Tag archief speur- en ontwikkelingswerk (S&O)

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

door100% Salarisverwerking B.V.

Gecorrigeerde Nieuwsbrief loonheffingen 2019

In de nieuwsbrief vindt u informatie over de nieuwe regels vanaf 1 jan 2019 voor het inhouden en betalen van loonheffingen.

     

De gecorrigeerde 4e uitgave van de “Nieuwsbrief loonheffingen 2019 4e ” staat online.

 

salaris, loon. inkomen, geld, salarisstrook, loonstrook,, loonadministratie,salarisverwerking, salarisstrook,lonen wettelijk, salaris wettelijk

Aanvullingen en wijzigingen in de 4e uitgave

In de 4e uitgave heeft de belastingdienst 4 onderwerpen toegevoegd:

  • Bedragen gemiddeld uurloon lage-inkomensvoordeel 2019
  • Tarief 2e schijf speur- en ontwikkelingswerk omhoog
  • Maximale looptijd 30%-regeling van 8 naar 5 jaar
  • Belastingvrije studietoelage voor kinderen van werknemers

De tarieven, bedragen en percentages vanaf 1 januari 2019 zijn daardoor verplaatst van punt 10 naar punt 14.

 

Verder hebben ze het volgende aangepast:

  • Bij punt 1 (Belastingdeel heffingskortingen alleen nog voor inwoners van Nederland) is de tekst aangepast van de laatste alinea onder ‘Inwoner van Nederland of niet’. En onder ‘Hoe bepaalt u van welk land een werknemer inwoner is?’ is de 1e alinea ingekort en de laatste alinea verwijderd.
  • Bij punt 6 (Afkoopkorting pensioen in eigen beheer) is de tekst aangepast.
  • Bij punt 8 (Bedragen vrijwilligersregeling omhoog) hebben we de verhoogde uurvergoedingen toegevoegd.
  • In tabel 5 voor werknemers die wonen in een land van de landenkring of een derde land stond 9% als enkelvoudig tarief met loonheffingskorting voor aannemers van werk, thuiswerkers en gelijkgestelde. Dit was niet goed. 9% is veranderd in 8%.
  • In tabel 7 stond bij de afdrachtsvermindering over het meerdere bedrag 14%. Dit was niet goed. 14% is veranderd in 16%.

 

Tot slot:

Verwijzingen naar het ‘Handboek Loonheffingen 2018’ zijn nu verwijzingen naar het ‘Handboek Loonheffingen 2019’.
De belastingdienst heeft overal de tijden van de werkwoorden aangepast, omdat de 4e uitgave in 2019 verschijnt.

 

Zie ook: Handboek-loonheffingen 2019

 

hr beleid, hr management, personeelszaken, hrm personeel, loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking,

door100% Salarisverwerking B.V.

Gerealiseerde S&O uren voor 31 maart doorgeven

Maakt uw organisatie gebruik van de WBSO dan moet u voor 31 maart de gerealiseerde S&O uren, eventuele gemaakte kosten, uitgaven aan RVO.nl doorgeven.

Belastingdienst, belasting,overheid,
 
Over het jaar 2018 meldt u de gerealiseerde S&O-uren – en indien nodig de kosten en uitgaven – niet meer per S&O-verklaring. U meldt de totalen van uren (en eventueel de totaalbedragen van kosten en uitgaven) van alle S&O-verklaringen samen. Dit is gewijzigd ten opzichte van de mededeling over 2017.
 

Wat moet u melden?

  • Heeft u in 2018 WBSO aangevraagd voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O)-uren van werknemers? Dan meldt u altijd de S&O-uren die de werknemers in 2018 hebben gerealiseerd.
  • Als er geen S&O-uren zijn gemaakt, dan moet u dat ook aan RVO.nl doorgeven.
    Heeft u bij uw aanvraag gekozen voor ‘werkelijke kosten en uitgaven’ (niet voor forfait)? Dan meldt u ook de in 2018 gemaakte kosten en uitgaven.
  • Een zelfstandig ondernemer vult alleen een mededelingenformulier in als deze minder dan 500 S&O-uren heeft gerealiseerd.
  • Bij beëindiging van het bedrijf, moet u binnen een maand na bedrijfsbeëindiging de gerealiseerde uren en eventuele kosten en uitgaven schriftelijk of per mail (wbso@rvo.nl) aan RVO.nl doorgeven.

 

Bepaal gerealiseerde uren

  1. Tel per S&O-verklaring de geldige S&O-uren op. Dit kunnen ook uren zijn die na de periode van de S&O-verklaring maar wel in 2018 zijn gemaakt.
  2. Tel alleen S&O-uren op voor toegekende projecten.
  3. Tel alleen uren van S&O-medewerkers die op de verzamelloonstaat staan. U mag geen uren melden van inhuurkrachten en stagiairs.
  4. Tel geen uren mee voor werkzaamheden die niet voor de WBSO in aanmerking komen.
  5. Tel per S&O-verklaring niet meer S&O-uren op dan zijn toegekend.
  6. Tel ten slotte de urentotalen per S&O-verklaring op. De uitkomst hiervan vult u in op het mededelingsformulier

 

Bepaal gemaakte kosten en uitgaven

  1. Tel per S&O-verklaring de gemaakte en betaalde kosten op. Dit kunnen ook kosten zijn die u na de periode van de S&O-verklaring maar wel in 2018 heeft gemaakt.
  2. Tel per S&O-verklaring de in gebruik genomen en betaalde uitgaven op. Dit kunnen ook uitgaven zijn die u na de periode van de S&O-verklaring maar wel in 2018 in gebruik heeft genomen.
  3. Tel alleen toegekende kosten en uitgaven mee.
  4. Als er geen kosten zijn toegekend dan kunt u ook geen kosten melden. Hetzelfde geldt voor uitgaven.
  5. Het totaalbedrag van de te melden kosten en uitgaven in 2018 mag niet hoger zijn dan het totaalbedrag van de toegekende kosten en uitgaven in 2018.
  6. Tel alle kostenbedragen van alle S&O-verklaringen op.
  7. Tel alle uitgavenbedragen van alle S&O-verklaringen op.

 

Voor de mededeling kunt u gebruik maken van de volgende hulpmiddelen:

 
 
Bron: WBSO, mijn.rvo.nl
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Veranderingen per 1 januari 2018

Ben je ondernemer of in loondienst?  Let op deze veranderingen per 1 januari 2018

 
                 
Het aftellen voor de jaarwisseling is begonnen. In de aanloop naar 2018 nemen we per thema de belangrijkste financiële veranderingen voor u portemonnee door.

In het laatste deel van de serie staan ondernemers en werknemers centraal. Wat heeft 2018 in petto voor de hardwerkende Nederlander?

Grote veranderingen staan er niet op stapel voor ondernemers. Mkb’ers, Zzp’ers en opdrachtgevers hoeven ook de komende maanden niet te vrezen voor boetes of naheffingen voor het niet naleven van de Wet DBA, die schijnzelfstandigheid moet tegengaan. Er is een nieuwe wet in de maak, maar dat kan nog even duren.

Ondernemers die mensen in dienst nemen van 56 jaar of ouder, krijgen straks een compensatie als deze werknemers vanwege ziekte uitvallen. De overheid probeert zo ondernemers te stimuleren om langdurig werkloze ouderen aan te nemen.

Verder worden diverse bedragen aangepast, zoals de maximale inleg voor de Fiscale Oudedagreserve (FOR) en de ontslagvergoeding.

Een overzicht van alle wijzigingen per 1 januari 2018:

Voorlopig geen boetes voor wet DBA

Zzp’ers en opdrachtgevers hoeven voorlopig niet bang te zijn voor een boete of naheffing van de fiscus voor het niet naleven van de Wet DBA (officieel: de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties), die schijnzelfstandigheid zou moeten tegengaan. De wet wordt in elk geval tot 1 juli 2018 niet gehandhaafd.

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken hoopt begin volgend jaar meer duidelijkheid te kunnen verschaffen aan alle partijen hoe ze hun zakelijke relatie moeten vormgeven. Hij verwacht pas in 2020 met een nieuwe wet te komen.

Btw-aangifte corrigeren alleen nog digitaal

Heb je een fout gemaakt bij je btw-aangifte, dan kun je dat corrigeren met een zogeheten suppletie omzetbelasting. Vanaf 1 januari 2018 kan dat alleen nog digitaal.

Sommige aftrekposten iets aangepast

Voor ondernemers bestaan er diverse interessante aftrekposten voor investeringen. Er zijn drie smaken: de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) en de milieu-investeringsaftrek.

als de KIA

De KIA is het meest bekend. Deze is bedoeld voor ondernemers die kleine tot middelgrote investeringen doen. Komend jaar gaat de bovengrens om voor aftrek in aanmerking te komen omhoog van 312.176 euro naar 314.673 euro. Ook worden sommige aftrekbedragen iets verruimd, waardoor je wellicht een wat hoger bedrag kunt aftrekken van je winst. De bedrijfsmiddelen waarin je investeert moeten wel in aanmerking komen voor deze aftrekpost.

de EIA

De energie-investeringsaftrek (EIA) is bedoeld om investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen of in duurzame energie te stimuleren. Het aftrekpercentage voor de EIA daalt al enkele jaren. Komend jaar bedraagt dit 54,5 procent: een half procentpunt lager dan nu.

Net als dit jaar kom je alleen in aanmerking voor deze aftrekpost bij investeringen boven de 2.500 euro. De bovengrens schuift wel naar boven, van 120 naar 121 miljoen euro. Welke investeringen hiervoor in aanmerking komen, kun je checken op deze website.

Andere aftrekposten blijven gelijk

De Milieu-investeringsaftrek (MIA), gericht op investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, blijft ongewijzigd. Ook andere bekende aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek, de starters- en stakingsaftrek veranderen niet. Dat geldt eveneens voor de mkb-winstvrijstelling.

De aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) daarentegen gaat wel iets omhoog, van 12.4522 euro naar 12.623 euro. Als je in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was en bij jou in die periode niet meer dan tweemaal de S&O-aftrek is toegepast, wordt de aftrek verhoogd met 6.315 euro. Dat is een iets hoger bedrag dan dit jaar (6.264 euro).

Starterskrediet omhoog

Het maximale starterskrediet stijgt in 2018 licht, van 35.677 euro naar 36.155
loonstijging/daling 2018,lonen loo, salaris, uitbesteden loon, salaris uitbesteden,

Hogere inleg FOR

De Fiscale Oudedag Reserve (FOR) is een bedrag dat je als ondernemer in mindering mag brengen op de winst. Je hoeft hierover geen belasting te betalen tot je jouw bedrijf beëindigt. Komend jaar kun je een iets lager percentage van je winst gebruiken voor de FOR: 9,44 procent (tegen 9,8 procent nu). Ook daalt de maximale inleg. Deze bedraagt komend jaar 8.775 euro, tegen 8.946 euro nu.

Hogere ontslagvergoeding

Wie wordt ontslagen, kan recht hebben op een ontslagvergoeding of transitievergoeding. De maximale transitievergoeding wordt komend jaar verhoogd naar 79.000 euro óf een jaarsalaris, als dat hoger is dan 79.000 euro. Nu is dat nog 77.000 euro. De transitievergoeding kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor scholing.

No-risk voor werkloze vanaf 56 jaar

Ondernemers die mensen in dienst nemen van 56 jaar of ouder, krijgen vanaf 2018 een compensatie als deze werknemers vanwege ziekte uitvallen. Deze regeling geldt voor nieuwe medewerkers die langer dan één jaar werkloos zijn en een WW-uitkering ontvangen.

De overheid wil hiermee werkgevers stimuleren om werkloze vijftigplussers aan te nemen. Nu moeten werkgevers het loon van elke zieke werknemer twee jaar doorbetalen en dat weerhoudt velen ervan om oudere mensen in dienst te nemen.

En er is nog meer goed nieuws: de ziekte van deze werknemers leidt niet tot een hogere premie voor de ziektewet.

Minimumloon iets omhoog

Het minimum loon gaat op 1 januari 2018 met 0,8 procent omhoog. Werknemers vanaf 22 jaar hebben bij een fulltime dienstverband recht op 1.578 euro per maand. Nu is dat nog 1.565,40 euro.

Ook het minimumjeugdloon stijgt met 0,8 procent. Ter compensatie kunnen werkgevers wel een tegemoetkoming krijgen als zij jongeren van 18 tot en met 21 jaar in dienst hebben.

Ook minimumloon bij overwerk

Vanaf 1 januari moeten werknemers ook minimaal het minimumloon ontvangen voor overwerk. Dit geldt ook voor personeel dat in deeltijd werkt en extra uren draait. Ook moeten werkgevers 8 procent vakantietoeslag betalen over de uitbetaalde overuren.

Verder hebben mensen die op basis van een zogeheten opdrachtovereenkomst (ovo) werken voortaan recht op het wettelijk minimumloon. Zzp-ers vallen daarbuiten.

Loonkostenvoordeel vervangt premiekortingen

Ondernemers die werkloze ouderen, jongeren en arbeidsgehandicapten in dienst nemen, krijgen komend jaar te maken met het loonkostenvoordeel (LKV) in plaats van premiekortingen. Dit moet werkgevers stimuleren om mensen in dienst te nemen die het lastiger hebben op de arbeidsmarkt.

Ondernemers zijn nu nog zelf verantwoordelijk voor het berekenen en verrekenen van de premiekorting via de loonaangifte. Straks keert de Belastingdienst het hele bedrag in één keer uit, na afloop van het jaar.

AOW-leeftijd verder omhoog

De AOW-leeftijd stijgt met drie maanden naar 66 jaar. Dit betekent dat je nog langer AOW-premies moet betalen en je AOW-uitkering ook later zult ontvangen. Verder neemt de hoogte van de AOW-uitkering komend jaar iets toe.

De komende jaren gaat de AOW-leeftijd nog verder in stappen omhoog, naar 67 jaar en drie maanden in 2022. Daarna wordt de verhoging gekoppeld aan de levensverwachting. Omdat deze minder hard stijgt dan verwacht, gaat de AOW-gerechtigde leeftijd in 2023 niet verder omhoog.
Aow en och werken, met pensioen en werk,werken en AOW, pensioen en aanvulling

Pensioenen

Nederlanders met een aanvullend pensioen of een lijfrente-uitkering tot 2.750 euro gaan er komend jaar netto iets op vooruit. Dit varieert van 1,25 tot 6,88 euro per maand, afhankelijk van de hoogte van je pensioen.

De bijdrage voor de Zorgverzekeringswet gaat omhoog en de meeste pensioenen worden komend jaar niet geïndexeerd. Daar staat wel een hogere ouderenkorting tegenover.

Werkbonus verdwijnt

Vanaf 1 januari 2018 vervalt de werkbonus.

Heffingskortingen aangepast

Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting die je bent verschuldigd. Hoe hoger de korting, hoe minder belasting je hoeft te betalen en hoe meer je dus netto overhoudt.

De algemene inkomensafhankelijke heffingskorting gaat komend jaar omhoog voor mensen met een inkomen tot 20.142 euro. Ook de maximale arbeidskorting voor lagere inkomens gaat fractioneel omhoog. Verder worden de tarieven voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting iets aangepast. De nieuwe tarieven vind je hier.

Aanpassing belastingschijven

De derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting wordt met 995 euro verlengd, waardoor je pas later in het toptarief terechtkomt. Ook de eerste schijf wordt verlengd.

Verder wijzigen de tarieven. Het tarief in de tweede en derde schijf gaat licht omhoog, terwijl het tarief in de vierde schijf iets omlaag. De exacte bedragen lees je in dit artikel.

Zwartspaarders harder bestraft

De inkeerregeling voor buitenlands vermogen wordt vanaf 1 januari afgeschaft. Je hebt dus nog tot de jaarwisseling om buitenlands vermogen te melden aan de fiscus. Daarna riskeer je strafrechtelijke vervolging en een boete die kan oplopen tot 300 procent van de verschuldigde belasting.

Hoger vermogen bijstandsuitkering

Zit je in de bijstand, dan mag je komend jaar een iets hoger vermogen bezitten. Ben je een alleenstaande ouder of voer je een gezamenlijke huishouding, dan mag je 12.040 euro aan eigen vermogen, zoals spaargeld, hebben. Nu is dat nog 11.880 euro. Voor alleenstaanden ligt de grens op 6.020 euro (tegen 5.940 euro nu). Bij de berekening van het eigen vermogen telt ook de overwaarde op een eigen huis mee.

Tijdelijke bijstand ondernemers

Wie al langere tijd ondernemer is en tijdelijk niet rond kan komen, kan in aanmerking komen voor een zogeheten Bbz-uitkering. Deze vult het inkomen aan tot bijstandsniveau. Het is een tijdelijke tegemoetkoming: je kunt er in principe maximaal twaalf maanden van gebruik maken.

Wie hiervoor komend jaar in aanmerking wil komen, mag een vermogen hebben van 188.997 euro. Dat is iets hoger dan nu (186.498 euro). Kom je boven de grens uit, dan wordt de uitkering gegeven in de vorm van een lening. Eigen vermogen dat aan je bedrijf is verbonden, wordt bij de berekening van dat bedrag buiten beschouwing gelaten.

Bron: BI

salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, salarisadministratie, loonverwerker, loonverwerkers, loonadministratie, salaris administratie, salaris en loon regelingen, loonbelasting, loonpremies, salaris, ,loonregelingen, salaris premies, loonbelastingen, loon berekeningen, salaris berekening, personeelskosten, personeelspremies, administratie personeel,