Tag archief loon

door100% Salarisverwerking B.V.

Salarissen tijdelijk verlagen in crisis moet kunnen volgens werkgevers

Werkgeversorganisaties willen dat werknemers, waar mogelijk, meer bijdragen aan de kostenbeheersing van hun werkgever.
      
Opvallendste voorstel: een crisisclausule, waardoor het mogelijk wordt salarissen tijdelijk te verlagen. De vakbonden zien dat helemaal niet zitten.

Dit jaar wordt een recordaantal cao’s opnieuw afgesloten, stellen werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB Nederland en AWVN in hun jaarlijkse arbeidsvoorwaardennota. In die nota zetten ze de lijnen uit waarlangs werkgevers zich kunnen opstellen aan de onderhandelingstafel voor nieuwe cao’s.

 

Kosten besparen

Door de coronacrisis lopen die lijnen dit jaar wat hen betreft heel anders dan in 2020: veel bedrijven zijn in de ban van die crisis en zullen er alles aan doen om zo snel mogelijk te herstellen.

De nood is hoog, stellen de werkgeversorganisaties, en mede door de steunpakketten van de overheid lijkt lang niet iedereen daarvan doordrongen te zijn. Toch zullen veel werkgevers dit jaar kosten moeten gaan besparen (of hun verdienmodel moeten aanpassen) om gezond te blijven.

 

Eenmalige uitkering

Het opvallendste voorstel dat de werkgevers doen, is het invoeren van een crisisclausule voor de belangrijkste arbeidsvoorwaarden, zoals salaris. Als de omzet van een bedrijf terugvalt naar bijvoorbeeld 80 procent van het jaar ervoor, zouden soberder arbeidsvoorwaarden moeten gaan gelden.

Zo’n ‘meeademende beloning’ zou twee kanten op moeten werken. Werknemers leveren in bij slechtere tijden, maar krijgen ook (flink) meer loon als het goed gaat. Een nullijn afspreken is wat werkgevers betreft eveneens een optie, eventueel in combinatie met een (winstafhankelijke) eenmalige uitkering of compensatie in de vorm van vrije dagen.

 

Rekening houden met een crisis

Die wendbaarheid zou ook op andere manieren terug kunnen komen in de cao, staat in de nota. Bijvoorbeeld door af te spreken dat medewerkers met een vast contract makkelijker op andere functies, andere tijden of andere locaties kunnen worden ingezet.

De organisaties stellen verder voor de weekeinde- en avondtoeslagen af te bouwen, overwerk te belonen met een compensatiedag en vaste werktijden losser te maken.

Ook werkgevers die nu niet of nauwelijks last van hebben van corona en de bijbehorende maatregelen, zouden met het afsluiten van een nieuwe cao wel rekening moeten houden met een crisis, vinden de werkgeversorganisaties.

 

CNV: geen sobere cao

Vakcentrale CNV is geen voorstander van het mee laten bewegen van arbeidsvoorwaarden met de markt. Voorzitter Piet Fortuin: “Dit geeft miljoenen werkenden onzekerheid. Terwijl ze ook de rekeningen iedere maand moeten betalen. Werkenden hebben zekerheid nodig, zeker omdat ze Nederland overeind houden in deze zware crisis.”

Natuurlijk moeten we in de sectoren waar ondernemers klem zitten goed kijken naar maatwerk, zegt hij. “Maar een sobere cao is wat ons betreft de komende jaren niet aan de orde.”

 

FNV: nullijn niet acceptabel

Zakaria Boufangacha, coördinator arbeidsvoorwaarden bij FNV, is het met hem eens. “Met ingrepen in bestaande afspraken bied je mensen geen enkel perspectief, ook niet als het beter gaat”, stelt hij. “Ons uitgangspunt is meer zekerheid van werk en waar het kan, goede loonstijgingen. Er zijn flink wat bedrijven die juist heel goed draaien.”

In de bedrijven waar het minder gaat, is koopkrachtverlies door de voorgestelde nullijn niet acceptabel voor FNV. “Werkgevers moeten niet dezelfde fout maken als na de vorige crisis, toen de groei van onzeker werk toenam en de loongroei jarenlang achterbleef.”
 
Bron: RTL Z
 

 
RVO, Rijksoverheid, belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen, kabinet

door100% Salarisverwerking B.V.

Minimumloon in 2021, per leeftijd, per dag, per uur

Het minimumloon en jeugdloon is in 2021 iets hoger dan in 2020.
               
Bekijk het nieuwe minimumloon voor volwassenen vanaf 21 jaar en het minimum jeugdloon voor 20 jaar, 19 jaar, 18 jaar en jonger.

Het minimumloon 2021 voor volwassenen vanaf 21 jaar is € 1.684,80 per maand, € 388,80 per week en € 77,76 per dag. Dit minimumloon is geldig in de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021.

Het wettelijk minimumloon (WML) 2021

Het Minimumloon is het loon dat je minimaal moet betalen aan je werknemers. De hoogte van het minimumloon wordt ieder halfjaar aangepast.

Het wettelijk minimumloon geldt voor alle medewerkers van 21 jaar en ouder. Voor werknemers die jonger zijn is er het minimum jeugdloon. Dit is een percentage van het minimumloon.

Als werkgever bent u verplicht het minimumloon te betalen. De regels voor het minimumloon staan in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
 

Minimumloon 1 januari 2021 (brutoloon fulltime)

Volwassenen vanaf 21 jaar en minimum jeugdloon voor 20 jaar, 19 jaar, 18 jaar en jonger

Leeftijd:Per maand:Per week:Per dag:
Minimumloon 21 jaar en ouder€ 1.684,80€ 388,00€ 77,76
Minimumloon 20 jaar€ 1.347,85€ 311,05€ 62,21
Minimumloon 19 jaar€ 1010,90€ 233,30€ 46,66
Minimumloon 18 jaar€ 842,40€ 194,40€ 38,88
Minimumloon 17 jaar€ 665,50€ 153,60€ 30,72
Minimumloon 16 jaar€ 581,25€ 134,15€ 26,83
Minimumloon 15 jaar€ 505,45€ 116,65€ 23,33

 

Minimumuurlonen per 36, 38 en 40 uur per week

LEEFTIJD36 UUR PER WEEK38 UUR PER WEEK40 UUR PER WEEK
21 jaar en ouder10,8010,249,72
20 jaar8,658,197,78
19 jaar6,496,145,84
18 jaar5,405,124,86
17 jaar4,274,053,84
16 jaar3,733,543,36
15 jaar3,253,072,92

 

Minimumloon BBL 2021

Voor werknemers van 18, 19 of 20 jaar die een arbeids­overeenkomst hebben vanuit de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) gelden lagere minimumloonbedragen.

Dit zijn de BBL-bedragen vanaf 1 januari 2021:

Leeftijd:Per maand:Per week:Per dag:
20 jaar (BBL)€ 1.036,15€ 239,10€ 47,82
19 jaar (BBL)€ 884,50€ 204,10€ 40,82
18 jaar (BBL)€ 766,60€ 176,90€ 35,38

 
 

Gerelateerd

Normenbrief 1 januari 2021 – online
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021
Rekenregels per 1 januari 2021
Percentages Zvw 2021 en maximum bijdrage-inkomen bekend
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon,

door100% Salarisverwerking B.V.

40% van de werknemers is bereid tot een loonoffer!

Ook is het uitstellen van salarisbetalingen een optie voor velen.
               
Om een bedrijf door de gevolgen van de coronacrisis te loodsen is bijna 40 procent van de werknemers bereid een loonsverlaging te accepteren.

Een op de drie werknemers ziet het later krijgen van salaris als een optie, als het bedrijf daarmee gered kan worden, blijkt uit onderzoek van een HR, payroll en salarisdienstverlener.

Tegenover werknemers die bereid zijn om op enige wijze in te leveren, staat ook een deel dat geen zin heeft in bezuinigingen op het salaris of de arbeidsvoorwaarden door de werkgever. Dat geeft ongeveer 30 procent van de ondervraagden aan.

De salarisdienstverlener peilde de mening van 11.000 werknemers wereldwijd en vroeg hen naar hun mening over oplossingen om het voortbestaan van de onderneming te waarborgen. Daarbij werd onder meer gevraagd naar de bereidheid tot salarisverlaging, uitstel van loonbetaling of beëindiging van de arbeidsrelatie.

 

Werknemers zijn solidair met de werkgever

De coronacrisis raakt ons allemaal en dat besef is ook bij iedereen aanwezig. De resultaten laten zien dat we solidair zijn met onze werkgever “, stelt de algemeen directeur van de salarisdienstverlener in een persverklaring.

Daarnaast zal volgens de algemeen directeur ook meespelen dat baanverlies in sommige sectoren een reëel risico is. Niemand verliest graag zijn of haar baan. Dan kan het aantrekkelijk zijn om iets in te leveren om de positie te redden.

De grootste bereidheid tot inleveren ligt bij het later ontvangen van salaris. Werknemers lijken ervan uit te gaan dat ze het met behulp van spaargeld wel even kunnen redden. “Tegelijkertijd weten ze dat ze daarna alsnog hun salaris krijgen “, zegt de algemeen directeur.

Van de respondenten die een salarisverlaging zouden accepteren, vindt maar liefst 18 procent een verlaging van 21 tot 30 procent nog te doen.
 
 
Bron: BI NL
 
 
salaris, loon, loonstroken, loonkosten, loonadministratie,loonverwerking, loonverwerkers,loonverwerker, verloning, salarisadministratie, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, salarissen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Fictieve dienstbetrekking

Naast de privaatrechtelijke en publiekrechtelijke dienstbetrekking bestaat ook nog de fictieve dienstbetrekking.
       
Er zijn vele mogelijkheden en dienstverbanden om mensen voor u te laten werken, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst is met uw organisatie. Echter voor de Belastingdienst worden een aantal van deze dienstverbanden toch aangemerkt als een dienstverband. Dat noemt men dan een fictief dienstverband en kan dat betekenen dat u toch loonheffingen of werknemerspremies moet inhouden en werkgeverspremies moet afdragen. Over de voorwaarden voor de fictieve dienstverbanden voor de loonadministratie geven wij een kleine uitleg.

 

De fictieve dienstbetrekking

De artikelen 3, 4 en 5 van de Wet op de loonbelasting 1964 bestempelen een aantal bijzondere arbeidsverhoudingen tot dienstbetrekking. Deze ‘arbeidsverhoudingen’ worden doorgaans ‘fictieve dienstbetrekkingen’ genoemd.
Let op: pas als vastgesteld is dat er geen sprake is van een ‘gewone’ privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst komt men toe aan de vraag of er dan misschien wel sprake zou kunnen zijn van een fictieve dienstbetrekking.

Van de volgende personen wordt de arbeidsverhouding als een fictieve dienstbetrekking aangemerkt:

  • aannemers van werk en degenen die hen bijstaan bij dat werk;
  • freelancers;
  • provisiewerkers;
  • tussenpersonen;
  • meewerkende kinderen;
  • gelijkgestelden;
  • thuiswerkers;
  • leerlingen en stagiairs;
  • uitzendkrachten;
  • topsporters;
  • artiesten;
  • de pseudo-werknemer (opting-in).

Deze lijst is niet uitputtend: niet alle situaties waarin sprake is van een fictieve dienstbetrekking zijn genoemd.

Een aantal van de genoemde fictieve dienstbetrekkingen zullen we nader bespreken. Dit zijn de situaties waarover we in de praktijk de meeste vragen krijgen.

 

Meewerkende kinderen

Het kind van 15 jaar of ouder dat werkzaam is in de onderneming van zijn ouders wordt geacht (fictief) in dienst te zijn bij die onderneming, tenzij de onderneming deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met het kind waaruit het kind zelf winst uit onderneming geniet. Meewerkende kinderen in fictief dienstverband zijn niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen, ze vallen wel onder de Zorgverzekeringswet.
Let op: als het kind onder dezelfde voorwaarden in het bedrijf van de ouders werkt als het gewone bedrijfspersoneel, dan is er sprake van een gewone dienstbetrekking, waarvoor de normale regels gelden. Het kind is dan ook verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Indien het kind dat fictief in dienst geacht wordt te zijn nog tot het huishouden behoort van de ouders, dan kan op verzoek een vereenvoudigde regeling voor de loonheffingen worden toegepast. Hierbij behoeft slechts één keer per jaar aangifte voor de loonheffingen gedaan te worden, waarbij de berekening van de inhoudingen op eenvoudiger wijze plaats vindt.

 

Gelijkgestelden

Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van degene die persoonlijke arbeid verricht op doorgaans tenminste 2 dagen per week tegen een bruto-inkomen dat doorgaans over een week ten minste tweevijfde zal bedragen van het wettelijk minimum(jeugd)loon. Hoeveel uur per dag wordt gewerkt is niet relevant.

‘Normaliter’ duidt op een regelmatig patroon. Aan de hand van het te verwachten werkpatroon moet worden nagegaan of er doorgaans op 2 dagen per week wordt gewerkt. Wordt bij uitzondering wel eens niet of slechts één dag gewerkt, dan is nog wel sprake van ‘normaliter’ dus van een fictief dienstverband. Omgekeerd geldt ook dat iemand die doorgaans op slechts 1 dag per week werkzaam is en in bijzondere gevallen twee- of driemaal in een week werkt, niet opeens in fictieve dienstbetrekking is.

In de volgende gevallen is geen sprake van een fictieve dienstbetrekking als gelijkgestelde:

  • de arbeidsverhouding is al een privaatrechtelijke dienstbetrekking;
  • de arbeidsverhouding valt onder een van de andere fictieve dienstbetrekkingen;
  • degene die het werk verricht, doet dat als zelfstandig ondernemer;
  • het verrichten van de arbeid is rechtstreeks overeengekomen met een natuurlijk persoon t.b.v. diens persoonlijke aangelegenheden;
  • de arbeidsverhouding is aangegaan voor korter dan een maand;arbeid van een auteur of redactiemedewerker die niet beroepsmatig werkzaam is voor een uitgever;
  • arbeid als bestuurder van een vereniging of stichting;
  • arbeid van geestelijke aard (geestelijk verzorgers e.d.);
  • de arbeidsverhouding wordt in overwegende mate beheerst door familieverhoudingen.

 

Thuiswerkers

Thuiswerkers die persoonlijke arbeid verrichten tegen een bruto-inkomen dat doorgaans over een maand ten minste tweevijfde van het minimum(jeugd)loon bedraagt, zijn in fictieve dienstbetrekking. Onder het begrip thuiswerkers vallen niet alleen personen die in hun eigen huis werkzaam zijn, maar ook personen die hun werk niet in een bedrijf verrichten, maar op een door hen zelf te kiezen plaats. Als de thuiswerker zich laat bijstaan door één of twee hulpen, dan zijn deze ook in fictieve dienstbetrekking.

Uitzonderingen op de fictieve dienstbetrekking van thuiswerkers:

  • de thuiswerker laat zich doorgaans bijstaan door meer dan 2 hulpen (waarbij de echtgenoot en inwonende minderjarige kinderen buiten beschouwing worden gelaten);
  • de arbeidsverhouding valt tevens onder de bepalingen voor artiesten of uitzendkrachten;
  • degene die het werk verricht, doet dat als zelfstandig ondernemer;
  • het verrichten van de arbeid is rechtstreeks overeengekomen met een natuurlijk persoon t.b.v. diens persoonlijke aangelegenheden;
  • de arbeidsverhouding is aangegaan voor korter dan een maand;
  • arbeid van een auteur of redactiemedewerker die niet beroepsmatig werkzaam is voor een uitgever;
  • arbeid van geestelijke aard (geestelijk verzorgers e.d.);
  • de arbeidsverhouding wordt in overwegende mate beheerst door familieverhoudingen.

 

Leerlingen en stagiairs

Leerlingen en stagiairs die werkzaam zijn om vakbekwaamheid te verwerven (en die niet uitsluitend onderricht genieten) zijn voor de loonheffingen in beginsel in fictieve dienstbetrekking. Dit geldt voor leerlingen van scholen die een praktijk- of stagejaar vervullen, voor toekomstige werknemers die een periode als leerling meemaken en voor mensen die een (om)scholingscursus volgen bij een centrum voor vakopleiding van volwassenen.

Het voordeel dat de leerling geniet doordat hij gratis onderwijs krijgt, behoort niet tot het belaste loon. Een eventuele stagevergoeding (niet zijnde een onkostenvergoeding) vormt wel belast loon, evenals eventueel loon in natura.

Leerlingen en stagiairs die naast het onderricht ook een beloning ontvangen vallen onder de inhouding van loonbelasting, de premie voor de Zorgverzekeringswet en de werknemersverzekeringen met uitzondering van de WW en de WAO/WIA. Voor de WW moet er namelijk sprake zijn van productieve arbeid en normaal loon. Voor het risico van arbeidsongeschiktheid vallen ze onder de WAJONG.

 

De pseudo-werknemer (opting-in)

Als een arbeidsverhouding geen ‘normale’ dienstbetrekking is en tevens geen fictieve, dan kan op gezamenlijk verzoek van de ‘pseudo-werknemer’ en de opdrachtgever de arbeidsverhouding toch als dienstbetrekking worden aangemerkt. De arbeid mag niet worden verricht in de uitoefening van een bedrijf of beroep.

De opting-in regeling geldt alleen voor de loonbelasting en de premie voor de Zorgverzekeringswet.
Er kunnen verschillende overwegingen zijn om een arbeidsverhouding vrijwillig als dienstbetrekking aan te merken. Zo kan het prettig zijn als op de beloning reeds de verschuldigde (loon)belasting is ingehouden, zodat dat niet meer via de aanslagregeling behoeft te gebeuren. Ook kan het gaan om de mogelijkheid te hebben gebruik te maken van de faciliteiten die de loonbelasting kent, waarbij gedacht kan worden aan het kunnen toekennen van vrije vergoedingen en verstrekkingen of het onbelast kunnen opbouwen van pensioen.

Heeft u nog vragen of opmerkingen over de fictieve dienstbetrekking neem gerust contact op.

 
 

Gerelateerd

Einde aan “slapend dienstverband”!
Meewerkende kinderen in de loonaangifte
Aanvragen doelgroepverklaring bij indiensttreding vóór 1 oktober
 
Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving, personeelszaken, hrm,

door100% Salarisverwerking B.V.

Beter salaris of een hogere zorgpremie voor zorgpersoneel?

Er is al een tijdje gesteggel over een hogere beloning voor zorgmedewerkers.
                
Een bonus van 1.000 euro netto is inmiddels beloofd door het kabinet. De oppositie wil meer.

Maar als het zorgpersoneel meer loon krijgt, betekent dit ook dat de zorgkosten stijgen en dat de zorgpremie nog harder stijgt in 2021 en de jaren erna. Het geld moet immers ergens vandaan komen. En als het niet uit het budget voor zorg komt, moet het weer elders vandaan komen, zoals onderwijs of ontwikkelingshulp. Dat is ook niet wenselijk.

 

Geen bereidheid

Het overgrote deel van de Nederlanders vindt het terecht dat alle zorgmedewerkers een structurele loonsverhoging krijgen. Desondanks is tweederde van de Nederlanders niet bereid om meer zorgpremie te betalen om dit mogelijk te maken. Dat blijkt uit onderzoek van Hart van Nederland onder 3.500 mensen.

Een kwart van de Nederlanders is wel bereid om de portemonnee te trekken voor een hoger salaris van zorgpersoneel. Opvallend is dat de bereidheid bij mannen hoger ligt dan bij vrouwen: 29 procent ten opzichte van 20 procent.

 

Verregaande consequenties

Ook Premier Rutte zou er zelf niet voor kiezen om bovenop de bonus ook nog een structurele verhoging door te voeren, zei hij tijdens een persconferentie. Rutte geeft aan dat hij in tijden van krimp moet afwegen hoe de zorgsector groeit vergeleken met andere sectoren.

De lonen van zorgmedewerkers stijgen namelijk al, blijkt uit de OVA-indexering. Dat komt omdat het salaris in de zorg gekoppeld is aan de gemiddelde salarisstijgingen in het bedrijfsleven. Volgens huidige indexering stijgen de lonen in de zorg in 2020 met 3,28 procent en in 2021 met 3,24 procent. Al kan dit nog veranderen.

Sommige zorgmedewerkers gaan er zelfs met 5 procent op vooruit, terwijl dit voor de politie of het onderwijs niet geldt. Hetzelfde geldt voor de bonus van 1.000 euro.

 

560 miljoen per procent

Volgens het Centraal Planbureau kost een salarisverhoging van slechts één procent al 560 miljoen euro. Als de helft daarvan wordt betaald via de zorgpremie zorgt dat voor een premiestijging van 20 euro, bovenop de al stijgende kosten.

 

Economische krimp

Tamara van Ark, minister van Medische Zorg wees er eerder al op dat een extra salarisbijdrage zou resulteren in ‘miljarden’ extra, terwijl Nederland zich in een economische crisis bevindt.

En ook Rutte houdt rekening met een economische krimp tussen de 4 en 6 procent over 2020, waardoor er weinig financiële ruimte is voor verdere structurele salarisverbetering. Voorlopig ziet het kabinet een verdere verhoging dan ook niet zitten.

Ook Maarten Oosterkamp van zorgthuisadvies stelt dat een substantiële loonsverhoging in de zorg grote consequenties heeft. Dat komt vooral omdat er zoveel medewerkers in de zorg werken. Circa 80 procent van de kosten in de zorg bestaan namelijk uit loonkosten.

Als een groot deel van de zorgmedewerkers, waaronder verpleegkundigen en operatieassistenten in inkomen vooruitgaan, betekent dat een enorme stijging van de zorgkosten.

De premie voor de zorgverzekering gaat snel met enkele tientjes omhoog, om een dergelijke substantiële kostenstijging op te vangen. Daar wringt de schoen. Want het huidige systeem is erop ingericht om de premie niet te veel te laten stijgen. Enkele tientjes per maand is echt een maatschappelijk vraagstuk. Veel mensen kunnen dat niet betalen.

Maarten Oosterkamp van Zorgthuisadvies

 

Hoeveel verdient een zorgmedewerker eigenlijk?

Volgens Loonwijzer.nl verdient een gemiddelde HBO-verpleegkundige met vijf jaar werkervaring 3.213 euro bruto per maand. Op MBO-niveau is dat 3.114 euro. Ter vergelijking: een politieagent met vijf jaar ervaring verdient gemiddeld 2.402 euro bruto per maand. Voor een docent in het basisonderwijs is dat 3.182 euro bruto.

Ook vergeleken met landen in de rest van de wereld scoort Nederland bovengemiddeld op het gebied van salarissen voor zorgpersoneel:
salarissen voor zorgpersoneel in de wereld, lonen van zorgpersoneel, het loon van zorgpersoneel in de wereld,
Links in de grafiek het salaris van ziekenhuisverpleegkundigen in verhouding tot het gemiddeld loon in dat land. Rechts het gemiddeld salaris van ziekenhuisverpleegkundigen in duizendtallen. Nederland staat op respectievelijk plek 10 en plek 3 van de 32.

 
Bron:Zorgwijzer
 
 
zorgkosten, verzuimkosten,ziektekosten, kosten personeel,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wat doet ons minimumloon in vergelijking met de EU

In bijna alle Europese landen stijgt dit jaar het minimumloon, in Polen zelfs met 17% .
           
In Nederland is het laagste salaris al met 2% gestegen, per 1 juli komt daar nog eens 1,6% bij.

Eurofound, een door de Europese Unie opgerichte organisatie, publiceerde donderdag een rapport over het minimumloon in de verschillende lidstaten. Daaruit blijkt dat je als werknemer in Bulgarije met een minimum van € 312 het slechtst af bent, terwijl in Luxemburg minstens € 2.142 bruto wordt uitbetaald.

minimumloon Eu, wml 2020 EU, minimum loon in Europa 2020, het minimale loon in Europa 2020

 

Moeilijk rondkomen

In de unie zit 9% van de werknemers op dit minimum, in 2017 was dat een procent meer. In Nederland is dit volgens het rapport zo’n 3%. Volgens andere bronnen is dit al jaren iets meer dan 6%, maar onder hen zijn bijvoorbeeld ook veel tieners die een bijbaantje hebben. Zij zijn mogelijk in het Eurofound-onderzoek weggelaten.

In Roemenië en Portugal hebben percentueel de meeste mensen een minimumsalaris. Volgens Eurofound hebben vrouwen in Europa vaker het minimale salaris dan mannen. Van de werknemers met minimumloon zegt maar liefst 70% moeilijk rond te komen.
minimum loon, minimale loon, wml 2020 , minimumloon man vrouw, loon man vrouw,wettelijk minimumloon man vrouw in europa, minimum loon in de EU
 

Minimumloon 3.6% stijging 2020

In Nederland is het minimumloon dit jaar met 2% gestegen naar € 1.653,60, meldt het rapport. Per 1 juli stijgt het loon – en uitkeringen die eraan zijn gekoppeld zoals AOW en bijstand – nog eens 1,6% naar € 1.680 voor een fulltime dienstverband. Dat komt neer op € 9,70 tot € 10,77 per uur, afhankelijk van de uren die een werkweek volgens de cao heeft.

Vakbond FNV voert al lang actie voor een minimumuurloon van €14. Bij een fulltime werkweek zou het maandsalaris dan ruim boven de € 2.100 uitkomen.

Volgens het Centraal Planbureau zou een verhoging van het minimumloon met bijvoorbeeld 10% amper tot minder werkgelegenheid leiden, althans, als de bijstand niet meestijgt. Verhogen naar € 14 per uur zou volgens de rekenmeesters echter wel zo’n 200.000 banen verloren doen gaan.
 
 
Bron:Eurofonds wages 2020 in the EU
 

Gerelateerd

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2020
 
minimumloon 2020, wettelijk minimumloon 2020, loon 2020 minimaal, wml 2020, het minimum loon 2020, salaris 2020, minimumjeugdloon 2020