Tag archief minimumloonbedragen

door100% Salarisverwerking B.V.

Wettelijk minimumloon en minimumvakantiebijslag per 1 juli 2019

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en minimumvakantiebijslag per 1 juli 2019.

           
De minister van SZW stelt de hoogte van het wettelijk minimumloon elk jaar per 1 januari en 1 juli opnieuw vast.

Het wettelijk bruto minimumloon (WML) voor werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband is per 1 juli 2019:

  • € 1.635,60 bruto per maand (nu € 1.595,20)
  • € 377,45 bruto per week (nu € 367,90)
  • € 75,49 bruto per dag (nu € 73,58)

Minimumjeugdloon per 1 juli 2019:

minimumloon is berekend voor 36-urige, 38-urige en 40-urige werkweek,minimumloon per maand,minimumloon per week, minimumloon per dag,minimumloon per uur 2019, wettelijkminimumloon per uur, wml 2019 per uur, 2019 minimumlonen per uur, loon minimaal per uur, 2019 salaris minimaal per uur, vastgesteld loon. minimaal 2019 per uur, 21 jaar minimumloon per uur, 20 jaar minimumloon per uur, 19 jaar minimumloon per uur, 18 jaar minimumloon per uur, 17 jaar minimumloon per uur, 16 jaar minimumloon per uur, 15 jaar minimumloon per uur,

TOELICHTING

Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers met een minimumloon en uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van artikel 14 van de WML, dat uitgaat van een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling.

Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling, dan wel volumeontwikkeling in de sociale zekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven, de zogenaamde i/a-ratio, de daarvoor geldende norm overschrijdt. Op grond van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2019 van het Centraal Planbureau (CPB) lijkt dit voor 2019 niet het geval.

In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML, wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB wordt berekend.

Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2019 zoals deze is gepubliceerd in de Macro-Economische Verkenning uit 2018. Dit is 0,5 x 2,8 = 1,40. Deze wordt afgetrokken van de raming voor de contractloonontwikkeling in 2019 zoals gepubliceerd in het CEP 2019 zijnde 2,61. Dit verschil bedraagt 1,22 en vormt het onafgeronde aanpassingspercentage. Dit wordt vermenigvuldigd met het (onafgeronde) wettelijk minimumloon zoals berekend voor de aanpassing per 1 januari 2019.

Na de (wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 juli 2019 € 1.635,60 per maand, € 377,45 per week en € 75,49 per dag. Het aanpassingspercentage na afronding is 1,23. De hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen zijn geregeld in het Besluit minimumjeugdloon.

Minimumjeugdloon met bbl

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen:
minimumjeugd loon, jeugdloon, bbl loon,minimum uurloon is berekend voor 36-urige, 38-urige en 40-urige werkweek,minimumloon per maand 2019, wettelijkminimumloon per week, wml 2019 per week, 2019 minimumlonen per dag, loon minimaal per week, 2019 salaris minimaal per dag, vastgesteld loon. minimaal 2019 per week, 20 jaar minimumloon per week, 20 jaar minimumloon per maand, 19 jaar minimumloon per maand, 18 jaar minimumloon per mnd, 17 jaar minimumloon per mnd, 16 jaar minimumloon per mnd, 18 jaar minimumloon per dag,

Volgens artikel 12 van de WML is het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager indien de werknemer een kortere arbeidstijd is overeengekomen dan de normale arbeidsduur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij deeltijdarbeid.

De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een uniform wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector gebruikelijk is voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week.

Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer worden de afgeleide minimumuurlonen bij deze normale arbeidsduren in de toelichting gepubliceerd.2 Onderstaand schema geeft de afgeronde brutobedragen per uur aan, berekend op basis van het wettelijk minimumweekloon bij een arbeidsduur van respectievelijk 36, 38 en 40 uur per week.

Afgeleid bruto minimumloon per uur na afronding (naar boven) per 1 juli 2019 bij een gebruikelijke arbeidsduur van 36, 38 en 40 uur is gepubliceerd in de volgende tabel. Hierbij wordt bij de afronding gebruik gemaakt van een afronding naar boven, om te voorkomen dat er onbedoeld een betaling ontstaat die lager is dan het wettelijk minimumloon zoals vastgesteld in artikel 1 van deze regeling. Hierbij dient te worden vermeld dat alleen de vastgestelde bedragen in artikel 1 van deze regeling het wettelijk minimumloon betreffen en rechtens geldig zijn.

Bruto minimumloon per uur per 1 juli 2019 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:
minimum uurloon is berekend voor 36-urige, 38-urige en 40-urige werkweek,minimumloon per uur 2019, wettelijkminimumloon per uur, wml 2019 per uur, 2019 minimumlonen per uur, loon minimaal per uur, 2019 salaris minimaal per uur, vastgesteld loon. minimaal 2019 per uur, 21 jaar minimumloon per uur, 20 jaar minimumloon per uur, 19 jaar minimumloon per uur, 18 jaar minimumloon per uur, 17 jaar minimumloon per uur, 16 jaar minimumloon per uur, 15 jaar minimumloon per uur,

Bruto minimumloon per uur voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl per 1 juli 2019 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:
wml 2019, minimum uurloon is berekend voor 36-urige, 38-urige en 40-urige werkweek,minimumloon per uur 2019, wettelijkminimumloon per week, wml 2019 per week uur, 2019 minimumlonen week per uur, loon minimaal per uur per week, 2019 salaris minimaal per week uur, vastgesteld loon. minimaal 2019 per week uur, 20 jr minimumloon per week uur, 19 jaar minimumloon per week uur, 18 jaar minimumloon per week uur, 20 jaar minimumloon per week uur, 19 jaar minimumloon per uur week, 18 jaar minimumloon per uur week,

Meer informatie

De publicatie met alle bedragen en een toelichting vindt u in de Staatscourant van 16 april 2019.

Op rijksoverheid.nl vindt u een rekenhulp om het juiste minimumloon te berekenen.

loon, salaris, inkomen,verdienste, werk na inkomen, lonen, salarissen, verloning, loonadministratie,salarisadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerker, loonverwerker,

door100% Salarisverwerking B.V.

Overheid maakt de rekenregels bekend 2019

De aanpassingen vanaf 1 januari 2019

                                 
Deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2019 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. Ook zijn de belangrijkste beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen opgenomen.

    1. Inleiding
    2. Aanpassing daglonen per 1 januari 2019
    3. Minimum(jeugd)lonen
    4. LIV en jeugd-LIV
    5. Uitkeringen op minimumniveau
    6. Toeslagenwet
    7. Gemiddelde premie Sectorfondsen

loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,

1. Inleiding

In deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon, de sociale premies, belastingtarieven en heffingskortingen per 1 januari 2019 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. Ook zijn de belangrijkste beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen opgenomen.

2. Aanpassing daglonen per 1 januari 2019

In een ministeriële regeling (Staatscourant nr 59237 van 24 oktober 2018) is geregeld dat het afgeronde (bruto)minimumloon per 1 januari aanstaande met 1,35% wordt verhoogd. De daglonen van de uitkeringen WAO/WIA, WW en ZW zullen per 1 januari aanstaande eveneens met dat percentage worden verhoogd. Het maximumdagloon wordt per 1 januari 2019 vastgesteld op € 214,28 per dag. Het maximumpremieloon werknemersverzekeringen staat gedurende 2019 vast op € 55.927 op jaarbasis. Het jaarbedrag wordt afgerond naar beneden op hele euro’s.

3. Minimum(jeugd)lonen

De minimum(jeugd)lonen bedragen per 1 januari 2019 (bruto per maand, per week en per dag, in euro’s, exclusief vakantietoeslag):
minimumloon 2019, wettelijkminimumloon, wml 2019 ,bruto wettelijk minimumloon 2019 , 2019 minimumlonen, loon minimaal, 2019 salaris minimaal, vastgesteld loon minimaal 2019, minimumloon 21 jaar, minimumloon 20 jaar, minimumloon 19 jaar, minimumloon 18 jaar, minimumloon 17 jaar, minimumloon 16 jaar, minimumloon 15 jaar

4. LIV en jeugd-LIV

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming aan werkgevers met mensen in dienst die een loon verdienen rond het minimumloon. De uurlooncriteria voor het LIV volgen de stijging van het minimumloon ten opzichte van 1 januari 2018. Die stijging bedraagt 2,395% op jaarbasis. In de volgende tabel staan de resulterende uurlooncriteria voor het LIV in 2019:

In de rekenregels per 1 juli 2019 volgen de criteria voor het minimumjeugdloonvoordeel (jeugd LIV) in 2019.

5. Uitkeringen op minimumniveau

Bijlage II.1 bevat een overzicht van de AOW- en Anw-uitkeringen. Deze worden afgeleid van het referentieminimumloon. Conform de systematiek van de netto-netto-koppeling zijn de brutobedragen aangepast ten opzichte van die van 1 juli 2018.

Sinds 1 januari 2012 wordt (met uitzondering van de AOW) de dubbele algemene heffingskorting afgebouwd in het referentieminimumloon. Dit houdt in dat de algemene heffingskorting met 2,5 procentpunt per half jaar daalt totdat de algemene heffingskorting één keer wordt meegenomen in het referentieminimumloon. In de periode 2014-2018 is de afbouw met de helft getemporiseerd. Ook in de periode 2019 – 2021 wordt de afbouw getemporiseerd. In deze periode daalt de algemene heffingskorting met 1,875 procentpunt per half jaar. Daardoor wordt per 1 januari 2019 de algemene heffingskorting 1,75625 keer meegenomen in de berekening van het referentieminimumloon (als er de afgelopen jaren niet was afgebouwd, was dit 2 keer).

Voor ouderen is een inkomensondersteuning geïntroduceerd die afhankelijk is van de opbouwjaren op grond van de AOW. Deze inkomensondersteuning is niet verwerkt in de bedragen van bijlage II.1, omdat deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. Na indexatie is het bedrag in 2019, bij een volledige AOW-opbouw, € 302,76 per jaar.

In de bedragen zoals gepresenteerd in Bijlage II.1 is de tegemoetkoming voor Anw’ers niet verwerkt, omdat ook deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. De tegemoetkoming voor Anw’ers bedraagt in 2019 € 205,44 per jaar.

Vanaf 1 juli 2015 geldt de kostendelersnorm in de Anw. De norm is per 1 januari 2019 vastgesteld op 50% van het minimumloon. In bijlage II.1 worden de desbetreffende bedragen vermeld.

De grondslagen voor de uitkeringen Wajong, WAZ en WAZO voor zelfstandigen, die worden afgeleid van de minimum(jeugd)lonen, worden ook per 1 januari 2019 aangepast. De bedragen per dag (exclusief vakantietoeslag) worden onderstaand weergegeven.

De grondslagen voor de uitkeringen Wajong, WAZ en WAZO voor zelfstandigen
Voor Wajong-gerechtigden onder de 23 jaar worden de hoogtes van de tegemoetkoming per 1 januari 2019 als volgt aangepast:
tegemoetkoming per 1 januari 2019 wajong, wajong -gerechtigden onder de 23 jaar , tegemoetkoming per jaar, Tegemoetkoming Wajong per maand

Ook de minimumloonbedragen, die bepalend zijn voor de hoogte van de WW-uitkering, ondergaan per 1 januari 2019 een aanpassing. De hierna te noemen bedragen zijn bedragen per dag voor toepassing van artikel 33 van de WW (dus inclusief vakantietoeslag).
Uitkeringsgrondslag kortdurende en vervolguitkering WW

6. Toeslagenwet

De Toeslagenwet verstrekt een aanvulling op de loondervingsuitkering krachtens de Werkloosheidswet, Ziektewet (vangnet), Wajong, WAO, WIA, IOW en Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (WAMIL), indien het inkomen van de betrokkene achterblijft bij het relevante sociaal minimum. Het normbedrag voor gehuwden is gekoppeld aan 100% van het bruto referentieminimumloon. Het normbedrag van alleenstaanden vanaf 22 jaar bedraagt 70% van het netto referentieminimumloon terwijl de normbedragen van 18- t/m 21jarigen zijn gekoppeld aan 75% van de desbetreffende nettominimumjeugdlonen. Ook bij de netto gekoppelde uitkeringen van de Toeslagenwet is rekening gehouden met de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon sinds 1 januari 2012.

In bijlage II.3 zijn de nieuwe normbedragen opgenomen. De toeslag bedraagt het verschil tussen de bruto-uitkering en het betreffende normbedrag, waarbij voor sommigen de toeslag is gemaximeerd.

Vanaf 1 juli 2016 geldt de kostendelersnorm in de TW voor 21-jarigen en ouder. De kostendelersnorm is de afgelopen jaren stapsgewijs verlaagd. Vanaf januari 2019 bedraagt de norm voor 22-jarigen en ouder 50% van het minimumloon. Voor 21-jarigen is gerekend met 55% van het jeugdminimumloon voor 21-jarigen. In bijlage II.3 worden de desbetreffende bedragen vermeld.

7. Gemiddelde premie Sectorfondsen

In de Wet financiering sociale verzekeringen is geregeld dat over uitkeringen een sectorpremie wordt geheven die is gebaseerd op de gemiddelde sectorpremie van het voorgaande jaar. De over uitkeringen te heffen sectorpremie bedraagt per 1 januari 2019 0,77%. Overigens geldt het gemiddelde percentage niet wanneer de uitvoeringsinstelling de uitkering via de werkgever betaalt. In dat geval worden de bedrijfstakpercentages toegepast. Bijlagen I.1 en II.2 hieronder beschrijven de premies en premiegrenzen gedurende heel 2019.

(Premie)grenzen per 1 januari 2019

Mutaties premies 2019 ten opzichte van 2018 (in procenten)

Toelichting mutaties

* a In het basispad van het Regeerakkoord zit voor 2019 een stijging van de basispremie WAO/WIA (Aof-premie), voornamelijk vanwege het compenseren van zorgpremies. Op basis van de augustusbesluitvorming is die compensatie nog iets groter uitgevallen. Daarnaast wordt de basispremie iets verlaagd om te compenseren voor het feit dat de Whk-premie door UWV iets hoger is vastgesteld dan verwacht.
* b De Whk-rekenpremie is voor 2019 door UWV iets hoger vastgesteld dan in 2018.
* c De stijging van de AWf-premie in 2019 zat grotendeels al in het basispad van het Regeerakkoord (onder andere invoering van de compensatieregeling transitievergoeding bij arbeidsongeschiktheid). Daarnaast wordt de AWf-premie verhoogd omdat de gemiddelde sectorfondspremies door UWV lager zijn vastgesteld dan verwacht.
* d De gemiddelde sectorfondspremie is 0,51 procentpunt lager vastgesteld dan in 2018, onder andere in anticipatie op de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans.
* e Met ingang van 2019 is de vervangende sectorpremie (de premie die wordt geheven over Wsw loon en over uitkeringen) niet langer gelijk aan de gemiddelde sectorpremie van het voorgaande jaar, maar aan de gemiddelde sectorpremie van het huidige jaar.
* f In de begroting van VWS worden de tarieven voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zvw toegelicht.
* g De werkgeverspremies op Caribisch Nederland worden 5 procentpunt lager vastgesteld dan in 2018. Tegelijkertijd wordt het plaatselijk wettelijk minimumloon met 5 procent verhoogd. Hiermee wordt een hoger WML bewerkstelligd, op een voor de werkgever vrijwel kostenneutrale manier.
* h Het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen en het maximumbijdrageloon voor de Zvw is geïndexeerd conform het wettelijk minimumloon per dag (WKA).


Feitelijke bedragen AOW/Anw ,Pensioen/uitkering: AOW: ,Anw:,Vakantie-uitkering: AOW: ,Anw:

Uitkering: Bijstandsnorm voor pensioengerechtigden ,Vakantie-uitkering: Bijstandsnorm voor pensioengerechtigden , Bijstandsnorm voor pensioengerechtigden ,

Invoering tweeschijvenstelsel, basistarief en toptarief, ook heffingskortingen, zoals de ouderenkorting en de arbeidskorting – basistarief en toptarief,

close

Veel lees plezier? Delen mag.