Tag archief Loonkostenvoordeel

door100% Salarisverwerking B.V.

Loonkostenvoordelen aanvragen

Vraagstuk loonkostenvoordeel wordt in praktijk opgelost.

                             
De belemmering in de praktijk ten aanzien van het aanvragen van loonkostenvoordelen wordt opgelost in een nota van wijziging op de Verzamelwet SZW 2019nota van wijziging op de Verzamelwet 2019.

Bij de beoordeling van aanvragen van doelgroepverklaringen voor de loonkostenvoordelen (LKV) is gebleken dat UWV in veel gevallen de aanvraag van de doelgroepverklaring afwijst omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat de aanvrager in de kalendermaand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht had op een uitkering of arbeidsondersteuning.

“Kalender”maand voorafgaand

Bij het nader inzoomen op de afwijzingen wordt duidelijk dat veel aanvragen wel voldoen aan de voorwaarde voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking, maar niet aan de voorwaarde in de kalendermaand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking. Daarom wordt het begrip “kalendermaand” gewijzigd door “maand”.

De volgende praktijkvoorbeelden laten het verschil in uitleg zien tussen de “kalendermaand voorafgaand” en de “maand voorafgaand”.

Voorbeeld LKV oudere werknemer

Een werkzoekende van 56 jaar krijgt op 1 februari 2018 een WW-uitkering. Een werkgever wil de werkzoekende in dienst nemen op 12 februari 2018 en vraagt een doelgroepverklaring aan voor het loonkostenvoordeel oudere werknemer. Omdat de werkzoekende de kalendermaand voorafgaand aan indiensttreding geen uitkering had, moet de aanvraag worden afgewezen.

Voorbeeld LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden

Deze situatie komt veel voor bij de zogeheten “Praktijkroute”. De klant is dan op grond van de Participatiewet door de gemeente toegeleid naar werk en voorafgaand aan of bij aanvang van het dienstverband is door de gemeente vastgesteld dat de werknemer niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. Deze groep voldoet dan pas bij aanvang van de dienstbetrekking aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak.

In een aantal gevallen vindt deze loonwaardebepaling pas plaats bij de aanvang van het dienstverband. Om praktijkroutegevallen niet buiten de doelgroep van het loonkostenvoordeel banenafspraak en scholingsbelemmerden te laten vallen, geldt voor dit loonkostenvoordeel ook de toevoeging: “of op de eerste dag van de dienstbetrekking”.

Financieel voordeel

Uitgangspunt voor de systematiek van de loonkostenvoordelen is dat de werkgever een financiële stimulans krijgt om een persoon in dienst te nemen die afkomstig is uit de doelgroep van de loonkostenvoordelen, bijvoorbeeld de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden.

Aangezien het onwenselijk is als genoemde situaties niet leiden tot een aanspraak op de loonkostenvoordelen, wordt “kalendermaand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking” gewijzigd in “maand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking”. Voor het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden komt daar nog de toevoeging: “of op de eerste dag van de dienstbetrekking” bij.

Nota van wijziging op de Verzamelwet 2019

Zie ook:

loonkosten, loonadministratie, loonverwerking, loonverwerkers, loonadministrateurs, loon betalingen, salarisverwerking, salarisverwerker, salarisverwerkers, salarisadministratie, salarisadminitrateurs,

door100% Salarisverwerking B.V.

Regels loon arbeidsgehandicapten eenvoudiger

Kabinet wil één regeling voor loon arbeidsgehandicapten

                           

Het kabinet wil regels rondom het loon voor mensen met een arbeidsbeperking vereenvoudigen, zodat meer ondernemers arbeidsgehandicapten in dienst nemen en houden. Sommige werknemers gaan er hierdoor op achteruit.

Er moet volgens de kabinetsplannen één regeling komen voor mensen die door een beperking niet in staat zijn om het minimumloon te verdienen, blijkt dinsdag uit een uitgewerkt voorstel van staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid).
Bij nieuwe contracten zouden werkgevers alleen moeten betalen voor wat iemand kan produceren. De zogenoemde loondispensatie gaat in de nieuwe situatie dan ook voor mensen met een bijstandsuitkering gelden.

Nu gelden er nog verschillende regels als een werkgever iemand met een arbeidsbeperking aanneemt. Het maakt bijvoorbeeld uit of iemand vanuit de bijstand werkt of juist een Wajonguitkering heeft.

De maatregel moet ervoor zorgen dat op termijn ruim 200.000 mensen met een beperking aan het werk kunnen gaan.

minder regels voor werkende gehandicapten, één regeling voor loon arbeidsbeperking personeel, meer ondernemers arbeidsgehandicapten indienst, loonkostenvoordeel, lkv, loonkostensubsidie

Loon na werk!

Werken moet weer gaan lonen, is een belangrijke mantra van het kabinet. Dat geldt ook voor mensen met een arbeidsbeperking, zegt staatssecretaris Van Ark (VVD) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “Mensen moeten, vanaf het eerste uur dat ze werken, aan hun portemonnee merken dat ze meer overhouden dan een uitkering.”

Van Ark heeft een aantal maatregelen gepresenteerd waarmee ze verwacht dat werkgevers eerder bereid zijn mensen die door hun beperking minder kunnen produceren, toch in dienst te nemen. Ook wil ze dat arbeidsgehandicapten sneller boven het bijstandsniveau uitkomen, al erkent ze dat haar plannen niet voor iedereen goed zullen uitpakken.

De voorstellen moeten ertoe leiden dat op de lange termijn 200.000 arbeidsgehandicapten een baan krijgen. Volgens de staatssecretaris heeft meer dan de helft van de mensen met een arbeidsbeperking geen werk, terwijl het overgrote deel wel aan de slag wil. “Werk is natuurlijk je salaris, maar ook je contacten, het is thuis komen met een verhaal, het is ontwikkeling en ontplooiing.”

Huiver bij werkgevers

Van Ark constateert dat werkgevers huiverig zijn arbeidsgehandicapten in dienst te nemen, doordat er nu nog verschillende subsidieregels zijn. “De werkgevers hebben ons gevraagd het simpeler te maken. Als ik bij ze op bezoek ga, zeggen ze: we willen heel graag mensen aan het werk helpen, maar maak het makkelijk voor ons.”

De staatssecretaris erkent dat er ook nadelen kleven aan de nieuwe regels. Zo gaat een beperkt aantal gehandicapten met een baan erop achteruit en moeten ze administratieve lasten voortaan zelf regelen. Van Ark: “Ik zie een aantal minnen, maar vooral heel veel plussen. Onderaan de streep is er een plus als het gaat om het laten meedoen van mensen met een arbeidshandicap.”

Wat verandert er?

Op dit moment ontvangen arbeidsgehandicapten die aan het werk zijn hun loon van hun werkgever. Maar omdat deze mensen niet net zo productief zijn als werknemers zonder handicap, kunnen werkgevers ter compensatie een subsidie aanvragen bij de gemeente.

Vanaf 2019 verandert dit voor nieuwe arbeidsgehandicapten. Zij krijgen dan maar een deel van hun inkomen van hun werkgever: alleen voor dat deel dat ze daadwerkelijk productief zijn. Om hun inkomen alsnog aan te vullen tot minimumloon, moeten ze zelf via de gemeente een aanvullende uitkering regelen. De verantwoordelijkheid daarvoor verschuift dus van de werkgever naar de werknemer.

Door deze verandering hoopt het kabinet dat het voor werkgevers minder gedoe is om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Dat zou moeten leiden tot meer banen voor gehandicapten. Nu staat nog maar 10 procent van alle werkgevers open voor mensen met een arbeidsbeperking. Door de nieuwe plannen zouden dat er in 2050 veel meer moeten zijn, zodat zeker 200.000 mensen onder de nieuwe regeling aan het werk moeten zijn.

Nu bureaucratische nachtmerrie

Werkgeversorganisatie VNO-NCW is blij met de plannen. De organisatie noemt het bestaande systeem een ‘bureaucratische nachtmerrie’. “Zaken worden straks veel simpeler voor werkgevers, want je betaalt alleen voor de loonwaarde die iemand vertegenwoordigt. Dit geeft minder administratie en bureaucratie”, aldus een woordvoerder.

Daarnaast zou het werknemers met een beperking moeten prikkelen om meer te werken. Op dit moment houden arbeidsgehandicapten pas meer geld over als ze 3,5 dag per week of meer werken. Door de nieuwe regels zou het al vanaf minder dagen per week gunstiger moeten zijn om (meer) te werken.

Half miljard minder

De nieuwe plannen moeten de overheid een half miljard euro besparen. Dat gebeurt op twee manieren. Nu betalen werkgevers geld voor pensioen en de werkgeverspremies voor arbeidsgehandicapten in dienst, hoewel ze maar gedeeltelijk productief zijn. Gemeenten vullen dat namelijk aan. Dat gebeurt straks niet meer.

Dat betekent dat deze mensen straks niet meer voor een aanvullend pensioen sparen. Dat levert de overheid op de lange termijn een besparing op van een kwart miljard euro.

De andere helft van de kostenbesparing wordt gehaald doordat er minder mensen voor de nieuwe regeling in aanmerking komen dan voor de oude. Op dit moment maken nog alle arbeidsgehandicapten aanspraak op de aanvulling. Straks komen mensen die geen recht hebben op een uitkering, niet meer in aanmerking. Dat is ongeveer 10 procent van de doelgroep. Ook dat levert een kwart miljard op.

Toch noemt staatssecretaris Van Ark het geen bezuinigingsmaatregel. Ze benadrukt dat het geld dat de overheid straks bespaart, naar ondersteuning gaat om mensen met een beperking aan het werk te helpen.

<contract, arbeidsvoorwaarden, salarisverwerking, loonadministratie, salaris, loon, loonstroken,loonstrookje, salarisverwerker, loonverwerking,uitbesteden van salaris, loonverwerkers,

Kritiek

Er is ook veel kritiek. Divosa, de vereniging van gemeentelijke leidinggevenden van sociale diensten, vindt het een slechte zaak dat werknemers straks veel meer zelf moeten regelen. Volgens Divosa-voorzitter Erik Dannenberg vraagt het kabinet te veel van mensen met een arbeidsbeperking. Hij denkt dat de kans groot is dat ze hierdoor in de problemen komen en uitvallen.

Bovendien betwijfelen gemeenten volgens Divosa of de invoering van het nieuwe systeem wel nodig is om meer mensen aan het werk te krijgen. Juist omdat steeds meer werkgevers al een beroep doen op de bestaande regeling.

Zitten niet te wachten erop

Cedris, de koepel van sociale werkplaatsen, sluit zich daarbij aan. De organisatie zegt dat uit eigen onderzoek blijkt dat werkgevers helemaal niet zitten te wachten op het nieuwe systeem.

Daarnaast zullen veel arbeidsgehandicapten er op achteruit gaan, denkt Cedris-voorzitter Job Cohen. “Werknemers moeten zelf regelen dat hun loon wordt aangevuld door de sociale dienst tot maximaal minimumloon. Hiervoor gelden de bijstandsregels, waardoor sommige werknemers, zoals mensen met een (werkende) partner geen recht hebben op een aanvulling, maar alleen een ‘half salaris’ ontvangen.”

Ook al krijgen ze wel een aanvulling, deze mensen zullen nooit een volwaardig werknemer worden, verwacht hij. “Ze blijven hun hele loopbaan gedeeltelijk afhankelijk van een uitkering. Bovendien wordt de uitvoering verlegd van de werkgever naar de kwetsbare werknemer, met een groot risico op schulden.”
loonkostensubsidie, loondispensatie, participatiewet, minimumloon, loonwaarde, loonkostensubsidie niet vervangen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Loondispensatie waarom?

Werkgevers willen loonkostensubsidie niet vervangen door loondispensatie

                       

Staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken wil het huidige instrument loonkostensubsidie vervangen door loonkostensubsidie. Maar werkgevers zitten daar niet op te wachten, zo blijkt uit het onderzoek in opdracht van Cedris. Hoe reageert de staatssecretaris?

 
Salarisverwerker,loonadmnistratie, uitbesteden loonverwerking, salarisverwerking uitbesteden, salaris,loon,

Ruim 70 procent van de werkgevers zegt geen behoefte te hebben aan het nieuwe instrument loondispensatie.

80 procent van de werkgevers is positief tot zeer positief over het huidige instrument loonkostensubsidie. En ruim 60 procent heeft negatieve verwachtingen van het nieuwe instrument loondispensatie.

Cedris (landelijke vereniging voor sociale werkgelegenheid en re-integratie) heeft onderzoek laten verrichten onder 100 werkgevers die in totaal 4.000 werknemers met loonkostensubsidie in dienst hebben. Hiermee vertegenwoordigen zij circa een derde van alle werknemers met loonkostensubsidie.

Gelijkwaardigheid bij loonkostensubsidie

Werkgevers wijzen erop dat het huidige instrument loonkostensubsidie leidt tot gelijkwaardigheid voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt ten opzichte van andere werknemers. Dat geeft gemotiveerde werknemers, aldus de werkgevers.

Vergoeding verschil loonwaarde en minimumloon

Om werkgevers te stimuleren mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag te helpen, is er sinds 2015 het instrument loonkostensubsidie. Werkgevers ontvangen een loonkostensubsidie als zij iemand in dienst nemen die minder kan verdienen dan het wettelijk minimumloon; het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer en het minimumloon wordt dan vergoed. Van Ark wil dat omzetten in loondispensatie.

Aanvulling moet werknemer zelf regelen

Werkgevers vrezen dat de administratieve rompslomp voor werknemers te groot wordt door het nieuwe instrument loondispensatie.

Bij loondispensatie betaalt de werkgever de arbeidsbeperkte alleen wat hij kan verdienen. De werknemer moet vervolgens zelf regelen dat zijn loon wordt aangevuld. Hiervoor gelden de bijstandsregels, waardoor sommige werknemers, zoals mensen met een (werkende) partner geen recht hebben op een aanvulling, maar alleen een ‘half salaris’ ontvangen.

Ook voor de mensen die wél een aanvulling krijgen, betekent dit dat iemand nooit een volwaardig werknemer wordt. Hij blijft altijd deels afhankelijk van een uitkering.

Uitvoering complex

Bovendien wordt de uitvoering verlegd van de werkgever naar de (kwetsbare) werknemer. En die uitvoering is vaak complex: werknemers krijgen te maken met bijvoorbeeld toeslagen en verrekeningen achteraf met de uitkering. Bovendien bouwt iemand geen pensioen en amper WW-rechten op. Niet-uitkeringsgerechtigden (o.a. schoolverlaters VSO Pro) kunnen met het instrument loondispensatie nooit een volledig salaris opbouwen.

Cedris roept staatssecretaris Van Ark op het huidige instrument loonkostensubsidie te behouden en verder te verbeteren.

Wat zegt de staatssecretaris?

Staatssecretaris Van Ark wil meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk helpen. Nu werkt meer dan de helft niet. Ze komt nog deze maand met een uitgewerkt voorstel om werkgevers te “ontzorgen”. Maar haar belangrijkste doel is werken lonend maken. Arbeidsbeperkten moeten vanaf het eerste uur werken meer verdienen dan de bijstand.

 

Zie: Loondispensatie in Participatiewet vervangt loonkostensubsidie

Loonkostensubsidie, Loonkostenvoordelen, lage-inkomensvoordeel, loonkostensubsidie calculator, Regelhulp loonkostenvoordelen, Aanvragen lage-inkomensvoordeel, Loonkostenvoordelen & LIV,

door100% Salarisverwerking B.V.

Doelgroepverklaring (LKV) aanvragen!

Mensen met een uitkering, van ouderen leeftijd en weer aan het werk gaan bij een nieuwe werkgever.                
Kan de werkgever in aanmerking komen voor een loonkostenvoordeel (LKV).
Door een aanvraag doelgroepverklaring te doen.
Salarisverwerker,loonadmnistratie, uitbesteden loonverwerking, salarisverwerking uitbesteden, salaris,loon,
Sinds 1 januari 2018 kunnen mensen van 56 jaar of ouder met een uitkering (bijstand, IOAW of IOAZ) een doelgroepverklaring aanvragen bij de gemeente.

De verklaring geeft aan dat de werknemer een uitkering had voordat men in dienst kwam.

Loonkostenvoordeel oudere werknemers

Werkgevers kunnen sinds 1 januari 2018 gebruikmaken van loonkostenvoordelen. Zij kunnen onder meer een tegemoetkoming krijgen als ze een oudere medewerker in dienst nemen. Deze tegemoetkoming kan oplopen tot € 6000 per jaar.

Werkgevers dienen het verzoek voor LKV zelf in via de loonaangifte. Hiervoor heeft de werkgever wel een doelgroepverklaring LKV nodig.

De oudere werknemer die een uitkering van de gemeente krijgt, vraagt de doelgroepverklaring aan bij de gemeente.

Werknemers die 56 jaar of ouder zijn en een uitkering van UWV ontvangen, moeten de doelgroepverklaring aanvragen bij UWV.
salarisverwerking,loonadministratie,uitbesteden loonadministratie,salarisverwerkers,loonverwerking uitbesteden,cloud loon,salaris in de cloud,verwerking personeel,personeel premies,goedkoop hrm management, ess,verzuimregistratie,pensioenen,urenlijsten,personeelsbestanden,

Voorwaarden aanvragen doelgroepverklaring bij gemeente

Een werknemer kan een doelgroepverklaring aanvragen bij de gemeente als hij:

  • 56 jaar of ouder is, maar de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt;
  • recht had op bijstand of een IOAW- of IOAZ-uitkering;
  • hij geen beschut werk doet via de gemeente;
  • het afgelopen half jaar niet bij deze werkgever heeft gewerkt.

Doelgroepverklaring binnen 3 maanden aanvragen

Oudere werknemers moeten de doelgroepverklaring LKV binnen 3 maanden na indiensttreding aanvragen als zij dit willen. Na deze 3 maanden heeft de werknemer geen recht meer op de doelgroepverklaring LKV.

De werknemer is niet verplicht om een doelgroepverklaring LKV aan te vragen.

Controle LKV door UWV

UWV berekent op basis van de loonaangiften door welke werknemer recht geeft op het LKV. Ook controleert UWV of de gemeente een doelgroepverklaring ook echt heeft afgegeven.

Zonder een doelgroepverklaring komt een werkgever niet in aanmerking voor het LKV.

Hoogte vergoeding loonkosten

De loonkostenvoordelen zijn lager per werknemer dan de premiekortingen. Daar staat tegenover dat meer werkgevers gebruik kunnen maken van de loonkostenvoordelen. En kleine ondernemers kunnen de volledige tegemoetkoming krijgen. Bij de korting op de premies kregen zij vaak maar een deel vergoed. Omdat zij minder premies werknemersverzekeringen betaalden dan de maximale premiekorting.

Onderstaande tabel geeft de veranderingen in de tegemoetkomingen weer:
Loonkostenvoordeel oudere werknemers , loonkostenvoordeel (LKV), aanvraag doelgroepverklaring,loonkostenvoordeel,

Kopie doelgroepverklaring sturen naar UWV

Gemeenten moeten bij afgeven van een doelgroepverklaring LKV altijd een kopie sturen naar:

UWV
Postbus 58015
1040 HA Amsterdam

loonadministratie, loonverwerking, loonverwerker, salarisadministratie, salarisverwerker,salarisverwerking, loon, salaris

Modelteksten & Infographic

Het ministerie van SZW heeft speciaal voor gemeenten de volgende documenten laten ontwikkelen:

 
Kijk ook eens bij:
Compensatieregeling oudere werkzoekenden
Liv 2018 Lkv 2018
Loonkostenvoordeel uitstel
Jeugd Liv

Loonkostensubsidie, Loonkostenvoordelen, lage-inkomensvoordeel, loonkostensubsidie calculator, Regelhulp loonkostenvoordelen, Aanvragen lage-inkomensvoordeel, Loonkostenvoordelen & LIV,

door100% Salarisverwerking B.V.

Uitstel loonkostenvoordeel

Uitstel loonkostenvoordeel (LKV), met een jaar is géén optie.
                         
Dat laat minister Koolmees van Sociale Zaken weten naar aanleiding van het advies van het Bureau ICT-toetsing (BIT) over de implementatie van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl).

Het kunnen uitstellen van de voorlopige berekening en de beschikking van het LIV met maximaal twee maanden, vindt de minister een adequaat alternatief voor het uitstellen van het LKV.

Het BIT constateert in het advies dat de voorbereiding van de Wtl door diverse oorzaken vertraging heeft ondervonden. Het BIT maakt zich daarom zorgen of er voldoende tijd resteert om alle onderdelen tijdig te kunnen uitvoeren. Het BIT wil daarom het LKV een jaar uitstellen. Dit geeft volgens het BIT meer tijd om het LIV zorgvuldig in te voeren en om een aantal elementen opnieuw te bezien.

Wtl-applicatie

De Wtl-applicatie (‘de rekenmachine’), het cruciale onderdeel van de Wtl, is afgerond en werkt. Er zijn vier koppelingen gerealiseerd tussen UWV en de Belastingdienst om het berichtenverkeer tussen deze instanties te faciliteren. De gezamenlijke database waarin de berekeningsresultaten worden opgeslagen is afgerond en werkt. De realisatie van de afgesproken producten loopt daarmee op schema.

Op 17 januari 2018 is de vrijgave voor productie van de Wtl-rekenapplicatie gepland.

Mocht het om uitvoeringstechnische redenen nodig zijn dan is er de mogelijkheid tot het uitstellen van de voorlopige berekening en de beschikking van het LIV met maximaal twee maanden.

Eerste uitbetaling pas medio september 2019

Voor de overige onderdelen van de Wtl, de loonkostenvoordelen (LKV) en het jeugd-LIV bedraagt de resterende invoeringstijd nog meer dan een jaar. Deze onderdelen zijn weliswaar ingevoerd per 1 januari 2018, maar de eerste uitbetaling is pas uiterlijk medio september 2019 (over 2018).

Daarnaast kunnen deze onderdelen gebruik maken van de al ontwikkelde infrastructuur van het LIV, zoals de rekenmachine, de koppelingen voor het berichtenverkeer en de gezamenlijke database. De implementatie van de gehele Wtl is dus nog niet afgerond en loopt nog door tot het najaar van 2019.

Goed werkgeverschap is, goede werkgevers zijn,werkgever zijn is,ondernemer en personeel,personeel zoals het hoort,goed geregeld op de zaak,

Waarom geen uitstel?

Uitstel van het LKV, vanwege de door het BIT geconstateerde vertraging, biedt in deze situatie geen verlichting en wel om drie redenen.

1 Invoering LIV al per 1 januari 2017

In de eerste plaats is het onderdeel LIV al als eerste van de drie onderdelen ingegaan. Namelijk per 1 januari 2017, met een eerste uitbetaling medio september 2018.

De LKV en Jeugd-LIV zijn met ingang van 1 januari 2018 ingevoerd, met een eerste uitbetaling medio september 2019.

Uitstel van de LKV biedt daarom geen verlichting voor de invoering van het LIV.

2 Uitstel niet nodig

In de tweede plaats is het niet nodig het LKV uit te stellen, want de uitvoeringsinstanties kunnen nog geheel 2018 benutten voor de invoering van de LKV en Jeugd-LIV, omdat de uitbetaling pas na afloop van het kalenderjaar, uiterlijk medio september 2019, hoeft plaats te vinden.

3 Uitstel kan niet meer

In de derde plaats kan het LKV niet meer uitgesteld worden. Het zou betekenen dat de huidige premiekortingen een jaar langer moeten doorlopen.

Het LKV is immers de opvolger van de huidige premiekortingen. De premiekortingen zijn echter medio 2017 al afgeschaft met ingang van 1 januari 2018.

Uitstel van LKV zou voor werkgevers betekenen dat ze over 2018 geen LKV kunnen aanvragen, maar ook geen premiekortingen kunnen krijgen.

Terugvaloptie

De minister heeft gekozen voor een alternatieve beheersmaatregel, namelijk, de terugvaloptie om de voorlopige berekening en de beschikking van het LIV met maximaal twee maanden uit te kunnen stellen, mocht dit om uitvoeringstechnische redenen nodig zijn.

Kamerbrief advies Bureau ICT-toetsing (BIT) over de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl)

salarisverwerking,loonadministratie,uitbesteden loonadministratie,salarisverwerkers,loonverwerking uitbesteden,cloud loon,salaris in de cloud,verwerking personeel,personeel premies,goedkoop hrm management, ess,verzuimregistratie,pensioenen,urenlijsten,personeelsbestanden,

Kijk ook eens:

door100% Salarisverwerking B.V.

Veranderingen per 1 januari 2018

Ben je ondernemer of in loondienst?  Let op deze veranderingen per 1 januari 2018

 
                 
Het aftellen voor de jaarwisseling is begonnen. In de aanloop naar 2018 nemen we per thema de belangrijkste financiële veranderingen voor u portemonnee door.

In het laatste deel van de serie staan ondernemers en werknemers centraal. Wat heeft 2018 in petto voor de hardwerkende Nederlander?

Grote veranderingen staan er niet op stapel voor ondernemers. Mkb’ers, Zzp’ers en opdrachtgevers hoeven ook de komende maanden niet te vrezen voor boetes of naheffingen voor het niet naleven van de Wet DBA, die schijnzelfstandigheid moet tegengaan. Er is een nieuwe wet in de maak, maar dat kan nog even duren.

Ondernemers die mensen in dienst nemen van 56 jaar of ouder, krijgen straks een compensatie als deze werknemers vanwege ziekte uitvallen. De overheid probeert zo ondernemers te stimuleren om langdurig werkloze ouderen aan te nemen.

Verder worden diverse bedragen aangepast, zoals de maximale inleg voor de Fiscale Oudedagreserve (FOR) en de ontslagvergoeding.

Een overzicht van alle wijzigingen per 1 januari 2018:

Voorlopig geen boetes voor wet DBA

Zzp’ers en opdrachtgevers hoeven voorlopig niet bang te zijn voor een boete of naheffing van de fiscus voor het niet naleven van de Wet DBA (officieel: de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties), die schijnzelfstandigheid zou moeten tegengaan. De wet wordt in elk geval tot 1 juli 2018 niet gehandhaafd.

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken hoopt begin volgend jaar meer duidelijkheid te kunnen verschaffen aan alle partijen hoe ze hun zakelijke relatie moeten vormgeven. Hij verwacht pas in 2020 met een nieuwe wet te komen.

Btw-aangifte corrigeren alleen nog digitaal

Heb je een fout gemaakt bij je btw-aangifte, dan kun je dat corrigeren met een zogeheten suppletie omzetbelasting. Vanaf 1 januari 2018 kan dat alleen nog digitaal.

Sommige aftrekposten iets aangepast

Voor ondernemers bestaan er diverse interessante aftrekposten voor investeringen. Er zijn drie smaken: de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) en de milieu-investeringsaftrek.

als de KIA

De KIA is het meest bekend. Deze is bedoeld voor ondernemers die kleine tot middelgrote investeringen doen. Komend jaar gaat de bovengrens om voor aftrek in aanmerking te komen omhoog van 312.176 euro naar 314.673 euro. Ook worden sommige aftrekbedragen iets verruimd, waardoor je wellicht een wat hoger bedrag kunt aftrekken van je winst. De bedrijfsmiddelen waarin je investeert moeten wel in aanmerking komen voor deze aftrekpost.

de EIA

De energie-investeringsaftrek (EIA) is bedoeld om investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen of in duurzame energie te stimuleren. Het aftrekpercentage voor de EIA daalt al enkele jaren. Komend jaar bedraagt dit 54,5 procent: een half procentpunt lager dan nu.

Net als dit jaar kom je alleen in aanmerking voor deze aftrekpost bij investeringen boven de 2.500 euro. De bovengrens schuift wel naar boven, van 120 naar 121 miljoen euro. Welke investeringen hiervoor in aanmerking komen, kun je checken op deze website.

Andere aftrekposten blijven gelijk

De Milieu-investeringsaftrek (MIA), gericht op investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, blijft ongewijzigd. Ook andere bekende aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek, de starters- en stakingsaftrek veranderen niet. Dat geldt eveneens voor de mkb-winstvrijstelling.

De aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) daarentegen gaat wel iets omhoog, van 12.4522 euro naar 12.623 euro. Als je in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was en bij jou in die periode niet meer dan tweemaal de S&O-aftrek is toegepast, wordt de aftrek verhoogd met 6.315 euro. Dat is een iets hoger bedrag dan dit jaar (6.264 euro).

Starterskrediet omhoog

Het maximale starterskrediet stijgt in 2018 licht, van 35.677 euro naar 36.155
loonstijging/daling 2018,lonen loo, salaris, uitbesteden loon, salaris uitbesteden,

Hogere inleg FOR

De Fiscale Oudedag Reserve (FOR) is een bedrag dat je als ondernemer in mindering mag brengen op de winst. Je hoeft hierover geen belasting te betalen tot je jouw bedrijf beëindigt. Komend jaar kun je een iets lager percentage van je winst gebruiken voor de FOR: 9,44 procent (tegen 9,8 procent nu). Ook daalt de maximale inleg. Deze bedraagt komend jaar 8.775 euro, tegen 8.946 euro nu.

Hogere ontslagvergoeding

Wie wordt ontslagen, kan recht hebben op een ontslagvergoeding of transitievergoeding. De maximale transitievergoeding wordt komend jaar verhoogd naar 79.000 euro óf een jaarsalaris, als dat hoger is dan 79.000 euro. Nu is dat nog 77.000 euro. De transitievergoeding kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor scholing.

No-risk voor werkloze vanaf 56 jaar

Ondernemers die mensen in dienst nemen van 56 jaar of ouder, krijgen vanaf 2018 een compensatie als deze werknemers vanwege ziekte uitvallen. Deze regeling geldt voor nieuwe medewerkers die langer dan één jaar werkloos zijn en een WW-uitkering ontvangen.

De overheid wil hiermee werkgevers stimuleren om werkloze vijftigplussers aan te nemen. Nu moeten werkgevers het loon van elke zieke werknemer twee jaar doorbetalen en dat weerhoudt velen ervan om oudere mensen in dienst te nemen.

En er is nog meer goed nieuws: de ziekte van deze werknemers leidt niet tot een hogere premie voor de ziektewet.

Minimumloon iets omhoog

Het minimum loon gaat op 1 januari 2018 met 0,8 procent omhoog. Werknemers vanaf 22 jaar hebben bij een fulltime dienstverband recht op 1.578 euro per maand. Nu is dat nog 1.565,40 euro.

Ook het minimumjeugdloon stijgt met 0,8 procent. Ter compensatie kunnen werkgevers wel een tegemoetkoming krijgen als zij jongeren van 18 tot en met 21 jaar in dienst hebben.

Ook minimumloon bij overwerk

Vanaf 1 januari moeten werknemers ook minimaal het minimumloon ontvangen voor overwerk. Dit geldt ook voor personeel dat in deeltijd werkt en extra uren draait. Ook moeten werkgevers 8 procent vakantietoeslag betalen over de uitbetaalde overuren.

Verder hebben mensen die op basis van een zogeheten opdrachtovereenkomst (ovo) werken voortaan recht op het wettelijk minimumloon. Zzp-ers vallen daarbuiten.

Loonkostenvoordeel vervangt premiekortingen

Ondernemers die werkloze ouderen, jongeren en arbeidsgehandicapten in dienst nemen, krijgen komend jaar te maken met het loonkostenvoordeel (LKV) in plaats van premiekortingen. Dit moet werkgevers stimuleren om mensen in dienst te nemen die het lastiger hebben op de arbeidsmarkt.

Ondernemers zijn nu nog zelf verantwoordelijk voor het berekenen en verrekenen van de premiekorting via de loonaangifte. Straks keert de Belastingdienst het hele bedrag in één keer uit, na afloop van het jaar.

AOW-leeftijd verder omhoog

De AOW-leeftijd stijgt met drie maanden naar 66 jaar. Dit betekent dat je nog langer AOW-premies moet betalen en je AOW-uitkering ook later zult ontvangen. Verder neemt de hoogte van de AOW-uitkering komend jaar iets toe.

De komende jaren gaat de AOW-leeftijd nog verder in stappen omhoog, naar 67 jaar en drie maanden in 2022. Daarna wordt de verhoging gekoppeld aan de levensverwachting. Omdat deze minder hard stijgt dan verwacht, gaat de AOW-gerechtigde leeftijd in 2023 niet verder omhoog.
Aow en och werken, met pensioen en werk,werken en AOW, pensioen en aanvulling

Pensioenen

Nederlanders met een aanvullend pensioen of een lijfrente-uitkering tot 2.750 euro gaan er komend jaar netto iets op vooruit. Dit varieert van 1,25 tot 6,88 euro per maand, afhankelijk van de hoogte van je pensioen.

De bijdrage voor de Zorgverzekeringswet gaat omhoog en de meeste pensioenen worden komend jaar niet geïndexeerd. Daar staat wel een hogere ouderenkorting tegenover.

Werkbonus verdwijnt

Vanaf 1 januari 2018 vervalt de werkbonus.

Heffingskortingen aangepast

Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting die je bent verschuldigd. Hoe hoger de korting, hoe minder belasting je hoeft te betalen en hoe meer je dus netto overhoudt.

De algemene inkomensafhankelijke heffingskorting gaat komend jaar omhoog voor mensen met een inkomen tot 20.142 euro. Ook de maximale arbeidskorting voor lagere inkomens gaat fractioneel omhoog. Verder worden de tarieven voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting iets aangepast. De nieuwe tarieven vind je hier.

Aanpassing belastingschijven

De derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting wordt met 995 euro verlengd, waardoor je pas later in het toptarief terechtkomt. Ook de eerste schijf wordt verlengd.

Verder wijzigen de tarieven. Het tarief in de tweede en derde schijf gaat licht omhoog, terwijl het tarief in de vierde schijf iets omlaag. De exacte bedragen lees je in dit artikel.

Zwartspaarders harder bestraft

De inkeerregeling voor buitenlands vermogen wordt vanaf 1 januari afgeschaft. Je hebt dus nog tot de jaarwisseling om buitenlands vermogen te melden aan de fiscus. Daarna riskeer je strafrechtelijke vervolging en een boete die kan oplopen tot 300 procent van de verschuldigde belasting.

Hoger vermogen bijstandsuitkering

Zit je in de bijstand, dan mag je komend jaar een iets hoger vermogen bezitten. Ben je een alleenstaande ouder of voer je een gezamenlijke huishouding, dan mag je 12.040 euro aan eigen vermogen, zoals spaargeld, hebben. Nu is dat nog 11.880 euro. Voor alleenstaanden ligt de grens op 6.020 euro (tegen 5.940 euro nu). Bij de berekening van het eigen vermogen telt ook de overwaarde op een eigen huis mee.

Tijdelijke bijstand ondernemers

Wie al langere tijd ondernemer is en tijdelijk niet rond kan komen, kan in aanmerking komen voor een zogeheten Bbz-uitkering. Deze vult het inkomen aan tot bijstandsniveau. Het is een tijdelijke tegemoetkoming: je kunt er in principe maximaal twaalf maanden van gebruik maken.

Wie hiervoor komend jaar in aanmerking wil komen, mag een vermogen hebben van 188.997 euro. Dat is iets hoger dan nu (186.498 euro). Kom je boven de grens uit, dan wordt de uitkering gegeven in de vorm van een lening. Eigen vermogen dat aan je bedrijf is verbonden, wordt bij de berekening van dat bedrag buiten beschouwing gelaten.

Bron: BI

salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, salarisadministratie, loonverwerker, loonverwerkers, loonadministratie, salaris administratie, salaris en loon regelingen, loonbelasting, loonpremies, salaris, ,loonregelingen, salaris premies, loonbelastingen, loon berekeningen, salaris berekening, personeelskosten, personeelspremies, administratie personeel,

close

Veel lees plezier? Delen mag.