Tag archief handreiking

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking over opname levensloop aangepast

De Belastingdienst heeft de handreiking ‘ Opname levenslooptegoed in aangifte ’ geactualiseerd.
         
Er is informatie toegevoegd over de verwerking van het tegoed vanaf 1 november. Daarnaast zijn de jaartallen aangepast.

De leeftijdsgrenzen zijn aangepast aan de regels voor 2021.

Over de verwerking van het levenslooptegoed vanaf 1 november 2021, is de volgende informatie toegevoegd:

 

Verwerking levensloop vanaf 1 november 2021

Staat op 1 november 2021 nog levenslooptegoed op de levenslooprekening van de werknemer? Dan wordt de werknemer geacht op dat moment het levenslooptegoed te genieten. Het fictieve genietingsmoment is dan 1 november. Niet de werkgever, maar de levensloopinstelling verwerkt dit in de aangifte loonheffingen.
 
 
Lees meer in Opname levenslooptegoed in aangifte.
 
 
Bron: Belastingdienst
 
 
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking aanmelden als werkgever

In deze handreiking leest u hoe u zich bij de Belastingdienst aanmeldt als werkgever en welke gegevens u vervolgens ontvangt.

     
Neemt u personeel in dienst, dan meldt u zich aan met het formulier ‘Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever’. Dit formulier stuurt u per post naar de Belastingdienst.
 

Aanmelden via Kamer van Koophandel

Neemt u bij de start van de onderneming direct personeel in dienst, dan kunt u zich bij de inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KVK) aanmelden als werkgever. De KVK zorgt voor de afhandeling richting de Belastingdienst.

 

Loonheffingennummer

Nadat de Belastingdienst het aanmeldformulier heeft ontvangen, krijgt u binnen 5 werkdagen een loonheffingennummer.

Meldt u zich aan vóór indiensttreding van een werknemer, dan krijgt u een loonheffingennummer binnen 5 werkdagen nadat de werknemer in dienst is gekomen.

 

Aangiftebrief loonheffingen

Na aanmelding ontvangt u binnen 3 weken de ‘Aangiftebrief Loonheffingen’. In deze brief staan de volgende gegevens:

  • de tijdvakken waarover u aangifte moet doen
  • de uiterste aangifte- en betaaldatum per tijdvak
  • het betalingskenmerk per tijdvak

Deze gegevens hebt u nodig om op tijd aangifte loonheffingen in te dienen en te betalen.

Let op!

De Belastingdienst verstrekt de brief maar 1 keer, bewaar deze daarom in de administratie.

 

Gegevens werknemersverzekeringen

Als u voor de werknemers premies werknemerszekeringen moet betalen, dan ontvangt u binnen 4 weken brieven met informatie over:

  • de sectorindeling
  • het percentage voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk)

 

Op later moment verzekerde werknemers

Hebt u zich al aangemeld als werkgever, maar neemt u op een later moment werknemers in dienst waarvoor u premies werknemersverzekeringen moet betalen? Dan meldt u dit met het formulier ’Melding Loonheffingen Premies werknemersverzekeringen betalen’.

 

Overname onderneming

Start u een onderneming door overname van een onderneming met werknemers, dan kunt u zich direct bij inschrijving bij de KVK aanmelden als werkgever.

Daarnaast verzendt u, samen met de overdragende werkgever, het formulier ‘Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten’.

U gebruikt dit formulier ook als de rechtsvorm van de onderneming verandert, of als u al werkgever bent en een andere onderneming met werknemers overneemt.
 

Gevolgen premie ZW en Whk

Als u een onderneming met werknemers overneemt, verandert de toerekening van eventuele ZW- en WGA-uitkeringslasten. Daarmee verandert misschien ook de gedifferentieerde premie Whk.

 

Formulieren

Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever
Melding Loonheffingen Premies werknemersverzekeringen betalen
Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten

 

Meer informatie

Paragraaf 2.1 Handboek Loonheffingen
 
 

Gerelateerde handreiking

Handreiking Wet overgang van onderneming
Handboek loonheffingen 2021 nieuwe versie
 
 
Aangifte loonheffingen, 2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking lage-inkomensvoordeel (LIV)

Een werkgever kan een tegemoetkoming in de loonkosten krijgen, als hij een werknemer met een laag loon in dienst neemt of heeft .
    
Dit is het lage-inkomensvoordeel (LIV). In deze handreiking leest u wat de voorwaarden zijn.

Een werkgever heeft recht op het LIV voor elke werknemer die voldoet aan onderstaande 4 voorwaarden.

De werknemer:

  • is verzekerd voor 1 of meer werknemersverzekeringen
  • had een gemiddeld uurloon in 2020 van minimaal € 10,29 en maximaal € 12,87 heeft een gemiddeld uurloon in 2021 van minimaal € 10,48 en maximaal € 13,12
  • heeft ten minste 1.248 verloonde uren per kalenderjaar
  • heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt

 

Gemiddeld uurloon

De minimum- en maximumbedragen van het gemiddelde uurloon zijn gebaseerd op het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder plus 8% vakantietoeslag.

U toetst het gemiddelde uurloon van de werknemer aan het laagste en hoogste uurloonbedrag.

Het gemiddelde uurloon van een werknemer is zijn jaarloon gedeeld door het aantal verloonde uren. Het jaarloon is het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking dat de werkgever aan de werknemer betaalt zolang de werknemer bij de werkgever in dienst is, en is verzekerd voor 1 of meer werknemersverzekeringen.
 
Geen onderdeel van het jaarloon zijn:

  • ZW-uitkeringen die een werkgever als eigenrisicodrager na afloop van de dienstbetrekking betaalt aan een ex-werknemer.
  • WGA-uitkeringen die de werkgever als eigenrisicodrager aan de werknemer betaalt.
  • WAO-, WIA- en WW-uitkeringen die de werkgever namens UWV aan de werknemer betaalt.
  • nabetalingen die de werkgever na afloop van de dienstbetrekking doet.

Als uitgangspunt voor het jaarloon neemt u kolom 8 van de loonstaat.

 

Let op!

Als een werkgever pensioenpremie inhoudt, kan het gemiddeld uurloon lager zijn dan € 10,29 (2020). Als een werknemer onregelmatigheidstoeslagen of bonussen krijgt, kan het gemiddeld uurloon hoger zijn dan € 12,87 (2020). De werkgever heeft dan geen recht op het LIV.

 

Werknemers jonger dan 21 jaar

De minimum- en maximumbedragen van het gemiddeld uurloon gelden ook voor werknemers die jonger zijn dan 21 jaar. Verdienen zij minder, dan ontvangt de werkgever mogelijk het jeugd-LIV.

 

1.248 verloonde uren per kalenderjaar

De voorwaarde van 1.248 verloonde uren per kalenderjaar geldt ook als de werknemer in de loop van het jaar in dienst komt. Deze uren worden niet evenredig verminderd.
Neemt een werkgever een onderneming over, dan tellen de verloonde uren van de werknemers bij de overdragende werkgever niet mee.

 

Meerdere inkomstenverhoudingen

Heeft de werknemer 2 of meer inkomstenverhoudingen bij de werkgever? Bijvoorbeeld omdat hij onder verschillende subnummers valt? Kijk dan naar het gemiddelde uurloon en de verloonde uren van deze inkomstenverhoudingen samen, om te bepalen of u voor deze werknemer recht hebt op het LIV.

 

AOW-leeftijd

Bereikt de werknemer in het begin van een kalenderjaar de AOW-leeftijd en stopt hij daarna met werken? Dan wordt de eis van 1.248 uren waarschijnlijk niet gehaald. De werkgever heeft dan geen recht op het LIV.

Als de werknemer na het bereiken van de AOW-leeftijd doorwerkt, dan tellen de verloonde uren na het bereiken van de AOW-leeftijd mee.
Voldoet de werknemer aan de uren-eis, dan heeft een werkgever nog recht op het LIV voor de verloonde uren van het aangiftetijdvak waarin de werknemer die leeftijd bereikt. Behalve als de werknemer de AOW-leeftijd bereikt op de 1edag van het aangiftetijdvak. Dan heeft een werkgever voor dat tijdvak geen recht meer op het LIV.

Voorbeeld
Een werknemer bereikt op 2 maart de AOW-leeftijd. Hij blijft doorwerken. In het kalenderjaar heeft hij meer dan 1.248 verloonde uren. De werkgever heeft recht op het LIV voor de tijdvakken januari, februari en maart. Vanaf april stopt het recht op het LIV.
Als hij op 1 maart de AOW-leeftijd bereikt, dan stopt het recht op LIV vanaf maart.

 

Geen aanvraag LIV

Een werkgever hoeft het LIV niet aan te vragen. UWV gebruikt de rubriek ‘Aantal verloonde uren’ in de loonaangifte om vast te stellen of een werkgever recht heeft op het LIV. Het is daarom belangrijk dat u deze rubriek correct invult.

 

Wanneer ontvangt een werkgever het LIV over 2020?

De Belastingdienst betaalt het LIV uiterlijk op 12 september 2021.

 

Berekening LIV

1. Een werkgever ontvangt van UWV vóór 15 maart 2021 een voorlopige berekening van het LIV. Die berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over 2020 die u tot en met 31 januari 2021 hebt gedaan.

2. Bent u het niet eens met die berekening, of vindt u dat u ten onrechte geen voorlopige berekening hebt gekregen? Dan kunt u tot en met 1 mei 2021 correcties over 2020 sturen. Die neemt UWV nog mee in de definitieve berekening van het LIV.
Correcties na 1 mei neemt UWV niet meer mee in de definitieve berekening, maar wel in de polisadministratie. Zijn uw aangiften juist, neem dan contact op met UWV.

3. UWV stelt vast of een werkgever recht heeft op het LIV en berekent de hoogte hiervan. De Belastingdienst krijgt deze informatie van UWV en maakt hiervoor een beschikking op. De werkgever ontvangt deze beschikking vóór 1 augustus 2021.

4. De Belastingdienst betaalt het LIV uiterlijk op 12 september 2021 aan de werkgever.

 

Hoogte LIV

De hoogte van het LIV hangt af van het aantal verloonde uren.

Recht op LIV en LKV Als een werkgever voor een werknemer recht heeft op het LIV en het loonkostenvoordeel (LKV), dan ontvangt hij alleen de hoogste tegemoetkoming. Zijn de bedragen van het LIV en het LKV even hoog, dan ontvangt hij alleen het LKV.  Regelhulp financieel CV U kunt inzicht krijgen of een werkgever recht heeft op het LIV met de Regelhulp financieel CV. Deze regelhulp geeft ook een schatting over de hoogte van het inkomensvoordeel.  Wetsartikelen Artikel 3.1 en 3.2 Wet tegemoetkoming loondomein  Meer informatie  Handboek loonheffingen (paragraaf 26.2 en 26.4) Kennisdocument Wtl (hoofdstuk 2) Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2021  (pagina 142 tot en met 144) Instructietabel verloonde uren Memo verloonde uren  Gerelateerde handreikingen Nabetalingen geen onderdeel van jaarloon LIV  Vragen over LIV en LKV  Handreiking jeugd-LIV

 

Recht op LIV en LKV

Als een werkgever voor een werknemer recht heeft op het LIV en het loonkostenvoordeel (LKV), dan ontvangt hij alleen de hoogste tegemoetkoming. Zijn de bedragen van het LIV en het LKV even hoog, dan ontvangt hij alleen het LKV.

 

Regelhulp financieel CV

U kunt inzicht krijgen of een werkgever recht heeft op het LIV met de Regelhulp financieel CV. Deze regelhulp geeft ook een schatting over de hoogte van het inkomensvoordeel.

 

Wetsartikelen

Artikel 3.1 en 3.2 Wet tegemoetkoming loondomein

 

Meer informatie

Handboek loonheffingen (paragraaf 26.2 en 26.4)
Kennisdocument Wtl (hoofdstuk 2)
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2021 (pagina 142 tot en met 144)
Instructietabel verloonde uren
Memo verloonde uren

 
 

Gerelateerde handreikingen

Nabetalingen geen onderdeel van jaarloon LIV
Vragen over LIV en LKV
Handreiking jeugd-LIV
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Gerichte vrijstelling internet en eigen bijdrage

Betaalt een eigen werknemer een eigen bijdrage voor een internetabonnement?
             
Dan kan de gerichte vrijstelling voor noodzakelijke voorzieningen toch van toepassing zijn.

 
Tot nog toe gold de gerichte vrijstelling alleen als alle kosten voor rekening van de werkgever kwamen. Als de werknemer een eigen bijdrage voor privégebruik betaalde, voldeed een werkgever volgens de Belastingdienst niet meer aan het noodzakelijkheidscriterium.
 
Dit standpunt geldt niet meer. De gerichte vrijstelling kan van toepassing zijn als de werknemer een eigen bijdrage voor privégebruik betaalt.
 
Het internetabonnement moet wel voldoen aan de voorwaarden voor noodzakelijke voorzieningen. U leest meer over deze voorwaarden in paragraaf 20.1.7 van het Handboek Loonheffingen 2020.
 
Het nieuwe standpunt staat nog niet in de 1e uitgave van het Handboek Loonheffingen 2021 die binnenkort verschijnt.
 
 
Bron: belastingdienst.nl
 

 

Gerelateerde handreiking

Welke gerichte vrijstellingen gelden voor de werkplek thuis?
 
 
 
Aangifte loonheffingen, 2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Update handreiking over werkplek thuis

De belastingdienst heeft de handreiking ‘ Welke gerichte vrijstellingen gelden voor de werkplek thuis? ’ geactualiseerd.
      
We hebben nieuwe voorbeelden toegevoegd en het bestaande voorbeeld uitgebreid.

 

De volgende nieuwe voorbeelden zijn opgenomen:

Voorbeeld: vergoeding inrichting thuiswerkplek zonder factuur

Alle werknemers ontvangen een vergoeding van € 500 voor de inrichting van de thuiswerkplek. Ze hoeven geen factuur in te leveren. De werkgever wijst de vergoeding aan als eindheffingsloon. Wat zijn de gevolgen voor de werkkostenregeling?

Zonder factuur komt de vergoeding van € 500 ten laste van de vrije ruimte. De gerichte vrijstellingen voor arbovoorzieningen en noodzakelijke voorzieningen zijn niet van toepassing. De werkgever kan zonder factuur niet toetsen of voldaan is aan de voorwaarden van deze gerichte vrijstellingen.
 

Voorbeeld: vaste thuiswerkvergoeding

Het Nibud heeft berekend dat de kosten voor thuiswerken gemiddeld € 2 per dag zijn. Deze kosten zien op koffie/thee, water-, gas- en elektriciteitsverbruik, wc-papier en afschrijving bureau en stoel. Een werkgever geeft hiervoor een vaste vergoeding. Hij wijst de vergoeding aan als eindheffingsloon. Wat zijn de gevolgen voor de werkkostenregeling?

De vaste vergoeding van € 2 per dag komt ten laste van de vrije ruimte. Hiervoor geldt geen gerichte vrijstelling.

Het volgende voorbeeld is uitgebreid:

Voorbeeld: kosten internet- en telefoonabonnement

Aan dit voorbeeld is informatie toegevoegd over een werkgever die slechts een gedeelte van de internetkosten vergoedt.

Een werknemer werkt thuis. Kan een werkgever de kosten van een internet- en telefoonabonnement onbelast vergoeden?
 

Internetaansluiting

Als een werkgever het nodig vindt dat zijn werknemer voor het thuiswerken een internetaansluiting heeft, mag hij deze onbelast vergoeden. De vergoeding valt dan onder de gerichte vrijstelling. Dit geldt ook als de werkgever slechts een deel van de internetkosten vergoed. Dit kan bijvoorbeeld bij een deeltijdmedewerker voorkomen. Het privévoordeel dat de werknemer heeft, is geen loon.
 

Abonnementskosten

Een vergoeding van de abonnementskosten voor de vaste telefoon valt niet onder de gerichte vrijstelling. De werkgever kan de vergoeding aanwijzen als eindheffingsloon. De vergoeding gaat dan ten koste van de vrije ruimte.

De gerichte vrijstelling kan wel gelden voor de abonnementskosten van mobiele communicatiemiddelen. Dit moet dan wel voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium.
 
 

Geactualiseerde handreiking

Welke gerichte vrijstellingen gelden voor de werkplek thuis?

 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,