Tag archief eindheffing

door100% Salarisverwerking B.V.

Kleine geschenkenregeling tijdens corona

Voor een attentie die een werknemer ontvangt omdat hij thuiswerkt door corona, kunt u de kleine geschenkenregeling niet toepassen.
    
U kunt het bedrag wel aanwijzen als eindheffingsloon en onderbrengen in de vrije ruimte.

U mag de kleine geschenkenregeling alleen toepassen als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U geeft een persoonlijke attentie in situaties waarin ook anderen zo’n attentie zouden geven.
  • U geeft geen geld of een waardebon.
  • De factuurwaarde (inclusief btw) van de attentie is maximaal € 25. U hoeft eventuele bezorgkosten niet mee te tellen als die kosten op de factuur zijn gespecificeerd, of apart zijn gefactureerd.

Als de werkgever attenties geeft omdat de werknemer moet thuiswerken door de coronamaatregelen, voldoet hij niet aan alle voorwaarden. Dit is geen situatie waarin anderen dan de werkgever ook een attentie zouden geven. De kleine geschenkenregeling is daarom niet van toepassing.

 

Verwerken in de aangifte loonheffingen

De waarde van de attentie (inclusief btw en verzendkosten) is loon voor de werknemer. U mag dit ook aanwijzen als eindheffingsloon. Het bedrag komt dan ten laste van de vrije ruimte. Daarboven betaalt u 80% eindheffing.

Er is sprake van loon omdat deze verstrekking een duidelijk verband heeft met de dienstbetrekking.

 
 

Meer informatie

Paragraaf 4.12.1 Handboek Loonheffingen
Paragraaf 3.5 besluit 2014/1894M
 
 
Aangifte loonheffingen, 2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

RVU drempel vrijstellingsbedrag aangepast

Het bedrag van de tijdelijke drempelvrijstelling voor een regeling vervroegd uittreden ( RVU ) is verhoogd van € 1.767 naar € 1.847.
   
Dit geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021.

De wijziging van het bedrag is een gevolg van een indexeringsvoorschrift.

Als betalingen in verband met de RVU onder het bedrag van de drempelvrijstelling blijven, hoeft de werkgever geen RVU-heffing van 52% (pseudo-eindheffing) af te dragen. Hiervoor gelden wel voorwaarden.
 

Voorbeeld


In dit voorbeeld geldt een drempelvrijstelling van € € 1.847 per maand.

Een werknemer bereikt op 20 juni 2024 de AOW-leeftijd. De werknemer ontvangt op 1 juli 2021 een eenmalige RVU-uitkering van de werkgever. De periode tussen het ontvangen van de RVU-uitkering en het bereiken van de AOW-leeftijd bedraagt 35 maanden en 19 dagen. Deze periode mag de werkgever afronden op hele maanden naar boven. Hij mag 36 maanden in aanmerking nemen voor de drempelvrijstelling. De vrijstelling bedraagt € € 66.492 (36 maanden x € 1.847).

Als de werknemer de eenmalige RVU-uitkering vóór 20 juni 2021 ontvangt, geldt geen drempelvrijstelling. De werknemer ontvangt dan de uitkering meer dan 36 maanden vóór het bereiken van de AOW-leeftijd.

 

Meer informatie leest u in de handreiking ‘Wetsvoorstel versoepeling RVU-heffing aangenomen‘.
 
 
Bron: overheid.nl

 
 
RVO, Rijksoverheid, belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen, kabinet

door100% Salarisverwerking B.V.

Eindheffing WKR 2020 aangeven

Heeft de werkgever de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) in 2020 overschreden?
           
Dan moet u uiterlijk in de aangifte over het 2e tijdvak van 2021 de verschuldigde eindheffing aangeven.

U toetst uiterlijk aan het eind van het jaar of het totaal van de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen boven de vrije ruimte uitkomen. De vrije ruimte in 2020 is maximaal 3% van het fiscale loon tot en met € 400.000. Over het meerdere van het fiscale loon is de vrije ruimte 1,2%. Over het bedrag boven de vrije ruimte moet u 80% eindheffing betalen.

Als blijkt dat u over 2020 te veel of te weinig eindheffing hebt aangegeven, dan moet u dat verrekenen. De laatste mogelijkheid om dit te doen is in de aangifte loonheffingen over het 2e tijdvak van 2021.

WKR, werkkostenregeling, verruiming in de werkkostenregeling, wkr, werkkostenregeling, belastingdienst, onbelast vergoeden aan werknemers

 

Eerder aangeven

U mag de eindheffing ook eerder aangeven, bijvoorbeeld per aangiftetijdvak.
 

Einde inhoudingsplicht

Eindigt de inhoudingsplicht in de loop van het kalenderjaar? Dan geeft u de eindheffing uiterlijk aan in de aangifte over het tijdvak waarin de inhoudingsplicht eindigt.

In paragraaf 8.2.1 Handboek Loonheffingen leest u meer over het aangeven van de eindheffing.
 

Wetsartikel

Artikel 31a lid 14 Wet op de loonbelasting

 
 

Gerelateerde handreiking

Wanneer kiezen tussen werknemersloon en eindheffingsloon werkkostenregeling?
Handreiking gebruikelijk loon (update 4 januari 2021)
Handboek Loonheffingen 2020 1 januari 2020
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021-Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte, eindheffingsloon werkkostenregeling, WKR

door100% Salarisverwerking B.V.

Versoepeling RVU-heffing is aangenomen door de Eerste Kamer

Het wetsvoorstel ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen’ is aangenomen.
             
Met ingang van 1 januari 2021 geldt een tijdelijke drempelvrijstelling voor een regeling voor vervroegd uittreden (RVU). Deze vrijstelling geldt tot en met 31 december 2025.

Als betalingen in verband met de RVU onder het bedrag van de drempelvrijstelling blijven, hoeft de werkgever geen RVU-heffing van 52% (pseudo-eindheffing) af te dragen.

Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

  • De uitkering volgens de RVU-regeling kent de werkgever toe in (maximaal) 36 maanden direct voorafgaand aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer.
  • De werkgever berekent het bedrag van de drempelvrijstelling per maand.
  • De werknemer heeft uiterlijk 31 december 2025 de leeftijd bereikt die (maximaal) 36 maanden vóór de AOW-leeftijd ligt.
  • De RVU-drempelvrijstelling is maximaal het bedrag dat gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering voor alleenstaande personen, dat geldt op 1 januari van het jaar van de uitkering. Dit is het bedrag na vermindering van loonbelasting en premie volksverzekeringen.

De RVU-drempelvrijstelling geldt voor de periode van maximaal 36 maanden direct voorafgaand aan de AOW-leeftijd. Gaat de uitkering minder dan 36 maanden vóór de AOW-leeftijd in, dan geldt de vrijstelling alleen nog voor de resterende maanden.
 

Maximale drempelvrijstelling

De RVU-drempelvrijstelling is maximaal het bedrag dat gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering voor alleenstaande personen, dat geldt op 1 januari van het jaar van de uitkering. Dit is het bedrag na vermindering van loonbelasting en premie volksverzekeringen.
 

RVU-heffing verschuldigd

De werkgever is de RVU-heffing van 52% verschuldigd als hij eerder dan 36 maanden direct voorafgaand aan de AOW-leeftijd een vergoeding volgens RVU uitbetaalt. Ook over het gedeelte van het bedrag dat boven de RVU- drempelvrijstelling uitkomt, is de werkgever een eindheffing van 52% verschuldigd.

Voorbeeld

In dit voorbeeld geldt een drempelvrijstelling van € € 1.847 per maand.

Een werknemer bereikt op 20 juni 2024 de AOW-leeftijd. De werknemer ontvangt op 1 juli 2021 een eenmalige RVU-uitkering van de werkgever. De periode tussen het ontvangen van de RVU-uitkering en het bereiken van de AOW-leeftijd bedraagt 35 maanden en 19 dagen. Deze periode mag de werkgever afronden op hele maanden naar boven. Hij mag 36 maanden in aanmerking nemen voor de drempelvrijstelling. De vrijstelling bedraagt € € 66.492 (36 maanden x € 1.847).

Als de werknemer de eenmalige RVU-uitkering vóór 20 juni 2021 ontvangt, geldt geen drempelvrijstelling. De werknemer ontvangt dan de uitkering meer dan 36 maanden vóór het bereiken van de AOW-leeftijd.
 

Periode drempelvrijstelling

De RVU-drempelvrijstelling geldt gedurende de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025.
 
Uitloopperiode
Op basis van overgangsrecht geldt voor de jaren 2026 tot en met 2028 een uitloopperiode. De werkgever kan voor uitkeringen in die periode gebruikmaken van de drempelvrijstelling onder de volgende voorwaarden:

  • De RVU-uitkering is uiterlijk op 31 december 2025 overeengekomen.
  • De werknemer heeft de leeftijd bereikt die maximaal 36 maanden vóór de AOW-leeftijd ligt.

 

Inkomenscode

Vanaf 2021 geldt voor een RVU-uitkering een nieuwe ‘code soort inkomstenverhouding’ (inkomenscode). De werkgever moet code 53 gebruiken. Deze code geldt voor ‘Uitkering in het kader van vervroegde uittreding’. Hij gebruikt code 53 ook als de RVU-drempelvrijstelling voor de pseudo-eindheffing niet van toepassing is.
 

Groene tabel

Voor de berekening van de in te houden loonheffing over de eenmalige RVU-uitkering moet de werkgever de groene tabel bijzondere beloningen gebruiken. Bij een uitbetaling in termijnen gebruikt hij de groene (tijdvak)tabel.
 

Witte tabel

Als de werkgever de RVU-uitkering betaalt in de vorm van een non-activiteitsregeling, dan kan voor de duur van 104 weken de witte (tijdvak)tabel van toepassing zijn.
 

Bijdrage Zorgverzekeringswet

Op RVU-uitkeringen die kwalificeren als loon uit vroegere arbeid is altijd de inhouding van de werknemersbijdrage verschuldigd. Als de RVU-uitkering kwalificeert als loon uit tegenwoordige arbeid, is de werkgeversheffing van toepassing.
 

Doel versoepeling

De tijdelijke versoepeling is bedoeld om de werkgever de mogelijkheid te geven om oudere werknemers tegemoet te komen. Bijvoorbeeld werknemers die niet konden anticiperen op de verhoging van de AOW-leeftijd en niet gezond kunnen blijven werken tot de AOW-leeftijd.
 
 

Bron

rijksoverheid.nl
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021
 
 
Overheid, wet en regelgeving, rechter, kantongerecht, rechtszaak, rechtbank, rechter, rechtshulp, adviesrecht, rechtspraak, juridische zaken,

door100% Salarisverwerking B.V.

Gevolgen van uitstel behandeling wetsvoorstel RVU

De Eerste Kamer heeft de behandeling van het wetsvoorstel ‘Bedrag ineens, RVU en verlofsparen ’ uitgesteld tot 12 januari 2021.
    
Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen beantwoordt de vraag over de fiscale gevolgen.

Op 1 januari 2021 geldt nog geen RVU-drempelvrijstelling. Het wetsvoorstel heeft wel terugwerkende kracht tot 1 januari 2021. De werkgever is eindheffing verschuldigd over betalingen die hij doet voordat de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel.

RVU staat voor regeling vervroegd uittreden.

V&A 20-010 Behandeling wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen door Eerste Kamer in januari 2021

Dit V&A 20-010 behandelt de gevolgen van het besluit van de Eerste Kamer om het wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen te behandelen op 12 januari 2021.

 

Vraag

De Eerste Kamer heeft besloten het wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen te behandelen op 12 januari 2021 (desgewenst inclusief stemming). Daarmee is er op 1 januari 2021 nog geen RVU-drempelvrijstelling. Het wetsvoorstel kent wel terugwerkende kracht tot 1 januari 2021. Wat zijn de fiscale consequenties van dit uitstel?

 

Antwoord

Betalingen in het kader van een RVU die de werkgever doet in de periode vanaf 1 januari 2021 tot het moment waarop de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen, worden getoetst op basis van de tekst van artikel 32ba, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB), zoals deze op het moment van betalen van toepassing is. Aangezien de tekst van artikel 32ba Wet LB niet wordt gewijzigd per 1 januari 2021, afgezien van de met terugwerkende kracht in te voeren maatregelen van het wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen, is dat dus de tekst zoals deze op 31 december 2020 luidt. Dat wil zeggen dat uitkeringen, bijdragen of premies worden beschouwd te zijn gedaan of voldaan op het tijdstip waarop zij betaald of verrekend zijn, ter beschikking zijn gesteld of rentedragend zijn geworden. Op dat moment is ook de eindheffing als bedoeld in artikel 32ba, eerste lid, Wet LB, verschuldigd.

Na aanvaarding van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer en inwerkingtreding (met terugwerkende kracht) per 1 januari 2021, kan een werkgever alsnog een beroep doen op de RVU-drempelvrijstelling.

De hoogte van de RVU-drempelvrijstelling wordt, conform de tekst van het wetsvoorstel, bepaald door het bedrag in de wet (2021: € 1.847 per maand) te vermenigvuldigen met het aantal maanden dat ligt tussen de eerste uitkering en de AOW-gerechtigde leeftijd (afgerond op hele maanden naar boven en met een maximum van 36 maanden). Voor het kunnen toepassen van de RVU-drempelvrijstelling heeft de terugwerkende kracht derhalve alleen effect als ook daadwerkelijk een RVU-uitkering is gedaan in de periode waarover de terugwerkende kracht gaat.

Stel dat het wetsvoorstel in januari 2021 wordt aangenomen en in februari 2021 wordt de eerste RVU-uitkering gedaan. In dat geval is het niet mogelijk om in februari met terugwerkende kracht een uitkering over januari toe te kennen en nog gebruik te maken van de RVU-drempelvrijstelling over januari. Het is alleen mogelijk om gebruik te maken van de RVU-drempelvrijstelling met terugwerkende kracht over januari als ook in januari de RVU-uitkering is gedaan en wordt voldaan aan de overige voorwaarden voor de RVU-drempelvrijstelling. Over deze uitkering kan op basis van artikel 32ba Wet LB (tekst 2020) in januari een eindheffing verschuldigd zijn, die door middel van een correctiebericht kan worden gecorrigeerd zodra de maatregelen van het wetsvoorstel met terugwerkende kracht zijn ingegaan.

 

Let op!

Over betalingen in het kader van een RVU die de werkgever doet in de periode vanaf 1 januari 2021 tot het moment waarop de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen, is eindheffing verschuldigd. Deze eindheffing kan door middel van een correctiebericht worden gecorrigeerd zodra het wetsvoorstel met terugwerkende kracht is ingegaan mits aan de voorwaarden voor de RVU-drempelvrijstelling wordt voldaan.

 

Meer informatie

De volledige vraag en het antwoord vindt u op de internetsite van het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen.
 
 
2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,