Tag archief uitkeringen

door100% Salarisverwerking B.V.

Uitkeringen VUT-regelingen tot AOW-leeftijd

Akkoord met wat voorwaarden!

                     

De staatssecretaris van Financiën keurt onder voorwaarden goed dat uitkeringen uit VUT-regelingen, overbruggingspensioenen, nabestaandenoverbruggingspensioenen, prepensioenen en overbruggingslijfrenten mogen worden uitgekeerd tot uiterlijk de AOW-leeftijd van de betrokken gerechtigden.

Als de AOW-leeftijd na de ingangsdatum van deze pensioenen wordt verlaagd, mag u voor de toepassing van deze goedkeuringen ook uitgaan van de AOW-leeftijd die van toepassing was vóór de verlaging.

AOW-leeftijd en levensverwachting gekoppeld!,Kabinet gaat koppeling AOW-leeftijd en levensverwachting onderzoeken,

U vindt de goedkeuring in de Staatscourant 2019, 66199 van 24 december 2019.

(klik hier)
 

Bron: Centraal Aanspreekpunt Pensioenen

 

Inleiding

 

Bij de invoering van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling is via overgangsrecht een voorziening getroffen voor op 31 december 2004 bestaande regelingen voor vervroegde uittreding, als bedoeld in artikel 18i van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004) (hierna: VUT-regeling), overbruggingspensioenen, als bedoeld in artikel 18e van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004) en prepensioenen als bedoeld in artikel 38a van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2004). Onder bepaalde voorwaarden zijn de wettelijke fiscale bepalingen voor deze bestaande regelingen van kracht gebleven. De bedoelde regelingen hebben alle als kenmerk dat ze moeten eindigen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Als de op 31 december 2004 bestaande VUT-regelingen, overbruggingspensioenen en prepensioenen niet voldoen aan deze laatste voorwaarde kunnen zij worden aangemerkt als een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: RVU). De inhoudingsplichtige van de uitkering wordt dan een pseudo-eindheffing verschuldigd van 52% over de door hem gedane uitkeringen.

 

De reden voor de begrenzing tot het bereiken van de leeftijd van 65 jaar was bij de invoering van deze voorwaarden gelegen in het feit dat voor iedereen de AOW-leeftijd gold van 65 jaar. Nu de AOW-leeftijd is opgeschoven en de komende jaren getemporiseerd blijft opschuiven, bestaat aanleiding om het bedoelde overgangsrecht aan te passen.
 
Dit mede ter voorkoming dat uitkeringen die doorlopen tot de AOW-leeftijd vóór temporisering leiden tot toepassing van de sanctie van artikel 19b, Wet op de loonbelasting 1964. In dit besluit is voor de hiervoor beschreven situatie een goedkeuring opgenomen voor uitkeringen uit VUT-regelingen, overbruggingspensioenen en prepensioenen. Door invoering van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd kan zich voor ingegane nabestaandenoverbruggingspensioenen, als bedoeld in artikel 18f van de Wet op de loonbelasting 1964, de situatie voordoen dat de AOW-leeftijd die bepalend was voor het beëindigen van de uitkeringen tijdens de uitkeringsfase is verlaagd. Contractueel kunnen partijen echter hebben vastgelegd dat de AOW-leeftijd vóór de temporisering bepalend is voor de overeengekomen uitkeringstermijn. Deze nabestaandenoverbruggingspensioenen zouden hierdoor fiscaal onzuiver worden. Dit acht ik ongewenst. Daarom is hiervoor een goedkeuring opgenomen.

 
(klik hier voor meer informatie)

 

Overheid 2020, Belastingdienst 2020, Sociale Zaken en Werkgelegenheid SZW 2020, regering, wet en regelgeving, wetten, regels, besluiten,

door100% Salarisverwerking B.V.

Loonstroken in 2020 iets gunstiger en koopkracht omhoog

Nederlandse huishoudens hebben naar verwachting in 2020 gemiddeld iets meer te besteden.

           

Dat komt deels doordat de lonen naar verwachting sterker stijgen dan het gemiddelde prijsniveau, en deels door lastenverlichtingen van het kabinet. De overgang naar het tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting en de verhoging van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting zorgen voor een hoger nettoloon op het loonstrookje.

 

Nederlandse lonen in EU, Nederlands salaris over heel Europa, het loon van NL hoog in EU,

Uitkeringen

Mensen die een uitkering krijgen, hebben ook iets meer te besteden doordat hun netto-uitkering stijgt en door een kleine verhoging van de zorgtoeslag. De koopkracht van gepensioneerden neemt ook toe, maar in mindere mate. De AOW-uitkering valt netto hoger uit dankzij indexatie en de verhoging van de algemene heffingskorting, maar de meeste pensioenfondsen kunnen waarschijnlijk niet indexeren. Dat schrijft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

 

Loonstrookjes

In het nieuwe jaar ziet de loonstrook er voor veel mensen anders uit. Dat komt doordat er zaken veranderen in de belastingen of premies die worden geheven vanaf januari 2020. Daardoor kunnen ook het nettosalaris of de netto-inkomsten uit een uitkering of pensioenfonds iets veranderen. Uit berekeningen van het ministerie van SZW blijkt dat mensen door de bank genomen dankzij die veranderingen komend jaar meer overhouden in hun portemonnee. Dit is nog los van salarisverhogingen die zij mogelijk krijgen vanuit hun cao.

 

Algemene heffingskorting en arbeidskorting

Werknemers houden meer over van hun brutosalaris doordat de algemene heffingskorting en de arbeidskorting omhoog gaan. Mensen met een modaal inkomen ontvangen daardoor naar verwachting bijna 2% meer inkomen dan in de maand daarvoor. Werkenden met een inkomen boven modaal hebben daarnaast profijt van de overgang naar een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting. Het kabinet wil het zo meer lonend maken om aan het werk te gaan of om meer te gaan werken. Met name mensen met een modaal inkomen (ongeveer € 35.000 bruto per jaar) profiteren daarvan.

 

Participatiewet

Mensen die een uitkering vanuit de Participatiewet hebben of die een Anw-uitkering krijgen, gaan er op hun loonstrookje op vooruit doordat hun uitkering per 1 januari 2020 wordt geïndexeerd en doordat de algemene heffingskorting wordt verhoogd. Dat geldt ook voor mensen die rondkomen van alleen een AOW-uitkering. Mensen met een aanvullend pensioen merken dat hun pensioen niet wordt geïndexeerd. Daar staat tegenover dat mensen meer overhouden van hun aanvullend pensioen dankzij wijzigingen in de belastingschijven en door de verhoging van de algemene heffingskorting. Bovendien ontvangen ook zij een hogere AOW-uitkering in het nieuwe jaar.

 

Koopkracht

Hoeveel mensen daadwerkelijk kunnen aanschaffen, wordt niet alleen bepaald door het nettoloon of de (pensioen)uitkering die zij ontvangen. De toeslagen die zij eventueel ontvangen en het prijsniveau bepalen uiteindelijk mede hoeveel mensen kunnen besteden. Uit ramingen van het CPB die vandaag zijn verschenen, blijkt dat de koopkracht van huishoudens in 2020 in doorsnee met 2,1% stijgt ten opzichte van vorig jaar.

 

Met name werknemers gaan er naar verwachting in koopkracht op vooruit. Dat komt deels doordat de lonen komend jaar gemiddeld harder stijgen dan de prijzen. Maar werkenden hebben ook baat bij de lastenverlichting die het kabinet vanaf 1 januari 2020 doorvoert in de inkomstenbelasting en de heffingskortingen. Ongeveer 600.000 werkende mensen met kinderen profiteren bovendien van een investering in het kindgebonden budget.

 

De koopkracht van uitkeringsgerechtigden en van gepensioneerden die van een AOW-uitkering leven, neemt naar verwachting toe. Dat komt doordat hun uitkering wordt geïndexeerd en doordat de zorgtoeslag wordt verhoogd. Mensen die naast hun AOW ook een aanvullend pensioen krijgen, gaan er per saldo op vooruit, maar iets minder dan mensen die alleen AOW ontvangen. Dit heeft ermee te maken dat de meeste pensioenfondsen waarschijnlijk niet kunnen indexeren in 2020.

 

Het kabinet gebruikt deze cijfers om te monitoren wat het inkomenseffect is van het gevoerde beleid op verschillende groepen. Maar niemand kan natuurlijk precies voorspellen wat een nieuw jaar brengt. Niet alleen kabinetsbeleid, ook de ontwikkeling van de economie heeft impact op deze koopkrachtberekeningen. En als mensen een bonus krijgen, promotie maken, gaan samenwonen of hun baan kwijtraken, heeft dat een veel groter effect op de portemonnee van huishoudens. Die effecten zijn vooraf niet goed in te schatten, en zitten daarom niet in de koopkrachtplaatjes. Deze cijfers zijn dan ook niet geschikt om voorspellingen te doen over iemands persoonlijke financiële situatie.

 

Kamerbrief over loonstrookjes en koopkracht 2020
 
Bron:Rijksoverheid
 
 
payroll, payrolling, payroll werknemers, payroll werkgevers, payroll uitzendbureau, payroll medewerker, payroll bedrijven, uitzendbureau, flexwerkers, flexwerkers, payrollers, wab payroll, 2020,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking diensttijduitkering

In deze handreiking leest u wat de gevolgen zijn voor de loonheffingen.
                   
Een werknemer ontvangt een diensttijduitkering ter gelegenheid van zijn jubileum.

 
belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,
 
Als een diensttijduitkering aan alle voorwaarden voldoet, is de diensttijdvrijstelling van toepassing. De diensttijduitkering hoort dan niet tot het loon van de werknemer en is onbelast.

De voorwaarden voor de diensttijdvrijstelling zijn:

  1. De werknemer is ten minste 25 jaar of 40 jaar in dienst.
  2. De diensttijduitkering of -verstrekking is eenmalig.
  3. De diensttijduitkering of -verstrekking is maximaal het loon over een maand.

 

1. Dienstjaren

De diensttijdvrijstelling geldt als de werknemer tenminste 25 jaar in dienst is en nogmaals als de werknemer minstens 40 jaar in dienst is.

De grens van 25 of 40 jaar is zeer strikt. Als één dag ontbreekt, geldt de diensttijdvrijstelling niet. Begint de dienstbetrekking van een werknemer bijvoorbeeld op 2 januari 1979 en eindigt hij per 31 december 2019, dan is de periode van 40 jaar niet volgemaakt.

 

Onderbroken dienstverband

Voor de diensttijdvrijstelling geldt niet alleen de duur van het laatste dienstverband. De diensttijd van eerdere dienstverbanden bij dezelfde werkgever tellen ook mee. Belangrijk is dat de werknemer loon heeft ontvangen voor de verrichte arbeid. De perioden waarin het dienstverband onderbroken is, tellen niet mee.

 

Uitzendkracht die in dienst komt

Bij de diensttijd gaat het om de periode waarin een werknemer in dienstbetrekking is bij dezelfde werkgever. Heeft een werknemer eerst als uitzendkracht bij de werkgever gewerkt, dan tellen deze jaren niet mee.

 

Diensttijd bij andere werkgever

In bepaalde gevallen mag u de diensttijd bij een andere werkgever wel meetellen. Voorbeelden hiervan zijn:

  • De werknemer is bij een andere werkgever in dienst getreden vanwege een overgang van onderneming. Feitelijk werkt hij nog steeds voor dezelfde onderneming.
  • Tussen de werkgevers bestaat een zodanige verhouding dat het normaal is om die diensttijd mee te tellen. Bijvoorbeeld als de werkgevers deel uitmaken van hetzelfde concern.
  • De werkgever gaat uit van de dienstjaren die zijn pensioenuitvoerder in aanmerking neemt. De Belastingdienst gaat hiermee akkoord als de werkgever hierbij een bestendige gedragslijn heeft. Op verzoek van de Belastingdienst moet de werkgever deze bestendige gedragslijn aannemelijk kunnen maken.

 

2. Eenmalig

De diensttijdvrijstelling geldt één keer bij een 25-jarig dienstverband en één keer bij een 40-jarig dienstverband. Als de vrijstelling bij een 25-jarig dienstverband nog niet is gebruikt mag u bij een 40-jarig dienstverband de vrijstelling 2 keer toepassen.

 

3. Loon over een maand

De maximale diensttijdvrijstelling is het fiscale loon over een maand dat een werknemer ontvangt op het moment van uitbetalen van de diensttijduitkering. Dit is het loon uit kolom 14 van de loonstaat. Zowel loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als loon uit vroegere dienstbetrekking tellen mee.

U houdt geen rekening met:

  • bijzondere beloningen die niet vast en gegarandeerd zijn, zoals tantièmes
  • aanspraken die tot het loon behoren
  • keuzeloon (cafetariaregeling)

Bij het fiscale loon over een maand telt u het maandbedrag op van:

  • het werknemersaandeel in de pensioenpremie
  • de werknemersbijdrage voor aanspraken die overeenkomen met aanspraken op WW-, ZW-, WAZO- en WAO/WIA-uitkeringen
  • de werknemersbijdrage voor aanspraken op uitkeringen bij overlijden of invaliditeit door een ongeval
  • bedragen die worden ingehouden in plaats van de hierboven genoemde premies en bijdragen
  • de werknemersbijdrage in de levensloopregeling

Bij het berekende bedrag telt u bovendien op:

  • 1/12 van de vakantiebijslag
  • 1/12 van het jaarbedrag van vaste gegarandeerde bijzondere beloningen

U mag geen rekening houden met loon dat de werknemer van een andere inhoudingsplichtige ontvangt.

 

Deeltijd

Is de werknemer minder gaan werken maar is de hoogte van de diensttijduitkering een voltijd maandloon? Dan gaat u voor de berekening van de diensttijdvrijstelling toch uit van het deeltijdloon.

 

Uitkering in geld of goederen

Een werkgever mag een diensttijduitkering verstrekken in zowel ‘loon in geld’ als ‘loon in natura’, zolang de totale waarde niet meer is dan een maandloon. Als u aan bovenstaande 3 voorwaarden voldoet, geldt de diensttijdvrijstelling. Het bedrag boven het maandloon is loon voor de werknemer. De werkgever mag dit bedrag ook aanwijzen als eindheffingsloon werkkostenregeling.

 

Niet voldaan aan de voorwaarden

De diensttijduitkering is loon voor de werknemer als u niet voldoet aan alle voorwaarden. U kunt de uitkering aanwijzen als eindheffingsloon werkkostenregeling. De diensttijduitkering moet dan aan de gebruikelijkheidstoets voldoen. Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot een bedrag van € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst als gebruikelijk. Meer over de gebruikelijkheidstoets leest u in hoofdstuk 4.2 Handboek Loonheffingen.

 

Voorbeeld

De werknemer is 12,5 jaar in dienst en ontvangt een diensttijduitkering van € 1.500. Dit is een half maandsalaris. De werkgever wil dit onbelast uitkeren aan de werknemer. Wat moet u doen?

Bij een diensttijd van 12,5 jaar is de diensttijdvrijstelling niet van toepassing. U controleert of de diensttijduitkering voldoet aan de gebruikelijkheidstoets. De werknemer ontvangt naast de diensttijduitkering geen andere vergoedingen en verstrekkingen. De werkgever kan de diensttijduitkering daarom aanwijzen als eindheffingsloon. Bij overschrijding van de vrije ruimte is de werkgever 80% eindheffing verschuldigd.

 

Meer informatie

Handboek loonheffingen 2020 hoofdstuk 19.2.1

 

Wetsartikelen

artikel 11, lid 1, onderdeel o Wet op de loonbelasting
artikel 3.1 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011

 
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, loon, salaris, loonstrook, lonen, salarissen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Aanvulling op de uitkering en de aangifte loonheffing

Wanneer moet u de rubriek ‘ Verstrekte aanvulling op uitkering werknemersverzekeringen ’ in de aangifte loonheffingen invullen?

     
Uit de praktijk blijkt dat dit niet altijd duidelijk is. In deze handreiking vindt u meer informatie met een voorbeeld.

In de rubriek ‘Verstrekte aanvulling op uitkering werknemersverzekeringen’ vermeldt u het loon voor de werknemersverzekeringen (loon SV) dat de werkgever als aanvulling op een uitkering werknemersverzekeringen betaalt.
 
belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,
 

Voorwaarden

U vult de rubriek voor de uitbetaalde aanvulling op een uitkering werknemersverzekeringen in als aan de volgende voorwaarden voldaan is:

  • De werkgever betaalt de werknemer een aanvulling op WW-, ZW-, WIA-, WAO- of WAZO-uitkering (vanaf juli 2020 inclusief WIEG) of op een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Het maakt daarbij niet uit van wie de werknemer de uitkering krijgt: rechtstreeks van UWV, van UWV via de werkgever of van de werkgever als eigenrisicodrager.
  • De werknemer is nog bij de werkgever in dienstbetrekking. De arbeidsovereenkomst is nog niet beëindigd.

 
De betaalde aanvulling op een uitkering werknemersverzekeringen is loon voor de werknemersverzekeringen. U vermeldt de aanvulling dus ook in de rubriek ‘Loon SV’. U gebruikt voor deze aanvulling dezelfde code als de code die geldt voor het arbeidsloon van de niet beëindigde dienstbetrekking.
 

Rubriek niet invullen

In de volgende situaties vult u de rubriek ‘Verstrekte aanvulling op uitkering werknemersverzekeringen’ niet in:

  • De werkgever betaalt het loon door tijdens ziekte van de werknemer op grond van de loondoorbetalingsverplichting. Dit is een normale loonbetaling.
  • De werkgever betaalt een aanvulling op een uitkering als de werknemer niet meer in dienst is bij de werkgever.

Let op!

Vult u in deze gevallen toch een uitbetaalde aanvulling op een uitkering werknemersverzekeringen in,
dan gaat UWV bij het vaststellen van een uitkering uit van een te laag loon.

verzuimverzekering, ziekteverzuimverzekering, ziektekosten verzekering, ziekteverzuimverzekeringen,

 

Voorbeeld onjuist invullen

De werknemer wordt arbeidsongeschikt en krijgt recht op een WIA-uitkering. UWV gaat voor het
bepalen van de hoogte van de uitkering uit van zijn loon in het jaar dat voorafgaat aan de arbeidsongeschiktheid.

In dat voorgaande jaar is de situatie als volgt:

  • Werkgever betaalt de werknemer € 2.000 bruto per maand inclusief vakantiebijslag. Dit is ook zijn loon voor de werknemersverzekeringen. Het jaarloon voor de werknemersverzekeringen is dus € 24.000.
  • De werknemer is in september en oktober ziek.
  • De werkgever betaalt in die maanden zijn loon ‘gewoon’ door.

 
In de aangifte over september en oktober vult u bij het loon voor de werknemersverzekeringen
€ 2.000 in. In de rubriek ‘Verstrekte aanvulling op uitkering werknemersverzekeringen’ vermeldt u € 600, omdat u ervan uitgaat dat deze loonbetaling bestaat uit 70% loondoorbetaling en 30% aanvulling.
 
Dat is niet juist. Er is namelijk geen sprake van een aanvulling, maar van 100% loondoorbetaling bij ziekte. De totale loonbetaling is normaal loon. Het gevolg is dat UWV de uitkering baseert op een te laag loon. Want alles wat u invult bij de uitbetaalde aanvulling op een uitkering trekt UWV af van het loon voor de werknemersverzekeringen. In dit geval gaat UWV voor de berekening van de WIA-uitkering dan uit van € 22.800 (€ 24.000 loon – € 1.200), terwijl dat € 24.000 had moeten zijn.
 

Aanvulling na einde dienstbetrekking

Als de werkgever aan een werknemer een aanvulling op een uitkering werknemersverzekeringen betaalt en de dienstbetrekking is beëindigd, is geen sprake van loon SV. U gebruikt voor deze aanvulling code soort inkomstenverhouding/inkomenscode 61. De rubriek ‘Verstrekte aanvulling op uitkering werknemersverzekeringen’ vult u niet in.
 
In de brochure ‘Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2019’ leest u meer informatie over de rubrieken in de aangifte loonheffingen.
 
 
loonadministratie, loonverwerking, loonverwerkers, loon, personeelszaken,salarisverwerking, salaris, salarisverwerker,

door100% Salarisverwerking B.V.

Loonheffingen 2019 nieuwsbrief

De Belastingdienst heeft ‘ de Nieuwsbrief Loonheffingen 2019 ‘ 2é gepubliceerd

In de nieuwsbrief vindt u onder meer informatie over de loonbelastingtabellen, de heffingskortingen, de aangifte loonheffingen en de bijtelling. Het gaat hier om wijzigingen die nu al bekend zijn.

Nieuwsbrief Loonheffingen 2019, loonheffingen 2019, belastingdienst, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris.pensioen,premies,

Aanvullingen en wijzigingen in de 2e uitgave

In de 2e uitgave zijn er 3 onderwerpen toegevoegd:

  • Loonkostenvoordelen: wijziging voorwaarde recht op uitkering of arbeidsondersteuning
  • Bedragen vrijwilligersregeling omhoog
  • Ouderenkorting omhoog

Verder zijn een aantal onderwerpen aangepast:

  • Bij onderwerp 1 (Belastingdeel heffingskortingen alleen nog voor inwoners van Nederland) hebben we onder het kopje ‘Hoe bepaalt u van welk land een werknemer inwoner is?’ de informatie over waar je een woonplaatsverklaring aanvraagt, veranderd.
  • Bij onderwerp 3 (Aangifte loonheffingen: veranderingen en aandachtspunten) hebben we de informatie onder het kopje ‘Verloonde uren bij stukloon’ uitgebreid en verduidelijkt.
  • Bij onderwerp 5 (Auto’s zonder CO2-uitstoot: bijtelling verandert) hebben we onderscheid gemaakt tussen elektrische auto’s en auto’s die rijden op waterstof.

Mogelijke wijzigingen uit het Belastingplan 2019 en de tarieven en percentages voor 2019 vindt u in de volgende versies van de nieuwsbrief.

Het Handboek Loonheffingen 2019 is vanaf begin februari 2019 online te raadplegen en te downloaden. In deze nieuwsbrief vindt u informatie over de nieuwe regels voor het inhouden en betalen van de loonheffingen vanaf 1 januari 2019. Wij verwijzen hierin naar het ‘Handboek Loonheffingen 2018’ (hierna: Handboek 2018). U vindt het Handboek 2018 online op belastingdienst.nl/loonheffingen. Downloaden van onze internetsite kan ook.
Het ‘Handboek Loonheffingen 2019’ kunt u vanaf begin februari 2019 online raadplegen en downloaden. De onlineversie van het handboek houden we doorlopend actueel. Van de downloadversie plaatsen we elk kwartaal een geactualiseerde versie.

Onderwerpen In deze nieuwsbrief vindt u informatie over de volgende onderwerpen:

  1. Belastingdeel heffingskortingen alleen nog voor inwoners van Nederland
  2. Meer loonbelastingtabellen
  3. Aangifte loonheffingen: veranderingen en aandachtspunten
  4. AOW-leeftijd omhoog naar 66 jaar en 4 maanden
  5. Auto’s zonder CO2-uitstoot: bijtelling verandert
  6. Afkoopkorting pensioen in eigen beheer in 2019
  7. Loonkostenvoordelen: wijziging voorwaarde recht op uitkering of arbeidsondersteuning
  8. Bedragen vrijwilligersregeling omhoog
  9. Ouderenkorting gaat omhoog

Downloaden;nieuwsbrief-loonheffingen-2019 2e

nieuwe regels voor het inhouden en betalen van de loonheffingen 1 januari 2019. Handboek Loonheffingen, loonheffingen belastingdienst, belastingen loon, salaris heffingen,