Tag archief fiscale bijtelling

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen bijtelling auto vanaf 2020

Deze wet is een onderdeel van het Belastingplan 2020.
                 
De bijtellingspercentages voor privégebruik van auto’s met 0 gram CO2-uitstoot wijzigen vanaf 2020, als de ‘Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord’ aangenomen wordt door de Eerste en Tweede Kamer.

 
autokosten,auto duur in NL, duur auto rijden, nederland een van duurste met autorijden, auto rijden duur,
 

Het gaat om de volgende wijzigingen:

 

Datum 1e toelating in 2020

Het algemene bijtellingspercentage voor deze auto’s is 22%.

De verlaging is 14% voor 1 x 60 maanden, vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo 8% bijtelling.

Voor niet-waterstofauto’s is de verlaging 14% met een maximum van € 6.300. De verlaging geldt voor zover de cataloguswaarde € 45.000 of lager is (14% x € 45.000). Voor het bedrag boven € 45.000 geldt het algemene bijtellingspercentage van 22%.

Na afloop van de 60-maandenperiode bestaat geen recht meer op verlaging.

 

Datum 1e toelating in 2021

Het algemene bijtellingspercentage voor deze auto’s is 22%.

De verlaging is 10% voor 1 x 60 maanden vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo 12% bijtelling.

Voor niet-waterstofauto’s is de verlaging 10% met een maximum van € 4.000. De verlaging geldt voor zover de cataloguswaarde € 40.000 of lager is (10% x € 40.000).

Voor het bedrag boven € 40.000 geldt het algemene bijtellingspercentage van 22%.

Na afloop van de 60-maandenperiode bestaat geen recht meer op verlaging.

 

Datum 1e toelating vanaf 1-1-2022 tot en met 31-12-2024

Het algemene bijtellingspercentage voor deze auto’s is 22%.

De verlaging is 6% voor 1 x 60 maanden, vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo 16% bijtelling.

Voor niet-waterstofauto’s is de verlaging 6% met een maximum van € 2.400. De verlaging geldt voor zover de cataloguswaarde € 40.000 of lager is (6% x € 40.000).

Voor het bedrag boven € 40.000 geldt het algemene bijtellingspercentage van 22%.

Na afloop van de 60-maandenperiode bestaat geen recht meer op verlaging.

 

Datum 1e toelating in 2025

Het algemene bijtellingspercentage voor deze auto’s is 22%.

De verlaging is 5% voor 1 x 60 maanden, vanaf de 1e dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst is toegelaten op de weg. Per saldo 17% bijtelling.

Voor niet-waterstofauto’s is de verlaging 5% met een maximum van € 2.000. De verlaging geldt voor zover de cataloguswaarde € 40.000 of lager is (5% x € 40.000).

Voor het bedrag boven € 40.000 geldt het algemene bijtellingspercentage van 22%.
Na afloop van de 60-maandenperiode bestaat geen recht meer op verlaging.

 

Datum 1e toelating vanaf 1-1-2026

Het algemene bijtellingspercentage is voor deze auto’s 22%. Er bestaat geen recht meer op verlaging van de bijtelling.

De ‘Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord’ met toelichting vindt u op rijksoverheid.nl.

 
Bron :Belastingdienst
 

Gerelateerd:

Bijtelling auto 2020
Loonheffingen 2020
Zo hard mag je in andere Europese landen!
 
Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving,

door100% Salarisverwerking B.V.

Bus is ter beschikking gesteld

Inspecteur legt naheffingsaanslagen op.
                   
Een werkgever die de sleutels beheert van een bedrijfsbus, stelt deze ter beschikking aan zijn werknemers. Dit heeft het Hof geoordeeld. De werkgever kan niet aannemelijk maken dat de werknemers niet meer dan 500 kilometer privé hebben gereden.

 
Overheid, wet en regelgeving, rechter, kantongerecht, rechtszaak, rechtbank, rechter, rechtshulp, adviesrecht, rechtspraak, juridische zaken,
 
De inspecteur doet een boekenonderzoek bij bv X. Volgens de inspecteur geldt de bijtelling privégebruik auto voor een Volkswagen Transporter (hierna: bus). De inspecteur legt naheffingsaanslagen op.
 
Volgens bv X is de bus niet ter beschikking gesteld aan de werknemers. De bedrijfsleider beheert de autosleutels. De auto wordt niet aan één bepaalde werknemer ter beschikking gesteld. Bovendien mogen de werknemers de bus niet privé gebruiken.
 
Volgens het Hof heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de bus wel ter beschikking is gesteld. De bedrijfsleider beheert alleen de autosleutels. De werkgever heeft niet schriftelijk vastgelegd dat privégebruik van de bus niet is toegestaan. Ook controleert de werkgever het privégebruik niet.
 
Als de bus ter beschikking is gesteld, geldt de bijtelling voor privégebruik auto. Alleen als de werkgever kan bewijzen dat de bus voor niet meer dan 500 kilometer privé gebruikt is, hoeft hij deze niet toe te passen. De werkgever slaagt niet in dit bewijs. De bijtelling is daarom van toepassing. De inspecteur heeft de naheffingsaanslagen terecht opgelegd.
 
 
Hof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2019:1877
 
 
 
belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken

door100% Salarisverwerking B.V.

Bijtelling verminderd niet bij betaling aan derde

Alleen intermediare mogelijk!

                     

Betalingen voor privégebruik auto die de werknemer doet aan anderen mag u alleen in mindering brengen op de bijtelling als het om intermediaire kosten gaat.

 

belastingdienst, belastingen, overheid, rijksoverheid, belastingzaken, loonbelasting, loonkosten, loon regelingen, Nederlandse belasting, financiën, geldzaken

Vooral in vakantietijd komt het regelmatig voor dat een werknemer een auto van de zaak meeneemt en bijvoorbeeld in het buitenland benzine- en tolkosten betaalt.

Deze kosten mag u alleen onder de volgende voorwaarden als eigen bijdrage op de bijtelling in mindering brengen:

  • De werknemer spreekt vooraf met de werkgever af dat hij de betaling voor of namens de werkgever doet.
  • De werknemer declareert de betaling bij de werkgever.
  • De werkgever merkt de betaling aan als eigen bijdrage voor privégebruik auto.
  • De werkgever vergoedt de betaling niet.

 

Voorbeelden van betalingen aan derden zijn:

  • brandstofkosten
  • tolkosten
  • kosten van wasstraat
  • parkeerkosten
  • reparatiekosten

 

In paragraaf 21.3.7 Handboek Loonheffingen leest u meer over de eigen bijdrage voor privégebruik auto.

 

 

Zie ook:

 

bijtelling 2020, fiscale bijtelling 2020,CO2-uitstoot auto, bijtelling auto, belasting bijtelling auto,belasting op auto, bijtelling auto en belastingdienst, 2020-2025

door100% Salarisverwerking B.V.

Fiscale bijtelling auto 2020

Op weg naar de 22%, de verhoging is onderdeel van het Klimaatakkoord .

Schaft u in 2020 een elektrische auto aan, dan betaalt u 8% bijtelling als de cap (catalogusprijs) ten minsten maximaal € 45.000 is. Start u met rijden in een semi-elektrische, benzine- of dieselauto? Dan betaalt u 22% bijtelling over de gehele cataloguswaarde.

Schaft u in 2021 een auto aan wordt het 12%, 2022 tot 2024 wordt het 16%, schaft u 2025 een elektrische auto aan, dan betaalt u 17% bijtelling bij een maximale cap (catalogusprijs) van € 40.000 euro.

Bijtelling is het bedrag dat bij het loon wordt opgeteld als de “auto van de zaak” privé wordt gebruikt. Het is alleen verschuldigd als dit privégebruik meer dan 500 km per kalenderjaar bedraagt. Het algemene bijtellingspercentage bedraagt 22% van de catalogusprijs van de auto.

Wat is de bijtelling van elektrische auto’s in 2020?

Koopt u in 2020 een volledig elektrische auto met een cataloguswaarde van maximaal € 50.000? Dan betaalt u 8% bijtelling per kalenderjaar. Als uw auto duurder is, betaalt u over dat deel 22% bijtelling. Dat betekent dat u van doen heeft met een gecombineerd bijtellingspercentage. Deze beperking geldt alleen voor nieuwe auto’s en voor auto’s die op een batterij rijden. Auto’s die op waterstof rijden vallen ook boven een cataloguswaarde van 50.000 euro onder het 4% bijtellingstarief. Het bijtellingspercentage geldt voor een periode van 60 maanden en gaat in op de eerste dag van de maand van eerste toelating. Na afloop van deze periode stelt de Belastingdienst het percentage vast volgens de regels die dan gelden. Voor een volledig elektrische auto betaalt u overigens geen aanschafbelasting (bpm).

 
autokosten,auto duur in NL, duur auto rijden, nederland een van duurste met autorijden, auto rijden duur,
 

Categorie verlaagde bijtelling

Er bestaat op dit moment alleen nog maar een categorie verlaagde bijtelling voor volledig elektrische auto’s. Die bedraagt 4% tot een maximum bedrag van 50.000 euro van de catalogusprijs. Voor het bedrag erboven geldt het algemene bijtellingspercentage van 22%. Uitzondering hierop zijn auto’s die op waterstof rijden.

Voor 2020 stond ook de 4% bijtelling gepland. Echter in het klimaatakkoord van eind juni is dit plan gewijzigd en loopt het bijtellingspercentage voor volledig elektrische auto’s de komende jaren op, tot 22% in 2026. Ook het maximum bedrag waarover de verlaagde bijtelling geldt wordt naar beneden bijgesteld en geldt vanaf 2020 ook voor auto’s die op waterstof rijden. Deze plannen zijn nog niet definitief.

 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% – 8% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

bijtelling 2020, fiscale bijtelling 2020,CO2-uitstoot auto, bijtelling auto, belasting bijtelling auto,belasting op auto, bijtelling auto en belastingdienst, 2020-2025

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.

 

Accijnsverhoging diesel

De voorgenomen accijnsverhoging op benzine gaat niet door. De reden hiervoor is dat het kabinet de niet-elektrisch rijdende automobilist niet wil laten opdraaien voor de kosten die gepaard gaan met het stimuleren van elektrisch rijden. De accijns op diesel wordt zowel in 2021 als in 2023 met een cent verhoogd.
 

Hoe bereken je de bijtelling?

We berekenen de bijtelling aan de hand van de volgende rekensom. Neem de aanschafprijs van de leasewagen, inclusief BPM en BTW (bijvoorbeeld Renault Zoé 32.890 euro) en vermenigvuldig dit met het bijtellingstarief (bijvoorbeeld x 0,08 in 2020). Vermenigvuldig dit daarna met je inkomensbelasting. In dit voorbeeld valt de persoon in de belastingschijf 38,10%, dus x 0,381. Als je dit deelt door 12 heb je het maandbedrag.

Bijvoorbeeld:

    32.890 x 0,08 = 2.631 euro
    2.631 x 0,381 = 1.002 euro

Totaal:

1.002 euro / 12 = 83.50 euro netto maandelijkse bijtelling
 

Verkeersboetes 2020 verhoogd

Trap je graag wat harder op het gaspedaal? Rijd je graag zonder gordel? Wil je het stoplicht nog wel eens negeren? Dan is het oppassen geblazen, want verkeersboetes worden in 2020 duurder. Zie hier.
 

Zie ook:

Minimumloon 2020
Wijzigingen voor de loonheffingen 2020
Werkgevers hebben meer onbelaste vergoedingen in 2020
Wijziging van de WW-premiesystematiek 2020
WGA en ZW premieberekeningen per 1 januari 2020 gewijzigd
 
Bijtellingspercentages auto, auto van de zaak, kosten auto bijtelling,belastingdienst auto, fiscale bijtelling auto, kosten auto belastingdienst,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,