Tag archief contracturen

door100% Salarisverwerking B.V.

Werkgeversbetaling in aangifte loonheffingen

Ontvangt een werknemer een uitkering van de UWV dit via de werkgever?
              
En ontvangt hij ook loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van deze werkgever? Dan is sprake van een werkgeversbetaling. In deze handreiking leest u hoe u dit verwerkt in de aangifte loonheffingen.

Deze handreiking geldt voor de situatie dat de werknemer in dienstbetrekking is bij de werkgever.

 

Werkgeversbetaling

Een werkgever en werknemer kunnen afspreken dat de werknemer de uitkering van UWV via de werkgever ontvangt. De werknemer moet UWV daarvoor machtigen.

UWV kan die uitkering aan de werkgever betalen in de vorm van een werkgeversbetaling of instantiebetaling.

De instantiebetaling gebruikt u voor de situatie waarin de werknemer geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking meer van u krijgt, maar u hem nog wel een aanvulling op zijn uitkering betaalt.

Deze handreiking gaat over de werkgeversbetaling. De werkgeversbetaling geldt voor de situatie dat de werkgever de uitkering doorbetaalt en de werknemer nog loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van dezelfde werkgever krijgt.

Bij een werkgeversbetaling betaalt UWV aan de werkgever, behalve de uitkering, ook de premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw over de uitkering.

 

Samenvoegingsregels en witte tabel

Voor de berekening van de loonheffingen telt u de uitkering van UWV, het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en een eventuele aanvulling op de uitkering bij elkaar op. Dit zijn de samenvoegingsregels. Op het totaal past u de witte tabel toe. Ook berekent u over het totaal de premies werknemersverzekeringen.

 

WW-premie

Voor een werkgeversbetaling geldt altijd de lage WW-premie.

Voor een eventuele aanvulling op de uitkering gebruikt u dezelfde WW-premie als voor het reguliere loon.

Inkomstenverhouding

In 2020 en 2021 kunt u kiezen hoe u een werkgeversbetaling in de aangifte verwerkt:

    1. in een aparte inkomstenverhouding
    2. in dezelfde inkomstenverhouding als het loon

 

1. In een aparte inkomstenverhouding

Onderstaande informatie is van toepassing als u de werkgeversbetaling aangeeft in een aparte inkomstenverhouding.

Code soort inkomstenverhouding
U gebruikt de Code soort inkomstenverhouding die bij de werkgeversbetaling hoort:

Tabel code soort inkomstenverhouding bij een soort uitkering

Tabel code soort inkomstenverhouding bij een soort uitkering

Contractloon, contracturen en contractindicaties
U vult deze rubrieken bij deze inkomstenverhouding niet in.

WW-premie
U geeft de lage WW-premie aan.

Verloonde uren
De hoogte van de verloonde uren die u invult in de aparte inkomstenverhouding, hangt af van de soort uitkering die de werkgever doorbetaalt.

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

 

2. In dezelfde inkomstenverhouding als het loon

Onderstaande informatie is van toepassing als u de werkgeversbetaling aangeeft in dezelfde inkomstenverhouding als het loon.

Code soort inkomstenverhouding
U gebruikt de Code soort inkomstenverhouding die geldt voor het reguliere loon.

Contractloon, contracturen en contractindicaties
U vermeldt het contractloon, de contracturen en de contractindicaties die gelden voor het reguliere loon.

WW-premie
Gebruikt u voor het reguliere loon de hoge WW-premie en geeft u de werkgeversbetaling aan in dezelfde inkomstenverhouding als het reguliere loon? Dan vult u de WW-premie als volgt in:

  • U vermeldt de hoge en lage grondslagaanwas gezamenlijk in de rubriek Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf hoog.
  • U vermeldt de hoge en lage WW-premie gezamenlijk in de rubriek Premie AWf hoog.

Aandachtspunt bij LIV, Jeugd-LIV en sommige loonkostenvoordelen
Een uitkering uit de werknemersverzekeringen telt niet mee als jaarloon voor de bepaling van het (jeugd-)LIV en sommige loonkostenvoordelen. Als u de werkgeversbetaling en het reguliere loon opgeeft in één inkomstenverhouding, kan UWV de werkgeversbetaling toch bij het jaarloon tellen. Hierdoor wordt het jaarloon hoger en stelt UWV het (jeugd-)LIV of het loonkostenvoordeel misschien verkeerd vast.

Verloonde uren

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

 

Genietingsmoment werkgeversbetaling

U verwerkt de werkgeversbetaling in de aangifte over het tijdvak waarin de werkgever de uitkering doorbetaalt. Wanneer de werkgever de uitkering van UWV ontvangt, is niet van belang.

 

Aanvulling op uitkering

Soms betaalt de werkgever een aanvulling op de uitkering uit werknemersverzekeringen. Deze aanvulling vermeldt u in de inkomstenverhouding die u gebruikt voor het reguliere loon.

U geeft het bedrag van de aanvulling aan in de rubriek ‘Verstrekte aanvulling op uitkering werknemersverzekering‘.

 

Voorbeeld

Een werknemer heeft een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is. Het maandloon is € 1000. Daarnaast ontvangt de werknemer van de werkgever een WIA-uitkering van € 500 (werkgeversbetaling). Ook ontvangt de werknemer een aanvulling van € 100.

Voor het reguliere loon en de aanvulling geldt de hoge WW-premie. Voor de werkgeversbetaling geldt de lage WW-premie.

 

Uitwerking

U gebruikt 2 inkomstenverhoudingen.

Tabel inkomstenverhouding 1 (regulier loon en aanvulling)

Tabel inkomstenverhouding 1 (regulier loon en aanvulling)

 Tabel inkomstenverhouding 2

Tabel inkomstenverhouding 2 (uitkering)

U gebruikt 1 inkomstenverhouding.

Tabel inkomstenverhouding

Tabel inkomstenverhouding

In dit voorbeeld doet u dit als volgt:

  • U telt de aanwas van de grondslag voor de hoge en lage premie bij elkaar op. Deze aanwas is het bedrag waarover de premies moeten worden berekend. Het totaal geeft u aan in de rubriek ‘Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf hoog’.
  • U telt de lage en hoge WW-premie bij elkaar op. Het totaal geeft u aan in de rubriek ‘Premie AWf hoog’.

 
 

Meer informatie

Paragraaf 7.6.2 Handboek Loonheffingen
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Kennisdocument premiedifferentiatie WW
Memo verloonde uren
 
 

Wetsartikelen

artikel 33 lid 2, letter a Wet loonbelasting
artikel 9.1 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011
artikel 9.4 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011
 
 

2019, 2020, LIV, jeugd LIV,LKV, jeugd liv, jeugd Lage Inkomens Voordeel,liv SV-loon, Sociale Verzekeringsloon, lage-inkomensvoordeel (LIV),belasting,belastingzaken,lage salaris,loonverwerkers,salarisverwerker,salaris,LKV,

door100% Salarisverwerking B.V.

Hoe, aanvullend geboorteverlof aangeven in aangifte?

Vanaf 1 juli 2020 kan nu een werknemer aanvullend geboorteverlof aanvragen.
             
Dit verlof is voor partners van vrouwen die net bevallen zijn. In deze handreiking leest u hoe u aanvullend geboorteverlof verwerkt in de aangifte loonheffingen.

Een werknemer kan maximaal 5 weken aanvullend geboorteverlof opnemen als de partner net is bevallen. Hij krijgt dan een uitkering van UWV van 70% van het dagloon tot maximaal 70% van het maximumdagloon. De werkgever ontvangt de uitkering van UWV en betaalt deze door aan de werknemer. UWV kan de uitkering ook rechtstreeks aan de werknemer betalen. UWV draagt dan de loonheffingen af. Als een werknemer aanvullend geboorteverlof wil opnemen, vraagt de werkgever dit aan bij UWV.
 

Witte tabel

De uitkering voor aanvullend geboorteverlof is loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. U past de witte tabel toe.
 

Lage WW-premie

Een uitkering voor aanvullend geboorteverlof valt onder de Wet arbeid en zorg (WAZO). Hiervoor geldt altijd de lage WW-premie.
 

Inkomstenverhouding

Als de werkgever de uitkering voor aanvullend geboorteverlof aan de werknemer betaalt, hebt u in 2020 en 2021 de keuze hoe u dit verwerkt in de aangifte:

    1. in een aparte inkomstenverhouding (verplicht vanaf 2022)
    2. in dezelfde inkomstenverhouding als het loon

 

1. In een aparte inkomstenverhouding (verplicht vanaf 2022)

Voor de begin- en einddatum van de aparte inkomstenverhouding is het genietingsmoment van de uitkering van belang. U verwerkt de uitkering in de aangifte(n) over het tijdvak waarin het genietingsmoment valt (of de genietingsmomenten vallen). Dit is het moment waarop de werkgever de uitkering betaalt. Als sprake is van een betaling in termijnen, dan loopt de inkomstenverhouding door tot en met de betaling van de laatste termijn van de uitkering.

2. In dezelfde inkomstenverhouding als het loon

U verwerkt de uitkering samen met het loon in de aangifte(n) over het tijdvak waarin het genietingsmoment valt (of de genietingsmomenten vallen).
 

Aanvulling op uitkering aanvullend geboorteverlof

Soms betaalt de werkgever nog een aanvulling op de uitkering voor aanvullend geboorteverlof. Deze aanvulling vermeldt u in de inkomstenverhouding voor het reguliere loon.
 

Code soort inkomstenverhouding

Als u de uitkering aanvullend geboorteverlof aangeeft in een aparte inkomstenverhouding, dan is de Code soort inkomstenverhouding code 31 (Ziektewetuitkering).

Geeft u de uitkering aan in dezelfde inkomstenverhouding als het loon, dan gebruikt u de Code soort inkomstenverhouding die geldt voor het reguliere loon.
 

Code incidentele inkomensvermindering

Is het loon dat een werknemer ontvangt, samen met de uitkering, lager dan het overeengekomen loon in een aangiftetijdvak? Dan vult u Code incidentele inkomensvermindering ‘G’ in. U geeft de code op in de inkomstenverhouding van het reguliere loon. Dit is ook het geval als u de uitkering aangeeft in een aparte inkomstenverhouding.
 

Let op!

U gebruikt code ‘G’ alleen als het reguliere loon – samen met de uitkering aanvullend geboorteverlof en een eventuele aanvulling door de werkgever – in het aangiftetijdvak lager is dan het overeengekomen loon.

Als u code ‘G’ invult, berekent UWV een eventuele uitkering niet over dit lagere loon.
 

Verloonde uren

U vermeldt het gebruikelijke aantal verloonde uren bij een uitkering aanvullend geboorteverlof.

Geeft u de uitkering aanvullend geboorteverlof aan in een aparte inkomstenverhouding? Dan vermeldt u bij volledig verlof het gebruikelijke aantal verloonde uren in deze inkomstenverhouding. Heeft de werknemer gedeeltelijk gewerkt in een aangiftetijdvak? Dan vermeldt u de verloonde uren die horen bij de gewerkte uren in de inkomstenverhouding voor het reguliere loon. Het restant verloonde uren vermeldt u in de inkomstenverhouding voor de uitkering.

 

Contractloon, contracturen en contractindicaties

De volgende rubrieken wijzigen niet bij de opname van aanvullend geboorteverlof:

  • contractloon
  • contracturen
  • 3 contractindicaties

 

Geeft u de uitkering aan in een aparte inkomstenverhouding? Dan vult u deze rubrieken voor deze inkomstenverhouding niet in.

 

Voorbeeld 1

Geen aanvulling door de werkgever

Een werknemer verdient normaal € 1.000 per maand voor 100 verloonde uren. In periode augustus 2020 ontvangt hij alleen een uitkering aanvullend geboorteverlof van € 700. Hij ontvangt geen regulier loon en de werkgever betaalt geen aanvulling.

Hoe verwerkt u dit in de aangifte loonheffingen?

De uitwerking voor 2 aparte inkomstenverhoudingen:

Inkomstenverhouding regulier loon

  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Code incidentele inkomensvermindering = G
  • Verloonde uren = 0
  • Contractloon en contracturen = als vóór het verlof
  • Contractindicaties = als vóór het verlof
  • Loon = € 0

 

Inkomstenverhouding uitkering aanvullend geboorteverlof

  • Code soort inkomstenverhouding = 31
  • Code incidentele inkomensvermindering = niet van toepassing
  • Verloonde uren = 100
  • Loon = € 700
  • Contractloon en contracturen = niet van toepassing
  • Contractindicaties = niet van toepassing

 

De uitwerking voor als u het loon en de uitkering in één inkomstenverhouding verwerkt (vanaf 2022 niet meer toegestaan):

Inkomstenverhouding regulier loon

  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Code incidentele inkomensvermindering = G
  • Verloonde uren = 100
  • Contractloon en contracturen = als vóór het verlof
  • Contractindicaties = als vóór het verlof
  • Loon = € 700

 

Voorbeeld 2

Aanvulling tot 100% van het loon

Een werknemer verdient normaal € 1.000 per maand voor 100 verloonde uren.
In periode augustus 2020 heeft hij gedeeltelijk gewerkt (60 uur) en gedeeltelijk een uitkering aanvullend geboorteverlof ontvangen. Daarnaast heeft de werkgever nog een aanvulling op deze uitkering betaald. De bedragen zijn als volgt:

Tabel met bedragen en verloonde uren per loonbestanddeel

Tabel met bedragen en verloonde uren per loonbestanddeel

 

Hoe verwerkt u dit in de aangifte loonheffingen?

De uitwerking voor 2 aparte inkomstenverhoudingen:

Inkomstenverhouding regulier loon

  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Code incidentele inkomensvermindering = niet van toepassing
  • Verloonde uren = 60
  • Contractloon en contracturen = als vóór het verlof
  • Contractindicaties = als vóór het verlof
  • Loon = € 700

 

Inkomstenverhouding uitkering aanvullend geboorteverlof

  • Code soort inkomstenverhouding = 31
  • Code incidentele inkomensvermindering = niet van toepassing
  • Verloonde uren = 40
  • Loon = € 300
  • Contractloon en contracturen = niet van toepassing
  • Contractindicaties = niet van toepassing

 

De uitwerking voor als u het loon en de uitkering in één inkomstenverhouding verwerkt (vanaf 2022 niet meer toegestaan):

Inkomstenverhouding regulier loon

  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Code incidentele inkomensvermindering = niet van toepassing
  • Verloonde uren = 100
  • Contractloon en contracturen = als vóór het verlof
  • Contractindicaties = als vóór het verlof
  • Loon = € 1.000

 

Wetsartikel

Artikel 4.2a tot en met artikel 4.2c Wet arbeid en zorg
 
 

Meer informatie

Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Memo verloonde uren
uwv.nl/aanvullend geboorteverlof
WIEG regeling vanaf 1 juli
 
 
NOW regeling, NOW maatregels, Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), NOW, UWV, Belastingdienst,

door100% Salarisverwerking B.V.

Herzien WW-premie als dienstbetrekking binnen 2 maanden eindigt

De werkgever is dan met terugwerkende kracht de hoge WW-premie verschuldigd.
             
Gaat een werknemer voor wie u de lage WW-premie hebt toegepast uiterlijk 2 maanden na aanvang van de dienstbetrekking uit dienst?
Dan moet u de lage premie herzien.

In deze handreiking staat ‘vast contract’ als het gaat om een arbeidsovereenkomst, die op grond van de hoofdregel voldoet aan de voorwaarden voor de lage WW-premie.

U moet de WW-premie herzien in elke situatie waarin de dienstbetrekking uiterlijk 2 maanden na aanvang eindigt. Dit geldt ook als dat niet binnen de proeftijd gebeurt.
 

Verlaging van contracturen

Bij een verlaging van de contracturen eindigt de dienstbetrekking slechts gedeeltelijk. Dan hoeft u de lage premie niet te herzien.

Uitzonderingen

Als u de lage WW-premie toepast, hoeft u deze niet te herzien bij de volgende werknemers:

  • Een BBL-leerling met zowel een praktijkovereenkomst als een arbeidsovereenkomst.
  • Een werknemer jonger dan 21 jaar, voor wie maximaal 48 uren zijn verloond per vierwekenaangifte of maximaal 52 uren per maandaangifte.

Als deze werknemers binnen 2 maanden na aanvang van de dienstbetrekking uit dienst gaan, blijft de lage WW-premie gelden.
 

Aaneengesloten arbeidsovereenkomsten

Arbeidsovereenkomsten die elkaar zonder onderbreking opvolgen, worden als één dienstbetrekking gezien. Dit geldt ook als niet alle arbeidsovereenkomsten voldoen aan de voorwaarden voor de lage premie.

Herzien

Hieronder vindt u 4 situaties waarin u de lage WW-premie moet herzien.

Situatie 1
Een werknemer heeft vanaf 1 januari 2020 een vast contract. U past de lage WW-premie toe. De werknemer neemt op 29 februari 2020 ontslag. U moet de lage premie herzien over januari en februari.

Situatie 2
Een werknemer heeft een tijdelijk contract vanaf 1 januari tot en met 31 januari 2020. U gebruikt de hoge WW-premie. In februari en maart is er geen contract. Vanaf 1 april 2020 krijgt de werknemer een vast contract. Dit contract wordt op 31 mei 2020 met wederzijds goedvinden beëindigd. U moet de lage WW-premie herzien over de maanden april en mei. Het contract in januari telt niet mee bij de bepaling van de 2 maanden omdat de contracten elkaar niet zonder onderbreking hebben opgevolgd.

Situatie 3
Werknemer heeft een tijdelijk contract vanaf 1 januari tot en met 31 januari 2020. U gebruikt de hoge WW-premie. Vanaf 4 februari krijgt hij een vast contract. Dit contract wordt op 31 maart 2020 beëindigd. U moet de lage WW-premie herzien over de maanden februari en maart. Het contract in januari telt niet mee bij de bepaling van de 2 maanden omdat de contracten elkaar niet zonder onderbreking hebben opgevolgd.

Situatie 4
Een werknemer heeft van 1 januari tot en met 31 januari 2020 een tijdelijk contract. U gebruikt de hoge WW-premie. Vanaf 1 februari krijgt hij een vast contract. U past vanaf deze datum de lage WW-premie toe. De werknemer neemt ontslag op 28 februari 2020. U moet de lage premie herzien over de maand februari, omdat het contract binnen 2 maanden na aanvang van het 1e contract eindigt.

 

Geen herziening

In de volgende situaties hoeft u de lage premie niet te herzien:

Situatie 1
Een werknemer heeft van 1 januari 2020 tot en met 31 januari 2020 een tijdelijk contract. Hiervoor geldt de hoge WW-premie. Vanaf 1 februari krijgt de werknemer een vast contract. U past vanaf deze datum de lage WW-premie toe. De werknemer wordt op 15 maart 2020 ontslagen. U hoeft de lage premie niet te herzien, omdat de arbeidsovereenkomsten elkaar zonder onderbreking opvolgen en gezamenlijk langer dan 2 maanden hebben geduurd.

Situatie 2
Een werknemer krijgt op 1 januari 2020 een vast contract voor 36 uur per week. Hiervoor geldt de lage WW-premie. Vanaf 1 februari worden de contracturen verlaagd naar 24 uur per week. Er is sprake van een gedeeltelijke beëindiging van de dienstbetrekking. U hoeft de lage premie niet te herzien.

 

Verwerken in de aangifte loonheffingen

Hoe u de herziening in de aangifte loonheffingen verwerkt, leest u in onderstaand voorbeeld.

Een werknemer komt per 1 maart 2020 in dienst. Hij heeft een vast contract. Het maandloon is €1000. De lage WW-premie is van toepassing.
De werknemer gaat op 15 april 2020 uit dienst. Dit is uiterlijk twee maanden na aanvang van de dienstbetrekking. Het loon over april is €500. Hier is sprake van een herzieningssituatie, waardoor u met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moet toepassen. De contractindicaties past u niet aan.

Stel de lage premie is 3% en de hoge premie is 8% (fictieve percentages). In de aangifte loonheffingen verwerkt u de lage premie als volgt:

Tabel aangiftetijdvak

Tabel aangiftetijdvak

In een correctiebericht verwerkt u de herziening als volgt:

Tabel correctie (bij mei of juni),Tabel aangiftetijdvak

Tabel correctie (bij mei of juni)

Correctie met terugwerkende kracht tot en met 1 maart

Door een cao-wijziging heeft de werknemer nog met terugwerkende kracht recht op een salarisverhoging van €100 per maand.
Omdat de lage premie over maart en april herzien is, moet u de hoge WW-premie ook toepassen over de salarisverhoging. Dit moet u opgeven in de rubrieken ‘Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf herzien’ en ‘Premie AWf herzien’.

U verzendt correctieberichten over de aangiften van maart en april. In die correctieberichten vult u de rubrieken als volgt in:

Correctie met terugwerkende kracht tot en met 1 maart

Tabel correctie


 

Einde contract in volgend kalenderjaar

Als de dienstbetrekking aan het einde van het ene kalenderjaar begint en eindigt in het volgende kalenderjaar, dan rekent u met de premies die in elk kalenderjaar van toepassing zijn.

 

Wetsartikelen

Artikel 27 Wet financiering sociale verzekeringen
Artikel 2.3, lid 2 Besluit Wet financiering sociale verzekeringen

 
 

Meer informatie

Kennisdocument Premiedifferentiatie WW
Nieuwsbrief Loonheffingen 2020
 
 

Gerelateerde artikelen

Overzichtsartikel WAB
Handreiking voorwaarden lage WW-premie
Handreiking ‘Herzien lage WW-premie in de loonaangifte’
 
loonadministratie, loonverwerking, loonverwerkers,loonverwerker, loon, wet en regelgeving loon, belastingen en loon, loonbelasting,