Tag archief Cafetariaregeling

door100% Salarisverwerking B.V.

Antwoorden uitruil reiskosten, webinar corona

De Belastingdienst heeft een aantal vragen over de uitruil van reiskosten in corona tijd beantwoord.
          
Het gaat om vragen die deelnemers hebben gesteld tijdens het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen ’.

Het webinar werd georganiseerd door de Belastingdienst en heeft op 30 september plaatsgevonden. Het ging onder andere over de gevolgen van de coronamaatregelen voor de loonheffingen, inkomsten- en vennootschapsbelasting en de invordering.

Hieronder leest u de vragen en antwoorden.

 
1. Een werknemer krijgt een vaste reiskostenvergoeding van € 0,08 per kilometer op basis van de 214-dagenregeling. Hij werkt sinds de coronamaatregelen vanuit huis. In december 2020 geeft de werknemer aan dat hij het individueel keuzebudget (IKB) wil inzetten voor een aanvullende reiskostenvergoeding. Kan de werkgever onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer op basis van de 214-dagenregeling?
De werkgever mag de goedkeuring uit het besluit alleen toepassen als de werknemer zijn keuze voor de uitruil vóór 13 maart 2020 heeft gemaakt.

In dit geval geldt de goedkeuring uit het besluit niet.

De werknemer mag alleen uitruilen op basis van 214 dagen als aan het einde van het jaar blijkt dat hij in 2020 meer dan 128 dagen werkelijk heeft gereisd. Heeft hij minder dan 128 dagen gereisd, dan mogen alleen de werkelijke reisdagen uitgeruild worden.
 
2. Werknemers kunnen meerdere keren per jaar uitruilen. In het salarissysteem moet de werknemer de keuze iedere keer opnieuw maken. Mag een werknemer het hele jaar onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer als hij al 2 maanden heeft uitgeruild vóór 13 maart 2020?
Nee. De werkgever mag de goedkeuring voor uitruil uit het besluit alleen toepassen voor de keuzes die de werknemer vóór 13 maart 2020 heeft doorgegeven. Omdat de werknemer meerdere keren per jaar de keuze moet maken, geldt de goedkeuring niet voor de keuzes die hij na deze datum doorgeeft.
 
3. Een werknemer heeft vóór 13 maart 2020 digitaal doorgegeven dat ze wil uitruilen tot € 0,19 per kilometer. Ze heeft nog niet aangegeven of ze de uitruil maandelijks wil toepassen of aan het einde van het jaar. Kan de werkgever de goedkeuring uit het besluit toepassen?
Ja. Het besluit ziet op reiskostenvergoedingen waarop de werknemer een onvoorwaardelijk recht had vóór 13 maart 2020. Dit geldt als de werkgever en werknemer vóór die datum zijn overeengekomen dat de werknemer zijn IKB in 2020 gaat uitruilen tegen een onbelaste reiskostenvergoeding. De werkgever is in dat geval op 13 maart 2020 verplicht tot de uitruil. Alleen het moment van uitruilen stond nog niet vast.
 
4. De werkgever betaalt een vaste reiskostenvergoeding van € 0,12 per kilometer. Een werknemer maakt gebruik van de mogelijkheid om uit te ruilen tot € 0,19 per kilometer voor een aanvullende reiskostenvergoeding. De werkgever zet de reiskostenvergoeding tijdelijk stop vanaf 1 mei tot 1 oktober 2020, omdat de werknemer thuiswerkt. Wat is de fiscale ruimte over deze periode?
Als de werknemer zijn keuze voor deze uitruil vóór 13 maart 2020 heeft gemaakt, kan de werkgever de goedkeuring uit het besluit toepassen op de aanvullende reiskostenvergoeding.

Op basis van het besluit mag de werknemer € 0,19 per kilometer uitruilen over de periode 1 mei tot 1 oktober. De fiscale ruimte bedraagt dan 214 x € 0,19 x aantal kilometers minus de reiskostenvergoeding die de werknemer al heeft ontvangen in het kalenderjaar.
 
5. Hoe moet je de 128 dagen toetsen in verband met de onbelaste uitruil tot € 0,19 per kilometer tegen een eindejaarsuitkering op basis van 214 dagen?
Als de goedkeuring uit het besluit niet van toepassing is, mag de werknemer alleen uitruilen op basis van 214 dagen als hij kan aantonen dat hij daadwerkelijk 128 dagen gereisd heeft in 2020.
 
6. Werknemers krijgen een reiskostenvergoeding van € 0,19 per kilometer tot maximaal 100 kilometer per dag. Het meerdere mag de werknemer onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer via een cafetariaregeling. Uitruil is alleen mogelijk voor de werkelijk gereden kilometers waarvoor de werknemer geen vergoeding ontvangt. Kan dit ook nog als de werknemer na 13 maart 2020 verhuist en meer zakelijke kilometers rijdt?
Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. U kunt hiervoor vooroverleg aanvragen.
 
7. De werknemers ontvangen een reiskostenvergoeding op basis van de werkelijk gereden kilometers. Kan de werknemer onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer met de eindejaarsuitkering, ook al is de overeenkomst na 13 maart getekend?
In dit geval is de goedkeuring uit het besluit niet van toepassing. De werkgever mag altijd een reiskostenvergoeding geven voor de werkelijk gereisde kilometers. De werknemer kan dan brutoloon uitruilen tot € 0,19 per werkelijk gereisde kilometer. Meer over reiskostenvergoedingen leest u in hoofdstuk 21 Handboek Loonheffingen.
 
8. Een werknemer heeft vóór 13 maart de keuze gemaakt voor onbelaste uitruil tot € 0,19 per kilometer van een reiskostenvergoeding voor het hele jaar op basis van 5 reisdagen per week. Per 1 juni heeft de werknemer een contract voor 4 dagen per week. Mag hij dan nog uitruilen op basis van de 214-dagenregeling? Of moet de werkgever vanaf 1 juni uitgaan van de werkelijke reisdagen?
De werkgever kan de goedkeuring uit het besluit blijven toepassen op de uitruil voor een reiskostenvergoeding op basis van 5 reisdagen. Dit geldt als er een onvoorwaardelijk recht bestond vóór 13 maart 2020. Dit recht wijzigt niet na 12 maart, alleen het aantal werkdagen van de werknemer. De goedkeuring vervalt hierdoor niet. Het kan zijn dat de werkgever de reiskostenvergoeding naar beneden bijstelt. Fiscaal gezien is dat niet vereist.
 
9. De werkgever heeft op 1 januari 2020 een applicatie ingericht waarin de werknemer op basis van de 214-dagenregeling reiskosten onbelast kan uitruilen tot € 0,19 per kilometer. De vaste werkdagen en de kilometervergoeding zijn hierin vastgelegd voor het hele jaar. De werknemer kiest zelf of hij maandelijks uitruilt of aan het eind van het jaar. Is in deze situatie sprake van een onvoorwaardelijk recht op uitruil op basis van het ingevoerde reispatroon?
Dit is afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Het besluit ziet alleen op reiskostenvergoedingen waarop de werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had. Hiervan is sprake als de werkgever en de werknemer vóór die datum zijn overeengekomen dat de werknemer zijn IKB in 2020 uitruilt tegen een onbelaste reiskostenvergoeding. De goedkeuring uit het besluit kan de werkgever ook toepassen als het moment waarop de uitruil gaat plaatsvinden nog niet vaststaat. Zie het antwoord op vraag 3.

 

Meer informatie

Handboek LoonheffingenBesluit noodmaatregelen coronacrisis
 
 

Gerelateerde berichten

Opname webinar ‘Fiscale gevolgen coronamaatregelen
Webinar corona: antwoorden gebruikelijk loon
Webinar corona: antwoorden algemene vragen
Webinar corona: antwoorden buitenlandse situaties
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Belastingdienst: coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen

Antwoorden algemene vragen bij webinar corona

                  

De Belastingdienst heeft een aantal algemene vragen beantwoord. Het gaat om vragen die deelnemers hebben gesteld tijdens het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen ’.

Het webinar werd georganiseerd door de Belastingdienst en heeft op 30 september plaatsgevonden. Het ging onder andere over de gevolgen van de coronamaatregelen voor de loonheffingen, inkomsten- en vennootschapsbelasting en de invordering.
Hieronder leest u de vragen en antwoorden.

100 salarisverwerking 2020, loonadministratie, salarisverwerking, salarisadministratie, salarisverwerkers, salaris, loon, belastingen,loonheffingen, aangifte, tegemoetkomingen, toeslagen, subsidie, wab, wet en regelgeving, overheid

 

1. De werkgever mag op grond van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis een onbelaste vaste kostenvergoeding doorbetalen als de werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had op deze vergoeding. Hoe zit het met vaste kostenvergoedingen die de werkgever na deze datum toekent?

Voor vaste kostenvergoedingen die de werkgever vanaf 13 maart 2020 toekent, gelden de normale fiscale regels. Meer hierover leest u in paragraaf 4.6.1 Handboek Loonheffingen.

 

2. Wij betalen een vaste kostenvergoeding aan zowel werknemers die vóór 13 maart in dienst waren als aan werknemers die daarna in dienst kwamen. Is de kostenvergoeding voor de ‘oude’ werknemers onbelast en voor de ‘nieuwe’ werknemers belast?
Had de werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht op een vaste kostenvergoeding, dan valt deze onder de goedkeuring van het besluit.

Dit geldt niet voor werknemers die na 13 maart in dienst komen. Zij hadden namelijk vóór 13 maart nog geen onvoorwaardelijk recht op de vergoeding.

Voor vaste kostenvergoedingen die een werkgever vanaf 13 maart 2020 toekent, gelden de normale fiscale regels. Meer hierover leest u in paragraaf 4.6.1 Handboek Loonheffingen.

 

3. De werkgever maakt gebruik van een individueel keuzebudget (IKB) in plaats van een cafetariamodel. Werknemers kunnen maandelijks gebruik maken van een uitruil. Is het belangrijk dat de werknemer een IKB heeft vóór 13 maart? Of moet het tijdstip van uitruil vóór 13 maart liggen?

De goedkeuring uit het besluit ziet alleen op vaste reiskostenvergoedingen en op andere vaste vergoedingen. De goedkeuring uit het besluit is in dit geval alleen van toepassing als de werknemer zijn keuze om zijn IKB te ruilen voor deze vergoedingen vóór 13 maart 2020 heeft gemaakt. De datum van 13 maart 2020 is niet van belang als de werknemer wil uitruilen voor andere doeleinden.

 

4. Mogen werknemers die na 13 maart in dienst zijn gekomen en vanaf dan een IKB krijgen fiscaalvriendelijk een fiets aanschaffen?

De goedkeuring in het besluit ziet alleen op vaste reiskostenvergoedingen en andere vaste kostenvergoedingen. De datum van 13 maart 2020 is niet van belang als de werknemer wil uitruilen voor andere doeleinden. Als de werknemer zijn IKB inzet voor een fietsvergoeding, gelden de normale fiscale regels. Meer hierover leest u in paragraaf 21.7 en 4.15.1 Handboek Loonheffingen.

 

5. Een werknemer ontvangt een voorziening die voldoet aan de voorwaarden van het noodzakelijkheidscriterium. Moet de werkgever dan ook eventuele reparatiekosten aan deze voorziening betalen? Mag hij deze kosten in rekening brengen bij de werknemer?

Ja, de kosten van een noodzakelijke voorziening, dus ook eventuele reparatiekosten zijn voor rekening van de werkgever, zonder dat hij deze verhaalt op de werknemer. Dat volgt uit de voorwaarden die gelden bij het noodzakelijkheidscriterium (zie het antwoord op vraag 6 en paragraaf Handboek Loonheffingen 20.17).

 

6. De werkgever moet alle kosten betalen als hij gebruik wil maken van de gerichte vrijstelling voor noodzakelijke voorzieningen. Wat is de wettelijke basis hiervoor?

Dat de werkgever voor toepassing van het noodzakelijkheidscriterium alle kosten moet dragen, volgt artikel 31a, 2e lid, onderdeel g, onder 1°, en het 10e lid van dat artikel, Wet op de loonbelasting 1964.

 

7. Is een keuze in een IKB van de werknemer te beschouwen als een eigen bijdrage in de zin van de gerichte vrijstelling voor noodzakelijke voorzieningen?

De gerichte vrijstelling voor noodzakelijke gereedschappen et cetera is niet van toepassing als de voorziening onderdeel uitmaakt van een cafetariaregeling. Een IKB is een voorbeeld van een cafetariaregeling.

 

8. Zijn coronatesten voor werknemers gericht vrijgesteld of komt dit ten laste van de vrije ruimte?

De vergoeding voor een coronatest is gericht vrijgesteld als deze voldoet aan de voorwaarden van een arbo-voorziening. Dit is een voorziening die rechtstreeks voortvloeit uit het arbeidsomstandighedenbeleid dat de werkgever voert op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. Hieronder valt ook een geneeskundige keuring in het kader van preventie- en verzuimbeleid.

Meer over de voorwaarden leest u in paragraaf 20.1.9 Handboek Loonheffingen.

Als de gerichte vrijstelling niet van toepassing is, mag u de vergoeding aanwijzen als eindheffingsloon. Deze komt dan ten laste van de vrije ruimte. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt de werkgever 80% eindheffing.

 

9. Een werkgever heeft nog veel vrije ruimte over. Mag hij deze ruimte gebruiken om een gedeelte van het loon uit te ruilen tegen een onbelaste vergoeding?

Ja. De werkgever kan een gedeelte van het loon in zijn vrije ruimte onderbrengen. Hiervoor moet hij dit loon aanwijzen als eindheffingsloon. De aanwijzing moet wel gebruikelijk zijn.

De Belastingdienst beschouwt vergoedingen tot een bedrag van € 2.400 per persoon per jaar als gebruikelijk.

Meer informatie over de gebruikelijkheidstoets leest u in paragraaf 4.2 Handboek Loonheffingen.

 

10. Heeft de NOW-regeling invloed op de hoogte van de vrije ruimte?

De NOW-regeling is een tegemoetkoming voor werkgevers in de loonkosten op basis van een bepaald omzetverlies. De werkgever moet zelf het loon uitbetalen. De tegemoetkoming in de loonkosten heeft dus geen invloed heeft op de hoogte van de vrije ruimte.

 

11. Zijn de herregistratiekosten van zorgpersoneel gericht vrijgesteld of komen deze ten laste van de vrije ruimte?

De werkgever moet toetsen of hiervoor een gerichte vrijstelling geldt. Meer over gerichte vrijstellingen leest u in paragraaf 20.1 Handboek Loonheffingen.
Als er geen gerichte vrijstelling van toepassing is, kan de werkgever de vergoeding mogelijk aanwijzen als eindheffingsloon. Deze komt dan ten laste van de vrije ruimte. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt de werkgever 80% eindheffing.

 

Let op!

De antwoorden zijn informatief van aard. Wilt u een uitspraak van de Belastingdienst in een specifieke situatie, kunt u vooroverleg aanvragen.

Binnenkort leest u meer over de antwoorden op vragen die gesteld zijn over reiskostenvergoedingen en vergoedingen voor thuiswerken.

 

Meer informatie

Handboek Loonheffingen
Besluit noodmaatregelen coronacrisis
 
 

Gerelateerd

Antwoorden gebruikelijk loon – Webinar corona
Fiscale gevolgen coronamaatregelen: Opname webinar

 
 
Coronavirus- fiscale maatregelen en de gevolgen video inlog, belastingdienst, fiscale maatregelen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking diensttijduitkering

In deze handreiking leest u wat de gevolgen zijn voor de loonheffingen.
                   
Een werknemer ontvangt een diensttijduitkering ter gelegenheid van zijn jubileum.

 
belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,
 
Als een diensttijduitkering aan alle voorwaarden voldoet, is de diensttijdvrijstelling van toepassing. De diensttijduitkering hoort dan niet tot het loon van de werknemer en is onbelast.

De voorwaarden voor de diensttijdvrijstelling zijn:

  1. De werknemer is ten minste 25 jaar of 40 jaar in dienst.
  2. De diensttijduitkering of -verstrekking is eenmalig.
  3. De diensttijduitkering of -verstrekking is maximaal het loon over een maand.

 

1. Dienstjaren

De diensttijdvrijstelling geldt als de werknemer tenminste 25 jaar in dienst is en nogmaals als de werknemer minstens 40 jaar in dienst is.

De grens van 25 of 40 jaar is zeer strikt. Als één dag ontbreekt, geldt de diensttijdvrijstelling niet. Begint de dienstbetrekking van een werknemer bijvoorbeeld op 2 januari 1979 en eindigt hij per 31 december 2019, dan is de periode van 40 jaar niet volgemaakt.

 

Onderbroken dienstverband

Voor de diensttijdvrijstelling geldt niet alleen de duur van het laatste dienstverband. De diensttijd van eerdere dienstverbanden bij dezelfde werkgever tellen ook mee. Belangrijk is dat de werknemer loon heeft ontvangen voor de verrichte arbeid. De perioden waarin het dienstverband onderbroken is, tellen niet mee.

 

Uitzendkracht die in dienst komt

Bij de diensttijd gaat het om de periode waarin een werknemer in dienstbetrekking is bij dezelfde werkgever. Heeft een werknemer eerst als uitzendkracht bij de werkgever gewerkt, dan tellen deze jaren niet mee.

 

Diensttijd bij andere werkgever

In bepaalde gevallen mag u de diensttijd bij een andere werkgever wel meetellen. Voorbeelden hiervan zijn:

  • De werknemer is bij een andere werkgever in dienst getreden vanwege een overgang van onderneming. Feitelijk werkt hij nog steeds voor dezelfde onderneming.
  • Tussen de werkgevers bestaat een zodanige verhouding dat het normaal is om die diensttijd mee te tellen. Bijvoorbeeld als de werkgevers deel uitmaken van hetzelfde concern.
  • De werkgever gaat uit van de dienstjaren die zijn pensioenuitvoerder in aanmerking neemt. De Belastingdienst gaat hiermee akkoord als de werkgever hierbij een bestendige gedragslijn heeft. Op verzoek van de Belastingdienst moet de werkgever deze bestendige gedragslijn aannemelijk kunnen maken.

 

2. Eenmalig

De diensttijdvrijstelling geldt één keer bij een 25-jarig dienstverband en één keer bij een 40-jarig dienstverband. Als de vrijstelling bij een 25-jarig dienstverband nog niet is gebruikt mag u bij een 40-jarig dienstverband de vrijstelling 2 keer toepassen.

 

3. Loon over een maand

De maximale diensttijdvrijstelling is het fiscale loon over een maand dat een werknemer ontvangt op het moment van uitbetalen van de diensttijduitkering. Dit is het loon uit kolom 14 van de loonstaat. Zowel loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als loon uit vroegere dienstbetrekking tellen mee.

U houdt geen rekening met:

  • bijzondere beloningen die niet vast en gegarandeerd zijn, zoals tantièmes
  • aanspraken die tot het loon behoren
  • keuzeloon (cafetariaregeling)

Bij het fiscale loon over een maand telt u het maandbedrag op van:

  • het werknemersaandeel in de pensioenpremie
  • de werknemersbijdrage voor aanspraken die overeenkomen met aanspraken op WW-, ZW-, WAZO- en WAO/WIA-uitkeringen
  • de werknemersbijdrage voor aanspraken op uitkeringen bij overlijden of invaliditeit door een ongeval
  • bedragen die worden ingehouden in plaats van de hierboven genoemde premies en bijdragen
  • de werknemersbijdrage in de levensloopregeling

Bij het berekende bedrag telt u bovendien op:

  • 1/12 van de vakantiebijslag
  • 1/12 van het jaarbedrag van vaste gegarandeerde bijzondere beloningen

U mag geen rekening houden met loon dat de werknemer van een andere inhoudingsplichtige ontvangt.

 

Deeltijd

Is de werknemer minder gaan werken maar is de hoogte van de diensttijduitkering een voltijd maandloon? Dan gaat u voor de berekening van de diensttijdvrijstelling toch uit van het deeltijdloon.

 

Uitkering in geld of goederen

Een werkgever mag een diensttijduitkering verstrekken in zowel ‘loon in geld’ als ‘loon in natura’, zolang de totale waarde niet meer is dan een maandloon. Als u aan bovenstaande 3 voorwaarden voldoet, geldt de diensttijdvrijstelling. Het bedrag boven het maandloon is loon voor de werknemer. De werkgever mag dit bedrag ook aanwijzen als eindheffingsloon werkkostenregeling.

 

Niet voldaan aan de voorwaarden

De diensttijduitkering is loon voor de werknemer als u niet voldoet aan alle voorwaarden. U kunt de uitkering aanwijzen als eindheffingsloon werkkostenregeling. De diensttijduitkering moet dan aan de gebruikelijkheidstoets voldoen. Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot een bedrag van € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst als gebruikelijk. Meer over de gebruikelijkheidstoets leest u in hoofdstuk 4.2 Handboek Loonheffingen.

 

Voorbeeld

De werknemer is 12,5 jaar in dienst en ontvangt een diensttijduitkering van € 1.500. Dit is een half maandsalaris. De werkgever wil dit onbelast uitkeren aan de werknemer. Wat moet u doen?

Bij een diensttijd van 12,5 jaar is de diensttijdvrijstelling niet van toepassing. U controleert of de diensttijduitkering voldoet aan de gebruikelijkheidstoets. De werknemer ontvangt naast de diensttijduitkering geen andere vergoedingen en verstrekkingen. De werkgever kan de diensttijduitkering daarom aanwijzen als eindheffingsloon. Bij overschrijding van de vrije ruimte is de werkgever 80% eindheffing verschuldigd.

 

Meer informatie

Handboek loonheffingen 2020 hoofdstuk 19.2.1

 

Wetsartikelen

artikel 11, lid 1, onderdeel o Wet op de loonbelasting
artikel 3.1 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011

 
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, loon, salaris, loonstrook, lonen, salarissen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Vakantiegeld

Het vakantiegeld, vakantiebijslag of vakantietoeslag wordt binnenkort uitbetaald bij de meeste werkzame mensen.

       

Maar hoe wordt dat bedrag eigenlijk in de administratie verwerkt? En hoe zit het met de belastingdienst?

berekening,rekenen, vakantiegeld loonheffingen, vakantiebijslag, vakantie toeslag, vakantie uren,

Wanneer berekent u vakantiegeld?

De meeste salarisverwerking software berekent het vakantiegeld automatisch. Wettelijk gezien bedraagt het vakantiegeld ten minste 8 procent van het loon, maar het mag natuurlijk ook meer zijn. Aan de salarisadministratie alleen nog de taak om te controleren of het allemaal goed is gedaan.

Toch? Welnee!

Als salarisverwerker kunt u controle’s maandelijks doen. De meesten hebben immers het gereserveerde bedrag maandelijks op hun loonstrook staan en die gereserveerde bedragen tellen ook mee voor de aangifte loonheffing.
Op basis van die heffingen wordt voor de werknemer ook de WIA, WW, pensioen en zelfs zijn maximum hypotheekbedrag berekend. Als daar het hele jaar een fout in zat, en die nu pas bij controle naar bovenkomt, is er duidelijk een proces onvoldoende geborgd en wordt werknemer óf werkgever benadeeld. Wat de salarisverwerker wel pas in deze periode doet, is berekenen hoeveel er op het vakantiegeld moet worden ingehouden aan belastingen en premies.

Wat telt mee bij de berekening van vakantiegeld?

Er is in de Wet minimumloon en vakantiebijslag vastgelegd hoe het vakantiegeld moet worden berekend. Elke werknemer ontvangt ten minste 8 procent van het brutoloon aan vakantiegeld, bij cao kan dat percentage hoger zijn of er kan een vast, minimumbedrag zijn afgesproken.
Maar wat is het brutoloon? Want tot 1 januari 2018 mocht overwerk bijvoorbeeld niet worden meegenomen in de berekening van vakantiegeld. Inmiddels is dat anders. Nu moet het juist wel worden meegenomen, tenzij anders is vastgelegd in de cao.
Voor de loonadministratie begint de berekening dus bij de begripsbepaling van ‘loon’ uit de geldende cao. Bonussen, onkostenvergoedingen, jubileumuitkeringen en nog een aantal andere bijzondere bedragen zijn overigens nog altijd uitgesloten van de berekening.
Andere emolumenten (vaste extra uren, nabetalingen, uitgekeerde boven wettelijke vakantiedagen, etc.) tellen juist weer wel mee voor het brutoloon.

Verdient de medewerker meer dan 3 maal het minimumloon (op 1 juli is dat 4906,80 euro per maand), dan mag met de medewerker worden afgesproken dat over het bedrag boven die 4906,80 geen vakantiegeld meer wordt berekend.
Het is aan de medewerker zelf om wel of niet akkoord te gaan met die bepaling in zijn of haar arbeidsovereenkomst.

Als loonadministrateur zal u dus moeten nagaan of het brutoloon juist is berekend en welk bedrag wettelijk of per cao ten minste moet worden uitbetaald.

Welke belastingen worden geheven op het vakantiegeld?

In elk geval wordt er op vakantiegeld loonbelasting en de premies voor de volksverzekeringen ingehouden volgens de tabellen voor bijzondere beloningen. Er wordt rekening gehouden met de afbouw van de heffings- en arbeidskortingen.
De hoogte van de in te houden loonbelasting en premies volksverzekeringen wordt bovendien ook bepaald op basis van het jaarloon van het voorafgaande jaar.
Raadpleeg dus altijd de tabellen voor een exact percentage en laat uw werk controleren. Doet u dit niet kan u of de werknemer geconfronteerd worden met een naheffing.

Het is zeer nadrukkelijk niet toegestaan om, zodra de salarisadministrateur vermoedt dat er een bijbetaling volgt, zelf het jaarloon aan te passen, zodat er meer loonbelasting en premies volksverzekeringen worden ingehouden.
Het jaarloon moet worden bepaald op basis van het loon van het voorafgaande jaar. Daar mag alleen van worden afgeweken als de werknemer hier zelf om vraagt.

Let op met de Cafetariaregeling en vakantiegeld

Vakantiegeld wordt berekend aan de hand van het verlaagde loon, als er bijvoorbeeld een fiets is gekocht van het brutoloon of de fiscale ruimte wordt benut voor de reiskostenvergoeding.
Dat kan problemen geven als het brutoloon van het jaar er voor hoger was. Want de werknemer heeft recht op 8 procent van dat jaar.
Als het vakantiegeld wordt verlaagd met de bijdrage voor de fiets of de reiskosten, komt het bedrag onder het minimum van 8 procent. Dat mag niet.

Dit zelfde probleem treedt op als de cao een minimumuitkering aan vakantiegeld heeft bepaald. Controleer dus altijd of de werknemer ten minste 8 procent van het brutoloon ontvangt.

Gerelateerd:

Wettelijke vakantiedagen, vakantiedagen die de werknemer in 2017 opbouwt, vervallen op 1 juli 2018 vakantiedagen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Mobiele telefoon, wanneer gericht vrijgesteld?

Een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling van een mobiele telefoon is gericht vrijgesteld als deze telefoon voldoet aan het noodzakelijkheidscriterium. Wat dit betekent en welke voorwaarden hiervoor gelden, leest u in deze handreiking.

Wanneer voldoet een mobiele telefoon aan het noodzakelijkheidscriterium (artikel 31a, lid 2, onderdeel g Wet LB 1964)?

  • Noodzakelijk betekent dat de werknemer de mobiele telefoon nodig heeft om zijn dienstbetrekking goed te kunnen uitoefenen. De mate van het gebruik is daarbij niet doorslaggevend. De Belastingdienst volgt hierin het redelijke oordeel van de werkgever.
  • De werkgever betaalt de mobiele telefoon en berekent de kosten niet door aan de werknemer.
  • De werknemer moet de mobiele telefoon aan de werkgever teruggeven of de restwaarde aan de werkgever betalen als hij de telefoon niet meer nodig heeft voor de dienstbetrekking.

Let op!

Als de mobiele telefoon aan het noodzakelijkheidscriterium voldoet, dan moet de werkgever de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling hiervan aanwijzen als eindheffingsloon. Doet een werkgever dit niet, dan is de gerichte vrijstelling niet van toepassing.

Bewijslast

Als de Belastingdienst van mening is dat het gebruik van een mobiele telefoon niet noodzakelijk is voor de uitoefening van de dienstbetrekking, dan moet de Belastingdienst dit bewijzen.

Dit is anders als de werknemer een bestuurder of een commissaris (opting-in) is. In dat geval geldt dat de werkgever aannemelijk moet maken dat de mobiele telefoon aan het noodzakelijkheidscriterium voldoet.

Privévoordeel

Gebruikt de werknemer de mobiele telefoon die aan het noodzakelijkheidscriterium voldoet, ook privé? Dan hoeft u het privévoordeel niet tot het loon te rekenen.

Cafetariaregeling

De gerichte vrijstelling is niet van toepassing als de mobiele telefoon onder een cafetariaregeling valt. De vrijstelling geldt namelijk alleen als de werkgever beslist dat de mobiele telefoon noodzakelijk is. Bij een cafetariaregeling bepaalt de werknemer welke voorziening hij ruilt voor belast loon of vakantiedagen.

Eigen bijdrage

De werkgever mag geen kosten bij de werknemer in rekening brengen voor de mobiele telefoon die aan het noodzakelijkheidscriterium voldoet. Hiervoor gelden 2 uitzonderingen:

  • De werknemer kiest voor een duurdere uitvoering van de telefoon. De werkgever mag dan een eigen bijdrage vragen voor de meerkosten. Deze eigen bijdrage moet de werknemer uit het nettoloon betalen.
  • De werknemer kiest voor een duurder abonnement omdat hij voor privédoeleinden meer belminuten of een grotere databundel nodig heeft. De hogere kosten moeten dan wel door de werkgever worden gespecificeerd. De werkgever mag dan een eigen bijdrage vragen voor de meerkosten. Deze eigen bijdrage moet de werknemer uit zijn nettoloon moet betalen.

 
 

Meer informatie over noodzakelijkheidscriterium

Hoofdstuk 20.1.7 Handboek Loonheffingen
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwe instructietabel verloonde uren

De instructietabel voor het invullen van verloonde uren in de aangifte loonheffingen is geactualiseerd. De tabel is aangepast aan de 2e versie ‘Memo verloonde uren ’ die de Belastingdienst februari dit jaar publiceerde.

 
De wijziging heeft betrekking op aanvullingen en verduidelijkingen over:

  • verloonde uren bij ziekte/arbeidsongeschiktheid
  • verloonde uren bij uitbetaling van een WW-uitkering

Ook zijn 2 onderwerpen toegevoegd:

  • invloed van een cafetariaregeling op verloonde uren
  • verloonde uren bij demotieregelingen

 
Meer leest u in de nieuwe instructietabel.
 
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,