Tag archief premieloon

door100% Salarisverwerking B.V.

Premiepercentages sociale verzekeringen 2021 gepubliceerd

De premiepercentages werknemers- en volksverzekeringen voor 2021 zijn bekend.
               
Ook het maximum premieloon werknemersverzekeringen en de opslag kinderopvangtoeslag 2021 zijn vastgesteld.

Het maximum premieloon voor 2021 is € 58.311 per kalenderjaar.

De premiepercentages 2021 zijn:

  • Algemene ouderdomswet (AOW) 17,90%
  • Algemene nabestaandenwet (Anw) 0,10%
  • lage premie Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) 2,7%
  • hoge premie Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) 7,7%
  • Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) 0,68%
  • basispremie Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) 7,03%
  • opslag kinderopvangtoeslag 0,50%

 

Toelichting


Deze regeling stelt de premiepercentages vast die gelden voor de premieheffing voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en Algemene nabestaandenwet (Anw), het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf), het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en de opslag op de basispremie Aof voor de kinderopvangtoeslag. Daarnaast wordt het maximumpremieloon vastgesteld voor de heffing van de premies werknemersverzekeringen. Tot slot wordt de loongrens voor indeling in de sector grootwinkelbedrijf geïndexeerd.

De maximumpremieloonbedragen voor tijdvakken korter dan het premiejaar die als grondslag gelden voor de premies en opslag geregeld in de artikelen 4 tot en met 7, worden voor de andere loontijdvakken door herleiding bepaald. Deze bedragen zullen door de Belastingdienst worden bekendgemaakt.

 
Meer informatie leest u in de Staatscourant op overheid.nl.
 
 
 
salarisverwerking 2021, belastingen 2021, overheid 2021, wet en regelgeving 2021, loon 2021, salaris 2021,

door100% Salarisverwerking B.V.

Dienstbetrekking stagiairs, echt of fictief?

Als u een stagiair aanneemt, kan sprake zijn van een echte of fictieve dienstbetrekking.
            
Of er is helemaal geen dienstbetrekking. En wat zijn de gevolgen als een stagiair na de stageperiode in vaste dienst komt? In deze handreiking leest u hier meer over.

Stagiairs zijn leerlingen die in de praktijk werken als onderdeel van hun opleiding.
Het is afhankelijk van de beloning of en hoe u de stagiair moet verwerken in de aangifte loonheffingen.
 

Geen dienstbetrekking

Ontvangt de stagiair alleen onderricht en eventueel een vergoeding van de werkelijke kosten, dan is geen sprake van een fictieve of echte dienstbetrekking. De stagiair ontvangt dan namelijk geen loon volgens de Wet op de loonbelasting.

 

Echte dienstbetrekking

Als een stagiair een reële beloning krijgt voor de stage-uren, bijvoorbeeld het minimum(jeugd)loon, is hij in echte dienstbetrekking. Dan gelden de normale regels voor de loonheffingen en is de stagiair verzekerd voor alle werknemersverzekeringen. U moet dan op de gebruikelijke manier premies werknemersverzekeringen berekenen en ook de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) betalen.

 

Fictieve dienstbetrekking

Als er geen echte dienstbetrekking is en de stagiair krijgt een stagevergoeding, kan sprake zijn van een fictieve dienstbetrekking. Dit is van toepassing als de stagiair geen marktconforme beloning ontvangt. Marktconform is bijvoorbeeld het minimumjeugd- of cao-loon.

U houdt loonbelasting/premie volksverzekeringen in en u betaalt werkgeversheffing Zvw.

 

Premies werknemersverzekeringen

Deze stagiair is verzekerd voor de Wet Wajong en voor de Ziektewet (ZW), maar u hoeft geen premies werknemersverzekeringen te berekenen.

 

Codes aangifte loonheffingen

Voor stagiair in fictieve dienstbetrekking geldt het volgende:

  • Code aard arbeidsverhouding is 7.
  • Hij is alleen verzekerd voor de ZW en de Wet Wajong.
  • De verzekeringsindicatie voor de ZW moet op ‘Ja’ staan.
  • De verzekeringsindicaties voor de WW en de WAO/IVA/WGA moeten op ‘Nee’ staan.
  • Het loon dat hij geniet (de stagevergoeding) is loon voor de werknemersverzekeringen (SV-loon).
  • Er is géén sprake van premieloon (oftewel grondslagaanwas op het cumulatieve premieloon). U vult € 0 aan premieloon (grondslagaanwas) in.
  • U moet de sectorcode invullen.
  • De rubriek ‘Code invloed verzekeringsplicht’ vult u niet in.

 

Gelijktijdig stage en dienstbetrekking

Het kan zijn dat een werknemer gelijktijdig bij dezelfde werkgever in echte dienstbetrekking en fictieve dienstbetrekking (stage) is.

 

Echte dienstbetrekking

Als een stagiair voor de stage-uren een marktconforme beloning ontvangt, is sprake van een echte dienstbetrekking. U houdt op de gebruikelijk manier de loonheffing in. U betaalt ook premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw.

 

Fictieve dienstbetrekking

Ontvangt de stagiair geen marktconforme beloning maar een stagevergoeding, dan past u de regels toe die gelden voor de fictieve dienstbetrekking. U gebruikt voor de stagevergoeding een aparte inkomstenverhouding.

 

Na stage in dienst

Wanneer de arbeidsverhouding van een stagiair na zijn stage wijzigt van een fictieve dienstbetrekking naar een echte dienstbetrekking, verandert zijn verzekeringssituatie. Voor de echte dienstbetrekking gebruikt u dan een nieuwe inkomstenverhouding.

 

Premies werknemersverzekeringen

Wijzigt de dienstbetrekking van de stagiair in de loop van het kalenderjaar, dan heeft dit gevolgen voor de berekening van de premies werknemersverzekeringen. Voor de berekening van het premiemaximum moet u ook rekening houden met loon dat de stagiair tijdens zijn stageperiode heeft genoten. U moet dan alsnog alle premies werknemersverzekeringen betalen over de stagevergoeding. Dit leidt dus tot een ‘inhaaleffect’.

 

Voorbeeld

Iemand werkt van 1 januari tot en met 31 maart als stagiair in fictieve dienstbetrekking tegen een loon van € 300 per maand. Per 1 april komt deze persoon in vaste dienst tegen een maandloon van € 4.500. Het (fictieve) maximum premieloon per maand is € 4.700.

Voor de berekening van de premies werknemersverzekeringen geldt het volgende:

  • Vanaf 1 januari tot en met 31 maart is de stagiair alleen verzekerd voor de Wet Wajong en de ZW. Nummer inkomstenverhouding is 1. De stagevergoeding behoort tot het cumulatief loon werknemersverzekeringen, maar leidt niet tot aanwas van de grondslag. Over de stagevergoeding hoeft u dus geen premie te betalen.
  • Vanaf 1 april komt de stagiair in vaste dienst. Hij is verzekerd voor alle werknemersverzekeringen. Nummer inkomstenverhouding is 2. In april is sprake van een inhaaleffect in verband met de stagevergoedingen in januari tot en met maart.

 

Tabel

premies werknemersverzekeringen ,stagevergoedingen

Tabel met berekening van de premies werknemersverzekeringen n.a.v. het gegeven voorbeeld

In de brochure ‘Toelichting loonberekening VCR ’ vindt u meer rekenvoorbeelden.

 

School ontvangt stagevergoeding

Als de stagiair de stagevergoeding niet zelf krijgt, hoeft u geen loonheffingen in te houden en te betalen onder de volgende voorwaarden:

  • U maakt de stagevergoeding rechtstreeks over aan de school of het stagefonds, met uitzondering van kostenvergoedingen.
  • De school of het stagefonds geeft de stagevergoeding niet door aan de stagiair, maar gebruikt dit voor algemene schoolse activiteiten.
  • De school of het stagefonds administreert de stagevergoedingen en de besteding daarvan.
  • U legt binnen 2 maanden na afloop van elk jaar de volgende gegevens in uw administratie vast: de naam, het adres en het burgerservicenummer van de stagiair, de naam en het adres van de school of het stagefonds en het bedrag van de beloning. Hierbij vermeldt u de datum en het nummer van het besluit waarop de regeling is gebaseerd: 14 december 2010, nr. DGB2010/2202M.

 
 

Meer informatie

Handboek Loonheffingen (paragraaf 16.10)
Codes aangifte loonheffingen 2020
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Toelichting loonberekening VCR

Besluit DGB2010/2202M ‘Heffingsaspecten stagiairs

 

Wetsartikelen

Artikel 3, lid 1, letter e Wet op de loonbelasting (stagiair)
Artikel 16 en 17 Wet financiering sociale verzekeringen (VCR)
 
 

Gerelateerde berichten

Check recht loonkostenvoordeel in dienst nemen stagiair
Toepassing studenten- en scholierenregeling
 
 
stagiair – dienstbetrekking ,loonbelasting,belastingdienst,loonheffing,inhoudingsplichtig stageverlener,stagiairs en loonbelastingen, salarisverwerking,salarisverwerkers,loonadministratie,salaris,loon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Snel premie Whk 2021 berekenen

Op UWV.nl vindt u de ‘Premiewijzer gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) 2021’.
          
Met deze rekenhulp berekent u snel de gedifferentieerde premies Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en Ziektewet (ZW)-flex voor 2021.

Deze gedifferentieerde premies gelden voor werkgevers die zich via UWV verzekeren. Bent u eigenrisicodrager en wilt u dat in 2021 blijven? Of wilt u in 2021 eigenrisicodrager worden? Dan betaalt u geen gedifferentieerde premie.

 

Indeling werkgevers

Voor het vaststellen van de gedifferentieerde premies is het van belang of sprake is van een kleine, middelgrote of grote werkgever. Voor 2021 worden de premies berekend op basis van het premieloon in 2019. Hiervoor geldt de volgende indeling:

  • Een kleine werkgever had in 2019 een premieloon van maximaal € 346.000.
  • Een middelgrote werkgever had in 2019 een premieloon van meer dan € 346.000 en maximaal € 3.460.000.
  • Een grote werkgever had in 2019 een premieloon van meer dan € 3.460.000.

 

Beschikking/mededeling Belastingdienst

Eind 2020 ontvangen middelgrote en grote werkgevers de beschikking gedifferentieerde premie Whk 2021 van de Belastingdienst. Hierop vindt u de individueel vastgestelde gedifferentieerde premies WGA en ZW voor 2021.
Voor kleine werkgevers gelden de sectoraal vastgestelde premies. Zij ontvangen een mededeling van de Belastingdienst.
 

Bereken de premie met de Premiewijzer gedifferentieerde premie Whk 2021.

 
 

Gerelateerd bericht

Gedifferentieerde premies WGA en ZW 2021

 
 
NOW regeling, NOW maatregels, Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), NOW, UWV, Belastingdienst,

door100% Salarisverwerking B.V.

Herzien lage WW-premie in de loonaangifte

In 2020 zijn er 2 situaties waarin u de lage WW-premie moet herzien .
              
Dit houdt in dat u met terugwerkende kracht alsnog de hoge WW-premie moet toepassen. In deze handreiking leest u meer over de verwerking van herzien in de aangifte loonheffingen.

U moet de lage WW-premie herzien in de volgende situaties:

  • De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd eindigt uiterlijk 2 maanden na aanvang van de dienstbetrekking.
  • In een kalenderjaar is meer dan 30% extra uren verloond dan in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd. Bijvoorbeeld als de werknemer een contract heeft voor 20 uur per week, maar gemiddeld 32 uur per week werkt.

 

Wat is herziening?

Herziening betekent dat met terugwerkende kracht de hoge WW-premie van toepassing is, omdat u niet meer voldoet aan de voorwaarden van de lage premie.

De hoogte van de herziening is het verschil tussen de lage premies die u heeft betaald en de hoge premies die u zou moeten betalen over de voorafgaande maanden in het kalenderjaar. Of, als de arbeidsovereenkomst korter heeft geduurd, over de gehele duur van de arbeidsovereenkomst.

Als een herziening betrekking heeft op perioden in 2 kalenderjaren, moet u voor elk respectievelijk kalenderjaar rekenen met de premies die in dat jaar van toepassing waren.

U bent verplicht om met terugwerkende kracht de hoge premie af te dragen als sprake is van een herzieningssituatie. U geeft dit door met een correctiebericht over de verstreken aangifteperiodes. U moet de herziening zowel in het collectieve deel als in het nominatieve deel vermelden.
 

Rubrieken loonaangifte

In de aangifte loonheffingen zijn de volgende rubrieken toegevoegd om de herziening aan te geven:

Nominatief deel

  • Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf laag
  • Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf herzien
  • Premie AWf laag
  • Premie AWf herzien

Collectief deel

  • Totaal aanwas in het cumulatieve premieloon AWf laag
  • Totaal aanwas in het cumulatieve premieloon AWf herzien
  • Totaal premie AWf laag
  • Totaal premie AWf herzien

Met premie AWf wordt de WW-premie bedoeld; AWf verwijst naar het Algemeen Werkloosheidsfonds.
 

Herzien verwerken in loonaangifte

Als sprake is van een herzieningssituatie vermeldt u dit in het nominatieve deel van de aangifte. De alsnog verschuldigde hoge premie geeft u aan in de rubriek ‘Premie AWf herzien’. Het bijbehorende premieloon in de rubriek ‘Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf herzien’.

Het eerder aangegeven premieloon in de rubriek ‘Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf laag’ en de premie in ‘Premie AWf laag’ stelt u op nul.

Dit werkt door in het collectieve deel van de aangifte volgens de normale correctiesystematiek.
 

Let op!

De indicaties arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, schriftelijke arbeidsovereenkomst en oproepovereenkomst (J-J-N) mag u niet corrigeren. Deze waardes heeft u op het moment dat u aangifte deed correct aangegeven. Deze gegevens wijzigen dus niet.
 

Saldo correcties

Het verschil tussen de lage en de hoge WW-premie levert een saldo op. Als u correctieberichten indient, bent u verplicht de gegevensgroep ‘Saldo correcties voorafgaand aangiftetijdvak’ in te vullen. U doet dit voor elk tijdvak dat u corrigeert. Meer hierover leest u in paragraaf 4.2 van de Gegevensspecificaties 2020.

Herzien in aangifte
Als de uiterste aangiftetermijn nog niet verstreken is, mag u herzien ook in de aangifte van dat tijdvak verwerken. Dan hoeft u voor dat aangiftetijdvak geen correctiebericht in te sturen.
 

Voorbeeld

Een werknemer komt op 1 maart 2020 in dienst. Er is een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is. Het maandloon is € 1000. De lage WW-premie is van toepassing.

De werknemer gaat op 15 april 2020 uit dienst. Dit is binnen 2 maanden. Het loon over april is € 500. Er is sprake van een herzieningssituatie waardoor u met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moet toepassen. De contractindicaties past u niet aan.

Stel: de lage premie is 3% en de hoge premie is 8% (fictieve percentages). In de aangifte loonheffingen verwerkt u de lage premie als volgt:

Verwerking lage premie in aangifte loonheffingen

Verwerking lage premie in aangifte loonheffingen

In een correctiebericht verwerkt u de herziening als volgt:

Verwerking herziening in een correctiebericht

Verwerking herziening in een correctiebericht

 

Meer informatie

Lees meer in ’Kennisdocument Premiedifferentiatie WW’ op rijksoverheid.nl en in ’Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020’ op belastingdienst.nl.
 

Wetsartikelen

Artikel 27 Wet financiering sociale verzekeringen
Artikel 2.3 Besluit Wet financiering sociale verzekeringen
 

Gerelateerd artikel

Overzichtsartikel WAB

 
 
loon, lonen, salaris, salarissen, loonstrook, loonverschillen, loonkloof, minimumloon, wml, wettelijk minimumloon, wettelijk minimumloon, verdienste,

door100% Salarisverwerking B.V.

Vanaf 2020 einde vaksector voor uitzendwerkgevers

Vanaf 1 januari 2020 valt een groot deel van de uitzendwerkgevers onder ‘sector 52 Uitzendbedrijven’. Uitzendwerkgevers die zijn ingedeeld in een vaksector ontvangen een nieuwe beschikking sectorindeling van de Belastingdienst.

 

regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

Voor nieuwe uitzendwerkgevers is het sinds 25 mei 2017 niet meer mogelijk om ingedeeld te worden in een vaksector. Voor uitzendwerkgevers die vóór deze datum al in een vaksector zijn ingedeeld, blijft deze van toepassing bij ongewijzigde werkzaamheden. Deze overgangsregeling eindigt per 1 januari 2020.

 

Waarom indeling in sector 52?

Het aantal uitzendbedrijven dat onder een vaksector valt, is sterk toegenomen. Dit heeft geleid tot een hogere premie voor die sectoren. Uitzendarbeid gaat namelijk vaak gepaard met hogere lasten voor de WW, ZW en WGA.

 

Herindeling: mogelijk gesplitste aansluiting

Voor de herindeling naar sector 52 is van belang hoeveel procent van het totale premieloon op jaarbasis van de uitzendwerkgever wordt toegerekend aan het ter beschikking stellen van personeel:

  • Herindeling van het gehele bedrijf naar sector 52 als meer dan 50% van het premieloon wordt toegerekend aan het ter beschikking stellen van personeel.
  • Herindeling van een deel van het bedrijf naar sector 52 als meer dan 15% maar niet meer dan 50% van het premieloon wordt toegerekend aan het ter beschikking stellen van personeel. Het overige deel wordt ingedeeld in een sector die voor de andere werkzaamheden geldt. Er ontstaat een ‘verplicht gesplitste aansluiting’.

 

Uitzondering voor uitzenden binnen concern en payrollmedewerkers

Niet alle situaties waarin werknemers ter beschikking worden gesteld, vallen onder sector 52. Voor 2 groepen werknemers geldt een uitzondering:

  • Werknemers die in dienst zijn bij een werkgever die onder een concern valt (de personeels-bv). Deze werknemers worden binnen dit concern ter beschikking gesteld. Voor de personeels-bv is voor de sectorindeling de sector van de inlenende concernonderdelen van belang.
  • Werknemers die een payrollmedewerker zijn. Als bij een werkgever uitsluitend payrollmedewerkers in dienst zijn, is vanaf 1 januari 2020 sector 45 Zakelijke Dienstverlening III van toepassing. Wat een payrollmedewerker is, leest u in onderwerp 7 van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2020.

Nieuwsbrief Loonheffingen 2020, loonheffingen 2020, belastingdienst 2020, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris,pensioen,premies 2020,

Zijn bij een werkgever gedeeltelijk bovenstaande werknemers in dienst, dan is voor de sectorindeling van belang of er daarnaast ook premieloon aan traditioneel uitzenden kan worden toegerekend:

  • Als bij een werkgever meer dan 50% van het premieloon wordt toegerekend aan traditioneel uitzenden, dan valt deze werkgever vanaf 2020 onder sector 52.
  • Als bij een werkgever meer dan 15% van het premieloon maar niet meer dan 50% van het premieloon wordt toegerekend aan traditioneel uitzenden, dan geldt voor deze werkgever vanaf 2020 een gesplitste aansluiting.

 

Nieuwe beschikking sectorindeling

Uitzendwerkgevers die bij de Belastingdienst bekend zijn, ontvangen in het laatste kwartaal van 2019 een beschikking met de nieuwe sectorindeling per 1 januari 2020. Voorafgaand aan de beschikking ontvangen zij een toelichting hierop.

 

Heeft een werkgever vóór 1 januari 2020 geen beschikking ontvangen maar bent u van mening dat deze wel in sector 52 moet worden ingedeeld? Dan moet u dit melden.

Deze melding stuurt u, onder vermelding van “UZB2020”, naar onderstaand adres:

Belastingdienst/kantoor Amsterdam/Bureau indelingszaken
Postbus 58944
1040 EE Amsterdam

 

WAB 2020, wet arbeidsmarkt in balans, wab wet arbeidsmarkt in balans, 2020 wab, 2020 wet arbeidsmarkt in balans,