Tag archief UWV

door100% Salarisverwerking B.V.

Premie Whk te hoog door ziekengeld

Werkgever niet correct

                      

De WGA-uitkering van een arbeidsgehandicapte werknemer is onterecht aan de werkgever toegerekend. De werknemer had recht op ziekengeld van UWV. Volgens het Hof is de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) daarom te hoog vastgesteld.

Ik ben ziek (WIA-uitkering),WIA bestaat uit 2 regelingen: WGA en IVA,een loongerelateerde uitkering (LGU),loonaanvullingsuitkering (LAU), vervolguitkering (VVU),

De werkgever neemt een arbeidsgehandicapte werknemer in dienst. Na ongeveer 5 jaar meldt de werknemer zich ziek. Na de wachttijd ontvangt hij een WGA-uitkering.
 
De werkgever heeft de werknemer niet ziek gemeld bij UWV en heeft geen beroep op de no-riskpolis gedaan. UWV heeft daarom geen ziekengeld aan de werknemer betaald en dit ook niet aan de werkgever gecompenseerd. De werkgever heeft het loon van de werknemer tijdens de wachttijd doorbetaald.
 
De WGA-uitkering die de werknemer ontvangt, rekent de Belastingdienst toe aan de werkgever. Dit verhoogt de gedifferentieerde premie Whk.
 
De werkgever is het hier niet mee eens. Zijn standpunt is dat hij voor de werknemer recht had op ziekengeld op basis van de no-riskpolis. De WGA-uitkering van de werknemer mag de gedifferentieerde premie Whk dan niet verhogen.
 
Volgens het Hof staat vast dat de werknemer recht had op ziekengeld. Dat UWV dit niet daadwerkelijk heeft uitbetaald, is niet van belang. De Belastingdienst heeft de gedifferentieerde premie Whk te hoog vastgesteld.
 
 
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: ECLI:NL:GHARL:2019:7008
 
 

Wetsartikel

Artikel 117b lid 3, onderdeel c Wet financiering sociale verzekeringen
 
preventie ziekteverzuim, verzuimkosten verlagen, verzuimverzekering, ziekteverzuimverzekering, ziekteverzuimverzekeringen,ziekteverzuim, verzuim, ziekteverzuimkosten,verzuimkosten,langdurig ziek, langdurig zieken, langdurig ziekteverzuim, terugdringen ziekteverzuim,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijziging van de WW-premiesystematiek 2020

Door de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)

                   
Per 2020 moeten werkgevers niet in vier, maar in twee verschillende situaties een lage WW-premie met terugwerkende kracht herzien naar de hoge premie.
 
lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,
 
Werkgevers gaan een lage WW-premie betalen voor werknemers met een vast contract en een hoge WW-premie voor werknemers met een flexibel contract. Er waren vier situaties beschreven waarin met terugwerkende kracht een lage premie voor een werknemer moest worden herzien naar de hoge premie. Het kabinet heeft twee van die situaties per 2020 laten vervallen. Het gaat om de situaties waarin werkgevers afhankelijk zijn van een kopie van een WW-beschikking van UWV. De uitvoeringslast en het risico op fouten is voor UWV te groot. In 2021 komt er een onderzoek of, en per wanneer de twee uitgestelde herzieningssituaties alsnog in werking kunnen treden.

 

Herziening situaties per 2020

Per 2020 hoeven werkgevers dus niet in vier, maar in twee verschillende situaties met terugwerkende kracht een hoge in plaats van een lage WW-premie toepassen.
Dat is het geval, als:

  • een werknemer binnen twee maanden na aanvang van zijn dienstbetrekking weer uit dienst gaat;
  • een werknemer meer dan 30% meer uren in een kalenderjaar verloond krijgt dan in zijn arbeidsovereenkomst is vastgelegd voor dat jaar.

De hoge premie moeten werkgevers achteraf verwerken via een correctiebericht over de verstreken aangiftetijdvakken.

 

Aard van contract op loonstrook

Werkgevers moeten door de komst van de nieuwe WW-premiesystematiek rekening houden met extra werklast en met hogere kosten voor werknemers met een tijdelijk contract. De lage premie gaat namelijk alleen gelden voor werknemers van wie het contract bij uw organisatie aan de volgende drie eisen voldoet:

  • De arbeidsovereenkomst is schriftelijk overeengekomen.
  • De arbeidsovereenkomst is voor onbepaalde duur.
  • De contracturen per periode zijn eenduidig in de arbeidsovereenkomst vastgelegd.

In sommige gevallen is altijd de lage premie van toepassing, zoals bij werknemers met een leerovereenkomst op grond van de Beroepsbegeleidende leerweg (BBL).
 
 

Gerelateerd:

Meer scholing nodig door WAB !
Gevolgen WAB voor WW premie 2020!
Wat is Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)?
 
minimumjeugdloon. minimumloon, berekening salaris, berekenen loon, wet en regelgeving, overheid, belastingen, jeugd-LIV, LIV, Wet tegemoetkomingen loondomein,

door100% Salarisverwerking B.V.

De Wet tegemoetkomingen loondomein

LIV, jeugd LIV en LKV

                      

Voor werkgevers is er als stimulans om het in dienst nemen van werknemers met een zwakke positie op de arbeidsmarkt zijn sinds 1 januari 2017 een aantal maatregelen getroffen om daar vorm aan te geven.

 
personeelszaken, personeelsdiensten,financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers,
 

Er zijn drie verschillende maatregelen te onderkennen:

  1. Het Lage-inkomensvoordeel (LIV) per 1 januari 2017 gericht op werknemers met een laag loon.
  2. Het Jeugd-Lage inkomensvoordeel (jeugd-LIV) per 1 januari 2018 gericht op jongeren tussen 18 en 22 jaar.
  3. Loonkostenvoordelen (LKV) per 1 januari 2018 gericht op werknemers uit doelgroepen die vaak lastig aan het werk komen, zoals arbeidsbeperkte en oudere werknemers.

 

1 Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Het LIV is een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een laag loon. Hierdoor dalen de loonkosten voor de werkgever.

Een werkgever heeft recht op het LIV voor elke werknemer die voldoet aan de volgende vier voorwaarden.

  1. De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen;
  2. De werknemer heeft een gemiddeld uurloon van € 9,66 tot en met € 12,08;
  3. De werknemer heeft minimaal 1.248 verloonde uren per kalenderjaar;
  4. De werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

Het LIV is ingegaan op 1 januari 2017. Het vaststellen van deze tegemoetkoming is in 2018 gestart. UWV heeft op basis van de loonaangiften over 2017 berekend voor welke werknemers een werkgever recht heeft op het LIV.

De Belastingdienst heeft inmiddels de definitieve berekeningen van het lage-inkomensvoordeel (LIV) over 2017 verstuurd (uiterlijk 21 juli 2018 bezorgd).

In de beschikking staat het LIV-bedrag dat de Belastingdienst gaat uitbetalen. Dat bedrag is gebaseerd op de definitieve berekening, die als bijlage bij de beschikking zit. De uitbetaling vindt plaats binnen zes weken na de datum van de definitieve berekening.
 

2 Jeugd-LIV

Het jeugd-LIV is een tegemoetkoming voor werkgevers omdat het minimumjeugdloon voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar per 1 juli 2017 is verhoogd. Het vaststellen van deze tegemoetkoming is begonnen in 2019.

Een werkgever heeft recht op het jeugd-LIV voor elke werknemer die voldoet aan de volgende drie voorwaarden:

  1. De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  2. De werknemer is op 31 december 2017 18, 19, 20 of 21 jaar.
  3. De werknemer heeft een gemiddeld uurloon dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor zijn leeftijd.

Per 1 januari 2020 veranderen deze regels.

 

Verloonde uren op basis van leeftijd

De leeftijd van de werknemer op 31 december 2017 bepaalt het bedrag dat de werkgever over 2018 per verloond uur krijgt. Is de werknemer op 31 december 2017 19 jaar? Dan krijgt de werkgever over het jaar 2018 € 0,28 per verloond uur. Maar als de werknemer op 1 januari 2018 19 jaar wordt, krijgt de werkgever over 2018 € 0,23 per verloond uur.

Leeftijd op 31 december 2017 Jeugd-LIV per werknemer per verloond uur Maximale jeugd-LIV per werknemer per jaar
18 jaar € 0,23 € 478,40
19 jaar € 0,28 € 582,40
20 jaar € 1,02 € 2.121,60
21 jaar € 1,58 € 3.286,40
Leeftijd op 31 december 2018 Jeugd-LIV per werknemer per verloond uur (2019) Maximale jeugd-LIV per werknemer per jaar (2019)
18 jaar € 0,13 € 270,40
19 jaar € 0,16 € 332,80
20 jaar € 0,59 € 1.227,20
21 jaar € 0,91 € 1.892,80

 

3 Loonkostenvoordelen

Een werkgever heeft misschien recht op het LKV voor elke werknemer die onder een van de vier doelgroepen valt:

  1. oudere werknemers (56 jaar en ouder);
  2. arbeidsbeperkte werknemers die nieuw in dienst komen;
  3. werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en scholingsbelemmerden;
  4. arbeidsbeperkte werknemers die worden herplaatst.

De werknemer moet wel aan alle voorwaarden van de doelgroep voldoen en een doelgroepverklaring LKV bij UWV aanvragen. Om het LKV te ontvangen heeft de werkgever een kopie van de doelgroepverklaring LKV van de werknemer nodig.

Hoeveel de werkgever maximaal per werknemer per kalenderjaar ontvangt, hangt af van de doelgroep waar de werknemer bij hoort:

Doelgroepen LKV Maximaal LKV
Oudere werknemers (56 jaar en ouder) € 3,05 per verloond uur en maximaal € 6.000 per kalenderjaar.
Dit kan maximaal 3 jaar.
Arbeidsbeperkte werknemers die nieuw in dienst komen € 3,05 per verloond uur en maximaal € 6.000 per kalenderjaar.
Dit kan maximaal 3 jaar.
Werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en scholingsbelemmerden € 1,01 per verloond uur en maximaal € 2.000 per kalenderjaar.
Dit kan maximaal 3 jaar.
Arbeidsbeperkte werknemers die herplaatst worden € 3,05 per verloond uur en maximaal € 6.000 per kalenderjaar.
Dit kan maximaal 1 jaar.

 
Het LKV is een regeling die is ingegaan op 1 januari 2018. Pas als u de kopie van de doelgroepverklaring LKV heeft ontvangen, kunt u in de loonaangifte de indicatie voor de premiekortingen LKV op ‘ja’ zetten. UWV berekent op basis van de loonaangiften over 2018 voor welke werknemers de werkgever recht heeft op het LKV.

Het LKV wordt binnen 6 weken na de datum van de definitieve berekening door de Belastingdienst aan de werkgever betaald.
 

Verloonde uren

Verloonde uren zijn de uren die in het contract van de werknemer staan, dus ook de uren die hij ziek was en verlof had. Ook betaald meerwerk en overwerk vallen onder verloonde uren. Zorg er daarom voor dat u in de loonaangifte de verloonde uren goed invult. Als u geen verloonde uren opgeeft in de loonaangifte, kan UWV het gemiddelde uurloon niet berekenen.
 
Bron:UWV
 
 

Zie ook:

 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,

door100% Salarisverwerking B.V.

WGA en ZW premieberekeningen per 1 januari 2020 gewijzigd

Op 1 jan 2020 gaan er een aantal nieuwe wetten en regels gelden, waaronder natuurlijk de WAB.

          

Dit is wat er gaat veranderen op het gebied van de premieberekeningen voor de WGA en de Ziektewet.

 
financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers,
 

Gemiddeld percentage vervangt rekenpercentage

In 2020 vervallen de rekenpercentages Ziektewet en WGA. Het rekenpercentage wordt in alle berekeningen vervangen door het gemiddelde percentage. Zo is het gemiddelde percentage vanaf 2020 het nieuwe differentiatie-middelpunt in beide premievaststellingen. Grote en middelgrote werkgevers kunnen op het gemiddelde percentage een opslag of korting krijgen. Voorheen werden deze kortingen en toeslagen toegepast op het rekenpercentage. In het gemiddelde percentage wordt net als vorige jaren in het rekenpercentage indien noodzakelijk een algemene compensatie verwerkt voor premiederving door de maximumpremies en voor een eventuele sturing van het vermogen.

 

Individuele en sectorale premievaststellingen worden gescheiden

De premies in de premiedifferentiatie bestaan uit twee soorten premies: individuele premies en sectorale premies. Grote werkgevers betalen een individuele premie, kleine werkgevers een sectorale en middelgrote werkgevers een weging van beide premies.

Tot en met premiejaar 2019 is er bij de berekening van de individuele en sectorale percentages geen scheiding tussen loonsommen en lasten naar werkgeversgrootte. In de individuele premievaststelling voor grote werkgevers worden zodoende ook de lasten en loonsommen verwerkt van alle kleine werkgevers en in de sectorale premie die van alle grote werkgevers in de sector. Dit zorgt voor een vermenging van risico’s van kleine en grote werkgevers.

Vanaf 2020 worden de lasten en loonsommen ten behoeve van de individuele premies en sectorale premies van elkaar gescheiden. Bij de individuele premies betekent dit dat het gemiddelde premiepercentage en het gemiddeld werkgeversrisicopercentage berekend zijn op basis van een deel van de totale lasten en loonsommen van alle
werkgevers. Voor de berekening van de sectorale premies wordt het overige deel van de lasten en loonsommen gebruikt.

 

Gemiddeld werkgeversrisicopercentage op basis loonsommen en lasten

Uit de scheiding van de individuele en sectorale premies volgt dat het gemiddeld werkgeversrisicopercentage vanaf 2020 wordt berekend op basis van de lasten
en loonsommen van grote en na weging middelgrote werkgevers.

Daarnaast zal overeenkomstig de bestaande berekening van het individuele werkgeversrisicopercentage vanaf komend premiejaar het gemiddeld werkgeversrisicopercentage berekend worden op basis van de gemiddelde loonsom over een periode van 5 jaren in plaats van alleen het meest recente jaar in deze periode. Deze aanpassing zorgt ervoor dat het gemiddelde werkgeversrisicopercentage een zuiver gewogen gemiddelde is van alle individuele werkgeversrisicopercentages.

 

Uitzendbedrijven naar uitzendsector

Veel uitzendbedrijven hebben tussen 2014 en 2017 de Belastingdienst verzocht ingedeeld te worden buiten de uitzendsector (52). Zo betaalden zij relatief lage sectorale premies en een lage maximumpremie voor de Ziektewet. Uitzendwerkgevers die ingedeeld zijn in de sector 52 hebben een flink hogere maximumpremie. Daarom werd in 2017 de wet- en regelgeving aangepast. Zo konden uitzendbedrijven zich niet langer buiten sector 52 laten indelen. Vanaf 2020 deelt de Belastingdienst alle uitzendbedrijven (weer) in sector 52 in. Zo dalen de te dekken Ziektewetlasten in een aantal vaksectoren en daarmee ook bijbehorende sectorale premies.
Uitzendwerkgevers die verhuizen naar sector 52 betalen of een hogere sectorale premie of kunnen te maken krijgen met een hogere maximumpremie (of een combinatie van beide).

 

Staartlasten Ziektewet

Een onderdeel van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB), die in 2020 ingaat, is de afschaffing van de Sectorfondsen. De staartlasten Ziektewet worden vanaf 2020 ten laste van de Werkhervattingskas gebracht. Voorheen werden deze lasten uit de Sectorfondsen en het Ufo betaald. Door de afschaffing van de sectorfondsen is dit niet langer meer mogelijk.

 
 
Bron:UWV
 
lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Premies WGA en ZW 2020

De nieuwe premies voor de WGA en de ZW 2020 zijn bekend gemaakt.

               

Dit in de nota Gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2020. Deze nota bepaalt jaarlijks de hoogte van de door het UWV per werkgever gerekende gedifferentieerde premies Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en Ziektewet voor flexibel personeel voor het premiejaar 2020. Werkgevers ontvangen eind 2019 hun beschikkingen met de individueel gedifferentieerde premies van de Belastingdienst.

 

online salarisverwerking,online loonadministratie, online salarisverwerkers, online loonverwerking, online salarisadministratie, online personeelszaken, online ESS, salaris online, loon online, online loonstrook,

Samenvatting

De gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) is voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk, er is een gemiddeld percentage vastgesteld;
De gedifferentieerde premie Whk bestaat uit twee delen: WGA voor alle dienstbetrekkingen (WGA) en ZW voor flexibele dienstbetrekkingen (ZW). Deze twee delen hebben elk een eigen gemiddeld percentage.
De gemiddelde WGA-premie stijgt met 0,01 procentpunt en is in 2020 0,76 procent;
De ziektewetpremie stijgt met 0,09 procentpunt en is in 2020 naar 0,52 procent.

 

Overzicht WGA-premies 2020

  • Het gemiddelde percentage van de WGA-premie bedraagt 0,76 procent;
  • het maximum percentage van de WGA-premie bedraagt 3,04 procent;
  • het minimum percentage van de WGA-premie bedraagt 0,19 procent;
  • het gemiddelde werkgeversrisicopercentage bedraagt 0,48 procent;
  • de correctiefactor werkgeversrisico luidt 1,18;
  • de correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever luiden:
    • 1 jaar bekend: 5,00;
    • 2 jaar bekend: 2,50;
    • 3 jaar bekend: 1,66;
    • 4 jaar bekend: 1,25;

 

Overzicht premies Ziektewet 2020

  • Het gemiddelde percentage voor de premie van het werkgeversdeel ziektewet bedraagt 0,52 procent;
  • het maximum percentage voor de premie van het werkgeversdeel ziektewet bedraagt 2,08 procent;
  • het minimum percentage voor de premie van het werkgeversdeel ziektewet bedraagt 0,13 procent;
  • het werkgeversrisicopercentage bedraagt: 0,32 procent;
  • de correctiefactor voor het werkgeversrisico luidt 1,21;
  • de correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever luiden:
    • 1 jaar bekend: 2,00;
    • 2 jaar bekend: 1,00;
    • 3 jaar bekend: 1,00;
    • 4 jaar bekend: 1,00.

 

Sectorale premies WGA en ZW in 2020

Voor de elk van de premiecomponenten WGA en Ziektewet-flex zijn 67 sectorale premies berekend. Hierbij worden de verwachte lasten en loonsommen van de kleine werkgevers en een deel van de verwachte lasten en loonsommen van de middelgrote werkgevers meegenomen. Voor iedere sectorale premie worden deze lasten in de sector, gedeeld door de loonsom in de sector. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van alle sectorale premies voor elk van de
twee premiecomponenten.

Sectorale premies 2020, Sectorale premies WGA en ZW in 2020, WGA en Ziektewet-flex zijn 67 sectorale premies
personeelszaken, personeelsdiensten,financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers,

close

Veel lees plezier? Delen mag.