Tag archief polisadministratie

door100% Salarisverwerking B.V.

Vragen over LIV en LKV (update 11 maart 2021)

In deze handreiking vindt u de antwoorden op veelgestelde vragen over het lage inkomensvoordeel (LIV) en de loonkostenvoordelen (LKV).

De jaartallen zijn aangepast. Daarnaast zijn een aantal tekstuele aanpassingen gedaan.

Hieronder vindt u de antwoorden op 15 vragen over het LIV en 3 vragen over het LKV.
 

Vragen over het lage-inkomensvoordeel (LIV)

 

1. Hoe moet ik het LIV aanvragen?

U hoeft geen verzoek te doen. Ook hoeft u geen vakje aan te vinken in de aangifte. U hebt geen doelgroepverklaring nodig. UWV beoordeelt op basis van uw aangiften loonheffingen voor welke werknemers u recht hebt op het LIV. Belangrijk is dat u het aantal verloonde uren goed invult. Meer informatie over verloonde uren vindt u in het memo verloonde uren.

 

Let op!

Voor de LKV moet u in de aangifte in het betreffende tijdvak de indicatie voor het betreffende loonkostenvoordeel op ‘ja’ zetten. U moet dan wel een doelgroepverklaring hebben.

 

2. Hoe wordt het LIV toegepast als een werknemer in de loop van het jaar in dienst komt?

Het LIV geldt voor banen van ten minste 1248 verloonde uren op jaarbasis. Voor een werknemer die gedurende het jaar in dienst komt, geldt deze eis ook. Het aantal van 1248 verloonde uren wordt niet tijdsevenredig herleid. UWV bepaalt op basis van de polisadministratie of aan deze eis is voldaan.

Dit geldt ook voor een werknemer die in de loop van het jaar uit dienst gaat.

 

3. Wordt het LIV aan de werknemer uitgekeerd?

Nee, de Belastingdienst betaalt het LIV uit aan de werkgever. De werkgever ontvangt een beschikking van de Belastingdienst en ontvangt het bedrag binnen 6 weken na de datum op de definitieve vaststelling LIV.

 

4. Wanneer en van wie ontvang ik het LIV over 2020?

Vóór 15 maart 2021 ontvangt u van UWV een voorlopig overzicht van het bedrag aan LIV waar u recht op hebt en een overzicht van de werknemers waarvoor u recht op LIV hebt. Dit voorlopig overzicht stelt UWV op aan de hand van de loonaangiften die u hebt ingediend tot en met 31 januari 2021. Eventuele fouten kunt u tot en met 1 mei 2021 herstellen door het insturen van correctieberichten.

Correctieberichten die de Belastingdienst na 1 mei 2021 ontvangt, komen wel in de polisadministratie maar blijven buiten de berekening van het LIV.

De Belastingdienst stuurt u vóór 1 augustus 2021 een beschikking met het definitieve bedrag aan LIV. Uiterlijk 12 september 2021 betaalt de Belastingdienst het LIV uit.

 

5. Klopt het dat correcties over 2020 die na 1 mei 2021 worden ingediend, niet meer worden meegenomen bij de bepaling van de hoogte van het LIV?

Ja, dit klopt. Correctieberichten die de Belastingdienst na 1 mei 2021 heeft ontvangen, tellen niet meer mee voor de bepaling van het LIV over 2020. De gegevens worden wel opgenomen in de polisadministratie van UWV.

De correcties over 2020 die u indient na 1 mei 2021, worden ook niet meer meegenomen in de berekening van het LIV in 2021.

 

6. Op welk rekeningnummer wordt het LIV uitbetaald?

De Belastingdienst maakt het LIV over naar het rekeningnummer dat hoort bij subnummer 01 van het loonheffingennummer.

 

7. Komen stagiaires ook in aanmerking voor het LIV?

Als stagiaires in een fictieve dienstbetrekking werken, kan het LIV van toepassing zijn. Voor de ziektewet zijn stagiaires wel werknemers (artikel 1.1, onderdeel b Wtl). Wel is de kans groot dat niet aan de voorwaarde van het gemiddelde uurloon wordt voldaan, waardoor geen recht bestaat op het LIV.

 

8. Komt de werkgever in aanmerking voor het LIV als zijn werknemer 20 jaar is?

De voorwaarde is dat het loon minstens 100% bedraagt van het volledig wettelijk minimumloon, dus het minimumloon voor 21-jarigen en ouder. Als een werknemer jonger is dan 21 jaar en ditzelfde loon ontvangt, heeft de werkgever ook recht op de tegemoetkoming.

 

9. Een werknemer met een minimumloon ontvangt een toeslag voor bijvoorbeeld nachtdiensten. Is het LIV dan nog van toepassing?

Een toeslag of een bonus kan ervoor zorgen dat het jaarloon van de werknemer boven de grens van 125% van het wettelijk minimumloon uitkomt. Het LIV is dan niet van toepassing.

 

10. De werknemer ontvangt het wettelijk minimumloon. De werkgever houdt hierop een deel van de pensioenpremie in. Is het LIV dan nog van toepassing?

De inhouding van de pensioenpremie op het loon kan ervoor zorgen dat het jaarloon van de werknemer beneden de grens van 100% van het wettelijk minimumloon uitkomt. Het LIV is dan niet van toepassing.

 

11. Hoe wordt omgegaan met de eis van 1.248 verloonde uren van het LIV als sprake is van een bedrijfsovername of overname van personeel? Stel: de werknemer heeft in het eerste halfjaar 650 uur gewerkt en na overname nogmaals 650 uur. Mag ik dit dan samen tellen?

De voorwaarde van ten minste 1.248 verloonde uren per jaar geldt per werkgever. Er is geen uitzondering bij een bedrijfsovername of een overname van personeel. In het voorbeeld van deze vraag hebben beide werkgevers daarom geen recht op het LIV.

 

13. Een werknemer wordt verloond onder verschillende subnummers. Hoe moet ik hiermee omgaan bij het LIV?

De beoordeling van het LIV vindt plaats per werkgever. Subnummers zijn geen aparte werkgevers maar een administratieve aangelegenheid. Als u een werknemer onder meerdere subnummers verloont, moet u de verloonde uren en het jaarloon van de subnummers bij elkaar optellen.

 

14. Een werknemer wordt verloond onder verschillende inkomstenverhoudingen. Hoe wordt hiermee omgegaan bij LIV?

De beoordeling van het LIV vindt plaats per werkgever. Als u een werknemer onder meerdere inkomstenverhoudingen verloont, moet u de verloonde uren en het jaarloon van de verschillende inkomstenverhoudingen bij elkaar optellen.

 

15. Het LIV is niet langer van toepassing als een werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Een werknemer bereikt op 2 mei 2020 de AOW-gerechtigde leeftijd en stopt met werken. In deze periode is niet voldaan aan de eis van de 1.248 verloonde uren. Kan ik deze uren naar rato berekenen?

De eis van 1.248 verloonde uren geldt per kalenderjaar en wordt niet tijdsevenredig herleid. Als er in de periode januari tot en met mei 2020 minder verloonde uren zijn dan 1.248, bestaat er geen recht op LIV.

De verloonde uren van het aangiftetijdvak waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt, tellen nog mee. Doet de werkgever maandaangifte, dan tellen de verloonde uren van de maand mei ook nog mee.

 

Let op!

Blijft de werknemer na het bereiken van de AOW-gerechtige leeftijd doorwerken? Dan tellen de verloonde uren na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd mee bij de vaststelling of aan de absolute eis van ten minste 1248 verloonde uren is voldaan.

Als de AOW-gerechtigde werknemer in het gehele kalenderjaar ten minste 1248 uur werkt, bestaat recht op het LIV voor de verloonde uren van de maanden januari tot en met april 2020. Het recht op het LIV stopt altijd na het bereiken van de AOW-gerechtige leeftijd.

 

Vragen over de Loonkostenvoordelen (LKV)

 

1. Als in 2017 een premiekorting van toepassing is, vindt dan in 2018 opnieuw toetsing plaats aan de voorwaarden van LKV?

Lopende premiekortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer worden per 1 januari 2018 onder voorwaarden omgezet in het desbetreffende LKV voor de resterende looptijd. De premiekorting moet in de laatste loonaangifte over 2017 zijn toegepast en de indicatie premiekorting moet op ‘ja’ staan. In de loonaangiften van 2018 moet u de indicatie voor het betreffende loonkostenvoordeel op ‘ja’ zetten.

 

2. Houd ik recht op LKV bij omzetting van een vof in een bv?

Als een vof wordt omgezet in een bv, bestaat geen recht (meer) op LKV.
Om in aanmerking te komen voor het LKV moet sprake zijn van een indiensttreding of een herplaatsing. Bij omzetting van vof naar bv is sprake van een overgang van onderneming als bedoeld in artikel 7:662 BW. De overnemende werkgever zet in dat geval de arbeidsovereenkomst voort. Er is geen sprake van een indiensttreding of een herplaatsing. Voor de overnemende werkgever bestaat daarom geen recht op het LKV.

Ook komt de overnemende werkgever niet in aanmerking voor de resterende duur van het LKV van de overdragende werkgever. De Wtl kent namelijk geen regeling, zoals opgenomen in artikel 3.22 Regeling Wfsv, voor de premiekortingen oudere en arbeidsgehandicapte werknemer. Op grond van dat artikel mag de werkgever die de onderneming overneemt, de premiekorting die de overdragende werkgever toepaste bij de overgang voortzetten gedurende de resterende termijn.

 

3. Hoe moet ik het LKV aanvragen?

Voordat u het LKV kan aanvragen, moet u een doelgroepverklaring hebben. Daarna moet u in de aangifte over het betreffende tijdvak de indicatie voor het juiste loonkostenvoordeel op ‘ja‘ zetten.
 
 
Aangifte loonheffingen, 2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Vragen over LIV en LKV (update 11 maart 2021)

In deze handreiking vindt u de antwoorden op veelgestelde vragen over het lage inkomensvoordeel (LIV) en de loonkostenvoordelen (LKV).

Hieronder vindt u de antwoorden op 15 vragen over het LIV en 3 vragen over het LKV.
 

Vragen over het lage-inkomensvoordeel (LIV)

 

1. Hoe moet ik het LIV aanvragen?

U hoeft geen verzoek te doen. Ook hoeft u geen vakje aan te vinken in de aangifte. U hebt geen doelgroepverklaring nodig. UWV beoordeelt op basis van uw aangiften loonheffingen voor welke werknemers u recht hebt op het LIV. Belangrijk is dat u het aantal verloonde uren goed invult. Meer informatie over verloonde uren vindt u in het memo verloonde uren.

 

Let op!

Voor de LKV moet u in de aangifte in het betreffende tijdvak de indicatie voor het betreffende loonkostenvoordeel op ‘ja’ zetten. U moet dan wel een doelgroepverklaring hebben.

 

2. Hoe wordt het LIV toegepast als een werknemer in de loop van het jaar in dienst komt?

Het LIV geldt voor banen van ten minste 1248 verloonde uren op jaarbasis. Voor een werknemer die gedurende het jaar in dienst komt, geldt deze eis ook. Het aantal van 1248 verloonde uren wordt niet tijdsevenredig herleid. UWV bepaalt op basis van de polisadministratie of aan deze eis is voldaan.

Dit geldt ook voor een werknemer die in de loop van het jaar uit dienst gaat.

 

3. Wordt het LIV aan de werknemer uitgekeerd?

Nee, de Belastingdienst betaalt het LIV uit aan de werkgever. De werkgever ontvangt een beschikking van de Belastingdienst en ontvangt het bedrag binnen 6 weken na de datum op de definitieve vaststelling LIV.

 

4. Wanneer en van wie ontvang ik het LIV over 2020?

Vóór 15 maart 2021 ontvangt u van UWV een voorlopig overzicht van het bedrag aan LIV waar u recht op hebt en een overzicht van de werknemers waarvoor u recht op LIV hebt. Dit voorlopig overzicht stelt UWV op aan de hand van de loonaangiften die u hebt ingediend tot en met 31 januari 2021. Eventuele fouten kunt u tot en met 1 mei 2021 herstellen door het insturen van correctieberichten.

Correctieberichten die de Belastingdienst na 1 mei 2021 ontvangt, komen wel in de polisadministratie maar blijven buiten de berekening van het LIV.

De Belastingdienst stuurt u vóór 1 augustus 2021 een beschikking met het definitieve bedrag aan LIV. Uiterlijk 12 september 2021 betaalt de Belastingdienst het LIV uit.

 

5. Klopt het dat correcties over 2020 die na 1 mei 2021 worden ingediend, niet meer worden meegenomen bij de bepaling van de hoogte van het LIV?

Ja, dit klopt. Correctieberichten die de Belastingdienst na 1 mei 2021 heeft ontvangen, tellen niet meer mee voor de bepaling van het LIV over 2020. De gegevens worden wel opgenomen in de polisadministratie van UWV.

De correcties over 2020 die u indient na 1 mei 2021, worden ook niet meer meegenomen in de berekening van het LIV in 2021.

 

6. Op welk rekeningnummer wordt het LIV uitbetaald?

De Belastingdienst maakt het LIV over naar het rekeningnummer dat hoort bij subnummer 01 van het loonheffingennummer.

 

7. Komen stagiaires ook in aanmerking voor het LIV?

Als stagiaires in een fictieve dienstbetrekking werken, kan het LIV van toepassing zijn. Voor de ziektewet zijn stagiaires wel werknemers (artikel 1.1, onderdeel b Wtl). Wel is de kans groot dat niet aan de voorwaarde van het gemiddelde uurloon wordt voldaan, waardoor geen recht bestaat op het LIV.

 

8. Komt de werkgever in aanmerking voor het LIV als zijn werknemer 20 jaar is?

De voorwaarde is dat het loon minstens 100% bedraagt van het volledig wettelijk minimumloon, dus het minimumloon voor 21-jarigen en ouder. Als een werknemer jonger is dan 21 jaar en ditzelfde loon ontvangt, heeft de werkgever ook recht op de tegemoetkoming.

 

9. Een werknemer met een minimumloon ontvangt een toeslag voor bijvoorbeeld nachtdiensten. Is het LIV dan nog van toepassing?

Een toeslag of een bonus kan ervoor zorgen dat het jaarloon van de werknemer boven de grens van 125% van het wettelijk minimumloon uitkomt. Het LIV is dan niet van toepassing.

 

10. De werknemer ontvangt het wettelijk minimumloon. De werkgever houdt hierop een deel van de pensioenpremie in. Is het LIV dan nog van toepassing?

De inhouding van de pensioenpremie op het loon kan ervoor zorgen dat het jaarloon van de werknemer beneden de grens van 100% van het wettelijk minimumloon uitkomt. Het LIV is dan niet van toepassing.

 

11. Hoe wordt omgegaan met de eis van 1.248 verloonde uren van het LIV als sprake is van een bedrijfsovername of overname van personeel? Stel: de werknemer heeft in het eerste halfjaar 650 uur gewerkt en na overname nogmaals 650 uur. Mag ik dit dan samen tellen?

De voorwaarde van ten minste 1.248 verloonde uren per jaar geldt per werkgever. Er is geen uitzondering bij een bedrijfsovername of een overname van personeel. In het voorbeeld van deze vraag hebben beide werkgevers daarom geen recht op het LIV.

 

13. Een werknemer wordt verloond onder verschillende subnummers. Hoe moet ik hiermee omgaan bij het LIV?

De beoordeling van het LIV vindt plaats per werkgever. Subnummers zijn geen aparte werkgevers maar een administratieve aangelegenheid. Als u een werknemer onder meerdere subnummers verloont, moet u de verloonde uren en het jaarloon van de subnummers bij elkaar optellen.

 

14. Een werknemer wordt verloond onder verschillende inkomstenverhoudingen. Hoe wordt hiermee omgegaan bij LIV?

De beoordeling van het LIV vindt plaats per werkgever. Als u een werknemer onder meerdere inkomstenverhoudingen verloont, moet u de verloonde uren en het jaarloon van de verschillende inkomstenverhoudingen bij elkaar optellen.

 

15. Het LIV is niet langer van toepassing als een werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Een werknemer bereikt op 2 mei 2020 de AOW-gerechtigde leeftijd en stopt met werken. In deze periode is niet voldaan aan de eis van de 1.248 verloonde uren. Kan ik deze uren naar rato berekenen?

De eis van 1.248 verloonde uren geldt per kalenderjaar en wordt niet tijdsevenredig herleid. Als er in de periode januari tot en met mei 2020 minder verloonde uren zijn dan 1.248, bestaat er geen recht op LIV.

De verloonde uren van het aangiftetijdvak waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt, tellen nog mee. Doet de werkgever maandaangifte, dan tellen de verloonde uren van de maand mei ook nog mee.

 

Let op!

Blijft de werknemer na het bereiken van de AOW-gerechtige leeftijd doorwerken? Dan tellen de verloonde uren na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd mee bij de vaststelling of aan de absolute eis van ten minste 1248 verloonde uren is voldaan.

Als de AOW-gerechtigde werknemer in het gehele kalenderjaar ten minste 1248 uur werkt, bestaat recht op het LIV voor de verloonde uren van de maanden januari tot en met april 2020. Het recht op het LIV stopt altijd na het bereiken van de AOW-gerechtige leeftijd.

 

Vragen over de Loonkostenvoordelen (LKV)

 

1. Als in 2017 een premiekorting van toepassing is, vindt dan in 2018 opnieuw toetsing plaats aan de voorwaarden van LKV?

Lopende premiekortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer worden per 1 januari 2018 onder voorwaarden omgezet in het desbetreffende LKV voor de resterende looptijd. De premiekorting moet in de laatste loonaangifte over 2017 zijn toegepast en de indicatie premiekorting moet op ‘ja’ staan. In de loonaangiften van 2018 moet u de indicatie voor het betreffende loonkostenvoordeel op ‘ja’ zetten.

 

2. Houd ik recht op LKV bij omzetting van een vof in een bv?

Als een vof wordt omgezet in een bv, bestaat geen recht (meer) op LKV.
Om in aanmerking te komen voor het LKV moet sprake zijn van een indiensttreding of een herplaatsing. Bij omzetting van vof naar bv is sprake van een overgang van onderneming als bedoeld in artikel 7:662 BW. De overnemende werkgever zet in dat geval de arbeidsovereenkomst voort. Er is geen sprake van een indiensttreding of een herplaatsing. Voor de overnemende werkgever bestaat daarom geen recht op het LKV.

Ook komt de overnemende werkgever niet in aanmerking voor de resterende duur van het LKV van de overdragende werkgever. De Wtl kent namelijk geen regeling, zoals opgenomen in artikel 3.22 Regeling Wfsv, voor de premiekortingen oudere en arbeidsgehandicapte werknemer. Op grond van dat artikel mag de werkgever die de onderneming overneemt, de premiekorting die de overdragende werkgever toepaste bij de overgang voortzetten gedurende de resterende termijn.

 

3. Hoe moet ik het LKV aanvragen?

Voordat u het LKV kan aanvragen, moet u een doelgroepverklaring hebben. Daarna moet u in de aangifte over het betreffende tijdvak de indicatie voor het juiste loonkostenvoordeel op ‘ja’ zetten.
 
 
Aangifte loonheffingen, 2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,