 2021 volgen de nieuwe criteria voor het LIV.

De tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (jeugd-LIV) compenseert werkgevers voor de verhoging van het minimumjeugdloon. De criteria voor het jeugd-LIV worden per juli 2020 aangepast. In de volgende tabel staan de resulterende uurlooncriteria voor het jeugd-LIV in 2020:

Uitkeringen op minimumniveau

Bijlage II.1 bevat een overzicht van de AOW- en Anw-uitkeringen. Deze worden respectievelijk afgeleid van het referentieminimumloon voor de AOW en het referentieminimumloon voor de bijstand. Conform de systematiek van de netto-nettokoppeling zijn de brutobedragen aangepast ten opzichte van die van januari 2020.

Sinds 1 januari 2012 wordt de dubbele algemene heffingskorting afgebouwd in het referentieminimumloon voor de bijstand. Dit houdt in dat de algemene heffingskorting met 2,5 procentpunt per half jaar daalt totdat de algemene heffingskorting één keer wordt meegenomen in het referentieminimumloon voor de bijstand.
In de periode 2014-2018 is de afbouw met de helft getemporiseerd.
Ook in de periode 2019 – 2021 wordt de afbouw getemporiseerd. In deze periode daalt de algemene heffingskorting met 1,875 procentpunt per half jaar. Daardoor wordt per 1 juli 2020 de algemene heffingskorting 1,7 keer meegenomen in de berekening van het referentieminimumloon voor de bijstand (als er de afgelopen jaren niet was afgebouwd, was dit 2 keer).

Voor ouderen is een inkomensondersteuning geïntroduceerd die afhankelijk is van de opbouwjaren op grond van de AOW. Deze inkomensondersteuning is niet verwerkt in de bedragen van bijlage II.1, omdat deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. Na indexatie is het bedrag in 2020, bij een volledige AOW-opbouw, € 307,56 per jaar (onveranderd per juli 2020).

In de bedragen zoals gepresenteerd in Bijlage II.1 is de tegemoetkoming voor Anw’ers niet verwerkt, omdat ook deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. De tegemoetkoming voor Anw’ers bedraagt in 2020 € 208,68 per jaar (onveranderd per juli 2020).

Vanaf 1 juli 2015 geldt de kostendelersnorm in de Anw. De norm is per 1 januari 2019 vastgesteld op 50% van het minimumloon. In bijlage II.1 worden de desbetreffende bedragen per 1 juli 2020 vermeld.

De grondslagen voor de uitkeringen Wajong, WAZ en WAZO voor zelfstandigen, die worden afgeleid van de minimum(jeugd)lonen, worden ook per 1 juli 2020 aangepast. De bedragen per dag (exclusief vakantietoeslag) worden onderstaand weergegeven.
bedragen per dag (exclusief vakantietoeslag)

De Regeling tegemoetkoming Wajongers zorgt ervoor dat Wajongers die op 1 januari 18 jaar of ouder zijn, maar nog niet de leeftijd hebben bereikt waarop werknemers recht hebben op het volwassen wettelijk minimumloon, een tegemoetkoming krijgen in aanvulling op de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Voor Wajong-gerechtigden onder de 21 jaar worden de hoogtes van de tegemoetkoming per 1 juli 2020 als volgt aangepast:
Wajong-gerechtigden onder de 21 jaar worden de hoogtes

De uitkeringsgrondslag van de vervolguitkering WW bedraagt € 83,42 per juli 2020.

Toeslagenwet

De Toeslagenwet verstrekt een aanvulling op de loondervingsuitkering krachtens onder andere de Werkloosheidswet, Ziektewet (vangnet), Wajong, WAO, WIA en de IOW indien het inkomen van de betrokkene achterblijft bij het relevante sociaal minimum. Het normbedrag voor gehuwden is gekoppeld aan 100% van het bruto referentieminimumloon.
Het normbedrag van alleenstaanden vanaf 21 jaar bedraagt 70% van het netto referentieminimumloon terwijl de normbedragen van 18- t/m 20-jarigen zijn gekoppeld aan 75% van de desbetreffende nettominimumjeugdlonen. Ook bij de netto gekoppelde uitkeringen van de Toeslagenwet is rekening gehouden met de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon sinds 1 januari 2012.

In bijlage II.3 zijn de nieuwe normbedragen opgenomen. De toeslag bedraagt het verschil tussen de bruto-uitkering en het betreffende normbedrag, waarbij voor sommigen de toeslag is gemaximeerd.

Vanaf 1 juli 2016 geldt de kostendelersnorm in de TW voor 21-jarigen en ouder. De kostendelersnorm is de afgelopen jaren stapsgewijs verlaagd. De kostendelersnorm bedraagt nu 50% voor alle relevante groepen. In bijlage II.3 worden de desbetreffende bedragen per 1 juli 2020 vermeld.

Premies en premiegrenzen

Bijlagen I.1 en II.2 onderstaand beschrijven de premies en premiegrenzen gedurende 2020.

BIJLAGE I.1


(Premie)grenzen per 1 januari 2020 (onveranderd per juli 2020)

BIJLAGE I.2:
Mutaties premies 2020 ten opzichte van 2019 (in procenten)
(Ongewijzigd per 1 juli 2020)


Mutaties premies 2020 ten opzichte van 2019 (in procenten)

Toelichting mutaties

a

In het basispad van het Regeerakkoord zit al een stijging van de basispremie WAO/WIA (in 2020 0,06 procentpunt). Daarnaast wordt de basispremie iets verhoogd om te compenseren voor lagere zorgpremies, voor het verplaatsen van de compensatieregeling transitievergoeding van Awf naar Aof en voor het verplaatsen van de WGA-staartlasten van sectorfondsen naar het Aof.

b

De Whk-rekenpremie is voor 2020 door UWV iets hoger vastgesteld dan in 2019.

c

De Awf-premie heeft vanaf 2020 een laag tarief voor vaste contracten en een hoog tarief voor flexcontracten. Gemiddeld komt de Awf-premie uit op 4,19 procent. De stijging komt voornamelijk door het vervallen van de sectorfondspremie, die gecompenseerd wordt via een hogere Awf-premie.

d

De sectorfondsen vervallen per 2020. Het wegvallen van de sectorfondspremies is lastenneutraal gecompenseerd door de Awf-premie(s) hoger vast te stellen.

e

De UFO-premie wordt iets lager vastgesteld dan in 2019. Dit reflecteert het feit dat de WGA staartlasten niet langer uit het UFO en de sectorfondsen worden betaald, maar uit het Aof.

f

De inkomensafhankelijke zorgpremies dalen voornamelijk vanwege lager dan geraamde zorguitgaven in 2019 en 2020.

g

Het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen en het maximumbijdrageloon voor de Zvw is bijgesteld met de stijging van het wettelijk minimumloon per dag.

Download ‘Rekenregels 1 juli 2020 inclusief bijlage I’

1/3 PDF document | 248 kB
Regeling | 09-06-2020

Download ‘Bijlagen II.1 – II.3’

2/3 PDF document | 195 kB
Regeling | 09-06-2020

Download ‘Bijlagen II.4 – II.5’

3/3 PDF document | 175 kB
Regeling | 09-06-2020

U vindt de rekenregels en bijlagen op rijksoverheid.nl.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Termijn aanvraag WIA verandert niet!

UWV kan geen uitstel verlenen voor de WIA-aanvraag.
                 
Dit is ook het geval als een werkgever door het coronavirus niet op tijd gegevens kan verzamelen voor de WIA-aanvraag van een werknemer. De aanvraagtermijn voor de WIA is namelijk opgenomen in een wettelijke bepaling.

Het is belangrijk dat de werknemer op tijd de aanvraag doet. Anders kan UWV de werkgever verplichten om langer het loon van de werknemer door te betalen.

Wel heeft UWV er begrip voor, dat het door de gevolgen van het coronavirus soms niet lukt om alle stukken te verzamelen die nodig zijn voor de WIA-aanvraag. Stuur in dat geval zoveel mogelijk beschikbare informatie. Als UWV de aanvraag niet kan beoordelen omdat stukken missen, nemen ze contact op met de werkgever.

Bron:UWV

 

Wat is WIA?

De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is een Nederlandse wet die op 29 december 2005 in werking is getreden en is de opvolger van de WAO. De wet regelt een uitkering voor de periode na de wettelijke loondoorbetalingstermijn van 104 weken. De WIA is een werknemersverzekering.

 

Wat betekenen WIA, WGA en IVA?

WIA is de uitkering die u kunt aanvragen als u door ziekte niet of minder kunt werken. WIA staat voor: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

De WIA bestaat uit 2 soorten uitkering, namelijk de WGA-uitkering en de IVA-uitkering.

  • WGA staat voor: Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. U krijgt mogelijk WGA als u 2 jaar of langer ziek bent en (in de toekomst) kunt werken.
  • IVA staat voor: Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten. U krijgt mogelijk IVA als u niet of nauwelijks kunt werken en er een kleine kans is dat u herstelt.

 

Wanneer vraag ik een WIA-uitkering aan?

Na 88 weken ziekte krijgt u een brief van UWV waarin staat dat u WIA kunt aanvragen. U kunt uiterlijk in de 93e ziekteweek WIA aanvragen. Het is belangrijk dat u de WIA-uitkering op tijd aanvraagt, zodat u niet zonder inkomen komt te zitten. Want na 2 jaar ziekte betaalt uw werkgever uw loon namelijk niet langer door. Of uw Ziektewet-uitkering stopt.

Het kan zijn dat uw bedrijfsarts of arbodienst heeft geadviseerd een vervroegde WIA (IVA) aan te vragen.

 
 
payroll, payrolling, payroll werknemers, payroll werkgevers, payroll uitzendbureau, payroll medewerker, payroll bedrijven, uitzendbureau, flexwerkers, flexwerkers, payrollers, wab payroll, 2020,

door100% Salarisverwerking B.V.

Voorwaarden NOW-regeling bekend

De voorwaarden van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) zijn bekend .
       
UWV streeft ernaar dat werkgevers vanaf 6 april een aanvraag kunnen indienen. Werkgevers die aan de voorwaarden voldoen, kunnen binnen 2 tot 4 weken een voorschot verwachten.

Werkgevers die gedurende 3 maanden minstens 20% omzetverlies hebben, kunnen vanaf 1 maart een tegemoetkoming krijgen van maximaal 90% van de loonsom. Hoe hoger het omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming in de loonkosten voor de werkgever. Voorwaarde is dat werkgevers het loon van de werknemers doorbetalen en dat de werknemers niet ontslaan om bedrijfseconomische redenen.

 

Bepaling omzetverlies

Om de hoogte van het omzetverlies te bepalen, moeten werkgevers eerst hun totale omzet uit 2019 delen door 4. Zij vergelijken dat vervolgens met de omzet in maart-april-mei 2020. Werkgevers kunnen ook een periode in 2020 kiezen die één of 2 maanden later start. Voor een concern gaat het om de omzetdaling van het hele concern.

 

Loonsom

Voor de loonsom gebruikt UWV de gegevens uit de loonaangifte. UWV neemt hierbij als grondslag het socialeverzekeringsloon. Hier komt voor alle werkgevers dezelfde opslag van 30% bovenop voor de werkgeverslasten zoals de opbouw van vakantiegeld, pensioen en de werkgeverspremies. Er zit daarnaast een maximum aan het loon per werknemer van € 9.538 per maand. Salaris boven dit bedrag wordt niet gecompenseerd.

UWV vergelijkt de loonsom in de subsidieperiode met de loonsom van januari. Als die ontbreekt, neemt UWV de loonsom van november 2019. Om calculerend gedrag te voorkomen, neemt UWV correcties in de loonaangifte die zijn ingediend na 15 maart niet mee voor deze regeling.

 

Verzekerd voor de werknemersverzekeringen

Iedereen voor wie loonaangifte wordt gedaan en verzekerd is voor de WW, ZW of WIA, valt onder de loonsom waarvoor een werkgever subsidie kan ontvangen. Ook het loon van flexwerkers wordt gecompenseerd. Er is geen onderscheid naar contractvorm.

Let op!

Vanwege het belang van de loonsom voor de subsidie is het belangrijk dat werkgevers tijdig loonaangifte doen.

 

Aanvragen, voorschot en uitbetalen

De aanvraagperiode loopt tot en met 31 mei 2020. Werkgevers geven bij de aanvraag de verwachte omzetdaling op. Als UWV positief oordeelt, keert UWV een voorschot van 80% uit. Dat gebeurt in 3 termijnen. Het eerste deel van het voorschot wordt uitgekeerd binnen 2 tot 4 weken na indiening van de aanvraag.

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, moet de werkgever de vaststelling van de subsidie aanvragen. In beginsel is hiervoor een accountantsverklaring vereist. Vervolgens zal UWV binnen 22 weken een eindafrekening doen. Die kan hoger of lager uitvallen dan bij de eerste opgave werd verwacht.

 
 
Bron:rijksoverheid.nl

 

Meer informatie

PDF downloadDe volledige uitwerking van de NOW-regeling vindt u via deze link op rijksoverheid.nl en hier.
 
 
Coronavirus overzichtsartikel (update 31 maart)
NOW-regeling klaar, loketten bijna open
 
MKB, ZZP, ondernemers, werkgevers, bedrijven, werkgeverschap, maatschappijen, organisaties, rijksoverheid, Overheid, belastingen, Belastingdienst, personeelszaken, personeelsdiensten,

door100% Salarisverwerking B.V.

Voor het eerst personeel in dienst?

Nieuwe werkgevers moeten zich aanmelden bij de belastingdienst.
               
Hoe doet u dat?

 

Stappenplan

Gegevens werknemer administreren

Als u voor het eerst een werknemer in dienst neemt, moet u zich als werkgever aanmelden.

Voordat een werknemer bij u gaat werken, moet u:

  • de identiteit van de werknemer hebben vastgesteld
  • de gegevens van de werknemer hebben verzameld voor de aangifte loonheffingen

In bijzondere gevallen moet u voor uw werknemers eerstedagsmelding doen.

Let op!
Gaat uw werknemer werken op de dag waarop u hem aanneemt? Dan moet u deze verplichtingen nakomen voordat uw werknemer begint met werken.

Soms kunt u van deze regels afwijken, bijvoorbeeld bij een fusie of overname. Als u van een werknemer geen gegevens voor de loonheffingen hebt of als u zijn identiteit niet kunt vaststellen, past u voor deze werknemer het anoniementarief toe.

Aanmelden als werkgever

Als u voor het eerst een werknemer in dienst neemt, moet u zich als werkgever aanmelden. Dat doet u met het formulier ‘Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever’. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.

In de volgende situaties gebruikt u niet het formulier ‘Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever’, maar 1 van de volgende formulieren:

  • Melding Loonheffingen Premies werknemersverzekeringen betalen
    Dit formulier gebruikt u als u zich al hebt aangemeld als werkgever, maar nog geen premies werknemersverzekeringen betaalt. U krijgt na de melding een brief van ons waarin staat bij welke sector u bent aangesloten en een brief met het percentage voor de gedifferentieerde premie werkhervattingskas (Whk). U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.
  • Melding Loonheffingen Aangifte doen voor artiesten of beroepssporters
    Dit formulier gebruikt u als u aangifte moet doen voor een optreden door artiesten, beroepssporters of groepen en nog geen loonheffingennummer hebt. Of als u al wel een loonheffingennummer hebt, maar voor artiesten of beroepssporters een afzonderlijk loonheffingennummer wilt. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Zie paragraaf 16.4 en 16.6 voor meer informatie.
  • Melding Loonheffingen Werkgever van personeel aan huis
    Dit formulier gebruikt u als u als particulier aangifte loonheffingen moet doen voor personeel aan huis. U krijgt van ons dan een loonheffingennummer. U krijgt ook een aangiftebrief waarin staat over welke tijdvakken u aangifte moet doen. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Zie paragraaf 16.13.3 voor meer informatie.
  • Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten
    Dit formulier gebruikt u om te melden dat u activiteiten overdraagt aan een andere werkgever, dat u activiteiten overneemt van een andere werkgever of dat de rechtsvorm van uw onderneming verandert, bijvoorbeeld van eenmanszaak in bv. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Zie paragraaf 2.5 voor meer informatie.
  • Melding Loonheffingen Werkgever van meewerkende kinderen
    Dit formulier gebruikt u als een kind van u gaat meewerken in uw onderneming en u gebruik wilt maken van de vereenvoudigde regeling voor meewerkende kinderen. Als wij u toestemming geven om gebruik te maken van deze regeling, krijgt u voor deze dienstbetrekking een apart loonheffingennummer. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Zie paragraaf 16.11 voor meer informatie.

U neemt een onderneming met werknemers over

Als u uw bedrijf start door een onderneming met werknemers over te nemen, dan moet u:

  • zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel en dan ook direct aanmelden als werkgever
  • samen met de overdragende werkgever het formulier ‘Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten’ opsturen
    U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.

Neemt u enige tijd na de start van uw bedrijf een onderneming met werknemers over, waardoor u voor het eerst werkgever wordt, dan moet u:

  • zich bij ons aanmelden als werkgever met het formulier ‘Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever’
    U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.
  • samen met de overdragende werkgever het formulier ‘Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten’ opsturen
    U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.

Was de overdragende werkgever eigenrisicodrager voor de WGA en/of de ZW, dan kunt u dat niet automatisch voortzetten. U moet het eigenrisicodragerschap zelf aanvragen (zie paragraaf 5.8).

Als u zich hebt aangemeld

Als u zich als werkgever hebt aangemeld, krijgt u van de Belastingdienst:

  • een loonheffingennummer
    Dit loonheffingennummer hebt u nodig om aangifte loonheffingen te kunnen doen. U vermeldt het ook steeds op uw correspondentie met ons.
  • een aangiftebrief
    In deze brief staat over welke tijdvakken u aangifte moet doen.
  • als u voor de werknemer premies werknemersverzekeringen moet gaan betalen:
    een brief waarin staat bij welke sector u bent aangesloten en een brief met het percentage voor de gedifferentieerde premie Whk

Let op!

Misschien hebt u zich als werkgever aangemeld, maar werkt er nog geen werknemer bij u. U bent dan toch verplicht om op tijd aangifte te doen (zie ook hoofdstuk 11).

Afgifte nieuw loonheffingennummer

Wij geven een nieuw loonheffingennummer af binnen 5 werkdagen nadat wij uw aanvraag hebben gekregen. Of binnen 5 werkdagen nadat een werknemer bij u in dienst is gekomen, als de datum van het begin van de dienstbetrekking in de toekomst ligt. Wij moeten dan wel alle gegevens hebben. In bijzondere gevallen of als de gegevens onvolledig zijn, vragen wij u om meer informatie. Hierdoor kan het langer duren voordat u uw loonheffingennummer krijgt.

Als de rechtsvorm van uw onderneming verandert, krijgt u ook een nieuw loonheffingennummer. Zie paragraaf 15.1.1 voor meer informatie over aangifte doen in deze situatie.

Identiteit van uw werknemer vaststellen

U moet de identiteit van uw werknemer vaststellen, vóórdat hij bij u gaat werken. Een goed leesbare kopie van het identiteitsbewijs bewaart u in uw loonadministratie.

Op de kopie moeten alle persoonsgegevens staan die ook op het originele identiteitsbewijs staan. Bij het paspoort model 2013 en de identiteitskaart (ID-kaart) model 2013 moet u ook de bladzijde met het burgerservicenummer (BSN) kopiëren.

Hoe u de identiteit vaststelt, leest u in het ‘Stappenplan verificatieplicht’. U kunt dit stappenplan downloaden van eerlijkwerken.zelfinspectie.nl. Met dat plan kunt u in 5 stappen de identiteit van uw werknemer vaststellen en bepalen of een buitenlandse werknemer voor u mag werken. Maakt u gebruik van arbeidskrachten die niet op uw loonlijst staan, zoals uitzendkrachten? Lees dan aan het eind van hetzelfde stappenplan welke afwijkende regels voor deze arbeidskrachten gelden.

U hoeft alleen de identiteit vast te stellen van werknemers met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en niet van werknemers met loon uit vroegere dienstbetrekking, zoals (pre)pensioenuitkeringen.

In de volgende paragrafen vindt u informatie over:

Samenhangende groep inhoudingsplichtigen

Als een werknemer binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen van werkgever wisselt, hoeft de nieuwe werkgever niet opnieuw de identiteit van die werknemer vast te stellen (zie ook paragraaf 3.6).

Identificatie op de werkplek

Iedereen die op de werkplek is, moet op elk moment een geldig en origineel identiteitsbewijs kunnen laten zien. Werknemers uit Nederland en de EU/EER mogen hiervoor een rijbewijs gebruiken. U moet uw werknemers hierop wijzen. Bij een controle moet u uw werknemers de gelegenheid geven om aan hun identificatieplicht te voldoen.

Verzuimboete

Als u de identiteit van uw werknemer niet of niet op de juiste manier kunt vaststellen, past u het anoniementarief toe (zie paragraaf 2.6). Anders kunt u direct, zonder strafprocedure, een verzuimboete van maximaal € 5.278 krijgen.

De werknemer zelf is ook verplicht om zijn identiteit op de juiste manier door u te laten vaststellen. Doet hij dat niet, dan kan hij ook een verzuimboete van maximaal € 5.278 krijgen.

Gegevens voor de loonheffingen krijgen

Nadat u een werknemer in dienst hebt genomen, moet u aangifte loonheffingen doen. Hiervoor hebt u gegevens van de werknemer nodig. De nieuwe werknemer geeft u de gegevens digitaal of op papier door.

In de volgende paragrafen vindt u informatie over:

Welke gegevens moet u krijgen?

Vóór de 1e werkdag of – als u de werknemer op de 1e werkdag aanneemt – op de 1e werkdag vóór aanvang van de werkzaamheden, moet u de volgende gegevens van uw werknemer krijgen:

  • naam en voorletters
  • burgerservicenummer
    Als uw werknemer nog geen burgerservicenummer heeft gekregen, gebruikt u zijn personeelsnummer, totdat hij wel een burgerservicenummer heeft.
  • adres
  • postcode en woonplaats
  • woonland en regio als de werknemer niet in Nederland woont
  • geboortedatum
  • een verzoek om de loonheffingskorting (zie paragraaf 23.1) toe te passen (als de werknemer wil dat u deze heffingskorting toepast)

De werknemer levert deze gegevens op papier of digitaal aan, voorzien van datum en handtekening. Daarvoor kan hij het ‘Model Opgaaf gegevens voor de loonheffingen’ gebruiken. Dit model is te downloaden van belastingdienst.nl. Maar u of uw werknemer mag ook een eigen model gebruiken met daarop alle hiervoor opgesomde gegevens. Een kopie van een geldig identiteitsbewijs met daarop alle hiervoor opgesomde gegevens (inclusief het verzoek om toepassing van de loonheffingskorting en handtekening met datum) is ook voldoende.

Als de naam, het adres, de woonplaats of het BSN ontbreekt, past u het anoniementarief toe (zie paragraaf 2.6). Dat doet u ook als:

  • de werknemer wel een BSN heeft aangevraagd, maar nog niet heeft gekregen
  • u van een werknemer die inwoner is van Nederland, alleen een postadres hebt
  • u van een werknemer die geen inwoner is van Nederland, alleen het tijdelijke Nederlandse (post)adres hebt en niet het adres in het buitenland.

Let op!

Studenten en scholieren die gebruik willen maken van de studenten- en scholierenregeling, moeten hiervoor een verzoek toevoegen aan hun gegevens voor de loonheffingen (zie paragraaf 16.16). U kunt daarvoor ook het Model Opgaaf voor de loonheffingen (studenten- en scholierenregeling) downloaden van belastingdienst.nl.

Gegevens voor de loonheffingen niet nodig

Van bepaalde werknemers hebt u alleen het BSN nodig. De andere gegevens voor de loonheffingen hoeft u niet te krijgen. Het gaat dan om:

  • werknemers die in Nederland wonen en ouder zijn dan de AOW-leeftijd met loon uit vroegere dienstbetrekking (waarin wel of geen AOW-uitkering is begrepen)
  • werknemers die u opnieuw in dienst neemt
    Voorwaarde is wel dat de gegevens voor de loonheffingen intussen niet zijn veranderd. Uw werknemer moet bij het begin van de werkzaamheden ervoor tekenen dat de gegevens nog juist zijn.
  • werknemers die een uitkering krijgen op basis van de Participatiewet
  • (ex-)werknemers die een Ziektewet- of WW-uitkering krijgen en van wie u naam, adres, woonplaats en burgerservicenummer aan de uitkeringsinstantie hebt doorgegeven
  • werknemers jonger dan de AOW-leeftijd (in 2019: 66 jaar en 4 maanden) met loon uit vroegere dienstbetrekking van wie u weet dat zij naast hun loon een Waz-, Wet Wajong- of Anw-uitkering hebben
  • werknemers die ouder zijn dan de AOW-leeftijd met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking
  • werknemers die in Nederland wonen en ouder zijn dan de AOW-leeftijd met een AOW-uitkering
  • werknemers met een tegemoetkoming volgens de Wet Tegemoetkoming Arbeidsongeschikten
  • werknemers die binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen van werkgever wisselen (zie paragraaf 3.6).

Let op!

U moet wel de identiteit vaststellen van werknemers met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking (zie paragraaf 2.2).

Loonheffingskorting

Of u de loonheffingskorting wel of niet toepast, bepaalt de werknemer. U past de loonheffingskorting alleen toe als de werknemer u daar schriftelijk, met datum en handtekening, om vraagt (zie paragraaf 23.1). Daarop zijn een aantal uitzonderingen.

Voor de volgende werknemers ligt vast of u de loonheffingskorting moet toepassen:

  • meewerkende kinderen voor wie de bijzondere regeling voor meewerkende kinderen geldt (zie ook paragraaf 16.11)
    U past de loonheffingskorting toe.
  • werknemers die ook een AOW-uitkering krijgen
    U past de algemene heffingskorting niet toe. De arbeidskorting past u wel toe als de werknemer daar schriftelijk om vraagt.
  • tegemoetkomingen volgens de Wet Tegemoetkoming Arbeidsongeschikten
    U past de loonheffingskorting niet toe.

Gegevens voor de loonheffingen controleren en administreren

Als u gegevens voor de loonheffingen van uw werknemer krijgt, moet u deze controleren en vervolgens vastleggen in uw administratie (zie hoofdstuk 3).

Woonplaats werknemer controleren

Met ingang van 1 januari 2019 moet u weten in welk land uw werknemer woont om de juiste loonbelastingtabel te kunnen gebruiken. Controleer dus ook of u de juiste woonplaats van uw werknemer krijgt. Als uw werknemer een woonplaats in Nederland doorgeeft, wil dat nog niet zeggen dat hij ook inwoner van Nederland is.

Een werknemer die hier zijn permanente woon- of verblijfplaats heeft, is inwoner van Nederland. Bij een werknemer die zowel in Nederland als in het buitenland woont of verblijft, is het de vraag of hij inwoners is van Nederland. Hij is alleen inwoner van Nederland als zijn sociale en economische leven zich hier afspeelt. Woont het gezin van de werknemer bijvoorbeeld in het buitenland, gaan zijn kinderen daar naar school en houdt hij daar bankrekeningen aan, dan is hij geen inwoner van Nederland.

Bij een werknemer zonder gezin is zijn intentie van belang: Is hij van plan zich hier te vestigen, dan woont hij in Nederland. Is hij van plan om hier alleen korte tijd te blijven, dan is hij geen inwoner van Nederland.

Waar een werknemer woont, bepaalt u op basis van de feiten en omstandigheden die u bekend zijn: bijvoorbeeld de woonplaats die de werknemer u aanlevert als 1 van de gegevens van de loonheffingen, reiskostenvergoedingen die u hem betaalt en gegevens voor beoordeling van de verzekeringsplicht. In de meeste gevallen kunt u zo vaststellen van welk land de werknemer inwoner is.

Hebt u reden om te twijfelen, dan kunt u uw werknemer vragen om een woonplaatsverklaring. U weet dan zeker in welk land de werknemer woont. De werknemer kan de woonplaatsverklaring aanvragen bij een belastingkantoor in het land waarvan hij inwoner is. Is uw werknemer inwoner van Nederland, dan kan hij een woonplaatsverklaring aanvragen bij Belastingdienst/kantoor Arnhem.

Gegevens voor de loonheffingen bewaren

U bewaart de gegevens voor de loonheffingen ten minste 5 kalenderjaren na het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking eindigt. U bewaart de gegevens bij de loonadministratie. Wij kunnen om deze gegevens vragen (zie ook paragraaf 3.5).

Verzuimboete

Als u geen gegevens voor de loonheffingen van uw werknemer krijgt, past u het anoniementarief toe (zie paragraaf 2.6). Anders kunt u direct, zonder strafprocedure, een verzuimboete van maximaal € 5.278 krijgen.

De werknemer zelf is ook verplicht om u de gegevens voor de loonheffingen door te geven. Doet hij dat niet, dan kan hij ook een verzuimboete van maximaal € 5.278 krijgen.

Eerstedagsmelding doen

U hoeft geen eerstedagsmelding te doen, tenzij wij u verplichten om dat te doen.

Dat doen wij in de volgende situaties:

  • U hebt een naheffingsaanslag gekregen, omdat u uw werknemers niet in de loonadministratie hebt opgenomen.
  • U hebt van ons een vergrijpboete gekregen, omdat u de loonheffingen niet of te laat hebt betaald.
  • U wordt strafrechtelijk vervolgd, omdat u:
    1. werknemers in dienst hebt die illegaal in Nederland zijn
    2. uw bedrijf niet bij het handelsregister hebt ingeschreven
    3. uw verplichtingen voor de loonheffingen niet bent nagekomen
  • U hebt een boete gekregen, omdat u illegale werknemers in dienst hebt.

Fusie of overname en dergelijke

Bij een fusie of overname van een onderneming en bij een splitsing of een verandering van de rechtsvorm van uw onderneming kan er sprake zijn van een verplichte voortgezette dienstbetrekking. De oude en de nieuwe werkgever geven de verandering aan ons door met het formulier ‘Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten’. U kunt dit formulier downloaden van onze internetsite.

Bij een verplichte voortgezette dienstbetrekking eindigt de arbeidsovereenkomst van de werknemer met de oude werkgever. De arbeidsovereenkomst wordt voortgezet bij de nieuwe werkgever. Er is dan wel sprake van een nieuwe inkomstenverhouding (zie paragraaf 3.4.1).

De nieuwe werkgever hoeft van deze werknemer niet opnieuw de gegevens voor de loonheffingen te krijgen als hij deze van de oude werkgever heeft gekregen. Als de oude werkgever ook een kopie van het identiteitsbewijs van de werknemer overdraagt, hoeft de nieuwe werkgever ook niet opnieuw de identiteit vast te stellen.

Anoniementarief

Het anoniementarief past u toe in de volgende situaties:

  • U krijgt de gegevens voor de loonheffingen niet op tijd van uw werknemer (vóór de 1e werkdag of op de 1e werkdag als u op deze dag uw werknemer aanneemt) (zie ook paragraaf 2.3.1). Of u stelt de identiteit van uw werknemer niet vast.
  • U bewaart de gegevens niet op de juiste manier bij uw loonadministratie.
  • U weet dat u onjuiste gegevens van uw werknemer hebt gekregen of u had dat kunnen weten.
  • Uw werknemer heeft geen geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning.

Betaalt u een uitkeringsgerechtigde loon uit vroegere dienstbetrekking (zie paragraaf 4.3), dan past u het anoniementarief toe als u de gegevens voor de loonheffingen niet van de uitkeringsgerechtigde krijgt vóór de 1e betaaldag van de uitkering.

Als u het anoniementarief toepast, houdt u 52% loonbelasting/premie volksverzekeringen in.

U houdt geen rekening met:

  • de loonheffingskorting (zie ook paragraaf 23.1)
  • het maximumpremieloon voor de premies werknemersverzekeringen (zie paragraaf 5.7.1)
  • het maximumbijdrageloon voor de werkgeversheffing Zvw (zie hoofdstuk 6)
  • het maximumbijdrageloon voor de bijdrage Zvw (zie hoofdstuk 6)

Als u de (juiste) gegevens voor de loonheffingen later wél krijgt, mag u eerdere aangiftetijdvakken waarin u het anoniementarief hebt toegepast, niet corrigeren. U mag het anoniementarief alleen corrigeren als u het door een fout in de administratie ten onrechte hebt toegepast. Als de werknemer zijn burgerservicenummer bijvoorbeeld wel op tijd had aangeleverd, maar het nog niet in de administratie was verwerkt.

De anonieme werknemer kan de eventueel te veel ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen terugkrijgen via zijn aangifte inkomstenbelasting. Zie voor de eventueel te veel betaalde premies werknemersverzekeringen paragraaf 5.7.2. En voor de eventueel te veel betaalde werkgeversheffing Zvw of te veel ingehouden bijdrage Zvw paragraaf 6.2.4.

Let op!

Voor anonieme werknemers geldt een aparte tabel voor de eindheffing (zie tabel 5, 6a en 6b achter in dit handboek).

Belastingdienst, belasting,overheid,