Tag archief bijtelling auto

door100% Salarisverwerking B.V.

Bijtelling bij tijdelijke onderbreking of einde dienstbetrekking

Als een werknemer na einde dienstbetrekking nog gebruikmaakt van een auto van de zaak, is er geen sprake meer van zakelijk gebruik.
    
Dit is ook het geval bij arbeidsongeschiktheid en loopbaanonderbreking. In deze handreiking leest u wat de gevolgen zijn voor de bijtelling privégebruik auto.

In de volgende situaties gebruikt een werknemer tijdelijk of permanent de auto van de zaak niet meer zakelijk:

  • bij einde dienstbetrekking
  • bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid
  • bij permanente arbeidsongeschiktheid
  • bij loopbaanonderbreking

Heeft de werknemer tijdens tijdelijke arbeidsongeschiktheid en loopbaanonderbreking de auto van de zaak nog ter beschikking? Dan blijft de regeling privégebruik auto op basis van bijtellingspercentages (hierna: bijtellingsregeling) van toepassing.

Bij einde dienstbetrekking en permanente arbeidsongeschiktheid geldt deze bijtellingsregeling niet meer. Dan moet u de waarde van het werkelijke privégebruik tot het loon rekenen.

De bijtelling voor de auto van de zaak verwerkt u in de aangifte loonheffingen als loon in natura.

Einde dienstbetrekking

Als de werkgever na einde dienstbetrekking een auto ter beschikking stelt aan een ex-werknemer is geen sprake meer van zakelijk gebruik. De werknemer gebruikt de auto alleen nog voor privédoeleinden. Daarom is de bijtellingsregeling niet meer van toepassing.

U waardeert de werkelijk gereden privékilometers op de waarde in het economisch verkeer. Die waarde is het aantal privékilometers vermenigvuldigd met de kilometerprijs en verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer. De uitkomst mag per saldo niet negatief zijn.

De waarde van het privégebruik is loon uit vroegere dienstbetrekking, dus u gebruikt de groene tabel.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

De bijtellingsregeling blijft gelden als een werknemer tijdens tijdelijke arbeidsongeschiktheid de auto van de zaak mag blijven gebruiken. De verwachting is namelijk dat de werknemer in de toekomst weer zakelijk gaat rijden met de auto. De bijtellingsregeling is van toepassing als de auto naast zakelijk gebruik ook voor privédoeleinden ter beschikking staat.

Dit geldt ook als de werknemer door ziekte niet in de auto kan rijden. De auto staat nog steeds ter beschikking.

Permanente arbeidsongeschiktheid

De bijtellingsregeling geldt niet meer als een werknemer permanent arbeidsongeschikt is en nog een auto van de zaak ter beschikking heeft. Dit geldt vanaf het moment dat de verwachting is dat de werknemer de auto niet meer voor zakelijke doeleinden gaat gebruiken.

U waardeert de werkelijk gereden privékilometers op de waarde in het economisch verkeer. Die waarde is het aantal privékilometers vermenigvuldigd met de kilometerprijs en verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer. De uitkomst mag per saldo niet negatief zijn.

De waarde van het privégebruik is loon uit vroegere dienstbetrekking. U gebruikt de groene tabel.

Loopbaanonderbreking

Als een werknemer tijdens een loopbaanonderbreking nog een auto van de zaak tot zijn beschikking heeft, blijft u de bijtellingsregeling gebruiken.

De regeling blijft van toepassing omdat verwacht wordt dat de auto in de toekomst nog voor zakelijke doeleinden gebruikt zal worden. De bijtellingsregeling geldt als de auto naast zakelijk gebruik ook voor privédoeleinden ter beschikking staat.

Privégebruik auto en weinig of geen loon in geld

Als u de werknemer weinig of geen loon in geld betaalt, moet u over de bijtelling privégebruik auto toch alle loonheffingen betalen. U kunt kiezen of u dit wel of niet verhaalt op de werknemer.

Verhalen op de werknemer

U mag de loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) en de in te houden bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) verhalen op de werknemer. Dit geldt niet voor de premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw.

Als de werknemer nog loon ontvangt, kunt u dit doen via verrekening in het eerstvolgende loontijdvak.

Niet verhalen op de werknemer

Als u de LB/PVV en bijdrage Zvw niet verhaalt op de werknemer, kunnen zich 2 situaties voordoen:

  • U verhaalt dit bedrag in een later loontijdvak. U geeft de werknemer dan een lening voor dit bedrag tot het moment waarop u de bedragen alsnog verhaalt.
  • Als sprake is van rentevoordeel bij deze lening, dan is dit loon voor de werknemer. U kunt dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon.
  • U verhaalt dit bedrag niet op de werknemer. Het bedrag is nettoloon van uw werknemer. Dit nettoloon moet u omrekenen naar een brutoloon. U kunt dit nettoloon ook aanwijzen als eindheffingsloon.

Excessief privégebruik

Als de werkelijke waarde van het privégebruik duidelijk meer is dan de bijtelling op basis van het algemene bijtellingspercentage, is sprake van excessief privégebruik van de auto. Dit kan voorkomen bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid of loopbaanonderbreking.

U moet dan uitgaan van de hogere waarde van het privégebruik. Als er een korting op het algemene bijtellingspercentage van toepassing is, dan past u die korting toe op de grondslag. De uitkomst daarvan trekt u af van de waarde van het privégebruik. Rekenvoorbeelden vindt u in paragraaf 21.3.3 Handboek Loonheffingen.

Meer informatie

Handboek Loonheffingen:

  • paragraaf 21.3 (personenauto van de zaak)
  • paragraaf 21.3.8 (bijtelling bij weinig/geen loon)
  • paragraaf 21.3.3 (excessief privégebruik auto)
  • hoofdstuk 10 (loonstrook)
  • hoofdstuk 13 (jaaropgaaf)

 
Handreiking privégebruik auto op belastingdienst.nl

 

Wetsartikelen

Artikel 13 bis Wet op de loonbelasting (Wet LB)
Artikel 13 Wet LB
Artikel 27, lid 4 Wet LB
Artikel 49, lid 1 Zorgverzekeringswet
Artikel 20 Wet financiering sociale verzekeringen
 
 

Gerelateerde artikelen

Bijtellingspercentages voor privégebruik auto 2011-2026
Vakantieauto en bijtelling
Verwerking privégebruik auto in de aangifte loonheffingen
 
 
lease auto,auto van de zaak,verwerking auto in salaris,salaris administratie auto,lease auto in loon,salaris en auto,

door100% Salarisverwerking B.V.

Geen bijtelling vanwege zorgvuldige rittenregistratie achteraf

Dat oordeelt het hof.
                      
Een bv heeft achteraf aangetoond dat per kalenderjaar niet meer dan 500 kilometer privé is gereden met een bestelauto. De bijtelling voor privégebruik auto is niet van toepassing.

Een bv stelt een bestelauto ter beschikking. Voor deze bestelauto is geen rittenregistratie bijgehouden. Ook zijn er geen verklaringen ‘Geen privégebruik auto’ of ‘Uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’. De inspecteur legt naheffingsaanslagen loonheffingen op voor de bijtelling privégebruik auto.

Op basis van facturen die de bv verzonden heeft, stelt de bv achteraf een rittenregistratie op. Volgens deze rittenregistratie is per kalenderjaar minder dan 500 kilometer privé gereden met de bestelauto. De rechtbank oordeelt dat de bv hiermee geslaagd is in het bewijs.

De inspecteur gaat in hoger beroep. Volgens het hof heeft de bv nog niet voldaan aan de zware bewijslast van ‘doen blijken’ dat per kalenderjaar niet meer dan 500 kilometer privé is gereden met de bestelauto. Om daaraan te voldoen, moet de bv de rittenregistratie onderbouwen met objectieve gegevens zoals RDW-gegevens en onderhoudsnota’s.

De bv levert een ‘Tellerrapport’ uit het register van RDW aan. Daarin staan de jaarlijkse kilometerstanden van de bestelauto. Ook overlegt de bv een werkplaatsbon van een garagebedrijf met daarop een kilometerstand.

Het hof is van mening dat de bv hiermee heeft aangetoond dat per kalenderjaar minder dan 500 kilometer privé is gereden met de bestelauto. De naheffingsaanslagen zijn onterecht opgelegd.
 
Hof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2020:4170
Wetsartikel: art 13bis Wet LB

 
 

Gerelateerd

Fiscale bijtelling auto zaak 2020
Bijtelling verminderd niet bij betaling aan derde
Bijtelling fiets berekenen!

 
 
lease auto,auto van de zaak,verwerking auto in salaris,salaris administratie auto,lease auto in loon,salaris en auto,

door100% Salarisverwerking B.V.

Ten onrechte geen loonheffing afgedragen over het privégebruik van de auto

Rittenregistratiesysteem niet afdoende!

                   

Ondanks gebruik van een erkend rittenregistratiesysteem was de rittenregistratie volgens de inspecteur niet sluitend.
Er is ten onrechte geen loonheffing afgedragen over het privégebruik van de auto. Het Hof is het eens met de inspecteur.

 
Een directeur-grootaandeelhouder (dga) maakt vanaf maart 2009 voor de rittenregistratie gebruik van het systeem van Trevler. Omdat het registratiesysteem niet goed functioneert, stuurt Trevler op 1 september 2009 een nieuw systeem naar de dga. Bij montage wordt de dan getoonde kilometerstand als beginstand ingegeven. In de rittenverslagen zijn geen ritten voor privédoeleinden vermeld. De bv heeft geen loonheffingen ingehouden en afgedragen over het privégebruik van de auto door de dga.
 
De dga stelt dat de rittenregistratie vanaf 1 september 2009 sluitend was, omdat hij gebruikmaakt van het Trevlersysteem. Bovendien, zegt de dga, is het niet mogelijk het systeem te beïnvloeden. Dat de inspecteur de rittenregistratie van het systeem Trevler deugdelijk vindt, betekent niet dat het bewijs geleverd is. De registratie vertoonde namelijk in 2009 gebreken en de totaaltelling over 2010 komt niet overeen met het verschil tussen de begin- en eindstand.
 
De dga heeft niet bewezen dat hij maximaal 500 kilometer privé heeft gereden op kalenderjaarbasis. Het Hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. De inspecteur heeft de aanslag terecht opgelegd.
 
 

Hof Amsterdam: ECLI:NL:GHSHE:2020:233
 
 

Wetsartikel

Art. 13bis Wet LB 1964

 
 

Meer informatie

Bijtelling fiets berekenen!
Wijzigingen bijtelling auto vanaf 2020
 
bijtelling 2020, fiscale bijtelling 2020,CO2-uitstoot auto, bijtelling auto, belasting bijtelling auto,belasting op auto, bijtelling auto en belastingdienst, 2020-2025

door100% Salarisverwerking B.V.

Bijtellingspercentages voor privégebruik auto 2011-2026

Na de 1e periode van 60 maanden waarin recht bestaat op een verlaagde bijtelling, moet u vanaf 1-1-2017 jaarlijks bekijken wat de geldende regels op dat moment zijn. Als u volgens de dan geldende wetgeving recht hebt op een verlaging, geldt die alleen voor dat betreffende kalenderjaar en niet meer voor 60 maanden. In onderstaand overzicht vindt u de bijtellingspercentages, zoals die gelden van 2011 tot en met 2026.

Als de 60-maandenperiode in de loop van het kalenderjaar eindigt, moet u voor het resterende gedeelte van dat jaar het dan geldende bijtellingspercentage toepassen. Vanaf 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar gebruikt u het bijtellingspercentage dat in dat betreffende jaar geldt.

Het overzicht is ingedeeld op basis van de CO2-uitstootgrenzen.
PDF download  
Hier het pdf-bestand

 

Onderverdeling van auto’s naar CO2-uitstoot in 3 categorieën:

    1. uitstoot 0 gram
    2. uitstoot hoger dan 0 maar niet meer dan 50 gram
    3. uitstoot hoger dan 50 gram

Let op!

Voor alle auto’s met een datum 1e tenaamstelling vóór 1 januari 2017 geldt het algemene bijtellingspercentage van 25%. Dit percentage blijft gelden voor de resterende duur van het gebruik van deze auto’s.
Alleen voor auto’s met een datum 1e toelating op de weg (DET) 1 januari 2017 en later geldt een algemeen bijtellingspercentage van 22%.

 

1. Uitstoot 0 gram

Bij deze categorie is een bestuurders- en/of eigenaarswissel niet van belang. Wel de datum 1e tenaamstelling.

Datum 1e tenaamstelling vóór 1-1-2012

Het algemene bijtellingspercentage is 25%.

Tot 1-1-2017 is de verlaging 25%. Per saldo 0% bijtelling.

In 2017 en 2018 is de verlaging 18%. Per saldo 7% bijtelling.

Vanaf 2019 wordt er voor de bijtelling een onderscheid gemaakt tussen waterstof en niet-waterstofauto’s.

Waterstofauto’s
In 2019 is de verlaging 18%. Per saldo is de bijtelling 7%.

In 2020 is de verlaging 14%. Per saldo is de bijtelling 11%.

In 2021 is de verlaging 10%. Per saldo is de bijtelling 15%.

Van 2022 tot en met 2024 is de verlaging 6%. Per saldo is de bijtelling 19%.

In 2025 is de verlaging 5%. Per saldo is de bijtelling 20%.

Vanaf 2026 geldt er geen verlaging meer.

Niet-waterstofauto’s
In 2019 is de verlaging 18% tot een cataloguswaarde van € 50.000. Per saldo is de bijtelling 7%. Boven € 50.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 9.000.

In 2020 is de verlaging 14% tot een cataloguswaarde van € 45.000. Per saldo is de bijtelling 11%. Boven € 45.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 6.300.

In 2021 is de verlaging 10% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 15%. Boven € 40.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 4.000.

Van 2022 tot en met 2024 is de verlaging 6% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 19%. Boven € 40.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.400.

In 2025 is de verlaging 5% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 20%. Boven € 40.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.000.

Vanaf 2026 is de auto 15 jaar of ouder. De bijtelling is 35% van de waarde in het economisch verkeer. Er geldt geen verlaging meer.

Datum 1e tenaamstelling vanaf 1-1-2012 tot 1-1-2014

Het algemene bijtellingspercentage is 25%.

De verlaging is 25% voor 1 x 60 maanden, vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst te naam is gesteld in het kentekenregister. Per saldo 0% bijtelling.

Na afloop van de 60-maandenperiode is de verlaging 18% voor de resterende maanden van 2017 en 2018. Per saldo 7% bijtelling.

Vanaf 2019 wordt er voor de bijtelling een onderscheid gemaakt tussen waterstof en niet-waterstofauto’s.

Waterstofauto’s
In 2019 is de verlaging 18%. Per saldo is de bijtelling 7%.

In 2020 is de verlaging 14%. Per saldo is de bijtelling 11%.

In 2021 is de verlaging 10%. Per saldo is de bijtelling 15%.

Van 2022 tot en met 2024 is de verlaging 6%. Per saldo is de bijtelling 19%.

In 2025 is de verlaging 5%. Per saldo is de bijtelling 20%.

Vanaf 2026 is de bijtelling 25%. Er geldt geen verlaging meer.

Niet-waterstofauto’s
In 2019 is de verlaging 18% tot een cataloguswaarde van € 50.000. Per saldo is de bijtelling 7%. Boven € 50.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 9.000.

In 2020 is de verlaging 14% tot een cataloguswaarde van € 45.000. Per saldo is de bijtelling 11%. Boven € 45.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 6.300.

In 2021 is de verlaging 10% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 15%. Boven € 40.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 4.000.

Van 2022 tot en met 2024 is de verlaging 6% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 19%. Boven € 40.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.400.

In 2025 is de verlaging 5% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo de bijtelling 20%. Boven € 40.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.000.

In 2026 is de bijtelling 25%. Er geldt geen verlaging meer.

Datum 1e tenaamstelling vanaf 1-1-2014 tot 1-1-2017

Het algemene bijtellingspercentage is 25%.

De verlaging is 21% voor 1 x 60 maanden, vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst te naam is gesteld in het kentekenregister. Per saldo 4% bijtelling.

Waterstofauto’s
Als de 60-maandenperiode eindigt in 2019 of 2020, is daarna de verlaging 18% tot 1-1-2021. Er geldt geen beperking van de verlaging. Per saldo 7% bijtelling.

In 2021 is de verlaging 10%. Per saldo is de bijtelling 15 %.

Van 2022 tot en met 2024 is de verlaging 6%. Per saldo is de bijtelling 19%.

In 2025 is de verlaging 5%. Per saldo is de bijtelling 20%.

Vanaf 2026 is de bijtelling 25%. Er geldt geen verlaging meer.

Niet waterstofauto’s
In 2019 is de verlaging 18% tot een cataloguswaarde van € 50.000. Per saldo is de bijtelling 7%. Boven € 50.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 9.000.

In 2020 is de verlaging 14% tot een cataloguswaarde van € 45.000. Per saldo is de bijtelling 11%. Boven € 45.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 6.300.

In 2021 is de verlaging 10% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 15 %. Boven € 40.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 4.000.

Van 2022 tot en met 2024 is de verlaging 6% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 19%. Boven € 40.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.400.

In 2025 is de verlaging 5% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 20%. Boven € 40.000 is dit 25%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.000.

In 2026 is de bijtelling 25%. Er geldt geen verlaging meer.

Datum 1e toelating vanaf 1-1-2017 tot 1-1-2019

Het algemene bijtellingspercentage is 22%.

De verlaging is 18% voor 1 x 60 maanden, vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst toegelaten is op de weg. Per saldo 4% bijtelling.

Waterstofauto’s
In 2022, 2023 of 2024 is de verlaging 6%. Per saldo is de bijtelling 16%.

In 2025 is de verlaging 5%. Per saldo is de bijtelling 17%.

Vanaf 2026 is de bijtelling 22%. Er geldt geen verlaging meer.

Niet-waterstofauto’s
In 2022, 2023 of 2024 is de verlaging 6% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 16%. Boven € 40.000 is dit 22%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.400.

In 2025 is de verlaging 5% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 17%. Boven € 40.000 is dit 22%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.000.

Vanaf 2026 is de bijtelling 22%. Er geldt geen verlaging meer.

Datum 1e toelating in 2019

Het algemene bijtellingspercentage voor deze auto is 22%.

Waterstofauto’s
De verlaging is 18% voor 1 x 60 maanden, vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo 4% bijtelling.

In 2024 is de verlaging 6%. Per saldo is de bijtelling 16%.

In 2025 is de verlaging 5%. Per saldo is de bijtelling 17%.

Vanaf 2026 is de bijtelling 22%. Er geldt geen verlaging meer.

Niet waterstofauto’s
De verlaging is 18% tot een cataloguswaarde van € 50.000. Dit geldt voor 1 x 60 maanden vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo is de bijtelling 4%. Boven € 50.000 is dit 22%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 9.000.

In 2024 is de verlaging 6% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 16%. Boven € 40.000 is dit 22%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.400.

In 2025 is de verlaging 5% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 17%. Boven € 40.000 is dit 22%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.000.

Vanaf 2026 is de bijtelling 22%. Er geldt geen verlaging meer.

Datum 1e toelating in 2020

Het algemene bijtellingspercentage voor deze auto’s is 22%.

Waterstofauto’s
De verlaging is 14% voor 1 x 60 maanden, vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo 8% bijtelling.

In 2025 is de verlaging 5%. Per saldo is de bijtelling 17%.

In 2026 is de bijtelling 22%. Er geldt geen verlaging meer.

Niet-waterstofauto’s
De verlaging is 14% tot een cataloguswaarde van € 45.000. Dit geldt voor 1 x 60 maanden vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo is de bijtelling 8%. Boven € 45.000 is dit 22%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 6.300.

In 2025 is de verlaging 5% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Per saldo is de bijtelling 17%. Boven € 40.000 is dit 22%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.000.

In 2026 is de bijtelling 22%. Er geldt geen verlaging meer.

Datum 1e toelating in 2021

Het algemene bijtellingspercentage voor deze auto’s is 22%.

Waterstofauto’s
De verlaging is 10% voor 1 x 60 maanden, vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo 12% bijtelling.

Niet-waterstofauto’s
De verlaging is 10% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Dit geldt voor 1 x 60 maanden vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo is de bijtelling 12%. Boven € 40.000 is dit 22%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 4.000.

Na afloop van de 60-maandenperiode is de bijtelling 22%. Er geldt geen verlaging meer.

Datum 1e toelating vanaf 1-1-2022 tot en met 31-12-2024

Het algemene bijtellingspercentage voor deze auto’s is 22%.

Waterstofauto’s
De verlaging is 6% voor 1 x 60 maanden, vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo 16% bijtelling.

Niet-waterstofauto’s
De verlaging is 6% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Dit geldt voor 1 x 60 maanden vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo is de bijtelling 16%. Boven € 40.000 is dit 22%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.400.

Na afloop van de 60-maandenperiode is de bijtelling 22%. Er geldt geen verlaging meer.

Datum 1e toelating in 2025

Het algemene bijtellingspercentage voor deze auto’s is 22%.

Waterstofauto’s
De verlaging is 5% voor 1 x 60 maanden, vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo 17% bijtelling.

Niet-waterstofauto’s
De verlaging is 5% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Dit geldt voor 1 x 60 maanden vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo is de bijtelling 17%. Boven € 40.000 is dit 22%. Het bedrag van de verlaging is maximaal € 2.000.

Na afloop van de 60-maandenperiode is de bijtelling 22%. Er geldt geen verlaging meer.

Datum 1e toelating vanaf 1-1-2026

Het algemene bijtellingspercentage voor deze auto’s is 22%. Er geldt geen verlaging.

 

2. Uitstoot hoger dan 0 en max 50 gram

Bij deze categorie is een bestuurders- en/of eigenaarswissel niet van belang. Wel de datum 1e tenaamstelling.

Datum 1e tenaamstelling vóór 1-1-2012

Het algemene bijtellingspercentage is 25%.

De verlaging is 25% tot 1-1-2017. Daarna is de bijtelling 25%.

Datum 1e tenaamstelling vanaf 1-1-2012 tot 1-1-2015

Het algemene bijtellingspercentage is 25%.

De verlaging is 25% voor 1 x 60 maanden, vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst te naam is gesteld in het kentekenregister.

Na afloop van de 60-maandenperiode is de bijtelling 25%. Er geldt geen verlaging meer.

Datum 1e tenaamstelling in 2015

Het algemene bijtellingspercentage is 25%.

De verlaging is 18% voor 1 x 60 maanden vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst te naam is gesteld in het kentekenregister.

Na afloop van de 60-maandenperiode is de bijtelling 25%. Er geldt geen verlaging meer.

Datum 1e tenaamstelling vanaf 1-1-2016 tot 1-1-2017

Het algemene bijtellingspercentage is 25%.

Verlaging van 10% voor 1 x 60 maanden vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst te naam is gesteld in het kentekenregister.

Na afloop van de 60-maandenperiode is de bijtelling 25%. Er geldt geen verlaging meer.

Datum 1e toelating vanaf 1-1-2017

Vanaf 1-1-2017 is de bijtelling 22%. Er geldt geen verlaging.

 

3. Uitstoot hoger dan 50 gram

De korting op de bijtelling is afhankelijk van de CO2-uitstoot en tot 2015 op welke brandstof de auto rijdt. Vanaf 2015 wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen diesel of geen diesel auto’s.

Datum 1e tenaamstelling vóór 1-7-2012

Als sprake is van een verlaagde bijtelling van 14% of 20% (op basis van de uitstootgrenzen geldend op 30-6-2012) geldt een overgangsregeling.

In 3 situaties geldt deze verlaagde bijtelling uiterlijk tot en met 31-12-2018:

  • datum 1e tenaamstelling vóór 1-7-2012, geen eigenaarswissel en geen bestuurderswissel
  • datum 1e tenaamstelling en op naam eigenaar vóór 1-7-2012, bestuurderswissel op of na 1-7-2012
  • datum 1e tenaamstelling vóór 1-7-2012, op naam eigenaar op of na 1-7-2012, geen bestuurderswissel vanaf 30-6-2012

 

Let op!

In één situatie geldt de verlaagde bijtelling (volgens uitstootgrenzen 30-6-2012) uiterlijk tot en met 30-6-2017. Dit is het geval als de datum 1e tenaamstelling ligt vóór 1-7-2012 en er zowel een eigenaarswissel als een bestuurderswissel was op of na 1 juli 2012.

Datum 1e tenaamstelling vanaf 1-7-2012 en vóór 1-1-2017

Het algemene bijtellingspercentage is 25%.

Afhankelijk van de uitstootgrenzen in het jaar van 1e tenaamstelling geldt een verlaging gedurende een periode van 1 x 60 maanden.

 

Let op!

Voor een auto met 1e tenaamstelling in 2012 na 1-7-2012 gelden de gewijzigde uitstootgrenzen van 1 juli 2012.

Datum 1e toelating vanaf 2017

Het algemene bijtellingspercentage is 22%. Er is geen recht op verlaging.

Bekijk hier het pdf-bestand: Tabel bijtellingspercentages auto 2011-2026
PDF download
 
 
 

belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken

door100% Salarisverwerking B.V.

Eerste loonstrookje van 2020 in januari ontvangen!

Wat blijft er onder aan de streep over als nettosalaris ?
                
Wie dezer dagen het eerste loonstrookje van 2020 ontvangt, kijkt uiteraard als eerste naar het nettoloon.
Als het goed is, behoort u tot het gros van de werknemers dat netto in 2019 iets meer overhoudt. Dankzij de gedaalde tarieven van de inkomstenbelasting en hogere heffingskortingen.

Hou er wel rekening mee dat wanneer u boodschappen doet, zorgpremie betaalt of de energiekosten worden afgeschreven, u met hogere kosten te maken hebt. Onder meer omdat het lage btw-tarief is verhoogd naar 9 procent en energieprijzen flink zijn gestegen.

Maar even terug naar het loonstrookje. Iedereen begrijpt wat het nettosalaris betekent. Dat is het bedrag dat op uw bankrekening wordt gestort. Maar hoe zit het met de rest van het loonstrookje?

Het loonstrookje is voor bijna iedereen een onbegrijpelijke brij van cijfers, moeilijk te plaatsen begrippen en niet te ontcijferen afkortingen.

Wij zetten een aantal begrippen voor u op een rijtje aan de hand van het fictieve loonstrookje van 100% Salarisverwerking.

Je loonstrookje bestaat uit grofweg drie delen, elk in meer of mindere mate (on)begrijpelijk. Per onderdeel kijken we naar enkele sleutelbegrippen.

Deel 1: Van Personalia en Loonheffing tot je Deeltijdfactor

Deel 2: De Berekening

Deel 3: Soorten loon op een rijtje

1.Van Personalia en Loonheffing tot u Deeltijdfactor

Los van personalia, bedrijfscodes en rekeningnummers staan er verschillende begrippen die wat uitleg behoeven.
loonstrook uitleg 2020, loon 2020,loonstrook 2020, loonstrookje 2020, salaris 2020, verdienste 2020,

Begin

De naam van de medewerker.
De periode waarin de loonstrook is gemaakt jaar-periode-tijdvak
 
Kolom 1:

  • Personeelsnummer
    Geboortedatum dag-maand-jaar
    Burgerlijke staat
    Afdeling
    Kostenplaats
    Functieomschrijving
    Anciënniteitsdatum (wordt alleen getoond bij gebruik)

loonstrook uitleg 2020, loon 2020,loonstrook 2020, loonstrookje 2020, salaris 2020, verdienste 2020,
Kolom 2:

  • In dienstdatum dag-maand-jaar
    Contract bepaalde tijd/onbepaalde
    Stam salaris: Bruto salaris op fulltime basis
    Parttime %: Percentage dat de medewerker heeft gewerkt op basis van het fulltime rooster
    Uurloon*: Bruto loon per uur (ook indien je vanuit een netto salaris werkt)
    Minimumloon: Bruto wettelijk minimumloon afhankelijk van leeftijd
    Salaris tabel: Salaristabel/ Salarisschaal
    Periode verhoging (wordt getoond alleen bij gebruik)

* bruto uurloon wordt berekend door het fulltime bruto periodesalaris te delen door het aantal fulltime bedrijfsuren per periode.

loonstrook uitleg 2020, loon 2020,loonstrook 2020, loonstrookje 2020, salaris 2020, verdienste 2020,
Kolom 3:

  • Kleur / Tabel: Kleur (wit = salaris, groen = pensioen) / Tijdvak
    LH/LHKorting: Loonheffing/ Loonheffingskorting toepassen
    ZVW/WW/WIA: Inhouding Zorgverzekeringswet/Werkloosheidswet/Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
    Speciale Tabel: Speciale regelingen voor de belasting
    Buitenl. Wn.: Toepassing van de 30% regeling voor buitenlandse werknemers
    Jaarloon Bijzonder tarief
    Tarief BT: Toegepast Bijzonder tarief

loonstrook uitleg 2020, loon 2020,loonstrook 2020, loonstrookje 2020, salaris 2020, verdienste 2020,
Kolom 4:

  • Periode: Periode waarin de loonstrook is gemaakt jaar-periode-tijdvak
    Aantal loonstroken 2020
    Uren per week
    Dagen gewerkt
    Verloonde uren
    Auto v/d zaak: Ja of nee
    Cat. waarde -%: cataloguswaarde van de auto van de zaak

De loonheffingskorting is een korting die ervoor zorgt dat u over een bepaald gedeelte van uw salaris geen belasting hoeft te betalen – een korting op de loonbelasting en de premies volksverzekeringen die u betaalt. Goed nieuws dus! Minder leuk is dat u deze korting maar bij één werkgever toe kunt laten passen. Heeft u op u twee banen allebei loonheffingskorting laten toepassen? Zet het dan op een van de twee stop, het liefst op die van het laagste bedrag.

Loonheffingstabel : Wit wil zeggen dat er loonheffing is berekend volgens de witte tabel, die geldt voor loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. De fiscus kent twee tabellen: een witte en een groene. Werkt u in loondienst, dan is de witte tabel op u van toepassing, de groene geldt wanneer u een uitkering krijgt of met pensioen bent.

De Deeltijdfactor, de term spreekt eigenlijk al voor zich. Werkt u 100 procent, dan is de Deeltijdfactor 1. Werkt u 80 procent? Dan is u Deeltijdfactor 0,8. 70 procent? Dan 0,7 enzovoorts.

Jaarloon bijz. bel. staat voor Jaarloon Bijzondere Belastingen. En dit staat weer voor het loon waarover u in het vorige kalenderjaar loonheffing hebt betaald. Kortom: het bruto jaarloon van vorig jaar. En waarom staat dit op uw loonstrookje? Van dit bedrag wordt het Tariefpercentage voor bijzondere beloningen afgeleid. En met dit percentage wordt weer loonheffing berekend over bijzondere beloningen, zoals vakantietoeslag, een bonus, eindejaarsuitkering of overwerk.
 

2.De Berekening

loonstrook uitleg 2020, loon 2020,loonstrook 2020, loonstrookje 2020, salaris 2020, verdienste 2020,

1. Bruto Het bruto salaris en de bruto vergoedingen (looncomponenten); indien je met netto-bruto componenten werkt dan staat er onder Waarde altijd de netto waarde (in geval van N/B urencodes die tegen netto uurloon 1/2 werken). Of het omgerekende bruto uurloon (indien je werkt met N/B urencodes waarbij het uurloontype ‘berekend’ is).

2. Branche De brancheregelingen (bijv. pensioenpremie en sociaal fonds); het is mogelijk om via de loonstrook de waardes op te vragen waarmee de grondslag wordt berekend.

3. Werknemer Verzekering Inhoudingen werknemersverzekeringen (WIA/WGA/WW)

4. Zvw Inhoudingen Zorgverzekeringswet

5. Loonheffing Inhouding Loonheffing

6. Netto Netto vergoedingen of inhoudingen (looncomponenten)

7. Totalen Het netto salaris van de medewerker

8. Betalen Het over te maken bedrag naar het rekeningnummer

9. De totale werkgeverslasten

Let op: De gegevens in het rode vlak zijn gegevens voor de werkgever. Als werknemer ziet u deze kolom NIET op uw loonstrook, u ziet hier dan de cumulatieven staan.

We lichten een post apart toe:

Fiscale bijtelling auto. Voor wie het nog niet wist: “Bijtelling” zijn de fiscale kosten van het privégebruik van een auto van de werkgever. De fiscale bijtelling wordt berekend op basis van een percentage van de fiscale waarde (lees: cataloguswaarde) van de auto. Als leaserijder betaal je bijtelling wanneer je jaarlijks meer dan 500 kilometer privé rijdt.

Overigens verhoogt deze bijtelling de grondslag voor de zorgverzekeringswet, de grondslag voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de grondslag voor de sociale verzekeringen.

Fisc. mind. auto bijdr. privé gebr. De fantastische afkorting staat natuurlijk voor “mindering eigen bijdrage privégebruik auto van de zaak“. Wie meer dan 500 kilometer privé met de auto van de zaak rijdt, heeft een bijtelling. Als de werknemer een eigen bijdrage voor het privégebruik heeft betaald aan de werkgever, is deze eigen bijdrage aftrekbaar van de bijtelling. Dat is dus die mindering.

Je ziet ook dat er bij onder meer de onbelaste onkostenvergoeding geen loonheffing plaatsvindt, zodat de bruto vergoeding netto hetzelfde oplevert.

3.Soorten loon op een rijtje

loonstrook uitleg 2020, loon 2020,loonstrook 2020, loonstrookje 2020, salaris 2020, verdienste 2020,

Onderaan de loonstrook wordt nog een drietal zaken getoond:

  • Reserveringen (indien ingeschakeld op in de salarisdocument instellingen)
  • Verlof (indien ingeschakeld op in de salarisdocument instellingen)
  • Cumulatieve waardes:
    • Fiscaalloon
    • SVW Loon
    • Loonheffing
    • Arbeidskorting cumulatief
    • Dagen gewerkt
    • Arbeidskorting d.p.
    • Verloonde uren

Er staan twee soorten loon: het fiscaal loon, en het SV-loon.

Het fiscaal loon is het loon dat je op je jaaropgaaf invult en waarover loonheffing is berekend. Het fiscaal loon is de som van bruto salaris en bijdrage zorgverzekeringswet (het is dus altijd hoger dan het brutoloon). Je ziet in de kolom rechts vervolgens ook de totaalbedragen terug van de loonheffing en de arbeidskorting die in mindering wordt gebracht op de te betalen belasting.

En SV-loon? Je SV-loon is de grondslag voor wat u werkgever allemaal betaalt aan sociale premies. Denk hierbij aan de werkgeversbijdrage voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering, ziektekostenverzekering en werkloosheidsuitkering.

Maar ook vakantiebijslag, eindejaarsuitkering, dertiende maand, ploegentoeslag en bijtelling van uw auto zijn gebaseerd op het SV-loon.

En Salaris? Dat is het brutoloon zoals dat in het tweede afbeelding hierboven als eerste post bij ‘bruto’ staat vermeld.
 

Meer informatie?

U kunt altijd contact opnemen met 100% Salarisverwerking over hoe en wat en natuurlijk het eventueel verzorgen van uw loonadministratie op 079 – 33 15 444.
 
 
loonkosten, loonadministratie, loonverwerking, loonverwerkers, loonadministrateurs, loon betalingen, salarisverwerking, salarisverwerker, salarisverwerkers, salarisadministratie, salarisadminitrateurs,