Tag archief arbeidskorting

door100% Salarisverwerking B.V.

Loonstroken in 2020 iets gunstiger en koopkracht omhoog

Nederlandse huishoudens hebben naar verwachting in 2020 gemiddeld iets meer te besteden.

           

Dat komt deels doordat de lonen naar verwachting sterker stijgen dan het gemiddelde prijsniveau, en deels door lastenverlichtingen van het kabinet. De overgang naar het tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting en de verhoging van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting zorgen voor een hoger nettoloon op het loonstrookje.

 

Nederlandse lonen in EU, Nederlands salaris over heel Europa, het loon van NL hoog in EU,

Uitkeringen

Mensen die een uitkering krijgen, hebben ook iets meer te besteden doordat hun netto-uitkering stijgt en door een kleine verhoging van de zorgtoeslag. De koopkracht van gepensioneerden neemt ook toe, maar in mindere mate. De AOW-uitkering valt netto hoger uit dankzij indexatie en de verhoging van de algemene heffingskorting, maar de meeste pensioenfondsen kunnen waarschijnlijk niet indexeren. Dat schrijft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

 

Loonstrookjes

In het nieuwe jaar ziet de loonstrook er voor veel mensen anders uit. Dat komt doordat er zaken veranderen in de belastingen of premies die worden geheven vanaf januari 2020. Daardoor kunnen ook het nettosalaris of de netto-inkomsten uit een uitkering of pensioenfonds iets veranderen. Uit berekeningen van het ministerie van SZW blijkt dat mensen door de bank genomen dankzij die veranderingen komend jaar meer overhouden in hun portemonnee. Dit is nog los van salarisverhogingen die zij mogelijk krijgen vanuit hun cao.

 

Algemene heffingskorting en arbeidskorting

Werknemers houden meer over van hun brutosalaris doordat de algemene heffingskorting en de arbeidskorting omhoog gaan. Mensen met een modaal inkomen ontvangen daardoor naar verwachting bijna 2% meer inkomen dan in de maand daarvoor. Werkenden met een inkomen boven modaal hebben daarnaast profijt van de overgang naar een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting. Het kabinet wil het zo meer lonend maken om aan het werk te gaan of om meer te gaan werken. Met name mensen met een modaal inkomen (ongeveer € 35.000 bruto per jaar) profiteren daarvan.

 

Participatiewet

Mensen die een uitkering vanuit de Participatiewet hebben of die een Anw-uitkering krijgen, gaan er op hun loonstrookje op vooruit doordat hun uitkering per 1 januari 2020 wordt geïndexeerd en doordat de algemene heffingskorting wordt verhoogd. Dat geldt ook voor mensen die rondkomen van alleen een AOW-uitkering. Mensen met een aanvullend pensioen merken dat hun pensioen niet wordt geïndexeerd. Daar staat tegenover dat mensen meer overhouden van hun aanvullend pensioen dankzij wijzigingen in de belastingschijven en door de verhoging van de algemene heffingskorting. Bovendien ontvangen ook zij een hogere AOW-uitkering in het nieuwe jaar.

 

Koopkracht

Hoeveel mensen daadwerkelijk kunnen aanschaffen, wordt niet alleen bepaald door het nettoloon of de (pensioen)uitkering die zij ontvangen. De toeslagen die zij eventueel ontvangen en het prijsniveau bepalen uiteindelijk mede hoeveel mensen kunnen besteden. Uit ramingen van het CPB die vandaag zijn verschenen, blijkt dat de koopkracht van huishoudens in 2020 in doorsnee met 2,1% stijgt ten opzichte van vorig jaar.

 

Met name werknemers gaan er naar verwachting in koopkracht op vooruit. Dat komt deels doordat de lonen komend jaar gemiddeld harder stijgen dan de prijzen. Maar werkenden hebben ook baat bij de lastenverlichting die het kabinet vanaf 1 januari 2020 doorvoert in de inkomstenbelasting en de heffingskortingen. Ongeveer 600.000 werkende mensen met kinderen profiteren bovendien van een investering in het kindgebonden budget.

 

De koopkracht van uitkeringsgerechtigden en van gepensioneerden die van een AOW-uitkering leven, neemt naar verwachting toe. Dat komt doordat hun uitkering wordt geïndexeerd en doordat de zorgtoeslag wordt verhoogd. Mensen die naast hun AOW ook een aanvullend pensioen krijgen, gaan er per saldo op vooruit, maar iets minder dan mensen die alleen AOW ontvangen. Dit heeft ermee te maken dat de meeste pensioenfondsen waarschijnlijk niet kunnen indexeren in 2020.

 

Het kabinet gebruikt deze cijfers om te monitoren wat het inkomenseffect is van het gevoerde beleid op verschillende groepen. Maar niemand kan natuurlijk precies voorspellen wat een nieuw jaar brengt. Niet alleen kabinetsbeleid, ook de ontwikkeling van de economie heeft impact op deze koopkrachtberekeningen. En als mensen een bonus krijgen, promotie maken, gaan samenwonen of hun baan kwijtraken, heeft dat een veel groter effect op de portemonnee van huishoudens. Die effecten zijn vooraf niet goed in te schatten, en zitten daarom niet in de koopkrachtplaatjes. Deze cijfers zijn dan ook niet geschikt om voorspellingen te doen over iemands persoonlijke financiële situatie.

 

Kamerbrief over loonstrookjes en koopkracht 2020
 
Bron:Rijksoverheid
 
 
payroll, payrolling, payroll werknemers, payroll werkgevers, payroll uitzendbureau, payroll medewerker, payroll bedrijven, uitzendbureau, flexwerkers, flexwerkers, payrollers, wab payroll, 2020,

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwsbrief Loonheffingen 2020 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft vandaag de loonheffingen 2020 bekend gemaakt.

                   

De 1e uitgave van ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2020’ is gepubliceerd op de internetsite van Belastingdienst. In de nieuwsbrief vindt u informatie over de veranderingen in de loonheffingen voor 2020.

 
PDF downloadNieuwsbrief Loonheffingen 2020
 
 
belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,
 

In deze 1e uitgave leest u meer over de volgende onderwerpen:

  • temporisering verhoging AOW-leeftijd
  • wijzigingen lage-inkomensvoordeel (LIV) en jeugd-LIV
  • kennisdocument Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) versie 6.0
  • fiets van de zaak
  • vanaf 2020 einde vaksector voor uitzendwerkgevers
  • ZW-uitkering telt niet langer mee voor hoogte arbeidskorting
  • Wet arbeidsmarkt in balans / onderdeel payrolling
  • Wet arbeidsmarkt in balans / onderdeel premiedifferentiatie WW

 
Eventuele wijzigingen uit Belastingplan 2020 en de tarieven en percentages voor 2020 staan in de volgende uitgaven van de nieuwsbrief. Deze publiceert de Belastingdienst eind 2019 en begin 2020. Als een nieuwe uitgave verschijnt, leest u dat op 100% Salarisverwerking.

U kunt ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2020’ downloaden of via belastingdienst.nl.
 
 

Gerelateerd:

Overzichtsartikel WAB
Loonstrook wat en hoe in 2020?
Bijtelling auto 2020
Minimumloon 2020
 
 
regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Het tweeschijvenstelsel versnelt!

Het kabinet versnelt de overgang naar het tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting .

            

De invoering zou in 2021 plaatsvinden, maar dat gebeurt al in 2020.

Het tweeschijvenstelsel voor de inkomstenbelasting wordt versneld ingevoerd. Daarnaast gaan de arbeidskorting en de algemene heffingskorting extra omhoog. Hiermee gaan Nederlanders over het algemeen meer overhouden van iedere euro die binnenkomt en wordt werken, of meer werken, lonender.
het tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting, 2020, 2 schijvenstelsel, belastingdienst, belastinginkomen 2020, loonschalen 2020

In 2019 zijn er drie schijven voor de inkomstenbelasting:

  1. Het tarief tot een inkomen van € 20.711 is 36,65%.
  2. Voor een inkomen tussen € 20.711 en € 68.507 is het tarief 38,10%.
  3. En voor het deel van het inkomen boven de € 68.507 is het tarief 51,75%.

In 2020 zijn er nog twee schijven.

  1. Het tarief tot een inkomen van € 68.507 is 37,35%.
  2. Voor het deel van het inkomen boven de € 68.507 is het tarief 49,50%.

In 2021 is het tarief tot een inkomen van € 68.507 is 37,10%. Voor het deel van het inkomen boven de € 68.507 is het tarief 49,50%.

Voor AOW-gerechtigden gelden lagere tarieven.

Rekenvoorbeelden:

Marc verdient € 25.000 per jaar en gaat er door de veranderingen in de inkomstenbelasting in 2020 € 380 op vooruit.

Jan verdient € 45.000 per jaar en gaat er door de veranderingen in de inkomstenbelasting in 2020 € 640 op vooruit.

Bianca verdient € 65.000 per jaar en gaat er door de veranderingen in de inkomstenbelasting in 2020 € 690 op voorruit.

Deze rekenvoorbeelden zijn op basis van de invoering van het tweeschijvenstelsel en de verhoging van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting.

lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

Door de invoering van het tweeschijvenstelsel wordt het minder belangrijk of het inkomen in een huishouden met één persoon of twee personen wordt verdiend. Daarnaast gaan de arbeidskorting en de algemene heffingskorting extra omhoog.
 

Lagere lasten

Door de veranderingen in de inkomstenbelasting worden de lasten van de meeste burgers lager. Of iemand er op vooruit gaat, hangt ook af van de persoonlijke situatie en eventuele veranderingen daarin.
 

AOW-gerechtigden

Ontvangt u AOW? Dan is het belastingtarief lager. Dat komt doordat u geen premie AOW meer hoeft te betalen. In onderstaande tabel vindt u de belastingtarieven die de komende jaren gelden voor AOW-gerechtigden.

Inkomen in euro’s
Inkomen max € 20.711* Inkomen max € 34.712** Inkomen max € 68.507 Inkomen boven € 68.507
2019 18,75% 20,20% 38,10% 51,75%
2020 19,45% 19,45% 37,35% 49,50%
2021 19,20% 19,20% 37,10% 49,50%

* De grenzen schuiven na 2020 iets op door inflatiecorrectie.
** Voor mensen geboren voor 1 januari 1946: € 35.375.
 
 

Zie ook:

Al klaar voor de Wet arbeidsmarkt in balans?
Fiscale bijtelling auto 2020
2020 veranderen de regels voor oproepkrachten ingrijpend
Factsheet premiedifferentiatie WW
Wijzigingen voor de loonheffingen 2020
 
belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

door100% Salarisverwerking B.V.

Transitievergoeding mag soms in de vrije ruimte

Een transitievergoeding die de werkgever aan een vertrekkende werknemer moet betalen, moet normaal worden belast.

       

Maar soms mag dit loon uit vroegere dienstbetrekking toch in de vrije ruimte en kan het zo voor de werknemer én uw organisatie onbelast blijven.

 
lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,
 
De werkkostenregeling (WKR) is alleen bedoeld voor loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. De werkgever kan een transitievergoeding daarom normaal gesproken niet in de vrije ruimte stoppen, omdat die loon uit vroegere dienstbetrekking is. De werkgever betaalt over de vergoeding geen premies werknemersverzekeringen, maar houdt wel loonbelasting/premie volksverzekeringen in én betaalt de werkgeversheffing voor de Zorgverzekeringswet (ZVW).
 

Eindafrekening is handig moment

Vaak betalen werkgevers de transitievergoeding tegelijk uit met de eindafrekening van een werknemer, met daarin bijvoorbeeld de afkoop van de niet opgenomen vakantiedagen en opgebouwde vakantiebijslag. De werknemer ontvangt dan naast de vergoeding ook loon waarop de arbeidskorting van toepassing is. Alleen in deze situatie mag een werkgever de transitievergoeding aanwijzen als eindheffingsloon.
 

Voldoen aan gebruikelijkheidstoets

Er zit één addertje onder het gras: om de transitievergoeding in de vrije ruimte onder te mogen brengen, moet de vergoeding wel aan de gebruikelijkheidstoets voldoen. Dat betekent dat het gebruikelijk moet zijn dat de werknemer zo’n vergoeding belastingvrij krijgt. De Belastingdienst heeft dit in eerdere specifieke gevallen goedgekeurd. Daarnaast gaat de werkgever 80% eindheffing betalen over het meerdere als hij de grens van de vrije ruimte overschrijdt.
 

Veranderende regels per 2020

Door de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) mogen werkgevers per 1 januari 2020 de transitievergoeding niet meer naar beneden afronden op halve jaren. Een werknemer hoeft ook niet langer minimaal twee jaar in dienst te zijn om recht te hebben op de transitievergoeding. Aan de andere kant hebben oudere werknemers en werknemers met een lang dienstverband geen recht meer op een extra hoge transitievergoeding. Werkgevers kunnen berekenen wat het ontslag vóór en na de invoering van de WAB zal kosten.
 
 

Gerelateerd:

 
De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) , arbeidsmarkt, werknemer - werkgevers, werkgeverschap, WAB,