Tag archief levenslooptegoed

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking over opname levensloop aangepast

De Belastingdienst heeft de handreiking ‘ Opname levenslooptegoed in aangifte ’ geactualiseerd.
         
Er is informatie toegevoegd over de verwerking van het tegoed vanaf 1 november. Daarnaast zijn de jaartallen aangepast.

De leeftijdsgrenzen zijn aangepast aan de regels voor 2021.

Over de verwerking van het levenslooptegoed vanaf 1 november 2021, is de volgende informatie toegevoegd:

 

Verwerking levensloop vanaf 1 november 2021

Staat op 1 november 2021 nog levenslooptegoed op de levenslooprekening van de werknemer? Dan wordt de werknemer geacht op dat moment het levenslooptegoed te genieten. Het fictieve genietingsmoment is dan 1 november. Niet de werkgever, maar de levensloopinstelling verwerkt dit in de aangifte loonheffingen.
 
 
Lees meer in Opname levenslooptegoed in aangifte.
 
 
Bron: Belastingdienst
 
 
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Opname levenslooptegoed in aangifte

In de handreiking kunt u lezen hoe u een opname van levenslooptegoed verwerkt in de aangifte loonheffingen?

        
Hoe u moet omgaan met de opname van het levenslooptegoed hangt af van de leeftijd van de werknemer die het tegoed opneemt:

    1. De werknemer is geboren na 1959.
    2. De werknemer is geboren in 1959 of daarvoor (en dus 61 jaar of ouder op 1 januari 2021).

Ad 1.

De werknemer is geboren na 1959

De opname van het tegoed is loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. U telt de opname bij het reguliere loon. Deze opname wordt dus op dezelfde wijze belast als het reguliere loon. Wel mag u de opgebouwde levensloopverlofkorting verrekenen.

Ad 2.

De werknemer is geboren in 1959 of daarvoor

De opname van het tegoed is loon uit vroegere dienstbetrekking. De werkgever betaalt geen premies werknemersverzekeringen maar wel werkgeversheffing Zvw. Dat geldt ook voor een dga die niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen.

Let op!
Gebruik altijd een nieuw nummer inkomstenverhouding.

 

Werknemer blijft werken

Als de werknemer naast zijn levensloopverlof bij de werkgever blijft werken, moet u hem 2 keer in de aangifte loonheffingen opnemen. U gebruikt voor deze werknemer dan 2 verschillende nummers inkomstenverhouding. Het nummer dat u al voor deze werknemer gebruikte, blijft u gebruiken voor het loon dat hij verdient. Voor de opnames uit het levenslooptegoed gebruikt u het nieuwe nummer.
 

Werknemer stopt met werken

Stopt de werknemer met werken als zijn levensloopverlof ingaat? Dan moet u voor de opnames uit het levenslooptegoed ook een nieuw nummer inkomstenverhouding gebruiken. De oude inkomstenverhouding voor het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt dan beëindigd.
 

Codes aangifte loonheffingen

Voor de opname van levenslooptegoed voor een werknemer die op 1 januari 61 jaar of ouder is, gebruikt u code soort inkomstenverhouding 54. De code aard arbeidsverhouding is code 1 ‘arbeidsovereenkomst’.
 

Levensloopverlofkorting

Als de werknemer levenslooptegoed opneemt, dan krijgt hij levensloopverlofkorting. U mag de levensloopverlofkorting in mindering brengen op de loonbelasting/premie volksverzekeringen. De werknemer moet de werkgever daar wel schriftelijk om vragen.

Als de werknemer doorspaart in de levensloopregeling, bouwt hij vanaf 2012 geen levensloopverlofkorting meer op. De levensloopverlofkorting is in 2021 maximaal € 223 per jaar dat de werknemer heeft gespaard in de periode 2006 tot en met 2011.

De werknemer mag zelf kiezen wanneer u zijn opgebouwde levensloopverlofkorting verrekent. U vermindert de korting met de levensloopverlofkorting die de werknemer in eerdere jaren kreeg. De korting is nooit hoger dan het bedrag dat de werknemer opneemt uit de levensloopregeling.

De levensloopverlofkorting is niet in de tabellen verwerkt. U moet de korting zelf per tijdvak berekenen en aftrekken van het bedrag dat u volgens de tabel moet inhouden.

Voorbeeld

Een 62-jarige werknemer neemt in augustus 2021 levenslooptegoed op van € 4.000. Hij blijft voor zijn bv werken.

De werknemer is in 2008 gestart met sparen in de levensloopregeling. Hij heeft ieder jaar gespaard. Zijn opgebouwde levensloopverlofkorting is daarom € 892 ( € 223 per jaar voor de jaren 2008 tot en met 2011). Hij heeft nog niet eerder gebruik gemaakt van de levensloopverlofkorting.

Hoe verwerkt u de opname in de aangifte van augustus?
De opname van het levenslooptegoed is loon uit vroegere dienstbetrekking. Hierover betaalt de bv geen premies werknemersnemersverzekeringen maar wel de werkgeversheffing Zvw.

Let op!
Het bovenstaande geldt ook voor een dga die niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen.
 

Verwerking levensloop vanaf 1 november 2021

Staat op 1 november 2021 nog levenslooptegoed op de levenslooprekening van de werknemer? Dan wordt de werknemer geacht op dat moment het levenslooptegoed te genieten. Het fictieve genietingsmoment is dan 1 november. Niet de werkgever, maar de levensloopinstelling verwerkt dit in de aangifte loonheffingen. U leest meer in de handreiking Levenslooptegoed 2021 via levensloopinstelling.
 
 

Meer informatie

Levensloopregeling hoofdstuk 24 Handboek Loonheffingen
Levensloopverlofkorting hoofdstuk 25.1.6 Handboek Loonheffingen
 
 

Gerelateerde handreiking

Geen groen en wit loon in één inkomstenverhouding

 
 
Bron: ‘Handboek Loonheffingen 2021
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Opname levenslooptegoed 2021 in aangifte LH

Voor levenslooptegoed, dat de werknemer nog niet heeft opgenomen, is het fictieve genietingsmoment vervroegd van 31 december 2021 nu naar 1 november 2021.

Op die datum wordt de werknemer geacht het levenslooptegoed te genieten. De levensloopinstelling is inhoudingsplichtig. In deze handreiking leest u hoe u dit verwerkt in de aangifte loonheffingen en wat de gevolgen zijn voor de (ex-)werknemer.

De levensloopinstelling is inhoudingsplichtig voor de waarde van alle levenslooptegoeden, die op 1 november 2021 nog op de levenslooprekening staan. Zij belast op 1 november 2021 de waarde in het economische verkeer van de levensloopaanspraak als loon.

De waarde in het economisch verkeer is het tegoed vermeerderd met het renterecht tot en met 31 oktober 2021. De levensloopinstelling moet hierover loonbelasting/premie volksverzekeringen (loonheffing) inhouden en hiervoor aangifte loonheffingen doen.

Hieronder leest u meer over de gevolgen voor de:

  • werknemersverzekeringen
  • inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw)
  • loonheffingskorting
  • toepassing tabellen
  • codes in de aangifte loonheffingen
  • (ex-)werknemer

Let op!
Als een werknemer het tegoed opneemt vóór 1 november 2021, dan verandert er niets. De (ex-) werkgever is dan inhoudingsplichtig voor de loonheffingen.
Als er geen werkgever meer is, dan is de levensloopinstelling inhoudingsplichtig.

 

Werknemersverzekeringen

De deelnemer aan de levensloopregeling is voor de werknemersverzekeringen geen werknemer van de levensloopinstelling.
Voor de aangifte loonheffingen door de levensloopinstelling betekent dit het volgende:

  • U vermeldt ‘N’ bij de indicaties verzekerd WAO/IVA/WGA, WW en ZW.
  • In de volgende rubrieken geeft u € 0 aan:
    1. – Loon SV
      – basispremie Aof
      – gedifferentieerde premie Whk
      – premie AWf (laag, hoog en herzien)
      – premie Ufo
      – aanwas in het cumulatieve premieloon voor AWf en Ufo

 

Bijdrage Zvw

Het levenslooptegoed is geen bijdrageloon Zvw. Over dit tegoed is geen bijdrage Zvw verschuldigd. In de aangifte vult u de rubrieken voor ingehouden bijdrage Zvw en werkgeversheffing Zvw met € 0.
Ook in kolom 12 (bijdrageloon Zvw) van de loonstaat vermeldt u € 0.
 

Code verzekeringssituatie Zvw

De levensloopinstelling moet de juiste code verzekeringssituatie Zvw opgeven. Dit geldt ook als er geen bijdrage Zvw verschuldigd is.

In de meeste situaties zal dit code ‘K’ (werkgeversheffing) zijn. Levensloopinstellingen mogen deze code ook voor alle deelnemers gebruiken. Ook als er een andere code van toepassing is.

De levensloopinstelling hoeft daar geen nader onderzoek naar te doen.
 

Loonheffingskorting

De levensloopinstelling past op het fictieve genietingsmoment op 1 november 2021 geen loonheffingskorting toe bij inhouding van de loonheffing op het levenslooptegoed. Dus ook geen levensloopverlofkorting.

Als de werknemer recht heeft op de heffingskortingen kan hij dit toepassen in de aangifte inkomstenbelasting 2021.
 

Tabellen

De levensloopuitkering wordt aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als de werknemer op 1 januari 2021 jonger is dan 61 jaar. Voor de berekening van de loonheffing gebruikt u de witte tabel bijzondere beloningen.

Is de werknemer 61 jaar of ouder op 1 januari 2021? Dan is de levensloopuitkering loon uit vroegere dienstbetrekking. De groene tabel bijzondere beloningen is dan van toepassing.
 

Jaarloon voor tabel bijzondere beloningen

Voor de berekening van de juiste loonheffing over het levenslooptegoed, moet u het jaarloon voor de tabel bijzondere beloningen vaststellen. In paragraaf 9.3.6 Handboek Loonheffingen leest u meer over het vaststellen van het jaarloon. Hieronder leest u een aanvulling op deze informatie.

Heeft de levensloopinstelling in 2020 geen loonheffing ingehouden voor de deelnemer aan de levensloopregeling? Dan kunt u het jaarloon op 2 manieren vaststellen:

  • U berekent het jaarloon op basis van de waarde in het economisch verkeer van de levensloopaanspraak.
  • U stelt het jaarloon vast op basis van de waarde in het economisch verkeer vermeerderd met andere belaste uitkeringen die de levensloopinstelling in 2021 aan de deelnemer heeft uitbetaald.

 

Code soort inkomstenverhouding

Voor personen die op 1 januari 2021 jonger zijn dan 61 jaar, vermeldt u code 63 bij de code soort inkomstenverhouding/ inkomenscode. Code 63 geldt voor ‘overige, niet hiervoor aangegeven, pensioenen of samenloop van meerdere pensioenen/lijfrenten of een betaling op grond van een afspraak na einde dienstbetrekking’.

Voor personen die 61 jaar en ouder zijn op 1 januari 2021, gebruikt u code 54. Dit is de code voor ‘opname levenslooptegoed door een werknemer die op 1 januari 61 jaar of ouder is’.
 

Code aard arbeidsverhouding

U hoeft geen code aard arbeidsverhouding in te vullen.
 

Code loonbelastingtabel

De code loonbelastingtabel van de tabel bijzondere beloningen is:

  • Code 010 voor personen die op 1 januari 2021 jonger zijn dan 61 jaar.
  • Code 020 voor personen die op 1 januari 2021 61 jaar of ouder zijn.

 

Gevolgen voor de (ex-)werknemer

Voor een (ex-)werknemer kan de uitkering van het levenslooptegoed de volgende gevolgen hebben:

  • Het vrijgevallen levenslooptegoed telt mee voor het vermogen in box 3.
  • De vrijstelling van het levenslooptegoed in box 3 is niet langer van toepassing.
  • Het verzamelinkomen wordt hoger door het vrijvallen van het levenslooptegoed.
  • Dit kan gevolgen hebben voor de heffingskortingen en eventuele toeslagen.

 

Overgangsrecht

De levensloopregeling is per 1 januari 2012 vervallen. Voor werknemers die op 31 december 2011 een levensloopaanspraak hadden met een waarde van minimaal € 3.000 geldt overgangsrecht. Dit overgangsrecht is aangepast.

Voor nog niet opgenomen levensloopaanspraken, wordt het fictieve genietingsmoment vervroegd van 31 december naar 1 november 2021. Dit om ervoor te zorgen dat de levensloopregelingen voor het einde van 2021 zijn afgewikkeld.

De inhoudingsplicht wordt verlegd naar de instelling, waar het levenslooptegoed is ondergebracht. In het oude overgangsrecht was de (ex-)werkgever inhoudingsplichtig.
 
 
Bron: ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2021
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Levenslooptegoed belast bij aankoop extra verlof, Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP)

Een werknemer kan een levenslooptegoed niet onbelast gebruiken voor aankoop van extra verlof.
          
Dit staat in een antwoord dat het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) heeft gepubliceerd.

 
Het CAP heeft de volgende vraag beantwoord:
Een werknemer heeft in 2021 nog een tegoed ingevolge een levensloopregeling. Hij wil dit tegoed onbelast aanwenden voor de aankoop van extra verlof. Is dat mogelijk?
 
Antwoord:
Als een werknemer de aanspraak op levensloopverlof omzet in een aanspraak op extra verlof, is dit belast. De aanspraak op levensloopverlof wordt op dat moment geheel tot het loon gerekend.
 
 

V&A 20-011 Levenslooptegoed onbelast omzetten in verlofsparen is niet mogelijk

Dit V&A 20-011 behandelt de vraag of het mogelijk is om het levenslooptegoed dat nog niet als loon in aanmerking is genomen of is omgezet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling, zonder belastingheffing om te zetten in een aanspraak op (spaar)verlof.

 

Inleiding

Op 1 januari 2022 komt een einde aan het overgangsrecht voor levensloopregelingen. Om de afwikkeling van de levensloopregelingen goed te laten verlopen is vanaf 1 januari 2021 in artikel 39d, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) een fictief genietingsmoment opgenomen op 1 november 2021.

Tot en met 31 oktober 2021 blijft de huidige mogelijkheid bestaan om de waarde van de levensloopaanspraak op te nemen door middel van het op verzoek geheel of gedeeltelijk via de (ex-)werkgever laten uitbetalen van de waarde van de levensloopaanspraak of om te zetten in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling

Op 1 november 2021 wordt de nog niet eerder belaste of in een pensioenaanspraak omgezette levensloopaanspraak belast als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Indien de betreffende (gewezen) werknemer aan het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt, wordt de levensloopaanspraak belast als loon uit vroegere dienstbetrekking.

 

Vraag

Een werknemer heeft in 2021 nog een tegoed ingevolge een levensloopregeling. Hij wil dit tegoed onbelast aanwenden voor de aankoop van extra verlof. Is dat mogelijk?
Antwoord

Nee. Omzetten van de aanspraak op levensloopverlof in een aanspraak op extra verlof leidt tot heffing (zie artikel 19g, zesde lid, onderdeel a, en het negende lid, Wet LB (tekst 2011)). De aanspraak op levensloopverlof wordt op dat moment geheel tot het loon gerekend. Ook als een werknemer met zijn werkgever afspreekt dat de werkgever zijn levenslooptegoed niet als zodanig aan hem uitbetaalt, is zijn levensloopaanspraak uiterlijk op 1 november 2021 fiscaal genoten. Hierop heeft de wetgever alleen een uitzondering gemaakt voor het geval de werknemer binnen de wettelijke grenzen zijn aanspraak ingevolge een levensloopregeling voor 1 november 2021 omzet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling.

 

Toelichting

Per 1 januari 2012 is de fiscale levensloopregeling komen te vervallen. Voor werknemers die op 31 december 2011 een levensloopaanspraak hadden, waarvan de waarde in het economische verkeer op die datum € 3.000 of meer bedroeg geldt overgangsrecht. Dit overgangsrecht voor levensloopregelingen eindigt met ingang van 1 januari 2022. Om de afwikkeling van de levensloopregelingen goed te laten verlopen is vanaf 1 januari 2021 in artikel 39d, vierde lid, Wet LB een fictief genietingsmoment opgenomen op 1 november 2021.

Tot en met 31 oktober 2021 blijft de mogelijkheid bestaan om de waarde van de levensloopaanspraak op te nemen door middel van het op verzoek geheel of gedeeltelijk via de (ex-)werkgever laten uitbetalen van de waarde van de levensloopaanspraak.

Met toepassing van artikel 19g, zevende lid, Wet LB (tekst 2011) kan een aanspraak ingevolge een levensloopregeling nog tot en met 31 oktober 2021 worden omgezet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling die na de omzetting nog blijft binnen de in of krachtens hoofdstuk IIB van de Wet LB gestelde begrenzingen.

Indien op 1 november 2021 een niet eerder belaste levensloopaanspraak aanwezig is, wordt de waarde in het economische verkeer van deze aanspraak op dat moment in beginsel als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in de loonheffing betrokken. Indien de betreffende (gewezen) werknemer aan het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt, wordt de aanspraak echter aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking.

 

Het volledige antwoord leest u op centraalaanspreekpuntpensioenen.belastingdienst.nl.
 
 
2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Op loonstrook géén burgerservicenummer

Door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mag u op de loonstrook geen burgerservicenummer (BSN) meer vermelden.
      
De Belastingdienst heeft het Handboek Loonheffingen aangepast.

 

Nieuwsbrief Loonheffingen 2020, loonheffingen 2020, belastingdienst 2020, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris,pensioen,premies 2020,
 
Naast de verplichte gegevens raadde de Belastingdienst in het Handboek Loonheffingen aan om een aantal andere gegevens op de loonstrook op te nemen. Bijvoorbeeld het BSN van de werknemer. Dat advies is uit het handboek verwijderd omdat hiervoor geen wettelijke basis is.

 

Gebruik van BSN

Het BSN is een persoonsnummer dat in de eerste plaats bedoeld is voor het contact tussen burgers en de overheid. Organisaties buiten de overheid mogen het BSN alleen gebruiken als dat wettelijk is bepaald en alleen voor het specifieke doel dat in de wet staat omschreven. Meer hierover leest u op autoriteitpersoonsgegevens.nl.

 

Verplichte gegevens op de loonstrook

Volgens artikel 7:626 Burgerlijk Wetboek bent u verplicht om de volgende gegevens te vermelden op de loonstrook:

  • het brutoloon in geld
  • de gespecificeerde samenstelling van het bruto- of het nettoloon, bijvoorbeeld basisloon, garantieloon,
  • prestatiebeloning, provisie, overwerkgeld, toeslagen, premies, gratificaties en opnamen uit het levenslooptegoed
  • de gespecificeerde bedragen die u op het loon hebt ingehouden of ermee hebt verrekend, zoals de inhouding van
  • de pensioenpremie, de premie PAWW of bijdragen voor bedrijfschappen, de werknemersbijdrage voor het privégebruik auto, de loonbelasting/premie volksverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en loonbeslag
  • de wettelijke minimumvakantiebijslag waar de werknemer recht op heeft
  • het aantal uren dat de werknemer werkt op basis van de arbeidsovereenkomst
  • de periode waarover u het loon hebt betaald (het loontijdvak)
  • het wettelijk minimumloon of minimumjeugdloon dat voor de werknemer geldt
  • uw naam en de naam van de werknemer of uitkeringsgerechtigde
  • als u de loonstrook ook als jaaropgaaf gebruikt: de verplichte gegevens van de jaaropgaaf. U vermeldt dan op de loonstrook dat het gaat om de jaaropgaaf.

 

Meer informatie in Handboek Loonheffingen

In hoofdstuk 10 leest u meer over de loonstrook. De informatie over de jaaropgaaf vindt u in hoofdstuk 13.

 

Wetsartikel jaaropgaaf:

Artikel 7.4 Uitvoeringsregeling loonbelasting
 

Nieuwsbrief Loonheffingen 2020, loonheffingen 2020, belastingdienst 2020, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris.pensioen,premies,

door100% Salarisverwerking B.V.

Bsn nog op de salarisstrook!

Volgens de belastingdienst is het niet verplicht om op de loonstrook het bsn van de werknemer te vermelden.

                 
Door het bsn niet te vermelden, is er minder risico op identiteitsfraude bij het versturen van de loonstrook. De belastingdienst geeft daarmee duiding aan de stelling van de Autoriteit Persoonsgegevens dat het bsn is bedoeld voor communicatie tussen de overheid en de burger. De loonstrook is immers communicatie tussen de burger en een organisatie.
 
lonen, Bezwaren plan loondispensatie, gehandicapten minimuloon, arbeidsgehandicapten loon, salaris arbeidsgehandicapten
 
Het is wel verplicht om het bsn te vermelden op de jaaropgave, die is immers bestemd voor communicatie tussen de overheid en de belastingdienst (een overheid).
 

Geen wettelijke basis

Nu het vermelden van het bsn op de loonstrook geen wettelijke grondslag (meer) heeft, raden veel administratiekantoren aan het bsn niet langer te vermelden. Zo ontstaat er minder risico op fraude met het bsn, zoals:

  • fraude met het bsn van overledenen;
  • fraude met toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag;
  • aankoopfraude.

Veel organisaties gebruiken software die het bsn als vereist veld hebben ingesteld. Hen wordt aangeraden contact op te nemen met de softwareleverancier of HR om dit aan te laten passen.
 

Wat moet er op de loonstrook staan?

De site van de belastingdienst staan nu de volgende wettelijke eisen voor de loonstrook:

  • het brutoloon in geld;
  • de gespecificeerde samenstelling van het bruto- of het nettoloon, bijvoorbeeld basisloon, garantieloon, prestatiebeloning, provisie, overwerkgeld, toeslagen, premies, gratificaties en opnamen uit het levenslooptegoed;
  • de gespecificeerde bedragen die u op het loon hebt ingehouden of ermee hebt verrekend, zoals de inhouding van de pensioenpremie, de premie PAWW of bijdragen voor bedrijfschappen, de werknemersbijdrage voor het privégebruik auto, de loonbelasting/premie volksverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en loonbeslag;
  • de wettelijke minimumvakantiebijslag waar de werknemer recht op heeft;
  • het aantal uren dat de werknemer werkt op basis van de arbeidsovereenkomst;
  • de periode waarover u het loon hebt betaald (het loontijdvak);
  • het wettelijk minimumloon of minimumjeugdloon dat voor de werknemer geldt;
  • uw naam en de naam van de werknemer of uitkeringsgerechtigde.

 
Gerelateerd:

 
loon, salaris, inkomen,verdienste, werk na inkomen, lonen, salarissen, verloning, loonadministratie,salarisadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerker, loonverwerker,