Tag archief Overheid

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

door100% Salarisverwerking B.V.

Stukloon wordt ook besproken met sociale partners

Voor zowel werkgevers als werknemers, De Stichting van de Arbeid.

               

Een centraal overlegorgaan voor verschillende sociale partners, bijvoorbeeld FNV, CNV, MKB Nederland en VNO-NCW.

 

Decentrale sociale partners van het centrale overlegorgaan Stichting van de Arbeid mogen vanaf 1 januari 2020 ook meepraten als besloten wordt tot een stukloon. Tot op heden konden aanvragen aan de minister voor het aanwijzen van werkzaamheden waarvoor een stukloon geldt, alleen worden gedaan door de Stichting van de Arbeid.

 

lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,
 
De minister van sociale zaken en werkgelegenheid mag werkzaamheden aanwijzen waarvoor een ‘stukloon ’ kan worden afgesproken. Werknemers die een stukloon ontvangen, krijgen dus geen uurloon, maar een bedrag per opgeleverd stuk werk. Een stukloon wordt gebruikt de werknemer werkzaamheden verricht waarbij werkgevers onvoldoende toezicht kunnen houden op de werkzaamheden van een werknemer en de werknemer een zekere mate van vrijheid heeft om zelf de werkzaamheden in te richten.

 

Berekening stukloon

Een stukloon wordt berekend op basis van de tijd die ‘redelijkerwijs met de uitvoering van de te verrichten arbeid is gemoeid’. Wanneer geen gebruik wordt gemaakt van deze bevoegdheid moet de arbeidsduur worden bepaald op grond van de ‘daadwerkelijke tijd die de werknemer heeft besteed aan de uitvoering van de verrichte arbeid’. De minister wijst de werkzaamheden waarvoor een stukloon geldt straks aan op verzoek van de Stichting van de Arbeid óf van een van de in de stichting vertegenwoordigde organisatie(s) van werkgevers.

Voordat de stichting een verzoek doet aan de minister moeten werkgevers en werknemers gezamenlijk, ofwel werkgevers eenzijdig, een berekening aan te leveren bij de stichting van de tijd die redelijkerwijs met de uitvoering van de te verrichten arbeid is gemoeid. Als ze dat gezamenlijk doen, gelden geen nadere eisen. Een verzoek dat alleen door werkgevers wordt gedaan, kan alleen als dat verzoek voldoet aan voorwaarden die worden vastgesteld bij ministeriële regeling. Deze zijn terug te vinden in de Regeling voorwaarden en publicatie stukloonnorm.

Voorbeelden van voorwaarden waar een werkgever aan moet voldoen zijn:

  • de stukloonnorm van de werkgevers is voorgelegd aan en goedgekeurd door een toetsingscommissie.
  • de stukloonnorm bevat een regeling voor de jaarlijkse actualisering van de stukloonnorm en een termijn waarna de stukloonnorm wordt geëvalueerd.

In de toekomst zou het ministerie ook graag voorwaarden willen kunnen stellen aan de aanvragen die wel gezamenlijk zijn gedaan. Voordat daartoe wordt besloten, wordt eerst nog overlegd met de Stichting van de Arbeid.

 

 

Bron:Nota van wijziging Verzamelwet SZW 2020

 

financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers,

door100% Salarisverwerking B.V.

Prinsjesdag verwachte wijzigingen

Loonheffingen, werkkostenregeling en fiscale fietsregeling

                  

Naar verwachting kondigt het kabinet op de derde dag van september wijzigingen aan in de werkkostenregeling (WKR), de fiscale fietsregeling en loonheffingen. Het kabinet maakt op Prinsjesdag de plannen openbaar met daarin de tarieven en percentages voor de loonheffingen die, onder voorbehoud, per 2020 gelden.

 
personeelszaken, personeelsdiensten,financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers,
 
In het Belastingplan 2020 zal naar verwachting staan dat de vrije ruimte van de WKR groter wordt. Voor de eerste € 400.000 wordt die namelijk verhoogd naar 1,7% van de fiscale loonsom. Boven die grens blijft de vrije ruimte 1,2%. Werkgevers die de vrije ruimte regelmatig overschrijden, kunnen voordeel behalen met de hogere vrije ruimte.
De verruiming van de vrije ruimte is niet de enige WKR-wijziging. Nieuw is ook de gerichte vrijstelling voor de kosten van het aanvragen van een Verklaring omtrent gedrag (VOG). Werkgevers kunnen deze straks onbelast vergoeden zonder dat zij daarvoor hun vrije ruimte hoeven in te zetten.
 

Forfaitaire bijtelling voor fiets

Naast de WKR-regels veranderen ook de regels voor ter beschikking gestelde fietsen. Daarvoor komt er – net zoals voor de auto van de zaak – een forfaitaire bijtelling. Die wordt per jaar 7% van de factuurwaarde van de fiets. Als een werknemer dus een elektrische fiets ter beschikking gesteld krijgt van bijvoorbeeld € 1.500, die hij ook privé mag gebruiken, moet de werkgever elk jaar (7% x € 1.500) € 105 bij zijn belast loon tellen. Per maand komt dat neer op € 8,75.
 

Nieuwe tarieven in 2020

Het kabinet presenteert op Prinsjesdag de nieuwe tarieven voor de inkomstenbelasting (voor werkgevers dus de loonbelasting/premie volksverzekeringen) en de percentages voor de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW). Ook komen de nieuwe tarieven voor de sociale premies aan bod, net als de maximale arbeidskorting en algemene heffingskortingen. Voor alle maatregelen en tarieven die op Prinsjesdag gepubliceerd worden, geldt dat de Tweede en Eerste Kamer ze nog moet afhameren.
 
 
 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten,

door100% Salarisverwerking B.V.

WAB (wet Arbeidsmarkt in balans) door de kamers?

De Eerste Kamer heeft de wet Arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen.

              

Deze wet verkleint de kosten en risico’s tussen vast werk en flexwerk. Hierdoor krijgen mensen in een kwetsbare positie meer perspectief terwijl tegelijkertijd flexwerk mogelijk blijft. ‘Met het aannemen van de WAB in de Eerste en Tweede Kamer is een belangrijke stap gezet naar een sterke en goed functionerende arbeidsmarkt’, stelt minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 
hr beleid, hr management, personeelszaken, hrm personeel, loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking,
 
Vaste contracten bieden werknemers met de huidige regels veel bescherming, terwijl flexcontracten dat nauwelijks bieden. Dit verschil in kosten en risico’s maakt dat werkgevers vaak terughoudend zijn om werknemers in vaste dienst te nemen. Groepen werkenden belanden zo onnodig vaak in flexbanen en hebben nauwelijks perspectief op zekerheid.

De wet treedt definitief op 1 januari 2020 in werking. Dit betekent dat uw organisatie vanaf die datum te maken krijgt met nieuwe regels voor ontslag, flexwerk en het stelsel voor de WW-premie.

Een meerderheid van de Eerste Kamer is akkoord gegaan met de wet die moet zorgen voor meer evenwicht op de arbeidsmarkt tussen vaste en flexibele contracten. In de WAB zijn de volgende maatregelen opgenomen:

  • Werknemers krijgen weer na drie (in plaats van twee) jaar recht op een vast contract. Het aantal tijdelijke contracten dat een werkgever binnen die periode met een werknemer mag afspreken voordat er recht op een vast contract ontstaat blijft drie. De tussenpoos om de keten van tijdelijke contracten te doorbreken is en blijft onder de WAB minimaal zes maanden. Wel wordt in de cao de mogelijkheid verruimd om de tussenpoos te verkorten naar drie maanden.
  • De berekening van de transitievergoeding wijzigt:
    • Een werknemer hoeft straks niet meer minimaal twee jaar in dienst te zijn om recht te hebben op de transitievergoeding bij ontslag. Hij krijgt dit recht van het begin van zijn arbeidsovereenkomst.
    • Een werknemer bouwt geen hogere transitievergoeding meer op als hij langer dan tien jaar in dienst is geweest.
    • Een werknemer bouwt de transitievergoeding op over de feitelijke duur van zijn arbeidsovereenkomst. De transitievergoeding wordt dus niet meer afgerond op halve dienstjaren.
  • Door de introductie van de cumulatiegrond (de i-grond) kan een werkgever bij het indienen van een ontbindingsverzoek bij de rechter straks verschillende ontslaggronden met elkaar combineren.
  • De werkgever moet jaarlijks een aanbod doen voor een vaste arbeidsomvang aan oproepkrachten met een nulurencontract of min-maxcontract. Dit aanbod is gebaseerd op de gemiddelde gewerkte arbeidsduur in de voorgaande twaalf maanden. Daarnaast moet de werkgever een oproepkracht straks minimaal vier dagen van tevoren oproepen (in de cao kan hiervan worden afgeweken).
  • Payrollwerknemers vallen straks niet meer onder het uitzendregime. Hierdoor kunnen payrollbedrijven straks geen uitzendbeding en ruimere ketenbepaling meer hanteren voor payrollwerknemers. Daarnaast krijgen payrollwerknemers recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers die bij de werkgever in dienst zijn.
  • Werkgevers gaan een lage WW-premie betalen voor werknemers met een vast contract en een hoge WW-premie voor werknemers met een flexibel contract.

 

Pensioenregeling voor payrollwerknemers?

De verplichting voor payrollbedrijven om voor een adequate pensioenregeling te zorgen voor payrollwerknemers is uitgesteld naar 1 januari 2021. Vanaf die datum moet een payrollwerknemer een adequate pensioenregeling krijgen als deze ook geregeld is voor vergelijkbare werknemers van de inlenende werkgever of in de betreffende sector. De pensioenregeling is in ieder geval passend als de payrollwerknemer deelneemt aan de pensioenregeling van de inlener.
Neemt de payrollwerknemer niet deel aan deze pensioenregeling van de inlener, dan zullen er vaste voorwaarden gelden voor de pensioenregeling van de payrollwerkgever zelf.
 
 
Gerelateerd:

 
wet en regelgeving zakelijk, lonen bedrijven, salarissen wereldwijd, zakelijke afspraken, contract afspraken,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wat zijn de regels bij loondoorbetaling bij ziekte?

Hoe zit het nu met loondoorbetaling bij ziekte?

                    
verzuimverzekering,ziekteverzuimverzekering, ziekteverzuimverzekeringen,ziekteverzuim, verzuim, ziekteverzuimkosten,verzuimkosten,langdurig ziek, langdurig zieken, langdurig ziekteverzuim

Wat zegt de wet?

Wat staat er in de cao?

En komen er nieuwe regels voor kleine bedrijven?

 

Zo zit het

Als je werknemer niet kan werken door ziekte of een andere vorm van arbeidsongeschiktheid heeft hij recht op een groot deel van zijn salaris.

Hoeveel precies?

Hieronder vind je de huidige regels.

Loondoorbetaling bij ziekte, hoeveel?

Volgens de wet ben je verplicht een zieke werknemer twee jaar lang een deel van zijn loon door te betalen. In artikel 629 van het Burgerlijk Wetboek staan de volgende basisregels voor alle werkgevers in Nederland:

  • Jaar 1: je betaalt minimaal 70 procent van het loon, waarbij je niet onder het wettelijke minimumloon mag komen.
  • Jaar 2: je betaalt minimaal 70 procent van het loon.

Let op

In je cao staat mogelijk een hoger percentage voor loondoorbetaling bij ziekte. In veel cao’s staat dat je in het eerste jaar 100 of 90 procent van het loon moet doorbetalen. Ook kan er een hoger minimumloon van kracht zijn volgens je cao. Controleer dus goed de regels over loon en ziekte in jouw cao. Bekijk een overzicht van cao’s per branche.

 

personeelszaken, hrm ondersteuning, wet en regelgeving, juridische zaken personeel, contacten, arbeidsovereenkomsten,

Nieuwe regels loondoorbetaling bij ziekte

Vanaf 2020 komen er nieuwe regels rond loondoorbetaling bij ziekte. Het kabinet heeft een pakket aan maatregelen gepresenteerd om de loondoorbetalingsplicht bij ziekte makkelijker, duidelijker en goedkoper te maken. De belangrijkste wetsvoorstellen en maatregelen op een rij:

1.Compensatie loondoorbetaling

  • Alle bedrijven in Nederland krijgen met ingang van 2021 een financiële tegemoetkoming van de overheid. De overheid trekt daar jaarlijks 450 miljoen euro voor uit. Dat komt neer op ruim 1000 euro per bedrijf per jaar.
  • Het is de bedoeling dat de compensatie uiteindelijk alleen gaat gelden voor mkb-bedrijven met maximaal 25 werknemers (fte).

2.Verbetering re-integratie

Naast financiële aanpassingen zijn er ook inhoudelijke aanpassingen op komst om kleine werkgevers te helpen. Namelijk:

  • Het medische advies van de bedrijfsarts wordt leidend bij de RIV-toets (re-integratieverslag). Dat betekent dat als de werkgever het advies van de bedrijfsarts heeft opgevolgd, hij/zij geen loonsanctie op medische gronden meer kan krijgen van het UWV.
  • Werkgevers krijgen meer grip op de re-integratie tweede spoor (buiten het eigen bedrijf). Doordat ze op het advies van de bedrijfsarts kunnen vertrouwen en bijvoorbeeld het eerder inzetten van de no-risk polis.
  • Er wordt ingezet op meer transparantie bij het UWV.
  • Een zieke werknemer moet voortaan op vaste momenten zelf zijn visie geven op het re-integratietraject.

3.MKB verzuim-ontzorg-verzekering

Er komt vanaf 2020 ook een nieuwe verzekering speciaal voor het midden- en kleinbedrijf.

Met deze verzekering is de loondoorbetaling afgedekt en nemen re-integratie professionals de regie en een groot deel van de re-integratie- en andere verplichtingen over van de werkgever.

  • De verzekering voldoet aan de Wet verbetering poortwachter. Dat wil o.a. zeggen dat als de werkgever de adviezen van de professional overneemt, hij geen risico loopt op een loonsanctie.
  • Langdurige ziektegevallen in het eigen bedrijf tellen beperkt mee in de hoogte van de premie.
  • Met de inzet van specialisten vanaf de eerste dag wordt het re-integratietraject voor werkgever en werknemer beter en effectiever.
  • De polis wordt door meerdere verzekeraars aangeboden.
  • De MKB verzuim-ontzorg-verzekering is niet verplicht. Bedrijven die er geen gebruik van maken, profiteren wel gewoon van de wettelijke maatregelen, zoals de financiële compensatie.

 

loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,
 

Langer loon doorbetalen bij ziekte?

In de basis betaal je dus maximaal twee jaar lang een deel van het loon bij arbeidsongeschiktheid. Maar in sommige gevallen moet je nog langer loon doorbetalen.

Bijvoorbeeld als je niet kunt aantonen dat je volgens de Wet verbetering poortwachter hebt gehandeld. In die wet staat welke stappen je moet nemen als een werknemer ziek is.

Daarnaast heb je mogelijk te maken met de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Als jouw werknemer na twee jaar nog steeds ziek is en (in de toekomst) weer kan werken, komt hij vaak in aanmerking voor een WGA-uitkering. Deze uitkering loopt via het UWV, maar jij moet hier als (ex-)werkgever aan meebetalen.

Als werkgever betaal je mogelijk tot tien jaar lang mee aan deze uitkering. In het ‘slechtste’ geval heb jij dus in totaal twaalf jaar lang extra kosten door een arbeidsongeschikte werknemer.

Let op

Volgens het eerdergenoemde regeerakkoord wordt de periode van het WGA-risico voor werkgevers gehalveerd van tien naar vijf jaar. Maar of en wanneer deze regels ingaan is nog onduidelijk.

 

Risico bij ziekteverzuim verlagen?

Als werkgever heb je dus flink wat extra kosten als een werknemer lange tijd uit de running is. Naast loonkosten heb je ook te maken met kosten voor re-integratie, vervanging en eventueel productieverlies.

 

Verzekering loondoorbetaling bij ziekte

Als je de financiële risico’s rond ziekte en arbeidsongeschiktheid wilt ontlopen, kun je nu al kiezen voor een ziekteverzuimverzekering en een WGA-eigenrisicoverzekering. Met deze verzekeringen zorg je ervoor dat jouw bedrijf niet plotseling torenhoge kosten krijgt door een of meerdere zieke werknemers.

 

Vraag ons eens om een onafhankelijke verzuimverzekeringsadviseur wat de slimste optie is voor uw bedrijf.

Meer weten!

 
berekening,rekenen, vakantiegeld loonheffingen, vakantiebijslag, vakantie toeslag, vakantie uren,

close

Veel lees plezier? Delen mag.