Tag archief gerechtshof

door100% Salarisverwerking B.V.

Mondkapjes meenemen, ontslag op staande voet

Een opslagbedrijf in Limburg heeft per direct een administratief medewerker ontslagen .
           
Hij had een doos mondkapjes uit het magazijn meegenomen. Volgens de man had hij daarvoor toestemming, en moest hij zijn werkzaamheden onbeschermd uitvoeren.

De man werkte sinds 2010 bij het schoonmaak- en opslagbedrijf, dat in totaal 130 medewerkers heeft. Op 8 mei nam hij een doos chirurgische mondkapjes mee uit het magazijn, van een rolcontainer met dozen die bedoeld waren voor de verkoop.
 

Mondkapjes verdwenen

Nadat de manager van het bedrijf ontdekte dat er drie dozen met mondkapjes waren verdwenen, vroeg hij in de groepsapp wie daar meer over wist. De werknemer liet daarop weten met toestemming van een collega een doos te hebben meegenomen.

Omdat na de oproep niet alle dozen werden teruggebracht, bekeek de manager van het bedrijf vervolgens camerabeelden. Daarop was onder meer te zien hoe de administratief werknemer naast de doos mondkapjes ook een opklapbaar campingstoeltje meenam. Daarop werd de man op staande voet ontslagen.

De werknemer ging daarmee echter niet akkoord, en stapte naar de rechter om het ontslag ongedaan te maken. “Ik heb geen diefstal gepleegd, en laat me dit ook niet aanlullen”, appte hij zijn baas. “Ik laat me niet voor dief uitmaken.”

 

Onbeschermd

Voor de kantonrechter in Maastricht benadrukte hij nog eens dat hij de mondkapjes had meegenomen met toestemming van een collega. Dat die collega daartoe niet bevoegd bleek, zou niet zijn verantwoordelijkheid zijn.

Ook wees hij erop dat hij zijn werkzaamheden bij het bedrijf onbeschermd moest uitvoeren, terwijl zijn 80-jarige moeder tot de kwetsbare risicogroep behoort. Het meegenomen campingstoeltje zou zijn eigendom zijn geweest.

 

Eigen kamer

Uit een gisteren openbaar geworden uitspraak blijkt dat de kantonrechter de argumenten van de werknemer van tafel veegt. De man had moeten weten dat de collega die de toestemming zou hebben verleend, daartoe niet bevoegd was.

Volgens de kantonrechter had de man de mondkapjes ook niet nodig voor zijn werkzaamheden. “Hij werkte immers niet als schoonmaker, maar was administratief werknemer.” Bovendien zou hij met een eigen kamer helemaal niet zijn blootgesteld aan besmettingsgevaar.

Dat het campingstoeltje als onderdeel van ooit in het magazijn opgeslagen spullen van de medewerker zou zijn geweest, vindt de kantonrechter evenmin aannemelijk. Daarom blijft het ontslag op staande voet in stand. De werkgever hoeft de man ook geen ontslagvergoeding te betalen.
 
Uitspraak rechtbank:8647082 AZ VERZ 20-75 Limburg – Arbeidsrecht
 
 

mondkapjes, mondkap, mondmaskers, mond maskers openbaar,

door100% Salarisverwerking B.V.

Hoge Raad legt bom onder het werk van schijn-zzp’ers!

Als iemand werkzaamheden verricht voor een opdrachtgever, bepaalt de aard van dat werk of er sprake is van een arbeidsovereenkomst.
    
Eerdere afspraken tussen de twee partijen zijn dan niet van belang, oordeelde de Hoge Raad vrijdag 6 november in een zaak tussen de gemeente Amsterdam en iemand die participatiewerk deed. De uitspraak kan voor veel zzp’ers betekenen dat hun opdrachten eigenlijk neerkomen op een arbeidsovereenkomst.

 

Het gerechtshof

De zaak zelf ging over een vrouw met een uitkering die maandenlang werkte als servicedeskmedewerker voor de gemeente. Daarbij was afgesproken dat dit gebeurde als onbetaald werk voor een participatietraject, dat de kans op een terugkeer naar de arbeidsmarkt moest vergroten. Maar volgens de vrouw deed ze hetzelfde werk als collega’s die een arbeidsovereenkomst hadden, dus eiste ze die ook.

De kantonrechter en het gerechtshof gaven de vrouw ongelijk. De Hoge Raad doet dat ook, maar met de kanttekening dat lagere rechters de verkeerde redenen aandroegen. Zij oordeelden namelijk ten onrechte dat er geen arbeidsovereenkomst was, enkel omdat dit nooit de bedoeling was geweest. De hoogste civiele rechter van Nederland zet een streep door die uitleg. Het is de volgens de Hoge Raad namelijk de praktijk op de werkvloer, dus welke afspraken over rechten en verplichtingen er zijn, die bepaalt of er een arbeidsovereenkomst is.

 

Advisering

Met de uitspraak volgde de Hoge Raad grotendeels de advocaat-generaal, die eerder dit jaar advies gaf over de kwestie. In dat advies stelde de advocaat-generaal dat de bepaling wanneer er wel of geen sprake is van een arbeidsovereenkomst ook gevolgen kan hebben voor zzp’ers. Bij een groot deel van hen is weliswaar ooit afgesproken dat ze hun werk als ondernemer doen, maar wijst de praktijk uit dat ze verkapte werknemers zijn.

 
Bron:ANP
 
 
MKB, ZZP, ondernemers, werkgevers, bedrijven, werkgeverschap, maatschappijen, organisaties, rijksoverheid, Overheid, belastingen, Belastingdienst, personeelszaken, personeelsdiensten,

door100% Salarisverwerking B.V.

Doorzoeken mailbox van werknemer geeft een hoge schadevergoeding

Het onrechtmatig doorzoeken van een mailbox van een werknemer komt een werkgever duur te staan.
            
Dit wegens deze ernstige privacyschending moet hij de werknemer maar liefst 10.000 euro schadevergoeding betalen.

 

Toekenning € 10.000,00

Een werkgever, een dienstverlener op het gebied van tankinstallaties en tankstations, wordt geconfronteerd met tal van klachten over een van zijn werknemers. Diverse collega’s willen niet meer met hem werken en ook bij bepaalde klanten is hij niet meer welkom. De werkgever stapt daarom naar de kantonrechter met het verzoek om de arbeidsovereenkomst te laten ontbinden. De werkgever heeft na de diverse klachten de zakelijke mailbox van de werknemer onderzocht. En daar ontvouwt zich ‘Dieselgate’: uit de aangetroffen e-mails zou blijken dat de werknemer in een tank achtergebleven diesel heeft verkocht en de opbrengst in eigen zak heeft gestoken. De werknemer stelt echter dat hij dit in opdracht van de werkgever heeft gedaan en het geld in een algemeen potje voor leuke uitjes heeft gestopt. Uit andere e-mails zou daarnaast blijken dat de werknemer een relatie met een ondergeschikte heeft gehad, zonder dit te melden aan de werkgever.

Privacyrechtelijk is interessant of de werkgever überhaupt onderzoek had mogen doen in de mailbox. De rechtbank meent van niet: het feit dat er zonder concrete verdenking, zonder vooraankondiging of toestemming een onderzoek is gedaan, levert een schending van art. 8 EVRM op. Er wordt daarom een immateriële schadevergoeding van maar liefst 10.000 euro toegekend.

Uitspraak Rechtbank Amsterdam:(ECLI:NL:RBAMS:2020:3452).

 

Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG)

Helaas is dat er geen enkel woord wordt gerept werd over de Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG), terwijl er bij het doorzoeken van de mailbox sprake is van een verwerking van persoonsgegevens. Er wordt wel gesproken over het gebrek aan een ‘rechtvaardigingsgrond’. Art. 6 AVG biedt zes limitatief opgesomde grondslagen (dus mogelijke rechtvaardigingsgronden) om persoonsgegevens te mogen verwerken. Toestemming is een van die gronden, maar toestemming moet aan bepaalde eisen voldoen.

Een van die eisen is dat deze ‘vrij ’ moet worden gegeven. Dit is bijna nooit mogelijk in een werkgevers-werknemersrelatie. Voorafgaande toestemming van de werknemer had in deze zaak dan ook geen uitkomst geboden. Werkgevers onderzoeken vaker de mailboxen van werknemers, maar doen dit dan op basis van de grondslag van het ‘gerechtvaardigd belang ’: het belang van de werkgever om bijvoorbeeld misstanden te onderzoeken. Hierbij moet de werkgever rekening houden met de inbreuk die hij daarbij maakt op de privacy van de werknemer.

Belangrijk daarbij is dat de werkgever een goed en kenbaar beleid heeft waarin duidelijk uiteen wordt gezet wanneer dergelijke onderzoeken plaatsvinden en bovendien een zogenaamde Data Protection Impact Assessment (DPIA) heeft uitgevoerd. Ook moeten de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit in acht worden genomen. Oftewel: steeds kijken of het wel echt nodig is om de mailbox te onderzoeken, niet zomaar lukraak alle mails lezen en privémails buiten beschouwing laten.

Wellicht dat de (advocaat van) de werknemer bewust de AVG niet heeft aangevoerd: de onderbouwing van de schade vormt vaak een struikelblok en een schadevergoeding van 10.000 euro is dan ook ongekend.
 
Bron:mr-online.nl
 
 
privacywet, avg, Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), Europese privacywetgeving,

door100% Salarisverwerking B.V.

Aandelenbonussen mogen niet in vrije ruimte

Het aanwijzen van aandelenbonussen aan een beperkte groep werknemers is niet echt gebruikelijk.
          
Dat oordeelt gerechtshof Amsterdam. De werkgever kan deze bonussen niet aanwijzen als eindheffingsloon.

Een naamloze vennootschap (nv) verstrekt aandelenbonussen aan leden van de groepsraad. In de jaren vóór 2012 heeft de nv deze bonussen bij de betreffende werknemers individueel verloond, waarbij de nettowaarde van de bonus is gebruteerd tegen 108,3%.

Vanaf 2012 past de nv de werkkostenregeling toe en wijst de aandelenbonussen aan als eindheffingsloon. De nv is onderdeel van een concern. Omdat de vrije ruimte overschreden is, geeft zij de waarde van deze bonussen aan als eindheffing tegen een tarief van 80%.

De inspecteur accepteert de aanwijzing als eindheffingsbestanddeel niet. De waarde van de aandelenbonussen bedraagt meer dan de doelmatigheidsgrens van € 2.400 per werknemer per jaar. De inspecteur rekent de bonussen tot het werknemersloon voor zover ze meer bedragen dan € 2.400. De werkgever gaat in beroep.

Volgens de Hoge Raad moet de inspecteur bewijzen dat de aanwijzing als eindheffingsloon niet gebruikelijk is. Een verwijzing naar de doelmatigheidsgrens van € 2.400 is hiervoor niet genoeg. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het hof.

Beide partijen onderbouwen hun stellingen opnieuw.

 

Gebruikelijkheid binnen het concern

Een kleine groep werknemers ontvangt aandelenbonussen. Alleen voor deze groep wijst de werkgever de bonus aan als eindheffingsloon. Er is geen aanwijzing dat andere werknemers dezelfde aandelenbonus krijgen en dat de werkgever dit aanwijst als eindheffingsloon.

De inspecteur is daarom van mening dat het binnen het concern niet gebruikelijk is om bonussen onder te brengen in de vrije ruimte.

 

Gebruikelijkheid bij andere bedrijven

De Belastingdienst heeft een vragenlijst naar 88 vergelijkbare bedrijven verzonden om te onderzoeken of het gebruikelijk is dat een werkgever een bonus aanwijst als eindheffingsloon. Uit de vragenlijst blijkt dat meer dan de helft van deze bedrijven bonussen geeft aan werknemers. Er is maar 1 werkgever die bonussen aanwijst als eindheffingsloon. Bij deze werkgever zijn de bonussen beperkt van € 500 tot € 1.250.

Op basis van het bovenstaande heeft de inspecteur bewezen dat het niet gebruikelijk is om de aandelenbonussen aan te wijzen als eindheffingsloon. Volgens het hof is de uitvraag door de Belastingdienst representatief. Ook mag de Belastingdienst deze gegevens gebruiken om de gebruikelijkheid te onderzoeken.

Het hof oordeelt dat de nv de aandelenbonussen niet mag aanwijzen als eindheffingsloon. Het aanwijzen van deze bonussen voldoet niet aan de gebruikelijkheidstoets.

 
Gerechtshof Den Haag: ECLI:NL:GHDHA:2020:1562
Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:1050
 
 
loon, lonen, salaris, salarissen, loonstrook, loonverschillen, loonkloof, minimumloon, wml, wettelijk minimumloon, wettelijk minimumloon, verdienste,

door100% Salarisverwerking B.V.

Arbeidsovereenkomst niet verlengd na zwangerschapsverlof

Werknemer krijgt te horen na het opnemen van zwangerschaps- en kolfverlof dat haar arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd.
     
Echter de werknemer vindt dat de werkgever verboden onderscheid maakt en eist een forse vergoeding. De werkgever heeft de schijn tegen, maar wat zegt de kantonrechter?

 
De werknemer is op 21 augustus 2018 precies drie weken in dienst van een cateringbedrijf als ze zich ziek meldt. Ze is zwanger en ervaart daardoor beperkingen in het uitvoeren van haar functie. Naar verwachting zullen die beperkingen toenemen naarmate de zwangerschap vordert. De werkgever en werknemer stellen een plan van aanpak op en vanaf half november verricht de werknemer passende werkzaamheden.
 

Zwangerschapsverlof

In februari 2019 gaat de werknemer met zwangerschapsverlof. Het bevallingsverlof eindigt in juni 2019. Hierna vervult de werknemer weer haar gebruikelijke werkzaamheden, waarbij ze eerst vijf en later vijftien uur per week ouderschapsverlof opneemt. Ook heeft de werknemer kolfverlof. Zij begint een half uur eerder met werken en kan dan tussendoor op locatie kolven. Dit kolfverlof eindigt op 2 januari 2020.

Gedurende deze periode is de arbeidsovereenkomst twee keer verlengd: van 1 maart 2019 tot en met 31 augustus 2019 en van 1 september 2019 tot en met 31 januari 2020. De werkgever heeft echter besloten dat de tweede verlenging ook de laatste was. Op 27 december krijgt de werknemer te horen dat haar werkgever na 31 januari niet met haar verder wil.
 

Arbeidsovereenkomst niet verlengd

De werknemer is ervan overtuigd dat haar arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd omdat zij gebruik heeft gemaakt van haar verlofrechten. In een telefoongesprek met haar manager steekt de werknemer dit vermoeden niet onder stoelen of banken. Omdat zij vermoedt dat ze wel eens bewijs nodig zal kunnen hebben, neemt ze het gesprek op. In het gesprek vraagt ze drie keer op de man af of het besluit van de werkgever te maken heeft met haar zwangerschaps- en kolfverlof. De manager zegt onder andere: ‘Nou dat zijn een aantal dingen, maar er zijn meerdere dingen.’ De manager stelt verder dat de werknemer ‘heel goed goed kan uitzoeken waar zij allemaal recht op heeft.’ Het ontbreekt haar volgens de manager aan flexibiliteit, loyaliteit en de bereidheid om mee te denken over oplossingen. Juist flexibiliteit is belangrijk in haar functie als regiobeheerder.
 

Billijke vergoeding

De werknemer stapt naar de kantonrechter en vraagt om een billijke vergoeding van ruim 170.000 euro bruto omdat zij vindt dat haar werkgever zich zeer ernstig verwijtbaar heeft gedragen. Het gebruik maken van haar wettelijke rechten bij zwangerschap, borstvoeding en ziekte is volgens haar de reden voor het niet omzetten van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd naar een vast contract.

Een werkgever die besluit om een arbeidsovereenkomst niet te verlengen, hoeft daar geen reden voor op te geven. Maar wanneer blijkt dat discriminatie ten grondslag ligt aan het besluit om niet te verlengen, maakt de werkgever zich schuldig aan ernstig verwijtbaar handelen. Op grond van artikel 7:673 lid 9 sub b van het Burgerlijk Wetboek kan de kantonrechter dan een billijke vergoeding toekennen. Discriminatie wegens zwangerschap, bevalling en moederschap geldt als verboden onderscheid tussen man en vrouw.

 

Geen verboden onderscheid

De vraag die nu voorligt is dus of de werkgever in dit geval dat verboden onderscheid heeft gemaakt. De kantonrechter oordeelt dat dat niet zo is. De manager heeft zich in het telefoongesprek ongelukkig uitgedrukt, maar dit is onvoldoende om een vermoeden van verboden onderscheid tussen mannen en vrouwen aan te nemen.

Vast staat dat de werknemer niet zwanger was op het moment van beëindiging van het dienstverband. Zij genoot op dat moment ook geen zwangerschaps- of bevallingsverlof. Op het moment dat het gesprek plaatsvond, zou het kolfverlof binnen enkele dagen afgelopen zijn. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst bovendien eerder verlengd tijdens het zwangerschapsverlof en tijdens het kolfverlof.

Het verzoek om een billijke vergoeding wijst de kantonrechter daarom af. De werknemer moet de proceskosten betalen.
 
Rechtbank te Amsterdam | ECLI:NL:RBAMS:2020:3717
 
Bron:PWnet
 
 
Zwanger op het werk, zwanger en werk, rechten bij zwangerschap werk, wet en regelgeving zwangerschap,