Tag archief loonsom

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking gebruikelijk loon (update 4 januari 2021)

Voor wie geldt nu de gebruikelijkloonregeling?
                  
Hoe bepaalt u het gebruikelijk loon en in welke gevallen mag u het gebruikelijk loon lager vaststellen dan €47.000?
In deze handreiking vindt u antwoord op deze vragen.

 

De gebruikelijkloonregeling geldt voor een persoon die werkt voor een vennootschap of een coöperatie waarin hij of zijn fiscale partner een aanmerkelijk belang heeft.

 

Aanmerkelijk belang

Iemand is aandeelhouder met een aanmerkelijk belang als hij (eventueel met zijn fiscale partner):

  • 5% of meer van de aandelen heeft in een vennootschap
  • rechten heeft om voor 5% of meer aandelen in de vennootschap te kopen
  • winstbewijzen heeft om 5% of meer van de jaarwinst – of van een uitkering bij liquidatie – van de vennootschap te krijgen
  • voor 5% of meer stemrecht heeft in de algemene vergadering van een coöperatie of een vereniging op coöperatieve grondslag

 

Fiscale partner

De fiscale partner van de aanmerkelijkbelanghouder (ab-houder) is:

  • de echtgenoot of geregistreerd partner
  • degene met wie de aanmerkelijkbelanghouder op hetzelfde woonadres staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen

Als de laatste situatie van toepassing is, moeten de ab-houder en zijn partner ook voldoen aan één van de volgende voorwaarden:

  • Ze hebben een notarieel samenlevingscontract. Beiden moeten meerderjarig zijn.
  • Ze hebben samen een kind.
  • Eén van hen heeft een kind dat de ander heeft erkend.
  • Beiden zijn meerderjarig en een van hen heeft een minderjarig kind dat op hetzelfde adres staat ingeschreven. Als de ab-houder en zijn partner een zakelijke huurovereenkomst hebben, zijn ze in dit geval géén fiscaal partners.
  • Ze staan als partners geregistreerd bij een pensioenfonds.
  • Ze zijn beiden eigenaar van de woning die hun hoofdverblijf is.
  • Ze waren in voorgaand jaar al fiscale partners.

Voldoen de ab-houder en zijn partner slechts een deel van het jaar aan de voorwaarden? Dan kunnen zij kiezen om het hele jaar fiscale partners te zijn. Staan zij het hele jaar samen in de Basisregistratie Personen ingeschreven? Dan kunnen zij niet kiezen: zij zijn dan het hele jaar fiscale partners.
 

Hoe bepaalt u de hoogte van het gebruikelijk loon?

Een ab-houder moet een loon ontvangen dat gebruikelijk is voor de werkzaamheden die hij verricht. De gebruikelijkloonregeling bepaalt hoe hoog het loon van de ab-houder minimaal moet zijn. Hieronder leest u hoe u dit beoordeelt.

Een ab-houder moet een loon in aanmerking nemen dat het hoogste is van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking
  • het loon van de meestverdienende werknemer van de vennootschap of van een verbonden vennootschap
  • een minimumbedrag, elk jaar opnieuw vastgesteld door het ministerie van Financiën. Voor 2021 is dit €47.000. Voor 2020 was dit €46.000. Voor 2017, 2018 en 2019 was het gebruikelijk loon €45.000.

Let op! In de volgende gevallen mag u het loon op een lager bedrag vaststellen:

  • U maakt aannemelijk dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan €47.000. U stelt het loon dan vast op 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.
  • U maakt aannemelijk dat 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het loon van de meestverdienende werknemer of van een verbonden lichaam.

 
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid, kabinet

 
De meest vergelijkbare dienstbetrekking
Een werknemer met de meest vergelijkbare dienstbetrekking hoeft niet precies hetzelfde werk te doen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om het loon van een orthodontist vast te stellen op basis van het loon van een tandarts.

Vóór 2015 moest u onderzoeken wat het loon was van een werknemer met een soortgelijke dienstbetrekking. Een soortgelijke dienstbetrekking kan ontbreken maar een meest vergelijkbare dienstbetrekking bestaat altijd.

Voorbeeld 1
Het loon van de meestverdienende werknemer is €50.000. U maakt aannemelijk dat een andere dienstbetrekking meer vergelijkbaar is met de dienstbetrekking van de ab-houder. Het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking is €40.000. Dat is lager dan €47.000. U stelt het loon vast op €40.000.

Voorbeeld 2
Het loon van de meestverdienende werknemer is €90.000. U maakt aannemelijk dat een andere dienstbetrekking meer vergelijkbaar is met de dienstbetrekking van de ab-houder. Het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking is €70.000. De ab-houder kan zijn gebruikelijk loon vaststellen op €52.500 (75% van €70.000).

 

Deeltijd

Als een ab-houder in deeltijd werkt of als hij niet het hele jaar gewerkt heeft, mag u hier rekening mee houden bij het vaststellen van het loon. U moet dit wel aannemelijk kunnen maken.

Deeltijdfactor en doelmatigheidsmarge
Als een ab-houder in deeltijd werkt, moet u eerst de deeltijdfactor toepassen. Als het deeltijdloon hoger is dan €47.000 mag u daarna de doelmatigheidsmarge van 25% toepassen. Het loon mag niet lager worden dan €47.000.

Voorbeeld
Een ab-houder werkt 40% voor zijn bv. Het gebruikelijk loon voor een fulltime functie bedraagt €50.000. U mag het gebruikelijk loon vaststellen op € 20.000. Omdat het loon minder is dan €47.000 mag u geen rekening houden met de doelmatigheidsmarge.

U mag dus niet eerst het loon verminderen met de doelmatigheidsmarge en dan 40 % van €47.000 = €18.400 als gebruikelijk loon aanmerken. De volgorde is 40 % van €50.000 = €20.000. Er is geen ruimte meer voor de doelmatigheidsmarge.

 

Structureel verlies

U kunt het gebruikelijk loon verlagen als u aannemelijk kunt maken dat het bedrijf meerdere jaren achter elkaar verlies leidt en het voortbestaan van het bedrijf daardoor in gevaar komt. De loonsverlaging is dan nodig om ervoor te zorgen dat het bedrijf kan blijven draaien. U mag het loon van de ab-houder niet lager vaststellen dan het wettelijk minimumloon.

U mag het gebruikelijk loon niet verlagen als de slechte financiële positie van de bv is veroorzaakt door een hoge rekening-courantschuld van de ab-houder aan de bv. Ook als het verlies is ontstaan door onzakelijke uitgaven mag u het gebruikelijk loon niet lager vaststellen.

 

Starters

U mag uitgaan van een lager loon als de bv het gebruikelijk loon door het opstarten van de onderneming niet kan betalen, bijvoorbeeld omdat de bv veel heeft geïnvesteerd of een lage cashflow heeft. U mag dit maximaal 3 jaar doen vanaf het moment dat de vennootschap of coöperatie inhoudingsplichtig wordt. U mag het loon niet lager vaststellen dan het wettelijk minimumloon.

 

Start-ups

Voor ab-houders die werken voor innovatieve start-ups geldt vanaf 2017 een versoepelde gebruikelijkloonregeling. Als de bv voldoet aan de voorwaarden mag u het gebruikelijk loon maximaal 3 jaar vaststellen op het wettelijk minimumloon.
De voorwaarden vindt u in paragraaf 16.1 van het Handboek Loonheffingen onder het kopje ‘Start-ups’.

 

Pensioenopbouw

Een (tijdelijke) verlaging van het gebruikelijk loon heeft gevolgen voor de pensioenopbouw. Een dga bouwt namelijk alleen pensioen op over het loon dat hij daadwerkelijk genoten heeft.

 

Andere inkomsten

Ontvangt een ab-houder naast loon andere inkomsten zoals pensioen, lijfrente, levensloop of een WIA-uitkering? Hiermee houdt u geen rekening bij het vaststellen van het gebruikelijk loon. Ook niet als de werknemer deze uitkeringen uit de bv ontvangt.

 

Werken voor meerdere concernonderdelen

Is een ab-houder in dienst bij een management-bv en werkt hij vanuit deze bv voor andere concernonderdelen? Dan mag u het gebruikelijk loon bepalen op basis van alle werkzaamheden die de ab-houder voor het concern verricht. U hoeft het gebruikelijk loon niet per vennootschap vast te stellen.

 

Gebruikelijk loon €5.000 of lager

Krijgt een ab-houder geen loon voor zijn werkzaamheden en is een loon dat gebruikelijk is voor zijn werkzaamheden niet hoger dan €5.000? Dan hoeft u hierover geen loonheffingen in te houden. De grens van €5.000 toetst u niet per bv maar geldt voor alle werkzaamheden van de ab-houder.

 

Welke loonbestanddelen tellen mee?

Het begrip loon voor de gebruikelijkloonregeling is het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen (kolom 14 van de loonstaat). Dit is dus inclusief loon in natura, zoals de bijtelling voor privégebruik auto, en na toepassing van de wettelijke vrijstellingen, zoals de vrijstelling van pensioenpremie.

Onder loon vallen ook loonbestanddelen die zijn aangewezen als eindheffingsloon en onder de werkkostenregeling vallen. Deze loonbestanddelen moeten dan individualiseerbaar zijn. Een bonus die onder de vrije ruimte valt en een reiskostenvergoeding die onder de gerichte vrijstellingen valt, tellen bijvoorbeeld ook mee voor het gebruikelijk loon.

 

Fictief loon

Ontvangt een ab-houder een lager loon dan gebruikelijk voor zijn werk? Het verschil tussen het loon dat de ab-houder ontvangen heeft en wat gebruikelijk is, is fictief loon. Over het fictief loon berekent u loonheffingen. De werknemer is dus loonheffingen verschuldigd over loon dat hij niet ontvangen heeft.

Als een ab-houder helemaal geen loon ontvangt, moet u het gehele gebruikelijke loon als fictief loon behandelen.

U geeft het fictief loon uiterlijk aan in de laatste aangifte van het kalenderjaar.

 

Afspraken over een gebruikelijk loon

Wilt u zekerheid over de hoogte van het gebruikelijk loon? Dien dan een verzoek om vooroverleg in bij de Belastingdienst. Het verzoek moet de volgende informatie bevatten:

  • basisgegevens van de aanvrager
  • de kwestie waarover u een standpunt vraagt
  • alle relevante feiten en omstandigheden
  • de fiscale gevolgen van uw toekomstige handelingen.

 
Zie voor de regels waaraan het vooroverleg moet voldoen het Besluit Fiscaal Bestuursrecht, BLKB2016-19, paragraaf 3.

U kunt ook het standaardformulier ‘Verzoek vooroverleg’ gebruiken. Het standaardformulier helpt u om het verzoek om vooroverleg goed én volledig in te dienen, waardoor de Belastingdienst het sneller in behandeling kan nemen.

 

Handboek loonheffingen

Meer over de gebruikelijkloonregeling leest u in paragraaf16.1 Handboek Loonheffingen.

 

Wetsartikel

Artikel 12a Wet LB
 
 

Gerelateerde handreiking

De weg naar het gebruikelijk loon
DGA & Pensioen!
DGA Loon na loonaangifte
Antwoorden gebruikelijk loon – Webinar corona
Handreiking gebruikelijkloonregeling vernieuwd
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021, loonheffingen 2021, belastingdienst 2021, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris,pensioen,premies 2021,

door100% Salarisverwerking B.V.

Vraag beschikking Whk 2021 op bij werkgever

Vanaf 5 december heeft de Belastingdienst brieven verstuurt van de Werkhervattingskas ( Whk ) 2021.
         
Alleen werkgevers ontvangen deze brief. Denkt u eraan om deze bij de werkgever op te vragen? Zo voorkomt u onnodig belverkeer en langere wachttijden bij de BelastingTelefoon.

In de brief staan de percentages voor de gedifferentieerde premie Whk. U hebt deze percentages nodig voor de aangiften loonheffingen 2021.

 

Middelgrote en grote werkgever

Een grote of middelgrote werkgever ontvangt een beschikking Whk. Voor een grote werkgever stelt UWV de gedifferentieerde premie Whk individueel vast. Voor een middelgrote werkgever neemt UWV een gewogen gemiddelde van het individuele premiepercentage en het sectorale premiepercentage.

Verzorgt u de aangifte voor een middelgrote of grote werkgever? Dan heeft u voor de hoogte van de gedifferentieerde premie Whk de beschikking nodig. Het is belangrijk dat u deze opvraagt bij de werkgever.

Een werkgever is een middelgrote werkgever als het premieloon in 2019 meer was dan € 346.000 en maximaal € 3.460.000. Bij een premieloonsom van meer dan € 3.460.000 is sprake van een grote werkgever.

 

Kleine werkgever

Een kleine werkgever ontvangt een mededeling Whk. Voor kleine werkgevers stelt UWV de gedifferentieerde premie per sector vast. Weet u onder welke sector een kleine werkgever valt? Dan kunt u zelf de percentages Whk opzoeken in de Staatscourant.

Een werkgever is een kleine werkgever als het premieloon in 2019 maximaal € 346.000 was.
 
 

Gerelateerde berichten

Controleer de beschikking Whk 2021
Gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2021
Snel premie Whk 2021 berekenen
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021
Normenbrief 1 januari 2021 – online
Rekenregels per 1 januari 2021
Aangiftebrief Loonheffingen 2021
 
 
2021 Overheid, 2021 kabinet, 2021 regering, 2021 wet en regelgeving, 2021 besluiten, 2021 regels, 2021 maatregelen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Controleer de beschikking Whk 2021

Middelgrote en grote werkgevers ontvangen vanaf 5 december de beschikking gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) 2021.
    
Het is belangrijk dat de werkgever de gegevens op de beschikking controleert.

De werkgever moet vooral letten op het volgende:

  • Zijn de juiste loonsommen gebruikt?
  • Zijn de uitkeringslasten terecht aan hem toegerekend?
  • Kloppen de bedragen van de uitkeringslasten?
  • Is een eventuele overgang van onderneming goed verwerkt?

 

Instroomgegevens

Om de uitkeringslasten te controleren kan het zijn dat de werkgever meer gegevens nodig heeft. Hij kan een specificatie van de zogenoemde instroomgegevens schriftelijk opvragen bij zijn belastingkantoor. Dit adres staat op de beschikking Whk. De werkgever ontvangt deze gegevens meestal binnen 1 week, maar uiterlijk binnen 6 weken.

 

Digitaal ontvangen

Door de coronamaatregelen kan het zijn dat u de instroomgegevens later ontvangt dan gebruikelijk. Daarom adviseert de Belastingdienst om uw e-mailadres te vermelden in uw verzoek. U ontvangt de instroomgegevens dan per mail. Dan weet u zeker dat u de gegevens snel ontvangt.

De Belastingdienst gebruikt Belastingdienst filetransfer om het bestand op een veilige manier digitaal te versturen.

 

Machtiging

Vraagt een gemachtigde namens de werkgever de instroomgegevens op, dan moet hij altijd een geldige machtiging meesturen.

 

Bezwaar

Als de werkgever het niet eens is met de berekening van de gedifferentieerde premie maakt hij schriftelijk bezwaar. Dit bezwaarschrift moet binnen 6 weken na dagtekening van de beschikking door de Belastingdienst zijn ontvangen.

In afwachting van de instroomgegevens kan de werkgever binnen de termijn van 6 weken een voorlopig bezwaarschrift indienen. Na ontvangst van de gegevens vult hij het bezwaar aan met de benodigde informatie.

 

Kleine werkgever

Een kleine werkgever ontvangt geen beschikking maar een mededeling gedifferentieerde premie Whk. Hiertegen kan hij geen bezwaar maken.
Voor kleine werkgevers stelt de Belastingdienst de gedifferentieerde premiecomponenten WGA en ZW-flex per sector vast. Deze sectorale premies vindt u in de Staatscourant.

 

Gerelateerd artikel

Snel premie Whk 2021 berekenen

 
 

Meer informatie

U leest meer over Belastingdienst filetransfer op belastingdienst.nl.
 
 
2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Vrije ruimte WKR vanaf 2021 minder

Werkkostenregeling in de vrije ruimte wordt per 2021 vanaf een loonsom boven de € 400.000 iets verlaagd.
          
Met de verlaging wordt een verruiming van de vrijstelling voor scholingskosten gefinancierd. Voor de eerste € 400.000 zal de vrije ruimte in 2021 1,7% bedragen. Dit staat in het Belastingplan 2021.

 

Werkkostenregeling

Werkgevers kunnen via de werkkostenregeling allerlei zaken aan hun personeel belastingvrij vergoeden en verstrekken. Denk bijvoorbeeld aan een kerstpakket of een bonus.

 

Verruiming in 2020

In het belastingplan is ook de eerdere verruiming voor het jaar 2020 opgenomen. Dit moest nog wettelijk worden vastgelegd. Vanwege de coronacrisis werd eerder de vrije ruimte voor dit jaar (2020) bepaald op 3% voor de eerste € 400.000 van de loonsom. Vanaf 2021 wordt dit 1,7%.

 

Geringe verlaging vanaf 2021

Vanaf 2021 wordt de vrije ruimte over het gedeelte van de loonsom dat boven de € 400.000 uitstijgt, verlaagd van 1,2% naar 1,18%. Hiermee wordt de extra vrijstelling van de scholingsaftrek betaald. Een werkgever kan scholingskosten in beginsel voor werknemers belastingvrij verstrekken. Hiervoor geldt een zogeheten gerichte vrijstelling, die kan worden toegepast op werknemers. Nu kunnen werkgevers onder voorwaarden ook belastingvrij bijdragen aan de scholing van ex-werknemers.

 

Gevolgen met name voor grotere bedrijven

De gevolgen van de verlaging zullen met name optreden voor grotere bedrijven met een forse loonsom. Bedrijven met een loonsom tot € 400.000 hebben van de verlaging immers geen last. Het gevolg van de verlaging is dat bedrijven eerder de vrije ruimte overschrijden en daardoor sneller de eindheffing van 80% moeten betalen.

 

Voorbeeld:

Zonder de verlaging zou een bedrijf met een loonsom van € 500.000 een vrije ruimte hebben van 1,7% x € 400.000 + 1,2% x € 100.000 = € 8.000. Met verlaging wordt dit 1,7% x € 400.000 + 1,18 x € 100.000 = € 7.980. Een verschil van 0,25%.

Voor een bedrijf met een loonsom van € 10.000.000 daalt de vrije ruimte van € 122.000 naar € 120.080. Een verschil van ruim 1,5%.

Gerelateerd

Werkkostenregeling (WKR) 2020
Studiekosten kind van de werknemer vergoeden
Vrije ruimte werkkostenregeling tijdelijk verhoogd
 
 

salarisverwerking 2021, belastingen 2021, overheid 2021, wet en regelgeving 2021, loon 2021, salaris 2021,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen NOW 1.0 en NOW 2.0

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Eerste en Tweede Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgevers (NOW 1.0 en NOW 2.0) gewijzigd.

 

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • herstelmogelijkheid aanvraag op niveau werkmaatschappij
  • schrappen verplichting om documenten mee te sturen als bewijs voor omzetdaling
  • aanpassen vervaldatum regeling NOW 1.0
  • verduidelijking ten aanzien van het dividendverbod

 

De inleiding van zijn brief

Nederland is door de uitbraak van het COVID-19-virus vanaf begin dit jaar en de daarmee verband houdende overheidsmaatregelen geconfronteerd met buitengewone omstandigheden die een enorme impact hebben op het maatschappelijk leven in het algemeen en die ook ingrijpende gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt. De uitval van economische vraag als gevolg van deze situatie heeft sinds medio maart een zware wissel getrokken op de samenleving, op het bedrijfsleven en op de werkgelegenheid.

Het kabinet heeft de economie ondersteund met het eerste en tweede Noodpakket. Eén van de onderdelen van de eerste twee noodpakketten betrof de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW).

Voor deze maatregel zijn twee afzonderlijke regelingen getroffen, de NOW-1 en de NOW-2, waarbij de eerste regeling het mogelijk maakte een tegemoetkoming in de loonkosten te ontvangen voor de maanden maart t/m mei 2020 en de tweede regeling dit mogelijk maakte voor de maanden juni t/m september 2020. Met de steun uit het eerste en tweede Noodpakket zijn veel bedrijven en burgers geholpen; zij hebben in deze moeilijke tijden de ondersteuning gekregen die nodig was. Tegelijkertijd is duidelijk dat de economische gevolgen van het COVID-19-virus langer bij ons zullen blijven.

Steun-en herstelpakket

Daarom is 28 augustus jl. een verlenging van de noodmaatregelen aangekondigd, het zogenoemde Steun-en herstelpakket. Uw Kamer heeft hier op 29 september mee ingestemd. Daarbij is reeds duidelijk gemaakt dat met ingang van 1 oktober 2020 de NOW wederom wordt verlengd, met drie keer drie maanden, tot en met 30 juni 2021. Voor meer klik hier:wijzigingsregeling NOW 1 en 2

 

Meer aanpassingen NOW 1.0 en NOW 2.0

Meer informatie over de aanpassingen NOW 1.0 en NOW 2.0 leest u in de Kamerbrief en de Staatscourant op rijksoverheid.nl.
 
 

Gerelateerd

Aanvraag definitieve berekening NOW 1.0 vanaf 7 oktober
Rekenhulp voor NOW 2.0 beschikbaar
 
 
Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), coronavirus overzicht, COVID-19 nieuws, corona actueel, coronacrisis nieuws, coronavirus nieuws, corona maatregelen nieuws, corona-epidemie nieuws, NOW regeling, NOW maatregel, UWV en NOW