Tag archief dienstbetrekking

door100% Salarisverwerking B.V.

Transitievergoeding kan soms in de vrije ruimte

Een transitievergoeding is loon uit vroegere dienstbetrekking .
               
U kunt de transitievergoeding daarom niet aanwijzen als eindheffingsloon. Hierop geldt een uitzondering. In deze handreiking leest u hierover meer.

 
Als een werkgever de transitievergoeding betaalt samen met loon waarop de arbeidskorting van toepassing is, mag u de transitievergoeding toch aanwijzen als eindheffingsloon. U moet wel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. De transitievergoeding komt dan, voor zover aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan, ten laste van de vrije ruimte.

 

Gebruikelijkheidstoets

Als u vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen wilt aanwijzen als eindheffingsloon, mag u daarmee niet meer dan 30% afwijken van wat gebruikelijk is. Dit is de gebruikelijkheidstoets.

Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van maximaal € 2.400 per persoon per jaar, vindt de Belastingdienst gebruikelijk. De afwijking van 30% geldt niet voor dit bedrag. U moet wel nagaan of aanwijzen wat redelijk is. Dit is niet het geval voor stagiairs en werknemers met een lager loon dan het minimumloon.

 

Voorbeeld

Een werkgever is een transitievergoeding van € 2.000 verschuldigd aan een werknemer. De werkgever betaalt deze tegelijkertijd met de resterende vakantie-uren en de opgebouwde vakantietoeslag. Het loon van de werknemer is hoger dan het minimumloon.

De werkgever wil de transitievergoeding aanwijzen als eindheffingsloon zodat deze onder de vrije ruimte valt. Mag dat?

De resterende vakantie-uren en de opgebouwde vakantietoeslag is loon uit tegenwoordige dienstbetrekking waarop de arbeidskorting van toepassing is. De werkgever betaalt dit samen met de transitievergoeding. De werkgever mag, als aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan, de transitievergoeding daarom aanwijzen als eindheffingsloon.

Een transitievergoeding van € 2.000 is lager dan het bedrag dat de Belastingdienst gebruikelijk vindt, namelijk € 2.400 per werknemer per jaar. Het loon van de werknemer voldoet aan het minimumloon. Aan de gebruikelijkheidstoets is daarom voldaan. De werkgever mag een transitievergoeding van € 2.000 aanwijzen als eindheffingsloon.

De transitievergoeding van € 2000 valt onder de vrije ruimte. Voor zover de werkgever de vrije ruimte overschrijdt, is hij 80% eindheffing verschuldigd.

 

Wetsartikel

Artikel 31a, lid 1, letter f van de Wet loonbelasting 1964

 

Meer informatie

Eindheffingsloon of loon werknemer: paragraaf 8.1.3 Handboek Loonheffingen
Gebruikelijkheidstoets: paragraaf 4.2 Handboek Loonheffingen

 

Gerelateerde handreikingen

Codes bij aangeven transitievergoeding

 
 
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Voor het eerst personeel in dienst?

Nieuwe werkgevers moeten zich aanmelden bij de belastingdienst.
               
Hoe doet u dat?

 

Stappenplan

Gegevens werknemer administreren

Als u voor het eerst een werknemer in dienst neemt, moet u zich als werkgever aanmelden.

Voordat een werknemer bij u gaat werken, moet u:

  • de identiteit van de werknemer hebben vastgesteld
  • de gegevens van de werknemer hebben verzameld voor de aangifte loonheffingen

In bijzondere gevallen moet u voor uw werknemers eerstedagsmelding doen.

Let op!
Gaat uw werknemer werken op de dag waarop u hem aanneemt? Dan moet u deze verplichtingen nakomen voordat uw werknemer begint met werken.

Soms kunt u van deze regels afwijken, bijvoorbeeld bij een fusie of overname. Als u van een werknemer geen gegevens voor de loonheffingen hebt of als u zijn identiteit niet kunt vaststellen, past u voor deze werknemer het anoniementarief toe.

Aanmelden als werkgever

Als u voor het eerst een werknemer in dienst neemt, moet u zich als werkgever aanmelden. Dat doet u met het formulier ‘Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever’. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.

In de volgende situaties gebruikt u niet het formulier ‘Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever’, maar 1 van de volgende formulieren:

  • Melding Loonheffingen Premies werknemersverzekeringen betalen
    Dit formulier gebruikt u als u zich al hebt aangemeld als werkgever, maar nog geen premies werknemersverzekeringen betaalt. U krijgt na de melding een brief van ons waarin staat bij welke sector u bent aangesloten en een brief met het percentage voor de gedifferentieerde premie werkhervattingskas (Whk). U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.
  • Melding Loonheffingen Aangifte doen voor artiesten of beroepssporters
    Dit formulier gebruikt u als u aangifte moet doen voor een optreden door artiesten, beroepssporters of groepen en nog geen loonheffingennummer hebt. Of als u al wel een loonheffingennummer hebt, maar voor artiesten of beroepssporters een afzonderlijk loonheffingennummer wilt. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Zie paragraaf 16.4 en 16.6 voor meer informatie.
  • Melding Loonheffingen Werkgever van personeel aan huis
    Dit formulier gebruikt u als u als particulier aangifte loonheffingen moet doen voor personeel aan huis. U krijgt van ons dan een loonheffingennummer. U krijgt ook een aangiftebrief waarin staat over welke tijdvakken u aangifte moet doen. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Zie paragraaf 16.13.3 voor meer informatie.
  • Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten
    Dit formulier gebruikt u om te melden dat u activiteiten overdraagt aan een andere werkgever, dat u activiteiten overneemt van een andere werkgever of dat de rechtsvorm van uw onderneming verandert, bijvoorbeeld van eenmanszaak in bv. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Zie paragraaf 2.5 voor meer informatie.
  • Melding Loonheffingen Werkgever van meewerkende kinderen
    Dit formulier gebruikt u als een kind van u gaat meewerken in uw onderneming en u gebruik wilt maken van de vereenvoudigde regeling voor meewerkende kinderen. Als wij u toestemming geven om gebruik te maken van deze regeling, krijgt u voor deze dienstbetrekking een apart loonheffingennummer. U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl. Zie paragraaf 16.11 voor meer informatie.

U neemt een onderneming met werknemers over

Als u uw bedrijf start door een onderneming met werknemers over te nemen, dan moet u:

  • zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel en dan ook direct aanmelden als werkgever
  • samen met de overdragende werkgever het formulier ‘Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten’ opsturen
    U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.

Neemt u enige tijd na de start van uw bedrijf een onderneming met werknemers over, waardoor u voor het eerst werkgever wordt, dan moet u:

  • zich bij ons aanmelden als werkgever met het formulier ‘Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever’
    U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.
  • samen met de overdragende werkgever het formulier ‘Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten’ opsturen
    U kunt dit formulier downloaden van belastingdienst.nl.

Was de overdragende werkgever eigenrisicodrager voor de WGA en/of de ZW, dan kunt u dat niet automatisch voortzetten. U moet het eigenrisicodragerschap zelf aanvragen (zie paragraaf 5.8).

Als u zich hebt aangemeld

Als u zich als werkgever hebt aangemeld, krijgt u van de Belastingdienst:

  • een loonheffingennummer
    Dit loonheffingennummer hebt u nodig om aangifte loonheffingen te kunnen doen. U vermeldt het ook steeds op uw correspondentie met ons.
  • een aangiftebrief
    In deze brief staat over welke tijdvakken u aangifte moet doen.
  • als u voor de werknemer premies werknemersverzekeringen moet gaan betalen:
    een brief waarin staat bij welke sector u bent aangesloten en een brief met het percentage voor de gedifferentieerde premie Whk

Let op!

Misschien hebt u zich als werkgever aangemeld, maar werkt er nog geen werknemer bij u. U bent dan toch verplicht om op tijd aangifte te doen (zie ook hoofdstuk 11).

Afgifte nieuw loonheffingennummer

Wij geven een nieuw loonheffingennummer af binnen 5 werkdagen nadat wij uw aanvraag hebben gekregen. Of binnen 5 werkdagen nadat een werknemer bij u in dienst is gekomen, als de datum van het begin van de dienstbetrekking in de toekomst ligt. Wij moeten dan wel alle gegevens hebben. In bijzondere gevallen of als de gegevens onvolledig zijn, vragen wij u om meer informatie. Hierdoor kan het langer duren voordat u uw loonheffingennummer krijgt.

Als de rechtsvorm van uw onderneming verandert, krijgt u ook een nieuw loonheffingennummer. Zie paragraaf 15.1.1 voor meer informatie over aangifte doen in deze situatie.

Identiteit van uw werknemer vaststellen

U moet de identiteit van uw werknemer vaststellen, vóórdat hij bij u gaat werken. Een goed leesbare kopie van het identiteitsbewijs bewaart u in uw loonadministratie.

Op de kopie moeten alle persoonsgegevens staan die ook op het originele identiteitsbewijs staan. Bij het paspoort model 2013 en de identiteitskaart (ID-kaart) model 2013 moet u ook de bladzijde met het burgerservicenummer (BSN) kopiëren.

Hoe u de identiteit vaststelt, leest u in het ‘Stappenplan verificatieplicht’. U kunt dit stappenplan downloaden van eerlijkwerken.zelfinspectie.nl. Met dat plan kunt u in 5 stappen de identiteit van uw werknemer vaststellen en bepalen of een buitenlandse werknemer voor u mag werken. Maakt u gebruik van arbeidskrachten die niet op uw loonlijst staan, zoals uitzendkrachten? Lees dan aan het eind van hetzelfde stappenplan welke afwijkende regels voor deze arbeidskrachten gelden.

U hoeft alleen de identiteit vast te stellen van werknemers met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en niet van werknemers met loon uit vroegere dienstbetrekking, zoals (pre)pensioenuitkeringen.

In de volgende paragrafen vindt u informatie over:

Samenhangende groep inhoudingsplichtigen

Als een werknemer binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen van werkgever wisselt, hoeft de nieuwe werkgever niet opnieuw de identiteit van die werknemer vast te stellen (zie ook paragraaf 3.6).

Identificatie op de werkplek

Iedereen die op de werkplek is, moet op elk moment een geldig en origineel identiteitsbewijs kunnen laten zien. Werknemers uit Nederland en de EU/EER mogen hiervoor een rijbewijs gebruiken. U moet uw werknemers hierop wijzen. Bij een controle moet u uw werknemers de gelegenheid geven om aan hun identificatieplicht te voldoen.

Verzuimboete

Als u de identiteit van uw werknemer niet of niet op de juiste manier kunt vaststellen, past u het anoniementarief toe (zie paragraaf 2.6). Anders kunt u direct, zonder strafprocedure, een verzuimboete van maximaal € 5.278 krijgen.

De werknemer zelf is ook verplicht om zijn identiteit op de juiste manier door u te laten vaststellen. Doet hij dat niet, dan kan hij ook een verzuimboete van maximaal € 5.278 krijgen.

Gegevens voor de loonheffingen krijgen

Nadat u een werknemer in dienst hebt genomen, moet u aangifte loonheffingen doen. Hiervoor hebt u gegevens van de werknemer nodig. De nieuwe werknemer geeft u de gegevens digitaal of op papier door.

In de volgende paragrafen vindt u informatie over:

Welke gegevens moet u krijgen?

Vóór de 1e werkdag of – als u de werknemer op de 1e werkdag aanneemt – op de 1e werkdag vóór aanvang van de werkzaamheden, moet u de volgende gegevens van uw werknemer krijgen:

  • naam en voorletters
  • burgerservicenummer
    Als uw werknemer nog geen burgerservicenummer heeft gekregen, gebruikt u zijn personeelsnummer, totdat hij wel een burgerservicenummer heeft.
  • adres
  • postcode en woonplaats
  • woonland en regio als de werknemer niet in Nederland woont
  • geboortedatum
  • een verzoek om de loonheffingskorting (zie paragraaf 23.1) toe te passen (als de werknemer wil dat u deze heffingskorting toepast)

De werknemer levert deze gegevens op papier of digitaal aan, voorzien van datum en handtekening. Daarvoor kan hij het ‘Model Opgaaf gegevens voor de loonheffingen’ gebruiken. Dit model is te downloaden van belastingdienst.nl. Maar u of uw werknemer mag ook een eigen model gebruiken met daarop alle hiervoor opgesomde gegevens. Een kopie van een geldig identiteitsbewijs met daarop alle hiervoor opgesomde gegevens (inclusief het verzoek om toepassing van de loonheffingskorting en handtekening met datum) is ook voldoende.

Als de naam, het adres, de woonplaats of het BSN ontbreekt, past u het anoniementarief toe (zie paragraaf 2.6). Dat doet u ook als:

  • de werknemer wel een BSN heeft aangevraagd, maar nog niet heeft gekregen
  • u van een werknemer die inwoner is van Nederland, alleen een postadres hebt
  • u van een werknemer die geen inwoner is van Nederland, alleen het tijdelijke Nederlandse (post)adres hebt en niet het adres in het buitenland.

Let op!

Studenten en scholieren die gebruik willen maken van de studenten- en scholierenregeling, moeten hiervoor een verzoek toevoegen aan hun gegevens voor de loonheffingen (zie paragraaf 16.16). U kunt daarvoor ook het Model Opgaaf voor de loonheffingen (studenten- en scholierenregeling) downloaden van belastingdienst.nl.

Gegevens voor de loonheffingen niet nodig

Van bepaalde werknemers hebt u alleen het BSN nodig. De andere gegevens voor de loonheffingen hoeft u niet te krijgen. Het gaat dan om:

  • werknemers die in Nederland wonen en ouder zijn dan de AOW-leeftijd met loon uit vroegere dienstbetrekking (waarin wel of geen AOW-uitkering is begrepen)
  • werknemers die u opnieuw in dienst neemt
    Voorwaarde is wel dat de gegevens voor de loonheffingen intussen niet zijn veranderd. Uw werknemer moet bij het begin van de werkzaamheden ervoor tekenen dat de gegevens nog juist zijn.
  • werknemers die een uitkering krijgen op basis van de Participatiewet
  • (ex-)werknemers die een Ziektewet- of WW-uitkering krijgen en van wie u naam, adres, woonplaats en burgerservicenummer aan de uitkeringsinstantie hebt doorgegeven
  • werknemers jonger dan de AOW-leeftijd (in 2019: 66 jaar en 4 maanden) met loon uit vroegere dienstbetrekking van wie u weet dat zij naast hun loon een Waz-, Wet Wajong- of Anw-uitkering hebben
  • werknemers die ouder zijn dan de AOW-leeftijd met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking
  • werknemers die in Nederland wonen en ouder zijn dan de AOW-leeftijd met een AOW-uitkering
  • werknemers met een tegemoetkoming volgens de Wet Tegemoetkoming Arbeidsongeschikten
  • werknemers die binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen van werkgever wisselen (zie paragraaf 3.6).

Let op!

U moet wel de identiteit vaststellen van werknemers met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking (zie paragraaf 2.2).

Loonheffingskorting

Of u de loonheffingskorting wel of niet toepast, bepaalt de werknemer. U past de loonheffingskorting alleen toe als de werknemer u daar schriftelijk, met datum en handtekening, om vraagt (zie paragraaf 23.1). Daarop zijn een aantal uitzonderingen.

Voor de volgende werknemers ligt vast of u de loonheffingskorting moet toepassen:

  • meewerkende kinderen voor wie de bijzondere regeling voor meewerkende kinderen geldt (zie ook paragraaf 16.11)
    U past de loonheffingskorting toe.
  • werknemers die ook een AOW-uitkering krijgen
    U past de algemene heffingskorting niet toe. De arbeidskorting past u wel toe als de werknemer daar schriftelijk om vraagt.
  • tegemoetkomingen volgens de Wet Tegemoetkoming Arbeidsongeschikten
    U past de loonheffingskorting niet toe.

Gegevens voor de loonheffingen controleren en administreren

Als u gegevens voor de loonheffingen van uw werknemer krijgt, moet u deze controleren en vervolgens vastleggen in uw administratie (zie hoofdstuk 3).

Woonplaats werknemer controleren

Met ingang van 1 januari 2019 moet u weten in welk land uw werknemer woont om de juiste loonbelastingtabel te kunnen gebruiken. Controleer dus ook of u de juiste woonplaats van uw werknemer krijgt. Als uw werknemer een woonplaats in Nederland doorgeeft, wil dat nog niet zeggen dat hij ook inwoner van Nederland is.

Een werknemer die hier zijn permanente woon- of verblijfplaats heeft, is inwoner van Nederland. Bij een werknemer die zowel in Nederland als in het buitenland woont of verblijft, is het de vraag of hij inwoners is van Nederland. Hij is alleen inwoner van Nederland als zijn sociale en economische leven zich hier afspeelt. Woont het gezin van de werknemer bijvoorbeeld in het buitenland, gaan zijn kinderen daar naar school en houdt hij daar bankrekeningen aan, dan is hij geen inwoner van Nederland.

Bij een werknemer zonder gezin is zijn intentie van belang: Is hij van plan zich hier te vestigen, dan woont hij in Nederland. Is hij van plan om hier alleen korte tijd te blijven, dan is hij geen inwoner van Nederland.

Waar een werknemer woont, bepaalt u op basis van de feiten en omstandigheden die u bekend zijn: bijvoorbeeld de woonplaats die de werknemer u aanlevert als 1 van de gegevens van de loonheffingen, reiskostenvergoedingen die u hem betaalt en gegevens voor beoordeling van de verzekeringsplicht. In de meeste gevallen kunt u zo vaststellen van welk land de werknemer inwoner is.

Hebt u reden om te twijfelen, dan kunt u uw werknemer vragen om een woonplaatsverklaring. U weet dan zeker in welk land de werknemer woont. De werknemer kan de woonplaatsverklaring aanvragen bij een belastingkantoor in het land waarvan hij inwoner is. Is uw werknemer inwoner van Nederland, dan kan hij een woonplaatsverklaring aanvragen bij Belastingdienst/kantoor Arnhem.

Gegevens voor de loonheffingen bewaren

U bewaart de gegevens voor de loonheffingen ten minste 5 kalenderjaren na het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking eindigt. U bewaart de gegevens bij de loonadministratie. Wij kunnen om deze gegevens vragen (zie ook paragraaf 3.5).

Verzuimboete

Als u geen gegevens voor de loonheffingen van uw werknemer krijgt, past u het anoniementarief toe (zie paragraaf 2.6). Anders kunt u direct, zonder strafprocedure, een verzuimboete van maximaal € 5.278 krijgen.

De werknemer zelf is ook verplicht om u de gegevens voor de loonheffingen door te geven. Doet hij dat niet, dan kan hij ook een verzuimboete van maximaal € 5.278 krijgen.

Eerstedagsmelding doen

U hoeft geen eerstedagsmelding te doen, tenzij wij u verplichten om dat te doen.

Dat doen wij in de volgende situaties:

  • U hebt een naheffingsaanslag gekregen, omdat u uw werknemers niet in de loonadministratie hebt opgenomen.
  • U hebt van ons een vergrijpboete gekregen, omdat u de loonheffingen niet of te laat hebt betaald.
  • U wordt strafrechtelijk vervolgd, omdat u:
    1. werknemers in dienst hebt die illegaal in Nederland zijn
    2. uw bedrijf niet bij het handelsregister hebt ingeschreven
    3. uw verplichtingen voor de loonheffingen niet bent nagekomen
  • U hebt een boete gekregen, omdat u illegale werknemers in dienst hebt.

Fusie of overname en dergelijke

Bij een fusie of overname van een onderneming en bij een splitsing of een verandering van de rechtsvorm van uw onderneming kan er sprake zijn van een verplichte voortgezette dienstbetrekking. De oude en de nieuwe werkgever geven de verandering aan ons door met het formulier ‘Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten’. U kunt dit formulier downloaden van onze internetsite.

Bij een verplichte voortgezette dienstbetrekking eindigt de arbeidsovereenkomst van de werknemer met de oude werkgever. De arbeidsovereenkomst wordt voortgezet bij de nieuwe werkgever. Er is dan wel sprake van een nieuwe inkomstenverhouding (zie paragraaf 3.4.1).

De nieuwe werkgever hoeft van deze werknemer niet opnieuw de gegevens voor de loonheffingen te krijgen als hij deze van de oude werkgever heeft gekregen. Als de oude werkgever ook een kopie van het identiteitsbewijs van de werknemer overdraagt, hoeft de nieuwe werkgever ook niet opnieuw de identiteit vast te stellen.

Anoniementarief

Het anoniementarief past u toe in de volgende situaties:

  • U krijgt de gegevens voor de loonheffingen niet op tijd van uw werknemer (vóór de 1e werkdag of op de 1e werkdag als u op deze dag uw werknemer aanneemt) (zie ook paragraaf 2.3.1). Of u stelt de identiteit van uw werknemer niet vast.
  • U bewaart de gegevens niet op de juiste manier bij uw loonadministratie.
  • U weet dat u onjuiste gegevens van uw werknemer hebt gekregen of u had dat kunnen weten.
  • Uw werknemer heeft geen geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning.

Betaalt u een uitkeringsgerechtigde loon uit vroegere dienstbetrekking (zie paragraaf 4.3), dan past u het anoniementarief toe als u de gegevens voor de loonheffingen niet van de uitkeringsgerechtigde krijgt vóór de 1e betaaldag van de uitkering.

Als u het anoniementarief toepast, houdt u 52% loonbelasting/premie volksverzekeringen in.

U houdt geen rekening met:

  • de loonheffingskorting (zie ook paragraaf 23.1)
  • het maximumpremieloon voor de premies werknemersverzekeringen (zie paragraaf 5.7.1)
  • het maximumbijdrageloon voor de werkgeversheffing Zvw (zie hoofdstuk 6)
  • het maximumbijdrageloon voor de bijdrage Zvw (zie hoofdstuk 6)

Als u de (juiste) gegevens voor de loonheffingen later wél krijgt, mag u eerdere aangiftetijdvakken waarin u het anoniementarief hebt toegepast, niet corrigeren. U mag het anoniementarief alleen corrigeren als u het door een fout in de administratie ten onrechte hebt toegepast. Als de werknemer zijn burgerservicenummer bijvoorbeeld wel op tijd had aangeleverd, maar het nog niet in de administratie was verwerkt.

De anonieme werknemer kan de eventueel te veel ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen terugkrijgen via zijn aangifte inkomstenbelasting. Zie voor de eventueel te veel betaalde premies werknemersverzekeringen paragraaf 5.7.2. En voor de eventueel te veel betaalde werkgeversheffing Zvw of te veel ingehouden bijdrage Zvw paragraaf 6.2.4.

Let op!

Voor anonieme werknemers geldt een aparte tabel voor de eindheffing (zie tabel 5, 6a en 6b achter in dit handboek).

Belastingdienst, belasting,overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Herzien WW-premie als dienstbetrekking binnen 2 maanden eindigt

De werkgever is dan met terugwerkende kracht de hoge WW-premie verschuldigd.
             
Gaat een werknemer voor wie u de lage WW-premie hebt toegepast uiterlijk 2 maanden na aanvang van de dienstbetrekking uit dienst?
Dan moet u de lage premie herzien.

In deze handreiking staat ‘vast contract’ als het gaat om een arbeidsovereenkomst, die op grond van de hoofdregel voldoet aan de voorwaarden voor de lage WW-premie.

U moet de WW-premie herzien in elke situatie waarin de dienstbetrekking uiterlijk 2 maanden na aanvang eindigt. Dit geldt ook als dat niet binnen de proeftijd gebeurt.
 

Verlaging van contracturen

Bij een verlaging van de contracturen eindigt de dienstbetrekking slechts gedeeltelijk. Dan hoeft u de lage premie niet te herzien.

Uitzonderingen

Als u de lage WW-premie toepast, hoeft u deze niet te herzien bij de volgende werknemers:

  • Een BBL-leerling met zowel een praktijkovereenkomst als een arbeidsovereenkomst.
  • Een werknemer jonger dan 21 jaar, voor wie maximaal 48 uren zijn verloond per vierwekenaangifte of maximaal 52 uren per maandaangifte.

Als deze werknemers binnen 2 maanden na aanvang van de dienstbetrekking uit dienst gaan, blijft de lage WW-premie gelden.
 

Aaneengesloten arbeidsovereenkomsten

Arbeidsovereenkomsten die elkaar zonder onderbreking opvolgen, worden als één dienstbetrekking gezien. Dit geldt ook als niet alle arbeidsovereenkomsten voldoen aan de voorwaarden voor de lage premie.

Herzien

Hieronder vindt u 4 situaties waarin u de lage WW-premie moet herzien.

Situatie 1
Een werknemer heeft vanaf 1 januari 2020 een vast contract. U past de lage WW-premie toe. De werknemer neemt op 29 februari 2020 ontslag. U moet de lage premie herzien over januari en februari.

Situatie 2
Een werknemer heeft een tijdelijk contract vanaf 1 januari tot en met 31 januari 2020. U gebruikt de hoge WW-premie. In februari en maart is er geen contract. Vanaf 1 april 2020 krijgt de werknemer een vast contract. Dit contract wordt op 31 mei 2020 met wederzijds goedvinden beëindigd. U moet de lage WW-premie herzien over de maanden april en mei. Het contract in januari telt niet mee bij de bepaling van de 2 maanden omdat de contracten elkaar niet zonder onderbreking hebben opgevolgd.

Situatie 3
Werknemer heeft een tijdelijk contract vanaf 1 januari tot en met 31 januari 2020. U gebruikt de hoge WW-premie. Vanaf 4 februari krijgt hij een vast contract. Dit contract wordt op 31 maart 2020 beëindigd. U moet de lage WW-premie herzien over de maanden februari en maart. Het contract in januari telt niet mee bij de bepaling van de 2 maanden omdat de contracten elkaar niet zonder onderbreking hebben opgevolgd.

Situatie 4
Een werknemer heeft van 1 januari tot en met 31 januari 2020 een tijdelijk contract. U gebruikt de hoge WW-premie. Vanaf 1 februari krijgt hij een vast contract. U past vanaf deze datum de lage WW-premie toe. De werknemer neemt ontslag op 28 februari 2020. U moet de lage premie herzien over de maand februari, omdat het contract binnen 2 maanden na aanvang van het 1e contract eindigt.

 

Geen herziening

In de volgende situaties hoeft u de lage premie niet te herzien:

Situatie 1
Een werknemer heeft van 1 januari 2020 tot en met 31 januari 2020 een tijdelijk contract. Hiervoor geldt de hoge WW-premie. Vanaf 1 februari krijgt de werknemer een vast contract. U past vanaf deze datum de lage WW-premie toe. De werknemer wordt op 15 maart 2020 ontslagen. U hoeft de lage premie niet te herzien, omdat de arbeidsovereenkomsten elkaar zonder onderbreking opvolgen en gezamenlijk langer dan 2 maanden hebben geduurd.

Situatie 2
Een werknemer krijgt op 1 januari 2020 een vast contract voor 36 uur per week. Hiervoor geldt de lage WW-premie. Vanaf 1 februari worden de contracturen verlaagd naar 24 uur per week. Er is sprake van een gedeeltelijke beëindiging van de dienstbetrekking. U hoeft de lage premie niet te herzien.

 

Verwerken in de aangifte loonheffingen

Hoe u de herziening in de aangifte loonheffingen verwerkt, leest u in onderstaand voorbeeld.

Een werknemer komt per 1 maart 2020 in dienst. Hij heeft een vast contract. Het maandloon is €1000. De lage WW-premie is van toepassing.
De werknemer gaat op 15 april 2020 uit dienst. Dit is uiterlijk twee maanden na aanvang van de dienstbetrekking. Het loon over april is €500. Hier is sprake van een herzieningssituatie, waardoor u met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moet toepassen. De contractindicaties past u niet aan.

Stel de lage premie is 3% en de hoge premie is 8% (fictieve percentages). In de aangifte loonheffingen verwerkt u de lage premie als volgt:

Tabel aangiftetijdvak

Tabel aangiftetijdvak

In een correctiebericht verwerkt u de herziening als volgt:

Tabel correctie (bij mei of juni),Tabel aangiftetijdvak

Tabel correctie (bij mei of juni)

Correctie met terugwerkende kracht tot en met 1 maart

Door een cao-wijziging heeft de werknemer nog met terugwerkende kracht recht op een salarisverhoging van €100 per maand.
Omdat de lage premie over maart en april herzien is, moet u de hoge WW-premie ook toepassen over de salarisverhoging. Dit moet u opgeven in de rubrieken ‘Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf herzien’ en ‘Premie AWf herzien’.

U verzendt correctieberichten over de aangiften van maart en april. In die correctieberichten vult u de rubrieken als volgt in:

Correctie met terugwerkende kracht tot en met 1 maart

Tabel correctie


 

Einde contract in volgend kalenderjaar

Als de dienstbetrekking aan het einde van het ene kalenderjaar begint en eindigt in het volgende kalenderjaar, dan rekent u met de premies die in elk kalenderjaar van toepassing zijn.

 

Wetsartikelen

Artikel 27 Wet financiering sociale verzekeringen
Artikel 2.3, lid 2 Besluit Wet financiering sociale verzekeringen

 
 

Meer informatie

Kennisdocument Premiedifferentiatie WW
Nieuwsbrief Loonheffingen 2020
 
 

Gerelateerde artikelen

Overzichtsartikel WAB
Handreiking voorwaarden lage WW-premie
Handreiking ‘Herzien lage WW-premie in de loonaangifte’
 
loonadministratie, loonverwerking, loonverwerkers,loonverwerker, loon, wet en regelgeving loon, belastingen en loon, loonbelasting,

door100% Salarisverwerking B.V.

Ontslagvergoeding in de aangifte loonheffingen hoe?

Ontslagvergoeding is altijd loon uit vroegere dienstbetrekking.

               

Om de loonbelasting/premie volksverzekeringen te berekenen gebruikt u de groene tabel. In deze handreiking leest u hoe u de vergoeding verwerkt in de aangifte loonheffingen.

 
Loon uit vroegere dienstbetrekking is geen vergoeding voor het werk zelf, maar een uitkering die de werknemer krijgt omdat hij vroeger heeft gewerkt. Bijvoorbeeld een pensioenuitkering of een ontslagvergoeding. U berekent de loonbelasting/premie volksverzekeringen volgens de groene tabel. In deze tabel is geen arbeidskorting verwerkt.
 

Nieuwe inkomstenverhouding

De ontslagvergoeding belast u volgens de groene tabel in een aparte inkomstenverhouding.
Wanneer u in hetzelfde tijdvak een ontslagvergoeding naast het reguliere loon betaalt aan een werknemer neemt u deze werknemer onder 2 verschillende nummers inkomstenverhouding op in de loonaangifte. Groen en wit loon mag namelijk niet in 1 inkomstenverhouding. Dit geldt ook als de vergoeding in een ander tijdvak (bijvoorbeeld enkele maanden na ontslag) wordt uitbetaald.
 

Inkomenscode en code aard arbeidsverhouding

Vanaf 1 januari 2017 gebruikt u code 62. Bij deze inkomenscode hoeft u geen code aard arbeidsverhouding in te vullen.

Vóór 2017 was de inkomenscode 21. Ook bij deze inkomenscode hoefde u de code aard arbeidsverhouding niet te vermelden.
 

Periodieke ontslaguitkering en zorgverzekeringswet

Periodieke ontslaguitkeringen zijn – zolang de werknemer de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt – belast met werkgeversheffing zorgverzekeringswet (Zvw).
 

Eenmalige ontslaguitkering en zorgverzekeringswet

Als u de ontslagvergoeding eenmalig uitbetaalt, belast u deze via de groene tabel bijzondere beloningen. Omdat de tabel bijzondere beloningen van toepassing is, ontstaat geen nieuw loontijdvak voor de berekening van de bijdrage Zvw. Er wordt geen loontijdvakbedrag aan de cumulatieven toegevoegd. De ontslagvergoeding telt wel mee bij het bepalen van het maximumbijdrageloon van de andere loontijdvakken van dat kalenderjaar. Als het maximumbijdrageloon van dat kalenderjaar nog niet bereikt is, wordt dit tot het maximum aangevuld uit de ontslagvergoeding. Dit is het gevolg van het voortschrijdend cumulatief rekenen (vcr).
 

Voortschrijdend Cumulatief Rekenen (VCR) 2019

Voorbeeld premie Zorgverzekeringswet bij Voortschrijdend cumulatief rekenen

    • Werknemer verdient iedere maand € 4.000
    • In mei is het vakantiegeld € 3.500. Totaal loon mei: € 7.500
    • Sinds 2013 betaalt de werkgever de gehele premie ZVW
    • VCR heeft invloed op de kosten werkgever van mei tot en met augustus via de maximum
    premie ZVW:
Maand Heffingsloon Maximum ZVW 6,95% Nog ‘in te halen’
Januari € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 660,58 -/-
Februari € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 1.321,16 -/-
Maart € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 1.981,74 -/-
April € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 2.642,32 -/-
Mei +vak. € 7.500 € 4.660,58 +

€ 2.642,32 = € 7.302,90

€ 507,55 € 197,10
Juni € 4.000 € 4.000,00 + € 197,10 =

€ 4.197,10

€ 291,70 € 463,48 -/-
Juli € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 1.124,06 -/-
Augustus € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 1.784,64 -/-
September € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 2.445,22 -/-
Oktober € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 3.105,80 -/-
November € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 3.766,38 -/-
December € 4.000 € 4.660,58 € 278,- € 4.426,96 -/-

 

Werknemersverzekeringen

De ontslagvergoeding vormt geen loon voor de werknemersverzekeringen. In de rubriek ‘Loon SV’ vult u 0 in.

 
Meer informatie over de berekening bijdrage Zvw vindt u in de brochure ‘Toelichting loonberekening vcr 2016’.
 

Zie ook:

Codes bij aangeven transitievergoeding vernieuwd
Wijzigingen voor de loonheffingen 2020
 
belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking gebruikelijkloonregeling vernieuwd

U bent een werknemer in een vennootschap of coöperatie waarin u een aanmerkelijk belang hebt?

           

Dan geldt voor u de gebruikelijkloonregeling. Ook is de opbouw van de handreiking gewijzigd.

belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,

Wat is de gebruikelijkloonregeling?

De gebruikelijkloonregeling houdt in dat een aanmerkelijkbelanghouder wordt geacht een loon te krijgen dat normaal is voor het niveau en de duur van zijn arbeid. De gebruikelijkloonregeling geldt dus voor een persoon die werkt voor een vennootschap of een coöperatie waarin hij of zijn fiscale partner een aanmerkelijk belang heeft.
 

Het gebruikelijk loon moet minimaal het hoogste bedrag zijn van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking
  • het loon van de meestverdienende werknemer bij de vennootschap of van de meestverdienende werknemer van een verbonden vennootschap van de werkgever
  • ten minste € 45.000

 

Is uw gebruikelijk loon € 5.000 of lager?

Is het gebruikelijk loon € 5.000 of lager? En kunt u dat aantonen? Dan geeft u voor dat werk het loon aan dat u kreeg. De grens van € 5.000 geldt voor het totaal van uw werkzaamheden voor alle vennootschappen of coöperaties waarin u een aanmerkelijk belang hebt. De grens geldt dus niet per onderneming.
 

Hebben anderen een lager loon?

Is het gebruikelijk dat anderen bij de meest vergelijkbare werkzaamheden een lager loon krijgen? En kunt u dat aannemelijk maken? Dan stellen wij het loon op dat lagere bedrag. Daarbij moet u een vergelijking maken met de meest vergelijkbare werkzaamheden uit loondienst waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt.
 

Start-ups

Werkt u voor start-ups? Dan geldt een versoepeling van de gebruikelijkloonregeling. U mag in dat geval het wettelijk minimumloon nemen als gebruikelijk loon. Of, als dat lager is, het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Dit laatste moet u aannemelijk maken.

Om aangemerkt te kunnen worden als een start-up, moet uw werkgever voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Uw werkgever heeft in een kalenderjaar een S&O-verklaring.
  • Uw werkgever heeft in een kalenderjaar recht op het verhoogde starterspercentage (zie paragraaf 25.1.2 van het Handboek Loonheffingen).
  • Uw werkgever komt niet uit boven het ‘de minimis’-plafond voor wat betreft staatssteun volgens het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Voor werknemers die zijn verzekerd voor de werknemersverzekeringen, moet de werkgever een Verklaring De-minimissteun aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Voor een directeur-grootaandeelhouder geldt deze voorwaarde niet (zie paragraaf 16.1.1 van het Handboek Loonheffingen).

Heeft uw werkgever voor slechts een deel van het kalenderjaar een S&O-verklaring en recht op het verhoogde starterspercentage? Dan geldt deze regeling toch voor het hele kalenderjaar.

U mag de start-upregeling maximaal 3 jaar toepassen. Daarna geldt weer de hoofdregel.
 

Handboek loonheffingen

Meer over de gebruikelijkloonregeling leest u in Handboek loonheffingen Thema’s
 
 

Gerelateerd:

 
personeelszaken, personeelsdiensten,financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers, loonadministratie, salarisverwerking,