Tag archief heffingskorting

door100% Salarisverwerking B.V.

Algemene heffingskorting omhoog 2020

 

Mensen met een jaarinkomen tot € 68.507 hebben voordeel.
               
Het kabinet wil de algemene heffingskorting verder verhogen. Deze verhoging komt bovenop de stapsgewijze verhoging van de algemene heffingskorting die in 2019 inging.

 

De algemene heffingskorting 2020 gaat niet voor iedereen in dezelfde mate omhoog, maar soms zelfs omlaag.

Wie in 2020 meer dan ongeveer € 30.000 aan inkomen heeft, gaat er al op achteruit.

U hebt dan geen recht op € 2.711, maar ongeveer € 2.150.

Daarna wordt het snel minder door een versnelde afbouw. Het idee dat iedereen recht heeft op ruim € 2.711 algemene heffingskorting is door het inkomensafhankelijk maken van deze loonheffingskorting verleden tijd. Als u € 40.000 verdient is de maximale algemene heffingskorting in 2020 nog iets meer dan de helft, circa € 1.577.
 
Door een extra verhoging van de algemene heffingskorting neemt het besteedbaar inkomen toe van mensen met een inkomen tot € 68.507. De algemene heffingskorting is een korting op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De korting is inkomensafhankelijk, waarbij lagere inkomens meer voordeel hebben dan hogere inkomens.
 

De algemene heffingskorting gaat omhoog in 2020 en 2021.

 
Algemene heffingskorting omhoog, Algemene heffingskorting 2020, extra verhoging van de algemene heffingskorting, belastingdienst loonheffing,
 
De algemene heffingskorting is een korting op de inkomstenbelasting. Hoeveel korting iemand krijgt, hangt af van het inkomen. Mensen met een laag inkomen hebben het meeste voordeel van de algemene heffingskorting.

 
Bron:Overheid
 
 

Gerelateerd:

 
 
regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Het tweeschijvenstelsel versnelt!

Het kabinet versnelt de overgang naar het tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting .

            

De invoering zou in 2021 plaatsvinden, maar dat gebeurt al in 2020.

Het tweeschijvenstelsel voor de inkomstenbelasting wordt versneld ingevoerd. Daarnaast gaan de arbeidskorting en de algemene heffingskorting extra omhoog. Hiermee gaan Nederlanders over het algemeen meer overhouden van iedere euro die binnenkomt en wordt werken, of meer werken, lonender.
het tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting, 2020, 2 schijvenstelsel, belastingdienst, belastinginkomen 2020, loonschalen 2020

In 2019 zijn er drie schijven voor de inkomstenbelasting:

  1. Het tarief tot een inkomen van € 20.711 is 36,65%.
  2. Voor een inkomen tussen € 20.711 en € 68.507 is het tarief 38,10%.
  3. En voor het deel van het inkomen boven de € 68.507 is het tarief 51,75%.

In 2020 zijn er nog twee schijven.

  1. Het tarief tot een inkomen van € 68.507 is 37,35%.
  2. Voor het deel van het inkomen boven de € 68.507 is het tarief 49,50%.

In 2021 is het tarief tot een inkomen van € 68.507 is 37,10%. Voor het deel van het inkomen boven de € 68.507 is het tarief 49,50%.

Voor AOW-gerechtigden gelden lagere tarieven.

Rekenvoorbeelden:

Marc verdient € 25.000 per jaar en gaat er door de veranderingen in de inkomstenbelasting in 2020 € 380 op vooruit.

Jan verdient € 45.000 per jaar en gaat er door de veranderingen in de inkomstenbelasting in 2020 € 640 op vooruit.

Bianca verdient € 65.000 per jaar en gaat er door de veranderingen in de inkomstenbelasting in 2020 € 690 op voorruit.

Deze rekenvoorbeelden zijn op basis van de invoering van het tweeschijvenstelsel en de verhoging van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting.

lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

Door de invoering van het tweeschijvenstelsel wordt het minder belangrijk of het inkomen in een huishouden met één persoon of twee personen wordt verdiend. Daarnaast gaan de arbeidskorting en de algemene heffingskorting extra omhoog.
 

Lagere lasten

Door de veranderingen in de inkomstenbelasting worden de lasten van de meeste burgers lager. Of iemand er op vooruit gaat, hangt ook af van de persoonlijke situatie en eventuele veranderingen daarin.
 

AOW-gerechtigden

Ontvangt u AOW? Dan is het belastingtarief lager. Dat komt doordat u geen premie AOW meer hoeft te betalen. In onderstaande tabel vindt u de belastingtarieven die de komende jaren gelden voor AOW-gerechtigden.

Inkomen in euro’s
Inkomen max € 20.711* Inkomen max € 34.712** Inkomen max € 68.507 Inkomen boven € 68.507
2019 18,75% 20,20% 38,10% 51,75%
2020 19,45% 19,45% 37,35% 49,50%
2021 19,20% 19,20% 37,10% 49,50%

* De grenzen schuiven na 2020 iets op door inflatiecorrectie.
** Voor mensen geboren voor 1 januari 1946: € 35.375.
 
 

Zie ook:

Al klaar voor de Wet arbeidsmarkt in balans?
Fiscale bijtelling auto 2020
2020 veranderen de regels voor oproepkrachten ingrijpend
Factsheet premiedifferentiatie WW
Wijzigingen voor de loonheffingen 2020
 
belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking loonheffingskortingen niet-inwoners

Vanaf 1 januari 2019 hebben alleen inwoners van Nederland recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting.

             
Dit leidt in de praktijk tot veel vragen. In deze handreiking vindt u een uitleg en een overzicht van de wijzigingen.

 
loonadministratie, loonverwerking, loonverwerker, loonverwerkers, loon,salarisverwerkers, salarisverwerking,
 
De loonheffingskorting bestaat uit een belastingdeel en een premiedeel. Het belastingdeel heeft betrekking op de loonbelasting, het premiedeel op de premies volksverzekeringen.
 

Heffingskortingen

De loonbelasting en de inkomstenbelasting kennen heffingskortingen, zoals de arbeidskorting, ouderenkorting en algemene heffingskorting. Deze heffingskortingen bestaan uit een belastingdeel en een premiedeel. Tot 1 januari 2019 ontvangt iedereen die onder de loonbelasting valt en in Nederland sociaal verzekerd is, zowel het belastingdeel als het premiedeel van de heffingskortingen.

Vanaf 1 januari 2019 ontvangen niet-inwoners niet langer het belastingdeel van de heffingskortingen. Het premiedeel van de heffingskortingen ontvangen zij nog wel, mits ze in Nederland sociaal verzekerd zijn. Voor de arbeidskorting geldt hierop een uitzondering. Werknemers die inwoner zijn van een land in de EU of EER, Zwitserland of de BES-eilanden ontvangen ook het belastingdeel van de arbeidskorting.
 

Premiedeel

Alle werknemers die in Nederland verzekerd zijn voor volksverzekeringen hebben recht op het premiedeel van de loonheffingskorting. Het maakt voor het premiedeel niet uit van welk land een werknemer inwoner is.
 

Belastingdeel

Tot 2019 hadden alle werknemers die loonbelasting betaalden ook recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting. Maar vanaf 2019 hebben alleen inwoners van Nederland hier nog recht op. Niet-inwoners van Nederland hebben dus geen recht meer op het belastingdeel van deze heffingskorting.

Voor werknemers die geen loonbelasting betalen in Nederland wijzigt er niets.
 

Arbeidskorting

Voor de arbeidskorting geldt een uitzondering:

  1. inwoners van een andere EU-lidstaat,
  2. een EER-land (IJsland, Noorwegen en Liechtenstein),
  3. Zwitserland of een BES-eiland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) hebben wél recht op het belastingdeel van deze heffingskorting.

 

Onderscheid naar woonplaats

Om te bepalen of een werknemer recht heeft op het belastingdeel van de loonheffingskorting is het belangrijk te weten waar een buitenlandse werknemer/uitkeringsgerechtigde woont.

De Belastingdienst maakt onderscheid tussen:

  1. inwoners van België
  2. inwoners van een land van de landenkring
  3. inwoners van een derde land, dat wil zeggen van een land dat niet valt onder 1 of 2.

 

Landenkring

Onder de landenkring vallen alle EU-landen, EER-landen (Noorwegen, Liechtenstein en IJsland), Zwitserland en de BES-landen (Bonaire, Sint Eustatius en Saba).
 

Wel of geen inwoner van Nederland

Een werknemer die hier zijn permanente woon- of verblijfplaats heeft, is inwoner van Nederland. Hij heeft dus recht op het belastingdeel van de loonheffingskortingen.

Bij een werknemer die zowel in Nederland als in het buitenland woont of verblijft, is het de vraag of hij inwoner is van Nederland. Hij is alleen inwoner van Nederland als zijn sociale en economische leven zich hier afspeelt. Woont het gezin van de werknemer bijvoorbeeld in het buitenland, gaan zijn kinderen daar naar school en houdt hij daar bankrekeningen aan, dan is hij geen inwoner van Nederland. Hij heeft geen recht op het belastingdeel van de loonheffingskortingen.

Bij een werknemer zonder gezin is ook relevant waar zijn sociale en economische leven zich afspeelt. Is hij van plan zich hier te vestigen, dan is hij inwoner van Nederland. Is hij van plan om hier alleen tijdelijk te blijven, dan is hij dat niet. Dat een werknemer zich hier wil vestigen, kan blijken uit concrete stappen dij heeft ondernomen. De werkgever moet dat beoordelen.
 

Hoe bepaalt u van welk land een werknemer inwoner is?

U bepaalt de woon- of verblijfplaats op basis van feiten en omstandigheden die bij u bekend zijn: bijvoorbeeld de woonplaats die de werknemer u heeft aangeleverd als gegeven voor de loonheffingen, reiskostenvergoedingen die u hem betaalt en gegevens voor beoordeling van de verzekeringsplicht.

 

Inwoners België

Werknemers

Een werknemer die in België woont en in Nederland werkt heeft recht op het belastingdeel van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Als de werknemer hierom verzoekt, kan de werkgever dit verwerken in de aangifte loonheffingen.
De werknemer kan er ook voor kiezen deze loonheffingskortingen niet via zijn loon te verzilveren, maar terug te vragen via de voorlopige aanslag inkomstenbelasting voor buitenlands belastingplichtigen.
 

Let op!

Als de werknemer de loonheffingskorting zowel bij de werkgever laat toepassen en een aanvraag doet via de voorlopige aanslag inkomstenbelasting, ontvangt hij het bedrag dubbel. Hij moet na afloop van het kalenderjaar het te veel ontvangen bedrag terugbetalen via de aangifte inkomstenbelasting.
 

Uitkeringsgerechtigden

Een inwoner van België die een uitkering ontvangt uit Nederland heeft ook recht op het belastingdeel van de algemene heffingskorting. Een uitkeringsgerechtigde heeft geen recht op arbeidskorting.
De uitkeringsinstantie verwerkt de loonheffingskorting veelal niet in de aangifte loonheffingen. Het belastingdeel kan de uitkeringsgerechtigde terugvragen via een (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting voor buitenlandse belastingplichtigen.
 

Inwoners binnen landenkring

Werknemers

Een werknemer die binnen de landenkring woont en een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is, heeft recht op het belastingdeel van de algemene heffingskorting. Hij kan deze korting gedurende het kalenderjaar terugvragen via een voorlopige aanslag inkomstenbelasting voor buitenlandse belastingplichtigen.
De werkgever mag deze heffingskorting niet toepassen via de aangifte loonheffingen.
Het recht op arbeidskorting kan de werkgever op verzoek van de werknemer wel verwerken in de aangifte loonheffingen.
 

Uitkeringsgerechtigden

Een uitkeringsgerechtigde die binnen de landenkring woont en een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is, heeft recht op het belastingdeel van de algemene heffingskorting. Hij kan deze korting gedurende het kalenderjaar terugvragen via een voorlopige aanslag inkomstenbelasting voor buitenlandse belastingplichtigen.
De uitkeringsinstantie mag deze korting niet toepassen via de aangifte loonheffingen.
Een uitkeringsgerechtigde heeft geen recht op arbeidskorting.

Inwoners buiten landenkring

Werknemers en uitkeringsgerechtigden

Zowel werknemers als uitkeringsgerechtigden die buiten de landenkring wonen, hebben geen recht op het belastingdeel van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.
 

Jonggehandicaptenkorting en (alleenstaande) ouderenkorting

Het belastingdeel van de jonggehandicaptenkorting en (alleenstaande) ouderenkorting kan een werknemer terugvragen via een voorlopige aanslag inkomstenbelasting voor buitenlandse belastingplichtigen. Voorwaarde is dat hij een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is.
De werkgever of uitkeringsinstantie mag het belastingdeel van deze kortingen niet verwerken in de aangifte loonheffingen.
Dit geldt zowel voor de inwoners van België als voor de inwoners binnen de landenkring.
 

Inwoners buiten landenkring

Inwoners buiten de landenkring hebben geen recht op het belastingdeel van deze heffingskortingen.

 

Meer informatie

Op belastingdienst.nl leest u meer over wanneer sprake is van een kwalificerende buitenlands belastingplichtige en de Voorlopige aanslag inkomstenbelasting buitenlandse belastingplichtigen.
In de Nieuwsbrief Loonheffingen 2019 leest u meer over de wijzigingen.
 

Handboek Loonheffingen:

Hoofdstuk 7.3.7 Landenkring
Hoofdstuk 7.3.7 Tabellen buitenlandse werknemers en uitkeringsgerechtigden
Hoofdstuk 7.3.8 Herleidingsregels internationale situaties
Hoofdstuk 17 Werken over de grens: loonbelasting
Hoofdstuk 18 Werken over de grens: sociale zekerheid
Hoofdstuk 23 Heffingskortingen
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2019, loonheffingen 2019, belastingdienst, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris.pensioen,premies,

door100% Salarisverwerking B.V.

Loonbelastingtabellen België, Aruba en Suriname

De belastingverdragen

                      

Alleen inwoners van Nederland hebben in principe sinds 1 januari 2019 recht op het belastingdeel van de algemene heffingskorting. Door belastingverdragen hebben inwoners van België, Aruba en Suriname hier echter ook recht op.

loonadministratie, loonverwerking, loonverwerker, loonverwerkers, loon,salarisverwerkers, salarisverwerking,
 

Welke loonbelastingtabel moet u dan gebruiken?

Voor inwoners van België gebruikt u de loonbelastingtabel voor inwoners van een land van de landenkring, en voor inwoners van Aruba of Suriname de loonbelastingtabel voor inwoners van een derde land. In die tabellen is het belastingdeel van de algemene heffingskorting niet verwerkt.

Voor 2019 was het niet meer mogelijk om voor deze werknemers loonbelastingtabellen en rekenregels te ontwikkelen.

 

Inkomstenbelasting

De werknemer kan het belastingdeel van de algemene heffingskorting via zijn aangifte inkomstenbelasting over 2019 terugvragen. Als hij niet zolang wil wachten, kan hij voor 2019 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting aanvragen. De werknemer heeft daarover een brief van de Belastingdienst gekregen.

 

Risico’s

Als u het belastingdeel van de algemene heffingskorting in 2019 toch via de loonbelasting verrekent, dan loopt u het risico dat u de inhouding verkeerd berekent doordat de juiste tabellen ontbreken.

Ook kan de werknemer of uitkeringsgerechtigde het belastingdeel van de algemene heffingskorting ten onrechte dubbel krijgen uitbetaald, omdat hij een voorlopige aanslag inkomstenbelasting voor 2019 heeft aangevraagd. Hij moet dan het bedrag dat hij te veel heeft gekregen, via zijn aangifte inkomstenbelasting over 2019 weer terugbetalen.

Beide risico’s voorkomt u als u de tabellen voor inwoners van een land van de landenkring of voor inwoners van een derde land gebruikt.

 

Aparte tabellen

Voor belastingjaar 2020 komen er aparte loonbelastingtabellen voor inwoners van België, Aruba en Suriname. U kunt het belastingdeel van de algemene heffingskorting dan wél verrekenen via het loon of de uitkering. En de Belastingdienst zorgt ervoor dat de werknemer dit deel niet ook via een voorlopige aanslag inkomstenbelasting kan krijgen.

De fiscus stuurt de rekenregels voor 2020 tijdig aan de softwareontwikkelaars, zodat zij hun software kunnen aanpassen.

 

Loonbelastingtabellen

Wilt u uitleg over de tabellen?

In paragraaf 7.3 van het ‘Handboek Loonheffingen’ staat alles over de tabellen. Bijvoorbeeld hoe u ze gebruikt.

 
eu werknemers, europese werknemers, Europa wet en regelgeving, wetgeving arbeidsrecht EU, wet werkgevers EU, Wetgeving werkgevers EU, Europese wet en regelgeving werkgevers, Europese werkgevers regels

close

Veel lees plezier? Delen mag.