Tag archief heffingskortingen

door100% Salarisverwerking B.V.

Opname levenslooptegoed 2021 in aangifte LH

Voor levenslooptegoed, dat de werknemer nog niet heeft opgenomen, is het fictieve genietingsmoment vervroegd van 31 december 2021 nu naar 1 november 2021.

Op die datum wordt de werknemer geacht het levenslooptegoed te genieten. De levensloopinstelling is inhoudingsplichtig. In deze handreiking leest u hoe u dit verwerkt in de aangifte loonheffingen en wat de gevolgen zijn voor de (ex-)werknemer.

De levensloopinstelling is inhoudingsplichtig voor de waarde van alle levenslooptegoeden, die op 1 november 2021 nog op de levenslooprekening staan. Zij belast op 1 november 2021 de waarde in het economische verkeer van de levensloopaanspraak als loon.

De waarde in het economisch verkeer is het tegoed vermeerderd met het renterecht tot en met 31 oktober 2021. De levensloopinstelling moet hierover loonbelasting/premie volksverzekeringen (loonheffing) inhouden en hiervoor aangifte loonheffingen doen.

Hieronder leest u meer over de gevolgen voor de:

  • werknemersverzekeringen
  • inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw)
  • loonheffingskorting
  • toepassing tabellen
  • codes in de aangifte loonheffingen
  • (ex-)werknemer

Let op!
Als een werknemer het tegoed opneemt vóór 1 november 2021, dan verandert er niets. De (ex-) werkgever is dan inhoudingsplichtig voor de loonheffingen.
Als er geen werkgever meer is, dan is de levensloopinstelling inhoudingsplichtig.

 

Werknemersverzekeringen

De deelnemer aan de levensloopregeling is voor de werknemersverzekeringen geen werknemer van de levensloopinstelling.
Voor de aangifte loonheffingen door de levensloopinstelling betekent dit het volgende:

  • U vermeldt ‘N’ bij de indicaties verzekerd WAO/IVA/WGA, WW en ZW.
  • In de volgende rubrieken geeft u € 0 aan:
    1. – Loon SV
      – basispremie Aof
      – gedifferentieerde premie Whk
      – premie AWf (laag, hoog en herzien)
      – premie Ufo
      – aanwas in het cumulatieve premieloon voor AWf en Ufo

 

Bijdrage Zvw

Het levenslooptegoed is geen bijdrageloon Zvw. Over dit tegoed is geen bijdrage Zvw verschuldigd. In de aangifte vult u de rubrieken voor ingehouden bijdrage Zvw en werkgeversheffing Zvw met € 0.
Ook in kolom 12 (bijdrageloon Zvw) van de loonstaat vermeldt u € 0.
 

Code verzekeringssituatie Zvw

De levensloopinstelling moet de juiste code verzekeringssituatie Zvw opgeven. Dit geldt ook als er geen bijdrage Zvw verschuldigd is.

In de meeste situaties zal dit code ‘K’ (werkgeversheffing) zijn. Levensloopinstellingen mogen deze code ook voor alle deelnemers gebruiken. Ook als er een andere code van toepassing is.

De levensloopinstelling hoeft daar geen nader onderzoek naar te doen.
 

Loonheffingskorting

De levensloopinstelling past op het fictieve genietingsmoment op 1 november 2021 geen loonheffingskorting toe bij inhouding van de loonheffing op het levenslooptegoed. Dus ook geen levensloopverlofkorting.

Als de werknemer recht heeft op de heffingskortingen kan hij dit toepassen in de aangifte inkomstenbelasting 2021.
 

Tabellen

De levensloopuitkering wordt aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als de werknemer op 1 januari 2021 jonger is dan 61 jaar. Voor de berekening van de loonheffing gebruikt u de witte tabel bijzondere beloningen.

Is de werknemer 61 jaar of ouder op 1 januari 2021? Dan is de levensloopuitkering loon uit vroegere dienstbetrekking. De groene tabel bijzondere beloningen is dan van toepassing.
 

Jaarloon voor tabel bijzondere beloningen

Voor de berekening van de juiste loonheffing over het levenslooptegoed, moet u het jaarloon voor de tabel bijzondere beloningen vaststellen. In paragraaf 9.3.6 Handboek Loonheffingen leest u meer over het vaststellen van het jaarloon. Hieronder leest u een aanvulling op deze informatie.

Heeft de levensloopinstelling in 2020 geen loonheffing ingehouden voor de deelnemer aan de levensloopregeling? Dan kunt u het jaarloon op 2 manieren vaststellen:

  • U berekent het jaarloon op basis van de waarde in het economisch verkeer van de levensloopaanspraak.
  • U stelt het jaarloon vast op basis van de waarde in het economisch verkeer vermeerderd met andere belaste uitkeringen die de levensloopinstelling in 2021 aan de deelnemer heeft uitbetaald.

 

Code soort inkomstenverhouding

Voor personen die op 1 januari 2021 jonger zijn dan 61 jaar, vermeldt u code 63 bij de code soort inkomstenverhouding/ inkomenscode. Code 63 geldt voor ‘overige, niet hiervoor aangegeven, pensioenen of samenloop van meerdere pensioenen/lijfrenten of een betaling op grond van een afspraak na einde dienstbetrekking’.

Voor personen die 61 jaar en ouder zijn op 1 januari 2021, gebruikt u code 54. Dit is de code voor ‘opname levenslooptegoed door een werknemer die op 1 januari 61 jaar of ouder is’.
 

Code aard arbeidsverhouding

U hoeft geen code aard arbeidsverhouding in te vullen.
 

Code loonbelastingtabel

De code loonbelastingtabel van de tabel bijzondere beloningen is:

  • Code 010 voor personen die op 1 januari 2021 jonger zijn dan 61 jaar.
  • Code 020 voor personen die op 1 januari 2021 61 jaar of ouder zijn.

 

Gevolgen voor de (ex-)werknemer

Voor een (ex-)werknemer kan de uitkering van het levenslooptegoed de volgende gevolgen hebben:

  • Het vrijgevallen levenslooptegoed telt mee voor het vermogen in box 3.
  • De vrijstelling van het levenslooptegoed in box 3 is niet langer van toepassing.
  • Het verzamelinkomen wordt hoger door het vrijvallen van het levenslooptegoed.
  • Dit kan gevolgen hebben voor de heffingskortingen en eventuele toeslagen.

 

Overgangsrecht

De levensloopregeling is per 1 januari 2012 vervallen. Voor werknemers die op 31 december 2011 een levensloopaanspraak hadden met een waarde van minimaal € 3.000 geldt overgangsrecht. Dit overgangsrecht is aangepast.

Voor nog niet opgenomen levensloopaanspraken, wordt het fictieve genietingsmoment vervroegd van 31 december naar 1 november 2021. Dit om ervoor te zorgen dat de levensloopregelingen voor het einde van 2021 zijn afgewikkeld.

De inhoudingsplicht wordt verlegd naar de instelling, waar het levenslooptegoed is ondergebracht. In het oude overgangsrecht was de (ex-)werkgever inhoudingsplichtig.
 
 
Bron: ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2021
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Belastingwijzigingen per 1 januari 2021

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het Belastingplan 2021.
                
Dit betekent dat er vanaf volgend jaar een flink aantal belastingmaatregelen veranderen. Hierna treft u een overzicht aan van de belangrijkste wijzigingen, het volledige overzicht vindt u hier. Als u in een paar minuten wil weten wat de wijzigingen voor u betekenen, ga dan naar de ‘wat betekent dit voor mij’ hulpmiddel van ‘Wijzer in Geldzaken ‘.

 
BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN BELASTINGEN2021BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN BELASTINGEN 2021 pdf  

 

Overdrachtsbelasting

Het kabinet verbetert de toegang voor starters tot de woningmarkt. Vanaf 2021 betalen woningkopers jonger dan 35 jaar, die een huis kopen en daar zelf in gaan wonen, eenmalig geen overdrachtsbelasting. Dat scheelt hen 2% van de aankoopprijs. Vanaf 1 april 2021 geldt de aanvullende voorwaarde dat de woning niet duurder mag zijn dan € 400.000. Kopers van 35 jaar of ouder die in de woning gaan wonen betalen 2%. Andere kopers, zoals beleggers, gaan 8% betalen.

 

Sparen

Spaarders en kleine beleggers met een vermogen tot € 50.000 (of € 100.000 met fiscaal partner) betalen vanaf 2021 geen belasting meer over dat vermogen. Het tarief van de belasting gaat wel iets omhoog van 30% naar 31%. Het aantal kleine spaarders en beleggers dat box 3-belasting betaalt daalt hierdoor met bijna 1 miljoen mensen. En het betekent dat iedereen met spaargeld of belegd vermogen tot € 220.000 (of € 440.000 met fiscaal partner) daarover minder belasting gaat betalen.

 

Heffingskortingen

Door de verhoging van de arbeidskorting uit 2022 een jaar naar voren te halen, gaat werken komend jaar meer lonen. Zowel werknemers als zelfstandigen profiteren hiervan. Deze verhoging komt bovenop een al eerder geplande verhoging voor 2021. De algemene heffingskorting gaat € 126 omhoog. In 2021 daalt het basistarief in de inkomstenbelasting van 37,35% naar 37,10%. Tot slot wordt ook de ouderenkorting verhoogd.

In 2021 gaat de maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) met € 66 omlaag naar € 2.815. Door een uitspraak van de Hoge Raad krijgt een ruimere groep co-ouders recht op de IACK. Om de IACK betaalbaar te houden, verlaagt het kabinet daarom eenmalig deze korting in 2021.

 

Belastingen voor het klimaat

Internationaal vliegen wordt in tegenstelling tot de auto, bus of trein nu niet belast, maar levert tegelijkertijd wel een bijdrage aan de (wereldwijde) uitstoot. Daarom wordt per 1 januari 2021 een vliegbelasting ingevoerd. Luchthavens zullen dan per passagier die vanaf een Nederlandse luchthaven vertrekt, de belasting aan de luchtvaartmaatschappij in rekening brengen. Het tarief van de vliegbelasting voor 2021 is nu na correctie voor inflatie definitief vastgesteld op € 7,845.

Ook de CO2-heffing voor de industrie gaat in. De heffing stimuleert bedrijven op verstandige wijze om te verduurzamen.

De overheid stimuleert milieuvriendelijker rijden. De CO2-grenzen en tarieven in de bpm voor personenauto’s worden per 1 januari 2021 aangescherpt passend bij de technologische ontwikkeling van personenauto’s.

 

Aanpak belastingontwijking

Belastingontwijking wordt volgend jaar verder aangepakt. Zo gaat de bronbelasting op rente en royalty’s in. Met deze bronbelasting van 25% worden betalingen naar landen die geen of te weinig belasting heffen door Nederland belast en wordt ook de doorstroom via ons land tegengegaan.

Intermediairs zoals belastingadviseurs, accountants en financiële instellingen zijn vanaf 1 januari 2021 verplicht om grensoverschrijdende constructies die gebruikt kunnen worden om belasting te ontwijken bij de Belastingdienst te melden. Dit zijn fiscale constructies waarbij inwoners van verschillende landen zijn betrokken en die mogelijk gebruikt kunnen worden om belasting te ontwijken.

Multinationals zullen eerlijker worden belast, met oog voor het vestigingsklimaat. Juist in economisch zware tijden is het belangrijk dat sommige bedrijven niet méér mogelijkheden hebben om hun belastingdruk te verlagen dan andere. Het verrekenen van verliezen bij bedrijven wordt daarom per 2021 beperkt.

 

MKB

Meer MKB-bedrijven gaan in de komende jaren het lagere vpb-tarief betalen. Vanaf 2021 geldt het lage tarief van 15% voor winsten tot € 245.000 in plaats van € 200.000.

De zelfstandigenaftrek wordt de komende jaren stapsgewijs afgebouwd. Per 1 januari 2021 wordt de zelfstandigenaftrek daarbij verlaagd van € 7.030 naar € 6.670. Hiermee wil het kabinet de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers kleiner maken.

 

BIK

Het kabinet stimuleert bedrijven om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Deze tijdelijke regeling zorgt ervoor dat bedrijven ook in deze tijden blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines.

De regeling geldt voor investeringen in 2021 of 2022. Bij grote investeringen in een jaar is de korting tot € 5 miljoen 3,9%, daarboven 1,8%. Bedrijven kunnen de investeringskorting verrekenen met de af te dragen loonheffing. De mogelijkheid om als ‘fiscale eenheid’ gebruik te maken van de BIK, gaat pas later in. De Europese Commissie moet dit specifieke onderdeel nog goedkeuren. Als na deze goedkeuring de mogelijkheid om als ‘fiscale eenheid’ gebruik te maken van de BIK gaat gelden, is dit met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2021. Als die goedkeuring onverhoopt niet komt, zullen de percentages van de BIK met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 worden verhoogd. Bij grote investeringen in een jaar wordt de korting tot € 5 miljoen in dat geval 5%, daarboven 2,08%.

 

Verhoging tabaksaccijns

Sigaretten, rooktabak en sigaren worden in 2020 duurder. Zo wordt een pakje van 20 sigaretten wordt per 1 januari 12 cent duurder. Een pakje shag van 50 gram wordt per 1 januari 30 cent duurder.
 
 

Gerelateerd

Minimumloon in 2021, per leeftijd, per dag, per uur
eHerkenning 1 verdwijnt vanaf 1 juli 2021
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021
Rekenregels per 1 januari 2021
Percentages Zvw 2021 en maximum bijdrage-inkomen bekend
 
 
2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

VCR 2020 beschikbaar als brochure

De Belastingdienst heeft de brochure ‘ Toelichting loonberekening VCR vanaf 2020 ’ gepubliceerd.
             
U kunt dit document hier downloaden via belastingdienst.nl.

De brochure van 2016 is geactualiseerd. De belangrijkste aanpassingen zijn:

  • Het document is jaaronafhankelijk gemaakt.
  • In paragraaf 8.6 (stagiair) is een toelichting met voorbeelden toegevoegd.
  • In paragraaf 8.20 is de informatie over samenloop van de hoge- en lage premie AWf uitgebreid.

U berekent de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw volgens het systeem van voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR). In de ‘Toelichting loonberekening VCR vanaf 2020 ‘ kunt u lezen hoe deze rekenmethode vanaf 2020 werkt.
 

Loonberekening Voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR) en loontijdvakken-­systematiek

De premies werknemers verzekeringen moeten samen met de andere loonheffingen worden aangegeven en betaald. Om het juiste bedrag te berekenen van de premies die u moet betalen, gebruikt u de systematiek van voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR).

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt geheven van de werkgever (werkgeversheffing Zvw) of van de werknemer (inhouding bijdrage Zvw). Of een bepaalde vorm van loon onder de werkgeversheffing Zvw of onder de bijdrage Zvw valt, leest u in paragraaf 6.2 van het ‘Handboek Loonheffingen’. Voor de berekening van de bijdrage Zvw en de werkgeversheffing Zvw moet u de VCR-systematiek gebruiken.

Hierna vindt u rekenvoorbeelden die inzicht geven in de manier waarop u in bepaalde situaties voort- schrijdend cumulatief moet rekenen. We rekenen zoveel mogelijk met fictieve bedragen aan loonbelasting/ premie volksverzekeringen, premies werknemers verzekeringen, werkgeversheffing Zvw of bijdrage Zvw en heffingskortingen. Dat betekent dat de rekenvoorbeelden geen inzicht geven in het bruto-nettotraject van de werknemer.

Let op! We verwijzen regelmatig naar het ‘Handboek Loonheffingen ’. U raadpleegt dan het ‘Handboek Loonheffingen’ van het jaar waarvoor u VCR­-systematiek gaat gebruiken.

Voor meer zie bijlage pdf
PDF downloadToelichting loonberekening VCR vanaf 2020   
 
 
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Arbeidskorting gaat vervroegd omhoog in 2021

De verhoging van de arbeidskorting, een vast bedrag dat werkenden in mindering mogen brengen op de verschuldigde belasting, wordt volgend jaar van kracht.

Eerder stond de verhoging in 2022 in de planning. Daarvan hebben zowel mensen in loondienst als zelfstandigen voordeel. Deze verhoging komt bovenop een al eerder afgesproken verhoging voor 2021. Vanaf 2022 blijft de arbeidskorting gelijk.

 

Arbeidskorting eerder omhoog

De arbeidskorting is een heffingskorting voor mensen die werken. Heffingskortingen verlagen de te betalen belasting. Door de geplande verhoging van de arbeidskorting voor 2022 een jaar naar voren te halen, gaat werken komend jaar meer lonen. Deze verhoging komt bovenop een al eerder afgesproken verhoging voor 2021. Zowel werknemers als zelfstandigen profiteren hiervan. Vanaf 2022 blijft de arbeidskorting gelijk.

 

Hoe werkt het?

Thom verdient € 20.000 en betaalt in 2021 € 122 minder belasting door de verhoging van de arbeidskorting.*

Fatima verdient € 40.000 en betaalt in 2021 € 428 minder belasting door de verhoging van de arbeidskorting.*

Ravi verdient € 70.000 en betaalt in 2021 € 428 minder belasting door de verhoging van de arbeidskorting.*

* inclusief jaarlijkse indexering

 

In beeld:

Arbeidskorting gaat eerder omhoog, arbeidskorting 2021, uitleg arbeidskorting
 
 

Gerelateerd

Het Belastingplan 2021

door100% Salarisverwerking B.V.

Genietingsmoment van loon!

Het tijdstip van genieten van het loon is belangrijk om te bepalen wanneer de werkgever loonheffingen moet inhouden .
      
Meestal is dit het moment van uitbetalen, maar er zijn ook andere situaties mogelijk.

belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken
 
In de regel geniet een werknemer loon op het tijdstip dat de werkgever het loon uitbetaalt. Naast het tijdstip van uitbetalen kent de Belastingdienst de volgende genietingsmomenten:

Het tijdstip waarop het loon

  • verrekend wordt
  • beschikbaar wordt gesteld
  • rentedragend wordt
  • vorderbaar én inbaar wordt

 

Tijdstip waarop u het loon verrekent

Een voorbeeld van verrekening van het loon is als de werkgever een vordering heeft op de werknemer. De werkgever kan deze vordering verrekenen met het loon. Wat verrekend mag worden, is civielrechtelijk bepaald. Het tijdstip van genieten is het tijdstip waarop de vordering wordt verrekend.

 

Tijdstip waarop u het loon beschikbaar stelt

Het genietingsmoment is het moment van beschikbaar stellen van het loon.

 

Voorbeelden:

  • De werkgever deelt de werknemer mee dat het loon beschikbaar is, maar kan het loon niet uitbetalen omdat hij bijvoorbeeld geen rekeningnummer van de werknemer heeft. Het moment van mededelen is het genietingstijdstip.
  • Het loon wordt op verzoek van de werknemer aan een derde uitbetaald. Het moment van uitbetaling aan de derde is het genietingstijdstip voor de werknemer.

 

Tijdstip waarop het loon rentedragend wordt

Loon is rentedragend als de werkgever het loon met instemming van de werknemer nog niet betaalt en als de werknemer hiervoor rente krijgt. Het gaat dan niet om de wettelijke rente die een werkgever moet betalen als hij het loon te laat betaalt. Het genietingstijdstip is het moment waarop het loon omgezet wordt in een rentedragende lening. De werkgever kan contractueel vastleggen wanneer het loon rentedragend wordt.
 
Waar moet een loonstrook aan voldoen, uitleg loonstrook, hoe wat loonstrook, loonstrook waar moet ik opletten, loon, salaris, salarisbriefje, loonbriefje, loonstrookje, loonstrookjes,
 

Tijdstip waarop het loon vorderbaar én inbaar wordt

Het loon is vorderbaar wanneer de werknemer recht heeft op onmiddellijke betaling van het loon. Het loon is inbaar als aannemelijk is dat de werkgever onmiddellijk zal betalen op verzoek van de werknemer. Als de werkgever niet voldoende liquide middelen heeft, is het loon waarschijnlijk niet inbaar. Het loon is dan nog niet genoten. Pas als het loon vorderbaar én inbaar is, ontstaat een genietingsmoment.

 

Verwerken in de aangifte

U houdt loonheffing in zodra 1 van de bovengenoemde situaties zich voordoet. Voor het berekenen van de loonbelasting/premie volksverzekeringen gebruikt u de loonbelastingtabellen die gelden op het moment waarop u de loonbelasting/premie volksverzekeringen inhoudt. U verwerkt het loon en de loonheffingen in de aangifte over het tijdvak waarin het genietingsmoment valt.

 

Let op

Bovengenoemde genietingsmomenten gelden voor alle loonheffingen, dus ook voor de af te dragen premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zorgverzekeringswet.

 

Meer informatie

Wanneer loonheffingen inhouden/aangeven: Paragraaf 7.2 Handboek loonheffingen
Toepassing loonbelastingtabellen Paragraaf 7.3 Handboek loonheffingen

 

Zie ook:

 
personeelszaken, personeelsdiensten,financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers,

door100% Salarisverwerking B.V.

Gecorrigeerde Nieuwsbrief loonheffingen 2019

In de nieuwsbrief vindt u informatie over de nieuwe regels vanaf 1 jan 2019 voor het inhouden en betalen van loonheffingen.

     

De gecorrigeerde 4e uitgave van de “Nieuwsbrief loonheffingen 2019 4e ” staat online.

 

salaris, loon. inkomen, geld, salarisstrook, loonstrook,, loonadministratie,salarisverwerking, salarisstrook,lonen wettelijk, salaris wettelijk

Aanvullingen en wijzigingen in de 4e uitgave

In de 4e uitgave heeft de belastingdienst 4 onderwerpen toegevoegd:

  • Bedragen gemiddeld uurloon lage-inkomensvoordeel 2019
  • Tarief 2e schijf speur- en ontwikkelingswerk omhoog
  • Maximale looptijd 30%-regeling van 8 naar 5 jaar
  • Belastingvrije studietoelage voor kinderen van werknemers

De tarieven, bedragen en percentages vanaf 1 januari 2019 zijn daardoor verplaatst van punt 10 naar punt 14.

 

Verder hebben ze het volgende aangepast:

  • Bij punt 1 (Belastingdeel heffingskortingen alleen nog voor inwoners van Nederland) is de tekst aangepast van de laatste alinea onder ‘Inwoner van Nederland of niet’. En onder ‘Hoe bepaalt u van welk land een werknemer inwoner is?’ is de 1e alinea ingekort en de laatste alinea verwijderd.
  • Bij punt 6 (Afkoopkorting pensioen in eigen beheer) is de tekst aangepast.
  • Bij punt 8 (Bedragen vrijwilligersregeling omhoog) hebben we de verhoogde uurvergoedingen toegevoegd.
  • In tabel 5 voor werknemers die wonen in een land van de landenkring of een derde land stond 9% als enkelvoudig tarief met loonheffingskorting voor aannemers van werk, thuiswerkers en gelijkgestelde. Dit was niet goed. 9% is veranderd in 8%.
  • In tabel 7 stond bij de afdrachtsvermindering over het meerdere bedrag 14%. Dit was niet goed. 14% is veranderd in 16%.

 

Tot slot:

Verwijzingen naar het ‘Handboek Loonheffingen 2018’ zijn nu verwijzingen naar het ‘Handboek Loonheffingen 2019’.
De belastingdienst heeft overal de tijden van de werkwoorden aangepast, omdat de 4e uitgave in 2019 verschijnt.

 

Zie ook: Handboek-loonheffingen 2019

 

hr beleid, hr management, personeelszaken, hrm personeel, loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking,