Tag archief derde dinsdag van september

door100% Salarisverwerking B.V.

Fiscale maatregelen waar mkb-bedrijven in 2021 mee te maken krijgen

Op Prinsjesdag 2020 heeft het kabinet een aantal nieuwe maatregelen voor mkb- ondernemers in petto.
         
Daarbij springt onder meer het onderscheid in het oog dat het kabinet maakt tussen het midden- en kleinbedrijf en het grootbedrijf.

Zo heeft het kabinet de aangekondigde verlaging van de vennootschapsbelasting voor grote bedrijven geschrapt om wat geld vrij te maken voor het bestrijden van de coronacrisis. De verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting voor kleinere bedrijven gaat wel door.

Voor zelfstandigen ligt een belangrijke maatregel in het verschiet, blijkt ook uit het Belastingplan 2021. De geliefde zelfstandigenaftrek wordt versneld afgebouwd en zakt volgend jaar naar 6.670 euro. Dat is 360 euro minder dan dit jaar.

Behalve nieuwe fiscale maatregelen zijn er ook speciale coronamaatregelen die ondernemers verlichting moeten brengen. Een aantal van deze belastingmaatregelen verlengt het kabinet tot eind dit jaar.

Hieronder een overzicht van de belastingmaatregelen voor ondernemers in 2021 en de coronasteun voor de kortere termijn.

 

Vennootschapsbelasting: hoge tarief blijft 25 procent

Het kabinet wilde aanvankelijk het hoge tarief van de vennootschapsbelasting verlagen, maar dat plan gaat niet door. Het hoge tarief voor het belastbare bedrag winst blijft 25 procent. Dit tarief geldt vanaf 2021 voor een winst van meer dan 245.000 euro.

Hiermee wil het kabinet “financiële ruimte creëren om juist nu de economie te versterken”, staat in een samenvatting van het Belastingplan 2021.

 

Lage tarief vennootschapsbelasting daalt wel

Het kabinet lijkt mkb-bedrijven een hart onder de riem te willen steken. Het lage tarief van de vennootschapsbelasting van 16,5 procent daalt naar 15 procent per 1 januari 2021. Bovendien komen meer mkb-bedrijven straks in aanmerking voor dit lage tarief.

Het late tarief geldt nu voor winsten tot 200.000 euro, dat zal in 2021 245.000 euro zijn.

In 2022 zal de grens verder worden opgehoogd naar 395.000 euro.

 

Tarief innovatiebox gaat omhoog

Op Prinsjesdag 2019 kondigde het kabinet al een verhoging aan van het belastingtarief van de ‘innovatiebox’.

Deze speciale tariefbox is in het leven geroepen voor bedrijven die innoverende producten of diensten leveren. Alle winsten die worden behaald met innovatie, vallen in deze box waar ze met een lager tarief worden belast. Niet 25 procent of 16,5 procent, maar 7 procent.

Het effectieve tarief voor de innovatiebox gaat per 1 januari 2021 echter omhoog naar 9 procent.

 

Korting via loonheffing voor bedrijven die investeren

Het kabinet ziet graag bedrijven die investeringen doen en stimuleert dat met een nieuwe investeringskorting die in 2021 ingaat. De baangerelateerde investeringskorting (BIK) houdt in dat als bedrijven investeren in bijvoorbeeld een nieuwe machine, ze een korting krijgen die wordt verrekend via de loonheffing.

De regering heeft het plan nog niet helemaal uitgewerkt en details volgen nog.

 

Verlenging coronamaatregelen

Het kabinet heeft een hele rits belastingmaatregelen getroffen voor bedrijven om de coronacrisis het hoofd te bieden. Een aantal wordt verlengd. Hieronder een greep uit de maatregelen waarmee ondernemers te maken kunnen hebben. Bekijk hier het hele overzicht.

 

Uitstel belastingen

Tijdens de coronacrisis verleent de Belastingdienst uitstel van betaling van belasting. Je kunt uitstel van belasting aanvragen tot 1 oktober 2020, waarmee het uitstel loopt tot uiterlijk 31 december 2020.

De terugbetaling van uitgestelde belastingen loopt vanaf 1 januari 2021 nog maximaal 24 maanden.

 

Verlies 2020 verrekenen met winst 2019

Bedrijven die wel op tijd aangifte doen over 2020 kunnen hun verlies verrekenen met de winst over 2019.

Het verwachte verlies over 2020 dat verband houdt met de coronacrisis, mag je aftrekken door een ‘coronareserve’ aan te leggen. Het bedrag dat wordt toegevoegd aan de coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst uit 2019. Met deze reserve kan een (lagere) voorlopige aanslag over 2019 worden aangevraagd.

 

Lagere belastingrente

De invorderingsrente waarmee je te maken krijgt bij een te laat betaalde aanslag, bedraagt normaliter 4 procent. Op 23 maart werd deze teruggeschroefd naar 0,01 procent en dit tarief geldt tot en met 31 december 2021.

De belastingrente die de fiscus in rekening brengt bij een onjuiste of te laat ontvangen aangifte, is bij de vennootschapsbelasting voor bedrijven in normale tijden 8 procent.

Ook deze rente is vanwege de coronacrisis op 0,01 procent gezet en dat tarief geldt tot 1 oktober 2020. Vanaf die datum gaat de belastingrente voor alle belastingen, dus ook de vennootschapsbelasting, naar 4 procent en dat geldt tot 31 december 2021.

 

Verlenging uitstel administratie gegevens nieuwe werknemer

Werkgevers hebben een aantal administratieve verplichtingen als zij nieuwe mensen aannemen. De Belastingdienst verleent uitstel tot 31 december 2020.

 

Verhoging vrije ruime werkkostenregeling

Als werkgever mag je onbelaste vergoedingen aan werknemers geven, zoals bijvoorbeeld een tablet of kerstpakket waar ze ook privé voordeel van hebben.

Het totale bedrag aan vergoedingen mag normaliter in 2020 niet boven 1,7 procent van de eerste 400.000 euro van de loonsom van alle medewerkers samen uitkomen. Boven de 400.000 euro geldt het percentage van 1,2 procent.

In de coronacrisis is het percentage van 1,7 procent opgeschroefd naar 3 procent zodat werkgevers hun personeel op de een of andere manier tegemoet kunnen komen. De verruiming geldt tot 31 december 2020.

 

Verlaging gebruikelijk loon dga

Het gebruikelijk loon, ofwel het minimale loon dat een directeur-grootaandeelhouder moet opgeven bij de Belastingdienst, mag bij een omzetdaling worden verlaagd. Dit geldt tot 31 december 2020.

 

Vrijstelling belasting TOGS en TVL

Bedrijven die gebruikmaken van de TOGS- en TVL-regeling hoeven hierover geen belasting te betalen. De einddatum hiervoor is nog niet bekend. De TOGS (Tegemoetkoming schade COVID-19) is een eenmalige tegemoetkoming van 4.000 euro voor ondernemers die direct zijn getroffen door de coronacrisis, bijvoorbeeld omdat ze hun deuren moesten sluiten.

De TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten) is een vergoeding van maximaal 50.000 euro voor het betalen van de vaste lasten voor ondernemers in de hardst getroffen sectoren.

 
Bron:Belastingdienst/BI
 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Het Belastingplan 2021

Dit moet u weten over het Belastingplan 2021: tarief inkomstenbelasting omlaag, €50.000 vermogen onbelast in box 3.
      
Door de bank genomen hebben Nederlanders volgend jaar iets meer te besteden. De gemiddelde stijging in koopkracht komt in 2021 uit op 0,8 procent, raamt het Centraal Planbureau (CPB) op basis van het Belastingplan 2021 en de Miljoenennota.

Vergeleken met dit jaar is de toename van de koopkracht gering. In 2020 krijgen huishoudens naar verwachting gemiddeld 2,2 procent meer besteden. Toch is het een kleine opsteker in deze zware economische tijd.

Door de coronacrisis gaat de economie door een diepe dal en volgens koning Willem-Alexander moeten we ons schrap zetten voor de verdere negatieve gevolgen van de crisis.

Het is overigens belangrijk om te weten dat de schattingen van koopkracht ervan uitgaan dat er geen tweede lockdown komt vanwege een opleving van het coronavirus.

De stijging van de koopkracht verschilt per type huishouden. Werkenden, gezinnen zonder kinderen en tweeverdieners gaan er het sterkst op vooruit met respectievelijk 1,2 procent, 1,1 procent en 0,9 procent, becijferde het CPB.

Een van de belangrijkste maatregelen van de Prinsjesdag 2020 en één die veel effect op de koopkracht heeft, is de verlaging van inkomstenbelasting. Verder zijn er aanpassingen rondom box 3, de afbouw van zelfstandigenaftrek, toeslagen, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.

 

Belastingtarief inkomstenbelasting gaat omlaag naar 37,10% in 2021

Het belastingtarief voor inkomens tot 68.507 euro daalt van 37,35 procent dit jaar naar 37,10 procent in 2021. Dit is één van de maatregelen die het kabinet vorig jaar al bekendmaakte en waaraan niet wordt gesleuteld.

Vanaf 2022 gaat dit tarief verder omlaag tot 37,03 procent in 2024.

Het basistarief in de inkomstenbelasting daalt de komende jaren in stappen, zoals de afbeelding hieronder laat zien. Zowel werkenden als mensen met een uitkering hebben hier voordeel van, omdat ze netto meer geld overhouden.

Gepensioneerden met inkomens tot ongeveer 35.000 euro ontvangen ook een belastingvoordeel. Het lagere tarief dat voor deze groep huishoudens geldt, wordt in 2024 teruggebracht naar 19,13 procent.

inkomstenbelasting, belastingplan 2021, belastingdienst,

 

Algemene heffingskorting meevaller voor inkomens onder 68.507 euro

Door een extra verhoging van de algemene heffingskorting, een vast bedrag dat je in mindering mag brengen op de verschuldigde belasting, neemt de koopkracht van mensen met een inkomen tot 68.507 euro toe. De hoogte van de korting hangt af van het inkomen, waarbij lagere inkomens meer voordeel hebben dan hogere inkomens.

 

Arbeidskorting gaat vervroegd omhoog in 2021

De verhoging van de arbeidskorting, een vast bedrag dat werkenden in mindering mogen brengen op de verschuldigde belasting, wordt volgend jaar van kracht.

Eerder stond de verhoging in 2022 in de planning. Daarvan hebben zowel mensen in loondienst als zelfstandigen voordeel. Deze verhoging komt bovenop een al eerder afgesproken verhoging voor 2021. Vanaf 2022 blijft de arbeidskorting gelijk.

 

Zelfstandigenaftrek gaat verder omlaag tot 6.670 euro

De afbouw van de zelfstandigenaftrek gaat vanaf volgend jaar sneller dan eerder gepland. De aftrek daalt van 7.030 euro in 2020 naar 6.670 euro in 2021.

In de jaren daarna volt een verdere verlaging van de zelfstandigenaftrek.

 

Box 3: Heffingsvrij vermogen naar €50.000, maar fictief rendement en belastingtarief ook iets hoger

Vanaf volgend jaar gaat vermogen dat in box 3 vrijgesteld is van belasting omhoog naar 50.000 euro per persoon. Dat is dus 100.000 euro voor fiscaal partners.

Momenteel betalen huishoudens belasting als hun vermogen boven 30.846 euro (of 61.692 euro met fiscaal partner) uitkomt.

Door deze verruiming van het heffingsvrij vermogen hoeven straks bijna 1 miljoen spaarders en kleine beleggers geen box 3-belasting meer te betalen, zo schat de overheid.

Daar tegenover staat dat huishoudens die meer vermogen hebben dan 50.000 euro iets meer belasting gaan betalen. Het tarief van de box 3-belasting stijgt van 30 procent dit jaar naar 31 procent in 2021.

Daarnaast wordt het fictief rendement voor de opbrengst uit vermogen aangepast. Tot een ton betaal je daardoor effectief 0,59 procent belasting.

 

3 verbeteringen voor toeslagenstelsel

Het kabinet is van plan verbeteringen aan te brengen in het toeslagenstelsel dat al jaren een hoofdpijndossier is. Een recent dieptepunt is de toeslagenaffaire waarbij duizenden ouders die kinderopvangtoeslag ontvingen, onterecht werden aangemerkt als fraudeurs door de fiscus en soms jarenlang door belastingaanslagen werden achtervolgd.

In het Belastingplan staan verschillende voorstellen om een “eerlijker stelsel met oog voor de menselijke maat ” te bereiken. Er zijn drie concrete verbeteringen bedacht.

Ten eerste krijgen huishoudens meer grip op hun toeslagen. Zo kunnen ze eerder een besluit van de Belastingdienst aanvechten en krijgen ze meer tijd om informatie aan te leveren om bijvoorbeeld een boete te voorkomen.

Verder zal de Belastingdienst coulanter omgaan met huishoudens. Zo hoeven bedragen kleiner dan 47 euro niet meer terugbetaald te worden. Ook kan de Belastingdienst in individuele gevallen een bedrag dat moet worden terugbetaald, verlagen.

Tot slot worden de voorwaarden die aan partners worden gesteld versoepeld of aangepast. Zo kan een partner de kinderopvangtoeslag houden als de andere partner in detentie zit.
 
 

Het Belastingplan 2021 in beeld

belastingplan 2021, belastingdienst, belastingen, Overheid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen voor de loonheffingen 2020

De voorstellen hebben de bedoeling in te gang op 1 januari

                

We gaan in op de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor de loonheffingen die op Prinsjesdag, 17 september 2019 zijn ingediend bij de Tweede Kamer, tevens belichten we al aangenomen wijzigingen voor 2020.

 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

1. Belastingtarieven en heffingskortingen uit het Belastingplan 2020

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd. De wijziging die voor 1 januari 2021 was beoogd, wordt nu per 1 januari 2020 gerealiseerd. Het toptarief bedraagt in 2019 51,75% en wordt met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 49,50%.

De tarieven voor werknemers geboren op of na 1 januari 1946 zullen op 1 januari 2020 als volgt zijn:

Bij een belastbaar loon van meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Premies volksverzekeringen Gecombineerd tarief
€ 34.712 9,70% 27,65% 37,35%
€ 34.712 € 68.507 37,35% 37,35%
€ 68.507 49,50% 49,50%

 

De algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt ten opzichte van 2019 met € 194 verhoogd. Rekening houdend met de indexering is de maximale algemene heffingskorting per 1 januari 2020 dan € 2.711. De hoogte van de algemene heffingskorting is afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de algemene heffingskorting. Bij een inkomen van € 68.507 en hoger is de algemene heffingskorting nihil.
 

De arbeidskorting

De maximale arbeidskorting per 1 januari 2020 is € 3.819. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Tot een arbeidsinkomen van € 34.989 loopt de arbeidskorting op naarmate het inkomen hoger is. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.989 bouwt de arbeidskorting af. Bij een arbeidsinkomen van € 98.639 en hoger is de arbeidskorting nihil.
 

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd door de werkgever zal met ingang van 1 januari 2020 worden verlaagd van 6,95% naar 6,70%. Het maximale premie-inkomen voor de Zorgverzekeringswet bedraagt per 1 januari 2020 € 57.214.
 

2. Aangekondigde wijzigingen pakket Belastingplan 2020

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die door de werkgever aan de werknemer worden gedaan in het kader van de dienstbetrekking.

De WKR zal op vijf punten wijzigen:

1. Vergroten vrije ruimte

Op dit moment is de vrije ruimte 1,2% van de fiscale loonsom (kolom 14-loon) van een werkgever. Het percentage van de vrije ruimte in de WKR gaat omhoog naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom plus 1,2% van het restant van de fiscale loonsom. Als de concernregeling wordt toegepast, kan niet voor elke inhoudingsplichtige gebruik worden gemaakt van het verhoogde percentage van 1,7%. De vrije ruimte wordt in dat geval namelijk berekend op basis van de fiscale loonsom van alle concernvennootschappen samen en dan geldt het percentage van 1,7% slechts over de eerste € 400.000.

2. Gerichte vrijstelling voor verklaring omtrent gedrag

Er komt een gerichte vrijstelling voor de kosten van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) of een daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring.

3. Meer tijd voor eindafrekening

Werkgevers krijgen meer tijd om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen, aan te geven en af te dragen. Op dit moment moet de zogenoemde eindafrekening uiterlijk worden gedaan met de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Het wordt mogelijk om de eindafrekening uiterlijk te doen met de aangifte loonheffingen over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Voor de werkgevers die een maandaangifte doen betekent deze verlenging dat de eindheffing kan worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart moet worden gedaan en betaald.

4. Waardering producten eigen bedrijf

Als hoofdregel geldt dat loon in natura wordt gewaardeerd op de factuurwaarde inclusief btw. Als de factuur ontbreekt, is de waarde economisch verkeer doorslaggevend. In het geval van verstrekkingen van branche-eigen producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap geldt een uitzondering. Het branche-eigen product wordt nu nog gewaardeerd op het bedrag dat aan een derde in rekening zou worden gebracht. Dit wordt aangepast. Het branche-eigen product wordt voortaan gewaardeerd op de waarde economisch verkeer. Meestal is dit de consumentenprijs.

5. Bestuursrechtelijke dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen

Geldboeten die de werkgever voor zijn werknemer betaalt of vergoedt, kunnen op basis van de wet in beginsel niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel en moeten dus worden belast op de salarisstrook. Dit gaat ook gelden voor bestuurlijke (buitenlandse) dwangsommen en geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing.
 

Indexering onbelaste vrijwilligersvergoeding/verstrekking

Over vergoedingen en verstrekkingen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar die worden ontvangen door personen die als vrijwilliger werkzaam zijn, worden geen loonheffingen ingehouden en afgedragen. De genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt voor het jaarbedrag afgerond op een veelvoud van € 100. Door de afronding zullen de bedragen niet elk jaar stijgen. Het maandbedrag wordt vervolgens berekend door het jaarbedrag door tien te delen.
 

Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer

Er wordt een keuzeregeling ingevoerd op grond waarvan kan worden gekozen om berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post toegezonden te krijgen. Het keuzerecht kan feitelijk pas worden ingevoerd op het moment dat de Belastingdienst een keuzeregistratie- en verwerkingsvoorziening operationeel heeft en voldoende berichtenstromen zijn gedigitaliseerd. De inwerkingtreding zal per Koninklijk Besluit plaatsvinden.
 

S&O-afdrachtvermindering

Uit de evaluatie Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk is naar voren gekomen dat de huidige systematiek van de aanvraag S&O-verklaring onvoldoende aansluit bij de manier van werken van de gebruikers. Naar aanleiding van de evaluatie is voorgesteld om het aantal momenten waarop de S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar.

Nu dient de aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan de periode te worden aangevraagd. Op basis van het wetsvoorstel wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor aanvragen voor een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Tot slot worden in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening van een S&O-verklaring verschoonbaar is. Dit is een codificering van de uitvoeringspraktijk.
 

Vaste inrichting definitie Wet op de loonbelasting

Als een in het buitenland gevestigde werkgever een vaste inrichting in Nederland heeft, wordt deze buitenlandse werkgever aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Voor meer informatie verwijzen wij naar het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ bij de maatregelen in de vennootschapsbelasting.

In de loonbelasting kennen we ook nog een fictieve vaste inrichting. Vooralsnog blijft de definitie daarvan ongewijzigd.

Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting.
 

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van de elektrische auto van de zaak is 4% van de cataloguswaarde tot € 50.000. Als de cataloguswaarde hoger is dan € 50.000, dan geldt over het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling van 4% voor elektrische auto’s van de zaak (auto’s zonder CO2-uitstoot) vanaf 2020 als volgt verhoogd voor auto’s die in de betreffende jaren worden toegelaten op de weg voor een periode van maximaal zestig maanden:

Jaar Bijtelling Maximale catalogus waarde Bijtelling boven maximum cataloguswaarde
2020 8% € 45.000 22%
2021 12% € 40.000 22%
2022 16% € 40.000 22%
2023 16% € 40.000 22%
2024 16% € 40.000 22%
2025 17% € 40.000 22%

Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto van de zaak dezelfde bijtelling als voor een gewone auto van de zaak.

Voor waterstofauto’s zal de cap op de cataloguswaarde niet gelden. Met ingang van 1 januari 2021 wordt dit ook uitgebreid naar zonnecelauto’s.
 

3. Eerder aangenomen wijzigingen met inwerkingtreding 1 januari 2020

Fiscale bijtelling terbeschikkingstelling fiets van de zaak

De regeling voor het (mede) voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Nu moet nog per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van het privégebruik van de fiets is. Door werkgevers wordt dit als administratief omslachtig ervaren. Daarom gaat vanaf 2020 voor het privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets een vaste bijtelling gelden, zoals we deze ook kennen voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling 7% van de waarde van de fiets. Deze laatste waarde wordt gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets. Als voor de fiets geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, wordt aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. In het geval de werknemer een vergoeding verschuldigd is voor het privégebruik van de fiets mag deze in aftrek worden gebracht op de bijtelling, maar de bijtelling kan niet negatief worden.

Er bestaat geen wettelijke definitie van het begrip ‘fiets’. De wetgever heeft bepaald dat een speedpedelec tevens wordt aangemerkt als fiets indien deze mede door menselijke spierkracht wordt aangedreven en is uitgerust met een elektromotor (juridisch is het namelijk een bromfiets).

Dat een fiets (mede) voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, moet in beginsel door de inspecteur aannemelijk worden gemaakt. Met het oog op de eenvoud, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid wordt een fiets echter in ieder geval geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking staat.
 

Wijziging sectorindeling

Op 28 mei 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dit betekent dat per 1 januari 2020 de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling wordt vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie en bij flexibele contracten geldt de hoge premie. De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd stijgt minder snel. Dit betekent dat de AOW-leeftijd zich de komende jaren als volgt ontwikkelt:

Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2020 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954
2021 66 jaar en 4 maanden na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955
2022 66 jaar en 7 maanden na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956
2023 66 jaar en 10 maanden na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957
2024 67 jaar na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.

 

Korting op lage-inkomensvoordeel (LIV)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt het jeugd-LIV gehalveerd. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2020 het hoge tarief van het LIV gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar. Vanaf 2024 wordt het jeugd-LIV afgeschaft.
 

Vervanging Wet DBA en verscherpte handhaving per 1 januari 2020

De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de (ingevoerde, maar deels niet gehandhaafde) Wet DBA en de zoektocht naar een opvolger van de Wet DBA duren voort. Inmiddels zijn contouren geschetst van de beoogde opvolger van de Wet DBA. Tevens is meer bekend over de handhaving van de Wet DBA door de Belastingdienst. Het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 2021 (maar wordt wel aangescherpt vanaf 2020).
 

Opvolger van de Wet DBA

  • Minimumtarief voor zzp’ers

Het plan is om voor alle zzp’ers een minimumtarief van € 16 per uur (prijspeil 2019) in te voeren, om ervoor te zorgen dat alle zzp’ers genoeg verdienen om in hun noodzakelijke levensbehoeftes te kunnen voorzien. Dit is een alternatief voor de eerder beoogde verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze verplichting geldt ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor hen is de verantwoordelijkheid echter lichter (de bewijslast ligt bij de opdrachtnemer) dan voor zakelijke opdrachtgevers.

  • Opt-out door zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt is het plan om een ‘zelfstandigenverklaring’ in te voeren. Opdrachtgevers worden dan gevrijwaard van bepaalde risico’s als de betrokkene later toch als ‘werknemer’ wordt gekwalificeerd. De vrijwaring geldt niet alleen voor de loonheffing en premies voor de werknemersverzekeringen, maar ook voor de loondoorbetalingsplicht bij ziekte, de betaling van pensioenpremies en cao-verplichtingen. Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring moet in de overeenkomst van opdracht worden opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten. Verder moet de arbeidsbeloning minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019) bedragen en dient de overeenkomst te worden aangegaan voor maximaal één jaar. Ook moet de opdrachtnemer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.

  • Opdrachtgeversverklaring en webmodule

Voor alle zzp’ers zonder een zelfstandigenverklaring blijft nog steeds de vraag van belang of de betrokkene écht een zzp’er is of toch een werknemer. Voor deze groep wordt gewerkt aan een webmodule. Deze maakt het voor opdrachtgevers mogelijk om een opdrachtgeversverklaring te krijgen als uit de beantwoording van de vragen blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Op dit moment bevindt de webmodule zich in de testfase. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

 

Verscherpte handhaving vanaf 1 januari 2020

Het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) wordt verlengd tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2020 wordt de handhaving aangescherpt. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

De wet treedt in werking in 2021.

 
 
overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

door100% Salarisverwerking B.V.

Prinsjesdag verwachte wijzigingen

Loonheffingen, werkkostenregeling en fiscale fietsregeling

                  

Naar verwachting kondigt het kabinet op de derde dag van september wijzigingen aan in de werkkostenregeling (WKR), de fiscale fietsregeling en loonheffingen. Het kabinet maakt op Prinsjesdag de plannen openbaar met daarin de tarieven en percentages voor de loonheffingen die, onder voorbehoud, per 2020 gelden.

 
personeelszaken, personeelsdiensten,financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers,
 
In het Belastingplan 2020 zal naar verwachting staan dat de vrije ruimte van de WKR groter wordt. Voor de eerste € 400.000 wordt die namelijk verhoogd naar 1,7% van de fiscale loonsom. Boven die grens blijft de vrije ruimte 1,2%. Werkgevers die de vrije ruimte regelmatig overschrijden, kunnen voordeel behalen met de hogere vrije ruimte.
De verruiming van de vrije ruimte is niet de enige WKR-wijziging. Nieuw is ook de gerichte vrijstelling voor de kosten van het aanvragen van een Verklaring omtrent gedrag (VOG). Werkgevers kunnen deze straks onbelast vergoeden zonder dat zij daarvoor hun vrije ruimte hoeven in te zetten.
 

Forfaitaire bijtelling voor fiets

Naast de WKR-regels veranderen ook de regels voor ter beschikking gestelde fietsen. Daarvoor komt er – net zoals voor de auto van de zaak – een forfaitaire bijtelling. Die wordt per jaar 7% van de factuurwaarde van de fiets. Als een werknemer dus een elektrische fiets ter beschikking gesteld krijgt van bijvoorbeeld € 1.500, die hij ook privé mag gebruiken, moet de werkgever elk jaar (7% x € 1.500) € 105 bij zijn belast loon tellen. Per maand komt dat neer op € 8,75.
 

Nieuwe tarieven in 2020

Het kabinet presenteert op Prinsjesdag de nieuwe tarieven voor de inkomstenbelasting (voor werkgevers dus de loonbelasting/premie volksverzekeringen) en de percentages voor de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW). Ook komen de nieuwe tarieven voor de sociale premies aan bod, net als de maximale arbeidskorting en algemene heffingskortingen. Voor alle maatregelen en tarieven die op Prinsjesdag gepubliceerd worden, geldt dat de Tweede en Eerste Kamer ze nog moet afhameren.
 
 
 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten,

door100% Salarisverwerking B.V.

Gemiddelde koopkrachtstijging 1,5 procent!

De Prinsjesdagcijfers!

                                           
Het kabinet zal op Prinsjesdag een gemiddelde koopkrachtstijging van 1,5 procent presenteren. Volgend jaar gaat 96 procent van de Nederlandse huishoudens erop vooruit. De cijfers staan in de Macro-Economische Verkenningen, een belangrijk financieel stuk voor Prinsjesdag waarin de NOS inzage heeft gehad.

Er was het kabinet veel aan gelegen om met gunstige cijfers te komen omdat iedereen moet voelen dat de economische crisis echt voorbij is. Vergeleken met eerdere officiële berekeningen is de stijging 0,2 procentpunt hoger dan gedacht.

De koopkracht had nog een stuk hoger kunnen uitvallen, en daar had het kabinet ook op gehoopt. Maar door de economische groei gaan mensen meer kopen en daardoor betalen ze automatisch meer btw. Dat heeft een negatief effect op de koopkracht. Dat de btw-percentages per 1 januari worden verhoogd, is in deze berekeningen meegenomen.

Rekening doorgeschoven

Het kabinet geeft geld uit aan koopkrachtreparatie maar investeert ook miljarden in defensie, onderwijs en infrastructuur, zoals in het regeerakkoord is aangekondigd. Deze extra uitgaven hebben wel tot gevolg dat het structureel EMU-saldo verslechtert en uitkomt op -0,4 procent. De Europese ondergrens is -0,5 procent.

Het EMU-saldo is een financiële meetlat voor Europese landen waarmee de gezondheid van de overheidsfinanciën wordt uitgedrukt. Eigenlijk zou dat percentage nul of hoger moeten zijn. Economen en rekenmeesters zijn in de regel kritisch over een negatief EMU-saldo omdat de rekening dan deels wordt doorgeschoven naar de toekomst.

Maar het kabinet vindt een negatief saldo nu acceptabel omdat het goed gaat met de economie en mensen de afgelopen jaren veel hebben ingeleverd. Dit jaar komt de overheidsbegroting overigens wel in de plus uit, op een begrotingsoverschot van 1 procent, door onder meer de schikking van 775 miljoen euro met ING.

Bron: NOS
Zie ook:
Koopkrachtstijging van 4 tot 6 procent voor werkende Nederlander
Zorgpremie z’n € 10 per maand erbij!

salarisverwerking uitbesteden , salarisverwerking online, online salarisverwerker, verwerkers salaris, loonadministratie,