Tag archief minimumjeugdlonen

door100% Salarisverwerking B.V.

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2021

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2021.
          
Dit heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekendgemaakt.

Bij een volledig dienstverband is het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder vanaf 1 januari 2021:

  • € 1.684,80 per maand (nu € 1.680,00)
  • € 388,80 per week (nu € 387,70)
  • € 77,76 per dag (nu € 77,54)

wml 2021, wettelijk minimumloon 2021, wettelijk minimumjeugdloon 2021,minimumloon 15jr, minimumloon 16jr, minimumloon 17jr, minimumloon 18jr, minimumloon 19jr,minimumloon 20jr, minimumloon 21jr

wettelijk minimumloon -WML- 2021-januari


 

TOELICHTING

Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers met een minimumloon en uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van artikel 14 van de WML, dat uitgaat van een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling.

Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling, dan wel volumeontwikkeling in de sociale zekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven, de zogenaamde i/a-ratio, de daarvoor geldende norm overschrijdt. Op grond van de Macro Economische Verkenning (MEV) 2021 van het Centraal Planbureau (CPB) lijkt dit voor 2021 niet het geval.

In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML, wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB wordt berekend.

Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2021 zoals deze is gepubliceerd in de MEV 2021. Dit is 0,5 x 1,288 = 0,644. Dit bedrag wordt aangepast aan het zogenaamde na-ijleffect uit het voorafgaande jaar (artikel 14, eerste lid, onder b). Dat is het verschil tussen de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor 2020, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan uit april 2020, was geraamd en de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor 2020 blijkens bekendmaking in de Macro Economische Verkenning uit september 2020, nader is geraamd. Dit verschil bedraagt -0,376. Het onafgeronde aanpassingspercentage komt daarmee op 0,268. Het (onafgeronde) wettelijk minimumloon, zoals berekend voor de aanpassing per 1 juli 2020, wordt verhoogd met dit percentage.

Na de (wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2021 € 1.684,80 per maand, € 388,80 per week en € 77,76 per dag. Het aanpassingspercentage na afronding is 0,29. De hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen zijn geregeld in het Besluit minimumjeugdloon. Het wettelijk minimumloon voor volwassenen en de wettelijk minimumjeugdlonen bedragen daarmee:

Leeftijd Staffeling Per maand Per week Per dag
21 jaar en ouder 100% 1.684,80 388,80 77,76
20 jaar 80% 1.347,85 311,05 62,21
19 jaar 60% 1.010,90 233,30 46,66
18 jaar 50% 842,40 194,40 38,88
17 jaar 39,5% 665,50 153,60 30,72
16 jaar 34,5% 581,25 134,15 26,83
15 jaar 30% 505,45 116,65 23,33

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 20 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen:

Leeftijd Staffeling BBL Per maand Per week Per dag
20 jaar 61,50% 1.036,15 239,10 47,82
19 jaar 52,50% 884,50 204,10 40,82
18 jaar 45,50% 766,60 176,90 35,38

Volgens artikel 12 van de WML is het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager indien de werknemer een kortere arbeidstijd is overeengekomen dan de normale arbeidsduur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij deeltijdarbeid.

De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een uniform wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector gebruikelijk is voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week.

Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer worden de afgeleide minimumuurlonen bij deze normale arbeidsduren in de toelichting gepubliceerd.1 Onderstaand schema geeft de afgeronde brutobedragen per uur aan, berekend op basis van het wettelijk minimumweekloon bij een arbeidsduur van respectievelijk 36, 38 en 40 uur per week.

Afgeleid bruto minimumloon per uur na afronding (naar boven) per 1 januari 2021 bij een gebruikelijke arbeidsduur van 36, 38 en 40 uur is gepubliceerd in de volgende tabel. Hierbij wordt bij de afronding gebruik gemaakt van een afronding naar boven, om te voorkomen dat er onbedoeld een betaling ontstaat die lager is dan het wettelijk minimumloon zoals vastgesteld in artikel 1 van deze regeling. Hierbij dient te worden vermeld dat alleen de vastgestelde bedragen in artikel 1 van deze regeling het wettelijk minimumloon betreffen en rechtens geldig zijn.

Bruto minimumloon per uur per 1 januari 2021 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
21 jaar en ouder 10,80 10,24 9,72
20 jaar 8,65 8,19 7,78
19 jaar 6,49 6,14 5,84
18 jaar 5,40 5,12 4,86
17 jaar 4,27 4,05 3,84
16 jaar 3,73 3,54 3,36
15 jaar 3,25 3,07 2,92

Bruto minimumloon per uur voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl per 1 januari 2021 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
20 jaar 6,65 6,30 5,98
19 jaar 5,67 5,38 5,11
18 jaar 4,92 4,66 4,43

 

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt de hoogte van het wettelijk minimumloon elk jaar opnieuw vast op 1 januari en 1 juli.
 

Meer informatie

Alle bedragen en een toelichting leest u in de Staatscourant van 7 oktober 2020.

Op rijksoverheid.nl staat een rekenhulp om het juiste minimumloon te berekenen.
 
 

Gerelateerd

Minimumloon per 1 juli 2020
Wat doet ons minimumloon in vergelijking met de EU
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon, wml 2021, wettelijk minimumloon 2021, wettelijk minimumjeugdloon 2021,minimumloon 15jr, minimumloon 16jr, minimumloon 17jr, minimumloon 18jr, minimumloon 19jr,minimumloon 20jr, minimumloon 21jr

door100% Salarisverwerking B.V.

Rekenregels 1 juli 2020 zijn beschikbaar

Rijksoverheid heeft de rekenregels gepubliceerd die gelden vanaf 1 juli 2020.
               
De rekenregels geven u inzicht in de gevolgen van de aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon per 1 juli 2020 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau.

Ook eventuele beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen zijn opgenomen in dit document.

Documenten

Rekenregels vanaf 1 juli 2020 Per 1 juli 2020 zijn er aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon. Ze gelden voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het …
Regeling | 09-06-2020

INHOUD

Aanpassing daglonen per 1 juli 2020

In een ministeriële regeling (Staatscourant nr 22092 van 22 april 2020) is geregeld dat het (bruto)minimumloon per dag per 1 juli aanstaande met 1,60% wordt verhoogd. De daglonen van de uitkeringen WAO/WIA, WW en ZW zullen per 1 juli aanstaande eveneens met dat percentage worden verhoogd. Het maximumpremieloon werknemersverzekeringen staat gedurende 2020 vast op € 57.232 op jaarbasis. Het jaarbedrag wordt afgerond naar beneden op hele euro’s.

Minimum(jeugd)lonen

De minimum(jeugd)lonen bedragen per 1 juli 2020 (bruto per maand, per week en per dag, in euro’s, exclusief vakantietoeslag):
minimumjeugdloon 1juli 2020, jeugsalaris, wml 2020, minimumloon 2020,jeugdloon,

LIV en jeugd-LIV

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming aan werkgevers met mensen in dienst die een loon verdienen rond het minimumloon. In de rekenregels per 1 januari 2021 volgen de nieuwe criteria voor het LIV.

De tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (jeugd-LIV) compenseert werkgevers voor de verhoging van het minimumjeugdloon. De criteria voor het jeugd-LIV worden per juli 2020 aangepast. In de volgende tabel staan de resulterende uurlooncriteria voor het jeugd-LIV in 2020:

Uitkeringen op minimumniveau

Bijlage II.1 bevat een overzicht van de AOW- en Anw-uitkeringen. Deze worden respectievelijk afgeleid van het referentieminimumloon voor de AOW en het referentieminimumloon voor de bijstand. Conform de systematiek van de netto-nettokoppeling zijn de brutobedragen aangepast ten opzichte van die van januari 2020.

Sinds 1 januari 2012 wordt de dubbele algemene heffingskorting afgebouwd in het referentieminimumloon voor de bijstand. Dit houdt in dat de algemene heffingskorting met 2,5 procentpunt per half jaar daalt totdat de algemene heffingskorting één keer wordt meegenomen in het referentieminimumloon voor de bijstand.
In de periode 2014-2018 is de afbouw met de helft getemporiseerd.
Ook in de periode 2019 – 2021 wordt de afbouw getemporiseerd. In deze periode daalt de algemene heffingskorting met 1,875 procentpunt per half jaar. Daardoor wordt per 1 juli 2020 de algemene heffingskorting 1,7 keer meegenomen in de berekening van het referentieminimumloon voor de bijstand (als er de afgelopen jaren niet was afgebouwd, was dit 2 keer).

Voor ouderen is een inkomensondersteuning geïntroduceerd die afhankelijk is van de opbouwjaren op grond van de AOW. Deze inkomensondersteuning is niet verwerkt in de bedragen van bijlage II.1, omdat deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. Na indexatie is het bedrag in 2020, bij een volledige AOW-opbouw, € 307,56 per jaar (onveranderd per juli 2020).

In de bedragen zoals gepresenteerd in Bijlage II.1 is de tegemoetkoming voor Anw’ers niet verwerkt, omdat ook deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. De tegemoetkoming voor Anw’ers bedraagt in 2020 € 208,68 per jaar (onveranderd per juli 2020).

Vanaf 1 juli 2015 geldt de kostendelersnorm in de Anw. De norm is per 1 januari 2019 vastgesteld op 50% van het minimumloon. In bijlage II.1 worden de desbetreffende bedragen per 1 juli 2020 vermeld.

De grondslagen voor de uitkeringen Wajong, WAZ en WAZO voor zelfstandigen, die worden afgeleid van de minimum(jeugd)lonen, worden ook per 1 juli 2020 aangepast. De bedragen per dag (exclusief vakantietoeslag) worden onderstaand weergegeven.
bedragen per dag (exclusief vakantietoeslag)

De Regeling tegemoetkoming Wajongers zorgt ervoor dat Wajongers die op 1 januari 18 jaar of ouder zijn, maar nog niet de leeftijd hebben bereikt waarop werknemers recht hebben op het volwassen wettelijk minimumloon, een tegemoetkoming krijgen in aanvulling op de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Voor Wajong-gerechtigden onder de 21 jaar worden de hoogtes van de tegemoetkoming per 1 juli 2020 als volgt aangepast:
Wajong-gerechtigden onder de 21 jaar worden de hoogtes

De uitkeringsgrondslag van de vervolguitkering WW bedraagt € 83,42 per juli 2020.

Toeslagenwet

De Toeslagenwet verstrekt een aanvulling op de loondervingsuitkering krachtens onder andere de Werkloosheidswet, Ziektewet (vangnet), Wajong, WAO, WIA en de IOW indien het inkomen van de betrokkene achterblijft bij het relevante sociaal minimum. Het normbedrag voor gehuwden is gekoppeld aan 100% van het bruto referentieminimumloon.
Het normbedrag van alleenstaanden vanaf 21 jaar bedraagt 70% van het netto referentieminimumloon terwijl de normbedragen van 18- t/m 20-jarigen zijn gekoppeld aan 75% van de desbetreffende nettominimumjeugdlonen. Ook bij de netto gekoppelde uitkeringen van de Toeslagenwet is rekening gehouden met de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon sinds 1 januari 2012.

In bijlage II.3 zijn de nieuwe normbedragen opgenomen. De toeslag bedraagt het verschil tussen de bruto-uitkering en het betreffende normbedrag, waarbij voor sommigen de toeslag is gemaximeerd.

Vanaf 1 juli 2016 geldt de kostendelersnorm in de TW voor 21-jarigen en ouder. De kostendelersnorm is de afgelopen jaren stapsgewijs verlaagd. De kostendelersnorm bedraagt nu 50% voor alle relevante groepen. In bijlage II.3 worden de desbetreffende bedragen per 1 juli 2020 vermeld.

Premies en premiegrenzen

Bijlagen I.1 en II.2 onderstaand beschrijven de premies en premiegrenzen gedurende 2020.

BIJLAGE I.1


(Premie)grenzen per 1 januari 2020 (onveranderd per juli 2020)

BIJLAGE I.2:
Mutaties premies 2020 ten opzichte van 2019 (in procenten)
(Ongewijzigd per 1 juli 2020)


Mutaties premies 2020 ten opzichte van 2019 (in procenten)

Toelichting mutaties

a

In het basispad van het Regeerakkoord zit al een stijging van de basispremie WAO/WIA (in 2020 0,06 procentpunt). Daarnaast wordt de basispremie iets verhoogd om te compenseren voor lagere zorgpremies, voor het verplaatsen van de compensatieregeling transitievergoeding van Awf naar Aof en voor het verplaatsen van de WGA-staartlasten van sectorfondsen naar het Aof.

b

De Whk-rekenpremie is voor 2020 door UWV iets hoger vastgesteld dan in 2019.

c

De Awf-premie heeft vanaf 2020 een laag tarief voor vaste contracten en een hoog tarief voor flexcontracten. Gemiddeld komt de Awf-premie uit op 4,19 procent. De stijging komt voornamelijk door het vervallen van de sectorfondspremie, die gecompenseerd wordt via een hogere Awf-premie.

d

De sectorfondsen vervallen per 2020. Het wegvallen van de sectorfondspremies is lastenneutraal gecompenseerd door de Awf-premie(s) hoger vast te stellen.

e

De UFO-premie wordt iets lager vastgesteld dan in 2019. Dit reflecteert het feit dat de WGA staartlasten niet langer uit het UFO en de sectorfondsen worden betaald, maar uit het Aof.

f

De inkomensafhankelijke zorgpremies dalen voornamelijk vanwege lager dan geraamde zorguitgaven in 2019 en 2020.

g

Het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen en het maximumbijdrageloon voor de Zvw is bijgesteld met de stijging van het wettelijk minimumloon per dag.

Download ‘Rekenregels 1 juli 2020 inclusief bijlage I’

1/3 PDF document | 248 kB
Regeling | 09-06-2020

Download ‘Bijlagen II.1 – II.3’

2/3 PDF document | 195 kB
Regeling | 09-06-2020

Download ‘Bijlagen II.4 – II.5’

3/3 PDF document | 175 kB
Regeling | 09-06-2020

U vindt de rekenregels en bijlagen op rijksoverheid.nl.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Rekenregels 1 januari 2020 zijn beschikbaar

Per 1 januari 2020 zijn er aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon .
                  
Ze gelden voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau.
De rekenregels geven u hier inzicht in.

Ook eventuele beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen zijn opgenomen in dit document.

belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken
 

Inhoud rekenregels 2020:

  1. Aanpassing daglonen per 1 januari 2020
  2. Minimum(jeugd)lonen
  3. LIV en jeugd-LIV
  4. Uitkeringen op minimumniveau
  5. Toeslagenwet
  6. Premies en premiegrenzen

U vindt de rekenregels 1 januari 2020 met bijlagen op rijksoverheid.nl of hieronder.

PDF downloadRekenregels vanaf 1 januari 2020 bijlage1

 

PDF downloadRekenregels vanaf 1 januari 2020 bijlage2

 

PDF downloadRekenregels vanaf 1 januari 2020 bijlage3
 
 

Zie ook:

Bedragen minimumloon 2020
Aangepaste uurloongrenzen jeugd-LIV
LIV en jeugd-LIV wijzigen in 2020
Aanvulling op de uitkering en de aangifte loonheffing
Nieuwsbrief Loonheffingen 2020 gepubliceerd

 
belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken

door100% Salarisverwerking B.V.

Wettelijk minimumloon en minimumvakantiebijslag per 1 juli 2019

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en minimumvakantiebijslag per 1 juli 2019.

           
De minister van SZW stelt de hoogte van het wettelijk minimumloon elk jaar per 1 januari en 1 juli opnieuw vast.

Het wettelijk bruto minimumloon (WML) voor werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband is per 1 juli 2019:

  • € 1.635,60 bruto per maand (nu € 1.595,20)
  • € 377,45 bruto per week (nu € 367,90)
  • € 75,49 bruto per dag (nu € 73,58)

Minimumjeugdloon per 1 juli 2019:

minimumloon is berekend voor 36-urige, 38-urige en 40-urige werkweek,minimumloon per maand,minimumloon per week, minimumloon per dag,minimumloon per uur 2019, wettelijkminimumloon per uur, wml 2019 per uur, 2019 minimumlonen per uur, loon minimaal per uur, 2019 salaris minimaal per uur, vastgesteld loon. minimaal 2019 per uur, 21 jaar minimumloon per uur, 20 jaar minimumloon per uur, 19 jaar minimumloon per uur, 18 jaar minimumloon per uur, 17 jaar minimumloon per uur, 16 jaar minimumloon per uur, 15 jaar minimumloon per uur,

TOELICHTING

Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers met een minimumloon en uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van artikel 14 van de WML, dat uitgaat van een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling.

Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling, dan wel volumeontwikkeling in de sociale zekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven, de zogenaamde i/a-ratio, de daarvoor geldende norm overschrijdt. Op grond van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2019 van het Centraal Planbureau (CPB) lijkt dit voor 2019 niet het geval.

In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML, wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB wordt berekend.

Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2019 zoals deze is gepubliceerd in de Macro-Economische Verkenning uit 2018. Dit is 0,5 x 2,8 = 1,40. Deze wordt afgetrokken van de raming voor de contractloonontwikkeling in 2019 zoals gepubliceerd in het CEP 2019 zijnde 2,61. Dit verschil bedraagt 1,22 en vormt het onafgeronde aanpassingspercentage. Dit wordt vermenigvuldigd met het (onafgeronde) wettelijk minimumloon zoals berekend voor de aanpassing per 1 januari 2019.

Na de (wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 juli 2019 € 1.635,60 per maand, € 377,45 per week en € 75,49 per dag. Het aanpassingspercentage na afronding is 1,23. De hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen zijn geregeld in het Besluit minimumjeugdloon.

Minimumjeugdloon met bbl

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen:
minimumjeugd loon, jeugdloon, bbl loon,minimum uurloon is berekend voor 36-urige, 38-urige en 40-urige werkweek,minimumloon per maand 2019, wettelijkminimumloon per week, wml 2019 per week, 2019 minimumlonen per dag, loon minimaal per week, 2019 salaris minimaal per dag, vastgesteld loon. minimaal 2019 per week, 20 jaar minimumloon per week, 20 jaar minimumloon per maand, 19 jaar minimumloon per maand, 18 jaar minimumloon per mnd, 17 jaar minimumloon per mnd, 16 jaar minimumloon per mnd, 18 jaar minimumloon per dag,

Volgens artikel 12 van de WML is het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager indien de werknemer een kortere arbeidstijd is overeengekomen dan de normale arbeidsduur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij deeltijdarbeid.

De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een uniform wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector gebruikelijk is voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week.

Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer worden de afgeleide minimumuurlonen bij deze normale arbeidsduren in de toelichting gepubliceerd.2 Onderstaand schema geeft de afgeronde brutobedragen per uur aan, berekend op basis van het wettelijk minimumweekloon bij een arbeidsduur van respectievelijk 36, 38 en 40 uur per week.

Afgeleid bruto minimumloon per uur na afronding (naar boven) per 1 juli 2019 bij een gebruikelijke arbeidsduur van 36, 38 en 40 uur is gepubliceerd in de volgende tabel. Hierbij wordt bij de afronding gebruik gemaakt van een afronding naar boven, om te voorkomen dat er onbedoeld een betaling ontstaat die lager is dan het wettelijk minimumloon zoals vastgesteld in artikel 1 van deze regeling. Hierbij dient te worden vermeld dat alleen de vastgestelde bedragen in artikel 1 van deze regeling het wettelijk minimumloon betreffen en rechtens geldig zijn.

Bruto minimumloon per uur per 1 juli 2019 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:
minimum uurloon is berekend voor 36-urige, 38-urige en 40-urige werkweek,minimumloon per uur 2019, wettelijkminimumloon per uur, wml 2019 per uur, 2019 minimumlonen per uur, loon minimaal per uur, 2019 salaris minimaal per uur, vastgesteld loon. minimaal 2019 per uur, 21 jaar minimumloon per uur, 20 jaar minimumloon per uur, 19 jaar minimumloon per uur, 18 jaar minimumloon per uur, 17 jaar minimumloon per uur, 16 jaar minimumloon per uur, 15 jaar minimumloon per uur,

Bruto minimumloon per uur voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl per 1 juli 2019 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:
wml 2019, minimum uurloon is berekend voor 36-urige, 38-urige en 40-urige werkweek,minimumloon per uur 2019, wettelijkminimumloon per week, wml 2019 per week uur, 2019 minimumlonen week per uur, loon minimaal per uur per week, 2019 salaris minimaal per week uur, vastgesteld loon. minimaal 2019 per week uur, 20 jr minimumloon per week uur, 19 jaar minimumloon per week uur, 18 jaar minimumloon per week uur, 20 jaar minimumloon per week uur, 19 jaar minimumloon per uur week, 18 jaar minimumloon per uur week,

Meer informatie

De publicatie met alle bedragen en een toelichting vindt u in de Staatscourant van 16 april 2019.

Op rijksoverheid.nl vindt u een rekenhulp om het juiste minimumloon te berekenen.

loon, salaris, inkomen,verdienste, werk na inkomen, lonen, salarissen, verloning, loonadministratie,salarisadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerker, loonverwerker,

door100% Salarisverwerking B.V.

Minimumjeugdloon verhoogd

De overheid verlaagt de leeftijd waarop werknemers het volledige minimumloon krijgen van 23 naar 21 jr

             

Dit gebeurt in stappen. Sinds 1 juli 2017 hebben werknemers vanaf 22 jaar recht op het volledige wettelijke minimumloon. Ook het loon van werknemers tussen de 18 en 21 jaar gaat omhoog. De overheid houdt rekening met werkgevers die nu meer loon gaan betalen aan jongeren.

salarisverwerking, loonadministratie, uitbesteden loonadministratie, salarisverwerkers, loonverwerking uitbesteden, cloud loon, salaris in de cloud, verwerking personeel, personeel premies, goedkoop hrm management, ess, verzuimregistratie, pensioenen, urenlijsten, personeelsbestanden,

Stappenplan

Werknemers van 22 jaar en ouder hebben nu recht op een volledig wettelijk minimumloon. Jongere werknemers krijgen een vast percentage van dit minimumloon. Dit is het minimumjeugdloon. De overheid past dit in 2 stappen aan.

Stap 1

Stap 1 ging in op 1 juli 2017. Voor 18-, 19-, 20- en 21-jarigen ging het vaste percentage van het wettelijk minimumloon omhoog. Voor 22-jarigen ging dit naar 100%. Sinds die datum hebben zij recht op een volledig wettelijk minimumloon.

Stap 2

Stap 2 gaat in per 1 juli 2019. Voor 18-, 19-, 20-jarigen gaat het vaste percentage van het wettelijk minimumloon dan verder omhoog. Voor 21-jarigen gaat dit naar 100%. Zij hebben dan recht op een volledig wettelijk minimumloon.

minimumjeugdloon 2019, wml jeugd, jeugdloon, minimale loon jeugd, wettelijk minimumjeugdloon , wml 2019,

Aanleiding verhoging minimumjeugdloon

Werknemers jonger dan 23 jaar kregen niet het volledige wettelijk minimumloon maar een vast percentage hiervan. De overheid verlaagt de leeftijd waarop het volledige wettelijk minimumloon geldt naar 21 jaar. Dit gebeurt in stappen. Ook het loon van werknemers tussen de 18 en 21 jaar gaat omhoog.

Redenen om het minimumloon te laten gelden voor werknemers van 21 jaar en ouder zijn:

  • Ouders hebben een wettelijke onderhoudsplicht voor hun kind totdat het 21 jaar is. Daarna moet het kind voor zichzelf zorgen.
  • Steeds meer jongeren van 21 en 22 jaar wonen op zichzelf. En hebben meer kosten dan thuiswonende jongeren van dezelfde leeftijd. Met meer loon kunnen zij makkelijker hun lasten dragen.
  • Werkgevers belonen werknemers steeds meer op basis van opleiding en ervaring dan op basis van leeftijd. In een aantal cao’s is er al geen jeugdloonschaal meer.
  • Veel jongeren hebben op hun 21e al een diploma en gaan dan fulltime werken.
  • Het minimumjeugdloon voor 21- en 22-jarigen paste niet bij het uitgangspunt dat werknemers voor gelijke werkzaamheden een gelijk loon moeten krijgen.
  • In veel landen hebben jongeren van 21 jaar al recht op een volledig wettelijk minimumloon.

2018 jeugd liv, jeugd Lage Inkomens Voordeel,liv SV-loon, Sociale Verzekeringsloon, lage-inkomensvoordeel (LIV),belasting,belastingzaken,lage salaris,loonverwerkers,salarisverwerker,salaris,

Maatregelen voor werkgevers

Door de verhoging van het minimumjeugdloon moeten werkgevers meer loon betalen voor 18- tot en met 22-jarigen. Dit leidt tot hogere loonkosten. En dit kan dan weer van invloed zijn op de werkgelegenheid van jongeren. Die kan minder worden.

Een aantal maatregelen om dit zoveel mogelijk te voorkomen:

  • Werkgevers krijgen tijd om in te spelen op de nieuwe situatie. De plannen worden namelijk niet in 1 keer, maar in 2 stappen ingevoerd. Na 1 jaar wordt gekeken naar de ontwikkeling in de arbeidsmarktpositie van jongeren tussen de 18 en 22 jaar. Wijkt die af van die van andere leeftijdsgroepen? Dan neemt de overheid aanvullende maatregelen.
  • Werkgevers moeten 21- en 22-jarigen het volledige minimumloon gaan betalen. Voor werknemers die meer dan 1248 uur per kalenderjaar werken, kunnen zij een deel van de loonkostenstijging terugkrijgen. Dit gaat via de compensatieregeling: Lage-inkomensvoordeel (LIV). Vanaf stap 1 geldt deze regeling alleen nog voor 22-jarigen. Vanaf stap 2 geldt dit ook voor 21-jarigen.
  • Werkgevers moeten 18- tot en met 21-jarigen meer minimumloon gaan betalen. Zij kunnen een deel van hun loonkostenstijging terugkrijgen via de compensatieregeling: Tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon. Vanaf stap 2 geldt deze regeling niet meer voor 21-jarigen. Voor hen kunnen werkgevers dan gebruikmaken van het Lage-inkomensvoordeel (LIV).
  • Werkgevers die leerwerkplekken aanbieden hoeven het verhoogde minimumjeugdloon niet te betalen aan 18-, 19- en 20-jarigen. Ze moeten dit wel betalen aan 21- en 22-jarigen. Maar hiervoor kunnen zij dan weer gebruikmaken van de compensatieregeling: Lage-inkomensvoordeel (LIV). En zo een deel van hun loonkostenstijging terugkrijgen.

Wetgeving

Lees meer over de plannen met het minimumloon in het Wetsvoorstel herziening Wet minimumloon. En de Nota van wijziging wetsvoorstel herziening wet minimumloon.

Zie ook: Minimumloon per 1 januari 2019

minimumloon, minimumlonen, minimumuurloon, minimumjeugdloon,minimum(jeugd)lonen, minimum wettelijk loon, wml 2018, het wettelijk minimumloon 2018