Tag archief inkomstenbelasting

door100% Salarisverwerking B.V.

Antwoorden uitruil reiskosten, webinar corona

De Belastingdienst heeft een aantal vragen over de uitruil van reiskosten in corona tijd beantwoord.
          
Het gaat om vragen die deelnemers hebben gesteld tijdens het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen ’.

Het webinar werd georganiseerd door de Belastingdienst en heeft op 30 september plaatsgevonden. Het ging onder andere over de gevolgen van de coronamaatregelen voor de loonheffingen, inkomsten- en vennootschapsbelasting en de invordering.

Hieronder leest u de vragen en antwoorden.

 
1. Een werknemer krijgt een vaste reiskostenvergoeding van € 0,08 per kilometer op basis van de 214-dagenregeling. Hij werkt sinds de coronamaatregelen vanuit huis. In december 2020 geeft de werknemer aan dat hij het individueel keuzebudget (IKB) wil inzetten voor een aanvullende reiskostenvergoeding. Kan de werkgever onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer op basis van de 214-dagenregeling?
De werkgever mag de goedkeuring uit het besluit alleen toepassen als de werknemer zijn keuze voor de uitruil vóór 13 maart 2020 heeft gemaakt.

In dit geval geldt de goedkeuring uit het besluit niet.

De werknemer mag alleen uitruilen op basis van 214 dagen als aan het einde van het jaar blijkt dat hij in 2020 meer dan 128 dagen werkelijk heeft gereisd. Heeft hij minder dan 128 dagen gereisd, dan mogen alleen de werkelijke reisdagen uitgeruild worden.
 
2. Werknemers kunnen meerdere keren per jaar uitruilen. In het salarissysteem moet de werknemer de keuze iedere keer opnieuw maken. Mag een werknemer het hele jaar onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer als hij al 2 maanden heeft uitgeruild vóór 13 maart 2020?
Nee. De werkgever mag de goedkeuring voor uitruil uit het besluit alleen toepassen voor de keuzes die de werknemer vóór 13 maart 2020 heeft doorgegeven. Omdat de werknemer meerdere keren per jaar de keuze moet maken, geldt de goedkeuring niet voor de keuzes die hij na deze datum doorgeeft.
 
3. Een werknemer heeft vóór 13 maart 2020 digitaal doorgegeven dat ze wil uitruilen tot € 0,19 per kilometer. Ze heeft nog niet aangegeven of ze de uitruil maandelijks wil toepassen of aan het einde van het jaar. Kan de werkgever de goedkeuring uit het besluit toepassen?
Ja. Het besluit ziet op reiskostenvergoedingen waarop de werknemer een onvoorwaardelijk recht had vóór 13 maart 2020. Dit geldt als de werkgever en werknemer vóór die datum zijn overeengekomen dat de werknemer zijn IKB in 2020 gaat uitruilen tegen een onbelaste reiskostenvergoeding. De werkgever is in dat geval op 13 maart 2020 verplicht tot de uitruil. Alleen het moment van uitruilen stond nog niet vast.
 
4. De werkgever betaalt een vaste reiskostenvergoeding van € 0,12 per kilometer. Een werknemer maakt gebruik van de mogelijkheid om uit te ruilen tot € 0,19 per kilometer voor een aanvullende reiskostenvergoeding. De werkgever zet de reiskostenvergoeding tijdelijk stop vanaf 1 mei tot 1 oktober 2020, omdat de werknemer thuiswerkt. Wat is de fiscale ruimte over deze periode?
Als de werknemer zijn keuze voor deze uitruil vóór 13 maart 2020 heeft gemaakt, kan de werkgever de goedkeuring uit het besluit toepassen op de aanvullende reiskostenvergoeding.

Op basis van het besluit mag de werknemer € 0,19 per kilometer uitruilen over de periode 1 mei tot 1 oktober. De fiscale ruimte bedraagt dan 214 x € 0,19 x aantal kilometers minus de reiskostenvergoeding die de werknemer al heeft ontvangen in het kalenderjaar.
 
5. Hoe moet je de 128 dagen toetsen in verband met de onbelaste uitruil tot € 0,19 per kilometer tegen een eindejaarsuitkering op basis van 214 dagen?
Als de goedkeuring uit het besluit niet van toepassing is, mag de werknemer alleen uitruilen op basis van 214 dagen als hij kan aantonen dat hij daadwerkelijk 128 dagen gereisd heeft in 2020.
 
6. Werknemers krijgen een reiskostenvergoeding van € 0,19 per kilometer tot maximaal 100 kilometer per dag. Het meerdere mag de werknemer onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer via een cafetariaregeling. Uitruil is alleen mogelijk voor de werkelijk gereden kilometers waarvoor de werknemer geen vergoeding ontvangt. Kan dit ook nog als de werknemer na 13 maart 2020 verhuist en meer zakelijke kilometers rijdt?
Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. U kunt hiervoor vooroverleg aanvragen.
 
7. De werknemers ontvangen een reiskostenvergoeding op basis van de werkelijk gereden kilometers. Kan de werknemer onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer met de eindejaarsuitkering, ook al is de overeenkomst na 13 maart getekend?
In dit geval is de goedkeuring uit het besluit niet van toepassing. De werkgever mag altijd een reiskostenvergoeding geven voor de werkelijk gereisde kilometers. De werknemer kan dan brutoloon uitruilen tot € 0,19 per werkelijk gereisde kilometer. Meer over reiskostenvergoedingen leest u in hoofdstuk 21 Handboek Loonheffingen.
 
8. Een werknemer heeft vóór 13 maart de keuze gemaakt voor onbelaste uitruil tot € 0,19 per kilometer van een reiskostenvergoeding voor het hele jaar op basis van 5 reisdagen per week. Per 1 juni heeft de werknemer een contract voor 4 dagen per week. Mag hij dan nog uitruilen op basis van de 214-dagenregeling? Of moet de werkgever vanaf 1 juni uitgaan van de werkelijke reisdagen?
De werkgever kan de goedkeuring uit het besluit blijven toepassen op de uitruil voor een reiskostenvergoeding op basis van 5 reisdagen. Dit geldt als er een onvoorwaardelijk recht bestond vóór 13 maart 2020. Dit recht wijzigt niet na 12 maart, alleen het aantal werkdagen van de werknemer. De goedkeuring vervalt hierdoor niet. Het kan zijn dat de werkgever de reiskostenvergoeding naar beneden bijstelt. Fiscaal gezien is dat niet vereist.
 
9. De werkgever heeft op 1 januari 2020 een applicatie ingericht waarin de werknemer op basis van de 214-dagenregeling reiskosten onbelast kan uitruilen tot € 0,19 per kilometer. De vaste werkdagen en de kilometervergoeding zijn hierin vastgelegd voor het hele jaar. De werknemer kiest zelf of hij maandelijks uitruilt of aan het eind van het jaar. Is in deze situatie sprake van een onvoorwaardelijk recht op uitruil op basis van het ingevoerde reispatroon?
Dit is afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Het besluit ziet alleen op reiskostenvergoedingen waarop de werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had. Hiervan is sprake als de werkgever en de werknemer vóór die datum zijn overeengekomen dat de werknemer zijn IKB in 2020 uitruilt tegen een onbelaste reiskostenvergoeding. De goedkeuring uit het besluit kan de werkgever ook toepassen als het moment waarop de uitruil gaat plaatsvinden nog niet vaststaat. Zie het antwoord op vraag 3.

 

Meer informatie

Handboek LoonheffingenBesluit noodmaatregelen coronacrisis
 
 

Gerelateerde berichten

Opname webinar ‘Fiscale gevolgen coronamaatregelen
Webinar corona: antwoorden gebruikelijk loon
Webinar corona: antwoorden algemene vragen
Webinar corona: antwoorden buitenlandse situaties
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen bij buitenlandse situaties

De Belastingdienst heeft een aantal vragen over buitenlandse situaties beantwoord.
               
Het gaat om vragen die deelnemers hebben gesteld tijdens het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen ’.

Het webinar werd georganiseerd door de Belastingdienst en heeft op 30 september plaatsgevonden. Het ging onder andere over de gevolgen van de coronamaatregelen voor de loonheffingen, inkomsten- en vennootschapsbelasting en de invordering.
Hieronder leest u de vragen en antwoorden.

Coronavirus- fiscale maatregelen en de gevolgen video inlog, belastingdienst, fiscale maatregelen,
 

1. Wat wordt bedoeld met substantieel werken in woonland?

Het begrip substantieel werken is belangrijk voor de toepassing van de Europese sociale zekerheids-verordening 883/2004.

In de Praktische Gids ‘Over de toepasselijke wetgeving ’ van de Europese commissie vindt u de volgende omschrijving:

“Een “substantieel gedeelte van de werkzaamheden” verricht in een lidstaat betekent dat een kwantitatief substantieel deel van alle werkzaamheden daar wordt verricht, zonder dat het hierbij noodzakelijkerwijs om het grootste deel van deze werkzaamheden hoeft te gaan.

De beoordeling of een substantieel gedeelte van de werkzaamheden in een lidstaat wordt verricht, gebeurt mede op grond van de volgende indicatieve criteria:

  • de arbeidstijd en/of
  • het loon.

Indien in het kader van een algemene beoordeling blijkt dat ten minste 25 % van de arbeidstijd van een werknemer in de lidstaat van de woonplaats wordt besteed en/of ten minste 25 % van zijn loon in de lidstaat van de woonplaats wordt verdiend, dan geldt dit als een indicatie dat een substantieel gedeelte van alle werkzaamheden van de werknemer in die lidstaat wordt verricht.

Hoewel het verplicht is rekening te houden met de criteria arbeidstijd en/of loon, is dat geen uitputtende lijst en mogen er daarnaast andere criteria in overweging worden genomen. Het is aan de aangewezen organen om alle relevante criteria in aanmerking te nemen en de situatie van de betrokkene als geheel te beoordelen vooraleer te beslissen welke wetgeving van toepassing is.

Naast de bovenstaande criteria moet voor de vaststelling van de toepasselijke wetgeving ook rekening worden gehouden met de verwachte situatie in de volgende twaalf kalendermaanden.

Werkzaamheden in het verleden zijn echter ook een betrouwbare graadmeter voor toekomstig gedrag, en indien een beslissing niet op grond van geplande arbeidspatronen of dienstroosters kan worden genomen, zou het derhalve redelijk zijn naar de situatie in de voorgaande twaalf maanden te kijken en deze informatie te gebruiken bij de beoordeling van substantiële werkzaamheden.
Indien een onderneming slechts onlangs is opgericht, kan de beoordeling op een passende kortere periode worden gebaseerd.”

 

2. Een belastingplichtige verblijft te lang in het woonland (Spanje) door Covid-19. Nederland is de werkstaat. Spanje volgt niet het advies van het OESO-secretariaat. Hoe gaat Nederland om met de 183-dagenregeling?

Voor de toepassing van het belastingverdrag Spanje – Nederland, zijn tussen Spanje en Nederland geen afspraken gemaakt in het kader van de coronamaatregelen. Dat betekent dat u het belastingverdrag op de reguliere wijze moet toepassen. Als een werknemer thuis moet werken, dan is het loon voor deze thuiswerkdagen belast in het land waar de werknemer woont.

 

3. OESO adviseert om geen fiscale gevolgen te verbinden aan bijzondere omstandigheden als gevolg van COVID-19. Dit staat in de OESO-analyse van belastingverdragen en de gevolgen van de coronacrisis. Dit betekent geen wijzigingen van de fiscale woonplaats van de expat en geen nieuwe vaste inrichtingen voor zijn werkgever. Hoe gaat Nederland hiermee om?

Nederland onderschrijft de OESO-analyse. Dit leest u op pagina 20 van de antwoorden op Kamervragen van 15 juni 2020:

“Op 3 april 2020 heeft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) een aantal richtsnoeren gepubliceerd over de gevolgen van de coronacrisis voor de toepassing van belastingverdragen (hierna: ‘OESO-analyse’).

De OESO merkt op dat het onwaarschijnlijk is dat de coronacrisis invloed heeft op het vaststellen van vaste inrichtingen in de zin van belastingverdragen en dat het onwaarschijnlijk is dat als gevolg van de coronacrisis de vestigingsplaats van vennootschappen en woonplaats van natuurlijke personen in de zin van belastingverdragen zal veranderen. De OESO verwijst hiervoor naar verschillende passages uit het OESO-commentaar.

Het OESO-commentaar is voor Nederland van grote betekenis en Nederland onderschrijft dan ook deze OESO-analyse ten aanzien van de coronacrisis.”

 

4. Bij onze organisatie werken een aantal medewerkers vanaf maart 100% thuis. Sommige medewerkers wonen in België en Duitsland. Blijven deze medewerkers belastingplichtig en sociaal verzekerd in de werkstaat, dus Nederland?

Als de medewerkers thuiswerken door de coronamaatregelen heeft dit geen gevolgen voor de sociale zekerheid. Meer informatie leest u op svb.nl.

Voor de toepassing van het verdrag kan ervoor gekozen worden om de thuiswerkdagen, als gevolg van de coronacrisis, toch aan te merken als werkdagen in Nederland. Hiervoor gelden een aantal voorwaarden. Dit kunt u lezen in de afspraken die Nederland heeft gemaakt met Duitsland en België.

De afspraken tussen Nederland en Duitsland vindt u in de Staatscourant van 10 april 2020.

De afspraken tussen Nederland en België staan in de Staatscourant van 8 mei 2020.

 

Let op!

De antwoorden zijn informatief van aard. Wilt u een uitspraak van de Belastingdienst in een specifieke situatie, dan kunt u vooroverleg aanvragen.

 

Meer antwoorden

Binnenkort leest de antwoorden op vragen die gesteld zijn over reiskostenvergoedingen en vergoedingen voor thuiswerken.

 
 

Meer informatie

Handboek Loonheffingen
Besluit noodmaatregelen coronacrisis
 
 

Gerelateerd

Antwoorden gebruikelijk loon – Webinar corona
Fiscale gevolgen coronamaatregelen: Opname webinar
Belastingdienst: coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen

 
 
Intermediairdagen 2020 belastingdienst, overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Belastingdienst: coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen

Antwoorden algemene vragen bij webinar corona

                  

De Belastingdienst heeft een aantal algemene vragen beantwoord. Het gaat om vragen die deelnemers hebben gesteld tijdens het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen ’.

Het webinar werd georganiseerd door de Belastingdienst en heeft op 30 september plaatsgevonden. Het ging onder andere over de gevolgen van de coronamaatregelen voor de loonheffingen, inkomsten- en vennootschapsbelasting en de invordering.
Hieronder leest u de vragen en antwoorden.

100 salarisverwerking 2020, loonadministratie, salarisverwerking, salarisadministratie, salarisverwerkers, salaris, loon, belastingen,loonheffingen, aangifte, tegemoetkomingen, toeslagen, subsidie, wab, wet en regelgeving, overheid

 

1. De werkgever mag op grond van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis een onbelaste vaste kostenvergoeding doorbetalen als de werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had op deze vergoeding. Hoe zit het met vaste kostenvergoedingen die de werkgever na deze datum toekent?

Voor vaste kostenvergoedingen die de werkgever vanaf 13 maart 2020 toekent, gelden de normale fiscale regels. Meer hierover leest u in paragraaf 4.6.1 Handboek Loonheffingen.

 

2. Wij betalen een vaste kostenvergoeding aan zowel werknemers die vóór 13 maart in dienst waren als aan werknemers die daarna in dienst kwamen. Is de kostenvergoeding voor de ‘oude’ werknemers onbelast en voor de ‘nieuwe’ werknemers belast?
Had de werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht op een vaste kostenvergoeding, dan valt deze onder de goedkeuring van het besluit.

Dit geldt niet voor werknemers die na 13 maart in dienst komen. Zij hadden namelijk vóór 13 maart nog geen onvoorwaardelijk recht op de vergoeding.

Voor vaste kostenvergoedingen die een werkgever vanaf 13 maart 2020 toekent, gelden de normale fiscale regels. Meer hierover leest u in paragraaf 4.6.1 Handboek Loonheffingen.

 

3. De werkgever maakt gebruik van een individueel keuzebudget (IKB) in plaats van een cafetariamodel. Werknemers kunnen maandelijks gebruik maken van een uitruil. Is het belangrijk dat de werknemer een IKB heeft vóór 13 maart? Of moet het tijdstip van uitruil vóór 13 maart liggen?

De goedkeuring uit het besluit ziet alleen op vaste reiskostenvergoedingen en op andere vaste vergoedingen. De goedkeuring uit het besluit is in dit geval alleen van toepassing als de werknemer zijn keuze om zijn IKB te ruilen voor deze vergoedingen vóór 13 maart 2020 heeft gemaakt. De datum van 13 maart 2020 is niet van belang als de werknemer wil uitruilen voor andere doeleinden.

 

4. Mogen werknemers die na 13 maart in dienst zijn gekomen en vanaf dan een IKB krijgen fiscaalvriendelijk een fiets aanschaffen?

De goedkeuring in het besluit ziet alleen op vaste reiskostenvergoedingen en andere vaste kostenvergoedingen. De datum van 13 maart 2020 is niet van belang als de werknemer wil uitruilen voor andere doeleinden. Als de werknemer zijn IKB inzet voor een fietsvergoeding, gelden de normale fiscale regels. Meer hierover leest u in paragraaf 21.7 en 4.15.1 Handboek Loonheffingen.

 

5. Een werknemer ontvangt een voorziening die voldoet aan de voorwaarden van het noodzakelijkheidscriterium. Moet de werkgever dan ook eventuele reparatiekosten aan deze voorziening betalen? Mag hij deze kosten in rekening brengen bij de werknemer?

Ja, de kosten van een noodzakelijke voorziening, dus ook eventuele reparatiekosten zijn voor rekening van de werkgever, zonder dat hij deze verhaalt op de werknemer. Dat volgt uit de voorwaarden die gelden bij het noodzakelijkheidscriterium (zie het antwoord op vraag 6 en paragraaf Handboek Loonheffingen 20.17).

 

6. De werkgever moet alle kosten betalen als hij gebruik wil maken van de gerichte vrijstelling voor noodzakelijke voorzieningen. Wat is de wettelijke basis hiervoor?

Dat de werkgever voor toepassing van het noodzakelijkheidscriterium alle kosten moet dragen, volgt artikel 31a, 2e lid, onderdeel g, onder 1°, en het 10e lid van dat artikel, Wet op de loonbelasting 1964.

 

7. Is een keuze in een IKB van de werknemer te beschouwen als een eigen bijdrage in de zin van de gerichte vrijstelling voor noodzakelijke voorzieningen?

De gerichte vrijstelling voor noodzakelijke gereedschappen et cetera is niet van toepassing als de voorziening onderdeel uitmaakt van een cafetariaregeling. Een IKB is een voorbeeld van een cafetariaregeling.

 

8. Zijn coronatesten voor werknemers gericht vrijgesteld of komt dit ten laste van de vrije ruimte?

De vergoeding voor een coronatest is gericht vrijgesteld als deze voldoet aan de voorwaarden van een arbo-voorziening. Dit is een voorziening die rechtstreeks voortvloeit uit het arbeidsomstandighedenbeleid dat de werkgever voert op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. Hieronder valt ook een geneeskundige keuring in het kader van preventie- en verzuimbeleid.

Meer over de voorwaarden leest u in paragraaf 20.1.9 Handboek Loonheffingen.

Als de gerichte vrijstelling niet van toepassing is, mag u de vergoeding aanwijzen als eindheffingsloon. Deze komt dan ten laste van de vrije ruimte. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt de werkgever 80% eindheffing.

 

9. Een werkgever heeft nog veel vrije ruimte over. Mag hij deze ruimte gebruiken om een gedeelte van het loon uit te ruilen tegen een onbelaste vergoeding?

Ja. De werkgever kan een gedeelte van het loon in zijn vrije ruimte onderbrengen. Hiervoor moet hij dit loon aanwijzen als eindheffingsloon. De aanwijzing moet wel gebruikelijk zijn.

De Belastingdienst beschouwt vergoedingen tot een bedrag van € 2.400 per persoon per jaar als gebruikelijk.

Meer informatie over de gebruikelijkheidstoets leest u in paragraaf 4.2 Handboek Loonheffingen.

 

10. Heeft de NOW-regeling invloed op de hoogte van de vrije ruimte?

De NOW-regeling is een tegemoetkoming voor werkgevers in de loonkosten op basis van een bepaald omzetverlies. De werkgever moet zelf het loon uitbetalen. De tegemoetkoming in de loonkosten heeft dus geen invloed heeft op de hoogte van de vrije ruimte.

 

11. Zijn de herregistratiekosten van zorgpersoneel gericht vrijgesteld of komen deze ten laste van de vrije ruimte?

De werkgever moet toetsen of hiervoor een gerichte vrijstelling geldt. Meer over gerichte vrijstellingen leest u in paragraaf 20.1 Handboek Loonheffingen.
Als er geen gerichte vrijstelling van toepassing is, kan de werkgever de vergoeding mogelijk aanwijzen als eindheffingsloon. Deze komt dan ten laste van de vrije ruimte. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt de werkgever 80% eindheffing.

 

Let op!

De antwoorden zijn informatief van aard. Wilt u een uitspraak van de Belastingdienst in een specifieke situatie, kunt u vooroverleg aanvragen.

Binnenkort leest u meer over de antwoorden op vragen die gesteld zijn over reiskostenvergoedingen en vergoedingen voor thuiswerken.

 

Meer informatie

Handboek Loonheffingen
Besluit noodmaatregelen coronacrisis
 
 

Gerelateerd

Antwoorden gebruikelijk loon – Webinar corona
Fiscale gevolgen coronamaatregelen: Opname webinar

 
 
Coronavirus- fiscale maatregelen en de gevolgen video inlog, belastingdienst, fiscale maatregelen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Antwoorden gebruikelijk loon – Webinar corona

De Belastingdienst heeft vragen over het gebruikelijk loon beantwoord.
              
Het gaat om vragen die deelnemers hebben gesteld tijdens het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen’.

Het webinar werd georganiseerd door de Belastingdienst en heeft op 30 september plaatsgevonden. Het ging onder andere over de gevolgen van de coronamaatregelen voor de loonheffingen, inkomsten- en vennootschapsbelasting en de invordering.

Hieronder leest u de antwoorden op de vragen over het gebruikelijk loon.

1. Een aanmerkelijkbelanghouder (ab-houder) mag in 2020 zijn gebruikelijk loon evenredig verlagen aan de omzetdaling. Kan dit ook als de omzet van de bv bestaat uit een management fee?

Het gaat om de omzetdaling van de bv waarvoor de dga arbeid verricht. Bestaat de omzet van deze bv uit een management fee, dan gaat u hiervan uit.

U mag het gebruikelijk loon voor het jaar 2020 als volgt berekenen:

  • Gebruikelijk loon 2020 = A x B/C
  • A = het gebruikelijk loon over 2019
  • B = de omzet over de eerste 4 kalendermaanden van 2020
  • C = de omzet over de eerste 4 kalendermaanden van 2019

Meer informatie vindt u in onderdeel 6.3 van Besluit noodmaatregelen coronacrisis.

2. Hoe stel je het gebruikelijk loon vast als de omzetdaling na april plaatsvindt?

Als de omzetdaling pas vanaf mei plaatsvindt, kunt u het gebruikelijk loon niet lager vaststellen op grond van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis. U kunt het gebruikelijk loon indien gewenst wel via vooroverleg afstemmen met de inspecteur.

3. Mag een bv die dit jaar gestart is een lager gebruikelijk loon toekennen aan een dga?

Voor een bv die dit jaar is gestart kunt u het gebruikelijk loon niet lager vaststellen op grond van Besluit noodmaatregelen coronacrisis.

Bij een startende onderneming mag u in sommige gevallen het gebruikelijk loon wel lager vaststellen. Meer informatie hierover leest u in paragraaf 16.1 van Handboek Loonheffingen.

4. Een dga is in dienstbetrekking bij de holding en de werkmaatschappij. De holding betaalt het loon aan de dga op grond van de doorbetaaldloonregeling. De dga wil zijn gebruikelijk loon verlagen op grond van het besluit. Welke omzet gebruikt hij?

Als de werknemer een aanmerkelijk belang heeft in de werkmaatschappij, stelt u het gebruikelijk loon als volgt vast op basis van het besluit:

  • Voor de werkzaamheden die de dga verricht voor de werkmaatschappij, gaat u uit van de omzet van de werkmaatschappij.
  • Voor de werkzaamheden die de dga verricht voor de holding (exclusief de werkzaamheden voor de werkmaatschappij), gaat u uit van de omzet in de holding (exclusief het doorbetaalde loon).

5. Mag een dga een zakelijke lening afsluiten bij zijn bv als de dga zijn loon heeft verlaagd op basis van het besluit?

De voorwaarden in Besluit noodmaatregelen coronacrisis (zie hieronder) staan niet in de weg aan het afsluiten van een lening op zakelijke voorwaarden. Daarbij is van belang dat de lening geen verband heeft met de aanpassing van het gebruikelijk loon.

In paragraaf 6.3 van het besluit staan 3 voorwaarden:

  • De rekening-courantschuld of het dividend neemt niet toe als gevolg van het lagere gebruikelijk loon.
  • Als de AB-werknemer feitelijk meer loon heeft genoten, dan geldt dat hogere loon.
  • De goedkeuring geldt niet voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2020 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.

6. Mag een dga gebruikmaken van een rekening-couranttegoed?

Als een dga zijn loon lager vaststelt op grond van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis, mag de rekening-courantschuld niet toenemen.

Dit is één van de voorwaarden die is genoemd in het besluit.

 

Let op!

De antwoorden zijn informatief van aard. Wilt u een uitspraak van de Belastingdienst in een specifieke situatie kunt u vooroverleg aanvragen.

 
 

Gerelateerde berichten

Opname webinar ‘Fiscale gevolgen coronamaatregelen’

 
 
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid, kabinet

door100% Salarisverwerking B.V.

Fiscale gevolgen coronamaatregelen: Opname webinar

Hebt u het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen ’ niet kunnen volgen en wilt u dit alsnog bekijken ?
     
Vanaf nu is de video-opname beschikbaar.

Het webinar werd georganiseerd door de Belastingdienst en heeft op 30 september plaatsgevonden. Het ging onder andere over de gevolgen van de coronamaatregelen voor de loonheffingen, inkomsten- en vennootschapsbelasting en de invordering.

 

Onderwerpen loonheffingen

Voor de loonheffingen kwamen de volgende onderwerpen aan bod:

  • vrije ruimte in de werkkostenregeling
  • vaste reiskostenvergoedingen
  • vaste kostenvergoedingen
  • gebruikelijk loon
  • thuiswerkvoorzieningen
  • Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)

Het volledige webinar duurde 2 uur en 12 minuten waarvan 35 minuten voor het onderdeel loonheffingen.

Antwoord op vragen

Tijdens het webinar zijn veel vragen gesteld. Als de Belastingdienst deze vragen heeft beantwoord, leest u dit in een bericht op Forum Salaris.

Let op!

De informatie die de Belastingdienst verstrekte tijdens het webinar is gebaseerd op de gegevens die op 30 september 2020 beschikbaar waren.

Het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen’ kunt u hier bekijken.

 

Presentatie PowerPoint

Bekijk de power-pointpresentatie van het webinar van de Belastindienst.
Klik hier PPTX 1.6mb
Webinar fiscale coronamaatregelen PowerPoint presentatie
 
 

Gerelateerd

Coronavirus, fiscale maatregelen en de gevolgen: Expertsessie
Vrije ruimte werkkostenregeling tijdelijk verhoogd
Dienstbetrekking stagiairs, echt of fictief?
Overzichtsartikel WAB update
 
 
TOGS-regeling, Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving, personeelszaken, hrm,