Fictieve dienstbetrekking

door100% Salarisverwerking B.V.

Fictieve dienstbetrekking

Naast de privaatrechtelijke en publiekrechtelijke dienstbetrekking bestaat ook nog de fictieve dienstbetrekking.
       
Er zijn vele mogelijkheden en dienstverbanden om mensen voor u te laten werken, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst is met uw organisatie. Echter voor de Belastingdienst worden een aantal van deze dienstverbanden toch aangemerkt als een dienstverband. Dat noemt men dan een fictief dienstverband en kan dat betekenen dat u toch loonheffingen of werknemerspremies moet inhouden en werkgeverspremies moet afdragen. Over de voorwaarden voor de fictieve dienstverbanden voor de loonadministratie geven wij een kleine uitleg.

 

De fictieve dienstbetrekking

De artikelen 3, 4 en 5 van de Wet op de loonbelasting 1964 bestempelen een aantal bijzondere arbeidsverhoudingen tot dienstbetrekking. Deze ‘arbeidsverhoudingen’ worden doorgaans ‘fictieve dienstbetrekkingen’ genoemd.
Let op: pas als vastgesteld is dat er geen sprake is van een ‘gewone’ privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst komt men toe aan de vraag of er dan misschien wel sprake zou kunnen zijn van een fictieve dienstbetrekking.

Van de volgende personen wordt de arbeidsverhouding als een fictieve dienstbetrekking aangemerkt:

  • aannemers van werk en degenen die hen bijstaan bij dat werk;
  • freelancers;
  • provisiewerkers;
  • tussenpersonen;
  • meewerkende kinderen;
  • gelijkgestelden;
  • thuiswerkers;
  • leerlingen en stagiairs;
  • uitzendkrachten;
  • topsporters;
  • artiesten;
  • de pseudo-werknemer (opting-in).

Deze lijst is niet uitputtend: niet alle situaties waarin sprake is van een fictieve dienstbetrekking zijn genoemd.

Een aantal van de genoemde fictieve dienstbetrekkingen zullen we nader bespreken. Dit zijn de situaties waarover we in de praktijk de meeste vragen krijgen.

 

Meewerkende kinderen

Het kind van 15 jaar of ouder dat werkzaam is in de onderneming van zijn ouders wordt geacht (fictief) in dienst te zijn bij die onderneming, tenzij de onderneming deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met het kind waaruit het kind zelf winst uit onderneming geniet. Meewerkende kinderen in fictief dienstverband zijn niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen, ze vallen wel onder de Zorgverzekeringswet.
Let op: als het kind onder dezelfde voorwaarden in het bedrijf van de ouders werkt als het gewone bedrijfspersoneel, dan is er sprake van een gewone dienstbetrekking, waarvoor de normale regels gelden. Het kind is dan ook verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Indien het kind dat fictief in dienst geacht wordt te zijn nog tot het huishouden behoort van de ouders, dan kan op verzoek een vereenvoudigde regeling voor de loonheffingen worden toegepast. Hierbij behoeft slechts één keer per jaar aangifte voor de loonheffingen gedaan te worden, waarbij de berekening van de inhoudingen op eenvoudiger wijze plaats vindt.

 

Gelijkgestelden

Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van degene die persoonlijke arbeid verricht op doorgaans tenminste 2 dagen per week tegen een bruto-inkomen dat doorgaans over een week ten minste tweevijfde zal bedragen van het wettelijk minimum(jeugd)loon. Hoeveel uur per dag wordt gewerkt is niet relevant.

‘Normaliter’ duidt op een regelmatig patroon. Aan de hand van het te verwachten werkpatroon moet worden nagegaan of er doorgaans op 2 dagen per week wordt gewerkt. Wordt bij uitzondering wel eens niet of slechts één dag gewerkt, dan is nog wel sprake van ‘normaliter’ dus van een fictief dienstverband. Omgekeerd geldt ook dat iemand die doorgaans op slechts 1 dag per week werkzaam is en in bijzondere gevallen twee- of driemaal in een week werkt, niet opeens in fictieve dienstbetrekking is.

In de volgende gevallen is geen sprake van een fictieve dienstbetrekking als gelijkgestelde:

  • de arbeidsverhouding is al een privaatrechtelijke dienstbetrekking;
  • de arbeidsverhouding valt onder een van de andere fictieve dienstbetrekkingen;
  • degene die het werk verricht, doet dat als zelfstandig ondernemer;
  • het verrichten van de arbeid is rechtstreeks overeengekomen met een natuurlijk persoon t.b.v. diens persoonlijke aangelegenheden;
  • de arbeidsverhouding is aangegaan voor korter dan een maand;arbeid van een auteur of redactiemedewerker die niet beroepsmatig werkzaam is voor een uitgever;
  • arbeid als bestuurder van een vereniging of stichting;
  • arbeid van geestelijke aard (geestelijk verzorgers e.d.);
  • de arbeidsverhouding wordt in overwegende mate beheerst door familieverhoudingen.

 

Thuiswerkers

Thuiswerkers die persoonlijke arbeid verrichten tegen een bruto-inkomen dat doorgaans over een maand ten minste tweevijfde van het minimum(jeugd)loon bedraagt, zijn in fictieve dienstbetrekking. Onder het begrip thuiswerkers vallen niet alleen personen die in hun eigen huis werkzaam zijn, maar ook personen die hun werk niet in een bedrijf verrichten, maar op een door hen zelf te kiezen plaats. Als de thuiswerker zich laat bijstaan door één of twee hulpen, dan zijn deze ook in fictieve dienstbetrekking.

Uitzonderingen op de fictieve dienstbetrekking van thuiswerkers:

  • de thuiswerker laat zich doorgaans bijstaan door meer dan 2 hulpen (waarbij de echtgenoot en inwonende minderjarige kinderen buiten beschouwing worden gelaten);
  • de arbeidsverhouding valt tevens onder de bepalingen voor artiesten of uitzendkrachten;
  • degene die het werk verricht, doet dat als zelfstandig ondernemer;
  • het verrichten van de arbeid is rechtstreeks overeengekomen met een natuurlijk persoon t.b.v. diens persoonlijke aangelegenheden;
  • de arbeidsverhouding is aangegaan voor korter dan een maand;
  • arbeid van een auteur of redactiemedewerker die niet beroepsmatig werkzaam is voor een uitgever;
  • arbeid van geestelijke aard (geestelijk verzorgers e.d.);
  • de arbeidsverhouding wordt in overwegende mate beheerst door familieverhoudingen.

 

Leerlingen en stagiairs

Leerlingen en stagiairs die werkzaam zijn om vakbekwaamheid te verwerven (en die niet uitsluitend onderricht genieten) zijn voor de loonheffingen in beginsel in fictieve dienstbetrekking. Dit geldt voor leerlingen van scholen die een praktijk- of stagejaar vervullen, voor toekomstige werknemers die een periode als leerling meemaken en voor mensen die een (om)scholingscursus volgen bij een centrum voor vakopleiding van volwassenen.

Het voordeel dat de leerling geniet doordat hij gratis onderwijs krijgt, behoort niet tot het belaste loon. Een eventuele stagevergoeding (niet zijnde een onkostenvergoeding) vormt wel belast loon, evenals eventueel loon in natura.

Leerlingen en stagiairs die naast het onderricht ook een beloning ontvangen vallen onder de inhouding van loonbelasting, de premie voor de Zorgverzekeringswet en de werknemersverzekeringen met uitzondering van de WW en de WAO/WIA. Voor de WW moet er namelijk sprake zijn van productieve arbeid en normaal loon. Voor het risico van arbeidsongeschiktheid vallen ze onder de WAJONG.

 

De pseudo-werknemer (opting-in)

Als een arbeidsverhouding geen ‘normale’ dienstbetrekking is en tevens geen fictieve, dan kan op gezamenlijk verzoek van de ‘pseudo-werknemer’ en de opdrachtgever de arbeidsverhouding toch als dienstbetrekking worden aangemerkt. De arbeid mag niet worden verricht in de uitoefening van een bedrijf of beroep.

De opting-in regeling geldt alleen voor de loonbelasting en de premie voor de Zorgverzekeringswet.
Er kunnen verschillende overwegingen zijn om een arbeidsverhouding vrijwillig als dienstbetrekking aan te merken. Zo kan het prettig zijn als op de beloning reeds de verschuldigde (loon)belasting is ingehouden, zodat dat niet meer via de aanslagregeling behoeft te gebeuren. Ook kan het gaan om de mogelijkheid te hebben gebruik te maken van de faciliteiten die de loonbelasting kent, waarbij gedacht kan worden aan het kunnen toekennen van vrije vergoedingen en verstrekkingen of het onbelast kunnen opbouwen van pensioen.

Heeft u nog vragen of opmerkingen over de fictieve dienstbetrekking neem gerust contact op.

 
 

Gerelateerd

Einde aan “slapend dienstverband”!
Meewerkende kinderen in de loonaangifte
Aanvragen doelgroepverklaring bij indiensttreding vóór 1 oktober
 
Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving, personeelszaken, hrm,

Over de auteur

100% Salarisverwerking B.V. administrator