Tag archief AOW-leeftijd

door100% Salarisverwerking B.V.

AOW-leeftijd blijft 67 jaar

De AOW-leeftijd blijft ook 2025 67 jaar en wordt niet verhoogd.
               
Een eventuele stijging is gekoppeld aan de levensverwachting. Uit een nieuwe prognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek zullen 65-jarigen in 2025 ruim een maand langer leven dan in 2024, het jaar waarop de AOW-leeftijd voor het eerst de 67 jaar zal bereiken. De toename is echter te klein voor een stijging van de pensioenleeftijd.

 
AOW-leeftijd, AOW-leeftijd verhoogd, aow 67 jaar,aow 2025, 67 jr aow, 67 jaar aow 2040

Pensioenakkoord

Werkgevers, werknemers en kabinet spraken in het pensioenakkoord af dat de AOW-leeftijden de komende jaren oplopen van 66 jaar en 4 maanden in 2020 tot 67 jaar in 2024. Voor het pensioenakkoord werd gesloten, lag de AOW-leeftijd in 2024 nog op 67 jaar en 3 maanden.

levensverwachting-op-65-jarige-leeftijd,-waarneming-en-prognose,levensverwachting,

De levensverwachting van 65-jarigen neemt sinds 1950 toe. Destijds had de gemiddelde Nederlander van die leeftijd nog 14,3 jaar te leven. Nu is dat dus ruim vijf jaar meer. Sinds 2014 is de levensverwachting, onder invloed van hogere sterfte door bijvoorbeeld griepepidemieën, enigszins gestagneerd. Het CBS gaat ervan uit dat de levensverwachting na 2019 weer omhooggaat.
 

Eventuele stijging

Een eventuele stijging is gekoppeld aan de levensverwachting. Met nog 20,75 jaar te gaan, leven 65-jarigen in 2025 één maand langer dan in 2024, zo blijkt uit nieuwe gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Vanaf 2024 is de AOW-leeftijd al vastgesteld op 67 jaar, deze zal in 2025 niet verder stijgen op basis van deze cijfers.

De levensverwachting van 65-jarigen stijgt al sinds de jaren vijftig. Een halve eeuw geleden hadden 65-jarigen gemiddeld nog 14,3 jaar te leven, inmiddels is dat met 20,75 flink opgelopen.
levensverwachting-op-65-jarige-leeftijd,-waarneming-en-prognose,levensverwachting,

We werken langer door

We werken overigens steeds langer door: de gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers steeg in 2018 verder naar 65 jaar. Dat is bijna 5 maanden hoger dan het jaar ervoor.

Een ruime meerderheid (58 procent) van de werknemers die in 2018 met pensioen gingen was 65 of 66 jaar oud. Ter vergelijking: dat percentage lag in 2006 op 10 procent, weet het CBS.
 
 

Gerelateerd:

Afkoop pensioen in eigen beheer nog mogelijk in 2019
Jeugd-LIV ten einde door Pensioenakkoord?
Mannen meer pensioen dan vrouwen!
AOW-leeftijd naar 67 jaar!
AOW-leeftijd en levensverwachting gekoppeld!
Nieuwsbrief Loonheffingen 2020 gepubliceerd
 

Concept pensioenakkoord Lagere AOW-leeftijd, vakbonden en werkgevers over pensioen en AOW

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwsbrief Loonheffingen 2020 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft vandaag de loonheffingen 2020 bekend gemaakt.

                   

De 1e uitgave van ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2020’ is gepubliceerd op de internetsite van Belastingdienst. In de nieuwsbrief vindt u informatie over de veranderingen in de loonheffingen voor 2020.

 
PDF downloadNieuwsbrief Loonheffingen 2020
 
 
belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,
 

In deze 1e uitgave leest u meer over de volgende onderwerpen:

  • temporisering verhoging AOW-leeftijd
  • wijzigingen lage-inkomensvoordeel (LIV) en jeugd-LIV
  • kennisdocument Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) versie 6.0
  • fiets van de zaak
  • vanaf 2020 einde vaksector voor uitzendwerkgevers
  • ZW-uitkering telt niet langer mee voor hoogte arbeidskorting
  • Wet arbeidsmarkt in balans / onderdeel payrolling
  • Wet arbeidsmarkt in balans / onderdeel premiedifferentiatie WW

 
Eventuele wijzigingen uit Belastingplan 2020 en de tarieven en percentages voor 2020 staan in de volgende uitgaven van de nieuwsbrief. Deze publiceert de Belastingdienst eind 2019 en begin 2020. Als een nieuwe uitgave verschijnt, leest u dat op 100% Salarisverwerking.

U kunt ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2020’ downloaden of via belastingdienst.nl.
 
 

Gerelateerd:

Overzichtsartikel WAB
Loonstrook wat en hoe in 2020?
Bijtelling auto 2020
Minimumloon 2020
 
 
regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

door100% Salarisverwerking B.V.

LIV en jeugd-LIV wijzigen in 2020

Vanaf 1 januari 2020 wordt het lage-inkomensvoordeel (LIV) maximaal € 1.000 en het jeugd-LIV wordt gehalveerd.

              

In 2024 vervalt het jeugd-LIV.

Dit staat in de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd. Deze wet is 3 juli 2019 gepubliceerd in het Staatsblad.
 

Bedragen LIV 2020

Bedragen LIV 2020, liv , lage inkomensvoordeel
 

Bedragen jeugd-LIV 2020

Bedragen jeugd-LIV 2020, jeugd liv, jeugd lage inkomensvoordeel 2020,
 
Het Staatsblad vindt u op overheid.nl

In hoofdstuk 26 Handboek Loonheffingen leest u meer over het LIV en jeugd-LIV
 
 
 

Gerelateerd:

18 t/m 21 jarigen duurder, compensatie via jeugd-LIV
Jeugd-LIV ten einde door Pensioenakkoord?
De voorlopige berekening LKV, LIV en jeugd LIV is verstuurd door UWV
Berekening LKV of ( jeugd-)LIV
Minimumloon 2019
 

belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,

door100% Salarisverwerking B.V.

Jeugd-LIV ten einde door Pensioenakkoord?

Het principeakkoord dat het kabinet, de werkgeversorganisaties en de vakbonden hebben gesloten.

          

Waar hervorming over het pensioenstelsel is gesproken betekent het einde van het lage-inkomensvoordeel voor jongeren (jeugd-LIV). Dat kan werkgevers duizenden euro’s per werknemer per jaar gaan kosten.

 
pensioenregeling , pensioen, pensioenfonds, pensioenaanbieder , nabestaandenpensioen, pensioenpotje, aow, oudedag voorziening, sparen voor later,
 

De maatregelen

De maatregelen uit het pensioenakkoord kosten geld. Eén van de kostbaarste maatregelen is die voor duurzame inzetbaarheid: het afremmen van de stijging van de AOW-leeftijd. Deze alleen al zorgt voor een kostenpost van enkele miljarden euro’s. De overheid wil hier onder meer budget voor vrijmaken door het jeugd-LIV de nek om te draaien en het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor volwassen werknemers te beperken. Dat moet ongeveer € 200 miljoen opleveren. Hoe deze wijzigingen er precies uit gaan zien, is nog onduidelijk. In de Kamerbrief (pdf) staat alleen dat het hoge tarief voor het LIV van € 1,01 per verloond uur verlaagd zal worden.
 

Onderzoek naar effectiviteit

In de brief staat ook dat werkgevers in overleg met het kabinet gaan onderzoeken of alle instrumenten uit de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL) effectiever ingezet kunnen worden. Dat gaat dus niet alleen om het LIV en jeugd-LIV, maar ook om de loonkostenvoordelen (LKV’s). De beoogde bezuiniging van € 200 miljoen komt daarmee niet te vervallen, maar mogelijk kunnen de gelden die wel beschikbaar blijven, op een andere manier ingezet worden.
Werkgevers gaan daarbij in overleg met het kabinet onderzoeken of voor het geheel aan instrumenten in de Wet Tegemoetkomingen Loondomein tot een effectievere invulling gekomen kan worden, waarmee niet het bezuinigingsbedrag maar wel de invulling daarvan kan veranderen. Daarnaast zet het kabinet structureel 100 miljoen euro in uit de algemene middelen.
Aan de inkomstenkant wordt de benodigde dekking 50/50 verdeeld over de lasten voor burgers en bedrijven. Tot slot vallen de in het regeerakkoord gereserveerde middelen voor de transitie afschaffen doorsneesystematiek vrij in 2020 en 2021
(in beide jaren 234 miljoen)
 

Huidige eisen op een rij

Op dit moment krijgen werkgevers nog jeugd-LIV voor alle werknemers die voldoen aan deze drie voorwaarden:

  • De werknemer was op 31 december van het afgelopen jaar 18, 19, of 20 jaar.
  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • De werknemer verdient gemiddeld een uurloon dat past bij zijn leeftijd en valt dus binnen de uurloongrenzen.

Voor het gewone LIV geldt de leeftijdsgrens niet, maar moeten werknemers wel minimaal 1.248 verloonde uren bij de organisatie hebben per kalenderjaar.
 
 
personeelszaken, hr management, loonadministrateurs,salarisadministrateurs, salarisverwerking, salarisverwerker, salarisverwerkers, loonadministratie, loonadministrateurs, loonverwerkers, loonverwerker, salarisadministratie, salaris, loon, salarisverwerking online, salarisverwerker online,