Tag archief handreiking

door100% Salarisverwerking B.V.

Bijtelling bij tijdelijke onderbreking of einde dienstbetrekking

Als een werknemer na einde dienstbetrekking nog gebruikmaakt van een auto van de zaak, is er geen sprake meer van zakelijk gebruik.
    
Dit is ook het geval bij arbeidsongeschiktheid en loopbaanonderbreking. In deze handreiking leest u wat de gevolgen zijn voor de bijtelling privégebruik auto.

In de volgende situaties gebruikt een werknemer tijdelijk of permanent de auto van de zaak niet meer zakelijk:

  • bij einde dienstbetrekking
  • bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid
  • bij permanente arbeidsongeschiktheid
  • bij loopbaanonderbreking

Heeft de werknemer tijdens tijdelijke arbeidsongeschiktheid en loopbaanonderbreking de auto van de zaak nog ter beschikking? Dan blijft de regeling privégebruik auto op basis van bijtellingspercentages (hierna: bijtellingsregeling) van toepassing.

Bij einde dienstbetrekking en permanente arbeidsongeschiktheid geldt deze bijtellingsregeling niet meer. Dan moet u de waarde van het werkelijke privégebruik tot het loon rekenen.

De bijtelling voor de auto van de zaak verwerkt u in de aangifte loonheffingen als loon in natura.

Einde dienstbetrekking

Als de werkgever na einde dienstbetrekking een auto ter beschikking stelt aan een ex-werknemer is geen sprake meer van zakelijk gebruik. De werknemer gebruikt de auto alleen nog voor privédoeleinden. Daarom is de bijtellingsregeling niet meer van toepassing.

U waardeert de werkelijk gereden privékilometers op de waarde in het economisch verkeer. Die waarde is het aantal privékilometers vermenigvuldigd met de kilometerprijs en verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer. De uitkomst mag per saldo niet negatief zijn.

De waarde van het privégebruik is loon uit vroegere dienstbetrekking, dus u gebruikt de groene tabel.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

De bijtellingsregeling blijft gelden als een werknemer tijdens tijdelijke arbeidsongeschiktheid de auto van de zaak mag blijven gebruiken. De verwachting is namelijk dat de werknemer in de toekomst weer zakelijk gaat rijden met de auto. De bijtellingsregeling is van toepassing als de auto naast zakelijk gebruik ook voor privédoeleinden ter beschikking staat.

Dit geldt ook als de werknemer door ziekte niet in de auto kan rijden. De auto staat nog steeds ter beschikking.

Permanente arbeidsongeschiktheid

De bijtellingsregeling geldt niet meer als een werknemer permanent arbeidsongeschikt is en nog een auto van de zaak ter beschikking heeft. Dit geldt vanaf het moment dat de verwachting is dat de werknemer de auto niet meer voor zakelijke doeleinden gaat gebruiken.

U waardeert de werkelijk gereden privékilometers op de waarde in het economisch verkeer. Die waarde is het aantal privékilometers vermenigvuldigd met de kilometerprijs en verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer. De uitkomst mag per saldo niet negatief zijn.

De waarde van het privégebruik is loon uit vroegere dienstbetrekking. U gebruikt de groene tabel.

Loopbaanonderbreking

Als een werknemer tijdens een loopbaanonderbreking nog een auto van de zaak tot zijn beschikking heeft, blijft u de bijtellingsregeling gebruiken.

De regeling blijft van toepassing omdat verwacht wordt dat de auto in de toekomst nog voor zakelijke doeleinden gebruikt zal worden. De bijtellingsregeling geldt als de auto naast zakelijk gebruik ook voor privédoeleinden ter beschikking staat.

Privégebruik auto en weinig of geen loon in geld

Als u de werknemer weinig of geen loon in geld betaalt, moet u over de bijtelling privégebruik auto toch alle loonheffingen betalen. U kunt kiezen of u dit wel of niet verhaalt op de werknemer.

Verhalen op de werknemer

U mag de loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) en de in te houden bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) verhalen op de werknemer. Dit geldt niet voor de premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw.

Als de werknemer nog loon ontvangt, kunt u dit doen via verrekening in het eerstvolgende loontijdvak.

Niet verhalen op de werknemer

Als u de LB/PVV en bijdrage Zvw niet verhaalt op de werknemer, kunnen zich 2 situaties voordoen:

  • U verhaalt dit bedrag in een later loontijdvak. U geeft de werknemer dan een lening voor dit bedrag tot het moment waarop u de bedragen alsnog verhaalt.
  • Als sprake is van rentevoordeel bij deze lening, dan is dit loon voor de werknemer. U kunt dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon.
  • U verhaalt dit bedrag niet op de werknemer. Het bedrag is nettoloon van uw werknemer. Dit nettoloon moet u omrekenen naar een brutoloon. U kunt dit nettoloon ook aanwijzen als eindheffingsloon.

Excessief privégebruik

Als de werkelijke waarde van het privégebruik duidelijk meer is dan de bijtelling op basis van het algemene bijtellingspercentage, is sprake van excessief privégebruik van de auto. Dit kan voorkomen bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid of loopbaanonderbreking.

U moet dan uitgaan van de hogere waarde van het privégebruik. Als er een korting op het algemene bijtellingspercentage van toepassing is, dan past u die korting toe op de grondslag. De uitkomst daarvan trekt u af van de waarde van het privégebruik. Rekenvoorbeelden vindt u in paragraaf 21.3.3 Handboek Loonheffingen.

Meer informatie

Handboek Loonheffingen:

  • paragraaf 21.3 (personenauto van de zaak)
  • paragraaf 21.3.8 (bijtelling bij weinig/geen loon)
  • paragraaf 21.3.3 (excessief privégebruik auto)
  • hoofdstuk 10 (loonstrook)
  • hoofdstuk 13 (jaaropgaaf)

 
Handreiking privégebruik auto op belastingdienst.nl

 

Wetsartikelen

Artikel 13 bis Wet op de loonbelasting (Wet LB)
Artikel 13 Wet LB
Artikel 27, lid 4 Wet LB
Artikel 49, lid 1 Zorgverzekeringswet
Artikel 20 Wet financiering sociale verzekeringen
 
 

Gerelateerde artikelen

Bijtellingspercentages voor privégebruik auto 2011-2026
Vakantieauto en bijtelling
Verwerking privégebruik auto in de aangifte loonheffingen
 
 
lease auto,auto van de zaak,verwerking auto in salaris,salaris administratie auto,lease auto in loon,salaris en auto,

door100% Salarisverwerking B.V.

Update handreiking diensttijduitkering

De Belastingdienst heeft aan de Handreiking diensttijduitkering een voorbeeld toegevoegd.
           
In dit voorbeeld telt u de diensttijd bij een andere werkgever mee voor de diensttijdvrijstelling.

Onder het kopje ‘Diensttijd bij andere werkgever’ vond u al 2 voorbeelden wanneer u de diensttijd bij een andere werkgever mag meetellen voor de diensttijdvrijstelling.

Hieraan is een nu derde voorbeeld toegevoegd:

De werkgever gaat uit van de dienstjaren die zijn pensioenuitvoerder in aanmerking neemt. De Belastingdienst gaat hiermee akkoord als de werkgever hierbij een bestendige gedragslijn heeft. Op verzoek van de Belastingdienst moet de werkgever deze bestendige gedragslijn aannemelijk kunnen maken.

 

Meer informatie

Handreiking diensttijduitkering (update 23 april 2020)

 

Handreiking diensttijduitkering

Een werknemer ontvangt een diensttijduitkering ter gelegenheid van zijn jubileum. In deze handreiking leest u wat de gevolgen zijn voor de loonheffingen.

Als een diensttijduitkering aan alle voorwaarden voldoet, is de diensttijdvrijstelling van toepassing. De diensttijduitkering hoort dan niet tot het loon van de werknemer en is onbelast.

De voorwaarden voor de diensttijdvrijstelling zijn:

  • De werknemer is ten minste 25 jaar of 40 jaar in dienst.
  • De diensttijduitkering of -verstrekking is eenmalig.
  • De diensttijduitkering of -verstrekking is maximaal het loon over een maand.

Voor meer zie hier!

 

Gerelateerd

Handboek loonheffingen 2020
 
verruiming in de werkkostenregeling, wkr, werkkostenregeling, belastingdienst, onbelast vergoeden aan werknemers

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking lage WW-premie jonger dan 21 jaar

In deze handreiking WW-premie leest u hierover meer.
                  
Voor een werknemer jonger dan 21 jaar geldt altijd de lage WW-premie bij maximaal 48 verloonde uren per vierwekenaangifte, of 52 verloonde uren per maandaangifte. In deze handreiking leest u hierover meer.

Voor een werknemer geldt altijd de lage WW-premie als aan 2 voorwaarden is voldaan:

  • De werknemer is op de eerste dag van het aangiftetijdvak jonger dan 21 jaar.
  • Voor deze werknemer zijn maximaal 48 uren verloond per vierwekenaangifte of maximaal 52 uren per maandaangifte.

Wat voor soort arbeidsovereenkomst de werknemer heeft, is hierbij niet van belang. Ook speelt geen rol of de arbeidsovereenkomst schriftelijk is vastgelegd.

Per tijdvak beoordelen

U beoordeelt bovenstaande 2 voorwaarden per aangiftetijdvak. Als de verloonde uren van een werknemer wisselen, kan in het ene tijdvak de lage WW-premie en in het andere tijdvak de hoge WW-premie gelden.

Voorbeeld

Een werknemer is 20 jaar en heeft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Hij verdient € 10 per uur. De werkgever doet per maand aangifte. De verloonde uren zijn gelijk aan de gewerkte uren.

Tabel verloonde uren

Tabel verloonde uren

U verwerkt dit als volgt in de aangifte loonheffingen:

Tabel Aangiftetijdvak

Tabel Aangiftetijdvak

Werknemer wordt 21 jaar

Op de eerste dag van het aangiftetijdvak bepaalt u wat de leeftijd van de werknemer is. Is hij op deze dag jonger dan 21 jaar, dan past u de lage WW-premie toe als de verloonde uren niet hoger zijn dan het maximum.

Voorbeeld

De werknemer uit het vorige voorbeeld wordt op 14 mei 21 jaar. Op 1 mei is hij nog 20 jaar. Als hij in de maand mei maximaal 52 verloonde uren heeft, geldt voor deze hele maand de lage WW-premie. Vanaf juni past u de hoge WW-premie toe.

Halverwege tijdvak in dienst

Als de werknemer op de eerste dag van het aangiftetijdvak nog niet in dienst was, geldt de leeftijd van de werknemer op de eerste dag van de dienstbetrekking.

Voorbeeld

Een werknemer komt op 15 februari in dienst en heeft een oproepovereenkomst. Op 10 februari is hij 21 jaar geworden. U past de hoge WW-premie toe. Dit geldt ook voor tijdvak februari.

Uit dienst gedurende tijdvak

Gaat een werknemer gedurende een tijdvak uit dienst, dan kijkt u naar de totale verloonde uren van dat tijdvak.

Voorbeeld

Een werknemer is 19 jaar en heeft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Ze werkt 20 uur per week. Op 15 juni gaat ze uit dienst. Tot 15 juni heeft ze in deze maand 40 verloonde uren. Voor tijdvak juni geldt de lage WW-premie.

53e week vierwekenaangifte

Het laatste tijdvak van een vierwekenaangifte kan een 53eweek bevatten. Voor deze aangifte geldt ook het maximum van 48 verloonde uren per werknemer.

Meerdere dienstbetrekkingen

Heeft een werknemer meerdere dienstbetrekkingen bij een werkgever? Dan telt u de verloonde uren van deze dienstbetrekkingen bij elkaar op om te beoordelen of aan het maximum van 48 of 52 verloonde uren is voldaan.

Geen herzien

Voor een werknemer jonger dan 21 jaar met maximaal 48 verloonde uren per vierwekenaangifte of 52 verloonde uren per maandaangifte, is herziening niet van toepassing. U hoeft dus niet met terugwerkende kracht na te gaan of zich een herzieningssituatie voordoet. De lage WW-premie blijft van toepassing.

Vast contract

Heeft een werknemer jonger dan 21 jaar een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is, dan mag u op basis hiervan de lage WW-premie toepassen. U hoeft niet na te gaan wat de verloonde uren zijn. Wel kan zich een situatie voordoen waarbij u achteraf de lage WW-premie moet herzien.

Wetsartikel

Artikel 27, lid 3, onderdeel b Wet financiering sociale verzekeringen
Artikel 2.4, lid 3 Besluit Wfsv

Gerelateerde informatie

Handreiking voorwaarden lage WW-premie
Overzichtsartikel WAB (update 17 december 2019)
Herzien lage WW-premie in de loonaangifte

Nieuwsbrief Loonheffingen 2020, loonheffingen 2020, belastingdienst 2020, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris,pensioen,premies 2020,

door100% Salarisverwerking B.V.

Herzien lage WW-premie in de loonaangifte

In 2020 zijn er 2 situaties waarin u de lage WW-premie moet herzien .
              
Dit houdt in dat u met terugwerkende kracht alsnog de hoge WW-premie moet toepassen. In deze handreiking leest u meer over de verwerking van herzien in de aangifte loonheffingen.

U moet de lage WW-premie herzien in de volgende situaties:

  • De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd eindigt uiterlijk 2 maanden na aanvang van de dienstbetrekking.
  • In een kalenderjaar is meer dan 30% extra uren verloond dan in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd. Bijvoorbeeld als de werknemer een contract heeft voor 20 uur per week, maar gemiddeld 32 uur per week werkt.

 

Wat is herziening?

Herziening betekent dat met terugwerkende kracht de hoge WW-premie van toepassing is, omdat u niet meer voldoet aan de voorwaarden van de lage premie.

De hoogte van de herziening is het verschil tussen de lage premies die u heeft betaald en de hoge premies die u zou moeten betalen over de voorafgaande maanden in het kalenderjaar. Of, als de arbeidsovereenkomst korter heeft geduurd, over de gehele duur van de arbeidsovereenkomst.

Als een herziening betrekking heeft op perioden in 2 kalenderjaren, moet u voor elk respectievelijk kalenderjaar rekenen met de premies die in dat jaar van toepassing waren.

U bent verplicht om met terugwerkende kracht de hoge premie af te dragen als sprake is van een herzieningssituatie. U geeft dit door met een correctiebericht over de verstreken aangifteperiodes. U moet de herziening zowel in het collectieve deel als in het nominatieve deel vermelden.
 

Rubrieken loonaangifte

In de aangifte loonheffingen zijn de volgende rubrieken toegevoegd om de herziening aan te geven:

Nominatief deel

  • Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf laag
  • Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf herzien
  • Premie AWf laag
  • Premie AWf herzien

Collectief deel

  • Totaal aanwas in het cumulatieve premieloon AWf laag
  • Totaal aanwas in het cumulatieve premieloon AWf herzien
  • Totaal premie AWf laag
  • Totaal premie AWf herzien

Met premie AWf wordt de WW-premie bedoeld; AWf verwijst naar het Algemeen Werkloosheidsfonds.
 

Herzien verwerken in loonaangifte

Als sprake is van een herzieningssituatie vermeldt u dit in het nominatieve deel van de aangifte. De alsnog verschuldigde hoge premie geeft u aan in de rubriek ‘Premie AWf herzien’. Het bijbehorende premieloon in de rubriek ‘Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf herzien’.

Het eerder aangegeven premieloon in de rubriek ‘Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf laag’ en de premie in ‘Premie AWf laag’ stelt u op nul.

Dit werkt door in het collectieve deel van de aangifte volgens de normale correctiesystematiek.
 

Let op!

De indicaties arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, schriftelijke arbeidsovereenkomst en oproepovereenkomst (J-J-N) mag u niet corrigeren. Deze waardes heeft u op het moment dat u aangifte deed correct aangegeven. Deze gegevens wijzigen dus niet.
 

Saldo correcties

Het verschil tussen de lage en de hoge WW-premie levert een saldo op. Als u correctieberichten indient, bent u verplicht de gegevensgroep ‘Saldo correcties voorafgaand aangiftetijdvak’ in te vullen. U doet dit voor elk tijdvak dat u corrigeert. Meer hierover leest u in paragraaf 4.2 van de Gegevensspecificaties 2020.

Herzien in aangifte
Als de uiterste aangiftetermijn nog niet verstreken is, mag u herzien ook in de aangifte van dat tijdvak verwerken. Dan hoeft u voor dat aangiftetijdvak geen correctiebericht in te sturen.
 

Voorbeeld

Een werknemer komt op 1 maart 2020 in dienst. Er is een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is. Het maandloon is € 1000. De lage WW-premie is van toepassing.

De werknemer gaat op 15 april 2020 uit dienst. Dit is binnen 2 maanden. Het loon over april is € 500. Er is sprake van een herzieningssituatie waardoor u met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moet toepassen. De contractindicaties past u niet aan.

Stel: de lage premie is 3% en de hoge premie is 8% (fictieve percentages). In de aangifte loonheffingen verwerkt u de lage premie als volgt:

Verwerking lage premie in aangifte loonheffingen

Verwerking lage premie in aangifte loonheffingen

In een correctiebericht verwerkt u de herziening als volgt:

Verwerking herziening in een correctiebericht

Verwerking herziening in een correctiebericht

 

Meer informatie

Lees meer in ’Kennisdocument Premiedifferentiatie WW’ op rijksoverheid.nl en in ’Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020’ op belastingdienst.nl.
 

Wetsartikelen

Artikel 27 Wet financiering sociale verzekeringen
Artikel 2.3 Besluit Wet financiering sociale verzekeringen
 

Gerelateerd artikel

Overzichtsartikel WAB

 
 
loon, lonen, salaris, salarissen, loonstrook, loonverschillen, loonkloof, minimumloon, wml, wettelijk minimumloon, wettelijk minimumloon, verdienste,

door100% Salarisverwerking B.V.

Uitzending en payrolling krijgen handreiking SZW over contracting

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de ‘Handreiking contracting, uitzenden en payrolling’ gepubliceerd.
    
Hierin vindt u meer informatie over de verschillen tussen contracting en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, zoals uitzenden en payrolling.

 

overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

Voor contracting en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten gelden verschillende regels. Het gaat bijvoorbeeld over de manier waarop arbeidskrachten (kunnen) worden aangestuurd, maar ook over de arbeidsvoorwaarden, zoals loon.
Het is belangrijk dat de werkgever een bewuste keuze maakt en de juiste regels toepast. Op die manier voorkomt hij eventuele loonvorderingen.

 

Aanleiding

Waarom deze handreiking?

Deze handreiking is bedoeld om ondernemingen en werknemers handvatten te bieden bij het maken van onderscheid tussen contracting en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, zoals uitzending of payrolling.

Waarom is het onderscheid van belang?

Voor contracting en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (m.n. uitzending of payrolling) gelden verschillende regels. Het gaat hier bijvoorbeeld over de manier waarop werkenden (kunnen) worden aangestuurd, maar ook met betrekking tot arbeidsvoorwaarden, zoals loon. Het is dus belangrijk om een bewuste keuze te maken en de juiste regels toe te passen. Op die manier kan worden voorkomen dat u voor verrassingen komt te staan en (bijvoorbeeld) geconfronteerd wordt met loonvorderingen.

 

Handreiking is een hulpmiddel, wetgeving is leidend

Met de handreiking wordt meer duidelijkheid geboden over de begrippen contracting, uitzending en payrolling.
Maar uiteindelijk zijn wet- en regelgeving, en de uitleg daarvan door de Nederlandse rechter, bepalend voor de kwalificatie van de arbeidsverhouding. Een onderneming is altijd zelf verantwoordelijk voor naleving van wet–en regelgeving.

Deze handreiking is te beschouwen als dynamisch document. Nieuwe wetgeving of jurisprudentie wordt hierin verwerkt, indien dat bijdraagt aan het doel van de handreiking. Er kan echter niet gegarandeerd worden dat de informatie in deze handreiking altijd volledig en actueel is. Daarnaast is de feitelijke situatie altijd bepalend voor de vraag of er sprake is van contracting, uitzending of payrolling.

 

Handreiking Contracting, uitzending of payrolling
 
 

Overheid 2020, Belastingdienst 2020, Sociale Zaken en Werkgelegenheid SZW 2020, regering, wet en regelgeving, wetten, regels, besluiten,