Tag archief gerechtshof

door100% Salarisverwerking B.V.

Terecht gebruikelijk loon voor dga

De inspecteur stelt het gebruikelijk loon van een dga voor het jaar 2015 vast op € 27.500 .
          
Het Hof is het eens met de inspecteur.

loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,
 
Een dga treedt op 18 mei 2015 als directrice in dienst bij een bv. Ze ontvangt voor haar werkzaamheden alleen een onkostenvergoeding. Bij een goed beleid krijgt ze een bonus van 10% van het netto resultaat.
 
Volgens de inspecteur is de gebruikelijkloonregeling van toepassing op de dga. De dga bezit 5% van de aandelen in de bv. Daarnaast verricht ze werkzaamheden voor de bv. Een gebruikelijk loon bedraagt minimaal € 44.000. Omdat de dga op 18 mei is gestart met de werkzaamheden, stelt de inspecteur het gebruikelijk loon vast op € 27.500.
 
Volgens het Hof heeft de directrice niet aannemelijk gemaakt dat een lager loon gebruikelijk is. De inspecteur heeft de aanslag terecht opgelegd.
 
Gerechtshof Amsterdam: ECLI:NL:GHAMS:2019:4622
 

Wetsartikel

Art 12a van de Wet LB 1964
 
In ‘Handreiking Gebruikelijk loon’ leest u hoe u het gebruikelijk loon vaststelt.
 
 

Zie ook:

Verhoging gebruikelijk loon 2020
Handreiking gebruikelijkloonregeling vernieuwd
Werk dga niet te vergelijken met werk managementassistent
DGA Loon na loonaangifte
 
 
gebruikelijk loon, gebruikelijkloonregeling, Loon en aanmerkelijk belang,

door100% Salarisverwerking B.V.

Zwangere docent heeft recht op compensatie voor verlof tijdens vakantie

Dit is in de cao zo geregeld.
                     
Leraren in het voortgezet onderwijs die zwanger zijn en verlof hebben in een schoolvakantie, moeten van de rechter die gemiste vakantiedagen kunnen inhalen. De uitspraak heeft grote gevolgen, want moeders kunnen tot vijf jaar na hun verlof met terugwerkende kracht een claim indienen.

Vrouwen die werkzaam zijn in het voortgezet onderwijs en zwangerschaps- of bevallingsverlof hebben, konden tot nu toe alleen gemiste vakantiedagen van de zomervakantie compenseren.

 

Vaderschapsverlof (kraamverlof) na de bevalling, partnerschapsverlof,kraamverlof, doorbetaald verlof bij geboorte kind, weig, Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG)

In strijd met de wet

Maar over de andere vakantiedagen staat niets vermeld in de cao. Dus bij die gemiste vakantiedagen had de (aanstaande) moeder in de meeste gevallen pech. Tot onvrede van een aantal vrouwelijke leraren. Zij deden hierover hun beklag bij de Algemene Onderwijsbond (AOb).

De gang van zaken leek advocaat Joost Aarts van de AOb in strijd met de wet. “Door het niet compenseren van vakanties voor vrouwen maken scholen onderscheid in arbeidsvoorwaarden op grond van geslacht. En dat is verboden”, zegt Aarts.

 

Met terugwerkende kracht

Daarom spande de AOb een zaak aan namens een van de klagende vrouwen. Deze docent geeft les op de Katholieke Scholengemeenschap De Breul in Zeist. De kantonrechter in Utrecht is meegegaan met de redenering van Aarts en bepaalde op dat zwangere of net bevallen docenten alle vakantiedagen die in hun verlofperiode vallen moet kunnen inhalen. “Vaak gaat het om vijf of tien dagen”, zegt Aarts.

De uitspraak heeft grote gevolgen voor schoolbestuurders, want er is een verjaringstermijn van vijf jaar. Dus in potentie kunnen alle moeders die de afgelopen vijf jaar met zwangerschapsverlof zijn gegaan en daardoor vakantiedagen hebben gemist, een claim indienen. “Het is wel de vraag of dat de relatie met de werkgever ten goede komt”, waarschuwt Aarts.

 

Kost heel veel geld

De rector van De Breul in Zeist verwijst voor een reactie door naar zijn advocaat Marcel Dekker. Die laat weten de uitspraak ‘teleurstellend’ te vinden en noemt een aantal punten in de uitspraak ‘discutabel’. “Werkgevers worden nu gepakt op een toevoeging in de cao die juist in het belang is van zwangere vrouwen.”

Dekker is de materie aan het bestuderen en ziet kansen voor een hoger beroep. Het is nog maar de vraag of De Breul dit ook ziet zitten. Doorprocederen kost de school heel veel geld, terwijl het maar om een week vakantie gaat.

 

Geldt niet voor vaders

De Breul is speerpunt van iets dat voor alle werkgevers geldt, legt advocaat Dekker uit. De VO-raad, de vereniging van scholen in het voortgezet onderwijs, is de uitspraak nog aan het bestuderen en kan nog niet inhoudelijk reageren.

De uitspraak gaat specifiek over vrouwelijke docenten in het voortgezet onderwijs en zegt dus niets over het vaderschapsverlof. In het basisonderwijs is het voor zwangere docenten al mogelijk om gemiste vakantiedagen in te halen.

 

Ook geldt de uitspraak alleen voor vakantiedagen en dus niet voor feestdagen.

 

Bron:RTL Z

 

Zwanger op het werk, zwanger en werk, rechten bij zwangerschap werk, wet en regelgeving zwangerschap,

door100% Salarisverwerking B.V.

Transitievergoeding pas als de werknemer erom vraagt?

Mag een werkgever wachten met betalen van transitievergoeding tot werknemer erom vraagt?

           
Een werkgever wacht, volgens beleid, met het betalen van een transitievergoeding tot een werknemer naar de rechter stapt voor uitbetaling. Een werknemer loopt daardoor zijn transitievergoeding mis. Mag dat? Lees het oordeel van het hof.
 
Overheid, wet en regelgeving, rechter, kantongerecht, rechtszaak, rechtbank, rechter, rechtshulp, adviesrecht, rechtspraak, juridische zaken,
 

Wat eraan voorafging

Een werknemer is arbeidsongeschikt en zijn werkgever laat hem weten dat hij na 104 weken arbeidsongeschiktheid een ontslagverzoek bij UWV indient. Na de verkregen toestemming zal het bedrijf de overeenkomst dan met inachtneming van de opzegtermijn beëindigen. Ook maakt het bedrijf dan een eindafrekening van openstaande verlofuren, vakantiegeld en de transitievergoeding.

Als de toestemming van UWV binnen is, krijgt de werknemer een ontslagbrief met allerlei details over de beëindiging. Maar er wordt niets vermeld over de transitievergoeding. En die komt ook niet voor op de eindafrekening die de werknemer in juni ontvangt. Het contract eindigt per 1 juli 2016.

Op 26 augustus belt de advocaat van de werknemer naar de werkgever, maar die belt niet terug. De werknemer schrijft op 27 september nog een brief waarin hij vraagt waarom de transitievergoeding nog niet is uitbetaald. De werkgever antwoordt pas op 11 oktober. De wettelijke vervaltermijn voor het opeisen van de transitievergoeding is dan inmiddels verstreken. De werkgever geeft aan de transitievergoeding om die reden niet uit te betalen.

De werknemer stapt naar de kantonrechter. ‘Als de werkgever in een brief toezegt dat er aan het einde van het dienstverband een transitievergoeding wordt uitbetaald, dan mag de werknemer erop rekenen,’ oordeelt de rechter. Omdat de werkgever dat heeft nagelaten, veroordeelt de kantonrechter de werkgever om dit alsnog te doen. De werkgever gaat in hoger beroep.

 

Bij het hof

De werkgever voert aan dat de werknemer genoeg tijd heeft gehad om bij de rechter aanspraak te maken op de transitievergoeding. Hij kreeg de opzeggingsbrief op 15 december 2015 en de vervaltermijn eindigde op 1 oktober 2016. Maar het hof oordeelt anders. Er was geen verschil van mening over het recht op de vergoeding en ook niet over de hoogte ervan. In de brief van oktober 2015 heeft de werkgever het uitbetalen van de vergoeding in het vooruitzicht gesteld. De werknemer heeft later nog om opheldering gevraagd waarom de betaling uitbleef.

De werknemer hoefde er geen rekening mee te houden dat de werkgever de toegezegde vergoeding niet zou uitbetalen, en dat hij de vergoeding bij de rechter zou moeten claimen. De werkgever heeft gewacht met reageren op het telefoontje en de brief van de werknemer tot de vervaltermijn was verstreken. Dat is de werkgever aan te rekenen, aldus het hof. Het hof oordeelt dan ook dat kijkend naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is naar een verstreken vervaltermijn te kijken, en te denken de werknemer niet meer om de betaling van de transitievergoeding van 17.940 euro zou kunnen verzoeken.

 

Bedrijfsbeleid om te wachten met uitbetalen transitievergoeding

Tijdens de rechtszaak bleek dat het bedrijfsbeleid is om bij het einde van een dienstverband de transitievergoeding niet op eigen initiatief uit te betalen. De werkgever kan hierdoor afwachten of de ex-werknemer naar de rechter stapt om er aanspraak op te maken. Maar het hof vindt dat in strijd met goed werkgeverschap. Het verschuldigd zijn van een transitievergoeding is een invulling van de zorgplicht van de werkgever naar een werknemer die is ontslagen. De termijn is niet bedoeld om te speculeren op het laten verstrijken van een termijn, zodat een bedrijf geen transitievergoeding hoeft te betalen. Het is bedoeld om onenigheid over de transitievergoeding snel op te lossen.

 

In de praktijk

Ook deze uitspraak bevestigt dat het recht op een transitievergoeding stevig staat. Net als uiteindelijk bij de slapende dienstverbanden, wordt gegoochel niet geaccepteerd. Het hof is in deze rechtszaak er ook heel duidelijk over: dit soort misbruik van de vervaltermijn wordt niet gehonoreerd. Een toegezegde transitievergoeding moet simpelweg worden uitbetaald.

 

Uitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2019:2618, 8 oktober 2019.

 

 
verzuim, ziekteverzuim, verzuimoplossingen, verzuim aanpak, plan van aanpak, de Wet verbetering poortwachter, zieke werknemer, verzuimkosten, ziekteverzuimkosten, preventie verzuim, ziekteverzuimpreventie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Einde aan “slapend dienstverband”!

Meevaller voor langdurig zieke werknemers: streep door ‘slapend dienstverband ‘ .

          

De Hoge Raad heeft vandaag antwoord gegeven op prejudiciële vragen van de rechtbank Limburg over de toelaatbaarheid van ‘slapende dienstverbanden ’.
Bedrijven mogen langdurig zieke werknemers niet in dienst houden om te voorkomen dat ze een ontslagvergoeding moeten betalen. De Hoge Raad haalde vrijdag een streep door het ‘slapend dienstverband’.
 
Een ‘slapend dienstverband ’ is een dienstverband waarbij een langdurig arbeidsongeschikte werknemer thuis zit en geen loon meer krijgt, maar door de werkgever toch in dienst wordt gehouden met als gevolg dat daardoor de wettelijke transitievergoeding niet hoeft te worden betaald. Deze wettelijke transitievergoeding is de ontslagvergoeding waarop een werknemer recht heeft als hij ontslagen wordt na een dienstverband van twee jaar of langer.

 
verzuim, ziekteverzuim, verzuimoplossingen, verzuim aanpak, plan van aanpak, de Wet verbetering poortwachter, zieke werknemer, verzuimkosten, ziekteverzuimkosten, preventie verzuim, ziekteverzuimpreventie,

De zaak

Een werknemer wordt door zijn werkgever in een ‘slapend dienstverband ’ gehouden en ontvangt dus geen loon meer. De werknemer eist van zijn werkgever schadevergoeding, omdat de werkgever niet bereid is om het ‘slapende dienstverband ’ te beëindigen, onder betaling van een transitievergoeding.
 

Prejudiciële vragen

De rechtbank Limburg heeft in een vonnis van 10 april 2019 prejudiciële vragen gesteld over de vraag of, en zo ja onder welke omstandigheden, een werkgever als ‘goed werkgever’ akkoord moet gaan met het voorstel van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer tot beëindiging van het ‘slapende dienstverband ’, onder betaling van een transitievergoeding. Een prejudiciële vraag is een vraag van een rechtbank of gerechtshof aan de Hoge Raad over de uitleg van een rechtsregel. Daaraan kan behoefte bestaan, als de Hoge Raad over die vraag niet eerder heeft beslist. Wel moet het gaan om een vraag die zich voordoet in een concrete zaak die bij een rechtbank of hof in behandeling is. Dezelfde vraag moet bovendien aan de orde zijn in een groot aantal andere zaken.
 

Advies advocaat-generaal

Advocaat-generaal Ruth de Bock bracht op 18 september 2019 haar advies aan de Hoge Raad uit. Zij is kort gezegd van mening dat een werkgever in beginsel verplicht is om op verzoek van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, een ‘slapend dienstverband ’ te beëindigen onder betaling van de wettelijke transitievergoeding.
 

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt in lijn met het advies van de advocaat-generaal. Sinds er een wet is waarin is geregeld dat werkgevers door het UWV worden gecompenseerd voor betaling van de transitievergoeding aan een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, gaat het argument dat een werkgever op hoge kosten wordt gejaagd, niet meer op. Bovendien is duidelijk dat de wetgever af wil van de ‘slapende dienstverbanden ’. Op grond daarvan brengt de eis van ‘goed werkgeverschap’ mee dat een werkgever een werknemer niet in een ‘slapend dienstverband ’ mag houden, om de betaling van de transitievergoeding te ontlopen. Op de werkgever rust dus de verplichting om, op verzoek van de arbeidsongeschikte werknemer, het ‘slapende dienstverband ’ te beëindigen, met betaling van een bedrag ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding. Dit kan anders zijn als de werkgever gerechtvaardigde belangen heeft om de arbeidsongeschikte werknemer toch in dienst te houden, bijvoorbeeld als er een reëel uitzicht is op re-integratie.
 

Hoe verder

De rechtbank Limburg zal de zaak nu voortzetten en in haar uitspraak rekening houden met de antwoorden van de Hoge Raad. Ook andere rechters die in vergelijkbare zaken moeten beslissen, zullen de antwoorden van de Hoge Raad erbij betrekken.
 
Bron: Rechtbank
 

Gerelateerd:

Bus is ter beschikking gesteld
Werk dga niet te vergelijken met werk managementassistent
Proeftijdontslag, recht op transitievergoeding!
Verbod “slapend dienstverband” arbeidsongeschikten, door Advocaat-generaal

 
 

regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Bus is ter beschikking gesteld

Inspecteur legt naheffingsaanslagen op.
                   
Een werkgever die de sleutels beheert van een bedrijfsbus, stelt deze ter beschikking aan zijn werknemers. Dit heeft het Hof geoordeeld. De werkgever kan niet aannemelijk maken dat de werknemers niet meer dan 500 kilometer privé hebben gereden.

 
Overheid, wet en regelgeving, rechter, kantongerecht, rechtszaak, rechtbank, rechter, rechtshulp, adviesrecht, rechtspraak, juridische zaken,
 
De inspecteur doet een boekenonderzoek bij bv X. Volgens de inspecteur geldt de bijtelling privégebruik auto voor een Volkswagen Transporter (hierna: bus). De inspecteur legt naheffingsaanslagen op.
 
Volgens bv X is de bus niet ter beschikking gesteld aan de werknemers. De bedrijfsleider beheert de autosleutels. De auto wordt niet aan één bepaalde werknemer ter beschikking gesteld. Bovendien mogen de werknemers de bus niet privé gebruiken.
 
Volgens het Hof heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de bus wel ter beschikking is gesteld. De bedrijfsleider beheert alleen de autosleutels. De werkgever heeft niet schriftelijk vastgelegd dat privégebruik van de bus niet is toegestaan. Ook controleert de werkgever het privégebruik niet.
 
Als de bus ter beschikking is gesteld, geldt de bijtelling voor privégebruik auto. Alleen als de werkgever kan bewijzen dat de bus voor niet meer dan 500 kilometer privé gebruikt is, hoeft hij deze niet toe te passen. De werkgever slaagt niet in dit bewijs. De bijtelling is daarom van toepassing. De inspecteur heeft de naheffingsaanslagen terecht opgelegd.
 
 
Hof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2019:1877
 
 
 
belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken