Maandelijks archief september 2019

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

door100% Salarisverwerking B.V.

Ontslagvergoeding niet voor immateriële schade

Het gerechtshof oordeelt dat een ontslagvergoeding geen onbelaste vergoeding is voor geleden immateriële schade.
          
De volledige vergoeding houdt voldoende verband met de dienstbetrekking en is daarom belast loon.

 

burn out, burnout, burn-out, zieke werknemer door stress, werknemers phygisch ziek, geestelijk ziek, mentaal kapot, emotioneel fysiek ziek van stress werk,

Een docent bij een hogeschool besluit na zijn tweede burn-out om gebruik te maken van een afvloeiingsregeling. Hij gaat niet akkoord met de voorgestelde ontslagvergoeding van €53.662.

 

De docent is van mening dat hij recht heeft op een hogere vergoeding. Hij heeft financiële schade geleden doordat de hogeschool hem niet heeft ingedeeld in een beloofde hogere schaal. Daarnaast wijst de docent op de door hem geleden emotionele en psychische schade in een periode waarin hij een slechte verstandhouding had met zijn directe leidinggevende.

 

De hogeschool verdubbelt de ontslagvergoeding zodat de werknemer een volledige compensatie van het pensioengat ontvangt.

 

Volgens het hof heeft de docent niet aannemelijk gemaakt dat een deel van de beëindigingsvergoeding betrekking heeft op een onbelaste vergoeding voor geleden immateriële schade. De volledige ontslagvergoeding is belast loon.

 

Uitspraak gerechtshof: ECLI:NL:GHARL:2019:6653

 

 

financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers,

door100% Salarisverwerking B.V.

Werknemer wil bij financiële problemen terecht kunnen bij de werkgever

13% van de werknemers heeft op dit moment zorgen of vragen over geld.

              
78% van de werknemers wil wanneer zich een situatie voordoet met mogelijk financiële gevolgen, terecht kunnen bij de werkgever. Met name wanneer het gaat over minder werken, vervroegd/deeltijd pensioen of minder inkomen door ziekte of arbeidsongeschiktheid. Toch is de helft van de werknemers zich op dit moment niet bewust of hun werkgever hier hulp bij aanbiedt. Dit blijkt uit het onderzoek van Wijzer in geldzaken, uitgevoerd onder een representatieve groep van ruim 600 Nederlanders van 18 jaar en ouder, werkend in loondienst.
 
minimumjeugdloon. minimumloon, berekening salaris, berekenen loon, wet en regelgeving, overheid, belastingen, jeugd-LIV, LIV, Wet tegemoetkomingen loondomein,
 

Geldzorgen bij werknemers

Uit eerder onderzoek (Personeel met schulden, Nibud 2017) bleek dat 62% van de werkgevers personeel met geldzorgen heeft; loonbeslagen kwamen bij bijna de helft van de werkgevers voor. Plotselinge veranderingen in iemands leven, zoals echtscheiding, ziekte, ontslag of overlijden van de partner, zijn vaak een oorzaak van geldzorgen. Deze gebeurtenissen vormen veelal een bron voor stress, concentratieverlies en ook verzuim op het werk. 13% van de ondervraagden heeft op dit moment zorgen of vragen over geld.
 

Hulp werkgever gevraagd bij financiële gevolgen minder/meer werken

78% van de werknemers zou willen dat hun werkgever met hen meedenkt. Zij wensen van hun werkgever vooral hulp bij de mogelijkheid om tijdelijk meer of minder te werken (51%), gevolgd door berekeningen van financiële gevolgen voor het inkomen of voor het pensioen. Bijna de helft (47%) van de werknemers die met de werkgever na willen denken over de financiële gevolgen van minder werken, wil meer vrije tijd voor zichzelf. Daarnaast worden ook redenen als leeftijd (39%), meer tijd voor andere activiteiten (36%), zorg voor de kinderen (34%) en gezondheid (33%) vaak genoemd.
 

Rol van de werkgever bij financiële fitheid

Bijna twee derde (64%) vindt dat een goede werkgever hulp zou moeten bieden aan werknemers met geldzorgen. Ruim de helft (55%) van de werknemers vindt het prettig als zij terecht kunnen bij hun werkgever met vragen over de eigen financiële situatie en een even groot deel vindt dat een goede werkgever medewerkers helpt om financieel fit te zijn. Het loont voor werkgevers om met de financiële fitheid van medewerkers aan de slag te gaan: dit scheelt in ziekteverzuim en verhoogt de productiviteit.
 

Nieuwe koers Wijzer in geldzaken: Samen werken aan financiële fitheid van Nederlanders

In mei 2019 presenteerde Wijzer in geldzaken een nieuwe koers. In het platform Wijzer in geldzaken wordt door diverse organisaties samengewerkt aan vele initiatieven om Nederland financieel fitter te maken. Daar past dit initiatief naadloos in. De komende jaren gaan de Wijzer in geldzaken partners samen zorgen dat mensen financieel zijn voorbereid op de toekomst, met extra aandacht voor kwetsbare groepen, zoals mensen met wisselende inkomsten, tijdelijke arbeidscontracten en laaggeletterden. Daarnaast blijven de partners zich onder meer inzetten voor structurele aandacht voor financiële vaardigheden op school.
 

Over het onderzoek

Bekijk hier de onderzoeksresultaten van het Onderzoek financieel fitte werknemers 2019 uitgevoerd door SAMR in opdracht van Wijzer in geldzaken. Het onderzoek is uitgevoerd van 26 juli tot en met 9 augustus 2019 onder een representatieve steekproef van Nederlanders van 18 jaar en ouder werkend in loondienst. De resultaten zijn representatief op basis van leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, aantal personen in het huishouden en Nielsen MOA-regio. Dit onderzoek en andere onderzoeken zijn ook te vinden in de digitale bibliotheek van Wijzer in geldzaken.
 

Over Financieel fitte werknemers

Financieel fitte werknemers is een initiatief van Wijzer in geldzaken, het Nibud, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Divosa (vereniging van leidinggevenden in het sociaal domein) en de NVVK (brancheorganisatie voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren). Deze partners bundelen hun krachten om werkgevers te stimuleren om financiële fitheid bij hun werknemers te bevorderen.
 
 
Bron:Wijzer in geldzaken, Nibud
 
 
personeelszaken, personeelsdiensten,financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers, loonadministratie, salarisverwerking,

door100% Salarisverwerking B.V.

Werkgevers hebben meer onbelaste vergoedingen in 2020

Werkkostenregeling verruiming per 1 januari .

                  

Via de werkkostenregeling kunnen werkgevers vergoedingen aan werknemers geven zonder dat zij hierover loonheffingen hoeven te betalen. Deze regeling wordt per 1 januari 2020 verruimd.

Vanaf dan kunnen werkgevers tot € 2.000 meer aan onbelaste vergoedingen geven. De verruiming geldt voor de eerste € 400.000 van de loonsom. Daarom levert deze vooral een voordeel voor het mkb op.

Werkkostenregeling ,wkr, 2020 , verruiming werkkostenregeling wkr 2020,vergoedingen 2020 werkkostenregeling,
 

Vrije ruimte wordt groter

De werkgever mag onbelaste vergoedingen geven tot 1,2% van de loonsom, het loon van alle medewerkers samen. Deze vrije ruimte wordt per 2020 met 0,5 procentpunt verhoogd tot 1,7%. Dat geldt voor de eerste € 400.000 van de loonsom. Voor het bedrag boven € 400.000 blijft het huidige percentage van 1,2% gelden.

Hiermee wordt de vrije ruimte maximaal € 2.000 hoger. Bij een loonsom van € 400.000 mogen werkgevers in de nieuwe situatie € 6.800 onbelast vergoeden. Nu is dat nog € 4.800.
 

Onbelast vergoeden bovenop de vrije ruimte

Sommige vergoedingen gaan niet ten koste van de vrije ruimte: de ‘gerichte vrijstellingen ‘. Werkgevers mogen deze dus altijd onbelast vergoeden. Bijvoorbeeld reiskosten, een telefoon of opleidingskosten. De Belastingdienst stelt voorwaarden aan vergoedingen om te bepalen of ze onder de gerichte vrijstellingen vallen.
 

Vrijstelling voor de Verklaring omtrent gedrag (VOG)

Vanaf 2020 vallen de kosten van een aanvraag van een verklaring omtrent gedrag (VOG) onder de gerichte vrijstellingen.
 

Afrekening mag later

Veel werkgevers geven aan het einde van het jaar vergoedingen of geschenken aan hun werknemers. Bijvoorbeeld een kerstfeest op een externe locatie of kerstpakketten. De rekening hiervoor komt vaak pas aan het begin van het nieuwe jaar. Vergoedt of verstrekt u meer dan het bedrag van uw vrije ruimte? Dan betaalt u over dat gedeelte belasting.

Voortaan mag u dit later afrekenen. Op dit moment mag dat uiterlijk bij de aangifte over het eerste aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar. Vanaf 2020 mag dat ook bij de aangifte over het tweede aangiftetijdvak.
 

Korting geven op producten uit eigen bedrijf

Werkgevers mogen werknemers 20% korting geven op producten uit het eigen bedrijf, met een maximum van € 500 per jaar per werknemer. De Belastingdienst bepaalt de waarde van deze producten voortaan aan de hand van de gebruikelijke verkoop- of winkelwaarde, inclusief btw.
 
 
Bron: Belastingdienst
 

Gerelateerd:

 
lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wat als mijn werkgever zich niet aan de aanzegtermijn houdt?

Laat uw werkgever niet op tijd weten of de arbeidsovereenkomst wel of niet wordt voortgezet ?

          

Dan is hij u een vergoeding van een bruto maandsalaris verschuldigd.

berekening,rekenen, vakantiegeld loonheffingen, vakantiebijslag, vakantie toeslag, vakantie uren,

Aanzegtermijn

Sluiten uw werkgever en u een tijdelijk contract van 6 maanden of langer af? Dan geldt de aanzegtermijn. Een aanzegtermijn houdt in dat uw werkgever uiterlijk 1 maand voor het einde van uw contract schriftelijk aangeeft of hij de overeenkomst wel of niet voortzet. Ook worden daarbij de voorwaarden aangegeven. Heeft uw werkgever meteen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst schriftelijk aangegeven dat er geen sprake van een opvolgend contract zal zijn? Dan is ook dan aan de aanzegverplichting voldaan.
 

Berekening hoogte vergoeding aanzegtermijn

Het bruto maandsalaris kan op verschillende manieren berekend worden. Dit is afhankelijk van het contract.
Er zijn 3 mogelijkheden:

  1. Vaste arbeidsduur

  2. Als in het contract een vaste arbeidsduur was afgesproken (bijvoorbeeld 40 uur per week), dan geldt: bruto uurloon x arbeidsduur.

    De basis van de vergoeding is het bruto uurloon. Dit moet worden vermenigvuldigd met de arbeidsduur per maand. De uitkomst hiervan is een bruto maandsalaris.

  3. Oproepcontract of min-maxcontract (geen vaste arbeidsduur)

  4. Bij een oproepcontract of een min-maxcontract is geen vaste arbeidsduur afgesproken. In deze situatie geldt: bruto uurloon x gemiddelde arbeidsduur.

    De basis van de vergoeding is het bruto uurloon. Dit moet worden vermenigvuldigd met de gemiddelde arbeidsduur per maand. De gemiddelde arbeidsduur per maand wordt berekend door te kijken hoeveel uren u in de 12 maanden voor het einde van het contract heeft gewerkt. Dit deelt u door 12. Of naar verhouding als de arbeidsovereenkomst korter heeft geduurd. De uitkomst van deze som is een bruto maandsalaris.

    Is er sprake is van opvolgende contracten? Dan wordt hierbij alleen gekeken naar het laatste contract (het contract dat wordt beëindigd). Bij een min-maxcontract kan de arbeidsduur nooit minder zijn dan de minimaal overeengekomen arbeidsduur.

    Bij de berekening van de gemiddelde arbeidsduur per maand tellen periodes waarin u niet werkt wegens verlof, staking of ziekte niet mee. Leidt dit ertoe dat in totaal een periode van een maand of langer niet meetelt? Dan moeten ook een maand of meer maanden voorafgaand aan de periode van 12 maanden worden meegenomen bij de berekening. Dit kan alleen als op dat moment het contract al bestond.

  5. Provisie en stukloon

  6. Als het loon bestond uit provisie of stukloon, dan geldt: bruto maandsalaris is het gemiddelde van ontvangen stukloon en provisie.

    De basis van de vergoeding is het bruto maandsalaris. Bepalend is hoeveel u aan provisie en stukloon heeft ontvangen in de 12 maanden voor het einde van het contract. Of naar rato als de arbeidsovereenkomst korter heeft geduurd. Het gemiddelde hiervan per maand is het bruto maandsalaris.

    Is er sprake van opvolgende contracten? Dan wordt hierbij alleen gekeken naar het laatste contract (het contract dat wordt beëindigd).

    Bij de berekening van de gemiddelde arbeidsduur per maand tellen periodes waarin u niet werkt wegens verlof, staking of ziekte niet mee. Leidt dit ertoe dat in totaal een periode van een maand of langer niet meetelt? Dan moeten ook 1 of meer maanden voorafgaand aan de periode van 12 maanden worden meegenomen bij de berekening. Dit kan alleen als op dat moment het contract al bestond.

    Het kan ook voorkomen dat maar een deel van het loon bestaat uit provisie of stukloon. In dat geval wordt het gemiddelde aan provisie en stukloon per maand opgeteld bij het bruto maandsalaris dat op basis van de hierboven genoemde situaties is bepaald.

Werkgever geeft aanzegtermijn te laat aan

Houdt de werkgever zich wel aan de aanzegplicht, maar geeft hij het te laat aan? Dan is hij een evenredige vergoeding verschuldigd. Bijvoorbeeld: is de werkgever een week te laat, dan betekent dit een vergoeding van een weeksalaris.

Geen vergoeding aanzegtermijn

De vergoeding is niet verschuldigd als de volgende situaties aan de orde zijn:

  • faillissement;
  • uitstel van betaling;
  • toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.

 
 
personeelszaken, personeelsdiensten,financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers,

close

Veel lees plezier? Delen mag.