Tag archief Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL)

door100% Salarisverwerking B.V.

Subsidie Praktijkleren 2019/2020 aanvragen

Praktijkleren voor het schooljaar 2019/2020 .
                  
Vanaf 1 juli 9.00 uur tot en met 16 september 17.00 uur kunt u de subsidie Praktijkleren voor het schooljaar 2019/2020 aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).

 
100 salarisverwerking 2020, loonadministratie
 

De subsidie is een tegemoetkoming in de kosten die de werkgever maakt voor de begeleiding van een leerling, deelnemer of student. Ook is de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding.

De werkgever kan recht hebben op maximaal € 2.700 per praktijk- of werkleerplaats per schooljaar. De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal weken waarin de deelnemer praktijkbegeleiding kreeg in het school-/studiejaar. De werkgever vraagt de subsidie na afloop van de begeleiding aan. De voorwaarden verschillen per onderwijscategorie.

 

Op rvo.nl kunt u meer lezen over de subsidie Praktijkleren en hier.

 
 

Gerelateerd

Subsidieregeling praktijkleren 2019
Voorschotregeling subsidie praktijkleerplaatsen mbo
Steeds minder onnodige regels voor ondernemers

 
 

Subsidieregeling praktijkleren, praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen, tegemoetkoming voor de kosten, begeleiding van een leerling,

door100% Salarisverwerking B.V.

Subsidieregeling Praktijkleren

Wilt u een praktijk- of werkleerplaats aanbieden zodat mensen beter voorbereid zijn op de arbeidsmarkt? Kijk of u gebruik kunt maken van de subsidieregeling Praktijkleren.

Het kabinet heeft maatregelen afgekondigd in verband met het coronavirus. Werkgevers kunnen als gevolg hiervan te maken hebben met gedwongen sluiting van 16 maart 2020 tot en met 19 mei 2020. De hoogte van de subsidie praktijkleren is afhankelijk van het aantal weken dat een leerbedrijf een BBL-student begeleidt. Voor werkgevers die te maken hebben met gedwongen sluiting tot en met 19 mei brengt RVO de weken waarin zij de BBL-studenten niet konden begeleiden, niet in mindering op de subsidie. Ditzelfde geldt voor bedrijven die weliswaar niet gedwongen gesloten waren, maar die toch moesten sluiten, omdat voortzetting van het bedrijf, met inachtneming van de richtlijnen van het RIVM, niet verantwoord was.

De subsidie is een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van een leerling, deelnemer of student. Ook is de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio). U vraagt de subsidie na afloop van de begeleiding aan.

De subsidieregeling richt zich vooral op:

  • kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt voor wie toegang tot de arbeidsmarkt een probleem is
  • studenten die een opleiding volgen in sectoren waar een tekort ontstaat aan gekwalificeerd personeel
  • wetenschappelijk personeel, dat onmisbaar is voor de Nederlandse kenniseconomie

U krijgt beter opgeleid personeel en zij zijn beter voorbereid op de arbeidsmarkt.

 

Budget

Tot 2023 stelt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) jaarlijks subsidie beschikbaar. De verdeling van het budget over de onderwijscategorieën in 2020 is als volgt:

Categorie Bedrag
Vmbo/VSO/PRO € 1,3 miljoen
Mbo € 194,8 miljoen
Hbo € 4,0 miljoen
Promovendi/toio’s € 2,8 miljoen

 

Het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. RVO.nl neemt alle tijdig ingediende aanvragen in behandeling. Bij een overschrijding van het beschikbare subsidiebudget per onderwijscategorie verdelen we het budget evenredig over de ingediende aanvragen in die categorie.

 

Extra subsidie bbl-leerplek sectoren landbouw, horeca en recreatie

De Subsidieregeling praktijkleren wordt in de studiejaren 2019/2020 tot en met 2021/2022 uitgebreid met een extra compartiment. Erkende leerbedrijven in de sectoren landbouw, horeca en recreatie kunnen bovenop de gebruikelijke subsidie praktijkleren een extra subsidiebedrag aanvragen als zij een bbl leerplek aanbieden.
Vanaf het studiejaar 2019/2020 is hiervoor € 10,6 miljoen per studiejaar beschikbaar. Bij de aanvraag van het basisbedrag van de Subsidieregeling praktijkleren moet het erkende leerbedrijf melden of het behoort tot de sector landbouw, horeca of recreatie.

De toeslag voor erkende leerbedrijven in de sectoren landbouw, horeca en recreatie is voor de komende 5 jaar beschikbaar (tot en met 2024). De Subsidieregeling Praktijkleren loopt echter tot en met eind 2022. Er is nog niets bekend over een verlenging van de regeling. Daarom is nu nog niet duidelijk hoe de toeslag voor de studiejaren 2022/2023 en 2023/2024 beschikbaar komt.

 

SBI-codes

De hoofdactiviteit van het erkende leerbedrijf dat de opleiding in de praktijk verzorgt, moet bij de Kamer van Koophandel geregistreerd staan onder één van de SBI-codes voor landbouw, horeca of recreatie. Deze registratie moet gedurende het studiejaar waarin de leerplek wordt verzorgd en in ieder geval op het moment van aanvragen correct zijn. U kunt de SBI-code niet met terugwerkende kracht wijzigen om in aanmerking te komen voor de extra subsidie.

Bekijk de SBI-codes voor landbouw, horeca of recreatie

 

Voorschot subsidie praktijkleren voor mbo-praktijkleerplaatsen

Begin juni opent het loket voor de Subsidieregeling praktijkleren voor het aanvragen van een voorschot voor praktijkleerplaatsen in het mbo. Doel van de voorschotregeling is werkgevers tijdens de coronacrisis tegemoet te komen voor al gemaakte begeleidingskosten en te bevorderen dat praktijkleerplaatsen in het mbo kunnen blijven bestaan.

 

Erkend leerbedrijf

Het voorschot kan alleen worden aangevraagd voor praktijkleerplaatsen in het mbo en niet voor de categorieën vo/pro/vso, hbo en promovendi/toio’s. Dit in verband met de uitvoerbaarheid van de voorschotregeling. Bij het voorschot gelden dezelfde voorwaarden als voor de bepaling van aanspraak op de definitieve subsidie: de aanvrager moet een door SBB erkend leerbedrijf zijn dat tijdens het studiejaar 2019/2020 één of meer bbl-studenten heeft begeleid.

 

Voorschot aanvragen

De voorwaarden voor het aanvragen van een voorschot zijn:

  • U kunt alleen een voorschot aanvragen voor een gerealiseerde praktijkleerplaats in het mbo voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft;
  • U kunt een voorschot aanvraag indienen van 2 juni 2020, 9:00 uur tot en met 30 juni 2020, 17:00 uur;
  • De voorschotaanvraag wordt elektronisch ingediend via een aanvraagformulier op mijn.rvo.nl/praktijkleren;
  • U kunt een voorschot op de definitieve subsidie aanvragen voor studiejaar 2019/2020 als u begeleiding bij de beroepspraktijkvorming heeft gegeven in de periode van 1 augustus 2019 tot en met 31 maart 2020;
  • De door u ingediende voorschotaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de gegevens die de onderwijsinstelling bij DUO heeft geregistreerd. Staat de deelnemer niet voor een mbo bbl opleiding ingeschreven bij DUO, dan wordt uw voorschotaanvraag afgewezen;
  • Per week waarin begeleiding bij de beroepspraktijkvorming is gegeven kan een voorschotbedrag van € 42,50 worden aangevraagd tot een maximum voorschotbedrag van € 1.530,00 per gerealiseerde bbl-praktijkleerplaats;

Voor het voorschot zijn daarnaast dezelfde voorwaarden van toepassing als ook voor de reguliere subsidiegelden.

 

Wel definitieve aanvraag indienen

Wanneer u een voorschot aanvraagt, bent u ook verplicht om uiterlijk 16 september 2020 om 17:00 een definitieve aanvraag voor de subsidie praktijkleren in te dienen. Het voorschot verrekenen we met de definitieve subsidie. Wanneer u geen definitieve aanvraag indient, zal het voorschotbedrag worden teruggevorderd.

 

Voorwaarden

Bedrijven en instellingen die een praktijk- of leerwerkplaats aanbieden, kunnen in aanmerking komen voor de subsidieregeling Praktijkleren. De voorwaarden verschillen per onderwijscategorie. Na afloop van de begeleiding dient u uw aanvraag in. Lees de voorwaarden per categorie.

 

Aanvragen definitieve subsidie

De openingsdatum voor de subsidieronde 2020 schuift 1 maand op van 2 juni naar 1 juli 2020. Dit in verband met de extra voorschotronde in juni 2020. Een aanvraag indienen voor studiejaar 2019 – 2020 is mogelijk vanaf 1 juli, 9:00 uur tot en met 16 september 2020, 17:00 uur. Lees ook onze tips voor aanvragers even door.

We verwachten dat u als werkgever tijdens de begeleiding van een leerling, deelnemer of student de gevraagde administratie zelf bijhoudt, bewaart en op verzoek kan verstrekken. RVO.nl controleert of de werkgever aan alle voorwaarden voldoet. Ga naar administratie en controle voor meer informatie.

 

Wetgeving

Raadpleeg de geldende wetteksten over deze regeling op overheid.nl. Als onderwijswetgeving geldt voor vmbo de WVO (Wet op het voortgezet onderwijs), voor mbo de WEB (Wet educatie en beroepsonderwijs) en voor hbo/promovendi en toio’s de WHW (Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek).

 
Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving,

door100% Salarisverwerking B.V.

Minimumloon per 1 juli 2020

De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon stijgen op 1 juli 2020.

              

Per 1 juli 2020 wettelijk minimumloon 1,6% hoger

In de 2e helft van 2020 zullen werknemers van 21 jaar en ouder bij een fulltime dienstverband minimaal € 1.680 bruto per maand betaalt krijgen. Jongeren onder de 21 jaar hebben recht op een percentage van dit bedrag.
 

Het wettelijk bruto minimumloon (WML) voor werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt dan:

  • € 1.680,00 per maand (nu € 1.653,60)
  • € 387,70 per week (nu € 381,60)
  • € 77,54 per dag (nu € 76,32).

wml 2020, wettelijk minimumloon 2020, minimumloon 2020,minimum jeugdloon 2020, jeugd loon 2020, minimum lonen 2020,

 
Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen:
wettelijk minimum jeugdloon 2020,minimumloon jeugd 2020, jeugd loon 2020, minimum jeugdloon 2020, minimumloon 2020,

 
Bruto minimumloon per uur per 1 juli 2020 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:
minimumloon per uur per 1 juli 2020, 15 jr, 16jr,17jr, 18jr, 19jr, 20jr, 21jr en ouder
 

Bruto minimumloon per uur voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl per 1 juli 2020 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:
bbl per 1 juli 2020 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime, 18jr, 19jr, 20jr,
 
 
minimumjeugdloon, minimaal loon jeugd, jeugdloon,wettelijkminimaalloon, wettelijk minimumloon 2020, wml 2020, minimumloon 2020, minimale loon 2020, loon 2020, salaris 2020, minimale inkomen 2020, het minimum loon 2020, wet en regelgeving loon 2020,

door100% Salarisverwerking B.V.

Herzien WW-premie als dienstbetrekking binnen 2 maanden eindigt

De werkgever is dan met terugwerkende kracht de hoge WW-premie verschuldigd.
             
Gaat een werknemer voor wie u de lage WW-premie hebt toegepast uiterlijk 2 maanden na aanvang van de dienstbetrekking uit dienst?
Dan moet u de lage premie herzien.

In deze handreiking staat ‘vast contract’ als het gaat om een arbeidsovereenkomst, die op grond van de hoofdregel voldoet aan de voorwaarden voor de lage WW-premie.

U moet de WW-premie herzien in elke situatie waarin de dienstbetrekking uiterlijk 2 maanden na aanvang eindigt. Dit geldt ook als dat niet binnen de proeftijd gebeurt.
 

Verlaging van contracturen

Bij een verlaging van de contracturen eindigt de dienstbetrekking slechts gedeeltelijk. Dan hoeft u de lage premie niet te herzien.

Uitzonderingen

Als u de lage WW-premie toepast, hoeft u deze niet te herzien bij de volgende werknemers:

  • Een BBL-leerling met zowel een praktijkovereenkomst als een arbeidsovereenkomst.
  • Een werknemer jonger dan 21 jaar, voor wie maximaal 48 uren zijn verloond per vierwekenaangifte of maximaal 52 uren per maandaangifte.

Als deze werknemers binnen 2 maanden na aanvang van de dienstbetrekking uit dienst gaan, blijft de lage WW-premie gelden.
 

Aaneengesloten arbeidsovereenkomsten

Arbeidsovereenkomsten die elkaar zonder onderbreking opvolgen, worden als één dienstbetrekking gezien. Dit geldt ook als niet alle arbeidsovereenkomsten voldoen aan de voorwaarden voor de lage premie.

Herzien

Hieronder vindt u 4 situaties waarin u de lage WW-premie moet herzien.

Situatie 1
Een werknemer heeft vanaf 1 januari 2020 een vast contract. U past de lage WW-premie toe. De werknemer neemt op 29 februari 2020 ontslag. U moet de lage premie herzien over januari en februari.

Situatie 2
Een werknemer heeft een tijdelijk contract vanaf 1 januari tot en met 31 januari 2020. U gebruikt de hoge WW-premie. In februari en maart is er geen contract. Vanaf 1 april 2020 krijgt de werknemer een vast contract. Dit contract wordt op 31 mei 2020 met wederzijds goedvinden beëindigd. U moet de lage WW-premie herzien over de maanden april en mei. Het contract in januari telt niet mee bij de bepaling van de 2 maanden omdat de contracten elkaar niet zonder onderbreking hebben opgevolgd.

Situatie 3
Werknemer heeft een tijdelijk contract vanaf 1 januari tot en met 31 januari 2020. U gebruikt de hoge WW-premie. Vanaf 4 februari krijgt hij een vast contract. Dit contract wordt op 31 maart 2020 beëindigd. U moet de lage WW-premie herzien over de maanden februari en maart. Het contract in januari telt niet mee bij de bepaling van de 2 maanden omdat de contracten elkaar niet zonder onderbreking hebben opgevolgd.

Situatie 4
Een werknemer heeft van 1 januari tot en met 31 januari 2020 een tijdelijk contract. U gebruikt de hoge WW-premie. Vanaf 1 februari krijgt hij een vast contract. U past vanaf deze datum de lage WW-premie toe. De werknemer neemt ontslag op 28 februari 2020. U moet de lage premie herzien over de maand februari, omdat het contract binnen 2 maanden na aanvang van het 1e contract eindigt.

 

Geen herziening

In de volgende situaties hoeft u de lage premie niet te herzien:

Situatie 1
Een werknemer heeft van 1 januari 2020 tot en met 31 januari 2020 een tijdelijk contract. Hiervoor geldt de hoge WW-premie. Vanaf 1 februari krijgt de werknemer een vast contract. U past vanaf deze datum de lage WW-premie toe. De werknemer wordt op 15 maart 2020 ontslagen. U hoeft de lage premie niet te herzien, omdat de arbeidsovereenkomsten elkaar zonder onderbreking opvolgen en gezamenlijk langer dan 2 maanden hebben geduurd.

Situatie 2
Een werknemer krijgt op 1 januari 2020 een vast contract voor 36 uur per week. Hiervoor geldt de lage WW-premie. Vanaf 1 februari worden de contracturen verlaagd naar 24 uur per week. Er is sprake van een gedeeltelijke beëindiging van de dienstbetrekking. U hoeft de lage premie niet te herzien.

 

Verwerken in de aangifte loonheffingen

Hoe u de herziening in de aangifte loonheffingen verwerkt, leest u in onderstaand voorbeeld.

Een werknemer komt per 1 maart 2020 in dienst. Hij heeft een vast contract. Het maandloon is €1000. De lage WW-premie is van toepassing.
De werknemer gaat op 15 april 2020 uit dienst. Dit is uiterlijk twee maanden na aanvang van de dienstbetrekking. Het loon over april is €500. Hier is sprake van een herzieningssituatie, waardoor u met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moet toepassen. De contractindicaties past u niet aan.

Stel de lage premie is 3% en de hoge premie is 8% (fictieve percentages). In de aangifte loonheffingen verwerkt u de lage premie als volgt:

Tabel aangiftetijdvak

Tabel aangiftetijdvak

In een correctiebericht verwerkt u de herziening als volgt:

Tabel correctie (bij mei of juni),Tabel aangiftetijdvak

Tabel correctie (bij mei of juni)

Correctie met terugwerkende kracht tot en met 1 maart

Door een cao-wijziging heeft de werknemer nog met terugwerkende kracht recht op een salarisverhoging van €100 per maand.
Omdat de lage premie over maart en april herzien is, moet u de hoge WW-premie ook toepassen over de salarisverhoging. Dit moet u opgeven in de rubrieken ‘Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf herzien’ en ‘Premie AWf herzien’.

U verzendt correctieberichten over de aangiften van maart en april. In die correctieberichten vult u de rubrieken als volgt in:

Correctie met terugwerkende kracht tot en met 1 maart

Tabel correctie


 

Einde contract in volgend kalenderjaar

Als de dienstbetrekking aan het einde van het ene kalenderjaar begint en eindigt in het volgende kalenderjaar, dan rekent u met de premies die in elk kalenderjaar van toepassing zijn.

 

Wetsartikelen

Artikel 27 Wet financiering sociale verzekeringen
Artikel 2.3, lid 2 Besluit Wet financiering sociale verzekeringen

 
 

Meer informatie

Kennisdocument Premiedifferentiatie WW
Nieuwsbrief Loonheffingen 2020
 
 

Gerelateerde artikelen

Overzichtsartikel WAB
Handreiking voorwaarden lage WW-premie
Handreiking ‘Herzien lage WW-premie in de loonaangifte’
 
loonadministratie, loonverwerking, loonverwerkers,loonverwerker, loon, wet en regelgeving loon, belastingen en loon, loonbelasting,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking voorwaarden lage WW-premie

Vanaf 1 jan. 2020 moet u per werknemer nagaan of de lage of hoge WW-premie geldt.
            
In deze handreiking leest u welke voorwaarden gelden voor het toepassen van de lage WW-premie.

 

De lage WW-premie geldt voor een werknemer die een arbeidsovereenkomst heeft die voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • De arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd, en
  • De arbeidsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd, en
  • De arbeidsovereenkomst is geen oproepovereenkomst.

In de aangifte loonheffingen moet u deze voorwaarden met een J/N-indicatie in 3 rubrieken vermelden.

Voor de lage WW-premie geeft u de indicaties als volgt op:
voorwaarden lage WW-premie indicaties

Is één van deze indicaties anders, dan geldt de hoge WW-premie.

Let op!

Er zijn hierop een aantal uitzonderingen. Meer hierover leest u in deze handreiking onder het kopje ‘Altijd lage WW-premie’.

 

Addendum

Een eis voor de lage WW-premie is dat een werknemer een schriftelijke arbeidsovereenkomst heeft. Dit mag ook een addendum zijn.

Dit addendum moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Werknemer en werkgever hebben een schriftelijk addendum ondertekend.
  • Hieruit blijkt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is.
  • U bewaart het addendum bij de loonadministratie.

Voorbeeld

Voor een werknemer van wie de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is overgegaan naar onbepaalde tijd, is niet altijd een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanwezig. U past dan de hoge WW-premie toe. Bij een addendum dat voldoet aan bovenstaande voorwaarden, mag u de lage WW-premie toepassen.

 

Digitale arbeidsovereenkomst

Aan de voorwaarde dat een arbeidsovereenkomst schriftelijk is vastgelegd, voldoet u ook bij een digitale arbeidsovereenkomst. U mag een arbeidsovereenkomst bijvoorbeeld scannen. Ook een digitale arbeidsovereenkomst met een digitale handtekening is voldoende als de handtekening voldoet aan de voorwaarden van artikel 3:15a Burgerlijk Wetboek.

 

Oproepovereenkomst

Bij een oproepovereenkomst geldt de hoge WW-premie.
Een werknemer heeft bij een oproepovereenkomst geen zekerheid over het aantal uren dat hij werkt en het loon dat hij ontvangt. Een nul-urencontract en een min-maxcontract zijn voorbeelden van een oproepovereenkomst.

In de volgende gevallen is sprake van oproepovereenkomst:

  • Het aantal uren dat een werknemer werkt is niet vastgelegd per periode van maximaal een maand. Dit geldt ook voor een min-maxcontract; of
  • Het aantal uren dat een werknemer werkt is niet vastgelegd per periode van maximaal een jaar waarbij het loon gelijkmatig over het jaar is gespreid; of
  • De werknemer heeft geen recht op loon als het werk wegvalt vanwege uitsluiting van de loondoorbetalingsplicht (artikel 7:628a lid 9 of artikel 7:691 lid 7 Burgerlijk Wetboek).

 

Seizoensarbeid

In sectoren met seizoensarbeid is het niet altijd mogelijk om werknemers een vast contract met een vast aantal uren per week of maand aan te bieden. De lage WW-premie geldt daarom ook voor een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd waarbij:

  1. het aantal uren per jaar is overeengekomen, en

  2. het recht op loon gelijkmatig over het jaar is gespreid (de jaarurennorm).

 

Altijd lage WW-premie

1. Voor een BBL-leerling die zowel een praktijkovereenkomst als een arbeidsovereenkomst met de werkgever heeft. De werkgever moet een dagtekening op de praktijkovereenkomst zetten en deze in de administratie opnemen. Een BBL-leerling hoeft geen schriftelijke arbeidsovereenkomst te hebben. Er is sprake van een arbeidsovereenkomst als voldaan is aan de voorwaarden arbeid, gezag en loon.

2. Voor een werknemer die jonger is dan 21 jaar en met maximaal 48 verloonde uren per vierwekenaangifte of 52 verloonde uren uur per maandaangifte. U beoordeelt dit per tijdvak.

Voorbeeld

Een 20-jarige werknemer heeft 60 verloonde uren in tijdvak januari. Voor dit tijdvak past u de hoge WW-premie toe. In tijdvak februari heeft hij 35 verloonde uren. Voor dit tijdvak past u de lage WW-premie toe.

Voor de toets aan de leeftijd van 21 jaar geldt de leeftijd die een werknemer had op de eerste dag van de vierwekenaangifte of maandaangifte.

3. Voor uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen: WW, ZW, WIA, WAO en WAZO. Dit geldt niet alleen voor uitkeringen die UWV rechtstreeks aan de werknemer betaalt maar ook als de werkgever de uitkering van UWV ontvangt en aan de werknemer doorbetaalt (werkgeversbetaling). Bovendien geldt de lage WW-premie als een werkgever eigenrisicodrager is en de uitkering zelf betaalt.

 

Altijd hoge WW-premie

Er zijn 2 uitzonderingen waarin u altijd de hoge WW-premie toepast:

  1. Voor een werknemer die een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding heeft.
    Er is dan geen sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
  2. Voor een werknemer met een fictieve dienstbetrekking.

Bij een fictieve dienstbetrekking is geen sprake van een arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 3 Werkloosheidswet.

Let op!

Voor een werknemer die jonger is dan 21 jaar met maximaal 48 verloonde uren per vierwekenaangifte of 52 verloonde uren per maandaangifte, geldt altijd de lage WW-premie. Ook als deze werknemer een fictieve dienstbetrekking heeft.

 

Gerelateerd bericht:

Overzichtsartikel WAB
 
 
loonadministratie, salarisverwerking, salarisverwerker,loonverwerking,loonverwerker, loonverwerkers, salarisverwerkers, online salarisverwerking, uitbesteden loonadministratie, online salarisverwerking, digitale loonadministratie, ,