Tag archief arbeidskorting

door100% Salarisverwerking B.V.

Het Belastingplan 2021

Dit moet u weten over het Belastingplan 2021: tarief inkomstenbelasting omlaag, €50.000 vermogen onbelast in box 3.
      
Door de bank genomen hebben Nederlanders volgend jaar iets meer te besteden. De gemiddelde stijging in koopkracht komt in 2021 uit op 0,8 procent, raamt het Centraal Planbureau (CPB) op basis van het Belastingplan 2021 en de Miljoenennota.

Vergeleken met dit jaar is de toename van de koopkracht gering. In 2020 krijgen huishoudens naar verwachting gemiddeld 2,2 procent meer besteden. Toch is het een kleine opsteker in deze zware economische tijd.

Door de coronacrisis gaat de economie door een diepe dal en volgens koning Willem-Alexander moeten we ons schrap zetten voor de verdere negatieve gevolgen van de crisis.

Het is overigens belangrijk om te weten dat de schattingen van koopkracht ervan uitgaan dat er geen tweede lockdown komt vanwege een opleving van het coronavirus.

De stijging van de koopkracht verschilt per type huishouden. Werkenden, gezinnen zonder kinderen en tweeverdieners gaan er het sterkst op vooruit met respectievelijk 1,2 procent, 1,1 procent en 0,9 procent, becijferde het CPB.

Een van de belangrijkste maatregelen van de Prinsjesdag 2020 en één die veel effect op de koopkracht heeft, is de verlaging van inkomstenbelasting. Verder zijn er aanpassingen rondom box 3, de afbouw van zelfstandigenaftrek, toeslagen, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.

 

Belastingtarief inkomstenbelasting gaat omlaag naar 37,10% in 2021

Het belastingtarief voor inkomens tot 68.507 euro daalt van 37,35 procent dit jaar naar 37,10 procent in 2021. Dit is één van de maatregelen die het kabinet vorig jaar al bekendmaakte en waaraan niet wordt gesleuteld.

Vanaf 2022 gaat dit tarief verder omlaag tot 37,03 procent in 2024.

Het basistarief in de inkomstenbelasting daalt de komende jaren in stappen, zoals de afbeelding hieronder laat zien. Zowel werkenden als mensen met een uitkering hebben hier voordeel van, omdat ze netto meer geld overhouden.

Gepensioneerden met inkomens tot ongeveer 35.000 euro ontvangen ook een belastingvoordeel. Het lagere tarief dat voor deze groep huishoudens geldt, wordt in 2024 teruggebracht naar 19,13 procent.

inkomstenbelasting, belastingplan 2021, belastingdienst,

 

Algemene heffingskorting meevaller voor inkomens onder 68.507 euro

Door een extra verhoging van de algemene heffingskorting, een vast bedrag dat je in mindering mag brengen op de verschuldigde belasting, neemt de koopkracht van mensen met een inkomen tot 68.507 euro toe. De hoogte van de korting hangt af van het inkomen, waarbij lagere inkomens meer voordeel hebben dan hogere inkomens.

 

Arbeidskorting gaat vervroegd omhoog in 2021

De verhoging van de arbeidskorting, een vast bedrag dat werkenden in mindering mogen brengen op de verschuldigde belasting, wordt volgend jaar van kracht.

Eerder stond de verhoging in 2022 in de planning. Daarvan hebben zowel mensen in loondienst als zelfstandigen voordeel. Deze verhoging komt bovenop een al eerder afgesproken verhoging voor 2021. Vanaf 2022 blijft de arbeidskorting gelijk.

 

Zelfstandigenaftrek gaat verder omlaag tot 6.670 euro

De afbouw van de zelfstandigenaftrek gaat vanaf volgend jaar sneller dan eerder gepland. De aftrek daalt van 7.030 euro in 2020 naar 6.670 euro in 2021.

In de jaren daarna volt een verdere verlaging van de zelfstandigenaftrek.

 

Box 3: Heffingsvrij vermogen naar €50.000, maar fictief rendement en belastingtarief ook iets hoger

Vanaf volgend jaar gaat vermogen dat in box 3 vrijgesteld is van belasting omhoog naar 50.000 euro per persoon. Dat is dus 100.000 euro voor fiscaal partners.

Momenteel betalen huishoudens belasting als hun vermogen boven 30.846 euro (of 61.692 euro met fiscaal partner) uitkomt.

Door deze verruiming van het heffingsvrij vermogen hoeven straks bijna 1 miljoen spaarders en kleine beleggers geen box 3-belasting meer te betalen, zo schat de overheid.

Daar tegenover staat dat huishoudens die meer vermogen hebben dan 50.000 euro iets meer belasting gaan betalen. Het tarief van de box 3-belasting stijgt van 30 procent dit jaar naar 31 procent in 2021.

Daarnaast wordt het fictief rendement voor de opbrengst uit vermogen aangepast. Tot een ton betaal je daardoor effectief 0,59 procent belasting.

 

3 verbeteringen voor toeslagenstelsel

Het kabinet is van plan verbeteringen aan te brengen in het toeslagenstelsel dat al jaren een hoofdpijndossier is. Een recent dieptepunt is de toeslagenaffaire waarbij duizenden ouders die kinderopvangtoeslag ontvingen, onterecht werden aangemerkt als fraudeurs door de fiscus en soms jarenlang door belastingaanslagen werden achtervolgd.

In het Belastingplan staan verschillende voorstellen om een “eerlijker stelsel met oog voor de menselijke maat ” te bereiken. Er zijn drie concrete verbeteringen bedacht.

Ten eerste krijgen huishoudens meer grip op hun toeslagen. Zo kunnen ze eerder een besluit van de Belastingdienst aanvechten en krijgen ze meer tijd om informatie aan te leveren om bijvoorbeeld een boete te voorkomen.

Verder zal de Belastingdienst coulanter omgaan met huishoudens. Zo hoeven bedragen kleiner dan 47 euro niet meer terugbetaald te worden. Ook kan de Belastingdienst in individuele gevallen een bedrag dat moet worden terugbetaald, verlagen.

Tot slot worden de voorwaarden die aan partners worden gesteld versoepeld of aangepast. Zo kan een partner de kinderopvangtoeslag houden als de andere partner in detentie zit.
 
 

Het Belastingplan 2021 in beeld

belastingplan 2021, belastingdienst, belastingen, Overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Studiekosten kind van de werknemer vergoeden

Hebt u werknemers in dienst met studerende kinderen?
                 
Dan kunt u de studiekosten van de kinderen vergoeden. Dit kan op verschillende manieren. In deze handreiking leest u meer over de mogelijkheden.

U kunt de studiekosten op 4 manieren vergoeden:

  • vergoeding belasten bij de werknemer
  • studietoelage die de werknemer ontvangt, aanwijzen als eindheffingsloon
  • zelfstandige studietoelage rechtstreeks aan het kind uitbetalen
  • studietoelage betalen vanuit een studiefonds.

 

Vergoeding aan de werknemer

Als u de vergoeding aan de werknemer betaalt, is dit een voordeel voor de werknemer. Als u dit niet aanwijst als eindheffingsloon, is dit belast loon. Op dit loon moet u op de gebruikelijke manier loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) inhouden. U betaalt over de vergoeding ook premie Zorgverzekeringswet (Zvw) en premies werknemersverzekeringen.
 

Eindheffingsloon werknemer

U mag de studietoelage die de werknemer ontvangt ook aanwijzen als eindheffingsloon. U moet wel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. Voor deze vergoeding geldt geen gerichte vrijstelling, dus dit komt ten laste van de vrije ruimte. Als u geen vrije ruimte meer hebt, betaalt u 80% eindheffing.
 

Voorbeeld

U geeft een werknemer met een studerend kind per jaar een vergoeding van € 3.000 voor collegegeld en bijkomende studiekosten. U mag deze vergoeding voor studiekosten aanwijzen als eindheffingsloon. Een vergoeding van € 3.000 voor studiekosten is niet ongebruikelijk.

 

Vergoeding aan het kind

Heeft het kind een zelfstandig recht op de studietoelage en betaalt u de toelage rechtstreeks aan het studerend kind? Dan is dit voor het kind loon uit een bestaande dienstbetrekking van een ander. U houdt op de gebruikelijke manier LB/PVV in. Hiervoor gebruikt u de groene tabel. De toelage is loon uit vroegere dienstbetrekking omdat er geen arbeid tegenover staat.

Het kind is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

 

Eenmalige uitkering

Voor een eenmalige uitbetaling van de studietoelage gebruikt u de groene tabel voor bijzondere beloningen. Als een loontijdvak ontbreekt hoeft u geen werkgeversheffing Zvw af te dragen.

 

Periodieke uitkering

Betaalt u het kind een periodieke vergoeding? Dan moet u werkgeversheffing Zvw betalen. Er is dan sprake van loontijdvakken.

 

Geen eindheffingsloon

U kunt de studietoelage niet aanwijzen als eindheffingsloon, want er is geen sprake van loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Er is dus geen gerichte vrijstelling mogelijk.

 

Loonheffingskorting

Als de student bij u de loonheffingskorting laat toepassen, hoeft u tot een bepaald bedrag geen LB/PVV in te houden. Dit is van toepassing als de algemene heffingskorting gelijk is aan de in te houden loonheffing. Omdat u de groene tabel moet gebruiken, heeft de student geen recht op arbeidskorting.

 

Codes aangifte loonheffingen voor kind

Betaalt u de studietoelage rechtstreeks aan het kind van de werknemer, dan gebruikt u de volgende codes in de aangifte:

  • Code loonbelastingtabel is 022 bij maandelijkse betaling.
  • Code loonbelastingtabel is 020 bij eenmalige betaling per jaar.
  • Code soort inkomstenverhouding is 63.
  • Code aard arbeidsverhouding is 1.
  • Code Zorgverzekeringswet is K.

 

Studiefonds

Als u een studietoelage voor het kind van de werknemer betaalt uit een studiefonds, is dit geen belast loon als het fonds voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Het gaat niet om uitkeringen en verstrekkingen voor adoptie, overlijden, ziekte invaliditeit en bevalling.
  • De werknemer heeft geen vrijgestelde aanspraak op de uitkeringen of verstrekkingen.
  • Werknemers die aan het fonds bijdragen hebben de laatste 5 jaar gezamenlijk minstens evenveel bijgedragen als de werkgever. Als het fonds nog geen 5 jaar bestaat, gaat u uit van de periode vanaf de oprichting van het fonds.
  • Bijdragen van de werknemer aan het fonds houdt u in op het nettoloon.

 

Meer informatie

Paragraaf 19.2.2 Handboek Loonheffingen (fondsenvrijstelling)
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Belastingdienst.nl
Toelichting loonberekening VCR vanaf 2020

 

Gerelateerde artikelen

Studiekosten vergoeden aan kind werknemer
Vergoeding studiekosten kind van werknemer in Handboek LH

 
Wetsartikelen uit de Wet op de loonbelasting:

 
 

Gerelateerd

Studiekosten vergoeden aan kind werknemer
Meewerkende kinderen in de loonaangifte
Subsidie Praktijkleren 2019/2020 aanvragen

Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving, personeelszaken, hrm,

door100% Salarisverwerking B.V.

Transitievergoeding kan soms in de vrije ruimte

Een transitievergoeding is loon uit vroegere dienstbetrekking .
               
U kunt de transitievergoeding daarom niet aanwijzen als eindheffingsloon. Hierop geldt een uitzondering. In deze handreiking leest u hierover meer.

 
Als een werkgever de transitievergoeding betaalt samen met loon waarop de arbeidskorting van toepassing is, mag u de transitievergoeding toch aanwijzen als eindheffingsloon. U moet wel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. De transitievergoeding komt dan, voor zover aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan, ten laste van de vrije ruimte.

 

Gebruikelijkheidstoets

Als u vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen wilt aanwijzen als eindheffingsloon, mag u daarmee niet meer dan 30% afwijken van wat gebruikelijk is. Dit is de gebruikelijkheidstoets.

Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van maximaal € 2.400 per persoon per jaar, vindt de Belastingdienst gebruikelijk. De afwijking van 30% geldt niet voor dit bedrag. U moet wel nagaan of aanwijzen wat redelijk is. Dit is niet het geval voor stagiairs en werknemers met een lager loon dan het minimumloon.

 

Voorbeeld

Een werkgever is een transitievergoeding van € 2.000 verschuldigd aan een werknemer. De werkgever betaalt deze tegelijkertijd met de resterende vakantie-uren en de opgebouwde vakantietoeslag. Het loon van de werknemer is hoger dan het minimumloon.

De werkgever wil de transitievergoeding aanwijzen als eindheffingsloon zodat deze onder de vrije ruimte valt. Mag dat?

De resterende vakantie-uren en de opgebouwde vakantietoeslag is loon uit tegenwoordige dienstbetrekking waarop de arbeidskorting van toepassing is. De werkgever betaalt dit samen met de transitievergoeding. De werkgever mag, als aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan, de transitievergoeding daarom aanwijzen als eindheffingsloon.

Een transitievergoeding van € 2.000 is lager dan het bedrag dat de Belastingdienst gebruikelijk vindt, namelijk € 2.400 per werknemer per jaar. Het loon van de werknemer voldoet aan het minimumloon. Aan de gebruikelijkheidstoets is daarom voldaan. De werkgever mag een transitievergoeding van € 2.000 aanwijzen als eindheffingsloon.

De transitievergoeding van € 2000 valt onder de vrije ruimte. Voor zover de werkgever de vrije ruimte overschrijdt, is hij 80% eindheffing verschuldigd.

 

Wetsartikel

Artikel 31a, lid 1, letter f van de Wet loonbelasting 1964

 

Meer informatie

Eindheffingsloon of loon werknemer: paragraaf 8.1.3 Handboek Loonheffingen
Gebruikelijkheidstoets: paragraaf 4.2 Handboek Loonheffingen

 

Gerelateerde handreikingen

Codes bij aangeven transitievergoeding

 
 
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Geen arbeidskorting over ontslagvergoeding

Ontslagvergoeding is niet rechtstreeks gekoppeld aan tegenwoordige arbeid .
             
Deze vergoeding hangt meer samen met in het verleden verrichte arbeid. Daarom is de arbeidskorting niet van toepassing op zo’n ontslagvergoeding.

 
100 salarisverwerking 2020, loonadministratie,
 

Kantonrechter

Een werknemer kreeg na zijn ontslag van de kantonrechter een ontslagvergoeding toegekend. Bij de vaststelling van die vergoeding had de rechter rekening gehouden met enkele omstandigheden. Zo speelde onder meer een rol dat de werknemer langdurige ziek was geweest. De werkgever had over een lange termijn loon moeten doorbetalen zonder dat daar arbeid tegenover stond. De werknemer vond dat de ontslagvergoeding inkomen uit tegenwoordige dienstbetrekking vormde. Daardoor meende hij ook recht te hebben op de arbeidskorting. Maar de inspecteur merkt de ontslagvergoeding aan als loon uit vroegere dienstbetrekking. De vraag is of dat terecht is.

 

Geen ontslagvergoeding – arbeidskorting

Hof Amsterdam betrekt oudere rechtspraak in zijn redenering. Volgens deze rechtspraak is bepalend of de inkomsten nauw verband houden met bepaalde verrichte arbeid. De inkomsten moeten een rechtstreekse beloning vormen voor verrichte arbeid. Anders is geen sprake van loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Het is onvoldoende als de inkomsten slechts meer algemeen hun oorzaak vinden in het voorheen verricht zijn van arbeid. Dat de dienstbetrekking waaruit de werknemer de inkomsten geniet nog bestond op dat genietingsmoment, is niet doorslaggevend. Het hof haalt uit de overwegingen van de kantonrechter dat de ontslagvergoeding geen rechtstreekse beloning is voor in 2015 verrichte arbeid. Daarmee is de ontslagvergoeding dus evenmin een onmiddellijke tegenprestatie voor die arbeid. De Belastingdienst heeft de toepassing van de arbeidskorting terecht geweigerd.
 
 

Wet: art. 22a LB 1964 en art. 8.1, eerste lid, onderdeel ‘e’ en 8.11 Wet IB 2001
 
Bron: Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2020 (gepubliceerd 4 maart 2020), ECLI:NL:GHAMS:2020:435, 19/00559
 
 
Overheid, wet en regelgeving, rechter, kantongerecht, rechtszaak, rechtbank, rechter, rechtshulp, adviesrecht, rechtspraak, juridische zaken,

door100% Salarisverwerking B.V.

Ruim € 25 miljoen extra om fraude met toeslagen tegen te gaan

Fraude met toeslagen aanpak.

                     

Mensen die opzettelijk onterecht toeslagen of inkomensafhankelijke regelingen aanvragen, plegen fraude. De Rijksoverheid heeft ruim € 25 miljoen extra vrijgemaakt om fraude met toeslagen tegen te gaan.

 

Bekostiging aanpak van fraude met inkomensafhankelijke regelingen

De aanpak van fraude met inkomensafhankelijke regelingen wordt bekostigd uit de belastingopbrengsten. Inkomensafhankelijke regelingen zijn bijvoorbeeld:

  • studiefinanciering,
  • bijstand,
  • arbeidskorting,
  • algemene heffingskorting.

 

Aanpak fraude met toeslagen

Het kabinet heeft fraudeaanpak bovenaan de agenda staan.
Er zijn maatregelen genomen op het gebied van:

Toezicht en handhaving

Preventie is effectiever dan achteraf het geld proberen terug te halen. Daarom is bijvoorbeeld de beslistermijn voor de aanvraag van toeslagen verlengd. Door de langere beslistermijn kan de Belastingdienst extra controleren bij aanvragen met een verhoogd risico op fraude. Dit moet voorkomen dat de Belastingdienst ten onrechte geld uitbetaalt en niet meer kan terughalen.

Boete en straf bij bewust misbruik

De reikwijdte van beboetbare feiten wordt uitgebreid. Hierdoor kunnen straks meer mensen als medeplichtigen worden aangemerkt. En een boete krijgen. Ook is er de 1 bankrekeningmaatregel. Deze moet ervoor zorgen dat het niet meer mogelijk is dat iemand misbruik maakt van identiteitsgegevens van een ander. En zo onterecht toeslag ontvangt op zijn eigen bankrekening.

Invorderen van verschuldigde belasting

Fraudeurs zijn beter op te sporen doordat er meer samenwerking is in landelijke fraudeprojecten. Maar ook door informatie te koppelen. De Belastingdienst zet bijvoorbeeld steeds meer automatische nummerplaatherkenning (ANPR) in. Wie toeslagschulden heeft, kan aangehouden worden om de schuld ter plekke te betalen.

 

Eerdere maatregelen toeslagenfraude

Mensen die ondersteuning in hun inkomen nodig hebben, ontvangen na de aanvraag zo snel mogelijk een toeslag. Hierbij gaat de overheid uit van vertrouwen en controleert achteraf of mensen daadwerkelijk recht hebben op een toeslag. Doordat de nadruk op dienstverlening ligt, was er in eerste instantie minder aandacht voor fraudepreventie.
 

Dit veranderde in 2010 door verschillende fraudegevallen

Het kabinet heeft in het Belastingplan 2013 maatregelen genomen tegen fraude:

  • Fraudeurs die 2 keer de fout ingaan met toeslagen, krijgen een boete van 150%. De boete wordt zo nodig verrekend met nog te ontvangen toeslag.
  • De Belastingdienst stopt een toeslag als iemand niet reageert op het verzoek om buitenlands inkomen op te geven.

 
 
Belastingen,Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst,premies,aangifte loonheffing, Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving,