Tag archief fiscale maatregelen

door100% Salarisverwerking B.V.

Bijzonder uitstel van betaling tot 1 april 2021

Vanwege de aanhoudende financiële effecten van de coronacrisis heeft het kabinet besloten een aantal fiscale maatregelen te verlengen.
   
Een daarvan is het bijzonder uitstel van betaling. Hebt u nog geen bijzonder uitstel aangevraagd? Of hebt u dit wel aangevraagd, maar niet verlengd? Aanvragen of verlengen kan nu tot 1 april 2021. Daarmee vervalt de eerdere deadline van 1 januari 2021. Hebt u eerder al verlenging van het bijzonder uitstel aangevraagd en gekregen? Dan hoeft u niets te doen. Voor u geldt het bijzonder uitstel automatisch tot 1 april 2021.

 

Verlengen bijzonder uitstel

Hebt u eerder bijzonder uitstel van 3 maanden aangevraagd? Dan hebt u nu tot 1 april 2021 de tijd om het te verlengen. Dat gaat makkelijk en snel met een online formulier.

Kiest u ervoor om het bijzonder uitstel van 3 maanden niet te verlengen? Dan verwachten wij dat u na de laatste dag van uw bijzonder uitstel de belasting weer op tijd betaalt.

 

Aanvragen bijzonder uitstel

Bent u recent in financiële problemen gekomen door de coronacrisis? Tot 1 april 2021 kunt u voor de 1e keer bijzonder uitstel van betaling aanvragen. Dit doet u binnen enkele minuten met een online formulier.

 

Ruimhartige betalingsregeling van 36 maanden

In de periode waarin u bijzonder uitstel van betaling hebt, bouwt u een belastingschuld op. Wij bieden u daarvoor een betalingsregeling aan. U krijgt van 1 juli 2021 tot 1 juli 2024 de tijd om uw belastingschuld af te lossen. U betaalt dan 36 maanden lang elke maand een vast bedrag.

Hebt u verlenging van uw bijzonder uitstel? Dan hoeft u tot 1 april 2021 de belastingen waarvoor uw bijzonder uitstel geldt, nog niet te betalen. Deze belastingen vallen ook automatisch onder de betalingsregeling van 36 maanden.

 

Geen brief in december voor ondernemers met bijzonder uitstel

Eerder hebben wij toegezegd dat u in december een brief ontvangt wanneer u gebruikmaakt van het bijzonder uitstel. Door de nieuwe aanpassingen in deze regeling zullen wij deze brief niet versturen. Nu de regeling voor bijzonder uitstel langer loopt, kunnen wij u ook pas na 1 april 2021 informeren over de hoogte van uw belastingschuld die onder de betalingsregeling van 36 maanden valt.

Lees meer over het aanvragen of verlengen van bijzonder uitstel vanwege de coronacrisis

 

Overige fiscale maatregelen

Het kabinet heeft besloten ook de volgende fiscale regelingen tot 1 april 2021 te verlengen:

  • uitstel van administratieve verplichtingen rondom de loonheffingen
  • het akkoord met Duitsland en België over de belastingheffing van grenswerkers
  • de vrijstelling voor bepaalde Duitse netto-uitkeringen
  • het btw-nultarief op mondkapjes
  • het fiscaal mogelijk maken van de betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Verder komen er 2 nieuwe fiscale regelingen:

  • een btw-tarief van 0% op COVID-19-vaccins en – testkits
  • de opslag voorraad- en aanpassingskosten horeca wordt vrijgesteld van inkomsten- en vennootschapsbelasting

 
 

Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid, kabinet

door100% Salarisverwerking B.V.

Antwoorden uitruil reiskosten, webinar corona

De Belastingdienst heeft een aantal vragen over de uitruil van reiskosten in corona tijd beantwoord.
          
Het gaat om vragen die deelnemers hebben gesteld tijdens het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen ’.

Het webinar werd georganiseerd door de Belastingdienst en heeft op 30 september plaatsgevonden. Het ging onder andere over de gevolgen van de coronamaatregelen voor de loonheffingen, inkomsten- en vennootschapsbelasting en de invordering.

Hieronder leest u de vragen en antwoorden.

 
1. Een werknemer krijgt een vaste reiskostenvergoeding van € 0,08 per kilometer op basis van de 214-dagenregeling. Hij werkt sinds de coronamaatregelen vanuit huis. In december 2020 geeft de werknemer aan dat hij het individueel keuzebudget (IKB) wil inzetten voor een aanvullende reiskostenvergoeding. Kan de werkgever onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer op basis van de 214-dagenregeling?
De werkgever mag de goedkeuring uit het besluit alleen toepassen als de werknemer zijn keuze voor de uitruil vóór 13 maart 2020 heeft gemaakt.

In dit geval geldt de goedkeuring uit het besluit niet.

De werknemer mag alleen uitruilen op basis van 214 dagen als aan het einde van het jaar blijkt dat hij in 2020 meer dan 128 dagen werkelijk heeft gereisd. Heeft hij minder dan 128 dagen gereisd, dan mogen alleen de werkelijke reisdagen uitgeruild worden.
 
2. Werknemers kunnen meerdere keren per jaar uitruilen. In het salarissysteem moet de werknemer de keuze iedere keer opnieuw maken. Mag een werknemer het hele jaar onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer als hij al 2 maanden heeft uitgeruild vóór 13 maart 2020?
Nee. De werkgever mag de goedkeuring voor uitruil uit het besluit alleen toepassen voor de keuzes die de werknemer vóór 13 maart 2020 heeft doorgegeven. Omdat de werknemer meerdere keren per jaar de keuze moet maken, geldt de goedkeuring niet voor de keuzes die hij na deze datum doorgeeft.
 
3. Een werknemer heeft vóór 13 maart 2020 digitaal doorgegeven dat ze wil uitruilen tot € 0,19 per kilometer. Ze heeft nog niet aangegeven of ze de uitruil maandelijks wil toepassen of aan het einde van het jaar. Kan de werkgever de goedkeuring uit het besluit toepassen?
Ja. Het besluit ziet op reiskostenvergoedingen waarop de werknemer een onvoorwaardelijk recht had vóór 13 maart 2020. Dit geldt als de werkgever en werknemer vóór die datum zijn overeengekomen dat de werknemer zijn IKB in 2020 gaat uitruilen tegen een onbelaste reiskostenvergoeding. De werkgever is in dat geval op 13 maart 2020 verplicht tot de uitruil. Alleen het moment van uitruilen stond nog niet vast.
 
4. De werkgever betaalt een vaste reiskostenvergoeding van € 0,12 per kilometer. Een werknemer maakt gebruik van de mogelijkheid om uit te ruilen tot € 0,19 per kilometer voor een aanvullende reiskostenvergoeding. De werkgever zet de reiskostenvergoeding tijdelijk stop vanaf 1 mei tot 1 oktober 2020, omdat de werknemer thuiswerkt. Wat is de fiscale ruimte over deze periode?
Als de werknemer zijn keuze voor deze uitruil vóór 13 maart 2020 heeft gemaakt, kan de werkgever de goedkeuring uit het besluit toepassen op de aanvullende reiskostenvergoeding.

Op basis van het besluit mag de werknemer € 0,19 per kilometer uitruilen over de periode 1 mei tot 1 oktober. De fiscale ruimte bedraagt dan 214 x € 0,19 x aantal kilometers minus de reiskostenvergoeding die de werknemer al heeft ontvangen in het kalenderjaar.
 
5. Hoe moet je de 128 dagen toetsen in verband met de onbelaste uitruil tot € 0,19 per kilometer tegen een eindejaarsuitkering op basis van 214 dagen?
Als de goedkeuring uit het besluit niet van toepassing is, mag de werknemer alleen uitruilen op basis van 214 dagen als hij kan aantonen dat hij daadwerkelijk 128 dagen gereisd heeft in 2020.
 
6. Werknemers krijgen een reiskostenvergoeding van € 0,19 per kilometer tot maximaal 100 kilometer per dag. Het meerdere mag de werknemer onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer via een cafetariaregeling. Uitruil is alleen mogelijk voor de werkelijk gereden kilometers waarvoor de werknemer geen vergoeding ontvangt. Kan dit ook nog als de werknemer na 13 maart 2020 verhuist en meer zakelijke kilometers rijdt?
Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. U kunt hiervoor vooroverleg aanvragen.
 
7. De werknemers ontvangen een reiskostenvergoeding op basis van de werkelijk gereden kilometers. Kan de werknemer onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer met de eindejaarsuitkering, ook al is de overeenkomst na 13 maart getekend?
In dit geval is de goedkeuring uit het besluit niet van toepassing. De werkgever mag altijd een reiskostenvergoeding geven voor de werkelijk gereisde kilometers. De werknemer kan dan brutoloon uitruilen tot € 0,19 per werkelijk gereisde kilometer. Meer over reiskostenvergoedingen leest u in hoofdstuk 21 Handboek Loonheffingen.
 
8. Een werknemer heeft vóór 13 maart de keuze gemaakt voor onbelaste uitruil tot € 0,19 per kilometer van een reiskostenvergoeding voor het hele jaar op basis van 5 reisdagen per week. Per 1 juni heeft de werknemer een contract voor 4 dagen per week. Mag hij dan nog uitruilen op basis van de 214-dagenregeling? Of moet de werkgever vanaf 1 juni uitgaan van de werkelijke reisdagen?
De werkgever kan de goedkeuring uit het besluit blijven toepassen op de uitruil voor een reiskostenvergoeding op basis van 5 reisdagen. Dit geldt als er een onvoorwaardelijk recht bestond vóór 13 maart 2020. Dit recht wijzigt niet na 12 maart, alleen het aantal werkdagen van de werknemer. De goedkeuring vervalt hierdoor niet. Het kan zijn dat de werkgever de reiskostenvergoeding naar beneden bijstelt. Fiscaal gezien is dat niet vereist.
 
9. De werkgever heeft op 1 januari 2020 een applicatie ingericht waarin de werknemer op basis van de 214-dagenregeling reiskosten onbelast kan uitruilen tot € 0,19 per kilometer. De vaste werkdagen en de kilometervergoeding zijn hierin vastgelegd voor het hele jaar. De werknemer kiest zelf of hij maandelijks uitruilt of aan het eind van het jaar. Is in deze situatie sprake van een onvoorwaardelijk recht op uitruil op basis van het ingevoerde reispatroon?
Dit is afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Het besluit ziet alleen op reiskostenvergoedingen waarop de werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had. Hiervan is sprake als de werkgever en de werknemer vóór die datum zijn overeengekomen dat de werknemer zijn IKB in 2020 uitruilt tegen een onbelaste reiskostenvergoeding. De goedkeuring uit het besluit kan de werkgever ook toepassen als het moment waarop de uitruil gaat plaatsvinden nog niet vaststaat. Zie het antwoord op vraag 3.

 

Meer informatie

Handboek LoonheffingenBesluit noodmaatregelen coronacrisis
 
 

Gerelateerde berichten

Opname webinar ‘Fiscale gevolgen coronamaatregelen
Webinar corona: antwoorden gebruikelijk loon
Webinar corona: antwoorden algemene vragen
Webinar corona: antwoorden buitenlandse situaties
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Reiskostenvergoeding 2021!

De vaste reiskostenvergoedingen mogen in het kader van de coronacrisis nog heel 2020 doorlopen.
          
Per 1 januari 2021 zullen werkgevers hun werknemers reisgedrag opnieuw in kaart moeten brengen. Thuiswerkdagen mogen dan niet meer als kantoordagen worden aangemerkt.

Op 1 januari 2021 vervalt die tijdelijke goedkeuring voor werkgevers die de reiskostenvergoeding hebben. Tot 31 december mag de werkgever nog thuiswerkdagen als reisdagen aanmerken. Dat houdt in dat alle reiskostenvergoedingen die op basis van het reispatroon voor 13 maart 2020 zijn vastgesteld tot die 31 december mogen doorlopen.

 

Veranderend reisgedrag

Sinds het uitbreken van de coronacrisis in Nederland in maart, is thuiswerken de nieuwe norm. Een groot deel van het land werkt standaard vanuit huis. Van het ene op het andere moment veranderde vrijwel elk aspect van het werkende leven zoals we dat tot voor kort kenden. De overheidsmaatregelen zorgen voor een significante afname in het aantal reisbewegingen op de weg en in het openbaar vervoer, voornamelijk wat betreft woon-werkreizen en zakelijke doeleinden. Veel werkgevers stonden voor de vraag wat te doen met hun OV-abonnementen en vaste reiskostenvergoedingen van hun medewerkers. De werkelijke reiskosten van medewerkers waren immers (bijna) tot nul gereduceerd.

 

Thuiswerken nieuwe norm

Door het coronavirus konden veel werknemers vanaf maart 2020 niet meer fysiek naar hun werk toe en werden ze gedwongen om thuis te werken. Veel bedrijven konden daardoor niet voldoen aan de 60%-regel. Het kabinet besloot daarom dat de Belastingdienst zich in 2020 soepel zou opstellen naar werkgevers die vanwege de coronamaatregelen de reis-verplichting niet kunnen nakomen. Zo keurde Staatssecretaris Hans Vijlbrief van Financiën in april goed dat werkgevers thuiswerkdagen als reisdagen mogen beschouwen, in het kader van de vaste reiskostenvergoeding.

 

Reiskostenvergoedingen 2021

Inmiddels is dit besluit tijdens de tweede lockdown geactualiseerd: de uitzondering die van kracht is in 2020 loopt tot 1 januari door, waarna de tijdelijke goedkeuring vervalt. Voor 2021 zullen veel werkgevers dus op zoek moeten naar een nieuwe invulling van hun reiskostenvergoedingen. De verwachting is immers dat de 60%- norm ook in dat jaar door veel medewerkers niet gehaald zal worden. De teruggang naar wet- en regelgeving voor vaste reiskostenvergoedingen, betekent dat je het reisgedrag van je medewerkers opnieuw in kaart moet brengen. Je mag per 1 januari 2021 alleen daadwerkelijke reisdagen nog belastingvrij vergoeden tot 19 cent per kilometer.

 

Beleid rondom mobiliteit en reiskostenvergoeding 2021

Op basis van de huidige prognose van het verloop van de coronacrisis is het aannemelijk dat ook in 2021 medewerkers nog veelvuldig thuis zullen werken. Noodgedwongen uiteraard, maar ook omdat veel werkgevers een ander beleid gaan voeren ten aanzien van werken op kantoor. In de praktijk betekent dit dat in veel gevallen niet voldaan kan worden aan de 60%-eis. Voor veel werknemers zal een vaste reiskostenvergoeding er dus niet meer in zitten. Bedrijven moeten dus, met het oog op de veranderde mobiliteitssituatie, herijken welke invulling van hun mobiliteitsbeleid fiscaal rendabel is. Dit zal in veel gevallen een nieuw beleid vereisen.

 
 
handboek loonheffingen 2021, loonheffingen 2021, belastingdienst 2021, loon belasting 2021, betaling aan overheid van loon 2021, salaris heffingen 2021, aangifte loonheffingen2021 , 2021

door100% Salarisverwerking B.V.

Belastingdienst: coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen

Antwoorden algemene vragen bij webinar corona

                  

De Belastingdienst heeft een aantal algemene vragen beantwoord. Het gaat om vragen die deelnemers hebben gesteld tijdens het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen ’.

Het webinar werd georganiseerd door de Belastingdienst en heeft op 30 september plaatsgevonden. Het ging onder andere over de gevolgen van de coronamaatregelen voor de loonheffingen, inkomsten- en vennootschapsbelasting en de invordering.
Hieronder leest u de vragen en antwoorden.

100 salarisverwerking 2020, loonadministratie, salarisverwerking, salarisadministratie, salarisverwerkers, salaris, loon, belastingen,loonheffingen, aangifte, tegemoetkomingen, toeslagen, subsidie, wab, wet en regelgeving, overheid

 

1. De werkgever mag op grond van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis een onbelaste vaste kostenvergoeding doorbetalen als de werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had op deze vergoeding. Hoe zit het met vaste kostenvergoedingen die de werkgever na deze datum toekent?

Voor vaste kostenvergoedingen die de werkgever vanaf 13 maart 2020 toekent, gelden de normale fiscale regels. Meer hierover leest u in paragraaf 4.6.1 Handboek Loonheffingen.

 

2. Wij betalen een vaste kostenvergoeding aan zowel werknemers die vóór 13 maart in dienst waren als aan werknemers die daarna in dienst kwamen. Is de kostenvergoeding voor de ‘oude’ werknemers onbelast en voor de ‘nieuwe’ werknemers belast?
Had de werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht op een vaste kostenvergoeding, dan valt deze onder de goedkeuring van het besluit.

Dit geldt niet voor werknemers die na 13 maart in dienst komen. Zij hadden namelijk vóór 13 maart nog geen onvoorwaardelijk recht op de vergoeding.

Voor vaste kostenvergoedingen die een werkgever vanaf 13 maart 2020 toekent, gelden de normale fiscale regels. Meer hierover leest u in paragraaf 4.6.1 Handboek Loonheffingen.

 

3. De werkgever maakt gebruik van een individueel keuzebudget (IKB) in plaats van een cafetariamodel. Werknemers kunnen maandelijks gebruik maken van een uitruil. Is het belangrijk dat de werknemer een IKB heeft vóór 13 maart? Of moet het tijdstip van uitruil vóór 13 maart liggen?

De goedkeuring uit het besluit ziet alleen op vaste reiskostenvergoedingen en op andere vaste vergoedingen. De goedkeuring uit het besluit is in dit geval alleen van toepassing als de werknemer zijn keuze om zijn IKB te ruilen voor deze vergoedingen vóór 13 maart 2020 heeft gemaakt. De datum van 13 maart 2020 is niet van belang als de werknemer wil uitruilen voor andere doeleinden.

 

4. Mogen werknemers die na 13 maart in dienst zijn gekomen en vanaf dan een IKB krijgen fiscaalvriendelijk een fiets aanschaffen?

De goedkeuring in het besluit ziet alleen op vaste reiskostenvergoedingen en andere vaste kostenvergoedingen. De datum van 13 maart 2020 is niet van belang als de werknemer wil uitruilen voor andere doeleinden. Als de werknemer zijn IKB inzet voor een fietsvergoeding, gelden de normale fiscale regels. Meer hierover leest u in paragraaf 21.7 en 4.15.1 Handboek Loonheffingen.

 

5. Een werknemer ontvangt een voorziening die voldoet aan de voorwaarden van het noodzakelijkheidscriterium. Moet de werkgever dan ook eventuele reparatiekosten aan deze voorziening betalen? Mag hij deze kosten in rekening brengen bij de werknemer?

Ja, de kosten van een noodzakelijke voorziening, dus ook eventuele reparatiekosten zijn voor rekening van de werkgever, zonder dat hij deze verhaalt op de werknemer. Dat volgt uit de voorwaarden die gelden bij het noodzakelijkheidscriterium (zie het antwoord op vraag 6 en paragraaf Handboek Loonheffingen 20.17).

 

6. De werkgever moet alle kosten betalen als hij gebruik wil maken van de gerichte vrijstelling voor noodzakelijke voorzieningen. Wat is de wettelijke basis hiervoor?

Dat de werkgever voor toepassing van het noodzakelijkheidscriterium alle kosten moet dragen, volgt artikel 31a, 2e lid, onderdeel g, onder 1°, en het 10e lid van dat artikel, Wet op de loonbelasting 1964.

 

7. Is een keuze in een IKB van de werknemer te beschouwen als een eigen bijdrage in de zin van de gerichte vrijstelling voor noodzakelijke voorzieningen?

De gerichte vrijstelling voor noodzakelijke gereedschappen et cetera is niet van toepassing als de voorziening onderdeel uitmaakt van een cafetariaregeling. Een IKB is een voorbeeld van een cafetariaregeling.

 

8. Zijn coronatesten voor werknemers gericht vrijgesteld of komt dit ten laste van de vrije ruimte?

De vergoeding voor een coronatest is gericht vrijgesteld als deze voldoet aan de voorwaarden van een arbo-voorziening. Dit is een voorziening die rechtstreeks voortvloeit uit het arbeidsomstandighedenbeleid dat de werkgever voert op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. Hieronder valt ook een geneeskundige keuring in het kader van preventie- en verzuimbeleid.

Meer over de voorwaarden leest u in paragraaf 20.1.9 Handboek Loonheffingen.

Als de gerichte vrijstelling niet van toepassing is, mag u de vergoeding aanwijzen als eindheffingsloon. Deze komt dan ten laste van de vrije ruimte. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt de werkgever 80% eindheffing.

 

9. Een werkgever heeft nog veel vrije ruimte over. Mag hij deze ruimte gebruiken om een gedeelte van het loon uit te ruilen tegen een onbelaste vergoeding?

Ja. De werkgever kan een gedeelte van het loon in zijn vrije ruimte onderbrengen. Hiervoor moet hij dit loon aanwijzen als eindheffingsloon. De aanwijzing moet wel gebruikelijk zijn.

De Belastingdienst beschouwt vergoedingen tot een bedrag van € 2.400 per persoon per jaar als gebruikelijk.

Meer informatie over de gebruikelijkheidstoets leest u in paragraaf 4.2 Handboek Loonheffingen.

 

10. Heeft de NOW-regeling invloed op de hoogte van de vrije ruimte?

De NOW-regeling is een tegemoetkoming voor werkgevers in de loonkosten op basis van een bepaald omzetverlies. De werkgever moet zelf het loon uitbetalen. De tegemoetkoming in de loonkosten heeft dus geen invloed heeft op de hoogte van de vrije ruimte.

 

11. Zijn de herregistratiekosten van zorgpersoneel gericht vrijgesteld of komen deze ten laste van de vrije ruimte?

De werkgever moet toetsen of hiervoor een gerichte vrijstelling geldt. Meer over gerichte vrijstellingen leest u in paragraaf 20.1 Handboek Loonheffingen.
Als er geen gerichte vrijstelling van toepassing is, kan de werkgever de vergoeding mogelijk aanwijzen als eindheffingsloon. Deze komt dan ten laste van de vrije ruimte. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt de werkgever 80% eindheffing.

 

Let op!

De antwoorden zijn informatief van aard. Wilt u een uitspraak van de Belastingdienst in een specifieke situatie, kunt u vooroverleg aanvragen.

Binnenkort leest u meer over de antwoorden op vragen die gesteld zijn over reiskostenvergoedingen en vergoedingen voor thuiswerken.

 

Meer informatie

Handboek Loonheffingen
Besluit noodmaatregelen coronacrisis
 
 

Gerelateerd

Antwoorden gebruikelijk loon – Webinar corona
Fiscale gevolgen coronamaatregelen: Opname webinar

 
 
Coronavirus- fiscale maatregelen en de gevolgen video inlog, belastingdienst, fiscale maatregelen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Antwoorden gebruikelijk loon – Webinar corona

De Belastingdienst heeft vragen over het gebruikelijk loon beantwoord.
              
Het gaat om vragen die deelnemers hebben gesteld tijdens het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen’.

Het webinar werd georganiseerd door de Belastingdienst en heeft op 30 september plaatsgevonden. Het ging onder andere over de gevolgen van de coronamaatregelen voor de loonheffingen, inkomsten- en vennootschapsbelasting en de invordering.

Hieronder leest u de antwoorden op de vragen over het gebruikelijk loon.

1. Een aanmerkelijkbelanghouder (ab-houder) mag in 2020 zijn gebruikelijk loon evenredig verlagen aan de omzetdaling. Kan dit ook als de omzet van de bv bestaat uit een management fee?

Het gaat om de omzetdaling van de bv waarvoor de dga arbeid verricht. Bestaat de omzet van deze bv uit een management fee, dan gaat u hiervan uit.

U mag het gebruikelijk loon voor het jaar 2020 als volgt berekenen:

  • Gebruikelijk loon 2020 = A x B/C
  • A = het gebruikelijk loon over 2019
  • B = de omzet over de eerste 4 kalendermaanden van 2020
  • C = de omzet over de eerste 4 kalendermaanden van 2019

Meer informatie vindt u in onderdeel 6.3 van Besluit noodmaatregelen coronacrisis.

2. Hoe stel je het gebruikelijk loon vast als de omzetdaling na april plaatsvindt?

Als de omzetdaling pas vanaf mei plaatsvindt, kunt u het gebruikelijk loon niet lager vaststellen op grond van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis. U kunt het gebruikelijk loon indien gewenst wel via vooroverleg afstemmen met de inspecteur.

3. Mag een bv die dit jaar gestart is een lager gebruikelijk loon toekennen aan een dga?

Voor een bv die dit jaar is gestart kunt u het gebruikelijk loon niet lager vaststellen op grond van Besluit noodmaatregelen coronacrisis.

Bij een startende onderneming mag u in sommige gevallen het gebruikelijk loon wel lager vaststellen. Meer informatie hierover leest u in paragraaf 16.1 van Handboek Loonheffingen.

4. Een dga is in dienstbetrekking bij de holding en de werkmaatschappij. De holding betaalt het loon aan de dga op grond van de doorbetaaldloonregeling. De dga wil zijn gebruikelijk loon verlagen op grond van het besluit. Welke omzet gebruikt hij?

Als de werknemer een aanmerkelijk belang heeft in de werkmaatschappij, stelt u het gebruikelijk loon als volgt vast op basis van het besluit:

  • Voor de werkzaamheden die de dga verricht voor de werkmaatschappij, gaat u uit van de omzet van de werkmaatschappij.
  • Voor de werkzaamheden die de dga verricht voor de holding (exclusief de werkzaamheden voor de werkmaatschappij), gaat u uit van de omzet in de holding (exclusief het doorbetaalde loon).

5. Mag een dga een zakelijke lening afsluiten bij zijn bv als de dga zijn loon heeft verlaagd op basis van het besluit?

De voorwaarden in Besluit noodmaatregelen coronacrisis (zie hieronder) staan niet in de weg aan het afsluiten van een lening op zakelijke voorwaarden. Daarbij is van belang dat de lening geen verband heeft met de aanpassing van het gebruikelijk loon.

In paragraaf 6.3 van het besluit staan 3 voorwaarden:

  • De rekening-courantschuld of het dividend neemt niet toe als gevolg van het lagere gebruikelijk loon.
  • Als de AB-werknemer feitelijk meer loon heeft genoten, dan geldt dat hogere loon.
  • De goedkeuring geldt niet voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2020 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.

6. Mag een dga gebruikmaken van een rekening-couranttegoed?

Als een dga zijn loon lager vaststelt op grond van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis, mag de rekening-courantschuld niet toenemen.

Dit is één van de voorwaarden die is genoemd in het besluit.

 

Let op!

De antwoorden zijn informatief van aard. Wilt u een uitspraak van de Belastingdienst in een specifieke situatie kunt u vooroverleg aanvragen.

 
 

Gerelateerde berichten

Opname webinar ‘Fiscale gevolgen coronamaatregelen’

 
 
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid, kabinet