Tag archief dienstverband

door100% Salarisverwerking B.V.

Belastingdienst zet aandachtspunten voor werkgevers in coronatijd op een rij

Vanwege de coronamaatregelen zien de werkdagen er voor veel werkgevers en hun personeel anders uit.
         
Zeker wanneer medewerkers door de coronacrisis geheel of deels thuiswerken. Dit kan vragen oproepen over bijvoorbeeld reiskostenvergoedingen of voorzieningen voor thuiswerken. De Belastingdienst geeft uitleg over 5 onderwerpen die van belang zijn tijdens de coronacrisis.

 

1. Verruiming vrije ruimte

De vrije ruimte is voor het jaar 2020 eenmalig verhoogd van 1,7% naar 3% van het fiscale loon tot en met € 400.000. Werkgevers mogen dit percentage van hun fiscale loon onder meer besteden aan onbelaste vergoedingen. Zij kunnen dit geld gebruiken om hun personeel een bloemetje of cadeaubon te sturen en hiermee tegelijkertijd sectoren steunen die zijn getroffen door corona.

 

2. Vaste reiskostenvergoeding en vaste kostenvergoeding

Krijgen werknemers een vaste reiskostenvergoeding, maar werken zij vanwege corona nu grotendeels of volledig thuis? Dan is het niet nodig de vaste reiskostenvergoeding aan te passen. Zolang de coronamaatregelen gelden en als de werknemer vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht kreeg op de reiskostenvergoeding, mogen werkgevers blijven uitgaan van het reispatroon waarop de vergoeding oorspronkelijk is gebaseerd. Dat mag ook bij de vaste reiskostenvergoeding met nacalculatie. Onder dezelfde voorwaarden mogen ook andere afspraken over vaste vergoedingen blijven doorlopen. Bijvoorbeeld de maandelijkse vergoeding voor kosten onderweg van vertegenwoordigers.

 

3. Thuiswerkvoorzieningen

Een deel van de werkgevers heeft hulpmiddelen zoals een laptop of mobiele apparatuur gekocht, zodat werknemers kunnen thuiswerken.

  • Wanneer het gaat om hulpmiddelen die volgens de werkgever noodzakelijk zijn om goed te kunnen werken (noodzakelijkheidscriterium), hoeven de kosten hiervan niet meegeteld te worden bij het belastbaar loon van de werknemers.
  • Dit hoeft ook niet bij hulpmiddelen die de werknemer voor ten minste 90% zakelijk gebruikt, zowel op zijn werkplek als daarbuiten (bijvoorbeeld thuis).
  • Werkgevers mogen voor het thuiswerken bepaalde ARBO-zaken belastingvrij vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen. Bijvoorbeeld een bureau of bureaustoel.

 

4. Administratieve versoepelingen

Vanwege het thuiswerken en het 1,5 meter afstand houden kan mogelijk niet aan alle administratieve verplichtingen worden voldaan. Bijvoorbeeld het fysiek vaststellen van de identiteit aan de hand van een origineel identiteitsbewijs wanneer een nieuwe werknemer in dienst treedt. In die gevallen en zolang de coronamaatregelen gelden, verbindt de Belastingdienst hier geen consequenties aan.

Let op!

Zodra de situatie het toelaat moeten werkgevers alsnog aan deze verplichtingen voldoen.

 

5. Schriftelijke vastlegging arbeidscontracten tot 1 juli

Sinds 2020 mag de lage WW-premie toegepast worden voor werknemers die op 31 december 2019 een dienstverband voor onbepaalde tijd hadden (met uitzondering van oproepkrachten). Dit op voorwaarde dat deze contracten schriftelijk vast zijn gelegd. Alleen dan mag u de lage WW-premie gebruiken. Vanwege corona kregen werkgevers extra tijd om dit op orde te maken. Werkgevers hebben hiervoor de tijd tot 1 juli aanstaande. Zorg voor deze datum dat de arbeidscontracten van de betreffende medewerkers op orde zijn en goed schriftelijk zijn vastgelegd. Dit kunt u ook op afstand regelen. Lees meer.

 
Bekijk voor meer informatie over belastingmaatregelen voor werkgevers in coronatijd het overzicht op belastingdienst.nl.
 
 

100 salarisverwerking 2020, loonadministratie, salarisverwerking, salarisadministratie, salarisverwerkers, salaris, loon, belastingen,loonheffingen, aangifte, tegemoetkomingen, toeslagen, subsidie, wab, wet en regelgeving, overheid

door100% Salarisverwerking B.V.

Compensatie transitievergoeding aanvragen vanaf 1 april 2020

Heeft een werkgever een transitievergoeding betaald bij ontslag van een werknemer die meer dan 2 jaar ziek is ?
       
Dan kan hij met ingang van 1 april 2020 compensatie aanvragen voor die transitievergoeding. Dit kan ook met terugwerkende kracht bij dienstverbanden die zijn geëindigd op of na 1 juli 2015.

 

Voor het aanvragen van de compensatie gelden de volgende voorwaarden:

  • De arbeidsovereenkomst is (gedeeltelijk) geëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.
  • De werknemer was bij het eindigen van het dienstverband nog ziek.
  • De werkgever betaalde hem een transitievergoeding.

 

Het formulier ‘Aanvraag compensatie transitievergoeding’ staat vanaf 1 april 2020 in het werkgeversportaal op uwv.nl. Daar vindt u ook informatie over hoe u de compensatie aanvraagt en over de hoogte van de transitievergoeding.
 
 

Gerelateerd:

Transitievergoeding kan soms in de vrije ruimte
Wat moet u doen voor de compensatie transitievergoeding?
Hoe hoog is de transitievergoeding bij ontslag?
 
 
minimumjeugdloon. minimumloon, berekening salaris, berekenen loon, wet en regelgeving, overheid, belastingen, jeugd-LIV, LIV, Wet tegemoetkomingen loondomein,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking diensttijduitkering

In deze handreiking leest u wat de gevolgen zijn voor de loonheffingen.
                   
Een werknemer ontvangt een diensttijduitkering ter gelegenheid van zijn jubileum.

 
belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,
 
Als een diensttijduitkering aan alle voorwaarden voldoet, is de diensttijdvrijstelling van toepassing. De diensttijduitkering hoort dan niet tot het loon van de werknemer en is onbelast.

De voorwaarden voor de diensttijdvrijstelling zijn:

  1. De werknemer is ten minste 25 jaar of 40 jaar in dienst.
  2. De diensttijduitkering of -verstrekking is eenmalig.
  3. De diensttijduitkering of -verstrekking is maximaal het loon over een maand.

 

1. Dienstjaren

De diensttijdvrijstelling geldt als de werknemer tenminste 25 jaar in dienst is en nogmaals als de werknemer minstens 40 jaar in dienst is.

De grens van 25 of 40 jaar is zeer strikt. Als één dag ontbreekt, geldt de diensttijdvrijstelling niet. Begint de dienstbetrekking van een werknemer bijvoorbeeld op 2 januari 1979 en eindigt hij per 31 december 2019, dan is de periode van 40 jaar niet volgemaakt.

 

Onderbroken dienstverband

Voor de diensttijdvrijstelling geldt niet alleen de duur van het laatste dienstverband. De diensttijd van eerdere dienstverbanden bij dezelfde werkgever tellen ook mee. Belangrijk is dat de werknemer loon heeft ontvangen voor de verrichte arbeid. De perioden waarin het dienstverband onderbroken is, tellen niet mee.

 

Uitzendkracht die in dienst komt

Bij de diensttijd gaat het om de periode waarin een werknemer in dienstbetrekking is bij dezelfde werkgever. Heeft een werknemer eerst als uitzendkracht bij de werkgever gewerkt, dan tellen deze jaren niet mee.

 

Diensttijd bij andere werkgever

In bepaalde gevallen mag u de diensttijd bij een andere werkgever wel meetellen. Voorbeelden hiervan zijn:

  • De werknemer is bij een andere werkgever in dienst getreden vanwege een overgang van onderneming. Feitelijk werkt hij nog steeds voor dezelfde onderneming.
  • Tussen de werkgevers bestaat een zodanige verhouding dat het normaal is om die diensttijd mee te tellen. Bijvoorbeeld als de werkgevers deel uitmaken van hetzelfde concern.
  • De werkgever gaat uit van de dienstjaren die zijn pensioenuitvoerder in aanmerking neemt. De Belastingdienst gaat hiermee akkoord als de werkgever hierbij een bestendige gedragslijn heeft. Op verzoek van de Belastingdienst moet de werkgever deze bestendige gedragslijn aannemelijk kunnen maken.

 

2. Eenmalig

De diensttijdvrijstelling geldt één keer bij een 25-jarig dienstverband en één keer bij een 40-jarig dienstverband. Als de vrijstelling bij een 25-jarig dienstverband nog niet is gebruikt mag u bij een 40-jarig dienstverband de vrijstelling 2 keer toepassen.

 

3. Loon over een maand

De maximale diensttijdvrijstelling is het fiscale loon over een maand dat een werknemer ontvangt op het moment van uitbetalen van de diensttijduitkering. Dit is het loon uit kolom 14 van de loonstaat. Zowel loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als loon uit vroegere dienstbetrekking tellen mee.

U houdt geen rekening met:

  • bijzondere beloningen die niet vast en gegarandeerd zijn, zoals tantièmes
  • aanspraken die tot het loon behoren
  • keuzeloon (cafetariaregeling)

Bij het fiscale loon over een maand telt u het maandbedrag op van:

  • het werknemersaandeel in de pensioenpremie
  • de werknemersbijdrage voor aanspraken die overeenkomen met aanspraken op WW-, ZW-, WAZO- en WAO/WIA-uitkeringen
  • de werknemersbijdrage voor aanspraken op uitkeringen bij overlijden of invaliditeit door een ongeval
  • bedragen die worden ingehouden in plaats van de hierboven genoemde premies en bijdragen
  • de werknemersbijdrage in de levensloopregeling

Bij het berekende bedrag telt u bovendien op:

  • 1/12 van de vakantiebijslag
  • 1/12 van het jaarbedrag van vaste gegarandeerde bijzondere beloningen

U mag geen rekening houden met loon dat de werknemer van een andere inhoudingsplichtige ontvangt.

 

Deeltijd

Is de werknemer minder gaan werken maar is de hoogte van de diensttijduitkering een voltijd maandloon? Dan gaat u voor de berekening van de diensttijdvrijstelling toch uit van het deeltijdloon.

 

Uitkering in geld of goederen

Een werkgever mag een diensttijduitkering verstrekken in zowel ‘loon in geld’ als ‘loon in natura’, zolang de totale waarde niet meer is dan een maandloon. Als u aan bovenstaande 3 voorwaarden voldoet, geldt de diensttijdvrijstelling. Het bedrag boven het maandloon is loon voor de werknemer. De werkgever mag dit bedrag ook aanwijzen als eindheffingsloon werkkostenregeling.

 

Niet voldaan aan de voorwaarden

De diensttijduitkering is loon voor de werknemer als u niet voldoet aan alle voorwaarden. U kunt de uitkering aanwijzen als eindheffingsloon werkkostenregeling. De diensttijduitkering moet dan aan de gebruikelijkheidstoets voldoen. Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot een bedrag van € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst als gebruikelijk. Meer over de gebruikelijkheidstoets leest u in hoofdstuk 4.2 Handboek Loonheffingen.

 

Voorbeeld

De werknemer is 12,5 jaar in dienst en ontvangt een diensttijduitkering van € 1.500. Dit is een half maandsalaris. De werkgever wil dit onbelast uitkeren aan de werknemer. Wat moet u doen?

Bij een diensttijd van 12,5 jaar is de diensttijdvrijstelling niet van toepassing. U controleert of de diensttijduitkering voldoet aan de gebruikelijkheidstoets. De werknemer ontvangt naast de diensttijduitkering geen andere vergoedingen en verstrekkingen. De werkgever kan de diensttijduitkering daarom aanwijzen als eindheffingsloon. Bij overschrijding van de vrije ruimte is de werkgever 80% eindheffing verschuldigd.

 

Meer informatie

Handboek loonheffingen 2020 hoofdstuk 19.2.1

 

Wetsartikelen

artikel 11, lid 1, onderdeel o Wet op de loonbelasting
artikel 3.1 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011

 
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, loon, salaris, loonstrook, lonen, salarissen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Vakantiedagen verhalen, mag dat?

Geschil werkgever – werknemer

                                   

In geschil bij de rechtbank is de uitbetaling van opgebouwde, niet-genoten verlofuren bij het einde van het dienstverband. De werkgever heeft geen deugdelijke verlofadministratie bijgehouden.

Werkgever en werknemer zijn verdeeld over de vraag hoeveel verlofuren gedurende zijn dienstverband heeft opgenomen. Daarnaast verschillen zij van mening over de vraag of de werknemer recht heeft op uitbetaling van salaris voor door hem verrichte werkzaamheden op een aantal zaterdagen.

Partijen zijn het erover eens dat de werknemer gedurende het dienstverband in totaal 1496 verlofuren heeft opgebouwd.

De werknemer stelt zich op het standpunt dat hij hiervan slechts 1026 verlofuren heeft opgenomen. Hij heeft zijn eigen agenda en de notities in zijn werkschriftjes vergeleken met de door de werkgever opgegeven verlofdagen.

Rekening houdend met de 144 uren die al zijn uitgekeerd na de beëindiging van het dienstverband, had de werknemer nog een verlofsaldo van 326 uur. Hij maakt verder aanspraak op uitbetaling van 26,75 uren die hij op zaterdag heeft gewerkt.

De werkgever is van mening dat de werknemer geen verlofrechten meer van te vorderen heeft. Volgens zijn berekeningen heeft de werknemer ten onrechte 144 verlofuren bij de eindafrekening uitbetaald gekregen. Hij heeft zelfs meer verlof gehad dan waar hij recht op heeft. Het betreft in totaal 71,55 uur.
loon,salaris,salarisadministratie,loonadministratie,loon en salaris verwerking,wet en regelgeving personeel,personeelsdossier,hr ondersteuning,lease auto,lease concepten,payrolling,payroll,hrm scan,nmbrs salaris en loon registratie, verzuim oplossingen,ziekte registratie,verzekeringen personeel - ondernemers,personeelsverzekeringen,wet en regelgeving personeel,ess,verzuimregistratie,digitaal personeelsdossier,werk en zekerheid personeel,

Verplicht administratie bijhouden

In verband met het bepaalde in art. 7:641 lid 2 BW, waarin is vastgelegd dat de werkgever bij het einde van het dienstverband aan de werknemer een overzicht verstrekt van de resterende vakantiedagen, wordt ervan uitgegaan dat de werkgever verplicht is een administratie bij te houden van de door de werknemer genoten vakantiedagen.

Indien de werknemer stelt dat het door de werkgever genoemde verlofsaldo niet klopt zal de werkgever aan de hand van de uit dienst administratie blijkende gegevens gemotiveerd moeten aangeven hoe het verlofsaldo tot stand gekomen is.

Leidt dat niet tot overeenstemming tussen de werknemer en de werkgever over het verlofsaldo, dan ligt de bewijslast van de stelling dat hij recht heeft op de afrekening van meer uren bij de werknemer.

Indien de door de werkgever verplichte verlofadministratie niet deugdelijk bijgehouden blijkt te zijn is dat een omstandigheid die in beginsel voor risico van de werkgever komt.

Fouten in eerste berekening werkgever

De kantonrechter stelt vast dat de werkgever aanvankelijk, in het kader van de eindafrekening, het verlof van de werknemer heeft berekend op basis van de bij het bedrijf aanwezige verlofkaarten en agenda, waarin de vrije dagen van de werknemer staan genoteerd. Deze becijfering heeft geleid tot het verlofsaldo van 144 uren.

De werknemer heeft tegen deze eerste berekening geprotesteerd.

De werkgever geeft aan dat hij inmiddels de (ingeleverde) werkschriftjes van de werknemer in zijn berekening heeft betrokken en dat de werknemer zelfs teveel geld van het bedrijf heeft ontvangen. De werknemer protesteert opnieuw en voegt zijn eigen berekening c.q. onderbouwing bij.

De werkgever erkent vervolgens dat fouten in de eerste berekening zijn gemaakt.

Vakantiedagen verhalen, mag dat, niet-genoten verlofuren bij het einde van het dienstverband, deugdelijke verlofadministratie

Werkschriftjes

Partijen zijn het erover eens dat het doel van de werkschriftjes is om te noteren hoeveel uur een monteur aan een auto heeft gewerkt en welke onderdelen/materialen hij heeft gebruikt, zodat deze gegevens vervolgens kunnen worden verwerkt in werkorders en facturen.

De schriftjes tonen dus alleen aan hoeveel uren de werknemer op een dag aan een auto heeft gewerkt. Daarmee is echter nog niet gezegd hoe lang hij die betreffende dag in totaal voor de werkgever heeft gewerkt.

De stelling van de werkgever dat indien er op een dag geen – of te weinig – uren zijn genoteerd in het schriftje, dit automatisch betekent dat de werknemer die dag (deels) verlof heeft genoten, is volgens de kantonrechter te kort door de bocht. De werkschriftjes kunnen dan ook niet als een deugdelijke verlofadministratie worden aangemerkt.

Indien de werkgever inderdaad op de dagen waarop hij geen of onvoldoende uren in zijn werkschrift heeft genoteerd vrij zou hebben genomen, en daarmee zijn verlofsaldo (ver) zou hebben overschreven, dan had de werkgever behoren in te grijpen en de werknemer tijdig met dit feit moeten confronteren. Dat heeft de werkgever echter niet gedaan.

Teveel genoten vakantiedagen niet verhaalbaar op werknemer

Ook heeft de werkgever geen afspraken met de werknemer gemaakt over een eventuele verrekening van teveel opgenomen vakantiedagen. Dat maakt dat zij het teveel aan genoten vakantiedagen niet kan verhalen op de werknemer bij het einde van het dienstverband. Overigens voorziet de wet ook niet in de mogelijkheid om teveel genoten vakantiedagen op de werknemer te verhalen.

Uitspraak Rechtbank Limburg, 27 september 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:927 Klik hier
hrm,hr, loonbelastingen,belastingtarieven, loonbelasting, netto loon,loon,salaris,salarisverwerking,loonadministratie