Tag archief arbeidscontract

door100% Salarisverwerking B.V.

0-urencontract toch doorbetaling van loon!

Uitspraak rechtbank Noord Holland

                    

In een recente kort geding heeft de rechtbank een bedrijf, waar een vrouw aanvankelijk in de zomervakantie 40 uur per week werkte als assistent accountant, veroordeeld tot doorbetaling van haar volledige salaris.

 
personeelszaken, hr management, loonadministrateurs,salarisadministrateurs, salarisverwerking, salarisverwerker, salarisverwerkers, loonadministratie, loonadministrateurs, loonverwerkers, loonverwerker, salarisadministratie, salaris, loon, salarisverwerking online, salarisverwerker online,
 

Het begin

Een 21-jarige vrouw begint in de zomer van 2018 als assistent-accountant. Ze krijgt een 0-urencontract tegen minimumloon voor de duur van een jaar, maar werkt in de praktijk 40 uur per week. Bij haar sollicitatie had de vrouw aangegeven graag een opleiding Accountancy te willen gaan volgen. Maar hier komt in de maanden daarop niets van terecht. De werkgever is teleurgesteld en wil van de vrouw af. Daarom stoppen zij per 31 oktober met oproepen. Ook vraagt de werkgever de vrouw een vaststellingsovereenkomst te tekenen, maar dat weigert zij. Vervolgens vordert de werkneemster op 6 november doorbetaling van haar loon en geeft ze aan beschikbaar te zijn voor arbeid. Eind december spreken de vrouw en het bedrijf elkaar en stuurt het bedrijf een brief waarin zij aangeven dat zij de hoeveelheid uren van de vrouw naar beneden (4 uur per week) willen bijstellen. Als reden voeren zij aan dat ze een nieuw boekhoudprogramma hebben aangeschaft waardoor het werk van de vrouw niet meer nodig is. Bovendien kan de vrouw niet worden ingezet voor écht accountantswerk, omdat ze de opleiding niet is gaan volgen. De advocaat van de vrouw sommeert betaling van het achterstallige salaris, dat vervolgens gedeeltelijk wordt overgemaakt voor de maanden november en december. Toch treffen de twee bedrijven elkaar in een kort geding voor de rechter.
 

Bij de rechter

De vrouw eist (door)betaling van het salaris van 1.320,65 euro netto per maand over de periode van 1 november 2018 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd. Daarnaast wil ze een nettobedrag van 1.120,23 euro aan achterstallig salaris en reiskostenvergoeding, plus nog eens 1.139,38 euro aan vertragingsrente. Ook de kosten van het geding en de kosten voor het buitenrechtelijke incassotraject worden gevorderd op de werkgever. Zij wijst ter onderbouwing op het rechtsvermoeden dat is ontstaan op basis van de loonstroken van augustus, september en oktober. Daar blijkt uit dat zij in die maanden steeds 40 uur heeft gewerkt.
Ter verdediging voert de werkgever aan dat de vrouw een 0-urencontract heeft en dus geen recht heeft om opgeroepen te worden. Maar zij weerleggen niet dat de vrouw in de drie maanden steeds 40 uur heeft gewerkt. Wel stellen zij dat zij per 1 januari haar uren naar beneden hebben bijgesteld, conform een eenzijdig wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomst. De werkzaamheden van de vrouw zijn nu niet meer nodig, vanwege het nieuwe boekhoudprogramma. Ook voeren zij aan dat zij niet verder met de vrouw willen omdat zij haar werkzaamheden niet op het verwachte, (toekomstige) niveau uitvoert, omdat zij niet aan de opleiding tot accountant is begonnen. Het werk dat zij wel uitvoerde is bovendien overgenomen door (goedkopere) stagiaires.
De vrouw betwist dit. Zij stelt dat zij altijd naar tevredenheid heeft gefunctioneerd en zij al voordat ze in haar functie begon heeft aangegeven niet aan de opleiding te gaan beginnen. De werkgever was daar akkoord mee. Bovendien is er blijkbaar wel degelijk werk voorhanden, alleen wordt dat dus door stagiairs gedaan.
 

Het oordeel

De vrouw wordt in het kort geding in het gelijk gesteld. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en reiskostenvergoeding. De rente heeft voor het kort geding geen spoedeisend belang en wordt dus niet toegewezen. De kosten voor buitenrechtelijke incasso bestonden enkel uit het verzenden van een brief en worden niet toegewezen, maar de gerechtelijke kosten wel. Of er per 1 januari rechtmatig een verandering is ontstaan in de hoeveelheid uren die de vrouw nog werkt, wordt overgelaten aan de bodemprocedure.
 
Uitspraak: rechtbank Noord Holland
 
 
hr beleid, hr management, personeelszaken, hrm personeel, loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking,

door100% Salarisverwerking B.V.

Elke werknemer heeft recht op een minimumbeloning

Bijzonderheden van de Wet minimumloon (WML) en minimumvakantiebijslag.

              
minimumloon 2019, wettelijkminimumloon wml 2019, 2019 minimumlonen, loon minimaal, 2019 salaris minimaal, vastgesteld loon minimaal 2019, loon, salaris

De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) speelt in elke organisatie een rol. Het belangrijkste doel van deze wet is om iedereen die arbeid verricht van een sociaal aanvaardbare beloning te voorzien en oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegen te gaan. In de praktijk betekent dit dat werkgevers met ondergrenzen qua beloning te maken hebben, maar ook qua vakantiebijslag.
In een serie whitepapers komen verschillende aspecten van de WML uitgebreider aan bod. In deze whitepaper staan de bijzonderheden van het minimumloon centraal.

 

Elke werknemer heeft recht op een minimumbeloning

 

De bijzonderheden van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

Zowel de HR-medewerker als de salarisadministrateur krijgt te maken met het loon van werknemers en daarmee ook met het minimumloon. Elke werknemer heeft recht op een sociaal aanvaardbare beloning voor zijn arbeid en in de wet is bepaald welk loon een werknemer minimaal moet ontvangen. Dit loon wordt elk halfjaar aangepast aan de ontwikkelingen van de cao-lonen. Voor wie het loon nu precies geldt en om welke loonbedragen het gaat, leest u verderop.

Attentie!

De afgelopen jaren heeft het kabinet een aantal wijzigingen doorgevoerd in de WML met betrekking tot de leeftijdsgrens voor het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon voor werknemers van 18 jaar en ouder.
 

Minimum van het loon

Er bestaan meerdere minimumlonen: de minimumbedragen die in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomsten zijn afgesproken en het wettelijk minimum. De werkgever moet goed in de gaten te houden voor wie welk minimumloon precies van toepassing is.
 

Op grond van de arbeidsovereenkomst

In de individuele arbeidsovereenkomst kunnen verwijzingen staan naar de loonschalen van de onderneming. Deze loonschalen bepalen in feite de minimumlonen voor bijvoorbeeld bepaalde functies of leeftijden. Ook collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) kunnen minimumbedragen aan loon voorschrijven. Die minimumbedragen zijn afhankelijk van wat de cao-partijen hierover precies zijn overeengekomen. Als de onderneming onder een cao valt, moet de werkgever zich aan de daarin opgenomen minimumlonen houden.

Attentie!

De in een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen minimumbedragen mogen nooit lager zijn dan die in de wet, maar doorgaans wordt in (collectieve) arbeidsovereenkomsten juist een hoger minimumloon voorgeschreven.
 

Op grond van de wet

Het minimumloon waar elke onderneming zich op grond van de wet aan moet houden, is vastgelegd in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) in samenhang met het Besluit minimumjeugdloon. Welke precieze bedragen er gelden, leest u verderop.

“In de individuele arbeidsovereenkomst kunnen verwijzingen staan naar de loonschalen van de onderneming.”

 

Voor wie geldt de WML nu precies?

Het wettelijk minimumloon is in eerste instantie van toepassing voor werknemers die op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij een onderneming werkzaam zijn. In de praktijk betekent het dat de volgende personen recht hebben op dat wettelijk minimum:

    • werknemers met een vaste arbeidsovereenkomst
    • werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst
    • werknemers met een tewerkstellingsvergunning
    • oproepkrachten
    • payrollkrachten
    • uitzendkrachten
    • werknemers van (onder)aannemers.

 

Zelfstandige opdrachtnemers

Sinds 2018 geldt het wettelijk minimumloon ook voor zelfstandig opdrachtnemers die op basis van een overeenkomst van opdracht of andere overeenkomst tegen beloning werken – maar dus niet op basis van een arbeidsovereenkomst.

Attentie!

Het wettelijk minimumloon geldt echter niet voor opdrachtnemers die (fiscaal) als zelfstandig ondernemer kwalificeren, zoals zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

Voor wie geldt de WML nu precies?

Wie worden gekwalificeerd als opdrachtnemer?

Onder meer de volgende opdrachtnemers hebben recht op het wettelijk minimumloon:

    • accountants
    • advocaten
    • architecten
    • deurwaarders
    • dierenartsen
    • incassomedewerkers
    • makelaars
    • notarissen
    • pakket- of postbezorgers
    • veilinghouders.

 

Het minimumloon per maand, dag en uur

Het minimumloon geldt sinds 1 juli 2017 voor werknemers vanaf 22 jaar in plaats van 23 jaar. Inmiddels eindigt dat recht niet langer bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Voor werknemers van 15 tot en met 21 jaar geldt het minimumjeugdloon, dat een vast percentage van het minimumloon is. Meer daarover leest u verderop.

Attentie!

Het is de bedoeling dat het minimumloon per 1 juli 2019 voor werknemers vanaf 21 jaar gaat gelden. Dan stijgt ook het minimumjeugdloon voor 18- tot en met 20-jarigen opnieuw.
 

Bedragen

Het wettelijk minimumloon is een brutobedrag en geldt voor een volledige werkweek. Afhankelijk van de sector en cao-afspraken bedraagt een volledige werkweek 36, 38 of 40 uur. Het minimumbrutoloon per maand, per week en per dag staan hieronder aangegeven. De bedragen gelden per 1 januari 2019.
minimum uurloon is berekend voor 36-urige, 38-urige en 40-urige werkweek,minimumloon per uur 2019, wettelijkminimumloon per uur, wml 2019 per uur, 2019 minimumlonen per uur, loon minimaal per uur, 2019 salaris minimaal per uur, vastgesteld loon. minimaal 2019 per uur, 21 jaar minimumloon per uur, 20 jaar minimumloon per uur, 19 jaar minimumloon per uur, 18 jaar minimumloon per uur, 17 jaar minimumloon per uur, 16 jaar minimumloon per uur, 15 jaar minimumloon per uur,

Attentie!

Heeft een onderneming geen arbeidsduur met de werknemer afgesproken, dan bepaalt zijn feitelijke arbeidsduur zijn minimumloon. Is die arbeidsduur minder dan de normale arbeidsduur bij de onderneming, dan berekent de werkgever het minimumloon naar rato.
 

Parttime werknemer

Voor parttime werknemers gelden de wettelijke minimumloonbedragen naar rato van de afgesproken arbeidsduur per week in verhouding tot de normale arbeidsduur. Voor de gebruikelijke arbeidsduur mag de werkgever uitgaan van maximaal 40 uur per week.
 

Voorbeeld

Stel dat een werknemer van 38 jaar een maandloon heeft afgesproken met zijn werkgever en 24 uur per week werkt, terwijl de normale werkweek 40 uur bedraagt, dan heeft hij recht op een maandloon van minstens:

    24/40 x € 1.615,80 = € 969,48

Zou de gebruikelijke werkweek 36 uur zijn, dan is het maandloon van deze parttimer minstens:

    24/36 x € 1.615,80 = € 1.077,20

 

Minimumloon per uur


Er bestaat geen standaard wettelijk minimumloon per uur. De overheid heeft wel de bedragen van het wettelijk minimumloon per week voor het gemak omgerekend naar minimumuurloonbedragen bij verschillende arbeidsduren per fulltime werkweek. De bedragen hieronder gelden per 1 januari 2019.

Tabel: minimumloon per uur voor fulltime werkweek van 36, 38 en 40 uur (bruto bedragen per 1 januari 2019)

Fulltime werkweek

22 jaar & ouder

21 jaar

20 jaar

19 jaar

18 jaar

17 jaar

16 jaar

15 jaar

36 uur

€ 10,36

€ 8,81

€ 7,26

€ 5,70

€ 4,93

€ 4,10

€ 3,58

€ 3,11

38 uur

€ 9,82

€ 8,35

€ 6,87

€ 5,40

€ 4,67

€ 3,88

€ 3,39

€ 2,95

40 uur

€ 9,33

€ 7,93

€ 6,53

€ 5,13

€ 4,43

€ 3,69

€ 3,22

€ 2,80

 

Niet elke beloning is onderdeel van het minimumloon

Het minimumloon lijkt rechttoe rechtaan: dat wat de werknemer elke maand op zijn rekening gestort krijgt, moet voldoen aan de WML. Toch is dat bij de toetsing of het brutoloon voldoet aan het wettelijke minimum niet voldoende, want dat bedrag kan loonbestanddelen bevatten die de werkgever niet mag meerekenen.

De volgende loonbestanddelen moet de werkgever buiten beschouwing laten:

    • bijzondere vergoedingen voor kostwinners en gezinshoofden
    • eindejaarsuitkeringen
    • kostenvergoedingen (ter dekking van voor het werk noodzakelijkerwijs gemaakte kosten)
    • uitkeringen bij bijzondere gelegenheden
    • uitkeringen op grond van aanspraken om na verloop van tijd of onder voorwaarden één of meer uitkeringen te ontvangen
    • uitkeringen op grond van een spaarloonregeling
    • vakantiebijslag
    • werkgeversbijdragen in de premie voor de ziektekostenverzekering
    • winstuitkeringen.

Attentie!

Sinds 2018 mag de werkgever meerwerk en overwerk niet langer uitzonderen van het loonbegrip voor de WML. Met andere woorden: de door werknemers gemaakte extra uren tellen mee bij het bepalen of de onderneming voldoende betaalt.
 

Cafetariaregeling

De werkgever moet extra goed opletten bij een cafetariasysteem. Door het uitruilen van belast loon voor een onbelast loonbestanddeel op grond van een cafetariasysteem mag een werknemer namelijk niet minder dan het minimumloon overhouden. Het is dus belangrijk dat de werkgever vóór zo’n uitruil goed controleert of hij hiermee niet in de knel komt met de WML!

“Er bestaat geen standaard wettelijk minimumloon per uur.”

 
 

minimumloon, minimumlonen, minimumuurloon, minimumjeugdloon,minimum(jeugd)lonen, minimum wettelijk loon, wml 2018, het wettelijk minimumloon 2018

door100% Salarisverwerking B.V.

Transitievergoeding ook bij financiële problemen

Werkgever moet toch een transitievergoeding aan een werknemer betalen ondanks financiële problemen.

                  

Wel mag de werkgever de transitievergoeding in termijnen betalen. Dat is het oordeel van de kantonrechter in Zaanstad.

loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,

Het UWV heeft op 13 november 2018 toestemming gegeven voor opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer. Er is volgens het UWV een redelijke grond voor ontslag, namelijk een bedrijfseconomische noodzaak om de arbeidsplaats van de werknemer te laten vervallen, en dat er geen herplaatsing mogelijk is.

De arbeidsovereenkomst is geëindigd op 28 december 2018.

De werknemer heeft verzocht om de werkgever te veroordelen tot betaling van onder meer een transitievergoeding.

De werkgever stelt onder meer dat het gelet op zijn financiële situatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om hem te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding. Verder verzoekt hij om als hij de transitievergoeding toch moet betalen, dit in termijnen te mogen doen.

Partijen zijn het er op zichzelf over eens dat de werknemer recht heeft op een transitievergoeding van € 9.137,10 bruto.
 

Redelijkheid en billijkheid

In het Burgerlijk Wetboek staat dat een tussen partijen geldende regel, zoals het wettelijk recht op een transitievergoeding, niet van toepassing is, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

De kantonrechter moet met een beroep op deze redelijkheid en billijkheid terughoudend omgaan, zeker als het gaat om een regel van dwingend recht, zoals het wettelijk recht op de transitievergoeding (uitspraak Hoge Raad van 5 oktober 2018).
 

Faillissement

De wetgever begrijpt dat financiële problemen van een werkgever soms in de weg kunnen staan aan een recht op transitievergoeding of aan de betaling daarvan ineens. Daarom is in de wet bepaald dat de transitievergoeding niet meer verschuldigd is als de werkgever in staat van faillissement is verklaard, aan hem surseance van betaling is verleend of op hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is.

Daarnaast is geregeld dat de transitievergoeding in termijnen kan worden betaald, als de betaling van die vergoeding leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever.

De wetgever heeft in de wettelijke regeling van de transitievergoeding dus al rekening gehouden met financiële problemen van een werkgever, door het vervallen van het recht op die vergoeding bij faillissement van de werkgever en door betaling in termijnen mogelijk te maken.
 

Uitzonderlijke omstandigheden

Het beroep van de werkgever op de redelijkheid en billijkheid alleen kan slagen als sprake is van heel uitzonderlijke omstandigheden. Dat is niet het geval. De financiële problemen van de werkgever kunnen niet als heel uitzonderlijk worden aangemerkt, omdat dit een vaker voorkomend en algemeen probleem is, waarmee in de wet al rekening is gehouden.

Dat de werkgever een eenmanszaak heeft en geen vennootschap maakt daarbij niet uit. Hij heeft op de zitting toegelicht dat zijn onderneming in 2018 nog (een kleine) winst heeft gemaakt, zodat ook geen sprake is van een uitzonderlijk slechte financiële situatie in zijn onderneming.

De regeling van de transitievergoeding is door de wetgever zo opgezet dat voor een aanspraak daarop niet van belang is of de werknemer na het eindigen van de arbeidsovereenkomst werkloos is, dan wel aansluitend een andere baan heeft gevonden. Dat de werknemer een aanbod voor een nieuwe arbeidsovereenkomst weigert, betekent dus niet dat het onaanvaardbaar is dat de werknemer aanspraak maakt op een transitievergoeding.
 

In termijnen

De werkgever heeft voldoende aangetoond dat hij in een zodanige financiële situatie verkeert dat betaling ineens van de transitievergoeding tot problemen leidt. Uit de door hem overgelegde gegevens van de Belastingdienst blijkt dat hij de afgelopen jaren een zeer beperkt inkomen heeft gehad en dat hij een schuld bij een bank heeft. Gelet daarop is het verzoek om in termijnen te mogen betalen, gerechtvaardigd.

Uit artikel 25 van de Ontslagregeling volgt dat de betaling van de transitievergoeding kan worden toegestaan in termijnen verspreid over een periode van ten hoogste zes maanden, vanaf een maand na einde van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter veroordeelt de werkgever om aan de werknemer een transitievergoeding te betalen een bedrag van
€ 9.137,10 bruto, in vijf termijnen van telkens € 1.827,42 bruto.
 
Uitspraak Rechtbank Noord-Holland, 12 maart 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:2030
 
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerker, salaris diensten, loon diensten, loonadministratie online, salarisverwerking online, personeelszaken, personeelsdiensten,

door100% Salarisverwerking B.V.

Let op de vaststellingsovereenkomst!

Neem relatiebeding en geheimhoudingsbeding op in u vaststellingsovereenkomst.

             
Het niet opnemen van een relatie- en/of geheimhoudingsbeding in een vaststellingsovereenkomst in combinatie met finale kwijting kan negatief uitpakken voor een werkgever, zo blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland.

Tussen een werknemer en werkgever is met ingang van 17 mei 2017 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst zijn een geheimhoudingsbeding, relatiebeding en boetebeding opgenomen.

Partijen hebben op 15 mei 2018 een vaststellingsovereenkomst gesloten. In de overeenkomst is opgenomen dat werkgever en werknemer met betrekking tot de arbeidsovereenkomst en de beëindiging daarvan niets meer van elkaar hebben te vorderen en zij elkaar finale kwijting verlenen.

juridische ondersteuning, juridische diensten,personeelszaken,arbeidsvoorwaarden, contract, salarisverwerking, loonadministratie, salaris, loon, loonstroken,loonstrookje, salarisverwerker, loonverwerking,uitbesteden van salaris, loonverwerkers,
 

De werkgever?

De werkgever stelt nu dat de werknemer door zijn werkzaamheden voor een ander bedrijf het geheimhoudingsbeding en het relatiebeding in de arbeidsovereenkomst heeft geschonden.

Het betreffende bedrijf is een zakelijke relatie van de werkgever die onder het relatiebeding valt. Het bedrijf is net als de werkgever actief in de internetmarketing. Door zijn werkzaamheden bij dat bedrijf onderhoudt de ex-werknemer contact met klanten van zijn voormalig werkgever.

Daarnaast heeft de werkgever ontdekt dat de werknemer nog tot en met 15 juli 2018 actief was in een Google Docs-document met klantgegevens van de werkgever en dat document tientallen keren heeft geraadpleegd. Door die gegevens te raadplegen en te gebruiken voor het nieuwe bedrijf heeft de werknemer het geheimhoudingsbeding geschonden.

De werkgever maakt aanspraak op de contractuele boete, een bedrag van in totaal 249.000 euro.

De vaststellingsovereenkomst maakt geen melding van het relatie- en geheimhoudingsbeding en die bedingen zijn bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst ook niet besproken. De bedingen gelden daarom nog steeds, aldus de werkgever.
 

De werknemer?

Volgens de oud-werknemer zijn het relatiebeding en het geheimhoudingsbeding door het sluiten van de vaststellingsovereenkomst op 15 mei 2018 komen te vervallen. Die bedingen worden immers niet genoemd in de vaststellingsovereenkomst en partijen hebben elkaar finale kwijting verleend voor de arbeidsovereenkomst en de beëindiging daarvan.
 

De rechter?

Juist omdat deze bedingen zouden kunnen gelden in de periode na het einde van de arbeidsovereenkomst, moeten de bedingen expliciet door de werkgever tijdens de onderhandelingen en het opstellen van de beëindigingsovereenkomst aan de orde komen. Wanneer dat niet gebeurt, er over geen van in de arbeidsovereenkomst voorkomende postcontractuele bedingen een afspraak wordt gemaakt in de beëindigingsovereenkomst en er een finale kwijting wordt opgenomen, moet worden geconcludeerd dat ook de bedingen onder de finale kwijting vallen.

Daar komt nog bij dat in deze casus wel allerlei details aan de orde zijn gekomen, zoals de teruggave van de bedrijfsfiets en negatieve uitlatingen na einde dienstverband.

Dit betekent volgens de voorzieningenrechter dat door het sluiten van de vaststellingsovereenkomst op 15 mei 2018 het geheimhoudingsbeding en het relatiebeding die oorspronkelijk tussen partijen golden, zijn vervallen en dat de werkgever op die bedingen geen beroep meer kan doen.
 
Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland, 11 januari 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:210
 
 
wet en regelgeving ondernemers, regels ondernemingen, werkgevers wet en regelgeving geremd, papierwerk stopt groei, verhindering groei onderneming, werkgevers opstakels,barrière regels ondernemers,

door100% Salarisverwerking B.V.

Oproepovereenkomst of arbeidsovereenkomst met vaste uren?

Werknemer vs Werkgever

                                     
Partijen ruziën over de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst met een vaste arbeidsomvang van 36 uur per week, zoals de werknemer betoogt, dan wel een oproepovereenkomst, nul urencontract, zoals de werkgever stelt.

Kan de werkgever het loon stopzetten of een werknemer ontslaan, Transitievergoeding , opzegtermijn, ontbinden arbeidsovereenkomst,ontbinding contract, arbeidsovereenkomst opzeggen,

Een vrouw is op 1 juni 2017 voor de duur van zes maanden in dienst getreden van de werkgever in de functie van zorgcoördinator.

Volgens het door de werkneemster gegeven bankafschrift heeft de werkgever op 31 juli 2017 een bedrag van € 2.501,63 bruto (€ 2.036,59 netto) aan de vrouw overgemaakt. Uit de daarmee corresponderende loonstrook blijkt dat dit bedrag betrekking heeft op salaris over de maand juni 2017, dat is vastgesteld op basis van 156 loonuren en 21,67 loondagen per maand.

De werkneemster heeft zich op 31 augustus 2017 ziekgemeld. Tot het einde van de arbeidsovereenkomst heeft zij geen werkzaamheden meer voor de werkgever verricht.

De arbeidsovereenkomst is op 1 december 2017 van rechtswege geëindigd en nadien niet voortgezet.

In geschil is of het hier een arbeidsovereenkomst met een vaste arbeidsomvang van 36 uur per week betreft of een oproepovereenkomst (nul urencontract)?

Vast staat dat tussen partijen geen schriftelijke arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. De oproepovereenkomst die door de werkgever in eerste aanleg in het geding is gebracht, is door partijen niet ondertekend.

Rechtsvermoeden

In gevallen waarin de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig is overeengekomen, biedt de wet een rechtsvermoeden, op grond waarvan, indien de arbeidsovereenkomst tenminste drie maanden heeft geduurd, de bedongen arbeid wordt vermoed een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde arbeidsomvang per maand in de voorafgaande drie maanden.

Dit rechtsvermoeden biedt in deze zaak echter geen soelaas, aangezien het geschil tussen partijen over de arbeidsomvang al is gerezen voordat de werkneemster drie maanden voor de werkgever had gewerkt.

Vaste arbeidsomvang

Volgens het hof heeft de vrouw voldoende feiten gesteld en onderbouwd waaruit blijkt dat sprake is van een arbeidsomvang van 36 uur per week.

De feiten op een rij:

  • Het hof acht in dit verband van belang dat de vrouw tot driemaal toe in een e-mail aan de boekhouder van de werkgever heeft geschreven dat zij een “36 uur contract” heeft. Daarop hebben de boekhouder en de werkgever niet ontkennend op gereageerd.
  • Ook de loonstrook over de maand juli 2017 was aanvankelijk gebaseerd op 36 uur per week (deze is later veranderd in een loonstrook waarop een voorschotbetaling was vermeld).
  • Verder blijkt uit de loonstrook van juni 2017 blijkt dat over die maand 156 uren zijn uitbetaald, waarvan de werkneemster onweersproken heeft gesteld dat dit neerkomt op 36 uur per week, terwijl volgens de urenstaat die zij over die maand heeft ingevuld, de vrouw slechts (afgerond) 146 uren heeft gewerkt. Als sprake zou zijn geweest van een oproepcontract, dan zou het voor de hand hebben gelegen dat 146 uren zouden zijn uitbetaald en niet 156 uren.
  • Het hof acht verder van belang dat in de praktijk niet werd gewerkt met een (oproep)rooster en geen sprake is geweest van daadwerkelijke oproepen.

Betalen

Het hof veroordeelt de werkgever tot betaling aan de werknemer van het (restant)salaris over de maanden juli en augustus 2017, corresponderend met een 36-urige werkweek, voor zover dat nog niet aan haar is betaald. Ook moet de werkgever het over deze maanden pro rata opgebouwde vakantiegeld en de structurele eindejaarsuitkering uitbetalen.

Uitspraak Hof Den Haag, 20 november 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3090

wet en regelgeving ondernemers, regels ondernemingen, werkgevers wet en regelgeving geremd, papierwerk stopt groei, verhindering groei onderneming, werkgevers opstakels,barrière regels ondernemers,

close

Veel lees plezier? Delen mag.