Tag archief eindheffingsloon

door100% Salarisverwerking B.V.

Aanspraak op uitkering einde dienstbetrekking vrijgesteld?

Heeft een werknemer het recht op een eenmalige uitkering bij het einde van de dienstbetrekking?
          
Het is afhankelijk van de soort en de hoogte van de uitkering of de aanspraak is belast of vrijgesteld. In deze handreiking leest u meer informatie.

Een aanspraak is een recht om na verloop van tijd of onder voorwaarden 1 of meer uitkeringen of verstrekkingen te krijgen.

Voor het uitbetalen van een eenmalige uitkering bij het einde van de dienstbetrekking zijn er 2 mogelijkheden:

  • U betaalt een eenmalige uitkering bij het einde van de dienstbetrekking door arbeidsongeschiktheid of het bereiken van de pensioenleeftijd
  • U betaalt een eenmalige uitkering bij het einde van de dienstbetrekking om een andere reden dan arbeidsongeschiktheid of overlijden van de werknemer, vervroegd uittreden of het bereiken van de pensioenleeftijd

 

Situatie 1

Heeft de werknemer bij einde dienstbetrekking recht op een eenmalige uitkering door arbeidsongeschiktheid of doordat hij de pensioenleeftijd bereikt? En is de uitkering maximaal driemaal het loon over een maand? Dan is de aanspraak vrijgesteld. De uitkering is belast.

Het loon dat de hoogte van de vrijstelling bepaalt, is gelijk aan het loon over een maand dat de hoogte van de diensttijduitkering bepaalt.

Recht op hogere uitkering

Als de werknemer recht heeft op een hogere eenmalige uitkering, dan hoort de volledige aanspraak tot het loon. Omdat de aanspraak volledig belast is, is de uitkering vrijgesteld. U mag de aanspraak ook aanwijzen als eindheffingsloon. Dit komt ten laste van de vrije ruimte.

 

Situatie 2

De volledige aanspraak op een eenmalige uitkering is vrijgesteld, als u de uitkering uitbetaalt bij het einde van de dienstbetrekking om een andere reden dan:

  • arbeidsongeschiktheid of overlijden van de werknemer
  • vervroegd uittreden
  • het bereiken van de pensioenleeftijd

De hoogte van de uitkering is in deze situatie niet van belang. Voorbeelden van een dergelijke uitkering zijn een transitievergoeding of ontslagvergoeding.

Aanspraak vrij, uitkering belast

De uitkering die u betaalt op grond van een vrijgestelde aanspraak hoort tot het loon, behalve als het gaat om een vrijgestelde diensttijduitkering.

 

Aanspraak ten onrechte niet tot loon gerekend

Hebt u een aanspraak ten onrechte niet tot het loon gerekend en is de aanspraak minder dan 5 jaar geleden toegekend? Dan moet u over die aanspraak alsnog loonheffingen afdragen. U geeft dit aan in een correctiebericht.

Is de aanspraak langer dan 5 jaar geleden toegekend dan hoeft u geen correctiebericht in te sturen. De eventuele uitkeringen of verstrekkingen die uit deze aanspraak voortvloeien zijn dan belast.

 

Meer informatie

Paragraaf 19.1.5 Handboek Loonheffingen

 

Wetsartikelen

Wet op de loonbelasting:

 
Artikel 3.3a Uitvoeringsregeling loonbelasting
 
 

Gerelateerd artikel

Handreiking diensttijduitkering
Hoe verwerk ik een ontslagvergoeding in de aangifte loonheffingen
Codes bij aangeven transitievergoeding
 
 
UWV , UWV regelingen, UWV-noodloket, NOW, TOGS, TOFA, WW, Wajong, Belastingdienst moeten beslagvrije voet garanderen, bestaansminimum garanderen, gegarandeerd bestaans inkomen, laagste beslagvrije voet,

door100% Salarisverwerking B.V.

Zorgbonus in de aangifte LH

Zorgaanbieders die een zorgbonus uitbetalen aan werknemers of derden moeten dit bedrag aanwijzen als eindheffingsloon.
         
Dit staat in ‘Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19 ’.

De zorgaanbieder kan vanaf 1 oktober 2020 voor een zorgprofessional een netto zorgbonus aanvragen bij Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I). Dit geldt voor zorgprofessionals die in de periode van 1 maart tot 1 september 2020 een uitzonderlijke prestatie hebben geleverd tijdens de COVID-19 uitbraak.

Naast de bonus ontvangt de zorgaanbieder een bedrag waarmee hij de verschuldigde belasting kan betalen.

Hij moet de bonus in de aangifte loonheffingen verwerken als eindheffingsloon. Dit geldt zowel voor werknemers als niet-werknemers (hierna derden). Voorbeelden van derden zijn uitzendkrachten en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

 

Werknemers

Voor werknemers wijst de werkgever het bedrag van de bonus aan als eindheffingsloon in de werkkostenregeling. Dit bedrag komt ten laste van de vrije ruimte. Bij overschrijding van de vrije ruimte betaalt de werkgever 80% eindheffing.

 

Derden

Betaalt een zorgaanbieder de bonus aan een derde, dan betaalt hij een eindheffing van 75%.
Hij moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • De zorgaanbieder stelt de derde ervan op de hoogte dat hij de verschuldigde heffing door middel van eindheffing afdraagt. Deze schriftelijke mededeling is vormvrij.
  • Hij houdt een afzonderlijke administratie bij waaruit blijkt aan wie hij de bonus heeft uitbetaald.

 

Aanvraag

Vanaf 1 oktober tot en met 29 oktober 2020 kan de zorgaanbieder de subsidie aanvragen. Hiervoor gebruikt hij het online aanvraagformulier op dus-i.nl/bonus.
Uiterlijk binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag ontvangt de zorgaanbieder een beslissing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Voorwaarde is dat hij de aanvraag tijdig, correct en volledig heeft ingediend.

Meer over ‘Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19 ’ leest u in de Staatscourant 2020, 48058 op overheid.nl.
 
 
loon, lonen, salaris, salarissen, loonstrook, loonverschillen, loonkloof, minimumloon, wml, wettelijk minimumloon, wettelijk minimumloon, verdienste,

door100% Salarisverwerking B.V.

Studiekosten kind van de werknemer vergoeden

Hebt u werknemers in dienst met studerende kinderen?
                 
Dan kunt u de studiekosten van de kinderen vergoeden. Dit kan op verschillende manieren. In deze handreiking leest u meer over de mogelijkheden.

U kunt de studiekosten op 4 manieren vergoeden:

  • vergoeding belasten bij de werknemer
  • studietoelage die de werknemer ontvangt, aanwijzen als eindheffingsloon
  • zelfstandige studietoelage rechtstreeks aan het kind uitbetalen
  • studietoelage betalen vanuit een studiefonds.

 

Vergoeding aan de werknemer

Als u de vergoeding aan de werknemer betaalt, is dit een voordeel voor de werknemer. Als u dit niet aanwijst als eindheffingsloon, is dit belast loon. Op dit loon moet u op de gebruikelijke manier loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) inhouden. U betaalt over de vergoeding ook premie Zorgverzekeringswet (Zvw) en premies werknemersverzekeringen.
 

Eindheffingsloon werknemer

U mag de studietoelage die de werknemer ontvangt ook aanwijzen als eindheffingsloon. U moet wel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. Voor deze vergoeding geldt geen gerichte vrijstelling, dus dit komt ten laste van de vrije ruimte. Als u geen vrije ruimte meer hebt, betaalt u 80% eindheffing.
 

Voorbeeld

U geeft een werknemer met een studerend kind per jaar een vergoeding van € 3.000 voor collegegeld en bijkomende studiekosten. U mag deze vergoeding voor studiekosten aanwijzen als eindheffingsloon. Een vergoeding van € 3.000 voor studiekosten is niet ongebruikelijk.

 

Vergoeding aan het kind

Heeft het kind een zelfstandig recht op de studietoelage en betaalt u de toelage rechtstreeks aan het studerend kind? Dan is dit voor het kind loon uit een bestaande dienstbetrekking van een ander. U houdt op de gebruikelijke manier LB/PVV in. Hiervoor gebruikt u de groene tabel. De toelage is loon uit vroegere dienstbetrekking omdat er geen arbeid tegenover staat.

Het kind is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

 

Eenmalige uitkering

Voor een eenmalige uitbetaling van de studietoelage gebruikt u de groene tabel voor bijzondere beloningen. Als een loontijdvak ontbreekt hoeft u geen werkgeversheffing Zvw af te dragen.

 

Periodieke uitkering

Betaalt u het kind een periodieke vergoeding? Dan moet u werkgeversheffing Zvw betalen. Er is dan sprake van loontijdvakken.

 

Geen eindheffingsloon

U kunt de studietoelage niet aanwijzen als eindheffingsloon, want er is geen sprake van loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Er is dus geen gerichte vrijstelling mogelijk.

 

Loonheffingskorting

Als de student bij u de loonheffingskorting laat toepassen, hoeft u tot een bepaald bedrag geen LB/PVV in te houden. Dit is van toepassing als de algemene heffingskorting gelijk is aan de in te houden loonheffing. Omdat u de groene tabel moet gebruiken, heeft de student geen recht op arbeidskorting.

 

Codes aangifte loonheffingen voor kind

Betaalt u de studietoelage rechtstreeks aan het kind van de werknemer, dan gebruikt u de volgende codes in de aangifte:

  • Code loonbelastingtabel is 022 bij maandelijkse betaling.
  • Code loonbelastingtabel is 020 bij eenmalige betaling per jaar.
  • Code soort inkomstenverhouding is 63.
  • Code aard arbeidsverhouding is 1.
  • Code Zorgverzekeringswet is K.

 

Studiefonds

Als u een studietoelage voor het kind van de werknemer betaalt uit een studiefonds, is dit geen belast loon als het fonds voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Het gaat niet om uitkeringen en verstrekkingen voor adoptie, overlijden, ziekte invaliditeit en bevalling.
  • De werknemer heeft geen vrijgestelde aanspraak op de uitkeringen of verstrekkingen.
  • Werknemers die aan het fonds bijdragen hebben de laatste 5 jaar gezamenlijk minstens evenveel bijgedragen als de werkgever. Als het fonds nog geen 5 jaar bestaat, gaat u uit van de periode vanaf de oprichting van het fonds.
  • Bijdragen van de werknemer aan het fonds houdt u in op het nettoloon.

 

Meer informatie

Paragraaf 19.2.2 Handboek Loonheffingen (fondsenvrijstelling)
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Belastingdienst.nl
Toelichting loonberekening VCR vanaf 2020

 

Gerelateerde artikelen

Studiekosten vergoeden aan kind werknemer
Vergoeding studiekosten kind van werknemer in Handboek LH

 
Wetsartikelen uit de Wet op de loonbelasting:

 
 

Gerelateerd

Studiekosten vergoeden aan kind werknemer
Meewerkende kinderen in de loonaangifte
Subsidie Praktijkleren 2019/2020 aanvragen

Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving, personeelszaken, hrm,

door100% Salarisverwerking B.V.

Aandelenbonussen mogen niet in vrije ruimte

Het aanwijzen van aandelenbonussen aan een beperkte groep werknemers is niet echt gebruikelijk.
          
Dat oordeelt gerechtshof Amsterdam. De werkgever kan deze bonussen niet aanwijzen als eindheffingsloon.

Een naamloze vennootschap (nv) verstrekt aandelenbonussen aan leden van de groepsraad. In de jaren vóór 2012 heeft de nv deze bonussen bij de betreffende werknemers individueel verloond, waarbij de nettowaarde van de bonus is gebruteerd tegen 108,3%.

Vanaf 2012 past de nv de werkkostenregeling toe en wijst de aandelenbonussen aan als eindheffingsloon. De nv is onderdeel van een concern. Omdat de vrije ruimte overschreden is, geeft zij de waarde van deze bonussen aan als eindheffing tegen een tarief van 80%.

De inspecteur accepteert de aanwijzing als eindheffingsbestanddeel niet. De waarde van de aandelenbonussen bedraagt meer dan de doelmatigheidsgrens van € 2.400 per werknemer per jaar. De inspecteur rekent de bonussen tot het werknemersloon voor zover ze meer bedragen dan € 2.400. De werkgever gaat in beroep.

Volgens de Hoge Raad moet de inspecteur bewijzen dat de aanwijzing als eindheffingsloon niet gebruikelijk is. Een verwijzing naar de doelmatigheidsgrens van € 2.400 is hiervoor niet genoeg. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het hof.

Beide partijen onderbouwen hun stellingen opnieuw.

 

Gebruikelijkheid binnen het concern

Een kleine groep werknemers ontvangt aandelenbonussen. Alleen voor deze groep wijst de werkgever de bonus aan als eindheffingsloon. Er is geen aanwijzing dat andere werknemers dezelfde aandelenbonus krijgen en dat de werkgever dit aanwijst als eindheffingsloon.

De inspecteur is daarom van mening dat het binnen het concern niet gebruikelijk is om bonussen onder te brengen in de vrije ruimte.

 

Gebruikelijkheid bij andere bedrijven

De Belastingdienst heeft een vragenlijst naar 88 vergelijkbare bedrijven verzonden om te onderzoeken of het gebruikelijk is dat een werkgever een bonus aanwijst als eindheffingsloon. Uit de vragenlijst blijkt dat meer dan de helft van deze bedrijven bonussen geeft aan werknemers. Er is maar 1 werkgever die bonussen aanwijst als eindheffingsloon. Bij deze werkgever zijn de bonussen beperkt van € 500 tot € 1.250.

Op basis van het bovenstaande heeft de inspecteur bewezen dat het niet gebruikelijk is om de aandelenbonussen aan te wijzen als eindheffingsloon. Volgens het hof is de uitvraag door de Belastingdienst representatief. Ook mag de Belastingdienst deze gegevens gebruiken om de gebruikelijkheid te onderzoeken.

Het hof oordeelt dat de nv de aandelenbonussen niet mag aanwijzen als eindheffingsloon. Het aanwijzen van deze bonussen voldoet niet aan de gebruikelijkheidstoets.

 
Gerechtshof Den Haag: ECLI:NL:GHDHA:2020:1562
Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:1050
 
 
loon, lonen, salaris, salarissen, loonstrook, loonverschillen, loonkloof, minimumloon, wml, wettelijk minimumloon, wettelijk minimumloon, verdienste,

door100% Salarisverwerking B.V.

Transitievergoeding kan soms in de vrije ruimte

Een transitievergoeding is loon uit vroegere dienstbetrekking .
               
U kunt de transitievergoeding daarom niet aanwijzen als eindheffingsloon. Hierop geldt een uitzondering. In deze handreiking leest u hierover meer.

 
Als een werkgever de transitievergoeding betaalt samen met loon waarop de arbeidskorting van toepassing is, mag u de transitievergoeding toch aanwijzen als eindheffingsloon. U moet wel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. De transitievergoeding komt dan, voor zover aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan, ten laste van de vrije ruimte.

 

Gebruikelijkheidstoets

Als u vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen wilt aanwijzen als eindheffingsloon, mag u daarmee niet meer dan 30% afwijken van wat gebruikelijk is. Dit is de gebruikelijkheidstoets.

Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van maximaal € 2.400 per persoon per jaar, vindt de Belastingdienst gebruikelijk. De afwijking van 30% geldt niet voor dit bedrag. U moet wel nagaan of aanwijzen wat redelijk is. Dit is niet het geval voor stagiairs en werknemers met een lager loon dan het minimumloon.

 

Voorbeeld

Een werkgever is een transitievergoeding van € 2.000 verschuldigd aan een werknemer. De werkgever betaalt deze tegelijkertijd met de resterende vakantie-uren en de opgebouwde vakantietoeslag. Het loon van de werknemer is hoger dan het minimumloon.

De werkgever wil de transitievergoeding aanwijzen als eindheffingsloon zodat deze onder de vrije ruimte valt. Mag dat?

De resterende vakantie-uren en de opgebouwde vakantietoeslag is loon uit tegenwoordige dienstbetrekking waarop de arbeidskorting van toepassing is. De werkgever betaalt dit samen met de transitievergoeding. De werkgever mag, als aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan, de transitievergoeding daarom aanwijzen als eindheffingsloon.

Een transitievergoeding van € 2.000 is lager dan het bedrag dat de Belastingdienst gebruikelijk vindt, namelijk € 2.400 per werknemer per jaar. Het loon van de werknemer voldoet aan het minimumloon. Aan de gebruikelijkheidstoets is daarom voldaan. De werkgever mag een transitievergoeding van € 2.000 aanwijzen als eindheffingsloon.

De transitievergoeding van € 2000 valt onder de vrije ruimte. Voor zover de werkgever de vrije ruimte overschrijdt, is hij 80% eindheffing verschuldigd.

 

Wetsartikel

Artikel 31a, lid 1, letter f van de Wet loonbelasting 1964

 

Meer informatie

Eindheffingsloon of loon werknemer: paragraaf 8.1.3 Handboek Loonheffingen
Gebruikelijkheidstoets: paragraaf 4.2 Handboek Loonheffingen

 

Gerelateerde handreikingen

Codes bij aangeven transitievergoeding

 
 
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid,