Tag archief minimumjeugdloon

door100% Salarisverwerking B.V.

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2021

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2021.
          
Dit heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekendgemaakt.

Bij een volledig dienstverband is het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder vanaf 1 januari 2021:

  • € 1.684,80 per maand (nu € 1.680,00)
  • € 388,80 per week (nu € 387,70)
  • € 77,76 per dag (nu € 77,54)

wml 2021, wettelijk minimumloon 2021, wettelijk minimumjeugdloon 2021,minimumloon 15jr, minimumloon 16jr, minimumloon 17jr, minimumloon 18jr, minimumloon 19jr,minimumloon 20jr, minimumloon 21jr

wettelijk minimumloon -WML- 2021-januari


 

TOELICHTING

Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers met een minimumloon en uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van artikel 14 van de WML, dat uitgaat van een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling.

Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling, dan wel volumeontwikkeling in de sociale zekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven, de zogenaamde i/a-ratio, de daarvoor geldende norm overschrijdt. Op grond van de Macro Economische Verkenning (MEV) 2021 van het Centraal Planbureau (CPB) lijkt dit voor 2021 niet het geval.

In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML, wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB wordt berekend.

Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2021 zoals deze is gepubliceerd in de MEV 2021. Dit is 0,5 x 1,288 = 0,644. Dit bedrag wordt aangepast aan het zogenaamde na-ijleffect uit het voorafgaande jaar (artikel 14, eerste lid, onder b). Dat is het verschil tussen de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor 2020, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan uit april 2020, was geraamd en de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor 2020 blijkens bekendmaking in de Macro Economische Verkenning uit september 2020, nader is geraamd. Dit verschil bedraagt -0,376. Het onafgeronde aanpassingspercentage komt daarmee op 0,268. Het (onafgeronde) wettelijk minimumloon, zoals berekend voor de aanpassing per 1 juli 2020, wordt verhoogd met dit percentage.

Na de (wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2021 € 1.684,80 per maand, € 388,80 per week en € 77,76 per dag. Het aanpassingspercentage na afronding is 0,29. De hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen zijn geregeld in het Besluit minimumjeugdloon. Het wettelijk minimumloon voor volwassenen en de wettelijk minimumjeugdlonen bedragen daarmee:

Leeftijd Staffeling Per maand Per week Per dag
21 jaar en ouder 100% 1.684,80 388,80 77,76
20 jaar 80% 1.347,85 311,05 62,21
19 jaar 60% 1.010,90 233,30 46,66
18 jaar 50% 842,40 194,40 38,88
17 jaar 39,5% 665,50 153,60 30,72
16 jaar 34,5% 581,25 134,15 26,83
15 jaar 30% 505,45 116,65 23,33

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 20 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen:

Leeftijd Staffeling BBL Per maand Per week Per dag
20 jaar 61,50% 1.036,15 239,10 47,82
19 jaar 52,50% 884,50 204,10 40,82
18 jaar 45,50% 766,60 176,90 35,38

Volgens artikel 12 van de WML is het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager indien de werknemer een kortere arbeidstijd is overeengekomen dan de normale arbeidsduur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij deeltijdarbeid.

De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een uniform wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector gebruikelijk is voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week.

Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer worden de afgeleide minimumuurlonen bij deze normale arbeidsduren in de toelichting gepubliceerd.1 Onderstaand schema geeft de afgeronde brutobedragen per uur aan, berekend op basis van het wettelijk minimumweekloon bij een arbeidsduur van respectievelijk 36, 38 en 40 uur per week.

Afgeleid bruto minimumloon per uur na afronding (naar boven) per 1 januari 2021 bij een gebruikelijke arbeidsduur van 36, 38 en 40 uur is gepubliceerd in de volgende tabel. Hierbij wordt bij de afronding gebruik gemaakt van een afronding naar boven, om te voorkomen dat er onbedoeld een betaling ontstaat die lager is dan het wettelijk minimumloon zoals vastgesteld in artikel 1 van deze regeling. Hierbij dient te worden vermeld dat alleen de vastgestelde bedragen in artikel 1 van deze regeling het wettelijk minimumloon betreffen en rechtens geldig zijn.

Bruto minimumloon per uur per 1 januari 2021 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
21 jaar en ouder 10,80 10,24 9,72
20 jaar 8,65 8,19 7,78
19 jaar 6,49 6,14 5,84
18 jaar 5,40 5,12 4,86
17 jaar 4,27 4,05 3,84
16 jaar 3,73 3,54 3,36
15 jaar 3,25 3,07 2,92

Bruto minimumloon per uur voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl per 1 januari 2021 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
20 jaar 6,65 6,30 5,98
19 jaar 5,67 5,38 5,11
18 jaar 4,92 4,66 4,43

 

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt de hoogte van het wettelijk minimumloon elk jaar opnieuw vast op 1 januari en 1 juli.
 

Meer informatie

Alle bedragen en een toelichting leest u in de Staatscourant van 7 oktober 2020.

Op rijksoverheid.nl staat een rekenhulp om het juiste minimumloon te berekenen.
 
 

Gerelateerd

Minimumloon per 1 juli 2020
Wat doet ons minimumloon in vergelijking met de EU
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon, wml 2021, wettelijk minimumloon 2021, wettelijk minimumjeugdloon 2021,minimumloon 15jr, minimumloon 16jr, minimumloon 17jr, minimumloon 18jr, minimumloon 19jr,minimumloon 20jr, minimumloon 21jr

door100% Salarisverwerking B.V.

Dienstbetrekking stagiairs, echt of fictief?

Als u een stagiair aanneemt, kan sprake zijn van een echte of fictieve dienstbetrekking.
            
Of er is helemaal geen dienstbetrekking. En wat zijn de gevolgen als een stagiair na de stageperiode in vaste dienst komt? In deze handreiking leest u hier meer over.

Stagiairs zijn leerlingen die in de praktijk werken als onderdeel van hun opleiding.
Het is afhankelijk van de beloning of en hoe u de stagiair moet verwerken in de aangifte loonheffingen.
 

Geen dienstbetrekking

Ontvangt de stagiair alleen onderricht en eventueel een vergoeding van de werkelijke kosten, dan is geen sprake van een fictieve of echte dienstbetrekking. De stagiair ontvangt dan namelijk geen loon volgens de Wet op de loonbelasting.

 

Echte dienstbetrekking

Als een stagiair een reële beloning krijgt voor de stage-uren, bijvoorbeeld het minimum(jeugd)loon, is hij in echte dienstbetrekking. Dan gelden de normale regels voor de loonheffingen en is de stagiair verzekerd voor alle werknemersverzekeringen. U moet dan op de gebruikelijke manier premies werknemersverzekeringen berekenen en ook de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) betalen.

 

Fictieve dienstbetrekking

Als er geen echte dienstbetrekking is en de stagiair krijgt een stagevergoeding, kan sprake zijn van een fictieve dienstbetrekking. Dit is van toepassing als de stagiair geen marktconforme beloning ontvangt. Marktconform is bijvoorbeeld het minimumjeugd- of cao-loon.

U houdt loonbelasting/premie volksverzekeringen in en u betaalt werkgeversheffing Zvw.

 

Premies werknemersverzekeringen

Deze stagiair is verzekerd voor de Wet Wajong en voor de Ziektewet (ZW), maar u hoeft geen premies werknemersverzekeringen te berekenen.

 

Codes aangifte loonheffingen

Voor stagiair in fictieve dienstbetrekking geldt het volgende:

  • Code aard arbeidsverhouding is 7.
  • Hij is alleen verzekerd voor de ZW en de Wet Wajong.
  • De verzekeringsindicatie voor de ZW moet op ‘Ja’ staan.
  • De verzekeringsindicaties voor de WW en de WAO/IVA/WGA moeten op ‘Nee’ staan.
  • Het loon dat hij geniet (de stagevergoeding) is loon voor de werknemersverzekeringen (SV-loon).
  • Er is géén sprake van premieloon (oftewel grondslagaanwas op het cumulatieve premieloon). U vult € 0 aan premieloon (grondslagaanwas) in.
  • U moet de sectorcode invullen.
  • De rubriek ‘Code invloed verzekeringsplicht’ vult u niet in.

 

Gelijktijdig stage en dienstbetrekking

Het kan zijn dat een werknemer gelijktijdig bij dezelfde werkgever in echte dienstbetrekking en fictieve dienstbetrekking (stage) is.

 

Echte dienstbetrekking

Als een stagiair voor de stage-uren een marktconforme beloning ontvangt, is sprake van een echte dienstbetrekking. U houdt op de gebruikelijk manier de loonheffing in. U betaalt ook premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw.

 

Fictieve dienstbetrekking

Ontvangt de stagiair geen marktconforme beloning maar een stagevergoeding, dan past u de regels toe die gelden voor de fictieve dienstbetrekking. U gebruikt voor de stagevergoeding een aparte inkomstenverhouding.

 

Na stage in dienst

Wanneer de arbeidsverhouding van een stagiair na zijn stage wijzigt van een fictieve dienstbetrekking naar een echte dienstbetrekking, verandert zijn verzekeringssituatie. Voor de echte dienstbetrekking gebruikt u dan een nieuwe inkomstenverhouding.

 

Premies werknemersverzekeringen

Wijzigt de dienstbetrekking van de stagiair in de loop van het kalenderjaar, dan heeft dit gevolgen voor de berekening van de premies werknemersverzekeringen. Voor de berekening van het premiemaximum moet u ook rekening houden met loon dat de stagiair tijdens zijn stageperiode heeft genoten. U moet dan alsnog alle premies werknemersverzekeringen betalen over de stagevergoeding. Dit leidt dus tot een ‘inhaaleffect’.

 

Voorbeeld

Iemand werkt van 1 januari tot en met 31 maart als stagiair in fictieve dienstbetrekking tegen een loon van € 300 per maand. Per 1 april komt deze persoon in vaste dienst tegen een maandloon van € 4.500. Het (fictieve) maximum premieloon per maand is € 4.700.

Voor de berekening van de premies werknemersverzekeringen geldt het volgende:

  • Vanaf 1 januari tot en met 31 maart is de stagiair alleen verzekerd voor de Wet Wajong en de ZW. Nummer inkomstenverhouding is 1. De stagevergoeding behoort tot het cumulatief loon werknemersverzekeringen, maar leidt niet tot aanwas van de grondslag. Over de stagevergoeding hoeft u dus geen premie te betalen.
  • Vanaf 1 april komt de stagiair in vaste dienst. Hij is verzekerd voor alle werknemersverzekeringen. Nummer inkomstenverhouding is 2. In april is sprake van een inhaaleffect in verband met de stagevergoedingen in januari tot en met maart.

 

Tabel

premies werknemersverzekeringen ,stagevergoedingen

Tabel met berekening van de premies werknemersverzekeringen n.a.v. het gegeven voorbeeld

In de brochure ‘Toelichting loonberekening VCR ’ vindt u meer rekenvoorbeelden.

 

School ontvangt stagevergoeding

Als de stagiair de stagevergoeding niet zelf krijgt, hoeft u geen loonheffingen in te houden en te betalen onder de volgende voorwaarden:

  • U maakt de stagevergoeding rechtstreeks over aan de school of het stagefonds, met uitzondering van kostenvergoedingen.
  • De school of het stagefonds geeft de stagevergoeding niet door aan de stagiair, maar gebruikt dit voor algemene schoolse activiteiten.
  • De school of het stagefonds administreert de stagevergoedingen en de besteding daarvan.
  • U legt binnen 2 maanden na afloop van elk jaar de volgende gegevens in uw administratie vast: de naam, het adres en het burgerservicenummer van de stagiair, de naam en het adres van de school of het stagefonds en het bedrag van de beloning. Hierbij vermeldt u de datum en het nummer van het besluit waarop de regeling is gebaseerd: 14 december 2010, nr. DGB2010/2202M.

 
 

Meer informatie

Handboek Loonheffingen (paragraaf 16.10)
Codes aangifte loonheffingen 2020
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Toelichting loonberekening VCR

Besluit DGB2010/2202M ‘Heffingsaspecten stagiairs

 

Wetsartikelen

Artikel 3, lid 1, letter e Wet op de loonbelasting (stagiair)
Artikel 16 en 17 Wet financiering sociale verzekeringen (VCR)
 
 

Gerelateerde berichten

Check recht loonkostenvoordeel in dienst nemen stagiair
Toepassing studenten- en scholierenregeling
 
 
stagiair – dienstbetrekking ,loonbelasting,belastingdienst,loonheffing,inhoudingsplichtig stageverlener,stagiairs en loonbelastingen, salarisverwerking,salarisverwerkers,loonadministratie,salaris,loon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Uurloongrenzen jeugd-LIV 2020

Gemiddeld uurloon voor het jeugd-LIV 2020 is op 18 juni 2020 gepubliceerd in de Staatscourant.
          
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de minimale en maximale bedragen van het gemiddeld uurloon voor het jeugd-LIV 2020 op 18 juni 2020 gepubliceerd.

 

De grenzen voor het gemiddeld uurloon in 2020 zijn:

Uurloongrenzen jeugd-LIV 2020

‘Tabel ondergrens en bovengrens gemiddeld uurloon op leeftijd’

De minimale en maximale bedragen worden 1x per kalenderjaar vastgesteld op het gemiddelde van het minimumuurloon per 1 januari en per 1 juli.

De Staatscourant vindt u op overheid.nl

Toelichting

Een werkgever kan in aanmerking komen voor de tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). Deze tegemoetkoming wordt aangeduid als het minimumjeugdloon voordeel (jeugd-LIV). De werknemer verdient een gemiddeld uurloon waarvoor per leeftijdscategorie een bandbreedte geldt. De bandbreedtes van het gemiddelde uurloon per leeftijdscategorie, genoemd in artikel 3.3 van de Wet tegemoetkomingen loondomein, worden jaarlijks vastgesteld in verband met de indexering van het minimumjeugdloon. Omdat de bedragen van het minimumloon per 1 januari en per 1 juli worden geïndexeerd, worden de bedragen van deze onder- en bovengrens van het gemiddelde uurloon per kalenderjaar afgeleid van het gemiddelde van het minimumuurloon per 1 januari en per 1 juli. Op grond van artikel 3.3, derde lid, van de Wtl, wordt de uitkomst van deze berekening per kalenderjaar bij het begin van de maand juli (als de bedragen voor het minimumloon die gelden bekend zijn) bij ministeriële regeling vastgesteld. Voor het kalenderjaar 2020 voorziet deze regeling daarin. In deze regeling worden per leeftijdscategorie de bedragen voor de onder- en bovengrens vastgesteld afgeleid van het gemiddelde van het bij die leeftijd behorende minimumuurloon op grond van de jaarbedragen voor het minimumloon en vakantiebijslag per 1 januari 2020 en per 1 juli 2020.

Het gemiddelde uurloon dat uiteindelijk in aanmerking wordt genomen, wordt vastgesteld door het jaarloon te delen door het aantal verloonde uren. Voor de vaststelling van de bandbreedte geldt als ondergrens een percentage van het uurloon afgeleid van het geldende minimumloon en het bedrag van wettelijke vakantiebijslag, behorend bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week en als bovengrens een percentage van dit uurloon bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week.

De percentages in artikel 3.3 van de Wtl, horende bij de bandbreedtes per leeftijdscategorie voor de vaststelling van het gemiddelde uurloon, zijn per 1 januari 2020 aangepast aan de tweede verhoging van de minimumjeugdlonen per 1 juli 2019.1 Voor de 20-jarigen wordt bij de bovengrens uitgegaan van het bedrag van de ondergrens van het lage- inkomensvoordeel (LIV) om te voorkomen dat de doelgroepen van jeugd-LIV en LIV elkaar overlappen.

 

Voorwaarden

De werkgever heeft recht op het jeugd-LIV voor een werknemer die voldoet aan 3 voorwaarden. De werknemer:

  • is verzekerd voor 1 of meer werknemersverzekeringen.
  • de werknemer geniet loon uit tegenwoordige arbeid in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3 tot en met 6 van de Ziektewet.
  • heeft een gemiddeld uurloon dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor zijn leeftijd.
  • is op 31 december 2017: 18, 19, 20 of 21 jaar.

Het gemiddeld uurloon is het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van een jaar (kolom 8 van de loonstaat) gedeeld door het aantal verloonde uren in dat jaar. De onder- en bovengrenzen van het gemiddeld uurloon 2020 vindt u in het bericht Grenzen voor gemiddeld uurloon jeugd-LIV 2020 bekend.

 

Let op!

  • De eis van minimaal 1248 verloonde uren geldt niet voor het jeugd-LIV.
  • Werknemers vanaf 21 jaar hebben vanaf 1 juli 2019 recht op het volledige minimumloon. Zij vallen onder het gewone LIV als aan de voorwaarden wordt voldaan.

 

Gerelateerde berichten

Handreiking jeugd-LIV
 
 
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wat doet ons minimumloon in vergelijking met de EU

In bijna alle Europese landen stijgt dit jaar het minimumloon, in Polen zelfs met 17% .
           
In Nederland is het laagste salaris al met 2% gestegen, per 1 juli komt daar nog eens 1,6% bij.

Eurofound, een door de Europese Unie opgerichte organisatie, publiceerde donderdag een rapport over het minimumloon in de verschillende lidstaten. Daaruit blijkt dat je als werknemer in Bulgarije met een minimum van € 312 het slechtst af bent, terwijl in Luxemburg minstens € 2.142 bruto wordt uitbetaald.

minimumloon Eu, wml 2020 EU, minimum loon in Europa 2020, het minimale loon in Europa 2020

 

Moeilijk rondkomen

In de unie zit 9% van de werknemers op dit minimum, in 2017 was dat een procent meer. In Nederland is dit volgens het rapport zo’n 3%. Volgens andere bronnen is dit al jaren iets meer dan 6%, maar onder hen zijn bijvoorbeeld ook veel tieners die een bijbaantje hebben. Zij zijn mogelijk in het Eurofound-onderzoek weggelaten.

In Roemenië en Portugal hebben percentueel de meeste mensen een minimumsalaris. Volgens Eurofound hebben vrouwen in Europa vaker het minimale salaris dan mannen. Van de werknemers met minimumloon zegt maar liefst 70% moeilijk rond te komen.
minimum loon, minimale loon, wml 2020 , minimumloon man vrouw, loon man vrouw,wettelijk minimumloon man vrouw in europa, minimum loon in de EU
 

Minimumloon 3.6% stijging 2020

In Nederland is het minimumloon dit jaar met 2% gestegen naar € 1.653,60, meldt het rapport. Per 1 juli stijgt het loon – en uitkeringen die eraan zijn gekoppeld zoals AOW en bijstand – nog eens 1,6% naar € 1.680 voor een fulltime dienstverband. Dat komt neer op € 9,70 tot € 10,77 per uur, afhankelijk van de uren die een werkweek volgens de cao heeft.

Vakbond FNV voert al lang actie voor een minimumuurloon van €14. Bij een fulltime werkweek zou het maandsalaris dan ruim boven de € 2.100 uitkomen.

Volgens het Centraal Planbureau zou een verhoging van het minimumloon met bijvoorbeeld 10% amper tot minder werkgelegenheid leiden, althans, als de bijstand niet meestijgt. Verhogen naar € 14 per uur zou volgens de rekenmeesters echter wel zo’n 200.000 banen verloren doen gaan.
 
 
Bron:Eurofonds wages 2020 in the EU
 

Gerelateerd

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2020
 
minimumloon 2020, wettelijk minimumloon 2020, loon 2020 minimaal, wml 2020, het minimum loon 2020, salaris 2020, minimumjeugdloon 2020

door100% Salarisverwerking B.V.

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2020

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon ( WML ) en minimumjeugdloon stijgen op 1 juli 2020 .
         
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt de hoogte van het wettelijk minimumloon elk jaar op 1 januari en 1 juli opnieuw vast.

Het wettelijk bruto minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder is bij een volledig dienstverband vanaf 1 juli:

  • € 1.680,00 per maand (nu € 1.653,60)
  • € 387,70 per week (nu € 381,60)
  • € 77,54 per dag (nu € 76,32)

 

Minimumjeugdloon per 1 juli 2020

Minimumjeugdloon per 1 juli 2020, wml 2020, minimumloon, jeugdloon, loon jeugd 2020, minimale loon jeugd 2020, minimumloon 2020,

 

Meer informatie

Alle bedragen en een toelichting leest u in de Staatscourant van 10 april 2020.

 

Rekenhulp: minimumloon berekenen

Bereken uw minimumloon of minimumjeugdloon per maand, week, dag en uur. Voor een fulltime of parttime baan. Zodat u een idee heeft van wat u hoort te verdienen. Het minimumloon hangt af van de fulltime werkweek bij uw werkgever. Dit is bij een fulltime baan bijvoorbeeld 36, 38 of 40 uur.

Mijn minimumloon

Vul uw gegevens in en bereken uw minimumloon.
Rekenhulp: minimumloon berekenen,reken minimumloon, hulp loon wml,

Op rijksoverheid.nl vindt u een rekenhulp om het juiste minimumloon te berekenen.

 

Gerelateerd

Minimumloon per 1 juli 2020
 
minimumloon 2020, wettelijk minimumloon 2020, loon 2020 minimaal, wml 2020, het minimum loon 2020, salaris 2020, minimumjeugdloon 2020