Tag archief aangifte loonheffingen

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking over opname levensloop aangepast

De Belastingdienst heeft de handreiking ‘ Opname levenslooptegoed in aangifte ’ geactualiseerd.
         
Er is informatie toegevoegd over de verwerking van het tegoed vanaf 1 november. Daarnaast zijn de jaartallen aangepast.

De leeftijdsgrenzen zijn aangepast aan de regels voor 2021.

Over de verwerking van het levenslooptegoed vanaf 1 november 2021, is de volgende informatie toegevoegd:

 

Verwerking levensloop vanaf 1 november 2021

Staat op 1 november 2021 nog levenslooptegoed op de levenslooprekening van de werknemer? Dan wordt de werknemer geacht op dat moment het levenslooptegoed te genieten. Het fictieve genietingsmoment is dan 1 november. Niet de werkgever, maar de levensloopinstelling verwerkt dit in de aangifte loonheffingen.
 
 
Lees meer in Opname levenslooptegoed in aangifte.
 
 
Bron: Belastingdienst
 
 
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking lage-inkomensvoordeel (LIV)

Een werkgever kan een tegemoetkoming in de loonkosten krijgen, als hij een werknemer met een laag loon in dienst neemt of heeft .
    
Dit is het lage-inkomensvoordeel (LIV). In deze handreiking leest u wat de voorwaarden zijn.

Een werkgever heeft recht op het LIV voor elke werknemer die voldoet aan onderstaande 4 voorwaarden.

De werknemer:

  • is verzekerd voor 1 of meer werknemersverzekeringen
  • had een gemiddeld uurloon in 2020 van minimaal € 10,29 en maximaal € 12,87 heeft een gemiddeld uurloon in 2021 van minimaal € 10,48 en maximaal € 13,12
  • heeft ten minste 1.248 verloonde uren per kalenderjaar
  • heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt

 

Gemiddeld uurloon

De minimum- en maximumbedragen van het gemiddelde uurloon zijn gebaseerd op het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder plus 8% vakantietoeslag.

U toetst het gemiddelde uurloon van de werknemer aan het laagste en hoogste uurloonbedrag.

Het gemiddelde uurloon van een werknemer is zijn jaarloon gedeeld door het aantal verloonde uren. Het jaarloon is het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking dat de werkgever aan de werknemer betaalt zolang de werknemer bij de werkgever in dienst is, en is verzekerd voor 1 of meer werknemersverzekeringen.
 
Geen onderdeel van het jaarloon zijn:

  • ZW-uitkeringen die een werkgever als eigenrisicodrager na afloop van de dienstbetrekking betaalt aan een ex-werknemer.
  • WGA-uitkeringen die de werkgever als eigenrisicodrager aan de werknemer betaalt.
  • WAO-, WIA- en WW-uitkeringen die de werkgever namens UWV aan de werknemer betaalt.
  • nabetalingen die de werkgever na afloop van de dienstbetrekking doet.

Als uitgangspunt voor het jaarloon neemt u kolom 8 van de loonstaat.

 

Let op!

Als een werkgever pensioenpremie inhoudt, kan het gemiddeld uurloon lager zijn dan € 10,29 (2020). Als een werknemer onregelmatigheidstoeslagen of bonussen krijgt, kan het gemiddeld uurloon hoger zijn dan € 12,87 (2020). De werkgever heeft dan geen recht op het LIV.

 

Werknemers jonger dan 21 jaar

De minimum- en maximumbedragen van het gemiddeld uurloon gelden ook voor werknemers die jonger zijn dan 21 jaar. Verdienen zij minder, dan ontvangt de werkgever mogelijk het jeugd-LIV.

 

1.248 verloonde uren per kalenderjaar

De voorwaarde van 1.248 verloonde uren per kalenderjaar geldt ook als de werknemer in de loop van het jaar in dienst komt. Deze uren worden niet evenredig verminderd.
Neemt een werkgever een onderneming over, dan tellen de verloonde uren van de werknemers bij de overdragende werkgever niet mee.

 

Meerdere inkomstenverhoudingen

Heeft de werknemer 2 of meer inkomstenverhoudingen bij de werkgever? Bijvoorbeeld omdat hij onder verschillende subnummers valt? Kijk dan naar het gemiddelde uurloon en de verloonde uren van deze inkomstenverhoudingen samen, om te bepalen of u voor deze werknemer recht hebt op het LIV.

 

AOW-leeftijd

Bereikt de werknemer in het begin van een kalenderjaar de AOW-leeftijd en stopt hij daarna met werken? Dan wordt de eis van 1.248 uren waarschijnlijk niet gehaald. De werkgever heeft dan geen recht op het LIV.

Als de werknemer na het bereiken van de AOW-leeftijd doorwerkt, dan tellen de verloonde uren na het bereiken van de AOW-leeftijd mee.
Voldoet de werknemer aan de uren-eis, dan heeft een werkgever nog recht op het LIV voor de verloonde uren van het aangiftetijdvak waarin de werknemer die leeftijd bereikt. Behalve als de werknemer de AOW-leeftijd bereikt op de 1edag van het aangiftetijdvak. Dan heeft een werkgever voor dat tijdvak geen recht meer op het LIV.

Voorbeeld
Een werknemer bereikt op 2 maart de AOW-leeftijd. Hij blijft doorwerken. In het kalenderjaar heeft hij meer dan 1.248 verloonde uren. De werkgever heeft recht op het LIV voor de tijdvakken januari, februari en maart. Vanaf april stopt het recht op het LIV.
Als hij op 1 maart de AOW-leeftijd bereikt, dan stopt het recht op LIV vanaf maart.

 

Geen aanvraag LIV

Een werkgever hoeft het LIV niet aan te vragen. UWV gebruikt de rubriek ‘Aantal verloonde uren’ in de loonaangifte om vast te stellen of een werkgever recht heeft op het LIV. Het is daarom belangrijk dat u deze rubriek correct invult.

 

Wanneer ontvangt een werkgever het LIV over 2020?

De Belastingdienst betaalt het LIV uiterlijk op 12 september 2021.

 

Berekening LIV

1. Een werkgever ontvangt van UWV vóór 15 maart 2021 een voorlopige berekening van het LIV. Die berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over 2020 die u tot en met 31 januari 2021 hebt gedaan.

2. Bent u het niet eens met die berekening, of vindt u dat u ten onrechte geen voorlopige berekening hebt gekregen? Dan kunt u tot en met 1 mei 2021 correcties over 2020 sturen. Die neemt UWV nog mee in de definitieve berekening van het LIV.
Correcties na 1 mei neemt UWV niet meer mee in de definitieve berekening, maar wel in de polisadministratie. Zijn uw aangiften juist, neem dan contact op met UWV.

3. UWV stelt vast of een werkgever recht heeft op het LIV en berekent de hoogte hiervan. De Belastingdienst krijgt deze informatie van UWV en maakt hiervoor een beschikking op. De werkgever ontvangt deze beschikking vóór 1 augustus 2021.

4. De Belastingdienst betaalt het LIV uiterlijk op 12 september 2021 aan de werkgever.

 

Hoogte LIV

De hoogte van het LIV hangt af van het aantal verloonde uren.

Recht op LIV en LKV Als een werkgever voor een werknemer recht heeft op het LIV en het loonkostenvoordeel (LKV), dan ontvangt hij alleen de hoogste tegemoetkoming. Zijn de bedragen van het LIV en het LKV even hoog, dan ontvangt hij alleen het LKV.  Regelhulp financieel CV U kunt inzicht krijgen of een werkgever recht heeft op het LIV met de Regelhulp financieel CV. Deze regelhulp geeft ook een schatting over de hoogte van het inkomensvoordeel.  Wetsartikelen Artikel 3.1 en 3.2 Wet tegemoetkoming loondomein  Meer informatie  Handboek loonheffingen (paragraaf 26.2 en 26.4) Kennisdocument Wtl (hoofdstuk 2) Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2021  (pagina 142 tot en met 144) Instructietabel verloonde uren Memo verloonde uren  Gerelateerde handreikingen Nabetalingen geen onderdeel van jaarloon LIV  Vragen over LIV en LKV  Handreiking jeugd-LIV

 

Recht op LIV en LKV

Als een werkgever voor een werknemer recht heeft op het LIV en het loonkostenvoordeel (LKV), dan ontvangt hij alleen de hoogste tegemoetkoming. Zijn de bedragen van het LIV en het LKV even hoog, dan ontvangt hij alleen het LKV.

 

Regelhulp financieel CV

U kunt inzicht krijgen of een werkgever recht heeft op het LIV met de Regelhulp financieel CV. Deze regelhulp geeft ook een schatting over de hoogte van het inkomensvoordeel.

 

Wetsartikelen

Artikel 3.1 en 3.2 Wet tegemoetkoming loondomein

 

Meer informatie

Handboek loonheffingen (paragraaf 26.2 en 26.4)
Kennisdocument Wtl (hoofdstuk 2)
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2021 (pagina 142 tot en met 144)
Instructietabel verloonde uren
Memo verloonde uren

 
 

Gerelateerde handreikingen

Nabetalingen geen onderdeel van jaarloon LIV
Vragen over LIV en LKV
Handreiking jeugd-LIV
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

UWV verstuurt voorlopige berekeningen Wtl 2020

UWV verstuurt uiterlijk 14 maart 2021 de voorlopige berekeningen 2020 van tegemoetkomingen volgens de Wet tegemoetkomingen loondomein ( Wtl ).
  
Werkgevers die hier recht op hebben ontvangen een brief met de specificaties.

In deze voorlopige berekening staat voor welke werknemers en voor welke bedragen de werkgever recht heeft op 1 of meer loonkostenvoordelen (LKV’s), op het lage-inkomensvoordeel (LIV) of op het jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV). De berekening is gebaseerd op de aangiften loonheffingen en correcties over 2020 die tot en met 31 januari 2021 zijn gedaan.

 

Controleer de berekening

Klopt de voorlopige berekening niet of mist u nog gegevens? Controleer dan eerst de ingediende aangiften loonheffingen 2020. Als u onjuistheden vindt, hebt u tot en met 1 mei 2021 de tijd om correctieberichten in te dienen. Correctieberichten na 1 mei 2021 neemt UWV niet mee in de definitieve berekening die u uiterlijk 31 juli ontvangt.

Wanneer uw ingediende aangiften wél kloppen en u toch nog vragen heeft, bel dan UWV Telefoon Werkgevers 088-8989295. Op de voorlopige berekeningen staat bij ‘Ons kenmerk’ een nummer. Houd dit nummer bij de hand als u belt.

 

Geen voorlopige berekening

Het kan zijn dat de werkgever geen voorlopige berekening heeft ontvangen, terwijl hij deze wel had verwacht. Ook dan kunt u contact opnemen met UWV Telefoon Werkgevers.

Op de internetsite van UWV leest u meer over de Wtl en vindt u de toelichting bij de specificaties van de voorlopige berekening Wtl 2020.

 
 

Meer informatie

Hoofdstuk 26 Handboek Loonheffingen
Memo verloonde uren
 
 
2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Kleine geschenkenregeling tijdens corona

Voor een attentie die een werknemer ontvangt omdat hij thuiswerkt door corona, kunt u de kleine geschenkenregeling niet toepassen.
    
U kunt het bedrag wel aanwijzen als eindheffingsloon en onderbrengen in de vrije ruimte.

U mag de kleine geschenkenregeling alleen toepassen als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U geeft een persoonlijke attentie in situaties waarin ook anderen zo’n attentie zouden geven.
  • U geeft geen geld of een waardebon.
  • De factuurwaarde (inclusief btw) van de attentie is maximaal € 25. U hoeft eventuele bezorgkosten niet mee te tellen als die kosten op de factuur zijn gespecificeerd, of apart zijn gefactureerd.

Als de werkgever attenties geeft omdat de werknemer moet thuiswerken door de coronamaatregelen, voldoet hij niet aan alle voorwaarden. Dit is geen situatie waarin anderen dan de werkgever ook een attentie zouden geven. De kleine geschenkenregeling is daarom niet van toepassing.

 

Verwerken in de aangifte loonheffingen

De waarde van de attentie (inclusief btw en verzendkosten) is loon voor de werknemer. U mag dit ook aanwijzen als eindheffingsloon. Het bedrag komt dan ten laste van de vrije ruimte. Daarboven betaalt u 80% eindheffing.

Er is sprake van loon omdat deze verstrekking een duidelijk verband heeft met de dienstbetrekking.

 
 

Meer informatie

Paragraaf 4.12.1 Handboek Loonheffingen
Paragraaf 3.5 besluit 2014/1894M
 
 
Aangifte loonheffingen, 2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Opname levenslooptegoed 2021 in aangifte LH

Voor levenslooptegoed, dat de werknemer nog niet heeft opgenomen, is het fictieve genietingsmoment vervroegd van 31 december 2021 nu naar 1 november 2021.

Op die datum wordt de werknemer geacht het levenslooptegoed te genieten. De levensloopinstelling is inhoudingsplichtig. In deze handreiking leest u hoe u dit verwerkt in de aangifte loonheffingen en wat de gevolgen zijn voor de (ex-)werknemer.

De levensloopinstelling is inhoudingsplichtig voor de waarde van alle levenslooptegoeden, die op 1 november 2021 nog op de levenslooprekening staan. Zij belast op 1 november 2021 de waarde in het economische verkeer van de levensloopaanspraak als loon.

De waarde in het economisch verkeer is het tegoed vermeerderd met het renterecht tot en met 31 oktober 2021. De levensloopinstelling moet hierover loonbelasting/premie volksverzekeringen (loonheffing) inhouden en hiervoor aangifte loonheffingen doen.

Hieronder leest u meer over de gevolgen voor de:

  • werknemersverzekeringen
  • inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw)
  • loonheffingskorting
  • toepassing tabellen
  • codes in de aangifte loonheffingen
  • (ex-)werknemer

Let op!
Als een werknemer het tegoed opneemt vóór 1 november 2021, dan verandert er niets. De (ex-) werkgever is dan inhoudingsplichtig voor de loonheffingen.
Als er geen werkgever meer is, dan is de levensloopinstelling inhoudingsplichtig.

 

Werknemersverzekeringen

De deelnemer aan de levensloopregeling is voor de werknemersverzekeringen geen werknemer van de levensloopinstelling.
Voor de aangifte loonheffingen door de levensloopinstelling betekent dit het volgende:

  • U vermeldt ‘N’ bij de indicaties verzekerd WAO/IVA/WGA, WW en ZW.
  • In de volgende rubrieken geeft u € 0 aan:
    1. – Loon SV
      – basispremie Aof
      – gedifferentieerde premie Whk
      – premie AWf (laag, hoog en herzien)
      – premie Ufo
      – aanwas in het cumulatieve premieloon voor AWf en Ufo

 

Bijdrage Zvw

Het levenslooptegoed is geen bijdrageloon Zvw. Over dit tegoed is geen bijdrage Zvw verschuldigd. In de aangifte vult u de rubrieken voor ingehouden bijdrage Zvw en werkgeversheffing Zvw met € 0.
Ook in kolom 12 (bijdrageloon Zvw) van de loonstaat vermeldt u € 0.
 

Code verzekeringssituatie Zvw

De levensloopinstelling moet de juiste code verzekeringssituatie Zvw opgeven. Dit geldt ook als er geen bijdrage Zvw verschuldigd is.

In de meeste situaties zal dit code ‘K’ (werkgeversheffing) zijn. Levensloopinstellingen mogen deze code ook voor alle deelnemers gebruiken. Ook als er een andere code van toepassing is.

De levensloopinstelling hoeft daar geen nader onderzoek naar te doen.
 

Loonheffingskorting

De levensloopinstelling past op het fictieve genietingsmoment op 1 november 2021 geen loonheffingskorting toe bij inhouding van de loonheffing op het levenslooptegoed. Dus ook geen levensloopverlofkorting.

Als de werknemer recht heeft op de heffingskortingen kan hij dit toepassen in de aangifte inkomstenbelasting 2021.
 

Tabellen

De levensloopuitkering wordt aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als de werknemer op 1 januari 2021 jonger is dan 61 jaar. Voor de berekening van de loonheffing gebruikt u de witte tabel bijzondere beloningen.

Is de werknemer 61 jaar of ouder op 1 januari 2021? Dan is de levensloopuitkering loon uit vroegere dienstbetrekking. De groene tabel bijzondere beloningen is dan van toepassing.
 

Jaarloon voor tabel bijzondere beloningen

Voor de berekening van de juiste loonheffing over het levenslooptegoed, moet u het jaarloon voor de tabel bijzondere beloningen vaststellen. In paragraaf 9.3.6 Handboek Loonheffingen leest u meer over het vaststellen van het jaarloon. Hieronder leest u een aanvulling op deze informatie.

Heeft de levensloopinstelling in 2020 geen loonheffing ingehouden voor de deelnemer aan de levensloopregeling? Dan kunt u het jaarloon op 2 manieren vaststellen:

  • U berekent het jaarloon op basis van de waarde in het economisch verkeer van de levensloopaanspraak.
  • U stelt het jaarloon vast op basis van de waarde in het economisch verkeer vermeerderd met andere belaste uitkeringen die de levensloopinstelling in 2021 aan de deelnemer heeft uitbetaald.

 

Code soort inkomstenverhouding

Voor personen die op 1 januari 2021 jonger zijn dan 61 jaar, vermeldt u code 63 bij de code soort inkomstenverhouding/ inkomenscode. Code 63 geldt voor ‘overige, niet hiervoor aangegeven, pensioenen of samenloop van meerdere pensioenen/lijfrenten of een betaling op grond van een afspraak na einde dienstbetrekking’.

Voor personen die 61 jaar en ouder zijn op 1 januari 2021, gebruikt u code 54. Dit is de code voor ‘opname levenslooptegoed door een werknemer die op 1 januari 61 jaar of ouder is’.
 

Code aard arbeidsverhouding

U hoeft geen code aard arbeidsverhouding in te vullen.
 

Code loonbelastingtabel

De code loonbelastingtabel van de tabel bijzondere beloningen is:

  • Code 010 voor personen die op 1 januari 2021 jonger zijn dan 61 jaar.
  • Code 020 voor personen die op 1 januari 2021 61 jaar of ouder zijn.

 

Gevolgen voor de (ex-)werknemer

Voor een (ex-)werknemer kan de uitkering van het levenslooptegoed de volgende gevolgen hebben:

  • Het vrijgevallen levenslooptegoed telt mee voor het vermogen in box 3.
  • De vrijstelling van het levenslooptegoed in box 3 is niet langer van toepassing.
  • Het verzamelinkomen wordt hoger door het vrijvallen van het levenslooptegoed.
  • Dit kan gevolgen hebben voor de heffingskortingen en eventuele toeslagen.

 

Overgangsrecht

De levensloopregeling is per 1 januari 2012 vervallen. Voor werknemers die op 31 december 2011 een levensloopaanspraak hadden met een waarde van minimaal € 3.000 geldt overgangsrecht. Dit overgangsrecht is aangepast.

Voor nog niet opgenomen levensloopaanspraken, wordt het fictieve genietingsmoment vervroegd van 31 december naar 1 november 2021. Dit om ervoor te zorgen dat de levensloopregelingen voor het einde van 2021 zijn afgewikkeld.

De inhoudingsplicht wordt verlegd naar de instelling, waar het levenslooptegoed is ondergebracht. In het oude overgangsrecht was de (ex-)werkgever inhoudingsplichtig.
 
 
Bron: ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2021
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,