Tag archief Prinsjesdag

door100% Salarisverwerking B.V.

Fiscale maatregelen waar mkb-bedrijven in 2021 mee te maken krijgen

Op Prinsjesdag 2020 heeft het kabinet een aantal nieuwe maatregelen voor mkb- ondernemers in petto.
         
Daarbij springt onder meer het onderscheid in het oog dat het kabinet maakt tussen het midden- en kleinbedrijf en het grootbedrijf.

Zo heeft het kabinet de aangekondigde verlaging van de vennootschapsbelasting voor grote bedrijven geschrapt om wat geld vrij te maken voor het bestrijden van de coronacrisis. De verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting voor kleinere bedrijven gaat wel door.

Voor zelfstandigen ligt een belangrijke maatregel in het verschiet, blijkt ook uit het Belastingplan 2021. De geliefde zelfstandigenaftrek wordt versneld afgebouwd en zakt volgend jaar naar 6.670 euro. Dat is 360 euro minder dan dit jaar.

Behalve nieuwe fiscale maatregelen zijn er ook speciale coronamaatregelen die ondernemers verlichting moeten brengen. Een aantal van deze belastingmaatregelen verlengt het kabinet tot eind dit jaar.

Hieronder een overzicht van de belastingmaatregelen voor ondernemers in 2021 en de coronasteun voor de kortere termijn.

 

Vennootschapsbelasting: hoge tarief blijft 25 procent

Het kabinet wilde aanvankelijk het hoge tarief van de vennootschapsbelasting verlagen, maar dat plan gaat niet door. Het hoge tarief voor het belastbare bedrag winst blijft 25 procent. Dit tarief geldt vanaf 2021 voor een winst van meer dan 245.000 euro.

Hiermee wil het kabinet “financiële ruimte creëren om juist nu de economie te versterken”, staat in een samenvatting van het Belastingplan 2021.

 

Lage tarief vennootschapsbelasting daalt wel

Het kabinet lijkt mkb-bedrijven een hart onder de riem te willen steken. Het lage tarief van de vennootschapsbelasting van 16,5 procent daalt naar 15 procent per 1 januari 2021. Bovendien komen meer mkb-bedrijven straks in aanmerking voor dit lage tarief.

Het late tarief geldt nu voor winsten tot 200.000 euro, dat zal in 2021 245.000 euro zijn.

In 2022 zal de grens verder worden opgehoogd naar 395.000 euro.

 

Tarief innovatiebox gaat omhoog

Op Prinsjesdag 2019 kondigde het kabinet al een verhoging aan van het belastingtarief van de ‘innovatiebox’.

Deze speciale tariefbox is in het leven geroepen voor bedrijven die innoverende producten of diensten leveren. Alle winsten die worden behaald met innovatie, vallen in deze box waar ze met een lager tarief worden belast. Niet 25 procent of 16,5 procent, maar 7 procent.

Het effectieve tarief voor de innovatiebox gaat per 1 januari 2021 echter omhoog naar 9 procent.

 

Korting via loonheffing voor bedrijven die investeren

Het kabinet ziet graag bedrijven die investeringen doen en stimuleert dat met een nieuwe investeringskorting die in 2021 ingaat. De baangerelateerde investeringskorting (BIK) houdt in dat als bedrijven investeren in bijvoorbeeld een nieuwe machine, ze een korting krijgen die wordt verrekend via de loonheffing.

De regering heeft het plan nog niet helemaal uitgewerkt en details volgen nog.

 

Verlenging coronamaatregelen

Het kabinet heeft een hele rits belastingmaatregelen getroffen voor bedrijven om de coronacrisis het hoofd te bieden. Een aantal wordt verlengd. Hieronder een greep uit de maatregelen waarmee ondernemers te maken kunnen hebben. Bekijk hier het hele overzicht.

 

Uitstel belastingen

Tijdens de coronacrisis verleent de Belastingdienst uitstel van betaling van belasting. Je kunt uitstel van belasting aanvragen tot 1 oktober 2020, waarmee het uitstel loopt tot uiterlijk 31 december 2020.

De terugbetaling van uitgestelde belastingen loopt vanaf 1 januari 2021 nog maximaal 24 maanden.

 

Verlies 2020 verrekenen met winst 2019

Bedrijven die wel op tijd aangifte doen over 2020 kunnen hun verlies verrekenen met de winst over 2019.

Het verwachte verlies over 2020 dat verband houdt met de coronacrisis, mag je aftrekken door een ‘coronareserve’ aan te leggen. Het bedrag dat wordt toegevoegd aan de coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst uit 2019. Met deze reserve kan een (lagere) voorlopige aanslag over 2019 worden aangevraagd.

 

Lagere belastingrente

De invorderingsrente waarmee je te maken krijgt bij een te laat betaalde aanslag, bedraagt normaliter 4 procent. Op 23 maart werd deze teruggeschroefd naar 0,01 procent en dit tarief geldt tot en met 31 december 2021.

De belastingrente die de fiscus in rekening brengt bij een onjuiste of te laat ontvangen aangifte, is bij de vennootschapsbelasting voor bedrijven in normale tijden 8 procent.

Ook deze rente is vanwege de coronacrisis op 0,01 procent gezet en dat tarief geldt tot 1 oktober 2020. Vanaf die datum gaat de belastingrente voor alle belastingen, dus ook de vennootschapsbelasting, naar 4 procent en dat geldt tot 31 december 2021.

 

Verlenging uitstel administratie gegevens nieuwe werknemer

Werkgevers hebben een aantal administratieve verplichtingen als zij nieuwe mensen aannemen. De Belastingdienst verleent uitstel tot 31 december 2020.

 

Verhoging vrije ruime werkkostenregeling

Als werkgever mag je onbelaste vergoedingen aan werknemers geven, zoals bijvoorbeeld een tablet of kerstpakket waar ze ook privé voordeel van hebben.

Het totale bedrag aan vergoedingen mag normaliter in 2020 niet boven 1,7 procent van de eerste 400.000 euro van de loonsom van alle medewerkers samen uitkomen. Boven de 400.000 euro geldt het percentage van 1,2 procent.

In de coronacrisis is het percentage van 1,7 procent opgeschroefd naar 3 procent zodat werkgevers hun personeel op de een of andere manier tegemoet kunnen komen. De verruiming geldt tot 31 december 2020.

 

Verlaging gebruikelijk loon dga

Het gebruikelijk loon, ofwel het minimale loon dat een directeur-grootaandeelhouder moet opgeven bij de Belastingdienst, mag bij een omzetdaling worden verlaagd. Dit geldt tot 31 december 2020.

 

Vrijstelling belasting TOGS en TVL

Bedrijven die gebruikmaken van de TOGS- en TVL-regeling hoeven hierover geen belasting te betalen. De einddatum hiervoor is nog niet bekend. De TOGS (Tegemoetkoming schade COVID-19) is een eenmalige tegemoetkoming van 4.000 euro voor ondernemers die direct zijn getroffen door de coronacrisis, bijvoorbeeld omdat ze hun deuren moesten sluiten.

De TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten) is een vergoeding van maximaal 50.000 euro voor het betalen van de vaste lasten voor ondernemers in de hardst getroffen sectoren.

 
Bron:Belastingdienst/BI
 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Werknemers minder salaris bij nieuwe ronde overheidssteun!

Werknemers van bedrijven die gebruik maken van de loonsubsidie moeten minder salaris krijgen.
          
Dat is een van de opties die het Centraal Planbureau biedt in een rapport over de lessen van de NOW-regeling, de regeling waardoor bedrijven een subsidie krijgen om de lonen te blijven doorbetalen in de coronacrisis.

Als het salaris van die werknemers gekort wordt zouden mensen sneller geneigd zijn om te wisselen van baan, is de gedachte. Want hoe langer de coronacrisis duurt, hoe meer de vraag wordt: als een bedrijf zo lang zoveel minder omzet maakt, zou het dan niet beter zijn als de werknemers elders gaan werken? Volgens het CPB moeten daar financiële prikkels voor komen.

 

70 procent doorbetalen

Op dit moment worden zo’n 693.000 mensen doorbetaald via de loonsubsidie van de Overheid. Dat zijn er al veel minder dan in het begin van de coronacrisis: in de maanden maart, april en mei werden zo’n 2,6 miljoen mensen in dienst gehouden met behulp van deze regeling. Zo’n 8 miljard euro werd daarvoor overgemaakt aan bedrijven.

Het gaat om mensen die werken bij bedrijven die door de coronacrisis veel minder omzet maken. Het bedrijf krijgt een percentage van de loonkosten vergoed, afhankelijk van hoe groot het omzetverlies is, en betaalt een deel van het salaris zelf. De werknemer krijgt op die manier 100 procent van het salaris doorbetaald.

Als je werknemers nog maar 70 procent van hun loon betaalt (hetzelfde als een WW-uitkering), zouden mensen een prikkel hebben om zich om te scholen en naar een bedrijf over te stappen dat nog wel goed draait, zegt het CPB.

Het onderzoeksinstituut zet daar wel een kanttekening bij: er zitten juridische obstakels aan, ook omdat werknemers zich tegen zo’n loonoffer zullen verzetten. “Maar naarmate de maximale duur van de NOW verder wordt verlengd, neemt het belang van een loonoffer toe”, schrijft het CPB.

 

Veel vraag naar personeel

Het doel van de NOW-regeling, dat volgens het CPB ook wordt gehaald, is het voorkomen dat mensen ontslagen worden en dat de werkloosheid nog sterker oploopt. Maar er zijn ook nadelen: het leidt ertoe dat werknemers in dienst gehouden worden door bedrijven die misschien wel blijvend geraakt zijn door de coronacrisis , terwijl ze eigenlijk nodig zijn in andere sectoren.

Het CPB vermoedt bijvoorbeeld dat de fysieke winkels in de winkelstraat en het personenvervoer de gevolgen blijvend zullen voelen. In die gevallen zouden werknemers daar niet te lang in dienst moeten blijven, maar snel omgeschoold worden.

Baankansen zijn het grootst in ICT, onderwijs en zorg

Hoewel de werkloosheid fors is opgelopen sinds het begin van de coronacrisis, is er in bepaalde sectoren nog steeds veel vraag naar personeel. Uitkeringsinstantie het UWV bracht onlangs naar buiten dat bijvoorbeeld in de ict, het onderwijs en de zorg veel mensen nodig zijn.

 

Omscholing

Volgens het CPB is omscholing daarbij van belang: daarmee kunnen mensen worden begeleid naar een nieuwe baan. Het is wel belangrijk dat de trainingen die daarbij horen in deeltijd kunnen en op flexibele tijden aangeboden worden, zegt het CPB. Ook zouden er subsidies kunnen komen voor werknemers die overstappen van een bedrijf dat loonsubsidie ontvangt naar een bedrijf dat nog groeit.

De komende weken, tot 1 oktober, kunnen bedrijven nog gebruik maken van de steunmaatregelen van het kabinet. Op Prinsjesdag, 15 september, wordt bekend of er een derde steunpakket komt en hoe dat eruit komt te zien.

 
 
now-regeling,NOW 2.0, NOW-subsidie, NOW loonsubsidie, Now loonkosten, loonvergoeding NOW, tegemoetkoming NOW, Noodpakket 2.0, UWV regeling, NOW maatregel,

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwsbrief Loonheffingen 2021 in september

Te weinig wijzigingen voor 2021 om in juli al een nieuwsbrief Loonheffingen 2021 uit te brengen, meldt de Belastingdienst .
     
Daarom verschijnt de 1e nieuwsbrief Loonheffingen 2021 dit jaar in september, na Prinsjesdag. Wat is er al wel bekend over de belastingplannen 2021?

De staatssecretarissen Vijlbrief en Van Huffelen van Financiën hebben in mei een overzicht van de maatregelen en wetsvoorstellen naar de Eerste Kamer en Tweede Kamer gestuurd, die naar verwachting zullen worden opgenomen in het Belastingplan 2021. Bij het overzicht dient te worden aangetekend dat de inhoud van het pakket Belastingplan 2021 pas kort voor Prinsjesdag stilstaat en tot die tijd nog kan wijzigen.

 

1e Nieuwsbrief Loonheffingen 2021 in september

Er wordt nog hard gewerkt aan het pakket Belastingplan 2021 die op 1 januari in werking treedt.

Eerder dit jaar informeerde het ministerie dat het pakket naast de wetsvoorstellen Belastingplan 2021 en Overige fiscale maatregelen 2021 een wetsvoorstel zal bevatten met de eerste verbeteringen en alternatieven op weg naar een beter en menselijker systeem binnen het toeslagenstelsel. Daarnaast wordt mogelijk een aantal fiscale coronamaatregelen in een wetsvoorstel in het pakket opgenomen.

Het ministerie had wel een geactualiseerde lijst van fiscale wetsvoorstellen die naar verwachting later dit jaar bij de Tweede Kamer worden ingediend. De exacte inhoud wordt pas vastgezet vlak voor Prinsjesdag, waardoor het pakket Belastingplan 2021 nog kan veranderen voor die tijd.

De voorstellen die er op dit moment liggen zijn:

  • Aanscherpen renteaftrekbeperking om belastingontwijking in specifieke gevallen te voorkomen
  • Aanpassen heffingsmoment aandelenoptierechten voor startups
  • Aanpassen van de korting op de bijtelling (zonder begrenzing) voor zonnecelauto’s
  • Aanpassen postcoderoosregeling in de energiebelasting
  • Aanpassen overgangsregeling levensloopregeling
  • Aanpassen aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten naar aanleiding arrest Hoge Raad
  • Belastbaar feit in de BPM vervroegen van moment van tenaamstelling naar het moment van inschrijving
  • Fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting
  • Overgangsrecht natuurschoonwet 1928 ter begeleiding van aanpassing voorwaarden NSW-landgoederen n.a.v. evaluatie NSW
  • Regeling in de energiebelasting voor walstroom
  • Reparatie onbeoogde wijziging eigenwoningforfait uitzendregeling
  • Schijfgrenzen en tarieven BPM voor 2021 tot en met 2025 aanscherpen (in vervolg op Wet uitwerking Autobrief II)
  • Verhogen effectief tarief innovatiebox van 7% naar 9%
  • Verduidelijken afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk m.b.t. publieke kennisinstellingen
  • Verduidelijken mogelijke samenloop tussen de hybridemismatchmaatregelen en bepaalde renteaftrekbeperkingen
  • Verduidelijken kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
  • Verlengen tijdelijk verlaagd tarief laadpalen (afhankelijk van onderzoek)
  • Vrijstelling van de tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS)
  • Technisch: aanpassen begrip ‘inrichting’ in afvalstoffenbelasting
  • Tijdelijke verhoging van de vrije ruimte in de werkkostenregeling

 
Bron: Belastingdienst
 
 

Gerelateerd

Verbeterde versie 3e Nieuwsbrief Loonheffingen 2020
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2020, loonheffingen 2020, belastingdienst 2020, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris.pensioen,premies,

door100% Salarisverwerking B.V.

Ontslagrecht en arbeidsmarkt op de schop

Dit verandert er op 1 januari 2020


                    

Krap vijf jaar na invoering van de Wet Werk en Zekerheid staat er al een nieuwe wet voor de deur. De wet Arbeidsmarkt in Balans gooit vanaf 1 januari 2020 een hoop regels voor werknemers en werkgevers op de schop. Dit is wat er vanaf dat moment gaat veranderen.


 
Het ontslagrecht wordt grondig hervormd, net als de regels rondom contracten en flexibele arbeid. Bij introductie van de plannen volgde er forse kritiek, zowel van werkgevers als werknemers.

Het kabinet stelt juist dat vaste contracten nu te veel bescherming bieden, terwijl flexbanen dat nauwelijks doen. Door dat grote verschil zijn werkgevers huiverig om personeel in vaste dienst te nemen. Vast moet dus minder vast worden, flexibel minder flexibel.

ontslag makkelijker maken, makkelijker ontslagen worden, gemaak in ontslag,ontslag beter geregeld,ontslagen worden,
 

Makkelijker werknemers ontslaan

Daarom wordt het makkelijker om iemand te ontslaan. Nu kan iemand alleen ontslagen worden als hij of zij voldoet aan een van de acht formele ontslaggronden, zoals slecht functioneren, verwijtbaar handelen, werkweigering of een verstoorde arbeidsrelatie. Daarvoor moet dan een compleet ontslagdossier worden opgebouwd op een van die gronden.

Als dat dossier niet volledig is, is het ontslag niet mogelijk. Maar vanaf 2020 kun je verschillende gronden combineren. Als iemand slecht werk levert, vaak te laat komt, werk weigert en dan ook nog een verstoorde relatie met de werkgever heeft, kunnen die verschillende gronden opgeteld worden. Die combinatie is wellicht wel voldoende voor ontslag.
 

Transitievergoeding bij ontslag

De transitievergoeding, zoals de ontslagvergoeding formeel heet, wordt straks anders berekend. Nu is het zo geregeld dat een werknemer die ontslagen wordt of geen contractverlenging krijgt vanaf 24 maanden diensttijd recht heeft op een ontslagvergoeding. Werknemers die 50 jaar en ouder zijn of meer dan tien jaar in dienst zijn krijgen nu nog een extra hoge vergoeding. Per dienstjaar sinds hun 50e verjaardag krijgen 50-plussers een maandsalaris als ze worden ontslagen.

Mensen die langer dan tien jaar bij dezelfde baas werken krijgen voor ieder extra gewerkt jaar een half maandsalaris aan ontslagvergoeding.

Dat verandert. Vanaf 1 januari heeft iedere werknemer vanaf dag 1 recht op een transitievergoeding. Maar die wordt voor iedereen, ongeacht leeftijd of aantal dienstjaren, vastgesteld op een derde maandsalaris per gewerkt jaar.

Dat betekent dus dat de ontslagvergoeding voor mensen die relatief kort bij een bedrijf werken gunstiger wordt, zij hoeven immers niet eerst twee jaar te wachten voor ze er aanspraak op maken, en voor oudgedienden een stuk minder gunstig.
 

derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

Prinsjesdag 2019: wat verandert er op de arbeidsmarkt?

 

Contracten sneller aanbieden

Ook contractueel verandert er veel. Het kabinet gaat het makkelijker maken om langere tijd op tijdelijke contracten te werken. Op dit moment krijgt een werknemer maximaal drie aansluitende contracten over een periode van twee jaar. Dat worden drie aansluitende contracten over een periode van drie jaar.

Na die tijd mogen er geen tijdelijke contracten meer worden aangeboden, maar moet een werkgever iemand vast in dienst nemen. Als de werkgever dat niet doet, mag een werknemer minimaal zes maanden niet voor die werkgever werken.
 

Oproepkrachten en payrollers

Bedrijven die veel met oproepkrachten werken moeten ook veel aanpassen. Die moeten minimaal vier dagen van tevoren laten weten wanneer een oproepkracht verwacht wordt. Als binnen die vier dagen een oproep wordt afgezegd, moet de opdrachtgever toch betalen.

Na twaalf maanden als oproepkracht is een werkgever verplicht om een oproepkracht een contract aan te bieden voor het gemiddeld aantal gewerkte uren in dat jaar. Als een oproepkracht voor 20 uur per week is ingehuurd, maar gemiddeld 28 uur per week heeft gewerkt, moet hij of zij een contract voor 28 uur aangeboden krijgen.

Payrollers krijgen vrijwel dezelfde status als werknemers. Dat zorgt ervoor dat het inhuren van payrollers minder aantrekkelijk wordt voor werkgevers. Salaris, vakantiegeld, prestatiebeloning, dertiende maand, vakantiedagen: de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden worden volledig gelijk getrokken. De payroller blijft wel onder de eigen regeling van het payrollbedrijf voor het pensioen vallen.
 
Bron:RTL Z
 
 

Zie ook:

Het tweeschijvenstelsel versnelt!
Al klaar voor de Wet arbeidsmarkt in balans?
Fiscale bijtelling auto 2020
2020 veranderen de regels voor oproepkrachten ingrijpend
Handreiking gebruikelijkloonregeling vernieuwd
Factsheet premiedifferentiatie WW
Wijzigingen voor de loonheffingen 2020
 
regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,