Tag archief Pensioen

door100% Salarisverwerking B.V.

Uitkeringen VUT-regelingen tot AOW-leeftijd

Akkoord met wat voorwaarden!

                     

De staatssecretaris van Financiën keurt onder voorwaarden goed dat uitkeringen uit VUT-regelingen, overbruggingspensioenen, nabestaandenoverbruggingspensioenen, prepensioenen en overbruggingslijfrenten mogen worden uitgekeerd tot uiterlijk de AOW-leeftijd van de betrokken gerechtigden.

Als de AOW-leeftijd na de ingangsdatum van deze pensioenen wordt verlaagd, mag u voor de toepassing van deze goedkeuringen ook uitgaan van de AOW-leeftijd die van toepassing was vóór de verlaging.

AOW-leeftijd en levensverwachting gekoppeld!,Kabinet gaat koppeling AOW-leeftijd en levensverwachting onderzoeken,

U vindt de goedkeuring in de Staatscourant 2019, 66199 van 24 december 2019.

(klik hier)
 

Bron: Centraal Aanspreekpunt Pensioenen

 

Inleiding

 

Bij de invoering van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling is via overgangsrecht een voorziening getroffen voor op 31 december 2004 bestaande regelingen voor vervroegde uittreding, als bedoeld in artikel 18i van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004) (hierna: VUT-regeling), overbruggingspensioenen, als bedoeld in artikel 18e van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004) en prepensioenen als bedoeld in artikel 38a van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004). Onder bepaalde voorwaarden zijn de wettelijke fiscale bepalingen voor deze bestaande regelingen van kracht gebleven. De bedoelde regelingen hebben alle als kenmerk dat ze moeten eindigen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Als de op 31 december 2004 bestaande VUT-regelingen, overbruggingspensioenen en prepensioenen niet voldoen aan deze laatste voorwaarde kunnen zij worden aangemerkt als een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: RVU). De inhoudingsplichtige van de uitkering wordt dan een pseudo-eindheffing verschuldigd van 52% over de door hem gedane uitkeringen.

 

De reden voor de begrenzing tot het bereiken van de leeftijd van 65 jaar was bij de invoering van deze voorwaarden gelegen in het feit dat voor iedereen de AOW-leeftijd gold van 65 jaar. Nu de AOW-leeftijd is opgeschoven en de komende jaren getemporiseerd blijft opschuiven, bestaat aanleiding om het bedoelde overgangsrecht aan te passen.
 
Dit mede ter voorkoming dat uitkeringen die doorlopen tot de AOW-leeftijd vóór temporisering leiden tot toepassing van de sanctie van artikel 19b, Wet op de loonbelasting 1964. In dit besluit is voor de hiervoor beschreven situatie een goedkeuring opgenomen voor uitkeringen uit VUT-regelingen, overbruggingspensioenen en prepensioenen. Door invoering van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd kan zich voor ingegane nabestaandenoverbruggingspensioenen, als bedoeld in artikel 18f van de Wet op de loonbelasting 1964, de situatie voordoen dat de AOW-leeftijd die bepalend was voor het beëindigen van de uitkeringen tijdens de uitkeringsfase is verlaagd. Contractueel kunnen partijen echter hebben vastgelegd dat de AOW-leeftijd vóór de temporisering bepalend is voor de overeengekomen uitkeringstermijn. Deze nabestaandenoverbruggingspensioenen zouden hierdoor fiscaal onzuiver worden. Dit acht ik ongewenst. Daarom is hiervoor een goedkeuring opgenomen.

 
(klik hier voor meer informatie)

 

Overheid 2020, Belastingdienst 2020, Sociale Zaken en Werkgelegenheid SZW 2020, regering, wet en regelgeving, wetten, regels, besluiten,

door100% Salarisverwerking B.V.

AOW-leeftijd blijft 67 jaar

De AOW-leeftijd blijft ook 2025 67 jaar en wordt niet verhoogd.
               
Een eventuele stijging is gekoppeld aan de levensverwachting. Uit een nieuwe prognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek zullen 65-jarigen in 2025 ruim een maand langer leven dan in 2024, het jaar waarop de AOW-leeftijd voor het eerst de 67 jaar zal bereiken. De toename is echter te klein voor een stijging van de pensioenleeftijd.

 
AOW-leeftijd, AOW-leeftijd verhoogd, aow 67 jaar,aow 2025, 67 jr aow, 67 jaar aow 2040

Pensioenakkoord

Werkgevers, werknemers en kabinet spraken in het pensioenakkoord af dat de AOW-leeftijden de komende jaren oplopen van 66 jaar en 4 maanden in 2020 tot 67 jaar in 2024. Voor het pensioenakkoord werd gesloten, lag de AOW-leeftijd in 2024 nog op 67 jaar en 3 maanden.

levensverwachting-op-65-jarige-leeftijd,-waarneming-en-prognose,levensverwachting,

De levensverwachting van 65-jarigen neemt sinds 1950 toe. Destijds had de gemiddelde Nederlander van die leeftijd nog 14,3 jaar te leven. Nu is dat dus ruim vijf jaar meer. Sinds 2014 is de levensverwachting, onder invloed van hogere sterfte door bijvoorbeeld griepepidemieën, enigszins gestagneerd. Het CBS gaat ervan uit dat de levensverwachting na 2019 weer omhooggaat.
 

Eventuele stijging

Een eventuele stijging is gekoppeld aan de levensverwachting. Met nog 20,75 jaar te gaan, leven 65-jarigen in 2025 één maand langer dan in 2024, zo blijkt uit nieuwe gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Vanaf 2024 is de AOW-leeftijd al vastgesteld op 67 jaar, deze zal in 2025 niet verder stijgen op basis van deze cijfers.

De levensverwachting van 65-jarigen stijgt al sinds de jaren vijftig. Een halve eeuw geleden hadden 65-jarigen gemiddeld nog 14,3 jaar te leven, inmiddels is dat met 20,75 flink opgelopen.
levensverwachting-op-65-jarige-leeftijd,-waarneming-en-prognose,levensverwachting,

We werken langer door

We werken overigens steeds langer door: de gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers steeg in 2018 verder naar 65 jaar. Dat is bijna 5 maanden hoger dan het jaar ervoor.

Een ruime meerderheid (58 procent) van de werknemers die in 2018 met pensioen gingen was 65 of 66 jaar oud. Ter vergelijking: dat percentage lag in 2006 op 10 procent, weet het CBS.
 
 

Gerelateerd:

Afkoop pensioen in eigen beheer nog mogelijk in 2019
Jeugd-LIV ten einde door Pensioenakkoord?
Mannen meer pensioen dan vrouwen!
AOW-leeftijd naar 67 jaar!
AOW-leeftijd en levensverwachting gekoppeld!
Nieuwsbrief Loonheffingen 2020 gepubliceerd
 

Concept pensioenakkoord Lagere AOW-leeftijd, vakbonden en werkgevers over pensioen en AOW

door100% Salarisverwerking B.V.

Afkoop pensioen in eigen beheer nog mogelijk in 2019

Bij afkoop geldt in 2019 een afkoopkorting van 19,5%.

                 

Tot en met 31 december 2019 kan een directeur-grootaandeelhouder (dga) nog kiezen om zijn pensioen in eigen beheer voordelig af te kopen of om te zetten in een oudedagsverplichting.

 

pensioenregeling , pensioen, pensioenfonds, pensioenaanbieder , nabestaandenpensioen, pensioenpotje, aow, oudedag voorziening, sparen voor later,

Koopt de dga uiterlijk 31 december 2019 zijn pensioen af, dan moet u de volledige fiscale balanswaarde ineens belasten als loon uit vroegere dienstbetrekking. Bij afkoop in 2019 geldt een korting op de afkoopsom van 19,5% van de fiscale balanswaarde van het pensioen op 31 december 2015. Over de waardeaangroei na 31 december 2015 geldt geen korting.
 
De fiscale balanswaarde minus de korting belast u ineens op het moment van afkoop als loon uit vroegere dienstbetrekking.
 
lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

Afkopen of omzetten?

Vul het informatieformulier in.

Kiest een dga voor afkoop of omzetten in een oudedagsverplichting? Dan moet hij de Belastingdienst daarover binnen een maand na de afkoop of omzetting informeren. Dat doet hij met het Informatieformulier.
 
Heeft de dga een partner? Of een ex-partner die recht heeft op het pensioen? Dan heeft hij schriftelijke toestemming nodig van deze (ex-)partner. Ook daarvoor gebruikt hij het informatieformulier.
 
In de handreiking Afschaffen van pensioen in eigen beheer: wat moet een dga doen? leest u meer praktische informatie over afkoop of omzetting van het pensioen.
 
 

Let op!

Als de dga zijn pensioen in eigen beheer afkoopt na 31 december 2019, moet u de volledige pensioenaanspraak aanmerken als loon uit vroegere dienstbetrekking en belasten tegen de waarde in het economische verkeer. Ook is de dga hierover revisierente verschuldigd in de inkomstenbelasting. Dit geldt ook voor de omzetting in een oudedagsvoorziening.

 
 

Meer informatie

Belastingdienst.nl
Centraalaanspreekpuntpensioenen.belastingdienst.nl

Wetsartikelen

Artikel 38n tot en met 38q Wet loonbelasting

 

 

belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken

door100% Salarisverwerking B.V.

Mannen meer pensioen dan vrouwen!

Arbeidsparticipatie en deeltijd verschil

                   
Aan het begin van hun werkzame leven bouwen mannen en vrouwen ongeveer evenveel pensioen op, maar bij oudere leeftijdsgroepen blijken mannen steeds hogere aanspraken op te hebben gebouwd dan vrouwen. Dit hangt samen met verschil in arbeidsparticipatie en verschil in mate waarin in deeltijd wordt gewerkt. Mannen komen gemiddeld uit op een hoger te bereiken pensioen dan vrouwen, namelijk 13.700 € tegen 9.200 €. Gemiddeld is het te bereiken pensioen voor mensen van 25 jaar tot de AOW-leeftijd 11 600 euro bruto per jaar. Dat blijkt uit de pensioenaansprakenstatistiek van het CBS.

salarisverwerkers, salarisverwerking, salarisverwerker, loon, salaris, salarisadministratie, loonadministratie,

Drie pijlers

Het Nederlandse pensioenstelsel heeft drie pijlers. De AOW, het arbeidsgerelateerde collectieve ouderdomspensioen het kapitaal dat ontstaat door individuele pensioenopbouw. Het onderzoek van het CBS richtte zich op het collectieve ouderdomspensioen. Eind 2016 hadden ruim 8,9 miljoen personen van 25 jaar tot de AOW-leeftijd één of meer aanspraken op pensioen. Bij 64 procent ging het om pensioen dat op dat moment actief werd opgebouwd. Van die 8,9 miljoen mensen was 53 procent man.

verschil tussen mannen en vrouwen in het te bereiken pensioen, Verschillen in pensioenopbouw, Verwacht pensioen van mannen derde meer dan van vrouwen

Verschillen in pensioenopbouw

Het verschil tussen mannen en vrouwen in het mogelijk te bereiken pensioen is klein in de jongste leeftijdsklasse en wordt groter met het stijgen van de leeftijd. Bij mannen is het te bereiken bedrag hoger in de oudere leeftijdsgroepen, tot en met de 55- tot 60-jarigen. Bij vrouwen is dat niet het geval. Daar is vanaf de groep 45- tot 50-jarigen de te bereiken pensioenaanspraak juist lager dan bij jongere leeftijdsgroepen. Bij de 55-plussers is het bedrag voor de mannen gemiddeld tweemaal zo hoog als het bedrag voor de vrouwen. Dit hangt samen met de arbeidsparticipatie. Die is bij vrouwen over het algemeen lager dan bij mannen; vrouwen werken minder vaak dan mannen en vaker in deeltijd. Bij 55-plussers is het verschil tussen mannen en vrouwen in arbeidsparticipatie het grootst.

verschil tussen mannen en vrouwen in het te bereiken pensioen, Verschillen in pensioenopbouw, Verwacht pensioen van mannen derde meer dan van vrouwen

Individuele verschillen

Gemiddeld is het te bereiken pensioen voor personen van 25 jaar tot de AOW-leeftijd ongeveer 11.600 € bruto per jaar. Bij mannen ligt het gemiddelde hoger (13.700 €) dan bij vrouwen (9.200 €). Tussen individuele personen, zowel mannen als vrouwen, zijn de verschillen groot; er zijn veel mensen die (nog) een heel laag te bereiken pensioen hebben, terwijl er ook mensen zijn die een pensioen van meer dan 100.000 € per jaar kunnen verwachten.
Bij een verdeling van personen met pensioenaanspraken in tien groepen van laag naar hoog, blijkt dat het merendeel aanspraken heeft die onder het gemiddelde liggen.

Opgebouwd pensioen

Het te bereiken pensioen is een door pensioenuitvoerders berekende schatting. De pensioenaansprakenstatistiek bevat ook informatie over de pensioenuitkering die mensen reeds hebben opgebouwd. Dit is dus het bedrag dat men vanaf de pensioenleeftijd zou ontvangen als de opbouw per direct zou stoppen.

Gemiddeld was eind 2016 het reeds opgebouwde pensioen voor mensen van 25 jaar tot de AOW-leeftijd 6.000 € bruto per jaar, voor mannen 7.400 € en voor vrouwen 4.400 €. Dat betekent dat mannen gemiddeld ongeveer 40 procent meer pensioen hebben opgebouwd dan vrouwen. In de leeftijdsklassen tot 40 jaar is het verschil tussen mannen en vrouwen klein, daarna neemt het toe. In de leeftijdsklasse van 60 jaar tot de AOW-leeftijd, waarbij het gaat om mensen die binnen afzienbare tijd met pensioen zullen gaan, is het verschil 55 procent. Mannen van 60 jaar en ouder hebben 14.900 € bruto per jaar opgebouwd, vrouwen van 60 jaar en ouder 6.800 €.

verschil tussen mannen en vrouwen in het te bereiken pensioen, Verschillen in pensioenopbouw, Verwacht pensioen van mannen derde meer dan van vrouwen

door100% Salarisverwerking B.V.

Voorwaarden pensioenregeling payrollkrachten

Er is een besluit voorwaarden pensioenregeling payrollkrachten gepubliceerd.

             

Het Ontwerpbesluit voorwaarden adequate pensioenregeling payrollkrachten is op 15 februari 2019 gepubliceerd. Reageren op het besluit kan tot 16 maart 2019.

 
Payrollwerknemers hebben op grond van de Wet arbeidsmarkt in balans recht op een adequate pensioenregeling als voor vergelijkbare werknemers van de inlener of in de betreffende sector een pensioenregeling geldt. Indien de werknemer niet deelneemt aan de regeling van de inlener moet de pensioenregeling voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld met dit besluit.

Oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden (lagere pensioenkosten) wordt hierdoor tegengegaan. De meeste payrollwerknemers bouwen dan een beter pensioen op.
 

Verplichting

De verplichting voor een payrollwerkgever om te voorzien in een adequate pensioenregeling voor payrollkrachten geldt indien:

  1. werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de inlener recht hebben op deelname in een pensioenregeling; of

  2. de inlener geen werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst heeft, maar werknemers werken in gelijke of gelijkwaardige functies in de sector van het beroeps- of bedrijfsleven waarin de inlener werkt, recht hebben op een pensioenregeling.

*Indien geen sprake is van een van deze twee situaties, geldt er op grond van de Waadi géén verplichting tot het treffen van een adequate pensioenregeling voor de payrollkrachten.
 

Optie 1: (vrijwillige) aansluiting bij basispensioenregeling inlener

Als geen sprake is van een verplichte aansluiting, kan een payrollwerkgever verkennen of vrijwillige
aansluiting bij de pensioenuitvoerder van de basispensioenregeling van de inlener mogelijk is. Een
bedrijfstakpensioenfonds kan alleen akkoord gaan met vrijwillige aansluiting, in het geval:

  • de loonontwikkeling bij de payrollwerkgever ten minste gelijk is aan die in een bedrijfstak
    waarin het bedrijfstakpensioenfonds werkzaam is en de payrollwerkgever deelneemt in de sociale
    fondsen van dezelfde bedrijfstak,
  • de payrollwerkgever verbonden is in een groep met een andere verplicht bij het
    bedrijfstakpensioenfonds aangesloten werkgever; of
  • de payrollwerkgever oorspronkelijk wel onder de verplichtstelling viel en direct aansluitend vrijwillig
    aangesloten blijft.

Aansluiting bij een ondernemingspensioenfonds verbonden aan de groep waartoe de inlener behoort,
is mogelijk als de (onderneming van de) payrollwerkgever oorspronkelijk behoorde tot de groep en de aansluiting bij beëindiging van de verbondenheid met de groep blijft bestaan, tenzij de onderneming van de payrollwerkgever onder de werkingssfeer van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds valt.
 

Optie 2: afsluiten adequate pensioenregeling door payrollwerkgever

Een dergelijke pensioenregeling moet voldoen aan verschillende voorwaarden, waarbij is aangesloten bij de vormgeving van de gemiddelde pensioenregeling in Nederland. Concreet zijn de volgende voorwaarden opgenomen in dit besluit:

  1. Opbouw van een ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen
  2. Geen wachttijd of drempelperiode
  3. Collectieve werkgeverspremie gebaseerd op de gemiddelde werkgeverspremie in Nederland

 

Werknemersbijdrage

Het staat sociale partners vrij om – bovenop de werkgeverspremie – een werknemersbijdrage overeen te komen. Dit besluit geeft hiervoor geen verbod of verplichting. Een eventuele werknemersbijdrage leidt overigens niet tot een vermindering van de pensioengrondslagsom.
 

Fiscale bovenmatigheid

Bij een gemiddeld jong werknemersbestand kunnen bij een fiscaal maximale premie-inleg de totale kosten van de pensioenregeling voor de werkgever lager uitkomen dan de voorgeschreven werkgeverspremie. In dat geval is de payrollwerkgever niet verplicht om meer premies in te leggen dan fiscaal is gemaximeerd.

In plaats daarvan moet de payrollwerkgever het verschil tussen (a) het bedrag dat zou moeten worden betaald als de op grond van dit besluit voorgeschreven werkgeverspremie zou worden betaald en (b) de fiscaal maximale (en daadwerkelijk betaalde) premie, als loon uitbetalen aan de payrollkrachten voor wie de basispensioenregeling geldt.
 

Pensioenwet

De payrollwerkgever en de pensioenuitvoerder zijn gebonden aan de Pensioenwet. Dit brengt onder meer met zich dat een payrollwerkgever een payrollkracht tijdig moet informeren of hij een aanbod doet voor het sluiten van een pensioenovereenkomst en verantwoordelijk is voor tijdige betaling van de pensioenpremies aan de pensioenuitvoerder.
 

Schadevergoeding

Indien een payrollwerkgever verplicht is in een adequate pensioenregeling te voorzien, maar hiertoe niet overgaat, kan de payrollkracht mogelijk een vordering tot schadevergoeding of een vordering tot afdracht van pensioenpremies indienen vanwege het ten onrechte niet opgebouwd hebben van pensioen. Daarnaast kan een payrollkracht uiteraard in rechte nakoming eisen van de verplichting van de payrollwerkgever om te voorzien in een adequate pensioenregeling.
 

Inspectie SZW

De Inspectie SZW is de toezichthouder op de Waadi en in dat kader ook belast met het toezicht op de vraag of er een adequate pensioenregeling door de payrollwerkgever is afgesloten voor de payrollkrachten.
 

Ontwerpbesluit voorwaarden adequate pensioenregeling payrollkrachten

Payrollwerknemers hebben op grond van de Wet arbeidsmarkt in balans recht op een adequate pensioenregeling als voor vergelijkbare werknemers van de inlener of in de betreffende sector een pensioenregeling geldt. Indien de werknemer niet deelneemt aan de regeling van de inlener moet de pensioenregeling voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld met dit besluit.(link)
 

Nota van toelichting bij Ontwerpbesluit adequaat pensioen payroll

Nota van toelichting bij het Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs in verband met het vastleggen van een nadere invulling van een adequate pensioenregeling als bedoeld in artikel 8a, vierde lid, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. (link)
 
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,