Tag archief wet arbeidsmarkt in balans (wab)

door100% Salarisverwerking B.V.

Flexwerkers naar vast contract neemt toe

Het aantal flexwerkers dat doorstroomt naar een vast contract is afgelopen jaar weer toegenomen.

                

25% van de werknemers met een tijdelijk contract in 2017 had een vast contract in 2018.

 
payroll, uitzendbureaus, payrolling, inhuurkrachten,uitzendkrachten, personeelkosten, personeelhuren,
 
UWV heeft onderzoek (pdf) gedaan naar de verhouding tussen flexibele contracten (tijdelijke werknemers en uitzendkrachten) en vaste contracten. Het uitvoeringsinstituut concludeert dat het aandeel flexibele werknemers dat doorstroomt naar een vast contract toeneemt sinds 2013. Deze ontwikkeling hangt samen met de economische groei. Eén op de vier tijdelijke werknemers (met een leeftijd van 25 tot 66 jaar) in 2017 had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in 2018. Dat betekent een stijging van zeven procentpunt ten opzichte van 2013. Ook het percentage uitzendkrachten dat een vast contract kreeg nam toe. Evengoed is het aantal flexwerkers nog steeds groeiende en beginnen werknemers steeds vaker met een tijdelijk contract.
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,
 

Doorstroom naar vast contract is sectorafhankelijk

Hoe groot de kans is dat werknemers een vast contract krijgen van hun werkgever, verschilt sterk per sector. De kans is voor flexwerkers het grootst bij banken en verzekeraars. In deze sector beginnen werknemers ook relatief vaak direct met een vast contract. In de landbouw daarentegen is de kans op een vaste aanstelling klein. Slechts 13% van de werknemers met een flexibel contract in 2017 waren in 2018 in vaste dienst voor hun werkgever. UWV stipt aan dat werkgevers eerder geneigd zijn om een vast contract aan te bieden als zij actief zijn in een sector waar het lastig is om personeel te vinden, de aard van het werk specialistisch is of werknemers vervangen veel geld kost.

 

Vast contract wordt aantrekkelijker onder de WAB

Het kabinet wil een snelle doorstroom naar vaste contracten verder stimuleren met de maatregelen uit het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans . Een voorbeeld is de introductie van de i-grond voor ontslag. Deze maakt het eenvoudiger om een werknemer te ontslaan en dus het vaste contract minder risicovol. Ook de maatregelen voor de transitievergoeding zijn erop gericht het vaste contract aantrekkelijker te maken ten opzichte van nu. Aan de andere kant kunnen werknemers ook langer in tijdelijke dienst blijven doordat de ketenbepaling wordt opgerekt. Dat moet ervoor zorgen dat werknemers minder snel hun baan verliezen. De WAB moet per 2020 in werking treden.

 
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerker, salaris diensten, loon diensten, loonadministratie online, salarisverwerking online, personeelszaken, personeelsdiensten,

door100% Salarisverwerking B.V.

Voorwaarden pensioenregeling payrollkrachten

Er is een besluit voorwaarden pensioenregeling payrollkrachten gepubliceerd.

             

Het Ontwerpbesluit voorwaarden adequate pensioenregeling payrollkrachten is op 15 februari 2019 gepubliceerd. Reageren op het besluit kan tot 16 maart 2019.

 
Payrollwerknemers hebben op grond van de Wet arbeidsmarkt in balans recht op een adequate pensioenregeling als voor vergelijkbare werknemers van de inlener of in de betreffende sector een pensioenregeling geldt. Indien de werknemer niet deelneemt aan de regeling van de inlener moet de pensioenregeling voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld met dit besluit.

Oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden (lagere pensioenkosten) wordt hierdoor tegengegaan. De meeste payrollwerknemers bouwen dan een beter pensioen op.
 

Verplichting

De verplichting voor een payrollwerkgever om te voorzien in een adequate pensioenregeling voor payrollkrachten geldt indien:

  1. werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de inlener recht hebben op deelname in een pensioenregeling; of

  2. de inlener geen werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst heeft, maar werknemers werken in gelijke of gelijkwaardige functies in de sector van het beroeps- of bedrijfsleven waarin de inlener werkt, recht hebben op een pensioenregeling.

*Indien geen sprake is van een van deze twee situaties, geldt er op grond van de Waadi géén verplichting tot het treffen van een adequate pensioenregeling voor de payrollkrachten.
 

Optie 1: (vrijwillige) aansluiting bij basispensioenregeling inlener

Als geen sprake is van een verplichte aansluiting, kan een payrollwerkgever verkennen of vrijwillige
aansluiting bij de pensioenuitvoerder van de basispensioenregeling van de inlener mogelijk is. Een
bedrijfstakpensioenfonds kan alleen akkoord gaan met vrijwillige aansluiting, in het geval:

  • de loonontwikkeling bij de payrollwerkgever ten minste gelijk is aan die in een bedrijfstak
    waarin het bedrijfstakpensioenfonds werkzaam is en de payrollwerkgever deelneemt in de sociale
    fondsen van dezelfde bedrijfstak,
  • de payrollwerkgever verbonden is in een groep met een andere verplicht bij het
    bedrijfstakpensioenfonds aangesloten werkgever; of
  • de payrollwerkgever oorspronkelijk wel onder de verplichtstelling viel en direct aansluitend vrijwillig
    aangesloten blijft.

Aansluiting bij een ondernemingspensioenfonds verbonden aan de groep waartoe de inlener behoort,
is mogelijk als de (onderneming van de) payrollwerkgever oorspronkelijk behoorde tot de groep en de aansluiting bij beëindiging van de verbondenheid met de groep blijft bestaan, tenzij de onderneming van de payrollwerkgever onder de werkingssfeer van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds valt.
 

Optie 2: afsluiten adequate pensioenregeling door payrollwerkgever

Een dergelijke pensioenregeling moet voldoen aan verschillende voorwaarden, waarbij is aangesloten bij de vormgeving van de gemiddelde pensioenregeling in Nederland. Concreet zijn de volgende voorwaarden opgenomen in dit besluit:

  1. Opbouw van een ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen
  2. Geen wachttijd of drempelperiode
  3. Collectieve werkgeverspremie gebaseerd op de gemiddelde werkgeverspremie in Nederland

 

Werknemersbijdrage

Het staat sociale partners vrij om – bovenop de werkgeverspremie – een werknemersbijdrage overeen te komen. Dit besluit geeft hiervoor geen verbod of verplichting. Een eventuele werknemersbijdrage leidt overigens niet tot een vermindering van de pensioengrondslagsom.
 

Fiscale bovenmatigheid

Bij een gemiddeld jong werknemersbestand kunnen bij een fiscaal maximale premie-inleg de totale kosten van de pensioenregeling voor de werkgever lager uitkomen dan de voorgeschreven werkgeverspremie. In dat geval is de payrollwerkgever niet verplicht om meer premies in te leggen dan fiscaal is gemaximeerd.

In plaats daarvan moet de payrollwerkgever het verschil tussen (a) het bedrag dat zou moeten worden betaald als de op grond van dit besluit voorgeschreven werkgeverspremie zou worden betaald en (b) de fiscaal maximale (en daadwerkelijk betaalde) premie, als loon uitbetalen aan de payrollkrachten voor wie de basispensioenregeling geldt.
 

Pensioenwet

De payrollwerkgever en de pensioenuitvoerder zijn gebonden aan de Pensioenwet. Dit brengt onder meer met zich dat een payrollwerkgever een payrollkracht tijdig moet informeren of hij een aanbod doet voor het sluiten van een pensioenovereenkomst en verantwoordelijk is voor tijdige betaling van de pensioenpremies aan de pensioenuitvoerder.
 

Schadevergoeding

Indien een payrollwerkgever verplicht is in een adequate pensioenregeling te voorzien, maar hiertoe niet overgaat, kan de payrollkracht mogelijk een vordering tot schadevergoeding of een vordering tot afdracht van pensioenpremies indienen vanwege het ten onrechte niet opgebouwd hebben van pensioen. Daarnaast kan een payrollkracht uiteraard in rechte nakoming eisen van de verplichting van de payrollwerkgever om te voorzien in een adequate pensioenregeling.
 

Inspectie SZW

De Inspectie SZW is de toezichthouder op de Waadi en in dat kader ook belast met het toezicht op de vraag of er een adequate pensioenregeling door de payrollwerkgever is afgesloten voor de payrollkrachten.
 

Ontwerpbesluit voorwaarden adequate pensioenregeling payrollkrachten

Payrollwerknemers hebben op grond van de Wet arbeidsmarkt in balans recht op een adequate pensioenregeling als voor vergelijkbare werknemers van de inlener of in de betreffende sector een pensioenregeling geldt. Indien de werknemer niet deelneemt aan de regeling van de inlener moet de pensioenregeling voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld met dit besluit.(link)
 

Nota van toelichting bij Ontwerpbesluit adequaat pensioen payroll

Nota van toelichting bij het Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs in verband met het vastleggen van een nadere invulling van een adequate pensioenregeling als bedoeld in artikel 8a, vierde lid, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. (link)
 
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Lagere regelgeving Wet arbeidsmarkt in balans gepubliceerd

Transitievergoeding, het loonbegrip, oproepkrachten en de hoge en lage WW-premie.

            
De lagere regelgeving die is opgesteld dan wel is aangepast als gevolg van het wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans is door Minister Koolmees van Sociale Zaken verstuurt naar de Tweede Kamer. Het betreft (compensatie) transitievergoeding, het loonbegrip, oproepkrachten en de hoge en lage WW-premie.

Het gaat om 5 conceptbesluiten en 1 concept van een ministeriële regeling die in november 2018 zijn opengesteld voor internetconsultatie.

Dit zijn:

  1. Conceptbesluit in mindering brengen kosten op transitievergoeding
  2. Conceptbesluit loonbegrip
  3. Conceptbesluit oproepcontracten
  4. Conceptbesluit Wfsv premiedifferentiatie WW
  5. Conceptbesluit compensatieregeling transitievergoeding bedrijfsbeëindiging
  6. Conceptregeling Wfsv premiedifferentiatie

overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

1 Conceptbesluit in mindering brengen kosten op transitievergoeding

Dit besluit wijzigt het Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding. De wijziging maakt het mogelijk om kosten die de werkgever heeft gemaakt voor activiteiten ter bevordering van kennis en vaardigheden in mindering te brengen op de transitievergoeding, indien de werknemer die kennis en vaardigheden heeft gebruikt om een andere functie bij de werkgever uit te oefenen. Werkgevers worden hierdoor meer gestimuleerd om tijdens het dienstverband te investeren in de bredere inzetbaarheid van werknemers. (PDF)
 

2 Conceptbesluit loonbegrip

Met de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) zijn enkele wijzigingen aangebracht met betrekking tot het recht op en de berekening van de transitievergoeding. Geregeld is dat het recht op transitievergoeding ontstaat vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst in plaats van op het moment dat een arbeidsovereenkomst 24 maanden heeft geduurd. Dit betekent dat ook bij arbeidsovereenkomsten met een hele korte looptijd, die beëindigd worden op initiatief van de werkgever, een transitievergoeding verschuldigd is. De aanpassing heeft gevolgen voor het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding, waarin staat hoe het loon voor de transitievergoeding berekend moet worden. (PDF)

Arbeidsduur per maand

In het Besluit wordt uitgegaan van een overeengekomen arbeidsduur per maand. Als er geen arbeidsduur per maand is overeengekomen, wordt een gemiddelde arbeidsduur per maand berekend. Dit berekenen van een gemiddelde arbeidsduur per maand was tot aan de inwerkingtreding van de wijziging in de Wab goed mogelijk, omdat er altijd meer dan twee jaar gewerkt was voordat transitievergoeding verschuldigd was. Door de wijziging van de Wab moet de transitievergoeding en daarmee het loon per maand ook voor zeer korte contracten berekend kunnen worden. De betreffende aanpassing van het Besluit ziet erop dat ook in deze gevallen een loon per maand vastgesteld kan worden.
 

3 Conceptbesluit oproepcontracten

De regering vindt het noodzakelijk om van tevoren zekerheid te geven welke arbeidsovereenkomsten worden aangemerkt als oproepovereenkomst. Daarom is opgenomen dat bij algemene maatregel van bestuur nadere regels kunnen worden gesteld over wanneer sprake is van een oproepovereenkomst. Dit gegeven is belangrijk voor de vastlegging op de loonstrook, de toepasselijkheid van de maatregelen ten aanzien van oproepcontracten en het kunnen afdragen van de lage WW-premie op grond van artikel 27 van de Wet financiering sociale verzekeringen. ( PDF)

Consignatiediensten

Een arbeidsovereenkomst wordt niet beschouwd als een oproepovereenkomst indien – naast de vastgelegde omvang van de arbeid als één aantal uren per tijdseenheid – consignatiediensten zijn overeengekomen die worden vergoed of gecompenseerd in vrije tijd. Bij consignatiediensten – ook vaak piket- of wachtdiensten genoemd – moet een werknemer op gezette tijden beschikbaar zijn om in het geval van onvoorziene omstandigheden zo spoedig mogelijk te komen werken. Deze diensten worden vooraf ingeroosterd (conform de Arbeidstijdenwet in beginsel 28 dagen van tevoren). De regering beschouwt deze overeenkomsten niet als oproepovereenkomsten.

Bereikbaarheidsdiensten

In aanvulling op consignatiediensten wordt in bepaalde zorgsectoren veel gewerkt met bereikbaarheidsdiensten omdat er in die zorgsectoren veel sprake is van werk dat weliswaar te voorzien is, maar waarbij niet precies te voorspellen valt wanneer het moet plaatsvinden. Ook bij bereikbaarheidsdiensten in deze sectoren geldt dat de tijd waarin de werknemer beschikbaar is, maar niet wordt opgeroepen, wordt vergoed in geld of via tijd-voortijdregelingen. Om deze redenen worden voor de genoemde sectoren arbeidsovereenkomsten waarin bereikbaarheidsdiensten zijn overeengekomen niet aangemerkt als oproepovereenkomsten, mits de arbeidsomvang voor het overige is vastgelegd als één aantal uren per tijdseenheid.
 

4 Conceptbesluit Wfsv premiedifferentiatie WW

Dit besluit wijzigt het Besluit Wfsv naar aanleiding van de wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) in de Wet arbeidsmarkt in balans. Daarin wijzigt de financiering van de Werkloosheidswet (WW) door de WW-premie te differentiëren naar aard van het contract: voor vaste contracten gaan werkgevers een lagere WW-premie afdragen dan voor flexibele contracten. (PDF)

Lage WW-premie bij vast contract

Het moet hiermee voor werkgevers aantrekkelijker worden om werknemers een vast contract te bieden. Tegelijkertijd wordt de financiering van de WW gemoderniseerd door werkloosheidsrisico’s niet langer te beprijzen via sectorale differentiatie, maar via differentiatie naar aard van het contract. Daarnaast staat voortaan een ander uitgangspunt dan schadelast centraal, namelijk de prikkel voor werkgevers om een vast contract aan te bieden.

Hoog en laag percentage

Dit besluit regelt dat het verschil tussen het hoge en het lage percentage wordt vastgesteld op vijf procentpunten. Voorbeeld: indien de lage premie 1% is, is de hoge premie 6%.

Met dit besluit wordt verder geregeld dat in de volgende situaties het lage percentage wordt herzien, ook als er sprake is (geweest) van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en er geen is sprake (geweest) van een oproepovereenkomst:

  • De dienstbetrekking wordt binnen vijf maanden na aanvang beëindigd.
  • De werknemer krijgt binnen een kalenderjaar meer dan 30% uren verloond dan contractueel voor dat jaar overeengekomen.
  • De werknemer krijgt binnen een jaar na aanvang van de dienstbetrekking een WW-uitkering door arbeidsuren- of inkomstenverlies bij de werkgever.
  • De werknemer krijgt een WW-uitkering toegekend, terwijl maximaal een jaar eerder bij dezelfde werkgever het lage percentage voor herziening in aanmerking kwam omdat aan dezelfde werknemer binnen een jaar na de aanvang van de dienstbetrekking een WW-uitkering werd toegekend uit hoofde van diezelfde dienstbetrekking.

 

5 Conceptbesluit compensatieregeling transitievergoeding bedrijfsbeëindiging

Voor het in aanmerking komen voor compensatie van de verstrekte transitievergoedingen bij het beëindigen van de werkzaamheden van de onderneming als gevolg van ziekte of pensionering van de werkgever geldt een aantal voorwaarden. (PDF)

Voorwaarden

Zo moet allereerst vaststaan dat sprake is van het vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming.

Daarnaast moet het gaan om een kleine werkgever.
Verder moet de werkgever de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt of moet hij dusdanig ziek zijn dat hij zijn werkzaamheden als werkgever redelijkerwijs niet kan voortzetten.

Ten slotte kan een transitievergoeding alleen gecompenseerd worden indien deze verschuldigd was in verband met eindigen van een arbeidsovereenkomst in een bepaalde periode.
Compensatie van al door de werkgever betaalde transitievergoedingen kan ook worden verstrekt als de desbetreffende eigenaar van de eenmanszaak, vennoot, maat of dga is komen te overlijden.

Nadere regels

Bij ministeriële regeling zullen nadere regels worden gesteld over de procedure met betrekking tot het aanvragen van compensatie. Hiertoe wordt de Regeling compensatie transitievergoeding gewijzigd. De werkgever zal, naast het bij ziekte verplichte advies van een bedrijfsarts, gegevens dienen te verstrekken aan UWV over de arbeidsovereenkomsten en gegevens waaruit blijkt hoe de (transitie-)vergoedingen zijn berekend door de werkgever en dat deze ook daadwerkelijk aan de werknemers zijn betaald. UWV toetst deze gegevens op volledigheid en aannemelijkheid.
 

6 Conceptregeling Wfsv premiedifferentiatie

Deze ministeriële regeling wijzigt de Regeling Wfsv naar aanleiding van de wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) in het kader van de Wab.

Ook wordt geregeld dat uitzendbedrijven die waren ingedeeld in andere sectoren dan de uitzendsector (vaksectoren) en waarvan de indeling op grond van het overgangsrecht in dat onderdeel was voortgezet, per de ingangsdatum van de Wab worden ingedeeld in de uitzendsector.

Door de Wab is de financiering van de Werkloosheidswet (WW) gewijzigd door de WW-premie te differentiëren naar aard van het contract: voor vaste contracten gaan werkgevers een lagere WW-premie afdragen dan voor flexibele contracten. Door deze wijziging worden voor de WW de sectorpremies en sectorfondsen afgeschaft. In verband daarmee vervallen ook de bepalingen in de Regeling Wfsv die daarop betrekking hadden. (PDF)
 

Pensioenregeling payrollkrachten

De minister verwacht daarnaast het conceptbesluit waarin de verplichting tot het treffen van een adequate pensioenregeling voor de payrollkrachten wordt opgenomen deze week klaar te hebben voor internetconsultatie en deze dan ook naar de Tweede Kamer te sturen.
 
 
Bron: Overheid
 

Brief lagere regelgeving Wet arbeidsmarkt in balans (PDF)
 
De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) , arbeidsmarkt, werknemer - werkgevers, werkgeverschap,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)

Het ontslagrecht en ketenbepaling op de schop

                  
In het Regeerakkoord 2017 werd al aangekondigd dat het ontslagrecht zou wijzigen en er een verruiming van de ketenbepaling zou gaan plaatsvinden. De wijzigingen zijn nu in het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) gepresenteerd.
 
wet en regelgeving ondernemers, regels ondernemingen, werkgevers wet en regelgeving geremd, papierwerk stopt groei, verhindering groei onderneming, werkgevers opstakels,barrière regels ondernemers,
 

Deze wijzigingen zijn o.a.:

  • Werknemers krijgen na drie jaar recht op vast contract.
  • Straks heeft een werknemer vanaf indiensttreding recht op een transitievergoeding.
  • De werkgever krijgt een nieuwe ontslaggrond om werknemers te ontslaan: de i-grond. Met deze mogelijkheid kan de werkgever een ontbindingsverzoek indienen vanwege verschillende ontslaggronden. Een rechter kan dan bepalen dat de werknemer een extra vergoeding ontvangt bovenop de transitievergoeding.
  • In een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd mag de werkgever straks een proeftijd opnemen van maximaal vijf maanden.
  • Een werknemer met een nulurencontract of min-maxcontract is straks alleen verplicht gehoor te geven aan een oproep als hij minimaal vier dagen van tevoren opgeroepen is.
  • Payrollwerknemers krijgen dezelfde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden als reguliere werknemers die direct in dienst zijn bij de werkgever. Het pensioen valt hier overigens buiten.
  • Werkgevers moeten een hogere WW-premie betalen voor werknemers met een flexibel contract, dan voor werknemers met een vast contract.

 

De nieuwe wet zal per 1 januari 2020 in werking treden.

 
 
1 januari 2019 wijzigingen,Geboorteverlof, minimumloon, pensioen, affectieschade, Personeelsvertegenwoordigingen, zwangerschapsverklaring, arbeidsongeval,fiscalebijtelling, lonend werk, AOW-leeftijd ,Het wettelijk minimumloon, transitievergoeding,Verzamelwet SZW 2019,30%-regeling ,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wet arbeidsmarkt in balans aangenomen (WAB)

De Tweede Kamer heeft op 5 februari 2019 ingestemd met het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans (WAB).         
De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bespreekt op 19 februari 2019 de procedure.
 

Ontslagrecht en ketenbepaling op de schop

De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) , arbeidsmarkt, werknemer - werkgevers, werkgeverschap,

In het Regeerakkoord 2017 (naslagwerk) werd al aangekondigd dat het ontslagrecht zou wijzigen en er een verruiming van de ketenbepaling zou gaan plaatsvinden. De wijzigingen zijn nu in het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) gepresenteerd. Onder andere de volgende onderdelen komen aan bod:

  • Werknemers krijgen na drie jaar recht op vast contract.
  • Straks heeft een werknemer vanaf indiensttreding recht op een transitievergoeding.
  • De werkgever krijgt een nieuwe ontslaggrond om werknemers te ontslaan: de i-grond. Met deze mogelijkheid kan de werkgever een ontbindingsverzoek indienen vanwege verschillende ontslaggronden. Een rechter kan dan bepalen dat de werknemer een extra vergoeding ontvangt bovenop de transitievergoeding.
  • In een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd mag de werkgever straks een proeftijd opnemen van maximaal vijf maanden.
  • Een werknemer met een nulurencontract of min-maxcontract is straks alleen verplicht gehoor te geven aan een oproep als hij minimaal vier dagen van tevoren opgeroepen is.
  • Payrollwerknemers krijgen dezelfde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden als reguliere werknemers die direct in dienst zijn bij de werkgever. Het pensioen valt hier overigens buiten.
  • Werkgevers moeten een hogere WW-premie betalen voor werknemers met een flexibel contract, dan voor werknemers met een vast contract.

 

Reactie werkgevers

VNO-NCW en MKB-Nederland en de betreffende brancheorganisaties zijn blij dat jongeren tot 21 jaar met een bijbaan onder de lage WW-premie gaan vallen. Dat was een belangrijk doel van de campagne Zo werkt het niet! die ondernemingsorganisaties sinds december voeren tegen enkele maatregelen in de WAB die tijdelijk werk duurder maken, onder meer via premiedifferentiatie in de WW.

De ondernemingsorganisaties hadden graag ook gezien dat het lage WW-tarief voor seizoenswerk zou zijn geregeld. Dit blijkt uitvoeringstechnisch echter niet mogelijk, maar dankzij een motie is wel de deur voor een oplossing opengezet.

De ondernemersorganisaties zijn tevreden met de cumulatiegrond in het ontslagrecht, die werkgevers de mogelijkheid geeft meerdere redenen voor ontslag combineren.
 

De bedoeling is dat de nieuwe wet per 1 januari 2020 in werking treedt.

 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

close

Veel lees plezier? Delen mag.